Help, mama maakt alles op! Wat nu?

18 feb 2021

Bij het overlijden van één van de ouders is de meest standaard verdeling van de nalatenschap in Nederland de “wettelijke verdeling”. Hierbij wordt het vermogen van ene ouder toebedeeld aan de andere ouder en krijgen de eventuele kinderen een niet opeisbare vordering ter grootte van hun erfdeel op de langstlevende ouder. De kinderen moeten kort gezegd wachten tot beide ouders overleden zijn om aanspraak te kunnen maken op hun erfdelen.

Meestal levert dit geen problemen op. De kinderen vinden het juist fijn dat hun andere ouder voort kan leven zoals hij of zij dat gewend was.

Maar wat nu als die andere ouder alles op maakt? Of erger nog: wanneer die andere ouder het ene kind allerlei schenkingen doet en het andere kind niet? Dat is toch niet eerlijk?

Over een dergelijk geval heeft de Rechtbank Amsterdam onlangs uitspraak gedaan.

De casus

Vader overlijdt en laat zijn vrouw met drie kinderen achter. De nalatenschap van vader wordt verdeeld op basis van de wettelijke verdeling, waardoor de kinderen een niet opeisbare vordering op hun moeder hebben ter grootte van hun erfdelen in de nalatenschap van hun vader.

In 2015 schenkt moeder aan twee kinderen onroerend goed. Het andere kind krijgt niets. Dit derde kind vindt dat niet eerlijk en legt beslag op het onroerend goed. Het derde kind vindt dat zij benadeeld wordt door deze schenking van moeder aan de andere twee kinderen. Dit wordt in juridische termen ook wel “pauliana” genoemd.

Ongestoord verder leven

De rechtbank gaat niet mee in de bezwaren van het derde kind. Het doel van de wettelijke verdeling is namelijk dat de langstlevende ouder ongestoord verder kan leven. Moeder mag daarom vrij beschikken over het door haar geërfde vermogen, zonder hierover verantwoording af te leggen aan haar kinderen. Dit volgt eens te meer uit de bepalingen van vader in zijn testament waarin hij de wilsrechten van zijn kinderen uitgesloten heeft.

Begrenzing vrijheid

Aan de hierboven genoemde vrijheid van de langstlevende ouder worden wel wat grenzen gesteld. Deze vrijheid wordt begrensd door het leerstuk van “misbruik van bevoegdheden” en door de eerder genoemde pauliana. Op dit laatste leerstuk heeft het derde kind in dit geval een beroep gedaan.

Pauliana

Bij een pauliana moet het gaan om een “daadwerkelijke benadeling”. Pas bij het opeisbaar worden van een geldvordering kan definitief getoetst worden of aan deze voorwaarde voldaan kan worden. Hierdoor zou het beroep van het derde kind op de pauliana in beginsel al afgewezen moeten worden.

Het derde kind kan echter ook op voorhand een beroep doen op de pauliana, onder de (opschortende) voorwaarde dat later vastgesteld kan worden dat er sprake is van een “daadwerkelijke benadeling”. Het derde kind moet dan aannemelijk maken dat er een voldoende concrete kans bestaat dat zij in haar verhaalsmogelijkheden is benadeeld door de schenking aan de overige twee kinderen.

Er is nog een derde vereiste om paulianeus handelen vast te stellen. Moeder moet de schenking verricht hebben met geen ander doel om het derde kind te benadelen of de moeder wist c.q. behoorde te weten dat dit het geval zou zijn.

Oordeel rechtbank

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat het derde kind er niet in geslaagd is om de schenkingen van moeder aan de overige twee kinderen te vernietigen met het beroep op pauliana. De enkele opmerking van het derde kind dat moeder “mogelijk” paulianeus gehandeld heeft, is niet voldoende om moeder te verplichten om het derde kind inzage te geven in haar financiële situatie. Vader heeft immers gewild dat moeder vrij over zijn nalatenschap kon beschikken.

Nu het derde kind geen inzage heeft in de financiën, heeft zij niet kunnen aantonen dat er sprake is van een voldoende concrete kans op benadeling. De omstandigheid dat moeder onroerend goed aan de twee kinderen geschonken heeft, is onvoldoende om aan te nemen dat daardoor haar vermogen dusdanig geslonken is dat zij het erfdeel van het derde kind niet meer kan betalen.

Tenslotte heeft het derde kind evenmin de wetenschap van moeder van de vermeende benadeling aangetoond.

De rechtbank heft het door het derde kind gelegde beslag daarom op en laat de schenkingen van moeder aan de overige twee kinderen in stand.

Mogelijkheden

Het oordeel van de rechtbank zou mogelijk anders kunnen zijn, wanneer aangetoond kan worden dat moeder het onroerend goed heeft geschonken tegen een niet-marktconforme waarde. Zie hierover mijn eerdere blog.

Ook kan het in een voorkomend geval zinvol zijn om een beroep te doen op de legitieme portie.

Mocht je hier mee te maken krijgen en heb je vragen over jouw mogelijkheden, dan kijken wij graag met je mee.

BG.legal