WP_Query Object
(
[query] => Array
(
[paged] => 2
[news-type] => blog
)
[query_vars] => Array
(
[paged] => 2
[news-type] => blog
[error] =>
[m] =>
[p] => 0
[post_parent] =>
[subpost] =>
[subpost_id] =>
[attachment] =>
[attachment_id] => 0
[name] =>
[pagename] =>
[page_id] => 0
[second] =>
[minute] =>
[hour] =>
[day] => 0
[monthnum] => 0
[year] => 0
[w] => 0
[category_name] =>
[tag] =>
[cat] =>
[tag_id] =>
[author] =>
[author_name] =>
[feed] =>
[tb] =>
[meta_key] =>
[meta_value] =>
[preview] =>
[s] =>
[sentence] =>
[title] =>
[fields] => all
[menu_order] =>
[embed] =>
[category__in] => Array
(
)
[category__not_in] => Array
(
)
[category__and] => Array
(
)
[post__in] => Array
(
)
[post__not_in] => Array
(
)
[post_name__in] => Array
(
)
[tag__in] => Array
(
)
[tag__not_in] => Array
(
)
[tag__and] => Array
(
)
[tag_slug__in] => Array
(
)
[tag_slug__and] => Array
(
)
[post_parent__in] => Array
(
)
[post_parent__not_in] => Array
(
)
[author__in] => Array
(
)
[author__not_in] => Array
(
)
[search_columns] => Array
(
)
[ignore_sticky_posts] =>
[suppress_filters] =>
[cache_results] => 1
[update_post_term_cache] => 1
[update_menu_item_cache] =>
[lazy_load_term_meta] => 1
[update_post_meta_cache] => 1
[post_type] =>
[posts_per_page] => 10
[nopaging] =>
[comments_per_page] => 50
[no_found_rows] =>
[taxonomy] => news-type
[term] => blog
[order] => DESC
)
[tax_query] => WP_Tax_Query Object
(
[queries] => Array
(
[0] => Array
(
[taxonomy] => news-type
[terms] => Array
(
[0] => blog
)
[field] => slug
[operator] => IN
[include_children] => 1
)
)
[relation] => AND
[table_aliases:protected] => Array
(
[0] => wp_term_relationships
)
[queried_terms] => Array
(
[news-type] => Array
(
[terms] => Array
(
[0] => blog
)
[field] => slug
)
)
[primary_table] => wp_posts
[primary_id_column] => ID
)
[meta_query] => WP_Meta_Query Object
(
[queries] => Array
(
)
[relation] =>
[meta_table] =>
[meta_id_column] =>
[primary_table] =>
[primary_id_column] =>
[table_aliases:protected] => Array
(
)
[clauses:protected] => Array
(
)
[has_or_relation:protected] =>
)
[date_query] =>
[queried_object] => WP_Term Object
(
[term_id] => 56
[name] => Blog van medewerkers
[slug] => blog
[term_group] => 0
[term_taxonomy_id] => 56
[taxonomy] => news-type
[description] =>
[parent] => 0
[count] => 1488
[filter] => raw
)
[queried_object_id] => 56
[request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS wp_posts.ID
FROM wp_posts LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT JOIN wp_icl_translations wpml_translations
ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)
WHERE 1=1 AND (
wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND ((wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft'))) AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
wpml_translations.language_code = 'nl'
AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
AND ( (
( SELECT COUNT(element_id)
FROM wp_icl_translations
WHERE trid = wpml_translations.trid
AND language_code = 'nl'
) = 0
) OR (
( SELECT COUNT(element_id)
FROM wp_icl_translations t2
JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
AND t2.language_code = 'nl'
AND (
p.post_status = 'publish' OR p.post_status = 'private' OR
( p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit' )
)
) = 0 ) )
) ) AND wp_posts.post_type IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' ) ) OR wp_posts.post_type NOT IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' ) )
GROUP BY wp_posts.ID
ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC
LIMIT 10, 10
[posts] => Array
(
[0] => WP_Post Object
(
[ID] => 45376
[post_author] => 2
[post_date] => 2025-08-01 10:17:21
[post_date_gmt] => 2025-08-01 08:17:21
[post_content] => Inleiding
Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak gedaan over de termijnen voor elektriciteitsaansluiting. Het ging daarbij om de vraag of de netbeheerder Enexis aansprakelijk is voor schade ontstaan door het overschrijden van de 18-wekentermijn die voortvloeit uit artikel 23, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998. In dit artikel bespreken wij de achtergrond van de zaak en het oordeel van het Gerechtshof.
Het geschil
ZT Netherlands heeft in 2020 een aanvraag voor een elektriciteitsaansluiting gedaan bij Enexis. Voor de aansluiting werd door Enexis een realisatietermijn van gemiddeld 45 weken gegeven in de offerte. De offerte is vervolgens getekend door ZT Netherlands. 25 weken na ondertekening is de aansluiting gerealiseerd. Tot aan de realisatie van de aansluiting maakte ZT Netherlands gebruik van dieselaggregaten om de bedrijfsvoering door te laten lopen. Voor de gemaakte kosten stelde ZT Netherlands vervolgens Enexis aansprakelijk vanwege het overschrijden van de termijn.
