Blog

Conservatoir beslag bij octrooi-inbreuk: wanneer blijft het liggen?

Conservatoir beslag bij octrooi-inbreuk: wanneer blijft het liggen?
Gepubliceerd 06 feb. 2026
Conservatoir beslag bij octrooi-inbreuk: wanneer blijft het liggen?
Relevante aandachtsgebieden
Relevante expertises

In octrooigeschillen is snelheid vaak cruciaal. Een octrooihouder die meent dat sprake is van inbreuk of namaak, wil voorkomen dat vermeend inbreukmakende producten verder de markt op gaan. Een krachtig instrument daarbij is het conservatoir beslag tot afgifte: beslag op producten die mogelijk inbreuk maken op een octrooi.

De recente uitspraak van de voorzieningenrechter (Rb. Den Haag 29 januari 2026,) laat zien hoe streng de rechter toetst wanneer de beslagene opheffing van dat beslag vraagt en welke factoren daarbij zwaar wegen. 

De zaak: beslag op vermeend inbreukmakende vlonderplanken

Millboard, exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 971 voor een specifieke “decking plank”, liet conservatoir beslag leggen op TimberTouch-vlonderplanken van een Nederlandse distributeur van de TimberTouch-vlonderplanken. Millboard stelde dat deze planken binnen de beschermingsomvang van conclusie 1 vallen en dus octrooi-inbreuk opleveren. 

Opvallend is dat het UK Intellectual Property Office al eerder had geoordeeld dat TimberTouch aan alle kenmerken van conclusie 1 voldoet en dus inbreuk maakt. 

De distributeur vorderde vervolgens in kort geding opheffing van het beslag en daarnaast een "wapperverbod": een verbod voor Millboard om derden te vertellen dat met de TimberTouch-vlonderplanken inbreuk op het octrooi wordt gemaakt.

Opheffing beslag: “summierlijk ondeugdelijk” is een hoge drempel

De toetsingsmaatstaf bij beslagopheffing volgt uit art. 705 lid 2 Rv: beslag kan worden opgeheven als summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht.

De rechter benadrukt dat de bewijslast primair bij de beslagene ligt: degene die opheffing vordert moet aannemelijk maken dat de onderliggende vordering ondeugdelijk is. 

Dat betekent concreet dat het “vrij evident” moet zijn dat:

  • het octrooi nietig is, en/of
  • het product buiten de beschermingsomvang valt. 

In deze zaak was daarvan geen sprake. Hoewel er serieuze vragen waren over toegevoegde materie, nieuwheid en inventiviteit, achtte de voorzieningenrechter het niet evident dat het octrooi in een bodemprocedure vernietigd zal worden. Een juridische discussie was mogelijk.

Gewicht van een “getoetst” Europees octrooi

Voor procesadvocaten is een belangrijk punt dat de rechter expliciet waarde toekent aan het karakter van het octrooi als verleend Europees octrooi:

  • het is Europees octrooi is vooronderzocht op nieuwheid en inventiviteit (dit in tegenstelling tot een Nederlands octrooi);
  • er is geen oppositie ingesteld. 

Dit maakt het voor een beslagene moeilijker om in kort geding aannemelijk te maken dat het octrooi ondeugdelijk is. In de praktijk geldt: hoe “sterker” het octrooi oogt, hoe groter de kans dat beslag in stand blijft.

Buitenlandse opinie over beschermingsomvang telt mee

Daarnaast speelde het oordeel van het UK IPO een relevante rol. De rechter noemt expliciet dat het UK IPO tot de conclusie kwam dat TimberTouch binnen de beschermingsomvang valt en dus inbreuk oplevert. 

Hoewel zo’n opinie geen bindende kracht heeft in Nederland, kan zij in beslagprocedures wél bijdragen aan de indruk dat de inbreukstelling niet lichtvaardig is.

Belangenafweging: hervatting verkoop weegt zwaar

Zelfs los van de juridische discussie woog de rechter de belangen:

  • millboard had belang bij voortduring van beslag om verdere schade door namaak te beperken.
  • de distributeur wilde juist de verkoop hervatten zodra het beslag weg zou zijn. 

Het belang van de beslagene woog hier minder zwaar, mede omdat de bedrijfsvoering niet volledig afhankelijk was van deze omzet. En mocht later blijken dat het beslag toch onrechtmatig was dan is de beslaglegger aansprakelijk voor de schade die het directe gevolg was van de beslaglegging.

Wapperverbod: alleen bij serieuze kans op ongeldig octrooi of geen inbreuk

De distributeur vorderde ook een wapperverbod en rectificatie: Millboard zou onrechtmatig hebben gehandeld door afnemers aan te schrijven met inbreukclaims.

De rechter herhaalt het criterium uit vaste jurisprudentie:

Een octrooihouder handelt pas onrechtmatig als hij weet of behoort te beseffen dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi ongeldig is en/of dat geen inbreuk wordt gemaakt. 

Daarvan was hier geen sprake, juist vanwege:

  • het getoetste karakter van EP 971;
  • de opinie van het UK IPO;
  • het ontbreken van evidentie dat geen inbreuk bestaat. 

Daarom werden ook opgave en rectificatie afgewezen.

Praktische lessen voor de procesadvocaat

Deze uitspraak bevestigt drie belangrijke punten:

  1. Beslag is een effectief pressiemiddel bij vermeende octrooi-inbreuk, zeker als het octrooi “sterk” oogt.
  2. Opheffing lukt alleen bij evidente ondeugdelijkheid: een inhoudelijk debat hoort thuis in de bodemprocedure.
  3. Een wapperverbod is uitzonderlijk: alleen bij lichtvaardig optreden of duidelijke zwakte van het octrooi.

Voor zowel octrooihouders als vermeende inbreukmakers blijft conservatoir beslag dus een strategisch instrument met grote impact maar ook met een hoge drempel voor opheffing.

Contact met Jos van der Wijst

Jos van der Wijst

Jos van der Wijst

Contact formulier