De deur staat op een kier: auteursrecht voor AI-werken?


In een eerdere blog stond de vraag centraal of AI-gegenereerde output überhaupt voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking kon komen.[1] Tot dan toe waren er nog geen uitspraken in de Europese Unie gewezen over dit onderwerp. Een recente uitspraak van het Amtsgericht München laat zien dat het antwoord minder zwart-wit is dan vaak wordt gedacht.[2] De rechter wijst bescherming in de voorliggende zaak af, maar sluit auteursrecht voor AI-output nadrukkelijk niet uit. Sterker nog: hij formuleert een toets die ruimte laat, mits de menselijke creatieve keuzes het eindresultaat concreet en aantoonbaar domineren. In deze blog wordt het vonnis van de Duitse rechter nader toegelicht.
Oordeel rechtbank
In de zaak ging het om drie logo’s die met behulp van generatieve AI waren gemaakt. De gebruiker had via prompts instructies gegeven en gebruikte de uitkomsten op zijn website. Toen een derde partij de logo’s overnam, beriep hij zich op auteursrecht. De logo’s zien er als volgt uit:
De rechtbank oordeelde echter dat geen sprake was van een beschermd werk in de zin van het Duitse auteursrecht. Daarbij werd aansluiting gezocht bij de vaste Europese maatstaf: een werk is beschermd als het een eigen intellectuele schepping is waarin de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking komt door vrije en creatieve keuzes. Toegepast op AI betekent dit dat bescherming alleen denkbaar is als, ondanks het softwaregestuurde proces, voldoende menselijke scheppende invloed zichtbaar is in het resultaat.
Volgens de rechtbank moet het prompten zó bepalend zijn dat de menselijke creatieve keuzes het eindresultaat objectief herkenbaar hebben beïnvloed. De AI moet juridisch gezien meer weg hebben van een hulpmiddel dan van een zelfstandig scheppingsinstrument. Louter algemene instructies (“modern”, “minimal”, “original”), het doorlopen van meerdere bewerkingsrondes of het selecteren van een van de gegenereerde varianten is onvoldoende. Ook tijdsinvestering of het gebruik van een premiumversie speelt geen rol: auteursrecht beschermt geen inspanning, maar creatieve originaliteit.
In de voorliggende zaak oordeelde de rechter dat de gebruiker vooral werkte met algemene, resultaat-open aanwijzingen en technische correcties. De wezenlijke vormgevingskeuzes lagen bij de AI. Daarmee ontbrak een voldoende dominante menselijke scheppende invloed.
Conclusie
De uitspraak laat dus een duidelijke mogelijkheid open: AI-output zou in potentie wél beschermd zijn, maar alleen als kan worden aangetoond dat de menselijke creatieve keuzes de output concreet, objectief herkenbaar en overheersend domineren. De bewijslast ligt bij degene die zich op auteursrecht beroept. De discussie verschuift daarmee van de vraag óf AI wordt gebruikt naar de vraag wie het creatieve proces daadwerkelijk beheerst en of dat overtuigend kan worden onderbouwd.
Heeft u vragen over AI en auteursrecht? Of vragen over het auteursrecht in het algemeen? Neem contact op met een van onze specialisten.
Britt van den Branden
