
Op 25 augustus 2026 is een interessante uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland [ECLI:NL:RBMNE:2026:5802] gepubliceerd over de ontruiming in kort geding van een zorgbehoevende die overlast veroorzaakte. De rechter oordeelde dat het zorgelement overheerste waardoor de zorgbehoevende/huurder kon worden ontruimd. In dit blog lees je waarom.
Wat speelde er?
Zorgverlener bood tijdelijk begeleide huisvesting aan een zorgbehoevende op basis van een gecombineerde zorg- en huurovereenkomst. Na herhaalde ernstige overlast vanuit de woning – drugs en illegaal sekswerk– zegde de zorgverlener zowel de zorg- als de huurovereenkomst op.
De zorgverlener vorderde ontruiming van de woonruimte in kort geding.
De zorgbehoevende weigerde te vertrekken en voerde verweer.
De wet
Een woon-zorgovereenkomst combineert kenmerken van een huurovereenkomst en een overeenkomst van opdracht: een gemengde overeenkomst in de zin van artikel 6:215 BW. De hoofdregel is dat beide regimes zo veel mogelijk naast elkaar van toepassing zijn, tenzij zij onverenigbaar zijn of de aard van de overeenkomst zich daartegen verzet.
Waarom werd de ontruiming toegewezen?
Kortgezegd oordeelde de voorzieningenrechter dat de ontruiming gerechtvaardigd was omdat:
- de huur- en zorgovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en de zorgovereenkomst expliciet bepaalt dat het verblijfsrecht vervalt bij beëindiging van de zorgovereenkomst;
- de zorgverlener de zorgovereenkomst mocht opzeggen op grond van zwaarwichtige redenen: er waren voldoende concrete aanknopingspunten voor drugsgebruik, illegaal sekswerk en het verpakken van drugs in de woning;
- de overlast veroorzaakt door de bezoekers van de zorgbehoevende volledig aan de zorgbehoevende kan worden toegerekend;
- de zorgverlener zich herhaaldelijk had ingespannen om beëindiging te voorkomen maar dat dit niet had mogen baten;
- het belang van de zorgverlener en de omwonenden (leefbaarheid, veiligheid, samenwerking met hoofdverhuurder en doorstroom op de wachtlijst) zwaarder weegt dan het belang van de zorgbehoevende, ook gezien haar kwetsbare positie (dakloos en broze gezondheid).
De zorgbehoevende verbleef daarmee zonder recht of titel in de woning en diende deze binnen dertig dagen na betekening van het vonnis te verlaten.
Tips voor de praktijk:
- leg contractueel vast dat de huur- en zorgovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat het verblijfsrecht vervalt bij beëindiging van de zorgovereenkomst;
- beschrijf zowel in de zorgovereenkomst als in de huurovereenkomst dat kan worden opgezegd, dan wel kan worden ontbonden bij overlast zoals drugsgebruik en/of prostitutie. Zie bijvoorbeeld artikel 14.3 sub c van de algemene bepalingen ROZ 2025;
- beschrijf expliciet in de overeenkomst de feiten op basis waarvan het zorgelement overheerst.
Let op: uit vaste rechtspraak volgt dat in beginsel de huurder huurbescherming toekomt, tenzij het verzorgingselement overduidelijk overheerst, waarover we eerder een blog schreven. Of het zorgelement overduidelijk overheerst moet dus per individueel geval bekeken worden. Mika Veldhuis en Jody Esveldt staan voor u klaar om u hierin te begeleiden.