De vereffenaar erkent mijn vordering niet: wat nu?

05 mrt 2020

Stel, je hebt nog geld tegoed van een overleden persoon. We spreken dan over een vordering op een nalatenschap. In eerste instantie maak je dit kenbaar bij de erfgenamen of de executeur: degene die belast is met de taak de nalatenschap af te wikkelen. Ook kan de rechtbank een vereffenaar benoemen. Dan meld je je bij deze vereffenaar, want deze  is dan namelijk als enige bevoegd om de nalatenschap af te wikkelen en de schulden te betalen.

Maar wat nu als de vereffenaar jouw vordering niet wil meenemen in de vereffening (erkennen)?

Uitdelingslijst

De vereffenaar heeft een aantal taken. Kort gezegd: de vereffenaar  inventariseert eerst alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Na deze inventarisatie verkoopt de vereffenaar – indien nodig – de goederen van de nalatenschap om de schulden van de nalatenschap met de opbrengst hiervan te betalen.

Na de inventarisatie stelt de vereffenaar een uitdelingslijst op. Op de uitdelingslijst staan de bezittingen en schulden van de nalatenschap vermeld. Hieruit blijkt ook welke schulden van de nalatenschap betaald kunnen worden.

De vereffenaar legt vervolgens rekening en verantwoording af aan de rechtbank over zijn werkzaamheden als vereffenaar. De uitdelingslijst deponeert de vereffenaar bij de rechtbank. Iedere belanghebbende heeft de mogelijkheid om deze uitdelingslijst daar in te zien.

Belanghebbende

Schuldeisers van de nalatenschap worden aangemerkt als belanghebbenden. Zij stellen immers een vordering te hebben op deze nalatenschap. Schuldeisers hebben daardoor de mogelijkheid om de uitdelingslijst bij de rechtbank in te zien. Dit kan door de rechtbank te bezoeken en de uitdelingslijst daar in te zien, of door een schriftelijk verzoek tot inzage te doen bij de rechtbank.

Meestal stuurt de vereffenaar de uitdelingslijst echter ook rechtstreeks aan de bij hem bekende schuldeisers. Het is namelijk de plicht van de vereffenaar om alle bij hem bekende schuldeisers hierover rechtstreeks te informeren.

Verzet

Iedere belanghebbende kan een maand na de bekendmaking van de deponering van de uitdelingslijst in verzet komen tegen deze uitdelingslijst bij de kantonrechter.  Omdat schuldeisers belanghebbenden zijn, kunnen zij in verzet komen tegen de uitdelingslijst. Het is belangrijk om hierbij de termijn van één maand na de deponering in de gaten te houden! Stel je pas na deze maand het verzet in, dan verklaart de kantonrechter je niet-ontvankelijk. Dan is er meestal geen mogelijkheid meer om alsnog betaling te ontvangen.

In de verzetsprocedure beoordeelt de kantonrechter de juistheid van de uitdelingslijst. Daarnaast beoordeelt de kantonrechter of de vereffenaar heeft gehandeld zoals van hem verwacht mocht worden.

Ben je dus als schuldeiser van mening dat de uitdelingslijst niet juist is, dan kun je als schuldeiser binnen één maand na de deponering in verzet komen tegen deze uitdelingslijst.

Bodemprocedure

Uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland blijkt echter dat de verzetsprocedure niet altijd de juiste weg is.

In deze casus richten de bezwaren van de schuldeiser zich tegen het feit dat zijn vorderingen waren betwist en niet op de lijst van erkende vorderingen waren geplaatst. De bezwaren van de schuldeiser waren niet gericht tegen de overige inhoud van de uitdelingslijst.

Of de vorderingen van de schuldeiser gegrond waren en de uitdelingslijst dus in zoverre onjuist was, was niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Het betroffen in dit geval substantiële vorderingen in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid. De inhoudelijke beoordeling hiervan moest nog plaatsvinden, waarbij de vereffenaar en de schuldeiser op minstens 13 punten van mening verschilden. De kantonrechter sloot niet uit dat bij deze beoordeling bewijslevering of nader onderzoek door een deskundige plaats moest vinden.

De kantonrechter was van mening dat de verzetsprocedure zich niet leent voor een dergelijke diepgaande beoordeling van een inhoudelijk geschil. Een dagvaardingsprocedure is daarvoor de aangewezen procedure. In die procedure kan bewijslevering plaatsvinden en kan de wederpartij gehoord worden.

De kantonrechter zag geen mogelijkheid om naar analogie van de Faillissementswet een renvooiprocedure te starten. In de vereffeningsprocedure is namelijk geen afzonderlijke verificatie voorgeschreven, maar gaat de vereffenaar onmiddellijk over tot het opmaken van een uitdelingslijst.

Tenslotte wordt er ook in de parlementaire geschiedenis op gewezen dat een belanghebbende – in dit geval een schuldeiser – een procedure tot erkenning van zijn vordering kan instellen. Een schuldeiser kan dus ook tijdens de vereffening zijn vorderingsrecht bij vonnis laten vaststellen. De kantonrechter heeft de bezwaren van de schuldeiser ongegrond verklaard.

Tot slot

Bestaat er een inhoudelijke discussie over jouw vordering? Dan kan het dus raadzaam zijn om tijdens de vereffening een bodemprocedure te starten, waarin je jouw vordering kunt laten vaststellen. Hierdoor voorkom je het risico dat:

  1. de korte verzetstermijn wordt gemist;
  2. jouw bezwaren tegen de uitdelingslijst worden afgewezen, omdat de kantonrechter in de verzetsprocedure niet kan vaststellen of jouw vordering gegrond is.

In de hierboven genoemde casus heeft de kantonrechter de vereffenaar overigens nog een aanwijzing gegeven die inhield dat de vereffenaar de schuldeiser een redelijke termijn moest bieden om alsnog een dagvaardingsprocedure te starten. De kantonrechter heeft de schuldeiser in dit geval dus de helpende hand geboden. Wil je als schuldeiser echter niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van de kantonrechter? Neem het heft dan in eigen hand!

Ben jij een schuldeiser van de nalatenschap en word je er mee geconfronteerd dat jouw vordering niet erkend wordt door de vereffenaar? Twijfel je welke stappen je nu moet ondernemen? Neem gerust vrijblijvend contact met mij op. Dan bekijken we samen wat jouw mogelijkheden zijn.

Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar van nalatenschappen

Anne van der Steen