Wat moet ik doen als ik te maken krijg met een internationale nalatenschap?

30 sep 2019

We worden met z’n allen reislustiger. Het komt dan ook steeds vaker voor dat familieleden naar het buitenland verhuizen of dat familieleden een woning of andere goederen (zoals een bankrekening) in het buitenland hebben. Maar wat nu als dat familielid overlijdt en jij zijn of haar erfgenaam bent? Hoe moet je deze nalatenschap met internationale aspecten dan afwikkelen? Welk recht is überhaupt van toepassing? Kun je hiervoor bij de Nederlandse rechter terecht?

Hieronder bespreek ik een aantal scenario’s met daarbij een stappenplan over hoe te handelen bij een internationale nalatenschap.

Testament

De eerste vraag die beantwoord moet worden, is of de overledene een testament had. Het is namelijk mogelijk om zelf een rechtskeuze in je testament te maken. Je kunt dan kiezen welk recht van toepassing is op jouw nalatenschap en zelfs welke rechter bevoegd is om eventuele geschillen over jouw nalatenschap te beslechten. Zo’n rechtskeuze is leidend. Heeft de overledene dus een rechtskeuze in zijn of haar testament gemaakt, dan moet deze keuze worden gevolgd.

Het wordt lastiger als de overledene geen rechtskeuze heeft gemaakt. Dan moeten de erfgenamen namelijk zelf zien te achterhalen welk recht van toepassing is en welke rechter eventueel bevoegd zou zijn.

De Erfrechtverordening

Op 17 augustus 2015 is de Erfrechtverordening in werking getreden. De meeste Europese landen hebben zich hierbij aangesloten. Deze verordening regelt welk recht van toepassing is op de gehele nalatenschap en welke rechter bevoegd is om beslissing te nemen over de nalatenschap.

Het toepassingsgebied van de Erfrechtverordening is groot. Zij is namelijk van toepassing op de erfopvolging in de nalatenschappen van overleden personen.[1] Krijg je te maken met een nalatenschap, dan is de kans heel groot dat deze verordening van toepassing is op die nalatenschap. Hieronder bespreek ik wat deze verordening vervolgens bepaalt over het toepasselijke recht en de bevoegde rechter.

Let op: het toepasselijke recht en de bevoegde rechter hoeven niet van dezelfde lidstaat te zijn. De uitkomst kan bijvoorbeeld zijn dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar het Belgisch recht van toepassing is. Om die reden behandel ik deze onderwerpen hieronder ook afzonderlijk.

Het toepasselijk recht

Het recht van de staat waar de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats had, is van toepassing op de gehele nalatenschap[2]. Let op: het begrip van “gewone verblijfplaats” is iets anders dan de formele woonplaats van de overledene. De gewone verblijfplaats is het centrum van het maatschappelijk leven. Het komt met name aan op de duur, de regelmatigheid en de redenen van verblijf van de overledene op een bepaalde plek. Heel vaak stemt deze plek natuurlijk wel overeen met de formele woonplaats van iemand.

Het recht is dus van toepassing op de gehele nalatenschap en daarmee op al haar onderdelen. Verbleef de overledene dus in België, maar heeft zij ook een huis in Nederland en een bankrekening in Duitsland? Dan is het Belgisch recht van toepassing op zijn of haar gehele nalatenschap, en dus ook op het huis in Nederland en de bankrekening in Duitsland.

Let op: als een land niet is aangesloten bij de Erfrechtverordening[3], dan gelden mogelijk andere regels. Het is dus altijd van belang om te controleren of een land waar de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, is aangesloten bij de Erfrechtverordening. Indien dat niet het geval is, moet bekeken worden wat in dat land de regels zijn over het toepasselijke recht op een nalatenschap.

Bevoegde rechter

Het uitgangspunt is dat de rechter van de lidstaat waar de overledene op het tijdstip van overlijden zijn of haar gewone verblijfplaats had, bevoegd is om uitspraak te doen over de gehele nalatenschap[4]. In afwijking van het artikel over het toepasselijke recht, wordt in dit artikel het woord “lidstaat” opgenomen, in plaats van “staat”. Dat betekent dat dit artikel alleen geldt indien de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats had in één van de lidstaten die aangesloten zijn bij de verordening.

Geen gewone verblijfplaats maar wel goederen in een lidstaat

Maar welke rechter is bevoegd als de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats niet in een lidstaat had? In deze gevallen bepaalt de verordening dat een lidstaat waar de goederen van de nalatenschap zich bevinden toch bevoegd kan zijn om uitspraak te doen over de gehele nalatenschap. Dit is enkel het geval wanneer 1) de overledene op het tijdstip van overlijden de nationaliteit van die lidstaat had of 2) de overledene zijn vorige gewone verblijfplaats in deze lidstaat had en dat niet langer dan vijf jaar geleden is.[5]

Indien niet voldaan kan worden aan één van de twee voorwaarden, dan is de lidstaat waar de  goederen van de nalatenschap zich bevinden bevoegd om over die goederen te beslissen.

Conclusie

De afwikkeling van nalatenschappen met internationale aspecten is vaak lastig.  De Erfrechtverordening creëert in veel gevallen meer duidelijkheid. Soms kan dit leiden tot lastige combinaties. Het recht van het ene land (bijvoorbeeld België) kan van toepassing zijn, terwijl de Nederlandse rechter bijvoorbeeld bevoegd is om over de nalatenschap te beslissen. Je kunt dan gewoon hier naar de rechter, maar de rechter zal haar oordeel moeten vellen naar Belgisch recht.

Wil je weten welk recht van toepassing is op de nalatenschap waar jij mee te maken krijgt? En wil je bespreken wat jouw mogelijkheden zijn? Neem dan gerust contact met mij op.

Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar

[1] Artikel 1 ErfVo

[2] Artikel 21 ErfVo

[3] Alle landen die deel uitmaken van de Europese Unie zijn aangesloten bij de Erfrechtverordening, met uitzondering van Denemarken, Verenigd Koninkrijk en Ierland.

[4] Artikel 4 ErfVo.

[5] Artikel 10 lid 1 ErfVo.

Anne van der Steen