Wettelijke termijn voor elektriciteitsaansluiting
In de Elektriciteitswet stond een wettelijke bepaling waaruit volgde dat een aansluiting op het elektriciteitsnet binnen redelijke termijn gerealiseerd moest worden. Deze redelijke termijn verstreek 18 weken na de aanvraag. Na uitspraken door het Europese Hof van Justitie in 2020 en 2021 werd echter bekend gemaakt door de ACM dat niet meer zou worden gehandhaafd op de wettelijke 18-wekentermijn en dat zou worden gekeken naar de norm van een ‘redelijke aansluittermijn, die afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval nader kan worden vastgesteld’. De 18-wekentermijn was namelijk in strijd met het Europese recht omdat deze had moeten worden vastgesteld door de nationale regulerende instantie in plaats van de wetgever. Ondanks het afzien van handhaving door de ACM is de 18-wekentermijn de afgelopen jaren wel toegepast door de rechters. Zo ook in de uitspraak in eerste aanleg over het geschil tussen ZT Netherlands en Enexis door de Rechtbank Oost-Brabant.
Uitspraak Gerechtshof
In 2023 oordeelde de Rechtbank Oost-Brabant dus dat de 18-weken termijn verbindend was ondanks de uitspraken van het Europese Hof en het afzien van handhaving door de ACM. Enexis werd dus aansprakelijk gehouden voor de schade van ZT Netherlands als gevolg van de langere aansluittermijn.
In hoger beroep deed Enexis een beroep op het Europese recht. Uit de Elektriciteitsrichtlijn volgt dat netbeheerders in beroep moeten kunnen gaan over de nationale voorwaarden die worden gesteld door de nationale regulerende instantie (de ACM) over de toegang tot het net. De 18-wekentermijn volgt echter uit een wet in formele zin, namelijk de Elektriciteitswet en is dus niet vastgesteld door het ACM. Hierdoor kon Enexis de termijn niet ter discussie stellen. Het Gerechtshof gaat mee in het betoog van Enexis en oordeelt dat de 18-wekentermijn uit de Elektriciteitswet buiten toepassing moet worden gelaten omdat de totstandkoming strijd oplevert met het Europese recht.
Vervolgens moest het Gerechtshof beoordelen of sprake is van een ‘redelijke’ termijn. Dit is volgens het Gerechtshof het geval. Hierbij speelde onder andere een rol dat de gemiddelde aansluittermijn op het moment van de aanvraag van ZT Netherlands 35 weken bedroeg, dat Enexis meermaals heeft aangegeven dat de realisatie langer zou duren dan 18 weken, en dat het redelijk is dat Enexis een ‘first-come-first-served’ principe hanteerde en dus geen voorrang gaf aan ZT Netherlands.
Concluderend
De 18-wekentermijn waar het in deze zaak om draaide is niet in de nieuwe Energiewet opgenomen en is per 22 februari 2025 vervallen. In plaats daarvan moet de netbeheerder de aansluiting realiseren ‘binnen een redelijke termijn’. Duidelijk is geworden dat op grond van het Europese recht de ACM bevoegd is om aansluittermijnen vast te stellen. Deze termijnen zijn vastgelegd in de Netcode elektriciteit, waarin onder andere uitzonderingen zijn opgenomen wanneer sprake is van netcongestie of overmacht.
[post_title] => Redelijke termijn voor elektriciteitsaansluiting
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => redelijke-termijn-voor-elektriciteitsaansluiting
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-01 10:17:21
[post_modified_gmt] => 2025-08-01 08:17:21
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45376
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[1] => WP_Post Object
(
[ID] => 45351
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-30 16:18:17
[post_date_gmt] => 2025-07-30 14:18:17
[post_content] => Als ondernemer sta je bij een overname voor strategische keuzes. Zeker wanneer je het bedrijf van een IT-dienstverlener overneemt, zijn technische compliance, licenties, klantenbinding en transparantie over de cijfers van belang. Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:11815) maakt duidelijk wat er mis kan gaan bij een dergelijke overname én wie in zo een situatie de risico’s draagt.
Geen ‘kat in de zak’ – maar toch een miskoop?
XIXO B.V., zelf een ICT-dienstverlener, nam eind 2023 AllSystems over. Al snel nadat de overname rond was kwamen er diverse problemen aan het licht: licenties bleken niet in orde, cijfers verschilden van eerdere overzichten en klanten bleken minder loyaal dan gedacht. XIXO claimde dat ze de onderneming nooit had gekocht als ze dit had geweten en stapte naar de rechter.
Toch wees de rechtbank de vorderingen af. Belangrijk was dat de koper al vóór de transactie kennis had van diverse gebreken. Tijdens het transactieproces is op meerdere momenten naar boven gekomen dat AllSystems haar zaken op bepaalde punten niet op orde had. XIXO wist dit of had dit in ieder geval kunnen en moeten weten.
