Jellycat versus TK Maxx: waar ligt de grens tussen inspiratie en modelrechtinbreuk?


Schattige knuffels van een honkbal, taart of tafeltennisbatje met kleine oogjes en een lachend mondje: het is inmiddels een herkenbare stijl. Maar betekent het bestaan van zo'n stijl dat iedereen vergelijkbare producten mag maken? De rechtbank Den Haag boog zich in een kortgeding van 30 september 2026 over die vraag in een zaak tussen Jellycat en TJX Nederland, de onderneming achter TK Maxx. Jellycat stelde onder meer dat bij TK Maxx verkochte knuffels van Linzy Toys inbreuk maakten op haar modelrechten. De rechter gaf Jellycat gelijk.
De uitspraak is interessant voor ontwerpers, producenten én retailers. Want waar houdt inspiratie op en begint modelrechtinbreuk?
Jellycat versus Linzy Toys
Jellycat is onder meer bekend van de zogenoemde Amuseables: knuffels waarbij alledaagse voorwerpen worden voorzien van menselijke kenmerken, zoals ogen, een mond, armen en benen. In deze zaak draaide het om drie geregistreerde modellen van Jellycat: een honkbal, een regenboogtaart en een tafeltennisbatje.



Bij TK Maxx werden knuffels van Linzy Toys verkocht die eveneens een honkbal, regenboogtaart en tafeltennisbatje voorstelden, voorzien van gezichtjes en ledematen.

Jellycat stelde dat TJX Nederland met de verkoop van deze knuffels inbreuk maakte op de modelrechten van Jellycat. Volgens TJX Nederland kon Jellycat echter geen ruime bescherming claimen. Dergelijke vermenselijkte voorwerpen passen namelijk binnen de al langer bestaande kawaii-stijl: een cartoonachtige vormgeving waarbij alledaagse voorwerpen worden voorzien van bijvoorbeeld gezichtjes, armen of benen.
Kan een bestaande stijl worden beschermd door modelrecht?
Een belangrijk punt uit de uitspraak is dat het bestaan van een bepaalde stijl modelrechtelijke bescherming niet uitsluit.
Voor bescherming moet een model onder meer nieuw zijn en een eigen karakter hebben. Bij dat eigen karakter wordt gekeken of het model bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan oudere modellen.
TJX Nederland wees daarvoor op verschillende bestaande ontwerpen. De rechter oordeelde echter dat de specifieke vormgeving van de Jellycat-modellen niet in één eerder model was terug te vinden. Daarbij benadrukte de rechter dat het niet is toegestaan om verschillende oudere modellen als een soort puzzel te combineren tot één fictief ouder model. Dit wordt ook wel het verbod op mozaïeken genoemd.
Ook binnen een bestaande stijl kan een concrete vormgeving dus voldoende onderscheidend zijn om voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking te komen.
Hoe ruim is de modelrechtelijke bescherming van Jellycat?
Dat Jellycat geldige modelrechten heeft, betekent niet dat Jellycat daarmee iedere schattige knuffel van een gebruiksvoorwerp kan tegenhouden. De rechter stelt expliciet vast dat voor de registratie van de Jellycat-modellen al figuren bestonden waarbij een gebruiksvoorwerp als lichaam werd gecombineerd met menselijke kenmerken. De basisvorm van bijvoorbeeld een honkbal of taart kan bovendien niet worden gemonopoliseerd.
De beschermingsomvang van de modellen is daarom beperkt. Volgens de rechtbank draait het vooral om de combinatie van het specifieke gebruiksvoorwerp, de toegevoegde menselijke kenmerken en de onderlinge maatverhoudingen. Uiteindelijk is de bescherming beperkt tot ontwerpen die vrijwel identiek zijn.
Opvallend is dat Jellycat de modellen in zwart-wit had geregistreerd. Daardoor konden kleuren en materialen niet worden meegewogen bij de modelrechtelijke vergelijking. De uitspraak laat daarmee zien dat de wijze waarop een model wordt geregistreerd van invloed kan zijn op de beschermingsomvang.
Dat onderscheid is belangrijk: een stijl of trend is niet als zodanig beschermd, maar een concrete uitwerking daarvan kan dat wel zijn.
Waarom maken de Linzy-knuffels toch inbreuk?
Ondanks de beperkte beschermingsomvang vond de rechter dat de Linzy-knuffels te dicht bij de modellen van Jellycat kwamen. Volgens de rechtbank waren zoveel kenmerken herkenbaar overgenomen dat de Linzy-knuffels geen andere algemene indruk wekken. De rechter keek daarbij onder andere naar de combinatie van dezelfde gebruiksvoorwerpen, de kleine zwarte ogen en het streepjesmondje en de verhoudingen tussen het gezicht en het onderliggende voorwerp.
Kleine verschillen waren onvoldoende. Dat de Linzy-honkbal bijvoorbeeld benen heeft en die van Jellycat niet, veranderde de algemene indruk volgens de rechter niet. Hetzelfde gold voor kleinere verschillen bij de andere producten.
Het argument dat beide producten simpelweg voortbouwen op dezelfde kawaii-stijl hielp TJX Nederland daarom niet. Een bestaande stijl sluit modelrechtelijke bescherming van een concrete vormgeving niet uit. Nu de rechter voorshands uitging van geldige modelrechten, was het aan TJX Nederland om met de Linzy-knuffels voldoende afstand te houden van de beschermde Jellycat-modellen. Volgens de rechtbank was die afstand er niet.
Wat kunnen ontwerpers en retailers hiervan leren?
De uitspraak maakt duidelijk dat de grens tussen inspiratie en inbreuk niet uitsluitend wordt bepaald door losse kenmerken. Drie lessen springen eruit:
Een bestaande stijl is geen vrijbrief. Ook binnen een bekende trend kunnen individuele ontwerpen modelrechtelijk beschermd zijn.
De totaalindruk is doorslaggevend. Enkele kleine verschillen zijn niet automatisch voldoende om modelrechtinbreuk te voorkomen.
Ook retailers moeten opletten. De procedure was gericht tegen TJX Nederland als verkoper van de Linzy-producten. De rechter heeft TJX Nederland bevolen de modelrechtinbreuk in de gehele Europese Unie te staken en informatie te verstrekken over leveranciers, professionele afnemers, aantallen en voorraden. Aan de bevelen is een dwangsom verbonden van maximaal € 100.000.
Inspiratie of inbreuk?
De zaak tussen Jellycat en TJX Nederland laat vooral zien dat een populaire ontwerpstijl niet door één partij kan worden toegeëigend. Maar wie een product ontwerpt of verkoopt binnen zo'n bestaande stijl, moet nog steeds voldoende afstand houden van concrete beschermde modellen.
De scheidslijn tussen inspiratie en modelrechtinbreuk zit daardoor vaak niet in een afzonderlijk detail. Het gaat om het totaalbeeld: welke algemene indruk maakt het nieuwe ontwerp ten opzichte van het beschermde model?
Voor ontwerpers, producenten en retailers is het daarom verstandig om niet alleen te kijken of afzonderlijke elementen al op de markt voorkomen, maar juist naar de combinatie van kenmerken en de algemene indruk van het eindproduct.
Britt van den Branden
