
Op 27 mei 2026 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in een kort geding dat de speelgoedsector, maar ook elke ontwerper van verpakkingen, lifestyle-producten en consumentengoederen, goed in de gaten zou moeten houden. Moose c.s., de Australisch-Britse speelgoedonderneming achter het populaire slime-product GUI GUI, sleepte de Nederlandse groothandel UP International voor de rechter wegens inbreuk op haar modelrechten, merkrechten en auteursrechten. De uitkomst is genuanceerd en daarin zit precies de les.
Wat speelde er?
Moose c.s. brengt een dubbelwandig potje op de markt – het GUI GUI-product – en heeft de vorm van dat potje laten registreren als Uniemodel. In augustus 2025 kondigde UP via LinkedIn aan dat zij een vrijwel identiek slime-product zou introduceren onder de naam Glossy Goo. Moose c.s. stapte naar de rechter en vorderde een EU-breed verbod op basis van zowel model-, merk- als auteursrechten en slaafse nabootsing.
Het modelrecht
UP voerde aan dat het Moose-Model nietig was: de markt voor potten en potjes – van cosmeticaflessen tot slagroomverpakkingen – zou al zo druk bezet zijn dat het model geen eigen karakter kon hebben. De rechter verwierp dit verweer.
Beslissend was de specifieke combinatie van kenmerken: rechte buitenwanden in combinatie met een afgeronde onderkant, de evenwijdige belijning en de karakteristieke verhouding tussen binnenpotje, buitenpotje en deksel. Geen van het door UP aangedragen vormgevingserfgoed vertoonde precies die combinatie. De rechtbank bevestigde ook dat in een vol ontwerpveld, een sector waar veel varianten al bestaan, kleine verschillen eerder al leiden tot een andere algemene indruk, en dat diezelfde logica in het voordeel van de modelhouder kan werken.
De Glossy Goo-potjes riepen bij de geïnformeerde gebruiker exact dezelfde algemene indruk op als het Moose-Model. Dat het Glossy Goo-potje uit drie onderdelen bestaat en het Moose-Model uit vier, maakte dat niet anders: zulke kleine, onopmerkelijke verschillen zijn onvoldoende om aan de modelinbreuk te ontkomen.
GUI GUI v. Glossy Goo
Op het merkrecht verloor Moose c.s. op alle fronten. De rechtbank vergeleek de merken GUI GUI en GO GLOW met de tekens Glossy Goo en Go Go, en concludeerde dat er geen verwarringsgevaar bestond. De enige gedeelde schakel tussen GUI GUI en Glossy Goo is de beginletter "g" — en dat is daarvoor simpelweg onvoldoende. Auditief klinkt "GUI GUI" (vier lettergrepen, met klankherhaling) wezenlijk anders dan "Glossy Goo" (drie lettergrepen, met een dominant bestanddeel "glossy"). Begripsmatig voegt "Glossy Goo" een eigen dimensie toe, glanzende slijm, die het merk GUI GUI niet heeft. De merkvorderingen werden integraal afgewezen.
Wat nu?
De rechtbank wees een EU-breed verkoopverbod toe op grond van het modelrecht. UP moest binnen 48 uur na betekening stoppen met iedere verhandeling van de Glossy Goo-producten in de gehele Europese Unie. Daarbovenop volgde een terugroepplicht richting professionele afnemers, een bewaarplicht voor resterende voorraad, een informatieplicht over aantallen en ketenpartners, en een proceskostenveroordeling.
Lessen voor jou als ontwerper of fabrikant?
Ten eerste: registreer je vormgeving. Het modelrecht gaf Moose c.s. een effectief en EU-breed handhavingsinstrument. De merk- en auteursrechtclaims strandden, maar de modelregistratie was voldoende voor een volledig verbod. Registratie hoeft bovendien geen kostbare exercitie te zijn. Een Uniemodelregistratie voor de Europese Unie kan relatief eenvoudig worden aangevraagd.
Ten tweede: een vol ontwerpveld is geen vrijbrief voor nabootsing. Het argument dat "er al zoveel potjes bestaan" werkte in deze zaak juist averechts. In een druk veld wegen kleine ontwerpverschillen zwaarder, niet lichter.
Ten derde: let op de kleur bij het deponeren. Omdat Moose c.s. het model in zwart-wit had gedeponeerd, vielen kleur en grafische elementen buiten de beschermingsomvang. De rechtbank overwoog hier specifiek:
“Ook kenmerk b, de ‘matte’, half-doorzichtige aard van de buitenpot, valt niet (voldoende) in het modeldepot terug te zien. […] Ook dit beperkt de beschermingsomvang van het Moose-Model.”
Dat beperkte de beschermingsomvang tot vrijwel identieke ontwerpen. Een bewuste keuze kan zijn, maar het is een keuze met consequenties.
Ten vierde: merk en model zijn geen communicerende vaten. Het is een reëel handhavingsrisico als je ervan uitgaat dat visuele gelijkenis in de productvorm automatisch ook merkinbreuk oplevert. De rechtbank toonde aan dat dat niet zo werkt.
Voor vragen over modelrechten, registratiestrategie of handhaving kun je contact opnemen met een van onze specialisten.
Contact met Mustafa KahyaMustafa Kahya