Dat XIXO naderhand spijt kreeg, had de rechtbank geen boodschap aan. Dat de overname van AllSystems achteraf voor XIXO tegenvalt, komt gelet op het voorgaande voor haar eigen rekening en risico.
Due diligence: een (gemiste) kans
De uitspraak onderstreept dat partijen bij een overname zelf verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van een zorgvuldig onderzoek (due diligence). XIXO had signalen ontvangen over administratieve fouten en licentieproblemen. Haar eigen technisch manager schreef nog vóór de overdracht dat er een ernstige compliance issue zou zijn voor wat betreft de licenties van de omgeving.
Desondanks besloot XIXO de overname door te zetten en de prijs te verlagen, zonder verder onderzoek te doen. De rechter rekende dat de koper aan, en oordeelde daarover als volgt: “De omstandigheid dat XIXO geen nader onderzoek heeft verricht, maar alleen een koopprijsverlaging heeft bedongen, is haar keuze geweest en komt dan ook voor haar rekening en risico”.
Uitsluiten van ontbinding of vernietiging
De overeenkomst bevatte een bepaling die vernietiging of ontbinding uitsloot. Volgens de rechter is dat in overnamecontracten gebruikelijk, juist omdat de gevolgen moeilijk terug te draaien zijn. De koper kan in een overnamecontract zijn (financiële) belangen waarborgen door garanties en/of zekerheden te bedingen.
Dat deed XIXO ook. Maar waar een koper denkt op basis van non-conformiteit of bedrog onder de deal uit te kunnen, blijkt in de praktijk de lat hoog te liggen. Er werd geen garantie geschonden en er was ook geen sprake van bedrog. “Anders dan XIXO meent, is niet vast komen te staan dat AllSystems opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of een mededelingsplicht heeft geschonden”, aldus de rechtbank.
Het klantenbestand
Een ander leerpunt is de rol van klantrelaties bij dergelijke overnames. XIXO dacht dat zij 250 klanten had overgenomen, maar een groot deel bleek volgens haar in de praktijk te zijn gebonden aan individuele zzp’ers of was na de overname verdwenen. Toch oordeelde de rechter dat ook dit onvoldoende grond is om de deal terug te draaien. AllSystems had vooraf duidelijk gemaakt hoe de klantrelaties waren opgebouwd en ook de omzetcijfers waren inzichtelijk. AllSystems heeft voldoende gemotiveerd waarom een deel van de klanten niet verder is gegaan met XIXO. De systemen van XIXO zouden namelijk niet goed zijn en zij zouden aanzienlijk hogere prijzen dan AllSystems hanteren.
De les: IT-overnames zijn complex, laat due dilligence uitvoeren
Deze uitspraak bevestigt dat bij de overname van een IT-onderneming elk detail telt. Of het nu gaat om (geldige) softwarelicenties, klantenbinding, verborgen technische risico’s of de betrouwbaarheid van financiële informatie: het zijn allemaal aspecten die zorgvuldig juridisch moeten worden beoordeeld en vastgelegd. Hier achteraf op terugkomen is zelden succesvol.
Wees voorbereid
Bij BG.legal voeren wij (technische) due diligence uit en begeleiden wij IT-ondernemers en kopers in het hele overnameproces. Overweegt u een IT-bedrijf over te nemen of te verkopen? Neem tijdig contact op met onze IT-specialist Jos van der Wijst en/of onze overnamespecialist Daniëlle Hack.
[post_title] => Aandachtspunten bij een overname van een IT-bedrijf
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => aandachtspunten-bij-een-overname-van-een-it-bedrijf
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-07-30 16:18:17
[post_modified_gmt] => 2025-07-30 14:18:17
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45351
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[2] => WP_Post Object
(
[ID] => 45406
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-30 14:05:11
[post_date_gmt] => 2025-07-30 12:05:11
[post_content] => De Digital Services Act (DSA) wordt vaak gezien als een wet die alleen geldt voor de allergrootste techbedrijven — zoals Meta, Google of TikTok. Maar dat is een misvatting. Veel organisaties die online diensten aanbieden vallen óók onder de DSA. Dat geldt met name voor platforms die consumenten en aanbieders met elkaar verbinden: marktplaatsen, ticketwebsites, recensiesites en communityfora.
Wat zijn de criteria om onder de DSA te vallen?
De DSA is van toepassing op intermediaire diensten die gericht zijn op de EU-markt. Dit omvat:
- Hostingdiensten (websites met door gebruikers gegenereerde content)
- Online platforms (zoals e-commerceplatforms, reviewwebsites, digitale marktplaatsen)
- Advertentiediensten die gebruikers en adverteerders matchen
Zodra jouw platform structureel gebruikers binnen de EU bedient en hen met elkaar in contact brengt, val je onder de DSA. En dat gaat sneller dan je denkt.
Voorbeeld: Een Nederlandse ticketwebsite die gebruikers laat zoeken naar regionale theatervoorstellingen, en recensies publiceert, fungeert als online platform. Als deze website duizenden EU-gebruikers heeft, moet zij voldoen aan de DSA — ondanks dat ze geen Big Tech is.
