De WNT: Wat verandert er voor de topfunctionaris in de zorg vanaf 2016?

21 jan 2016

 

Aangescherpt bezoldigingsmaxima voor topfunctionarissen in loondienst
De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipubliek sector (WNT), die op 1 januari 2013 in werking is getreden, is sedertdien al herhaaldelijk aangepast;  per 1 januari nog met de zogenaamde WNT2. Deze WNT2 hield een verdere aanscherping in van het maximum dat de in de WNT bedoelde ‘topfunctionarissen’ mochten verdien, namelijk maximaal Euro 178.000,= (was voordien Euro 230,474,=).

Omdat de minister deze aanscherping voor de zorg te snel vond gaan en men het niet redde om voor 1 januari 2015 de klassenindeling vast te stellen conform WNT2, bleef voor de zorg in 2015 de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector van toepassing die gold in 2014.

Op basis van de in deze Regeling beschreven vragen met verschillende antwoorden waaraan punten waren verbonden, moesten de zorgstellingen ook nog in 2015, vaststellen in welke klasse zij vielen. Het uit de beantwoording resulterende aantal punten én de omzet van de zorginstelling bepaalde de klasse waarin de zorginstelling viel. De Regeling kent de klasse A tot en met J, waarbij een maximum beloning behoort van Euro 85.590,= tot Euro 229,043,=.

Inmiddels is de nieuwe Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp, op grond waarvan per 1 januari 2016 een nieuwe klasseindeling voor de zorg gaat gelden, een feit. Op basis van enigszins aangepaste criteria worden de zorginstellingen vanaf deze datum ingedeeld in vijf klassen, I tot en met V met bijbehorende bezoldigingsmaxima. Deze lopen op van Euro 98.000,= tot maximaal Euro 179.000,=. Dit laatste bedrag is gelijk aan het algemeen voor de WNT geldende bezoldigingsmaximum per 1 januari 2016.

De bezoldiging van topfunctionarissen,  waarmee in 2016 afspraken worden gemaakt, moet direct voldoen aan het bezoldigingsmaximum behorend bij de klasseindeling van de specifieke instelling.

Voor topfunctionarissen met wie voor deze laatste datum bezoldigingsafspraken zijn gemaakt geldt overgangsrecht.

Daarnaast kent de WNT diverse soorten uitzonderingsverzoeken op de normen.

Wijziging bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking (interimmers)
Op dit moment geldt nog – in het kort –  dat voor een interimmer (topfunctionaris zonder dienstbetrekking) de eerste 6 maanden binnen een periode van 18 maanden de WNT niet van toepassing is. Indien de interimmer na de eerste 6 maanden in dezelfde functie blijft werken voor dezelfde instelling, gaat het voor de instelling geldende bezoldigingsmaximum gelden.

Vanaf 1 januari 2016 gaat er voor de interimmer het eerste jaar een vaste normering gelden. De normering valt in twee delen uiteen. In de eerste 6 maanden van functievervulling door de interimmer, mag de interimmer maximaal Euro 144.000,= (Euro 24.000,= per maand)  aan bezoldiging ontvangen. De tweede periode van 6 maanden is dit maximaal Euro 108.000,=  (Euro 18.000,= per maand). In totaal mag het eerste jaar dus Euro 252.000,= (exclusief BTW) worden betaald. Onverminderd deze bezoldigingsmaxima, geldt dat de interimmer en de zorginstelling in genoemde perioden geen bezoldiging mogen afspreken die meer bedraagt dan Euro 175,= per uur. Vanaf de 13e maand geldt ook voor de interimmer de normering zoals die volgt uit de WNT (het voor de instelling geldende bezoldigingsmaximum). Wederom is hier weer overgangsrecht van toepassing. Als gevolg hiervan geldt dat een hogere bezoldiging die is afgesproken vóór 1 januari 2016 voor de eerste helft van 2016 is toegestaan.

Yvonne Litjens