Bruidspaar overlijdt tijdens huwelijksreis. Wat gebeurt er met de erfenis?

14 mei 2020
Spraakmakende uitspraak

Op 12 mei heeft het Gerechtshof Den Haag in een spraakmakende uitspraak geoordeeld over de vraag wie de erfgenamen zijn van een bruidspaar, dat vlak na elkaar overlijdt op huwelijksreis. De uitspraak is gisteren al veelvuldig door diverse nieuwsbronnen aangehaald. Graag neem ik deze uitspraak met jullie door.

Wat is er gebeurd?

Op 1 juni 2016 zijn Jeroen en Michou getrouwd. Ze gaan op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek. Op 11 juni maken ze een excursie en eten daarna in het restaurant van het hotel. Rond 11 uur ’s avonds bellen ze met de receptie van het hotel om te zeggen dat ze zich ziek voelen.

’s Nachts gaat het steeds slechter. Na het bezoek van een arts worden zowel Jeroen als Michou naar de eerste hulp gebracht. Op de eerste hulp valt Michou flauw, waarna ze per ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht. De hartmassage mag helaas niet meer baten, waarna Michou rond half 11 overlijdt.

Ook Jeroen wordt opgenomen op de intensive care in het ziekenhuis. Hij krijgt even na 12 uur een hartstilstand waaraan hij overlijdt.

Het stel was gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hadden beiden geen testament. In deze procedure ligt de vraag voor wie de erfgenamen van Jeroen en Michou zijn.

Is er een testament of bepaalt de wet?

Omdat zij beiden geen testament hadden, bepaalt de wet wie de erfgenamen zijn. Artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek bepaalt dat – indien de overledene een echtgenoot en/of kinderen heeft – zij de erfgenamen zijn. Indien er geen echtgenoot en/of kinderen zijn, zijn de ouders en broers en zussen de erfgenamen van de overledene.

Dat zou in dit geval betekenen dat Jeroen – als echtgenoot van Michou – de erfgenaam is van Michou, nu Jeroen nog leefde op het moment dat Michou overleed. Op het moment dat Jeroen vervolgens overleed was er geen sprake (meer) van een echtgenoot en/of kinderen. Dat betekent dat de ouders en de broers en zussen van Jeroen zijn erfgenamen zijn. Nu Jeroen en Michou zo kort na elkaar overleden zijn, heeft dit tot gevolg dat zowel het vermogen van Michou als het vermogen van Jeroen volledig naar de ouders en de broers en zussen van Jeroen gaat, terwijl de familie van Michou dus met lege handen achterblijft.

Bij mij – en waarschijnlijk bij ieder ander – roept dit direct de vraag op of dat we nu wel zo eerlijk is en of er geen uitzondering gemaakt moet kunnen worden voor dit schrijnende geval.

Oordeel rechtbank

De rechtbank Den Haag oordeelde in de zomer van 2019 dat dit zo’n bijzondere situatie is dat er een uitzondering gemaakt moet worden. De erfenis van Jeroen en Michou moet volgens de rechtbank verdeeld worden over beide families, omdat dat in dit geval redelijker is.

Oordeel Gerechtshof

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde daar anders over. Het Gerechtshof erkent dat wat Jeroen en Michou overkomen is zeer schrijnend is en dat het leed van de nabestaanden ongelofelijk groot moet zijn. Dit staat volgens het Gerechtshof echter los van de (juridische) vraag of er ruimte is om het eerder door mij genoemde artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek niet toe te passen.

Die ruimte is er volgens het Gerechtshof alleen wanneer toepassing van het artikel zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen – naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het Gerechtshof benadrukt dat dit – op basis van vaste rechtspraak – terughoudend moet worden toegepast en dat hiervan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake is. Zeker nu het erfrecht gebaat is bij rechtszekerheid over de vraag wie de erfgenamen zijn en op wie het vermogen dus is overgegaan.

Het Gerechtshof vindt niet dat er sprake is van onaanvaardbare gevolgen. Het is niet uitzonderlijk dat Jeroen en Michou niet nagedacht hebben over de situatie dat zij kort na elkaar zouden komen te overlijden en de juridische gevolgen daarvan. Het Gerechtshof houdt derhalve vast aan de wettelijke bepaling, waardoor de volledige nalatenschap van Michou aan Jeroen toekomt. En vervolgens dus aan de familie van Jeroen, als gevolg van zijn overlijden.

Al met al dus een heel schrijnend geval. We moeten ons – naar mijn mening – afvragen of het wel wenselijk is om slechts in zulke beperkte gevallen af te wijken van de wet, waardoor het Gerechtshof moest oordelen dat zelfs de hierboven beschreven casus hiervoor niet in aanmerking komt.

Vragen?

Heb je er vragen over hoe je dit zelf kunt voorkomen of anders kunt regelen? Neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op.

Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar

Anne van der Steen