Recente handhavingsontwikkelingen
In het tweede kwartaal van 2025 zijn onder meer de volgende handhavingsontwikkelingen te zien:
- De Europese Commissie klaagt vijf lidstaten aan wegens gebrekkige DSA-implementatie
- Platform X (voorheen Twitter) moet logbestanden en API’s beschikbaar stellen voor toezicht
- Leeftijdsverificatie-apps worden getest in vijf EU-lidstaten om jongeren online beter te beschermen
Wat moet je als organisatie nu doen?
De DSA legt verplichtingen op aan alle online platforms die EU-gebruikers bedienen. Denk aan:
- Een meld- en verwijderprocedure voor illegale content (Art. 16)
- Een toegankelijk klachtenmechanisme (Art. 20)
- Transparantie over moderatie, advertenties en algoritmische aanbevelingen (Art. 15–17)
- Eventueel een risicobeoordeling en maatregelen tegen desinformatie of manipulatie (Art. 34–37)
Wat betekent dit voor de praktijk?
Bied je een digitale dienst of platform aan? Dan is de kans groot dat je onder de DSA valt. De regelgeving geldt ook voor Europese platforms van bescheiden omvang.
BG.legal helpt jouw organisatie bij:
- Beoordeling of je onder de DSA valt
- Opzetten van meld- en klachtenprocedures
- Transparantiebeleid en auditvoorbereiding
- Implementatie van DSA-compliant processen
Neem contact op via
wijst@bg.legal en zorg dat je tijdig voldoet aan de Digital Services Act.

[post_title] => Digital Services Act: ook jouw platform valt eerder onder de regels dan je denkt
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => digital-services-act-ook-jouw-platform-valt-eerder-onder-de-regels-dan-je-denkt
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-04 14:29:45
[post_modified_gmt] => 2025-08-04 12:29:45
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45406
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[3] => WP_Post Object
(
[ID] => 45347
[post_author] => 10
[post_date] => 2025-07-29 16:10:58
[post_date_gmt] => 2025-07-29 14:10:58
[post_content] => In 2022 is binnen de EU het Instrument voor
Internationale Overheidsopdrachten (IIO)
[1] opgetuigd. Hiermee kunnen handelsrestricties aan derde landen worden opgelegd.
Met ingang van 30 juni jl. is voor het eerst op basis van het IIO een maatregel
[2] opgelegd aan China. Dit omdat de toegang van EU-bedrijven tot de Chinese markt voor medische hulpmiddelen te veel wordt belemmerd. Met de doorgevoerde handelsrestricties hoopt de EC China zover te krijgen dat
EU-bedrijven meer toegang krijgen tot de Chinese markt van medische hulpmiddelen.
De IIO-maatregel heeft tot gevolg dat bij een Europese aanbesteding van de levering van
medische hulpmiddelen (CPV-codes 33100000-1 tot en met 33199000-1) met een waarde van tenminste €5.000.000,- het uitgangspunt is dat Chinese bedrijven worden uitgesloten. Hetzelfde geldt ook voor (Europese) leveranciers die voor meer dan 50% van de waarde van de opdracht, medische hulpmiddelen aanbieden afkomstig uit China.
Genoemde restricties gelden voor aanbestedingen aangevangen vanaf of na 30 juni 2025 en worden opgelegd aan aanbestedende diensten. Gelet op de soort leveringen en de drempelwaarde, heeft de maatregel vooral impact op de academische ziekenhuizen die medische hulpmiddelen inkopen.
Pas wanneer er voor de levering van medische hulpmiddelen geen alternatief is voor producten van
Chinese herkomst, kan de aanbestedende dienst besluiten niet tot uitsluiting van Chinese leveranciers of andere leveranciers die (uitsluitend of voor meer dan 50%) medische hulpmiddelen van Chinees fabricaat leveren, over te gaan.
Voor aanbestedende diensten en ondernemers heeft het ministerie van Economische zaken en Klimaat in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken een handreiking over onder meer de toepassing van het IIO-instrument gemaakt.
[3]
[1] Verordening (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022
[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1197 van de Commissie van 19 juni 2025
[3] Handreiking Toepassing Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten en Verordening buitenlandse subsidies

[post_title] => Update zorg: aanbesteding van medische hulpmiddelen uit China aan banden
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => update-zorg-aanbesteding-van-medische-hulpmiddelen-uit-china-aan-banden
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-07-29 16:13:04
[post_modified_gmt] => 2025-07-29 14:13:04
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45347
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[4] => WP_Post Object
(
[ID] => 45403
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-25 09:52:34
[post_date_gmt] => 2025-07-25 07:52:34
[post_content] => Data spaces zijn gespecialiseerde, sectorale platformen waar organisaties veilig data kunnen delen, samenwerken en innoveren. In het tweede kwartaal van 2025 zijn er belangrijke ontwikkelingen die laten zien dat data spaces nu écht relevant worden — ook voor organisaties buiten multinational-niveau.
