Arrestatie bestuurder voor faillietverklaring ontzenuwt bewijsvermoeden niet

29 nov 2021

Een bestuurder, die jarenlang verzuimde aan de verplichting om jaarstukken te deponeren te voldoen, stelt dat dit niet de oorzaak is van het faillissement van zijn bedrijf. Volgens hem zou de oorzaak liggen in het feit, dat hij gearresteerd is en in voorlopige hechtenis heeft gezeten. Niet aannemelijk, vindt de rechtbank, die de bestuurder aansprakelijk stelt voor het boedeldeficit.

Een bestuurder is jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover die niet door vereffening kunnen worden voldaan, het 'boedeldeficit', als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat die onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Van een onbehoorlijke taakvervulling is in ieder geval sprake als niet voldaan is aan de wettelijke verplichting om de jaarstukken te deponeren. In zo'n geval wordt vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Het is aan de bestuurder om zo'n vermoeden te ontzenuwenDat is de bestuurder in deze zaak niet gelukt. 

Schending deponeringsplicht

In deze zaak is het faillissement van de vennootschap uitgesproken. De curator wil dat de rechtbank Den Haag verklaart dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat hij wordt veroordeeld tot betaling van de schade. Niet in geschil is dat de bestuurder wettelijk verplicht was om de jaarstukken te deponeren en dat deponering voor het laatst plaatsvond in 2011. Nu vaststaat dat over de boekjaren 2012 tot en met 2015 geen deponering heeft plaatsgevonden, is de deponeringsverplichting geschonden. 

Met deze schending staat vast dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en is er een vermoeden dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Om dat vermoeden afdoende te weerleggen, voert de bestuurder aan, dat de oorzaak van het faillissement niet lag in een onbehoorlijke taakvervulling, maar in het feit dat hij in voorlopige hechtenis is gesteld, waarbij hij in volledige beperkingen zat. Daardoor kon hij niet zorgdragen voor de betaling van zijn schuldeiser. 

Andere oorzaken niet aannemelijk

De rechtbank oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de arrestatie en voorlopige hechtenis de oorzaak zijn van het faillissement. De bestuurder had namelijk al geruime tijd voor zijn aanhouding kunnen betalen, maar dit heeft hij niet gedaan. Gelet op zijn eerdere betalingsonwil acht de rechtbank niet aannemelijk dat hij wel zou hebben betaald als hij niet zou zijn aangehouden en gedetineerd. Dat hij door de arrestatie niet op het laatst mogelijke tijdstip kon betalen, komt dan ook voor zijn eigen rekening en risico. Nu hij er niet in is geslaagd het wettelijk vermoeden te ontzenuwen, is hij jegens de boedel aansprakelijk voor het boedeldeficit, zo beslist de rechtbank. 

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:12432

Bron:Rechtbank Den Haag| jurisprudentie| ECLI:NL:RBDHA:2021:12432 C/09/577297 / HA ZA 19-773| 09-11-2021