Wet normering topinkomens per 1 januari 2013 in werking

28 feb 2013

Nadat het wetsvoorstel al op 6 december 2011 was aangenomen door de Tweede Kamer, ging op 13 november 2012 ook de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector topinkomens [WNT]. De WNT is met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden.

Aan de wet lag de toenemende maatschappelijke verontwaardiging over de hoge salarissen en ontslagvergoedingen van bestuurders in de [semi]publieke sector ten grondslag. De huidige Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens [WOPT] komt als zelfstandige wet te vervallen, maar komt terug in de WNT als regime 3.

De WOPT kende enkel een openbaarmakingsverplichting van salarissen voor alle functionarissen in de [semi]publieke sector die boven een jaarlijks vast te stellen grens lagen [voor 2012 € 194.000,=], maar geen normering. De WNT gaat veel verder. Deze wet stelt ook daadwerkelijk grenzen aan de hoogte van zowel salarissen als afvloeiingsregelingen van topfunctionarissen in de [semi]publieke sector.

Topfunctionarissen zijn in het algemeen de bestuurders, toezichthouders, de hoogste ondergeschikten binnen een instelling en degenen die belast zijn met de dagelijkse leiding.

Er is sprake van drie regimes in de WNT.
In regime 1 mag de bezoldiging van een topfunctionaris niet hoger zijn dan 130% van het bruto ministersalaris. Deze zogenoemde WNT-norm bedraagt in 2013 in totaal
€ 228.599,= [€ 187.340 salaris, € 8.069,= onkostenvergoeding en € 33.190,= pensioenbijdrage werkgever]. Voor toezichthouders geldt een afwijkende norm van 5% [leden RvT of RvC] of 7,5% [voorzitter RvT of RvC] van de maximale bezoldiging die voor de instelling geldt.

Alle topfunctionarissen hebben bovendien hoe dan ook een individuele publicatieplicht, of zij nu meer of minder verdienen dan de norm. Ook gewezen topfunctionarissen die voor een instelling werkzaam blijven, vallen onder deze individuele openbaarmakingsplicht.

Dit beloningsregime geldt voor de gehele publieke sector en semipublieke instellingen als woningbouwcorporaties, zorginstellingen, het onderwijs, de publieke omroep en drinkwaterbedrijven.

Bij regime 2 stelt de minister voor een bepaalde sector een sectorale norm vast, de zogenaamde bezoldigingsnormering. Deze norm zal worden vastgesteld voor zorgverzekeraars.

Voor onder regime 1 en 2 vallende instellingen bepaalt de WNT mede dat het verstrekken van winstdelingen, bonussen of andere vormen van variabele beloning aan topfunctionarissen niet is toegestaan. Daarnaast geldt voor deze instellingen een verbod om met topfunctionarissen een ontslagvergoeding overeen te komen die meer bedraagt dan € 75.000,= dan wel één jaarsalaris zo dit lager is dan dit bedrag. Afwijkende afspraken zijn nietig. Dit mag ook niet worden omzeild door bijvoorbeeld de betrokkene langer op de loonlijst te laten staan, terwijl hij is vrijgesteld van werkzaamheden omdat de WNT het betalen van een bezoldiging terwijl de werknemer niet werkt [behoudens ziekte en vakantie] verbiedt.

Regime 3 betreft de openbaarmakingsplicht. Voor alle instellingen die onder het bereik van de WNT vallen, geldt een publicatieplicht. Op naam voor alle [gewezen] topfunctionarissen – ongeacht of hun bezoldiging boven of onder de norm valt – en op functie voor alle niet-topfunctionarissen indien hun bezoldiging boven hun bezoldigingsmaximum van regime 1 uitkomt.

Voor zittende topfunctionarissen geldt overgangsrecht. Beloningsafspraken die tot 6 december 2011 [datum dat het wetsvoorstel werd aangenomen in de Tweede Kamer] zijn overeengekomen blijven nog maximaal 4 jaar gelden. Vervolgens vindt stapsgewijs een afbouw plaats in 3 jaar tot het voor de instelling geldende maximum. Met betrekking tot met zittende topfunctionarissen na 6 december 2011 gemaakte afspraken gelden direct de nieuwe regels.

De WNT kent de minister ingrijpende handhavingsbevoegdheden toe. De topfunctionaris én de werkgever kunnen [zo nodig met last onder dwangsom], gedwongen worden om betalingen in strijd met de wet ongedaan te maken. De minister kan niet toegestane betalingen als onverschuldigd betaald terugvorderen, hetgeen dan publiekelijk gemaakt wordt. Op accountants rust een meldingsplicht en pensioenfondsen, verzekeraars en de belastingdienst moeten desgevraagd inlichtingen verschaffen over ontslagvergoedingen.

Uit het regeerakkoord bleek bovendien dat het kabinet-Rutte-Asscher van plan is de WNT-norm met betrekking tot het maximuminkomen in de [semi]publieke nog verder omlaag te brengen, van 130% naar 100%. Daarnaast bestaat het plan de groep functionarissen uit te breiden, waarvoor de norm geldt voor alle medewerkers. Dit zou in een nieuwe wet moeten worden uitgewerkt, nadat de minister hierover eerst in gesprek is gegaan met de sectoren.

De door verschillende sectoren geuite bezwaren tegen de ingrijpende gevolgen van de WNT, hebben vooralsnog geen effect gesorteerd. Het door de NVZD Vereniging van Bestuurders in de Zorg tegen de Staat aangespannen kort geding bleek tevergeefs. De NVDZ maakte bezwaar tegen het feit dat de zorgstellingen volgens de huidige WNT – in afwijking van het oorspronkelijke wetsvoorstel – in regime 1 vallen in plaats van in regime 2 waarbij de sector zelf in overleg met de minister een beloningscode opstelt, die wettelijk verankerd wordt. Hun vordering dat wat betreft zorginstellingen de WNT buiten toepassing zou dienen te worden gelaten op het punt van de maximale bezoldigingsnorm, werd door de Rechtbank Den Haag op 11 januari 2013 afgewezen.

Wij adviseren u graag bij eventuele verdere concrete vragen omtrent de toepassing van de WNT en zullen de verder door het kabinet aangekondigde plannen voor u blijven volgen.