Recente ontwikkelingen per sector
Gezondheid: Europese Health Data Space (EHDS)
De European Health Data Space (EHDS) is op 5 maart 2025 officieel gepubliceerd in het Official Journal of the EU (Regulation (EU) 2025/327) en trad in werking op 26 maart 2025. EHDS biedt een juridische en technische structuur voor veilige toegang tot en hergebruik van elektronische gezondheidsgegevens — voor zowel primaire (zorgverlening) als secundaire doelen (onderzoek, policy). Vooral zorginstellingen, onderzoekscentra en biotechbedrijven moeten zich nu voorbereiden.
De European Health Data Space (EHDS) wordt in Nederland omgezet via een nog te ontwikkelen nationale implementatiewet. Het ministerie van VWS werkt aan regelgeving die de infrastructuur en voorwaarden voor het delen van gezondheidsgegevens vastlegt, met nadruk op privacy, toestemming en interoperabiliteit. De EHDS zal aansluiten op bestaande kaders zoals de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De wetgeving moet zorgen voor veilige toegang tot gezondheidsdata voor zowel zorgverleners (primair gebruik) als onderzoekers en beleidsmakers (secundair gebruik), met passende waarborgen voor patiëntenrechten. Inwerkingtreding wordt vanaf 2026 verwacht.
Maakindustrie: Manufacturing Data Spaces
De EU lanceert via initiatieven zoals Data Space 4.0 projecten die gericht zijn op federatief datagebruik, voorspellend onderhoud en supply chain optimalisatie. Deze data spaces ondersteunen interoperabele infrastructuren en interoperabiliteit via afgesproken standaarden, governance-modellen en technologiepaden voor grootschalige opschaling.
Binnen de Brainport Industries Campus is het Smart Connected Supplier Network (
SCSN) ontwikkeld als een manufacturing data space. In dit initiatief, in samenwerking met TNO en aangesloten leden zoals KMWE, NTS, Eurotechniek en MKG, is een fieldlab 'Smart Connected Supplier Network' opgezet. Deze omgeving maakt veilige en standaard-gebaseerde datadeling mogelijk tussen bedrijven in de maakindustrie, ongeacht hun IT-systemen.
Landbouw: Data spaces voor agro en voedselketens
Ook in de agrarische sector wordt gewerkt aan data spaces voor datadeling rond klimaat, bodemgesteldheid, gewasmanagement en keteninformatie. Hoewel specifieke platforms nog in beginfase zijn, komen er steeds meer pilots binnen EU-programma’s om draagvlak te creëren voor sectorale interoperabiliteit, gedeelde datastructuren en security governance frameworks.
Waarom dit nú relevant is voor jouw organisatie
Organisaties in sectoren zoals maakindustrie, biotech, voeding of medische technologie denken soms dat data spaces alleen relevant zijn voor grote corporates. Maar dat is te kort door de bocht:
- EHDS raakt nú al ziekenhuizen, onderzoekslabs en start-ups die met gezondheiddata werken
- Manufacturing-initiatieven als Data Space 4.0 betrekken ook mkb-bedrijven als dataleveranciers of afnemers in pilots
- Agro-data-initiatieven bewegen richting gedeelde landbouwgegevens als hefboom voor innovatie in klimaatadaptatie en voedselketentransparantie.
Wat moet jouw organisatie nú doen?
- Inventariseer sectorale data-initiatieven (EHDS in gezondheid, Data Space 4.0 en SCSN in maakindustrie, agro-pilots)
- Beoordeel je datapotentieel: welke data heb je die andere partijen waarderen?
- Neem deel aan governance en standaardenwerk
- Zorg dat technische interoperabiliteit haalbaar is: gebruik open standaarden en FAIR-principes
Wat betekent dit voor de praktijk?
Wil jouw organisatie datadeling inzetten als strategisch middel — zonder risico’s op juridisch, privacy of IP-vlak? Wij helpen je navigeren met:
- Analyse van sectorale data projects waaraan je kunt deelnemen
- Juridisch ontwerp van governance-modellen en contractuele dataspace-afspraken
- Begeleiding bij deelname aan EU-projecten zoals Data Space 4.0, SCSN, EHDS of agro-data-initiatieven
- Compliance-checks op FAIR-principes, privacy en eigendomsrechten
Neem contact op via
wijst@bg.legal – dan zorgen we samen dat jouw organisatie klaar is voor veilige, slimme data-samenwerking in sectorale data spaces.

[post_title] => Data Spaces in opkomst: gezondheidszorg, industrie & agro onder de loep
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => data-spaces-in-opkomst-gezondheidszorg-industrie-agro-onder-de-loep
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-04 14:04:33
[post_modified_gmt] => 2025-08-04 12:04:33
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45403
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[5] => WP_Post Object
(
[ID] => 45336
[post_author] => 68
[post_date] => 2025-07-23 14:36:31
[post_date_gmt] => 2025-07-23 12:36:31
[post_content] =>
Merkrechten zijn er in allerlei verschillende soorten, niet alleen als naam of logo. Zo kan een (combinatie van) kleur in beginsel een merk zijn, maar daarvoor moeten wel wat hordes genomen worden. Dat ondervond het Oostenrijkse energiebedrijf OMV AG (“OMV”), dat probeerde een blauw-groene kleurcombinatie als merk te registreren binnen de Europese Unie. In deze blog lees je of OMV erin slaagde om deze kleuren succesvol als merkrecht te registreren.
