"Wat wil je worden als je later groot bent?"

31 mei 2021

Advocaat worden, een lange diepgewortelde wens? Nee, zeker niet. Maar zagen anderen het altijd al een beetje in me? Ja, zeker wel.

Wie kent ze niet? De vriendenboekjes van vroeger. Vol enthousiasme beantwoordde je allerlei vragen over je zelf. Welke kleur ogen heb je? Heb je broertjes of zusjes? En natuurlijk ook: wat wil je later worden? Laatst kreeg ik de pagina over mezelf van een vriendinnetje van vroeger onder ogen. “Poes” had ik opgeschreven bij die laatste vraag. De fantasie was er al. Het realisme kwam wat later.

Ik herinner me nog allerlei fantasieën van vroeger over wat ik later zou worden. Dolfijnentrainer, juffrouw, kapper. Advocaat kwam nooit in dat rijtje voor.

Ook niet toen ik op de middelbare school zat. Binnenhuisarchitect wilde ik worden. Huizen inrichten. Ruimtes mooier maken. Daar lag mijn passie, dacht ik.

Ondertussen gaf mijn leraar Nederlands mij de tip om rechten te gaan studeren. Ik kon “zo overtuigend spreken”, vond hij. Die tip heb ik net wat anders benut, door een betoog te schrijven aan mijn ouders toen ik niet naar een festival mocht op mijn vijftiende. Netjes zoals ik het geleerd had in de les, met een kop en staart en in de kern drie argumenten voor en één argument tegen, wat ik vervolgens heb ontkracht. Na ontvangst en lezing van het betoog, kreeg ik van mijn ouders alsnog toestemming om naar het festival te gaan. Ze geven eerlijk toe niets te kunnen inbrengen tegen mijn argumenten op papier over waarom ik wel naar dat festival zou kunnen gaan.

Langzaam daalde het besef: “ik ben hier goed in”. Na mijn overtuigingskracht her en der nog voor wat privé kwesties ingezet te hebben, met louter positief resultaat, heb ik de openingsdagen van diverse faculteiten rechtsgeleerdheid bezocht. Ik werd enorm enthousiast over die studie. En zo is het avontuur begonnen.

Nog steeds geniet ik iedere dag van mijn baan! Ik vind het heerlijk om met behulp van de juiste argumentatie het hoogst haalbare resultaat te behalen voor mijn cliënten en dus indirect ook voor mezelf. Het is net een sport. Mijn fantasie gebruik ik nog steeds, door een oplossing te zoeken waar er geen lijkt te zijn of een alternatief te bedenken, waar de cliënt zelf nog niet aan had gedacht. En natuurlijk is het ook de taak van een advocaat om onze cliënten erop te wijzen als wij wat minder kansen zien dan zij gehoopt hadden, om onze cliënten zo voor een teleurstelling te behoeden. Maar zoals iedere atleet, wil een advocaat ook het liefst winnen. Die kracht en dat enthousiasme maakt ons vak zo mooi!