Blog

Samen wonen is nog geen huishouden: Afdeling blijft streng

Samen wonen is nog geen huishouden: Afdeling blijft streng
Gepubliceerd 20 apr. 2026
Samen wonen is nog geen huishouden: Afdeling blijft streng
Relevante aandachtsgebieden
Relevante expertises

Op 8 april heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een voor de praktijk interessante uitspraak gedaan over de huisvesting van arbeidsmigranten. Hiermee voegt de Afdeling een nieuwe uitspraak toe aan eerdere jurisprudentie over de vraag of arbeidsmigranten “één huishouden” kunnen vormen. Voor woningeigenaren die arbeidsmigranten huisvesten is het belangrijk om goed op te hoogte te zijn van deze jurisprudentie, omdat gemeenten vaak actief handhavend optreden tegen het bewonen van woningen door arbeidsmigranten. In dit artikel bespreken wij de uitspraak van de Afdeling en vergelijken wij de uitspraak met eerdere rechtspraak over het begrip “één huishouden”. 

Het geschil

In de zaak draait het om een woning met vijf slaapkamers, de slaapkamers worden verhuurd aan vijf verschillende personen. Op grond van het bestemmingsplan is het toegestaan om in de woning “één huishouden” te huisvesten. Volgens het college van burgemeester en wethouders handelen de eigenaren van de woning in strijd met het bestemmingsplan door de kamers aan vijf verschillende personen te verhuren. Zij vormen samen geen “één huishouden”, aldus het college.

De eigenaren van de woning betogen echter dat de vijf bewoners samen wel “één huishouden” vormen. Hiertoe voeren zij aan dat de huurders zelf aangeven dat ze als één huishouden leven en dus geen losse kamers bewonen. De huurders hebben zich ook tegelijkertijd ingeschreven bij de gemeente en hebben een gezamenlijk huurcontract. Dit laat zien dat er sprake is van continuïteit. Ook is er maar één badkamer en één keuken en zijn de ruimtes van de woning ingedeeld als een normale woning. 

Oordeel van de Afdeling

Voor de Afdeling ligt de vraag of de bewoners kunnen worden gezien als “één huishouden”. Als dat het geval is, is er namelijk geen strijd met het bestemmingsplan. Omdat het begrip “huishouden” niet is gedefinieerd in het bestemmingsplan sluit de Afdeling voor de uitleg van het begrip aan bij de definitie in het Van Dale. Volgens de Afdeling is er sprake van “één huishouden” wanneer er sprake is van samenleven in een vast verband, continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. 

De Afdeling oordeelt dat de bewoners samen geen huishouden vormen. Hiertoe overweegt de Afdeling dat er geen sprake is van zodanige continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid dat de bewoners als “één huishouden” kunnen worden aangemerkt. Hiervoor is het van belang dat de bewoners op verschillende adressen woonden voordat ze in deze woning kwamen, en dat ze na het aflopen van het huurcontract apart van elkaar nieuwe verblijfplaatsen hebben gevonden. Hieruit volgt dat er geen continuïteit in samenstelling is. Daarnaast zegt het feit dat de bewoners een gezamenlijk huurcontract hebben en zich gelijktijdig hebben ingeschreven bij de gemeente niks over de onderlinge verbondenheid of relatie, maar zegt het alleen iets over de totstandkoming van de verhuur. Ook het feit dat de bewoners samen eten, een huishoudpot hebben en de woonkamer delen is volgens de Afdeling onvoldoende om te spreken van “één huishouden”. 

Aansluiting bij eerdere jurisprudentie

Over het algemeen wordt het huisvesten van arbeidsmigranten door de Afdeling en de rechtbanken niet aangemerkt als “één huishouden”. Met deze uitspraak bevestigt de Afdeling dus opnieuw de geldende jurisprudentielijn. Eerder schreven wij al een uitgebreid artikel waarin we andere uitspraken bespreken waarin arbeidsmigranten niet werden gezien als “één huishouden”, op een (uitzonderings)uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland na.

In de rechtspraak is ook reeds aan de orde geweest of de “één-huishouden”-eis discriminatie zou opleveren, waarbij de Rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat dit niet het geval is. Ook hierover schreven wij eerder een artikel.

Concluderend

Om te spreken van “één huishouden” moet er sprake zijn van continuïteit in de samenstelling, onderlinge verbondenheid en moeten de bewoners samen leven. Uit de vaste jurisprudentielijn volgt dat voor arbeidsmigranten niet snel wordt aangenomen dat dit het geval is. De strenge eisen die aan de invulling van het begrip “één huishouden” worden gesteld heeft de Afdeling met haar uitspraak nu opnieuw bevestigd. 

Dit artikel is geschreven door onze huisvesting arbeidsmigranten specialisten

Rutger Boogers en Robin de Hoon
Advocaten huisvesting arbeidsmigranten

Heeft u vragen? Neem dan vrijblijvend contact met ons op, telefonisch of per e-mail via onderstaande knop.

Contact met Rutger Boogers

Rutger Boogers

Rutger Boogers

Contact formulier