Weigering van transportcapaciteit alleen toegestaan na zorgvuldige onderbouwing
Netbeheerders hebben in Nederland een wettelijke plicht op grond van de Elektriciteitswet 1998 om toegang te verlenen tot het elektriciteitsnet. Een ieder die daarom vraagt, moet in principe een aansluiting en transportcapaciteit krijgen. Een verzoek om transportcapaciteit mag echter worden geweigerd wanneer de netbeheerder redelijkerwijs geen transportcapaciteit beschikbaar heeft. In een kort geding voor de Rechtbank Gelderland is een weigering van transportcapaciteit aan de orde. Na een weigering op een verzoek om extra transportcapaciteit vordert de verzoekende fabriek een netbeheerder om alsnog een aanbod voor extra transportcapaciteit te doen. In dit artikel bespreken wij de voorwaarden om transportcapaciteit te weigeren en het oordeel van de Rechtbank Gelderland.
Uitzonderingen op de transportplicht: voorwaarden om transportcapaciteit te weigeren
Op grond van artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet is het verplicht voor netbeheerders om een aanbod te doen om de transport van elektriciteit uit te voeren, dit wordt de transportplicht genoemd. Het elektriciteitsnet raakt echter steeds vaker vol, dit wordt netcongestie genoemd. Hier schreven wij eerder een uitgebreid artikel over. In artikel 24, tweede lid, van de Elektriciteitswet is een uitzondering opgenomen op de plicht om transportcapaciteit te verlenen. Deze uitzondering houdt in dat de netbeheerder ‘redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft’, en dat daarom een verzoek mag worden geweigerd. Voordat een netbeheerder zich op deze uitzondering kan beroepen, volgt uit artikel 9 van de Netcode Elektriciteit (Nce) dat de netbeheerder maatregelen moet hebben genomen om te onderzoeken of de congestie kan worden verholpen. Op deze uitzondering zijn wij eerder uitgebreid ingegaan.
In de jurisprudentie van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (Enexis/Energiepark Pottendijk) is de weigering van transportcapaciteit omdat er redelijkerwijs geen capaciteit is aan de orde gekomen. Hieruit volgde dat het past bij verantwoord netbeheer om beredeneerde voorspellingen te doen over fysieke congestie en daarmee rekening te houden, dat er een verschil is positie is tussen aangeslotenen (reeds gecontracteerden) en toekomstig aangeslotenen (aanvragers), en dat er een ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ aanpak mag worden gehanteerd. Daarnaast is het van belang dat een weigering met redenen omkleed moet zijn, de weigering moet dus voldoende onderbouwd zijn.
Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2025:847)
Door een fabriek was een aanvraag gedaan voor extra transportcapaciteit, deze werd door de Netbeheerder Liander geweigerd vanwege netcongestie. Liander beroept zich dus op de uitzonderingsgrond uit artikel 24, tweede lid, van de Elektriciteitswet. Liander stelt dat op het onderstation waarop de fabriek is aangesloten fysieke congestie is en dat er pas in 2032 weer capaciteit vrijkomt. Hiertoe heeft Liander een prognose over de ontwikkeling aangeleverd. Het onderzoek dat is vereist op grond van artikel 9 Nce is nog niet afgerond.
De rechtbank oordeelt dat Liander niet aan de voorwaarde ‘redelijkerwijs geen transportcapaciteit’ heeft voldaan. Voor het onderstation waar het om gaat is namelijk een nog lopend onderzoek bezig naar congestiemanagement dat pas in april 2025 zal worden afgerond. Liander heeft hierdoor nog niet alle mogelijkheden die zijn vereist in de Nce onderzocht, waardoor nog niet kon worden gesteld dat er redelijkerwijs geen capaciteit meer was. De afwijzing van Liander is daardoor prematuur. Van de netbeheerder wordt bovendien verwacht dat aansluitings- en transportverzoeken transparant en zorgvuldig worden behandeld. De rechtbank oordeelt daarom dat Liander na afronding van het congestiemanagement onderzoek alsnog een aanbod moet doen voor extra transportcapaciteit.
Concluderend
Door deze uitspraak wordt duidelijk dat alleen met een gemotiveerd en overwogen besluit een weigering van transportcapaciteit kan worden gegeven. Ook blijkt dat om ‘redelijkerwijs’ te kunnen stellen dat het elektriciteitsnet vol zit, er sprake moet zijn van fysieke congestie en dat er een congestiemanagement onderzoek op grond van de Nce moet zijn afgerond om te kijken wat de mogelijkheden zijn voor extra capaciteit.
Het probleem van het volle elektriciteitsnet komt ook in de transportplicht en de uitzondering daarop duidelijk terug. Eerder dit jaar schreven wij ook een artikel over nieuwe wet- en regelgeving in ontwikkeling rondom energie waarin ook beoogde oplossingen voor netcongestie worden aangewezen.
Dit artikel is geschreven door Rutger Boogers en Anne Verberne.