Modelrecht bij babyproducten: wanneer is productvormgeving beschermd?


Het modelrecht speelt een belangrijke rol bij productvormgeving. Dat geldt zeker ook bij baby- en kinderproducten, waar veiligheid, comfort en techniek vaak samenkomen met design. Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag over oorkappen voor kinderen laat zien hoe nauwkeurig moet worden gekeken naar de vraag welke vormgevingselementen daadwerkelijk voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komen.1
Waar ging de zaak over: gehoorbescherming voor kinderen?
In deze zaak stond een geschil centraal over de vormgeving van oorkappen voor baby’s. Alpine beriep zich op modelrechten en stelde dat het product van Loop dezelfde algemene indruk wekte. Volgens haar waren niet alleen afzonderlijke onderdelen vergelijkbaar, maar kwam ook het totaalbeeld van de oorkappen te dicht in de buurt van het beschermde model.
De discussie draaide daarmee niet alleen om de vraag of bepaalde onderdelen op elkaar leken, maar vooral om welke kenmerken meetellen bij de modelrechtelijke vergelijking en welke kenmerken zuiver technisch zijn bepaald.
Wanneer biedt het modelrecht bescherming?
Het modellenrecht beschermt de uiterlijke verschijningsvorm van een product, voor zover deze nieuw is en een eigen karakter heeft. Die bescherming ziet dus op het design, niet op technische ideeën of functionele oplossingen als zodanig. Kenmerken die uitsluitend door een technische functie worden bepaald, horen buiten beschouwing te blijven.
De rechtbank keek daarom naar de ontwerpvrijheid van de maker en naar de totaalindruk die de producten bij de geïnformeerde gebruiker wekken. Daarbij is niet doorslaggevend of er enkele verschillen zijn aan te wijzen. Het gaat om het totaalbeeld van het product, bezien tegen de achtergrond van de bestaande vormgeving op de markt.
Hoe beoordeelde de rechtbank de gestelde modelrechtinbreuk?
De rechtbank ging voorlopig uit van de geldigheid van het Alpine-model. Bij de inbreukvraag stond vervolgens centraal of de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker – in dit geval ouders van baby’s en jonge kinderen – dezelfde algemene indruk wekt als het Alpine-model.
De door Alpine aangevoerde hoekstand tussen hoofd- en nekband werd buiten de vergelijking gelaten, omdat deze volgens de rechtbank uitsluitend technisch bepaald is. Die hoekstand is bedoeld om druk op de fontanel en schedel te vermijden en te voorkomen dat de oorkappen afglijden. Daarna keek de rechtbank naar de overige vormgevingselementen. De Loop Cocoon week onder meer af in de vorm van de oorkappen, de verbindingsstukken, de oorkussens en de verstelbaarheid van de hoofdbanden. Die verschillen waren volgens de rechtbank zo groot dat zij de geïnformeerde gebruiker niet zullen ontgaan. De rechtbank oordeelde daarom dat geen sprake was van modelrechtinbreuk.
Wat betekent deze uitspraak voor ontwerpers, producenten en retailers?
De uitspraak laat zien dat modelrecht bij productvormgeving vaak draait om nuance. Bij babyproducten en kinderproducten lopen techniek, veiligheid, comfort en design nauw door elkaar. Voor ontwerpers en producenten is het daarom verstandig om al tijdens de productontwikkeling rekening te houden met de vraag welke elementen functioneel zijn en welke keuzes juist onderscheidend design opleveren. Ook voor retailers is dit relevant: wanneer een product sterk lijkt op een bestaand ontwerp, kan een geschil tussen fabrikant en concurrent gevolgen hebben verderop in de keten. Een analyse vooraf helpt bij de vraag of modelregistratie zinvol is en bij de beoordeling van mogelijke risico’s ten opzichte van bestaande producten op de markt.
Voor ondernemingen die investeren in productontwikkeling blijft het dus belangrijk om niet alleen aandacht te besteden aan innovatie, maar ook aan een doordachte beschermingsstrategie.
Twijfelt u of uw productvormgeving voldoende beschermd is, of wilt u risico’s bij een vergelijkbaar product beoordelen? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.
Britt van den Branden