De aanvraag
OMV wilde een internationale merkregistratie verkrijgen voor een specifieke combinatie van gentiaanblauw en geelgroen, bestemd voor producten zoals brandstoffen, additieven, waterstof en bijbehorende diensten zoals tankstations en installatieactiviteiten. OMV deed dat met een beroep op een Oostenrijks merk dat al eerder was geregistreerd.
Toch werd deze merkaanvraag door het EUIPO (het Europese merkenbureau) geweigerd, omdat het merk volgens het EUIPO
niet onderscheidend genoeg was. Vervolgens heeft OMV beroep ingesteld tegen de beslissing van het EUIPO, maar ook de Kamer van Beroep wees dat af. De
kleurencombinatie werd gezien als decoratief in plaats van als een teken van commerciële herkomst.
Het oordeel van het Gerecht
OMV probeerde tot slot haar gelijk te halen bij het Gerecht van de Europese Unie. Ook hier werden alle bezwaren van OMV van tafel geveegd. Het Gerecht oordeelde dat de Kamer van Beroep haar beslissing voldoende had gemotiveerd. Er was terecht gekeken naar hoe de kleuren blauw en groen gecombineerd zijn, hoe het merk in de praktijk wordt gebruikt en welke indruk dit op het publiek maakt. Omdat deze kleuren relatief veel voorkomen in de energiesector, zowel afzonderlijk als samen, zal het publiek ze niet snel koppelen aan één specifieke aanbieder. Dat OMV als enige precies deze tinten gebruikt, maakt het merk niet automatisch onderscheidend.
Volgens het Gerecht maakt
een decoratief uiterlijk een merk niet automatisch ongeldig, maar dat het ook niet per se bijdraagt aan de kernfunctie van een merk: het aangeven van de commerciële herkomst. Het argument dat vergelijkbare kleurmerken eerder zijn toegelaten, werd afgewezen. Elke aanvraag wordt afzonderlijk beoordeeld en eerdere toelatingen bieden geen garantie op succes. OMV verliest de zaak en verkrijgt geen merkrecht op de kleurencombinatie.
Conclusie
Uit deze kwestie volgt dat het mogelijk is om een kleurmerk te verkrijgen, maar dat dit geen eenvoudige taak is. Er moet sprake zijn van een duidelijk onderscheidend vermogen en
het relevante publiek moet het als merk kunnen herkennen — iets wat bij gangbare kleuren in een sector moeilijk te bewijzen is.
Heeft u vragen over het
merkenrecht? Of zou u graag
een merk willen registreren? Neem contact op met een van onze specialisten.

[post_title] => Kleuren als merk: verkrijgt OMV’s blauw-groene kleurcombinatie een merkrecht?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => kleuren-als-merk-verkrijgt-omvs-blauw-groene-kleurcombinatie-een-merkrecht
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-07-25 09:57:51
[post_modified_gmt] => 2025-07-25 07:57:51
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45336
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[6] => WP_Post Object
(
[ID] => 45401
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-23 13:48:54
[post_date_gmt] => 2025-07-23 11:48:54
[post_content] => Op 2 april 2025 publiceerde de Europese Commissie via haar Expert Group on B2B Data Sharing and Cloud Computing Contracts officieel de niet-bindende Model Contractual Terms (MCTs) en Standard Contractual Clauses (SCCs) onder Artikel 41 van de EU Data Act. Deze templates zijn onderdeel van de uitvoering van de Data Act, die per 12 september 2025 in werking treedt. De documenten zijn terug te vinden op de officiële site van de
Europese Commissie:
Wat staat er in de modelcontracten?
De MCTs bevatten vier belangrijke scenario’s voor datadeling:
- Datahouder → Gebruiker (bijv. autofabrikant aan voertuigbezitter)
- Gebruiker → Derde partij op verzoek van de gebruiker
- Datahouder → Derde partij na gebruikersverzoek
- Vrijwillige datadeling zonder gebruikersinitiatief
Daarnaast zijn er SCCs voor cloud- en dataverwerkerscontracten waarin aspecten zoals overstappen, exit, beveiliging en lock-in voorkomen zijn geregeld.
In balans of bevooroordeeld?
De centrale vraag is of de MCTs vooral in het voordeel zijn van de datahouder of juist van de data-ontvanger.
Uit een analyse blijkt dat de modellen zijn ontworpen met oog voor transparantie, billijkheid en non-discriminatie. Toch bieden sommige bepalingen ruimte voor interpretatie in het voordeel van de datahouder, bijvoorbeeld rond ‘redelijke vergoeding’ of geheimhoudingsplichten.
