De drank-en horecawet verandert

11 dec 2012

Op 1 januari 2013 verandert de Drank- en Horecawet [DHW]. Met deze vernieuwde wet wil het kabinet alcoholgebruik onder jongeren terugdringen, alcoholgerelateerde verstoringen van de openbare orde aanpakken en bijdragen aan het verminderen van de administratieve lasten voor drankverstrekkers en gemeenten. Hieronder een aantal belangrijke wijzigingen.

Sancties voor jongeren onder de 16 jaar
Onder de oude DHW waren sancties alleen gericht tegen drankverstrekkers die deze wet overtraden. Onder de nieuwe wet zijn jongeren onder de 16 jaar strafbaar als zij alcohol bij zich hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Daaronder wordt verstaan: de openbare weg, stationshallen, overdekte winkelcentra, plantsoenen, portieken, stadions, parkeergarages, gemeentehuizen, horecabedrijven etc. Het maakt niet uit of de verpakking wel of niet geopend is. Een jongere is niet strafbaar in een supermarkt of slijterij omdat de alcohol die daar wordt verkocht niet voor consumptie ter plaatse is bedoeld. Uiteraard kan de drankverstrekker in dat geval wel verantwoordelijk worden gesteld.

Toezicht door burgemeester
De burgemeester wordt het bevoegd gezag voor toezicht en handhaving van de DHW. Voorheen lag de toezichttaak bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Een voordeel hiervan is dat beter kan worden ingespeeld op de lokale situatie en problematiek. Als gevolg van deze wijziging zullen gemeenten moeten komen tot actualisering van het DHW-vergunningenbestand. De verwachting is dat zij zullen overgaan tot het controleren van alle drankverstrekkers om vervolgens het toezicht in te zetten daar waar de regels slecht worden nageleefd, dan wel ervoor kiezen om het toezicht vooral in te zetten op een of meer specifieke doelgroepen en slechts steekproefsgewijs op andere.

Vereenvoudiging vergunningstelsel
De vergunning komt op naam van de rechtspersoon en de persoonsgebonden gegevens komen op een aanhangsel. Bij wijziging van een leidinggevende is een melding aan de burgemeester voldoende, een aanvraag tot wijziging is niet meer nodig. De nieuwe leidinggevende kan na de melding meteen aan de slag. Als de betrokkene na toetsing niet aan de eisen blijkt te voldoen, kan hij, vanaf het moment dat daarover uitsluitsel is verkregen, niet meer optreden als leidinggevende. Let wel: om tegen te gaan dat een ondernemer meerdere keren een persoon met criminele antecedenten aanmeldt als leidinggevende, is in de wet opgenomen dat de vergunning kan worden ingetrokken als de vergunninghouder in een periode van twee jaar tenminste driemaal iemand als leidinggevende aanmeldt die achteraf niet aan de eisen van de wet bleek te voldoen.

Uitbreiding van sancties
Een andere belangrijke verandering is de uitbreiding van sanctiemogelijkheden. Naast de nu al bestaande mogelijkheden van intrekking van de vergunning, sluiting van de inrichting, het verwijderen van bezoekers, het uitoefenen van bestuursdwang en het opleggen van een dwangsom, krijgt de burgemeester drie nieuwe bevoegdheden: 

  1. het tijdelijk schorsen van de vergunning;
  2. het opleggen van een bestuurlijke boete;
  3. het instrument van “three strikes out”.

Dit laatste instrument houdt in dat aan een supermarkt die voor de derde maal in een jaar de overtreding van “het niet vaststellen van de leeftijd” begaat, de verkoop van alcohol kan worden verboden. De sanctie van schorsing van de vergunning kan gedurende een periode van maximaal 12 weken worden opgelegd, afgestemd op de ernst van de overtreding. Voor de bestuurlijke boete geldt dat deze niet samen met andere bestuurlijke of strafrechtelijke sancties kan worden opgelegd. Wettelijk is geregeld welk boetebedrag bij welke overtreding kan worden opgelegd.

Gemeenten moeten een sanctiebeleid vaststellen waarin vooraf kenbaar wordt gemaakt hoe zij gebruik maken van de bevoegdheid om sancties op te leggen. Dit beleid moet door publicatie openbaar worden gemaakt zodat iedereen weet wat hij bij overtreding kan verwachten. Bij het inzetten van sancties moeten gemeenten ook rekening houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals het evenredigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en misbruik van bevoegdheden. Tegen een bestuurlijke sanctie staan de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep open.

Annemarie Verhagen

BG.legal