De vereffening: welke goederen en schulden moet ik meenemen?

21 feb 2019

De fixatie van het actief en passief van de nalatenschap

Steeds meer mensen aanvaarden een nalatenschap beneficiair. Dit betekent dat erfgenamen de nalatenschap aanvaarden onder het voorrecht van een boedelbeschrijving. Indien uit de boedelbeschrijving volgt dat er meer schulden dan bezittingen zijn, kunnen de erfgenamen niet in hun privé vermogen worden aangesproken voor de schulden van de nalatenschap. Indien echter uit de boedelbeschrijving volgt dat de overledene toch meer bezittingen dan schulden heeft achtergelaten, wordt het restant van bezittingen na betaling van alle schulden uitgekeerd aan de erfgenamen.

Als erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaarden, dan moet de nalatenschap volgens de wet worden vereffend. De erfgenamen worden dan gezamenlijk de vereffenaars van de nalatenschap. De wettelijke vereffening heeft als doel dat de schuldeisers van de nalatenschap op geordende wijze moeten worden voldaan.

Het is belangrijk dat de erfgenamen de richtlijnen van de wettelijke vereffening volgen. Als de erfgenamen hierin onjuist handelen, kunnen de erfgenamen alsnog met hun privé vermogen aansprakelijk gesteld worden voor de schade.

Maar welke goederen moeten de erfgenamen dan meenemen in de boedelbeschrijving? En vooral: welke waarde moeten de erfgenamen aan deze goederen koppelen?

De te vereffenen nalatenschap wordt, voor wat betreft de activa en de passiva, gefixeerd volgens het fixatiebeginsel. Het fixatiebeginsel wijst aan welke schulden en welke goederen tot de boedel van de erfenis behoren.

De actiefzijde van de nalatenschap wordt gevormd door de goederen die op de dag van het overlijden aan de overledene toebehoorden. Indien (één van) de goederen na het overlijden verkocht worden, dan komt de verkoopopbrengst voor het goed c.q. de goederen in de plaats. Daarnaast behoren ook de met het vermogen van de nalatenschap gerealiseerde vruchten tot de nalatenschap, zoals bijvoorbeeld de huuropbrengsten van verhuurd pand dat deel uitmaakt van de erfenis.

Het is voor de erfgenamen als vereffenaars ook van belang om vast te stellen welke schulden tot de nalatenschap behoren. De schuldeisers van de nalatenschap kunnen immers verhaal nemen op de goederen van de nalatenschap en dus niet op het privé vermogen van de erfgenamen die de nalatenschap beneficiair aanvaard hebben.

De wet schrijft voor dat de nalatenschapsschulden alle schulden zijn van de overledene die niet met zijn dood teniet gaan, oftewel: de schulden die (nog) bestaan ten tijde van zijn of haar overlijden. Er kunnen echter ook “nieuwe” schulden tot de nalatenschap gaan behoren, zoals de schulden die door de erfgenamen ten behoeve van het beheer van de nalatenschap zijn aangegaan. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van de nutsvoorzieningen, de opslagkosten of taxatiekosten. Tenslotte kunnen er ook nog schulden van de nalatenschap voortvloeien uit rechtshandelingen die voor het overlijden door de overledene zijn verricht, zoals een te betalen schadevergoeding die voortvloeit uit een handeling die die overledene voor zijn overlijden heeft verricht.

Indien de overledene geen overzichtelijke administratie heeft, kan het voor de erfgenamen dus nog een hele klus zijn om de juiste goederen en schulden op de boedelbeschrijving te plaatsen, met het risico dat de erfgenamen alsnog met het privé vermogen worden aangesproken, indien zij de nalatenschap niet op de juiste wijze vereffenen.

Als gespecialiseerd erfrecht-advocaat word ik regelmatig door de rechtbank benoemd als vereffenaar van diverse nalatenschappen en moet ik dus het fixatiebeginsel met enige regelmaat op de juiste wijze toepassen. Mocht u als erfgenaam advies en bijstand wensen bij de vereffening van de nalatenschap, kan ik u bijstaan in de vereffening van de nalatenschap door op de achtergrond met u mee te kijken of door een (professioneel) vereffenaar te laten benoemen door de rechtbank. Neemt u voor vragen en meer informatie gerust vrijblijvend contact met ons op.

 

BG.legal