Voorbeeld 1: Een landbouwmachineproducent hoeft bij een dataverzoek alleen technisch toegankelijke data over te dragen en mag een redelijke vergoeding rekenen. De invulling van ‘redelijk’ is echter ruim.
Voorbeeld 2: Een mobiliteits-start-up heeft recht op non-discriminatoire toegang, maar is alsnog afhankelijk van de technische poorten en voorwaarden die de datahouder bepaalt.
De conclusie: de templates zijn redelijk gebalanceerd, maar met lichte neiging richting datahouders bij contractuele controle.
Voor wie is dit nú belangrijk?
Vanaf 12 september 2025 geldt de Data Act. Organisaties die nú actie moeten ondernemen:
- Fabrikanten van IoT- en connected apparaten
- Cloud- en platformproviders
- Datadienstenbedrijven (mobiliteit, smart building, industrie 4.0)
- Bedrijven die data delen op verzoek van gebruikers
Zorg voor juiste contracten, governance en procedures om compliant te zijn.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De modelcontracten zijn niet verplicht, maar vormen waardevolle leidraden. Je moet vóór 12 september 2025:
- Contracten toetsen aan MCTs/SCCs
- Vergoedings- en geheimhoudingsbepalingen herzien
- Procedures rond datatoegang en exit op orde hebben
Wij helpen je met:
- Contractscan van je bestaande overeenkomsten
- Maatwerkcontracten op basis van MCTs/SCCs
- Juridisch advies en strategische begeleiding
Neem contact op via
wijst@bg.legal – dan zorgen we samen dat je op tijd klaar bent voor de Data Act.

[post_title] => Modelcontracten EU Data Act: eerlijk verdeeld of bevoordeelt één partij?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => modelcontracten-eu-data-act-eerlijk-verdeeld-of-bevoordeelt-een-partij
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-04 13:49:26
[post_modified_gmt] => 2025-08-04 11:49:26
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45401
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[7] => WP_Post Object
(
[ID] => 45399
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-18 11:30:06
[post_date_gmt] => 2025-07-18 09:30:06
[post_content] => Veel onderzoekers gaan er vanuit dat de EU AI Act niet van toepassing is op hun wetenschappelijke werk. Een
recente analyse van Wernick & Meding van 3 juni 2025 laat echter zien dat deze aanname niet altijd klopt.
De Artificial Intelligence Act (AI Act), aangenomen in juli 2024, is de eerste grootschalige wetgeving die AI reguleert op basis van risicocategorieën. Denk aan verboden AI-systemen, high-risk AI en General Purpose AI models (GPAI). De wet bevat uitzonderingen voor wetenschappelijk onderzoek, maar in de praktijk blijken deze uitzonderingen beperkt toepasbaar.
Wanneer raakt de AI Act het onderzoek?
De AI Act stelt verplichtingen aan aanbieders van AI-systemen, zodra die op de Europese markt beschikbaar worden gesteld of in gebruik worden genomen – zelfs gratis en zelfs door universiteiten of onderzoeksinstellingen. Veelgebruikte handelingen binnen AI-onderzoek, zoals het uploaden van modellen naar GitHub of Hugging Face, kunnen worden gezien als het "op de markt brengen" van AI-modellen. Daarmee kunnen onderzoekers onbedoeld onder het toepassingsbereik van de wet vallen.
Voorbeelden:
- Een universiteit die een model voor gezichtsherkenning ontwikkelt en publiceert kan vallen onder verboden AI-systemen.
- Onderzoek naar AI voor medische apparaten of onderwijs kan worden gezien als high-risk AI, waarvoor een risicobeheerssysteem, documentatieverplichtingen en meldplichten gelden.
- Het publiceren van een Large Language Model (LLM), zelfs open source, valt mogelijk onder de verplichtingen voor GPAI. Deze verplichtingen worden verder uitgewerkt in een Code of Practice.
Maar er zijn toch uitzonderingen?
De AI Act bevat inderdaad uitzonderingen voor:
- Wetenschappelijk onderzoek (artikel 2(6))
- Productgericht onderzoek en ontwikkeling (artikel 2(8))
- Open source modellen (artikel 2(12))
Toch blijkt uit de analyse van Wernick & Meding dat deze uitzonderingen niet altijd passen bij de praktijk. Zo is het criterium dat een AI-systeem alleen voor wetenschappelijk onderzoek ontwikkeld en gebruikt moet zijn, vaak niet te garanderen – zeker niet in samenwerkingen met bedrijven of wanneer er publieke toegang is tot het model. Ook geldt de open source uitzondering niet voor high-risk en systemisch risicovolle GPAI modellen.
Concrete risico's voor onderzoekers
- Boetes voor overtreding kunnen oplopen tot 35 miljoen euro (artikel 99 AI Act).
- Onzekerheid over of het publiceren van een model als ‘markttoegang’ wordt beschouwd.
- Vage definities, zoals het verschil tussen een AI-systeem en AI-model.
Wat betekent dit in de praktijk?
