UPC Court of Appeal: vertrouwelijkheid moet vooraf worden beschermd en niet achteraf


In zijn beslissing van 18 maart 2026 heeft het Hof van Beroep van het UPC een duidelijke en praktische boodschap afgegeven aan procespartijen: wie informatie vertrouwelijk wil houden, moet handelen vóórdat deze wordt gedeeld.
De zaak betrof een hoger beroep van EOFlow tegen een beslissing van de Centrale Divisie in Milaan, waarin was geweigerd om bepaalde bedrijfsinformatie als vertrouwelijk aan te merken op grond van Rule 262.2 RoP. De informatie omvatte typische commercieel gevoelige gegevens zoals prijzen, contracten, facturen, omzetcijfers en interne communicatie. EOFlow voerde aan dat dit type informatie naar zijn aard vertrouwelijk is en daarom moet worden beschermd tegen publieke toegang.
Niet alle vertrouwelijkheidsinstrumenten zijn hetzelfde
Het Hof gebruikte deze zaak om een belangrijk onderscheid te verduidelijken dat in de praktijk vaak wordt miskend: het verschil tussen Rule 262 en Rule 262A RoP.
Rule 262.2 biedt partijen de mogelijkheid om te verzoeken dat bepaalde informatie vertrouwelijk blijft ten opzichte van het publiek. Dit verhindert echter niet dat de wederpartij deze informatie gebruikt of verder verspreidt. Die bescherming kan alleen worden bereikt via een bevel op grond van Rule 262A RoP, of via een expliciete afspraak tussen partijen.
Met andere woorden: Rule 262 ziet op publieke toegang, terwijl Rule 262A betrekking heeft op het beperken van het gebruik van informatie door de wederpartij.
Na onbeschermde openbaarmaking gaat vertrouwelijkheid verloren
Het meest opvallende aspect van de beslissing is het duidelijke standpunt van het Hof over wat er gebeurt wanneer informatie zonder waarborgen wordt gedeeld. Volgens het Hof verliest informatie haar vertrouwelijke karakter zodra zij zonder beperking aan de wederpartij wordt verstrekt.
Dit geldt ook wanneer de verstrekking niet vrijwillig plaatsvindt, maar voortvloeit uit een gerechtelijk bevel, zoals een verplichting tot informatieverstrekking in inbreukprocedures. Het Hof verwierp uitdrukkelijk het argument dat dergelijke verstrekking gepaard gaat met een “impliciete” beperking die het gebruik van de informatie door de wederpartij zou inperken.
Wat ging er mis voor EOFlow
De positie van EOFlow faalde uiteindelijk omdat zij de relevante informatie had gedeeld zonder enige beschermingsmaatregelen te treffen. Er was geen verzoek gedaan om een bevel op grond van Rule 262A RoP, en EOFlow had eerder zelfs aangegeven dat een dergelijke maatregel niet nodig was.
Op het moment dat EOFlow zich alsnog op Rule 262.2 beriep om de informatie te beschermen, was het te laat. Het Hof maakte duidelijk dat vertrouwelijkheid niet achteraf kan worden hersteld. Zodra informatie zonder beperking is gedeeld, wordt deze niet langer als vertrouwelijk beschouwd.
Dezelfde redenering gold voor informatie die in processtukken was opgenomen. Een later verzoek op grond van Rule 262.2 kan een eerdere, onbeperkte openbaarmaking niet ongedaan maken.
Ook schikkingsinformatie is niet automatisch beschermd
Het Hof keek ook naar informatie met betrekking tot een schikkingsovereenkomst, die in beginsel vertrouwelijk was. Bepaalde onderdelen daarvan waren echter al genoemd in een gepubliceerde beslissing.
Daardoor werden deze elementen geacht tot het publieke domein te behoren en konden zij niet langer als vertrouwelijk worden beschermd.
Waarom dit in de praktijk van belang is
Deze beslissing biedt een duidelijke procedurele les voor partijen die procederen voor het UPC. Vertrouwelijkheid wordt niet automatisch behouden en kan niet achteraf worden veiliggesteld. Zij moet actief worden gewaarborgd op het moment van openbaarmaking.
Vanuit processtrategisch perspectief betekent dit dat partijen voorafgaand aan het indienen van processtukken of het voldoen aan informatieverplichtingen zorgvuldig moeten beoordelen of bescherming onder Rule 262A RoP nodig is. Het uitsluitend vertrouwen op Rule 262.2 RoP is onvoldoende wanneer het doel is om het gebruik van informatie door de wederpartij te beperken.
De beslissing bevestigt bovendien dat er geen impliciete beperking bestaat op het gebruik van informatie die op grond van een gerechtelijk bevel is verstrekt. Bij gebreke van een Rule 262A-bevel of vergelijkbare beschermingsmaatregelen kan de ontvangende partij dergelijke informatie vrij gebruiken.
Voor procesadvocaten en gemachtigden is de kernboodschap duidelijk: vertrouwelijkheid moet vanaf het begin onderdeel zijn van de processtrategie. Het nalaten daarvan kan leiden tot een definitief verlies van bescherming, zelfs voor informatie die naar haar aard commercieel gevoelig is.
Contact met Magdaleen JoosteMagdaleen Jooste
