Blog

Geen verhuurder, toch overtreder

Geen verhuurder, toch overtreder
Gepubliceerd 01 sep. 2026
Geen verhuurder, toch overtreder
Relevante aandachtsgebieden
Relevante expertises
Relevante onderwerpen

Het overtredersbegrip is in de praktijk vaak minder eenvoudig dan het lijkt. Niet altijd is degene die de verboden handeling verricht ook de enige partij die daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. In een recente uitspraak over de huisvesting van arbeidsmigranten op een recreatiepark stond daarom de vraag centraal of een uitzendbureau als overtreder kon worden aangemerkt. De rechtbank Noord-Nederland geeft daarbij een duidelijke toepassing van het leerstuk van functioneel daderschap en laat zien hoe ver het overtredersbegrip kan reiken.

Het geschil 

Deze uitspraak gaat over de huisvesting van arbeidsmigranten op een recreatiepark. Eiseres 1 huurt recreatiebungalows en groepsverblijven en stelt deze ter beschikking aan arbeidsmigranten. Eiseres 2 is een uitzendbureau dat haar werknemers huisvesting garandeert en hen daarvoor in contact brengt met eiseres 1. Het gebruik van de recreatieaccommodaties voor de huisvesting van arbeidsmigranten is in strijd met de op het perceel rustende recreatiebestemming. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarom aan beide ondernemingen een last onder dwangsom opgelegd. In beroep staat met name de vraag centraal of eiseres 2 als overtreder kan worden aangemerkt. Volgens het college speelt het uitzendbureau een bepalende rol bij de huisvesting van de arbeidsmigranten. Eiseres 2 betwist dit en stelt dat de arbeidsmigranten zelfstandig een huurovereenkomst sluiten met eiseres 1. De rechtbank moet daarom beoordelen of de overtreding aan het uitzendbureau kan worden toegerekend. 

Oordeel van de rechtbank 

De rechtbank stelt voorop dat niet alleen degene die een overtreding zelf pleegt als overtreder kan worden aangemerkt. Ook een partij die niet zelf handelt, maar wel nauw betrokken is bij de overtreding, kan daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Voor die beoordeling sluit de rechtbank aan bij het zogenoemde Drijfmest-arrest van de Hoge Raad. Daaruit volgt dat moet worden gekeken of de verboden gedraging heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon.

Volgens de rechtbank is dat hier het geval. Het uitzendbureau garandeert huisvesting aan zijn werknemers en brengt hen daarvoor in contact met eiseres 1. De huisvesting van arbeidsmigranten maakt daarmee onderdeel uit van de normale bedrijfsvoering van het uitzendbureau. Daarnaast heeft het uitzendbureau er belang bij dat werknemers via haar aan woonruimte kunnen komen, omdat dit het aantrekken van buitenlandse arbeidskrachten vergemakkelijkt. Uit de toezichtrapporten blijkt bovendien dat het uitzendbureau een belangrijke rol speelde bij de huisvesting op het recreatiepark. Zo bepaalde zij het huisvestingsbeleid en was zij betrokken bij de betaling van de huisvestingskosten. De rechtbank vindt daarom dat het uitzendbureau meer was dan een gewone werkgever. Het speelde een actieve en bepalende rol bij de totstandkoming van de illegale woonsituatie. Daarbij weegt mee dat het uitzendbureau de overtreding had kunnen voorkomen door de arbeidsmigranten onder te brengen op een locatie waar bewoning wel was toegestaan. Omdat de verboden situatie nauw samenhing met de bedrijfsvoering van het uitzendbureau, kon de overtreding aan haar worden toegerekend. Het college mocht het uitzendbureau daarom aanmerken als overtreder.

Jurisprudentie

De rechtbank sluit aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak sinds 31 mei 2023. Bij de beoordeling van overtrederschap wordt sindsdien aangesloten bij het strafrechtelijke leerstuk van functioneel daderschap. Daarbij staat centraal of de verboden gedraging aan de rechtspersoon kan worden toegerekend en heeft plaatsgevonden in haar sfeer.

Deze benadering zien we ook terug in recentere jurisprudentie. Zo oordeelde de Afdeling op 11 maart 2026 dat een rechtspersoon als overtreder kon worden aangemerkt, ondanks dat de verboden gedraging niet door haarzelf fysiek was verricht. Ook de rechtbank Noord-Holland paste in haar uitspraak van 28 mei 2026 de criteria voor functioneel daderschap toe. Zij concludeerde dat de overtreding aan de betrokkene kon worden toegerekend. De onderhavige uitspraak bevestigt dat voor overtrederschap niet altijd doorslaggevend is wie de verboden handeling feitelijk verricht. Ook een partij die een actieve en bepalende rol speelt bij het ontstaan of voortbestaan van een verboden situatie kan onder omstandigheden als overtreder worden aangemerkt.

Concluderend 

Met deze uitspraak laat de rechtbank zien dat overtrederschap verder kan reiken dan degene die de verboden handeling feitelijk verricht. Ook een partij die een actieve en bepalende rol speelt bij het ontstaan van een illegale situatie kan onder omstandigheden als overtreder worden aangemerkt. Voor de beoordeling daarvan zoekt de bestuursrechter nadrukkelijk aansluiting bij de criteria voor functioneel daderschap uit het Drijfmest-arrest.

Contactformulier