Schadevergoeding na vertraagde vlucht, technisch mankement ‘noodtoestand’?

18 jan 2016

 

Het is onder mensen die met regelmaat het vliegtuig pakken, inmiddels wel bekend dat een aanzienlijke vertraging een aardige financiële compensatie kan opleveren. Op basis van een Europese Verordening hebben passagiers van een vlucht die een vertraging ondervinden van vier uur, recht op compensatie van € 600,= per persoon. De luchtvaartmaatschappij is echter niet verplicht deze compensatie te bieden indien zij kan aantonen dat de annulering of vertraging het gevolg is van ‘buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden’. Het zal niet tot veel verbazing leiden dat luchtvaartmaatschappijen zich met regelmaat op deze uitzonderingsgrond beroepen. Op 8 januari van dit jaar heeft de rechtbank Rotterdam zich nog maar eens uitgelaten over de vraag of een – in de praktijk veel voorkomende aanleiding voor vertraging –  technisch mankement een beroep op deze grond rechtvaardigt.

Technisch probleem
Een technisch probleem kan onder de genoemde uitzonderingsgrond vallen. Er moet dan sprake zijn van een technisch probleem dat voortvloeit uit gebeurtenissen die niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij. Daarbij kan gedacht worden aan een verborgen fabricagefout of een beschadiging door sabotage of terrorisme. Met andere woorden: de luchtvaartmaatschappij heeft geen daadwerkelijke invloed op de oorsprong van  het technisch probleem. De luchtvaartmaatschappij zal moeten aantonen dat er sprake is van een dergelijke gebeurtenis.

Oordeel rechter
In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam beroept de luchtvaartmaatschappij zich op de uitzonderingsgrond met als argument dat er sprake was van een onverwacht veiligheidsprobleem, bestaande in een technisch mankement. Er zou een probleem zijn met de brandstoftoevoer naar de motor. Nu die onderdelen voor het incident nog waren gecontroleerd deed het probleem zich ook onverwacht voor.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de vliegmaatschappij niet heeft aangetoond dat het defect het gevolg is van een buitengewone omstandigheid. De rechtbank stelt dan vervolgens dat in zijn algemeenheid heeft te gelden dat een technisch probleem moet worden aangemerkt als inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij en er dus niet snel een beroep kan worden gedaan op de uitzonderingsgrond. Ook indien een luchtvaartmaatschappij heeft voldaan aan de voorgeschreven minimumvereisten voor onderhoud en veiligheid, betekent dat niet dat zij ‘alle redelijke maatregelen’ heeft genomen om het technisch probleem te voorkomen. De passagiers moeten dus worden gecompenseerd met € 600,= per persoon.

Conclusie
De regel is dat bij een vertraging van vier uur of meer een compensatie van € 600,= moet worden geboden. Slechts in uitzonderingsgevallen zal hier geen verplichting voor bestaan. De luchtvaartmaatschappij zal zich moeten beroepen op die uitzonderingsgrond en ook moeten bewijzen dat zich een dergelijke uitzonderingsgrond voordoet. Gelet op de rechtspraak zal een technisch mankement niet snel reden zijn om compensatie af te wijzen.