Onderzoekers moeten zich bewust zijn van:
- De classificatie van hun systeem: verboden, high-risk, of GPAI.
- Of hun publicaties mogelijk onder ‘in gebruik nemen’ of ‘op de markt brengen’ vallen.
- Of uitzonderingen wel van toepassing zijn.
Tip: Plaats bij publicaties een duidelijke vermelding dat het model uitsluitend bedoeld is voor wetenschappelijk gebruik, niet geschikt is voor risicovolle toepassingen, en dat elke andere toepassing een significante wijziging van het doel betekent.
Bent u actief in AI-onderzoek, bijvoorbeeld binnen een universiteit, R&D-afdeling of samenwerkingsverband? Dan is het essentieel om te beoordelen of uw werk onder de AI Act valt.
Wij adviseren over:
- Toepasselijkheid van de AI Act op uw onderzoeksproject
- Publicatiepraktijken en disclaimers voor AI-modellen
- Juridische risico's bij samenwerking met commerciële partners
- Interpretatie van uitzonderingen in de AI Act
BG.legal is gespecialiseerd in het juridisch duiden van nieuwe wet- en regelgeving. Wij helpen organisaties om vooruit te kijken en compliant te blijven. Met ruime ervaring in digitale wetgeving zijn wij uw partner voor AI-juridisch advies.
Neem contact op via
wijst@bg.legal voor een vrijblijvend gesprek of quickscan.

[post_title] => De AI Act raakt wetenschappelijk onderzoek: meer verplichtingen dan gedacht
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => de-ai-act-raakt-wetenschappelijk-onderzoek-meer-verplichtingen-dan-gedacht
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-04 11:55:08
[post_modified_gmt] => 2025-08-04 09:55:08
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45399
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[8] => WP_Post Object
(
[ID] => 45317
[post_author] => 19
[post_date] => 2025-07-15 14:38:57
[post_date_gmt] => 2025-07-15 12:38:57
[post_content] => De rechtbank Overijssel heeft op 20 juni 2025 uitspraak gedaan over de vraag of een erfafscheiding al dan niet
vergunningvrij is onder
de Omgevingswet. De regels over erfafscheidingen zijn met de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen in de Bruidsschat en vervolgens verder verduidelijkt in de Vangnetregeling Omgevingswet. In deze uitspraak past de rechtbank de regels uit de Vangnetregeling toe om te bepalen of de erfafscheiding vergunningplichtig is.
Het geschil voor de rechtbank Overijssel
Een eigenaar van een perceel heeft een stenen erfafscheiding gebouwd op zijn erf, met daarvoor grindpalen en gestapelde betonblokken om de stenen erfafscheiding te beschermen tegen beschadiging. De erfafscheiding en de betonblokken hebben een hoogte tussen de 1,95 en 2,00 meter. Naast de erfafscheiding ligt een pad met daar aangrenzend het perceel van eisers (met daarop een woning en een mantelzorgwoning). Eisers stellen dat het pad is versmald door de betonblokken waardoor hun perceel niet meer goed bereikbaar is voor hulpdiensten. De betonblokken en de grindpalen kwalificeren ook als een erfafscheiding. Volgens eisers is er sprake van een overtreding omdat de erfafscheiding
vergunningplichtig zou zijn.
Nadat de rechtbank heeft geconcludeerd dat er onder het oude recht (het Besluit omgevingsrecht) inderdaad sprake was van een vergunningplicht wordt beoordeeld of dit ook het geval is onder de Omgevingswet.
Erfafscheiding vergunningvrij onder de Omgevingswet?
De regels over
erfafscheidingen zijn in de Omgevingswet geregeld in de bruidsschat. De
bruidsschat is een set van regels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van Rijksniveau naar decentraal niveau zijn gezet (opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan). Gemeentes mogen deze regels vervolgens overnemen, aanpassen of laten vervallen.
Volgens de bruidsschat is een erfafscheiding “
achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied” tot 2,00 meter hoog vergunningvrij (art. 22.27 sub f onder 3 Bruidsschat). Deze eis heeft echter tot verwarring geleid, onduidelijk was of hiermee de een ‘voorgevelrooilijn’ werd bedoeld of dat de lijn de hoek van het gebouw ook moest worden omgetrokken. Zo niet, zouden erfafscheidingen aan de zijkanten van percelen tot 2,00 meter hoog vergunningvrij kunnen zijn. Dit terwijl veel gemeentes voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een streng beleid voerden op schuttingen, vooral hoekwoningen waarbij hoge schuttingen volgens de gemeentes het straatbeeld aantasten. Door het verschil tussen de oude wetgeving en de bruidsschat is er medio 2024 een Vangnetregeling geïntroduceerd. In de Vangnetregeling zijn de regels over erfafscheidingen aangevuld. In de Vangnetregeling is verduidelijkt dat het gaat om “
de lijn die loopt langs de voorkant van het hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen”. Hiermee is duidelijk geworden dat de lijn eerst langs de voorgevel van het gebouw loopt en vervolgens langs de zijgevel mee de hoek om gaat. De Rechtbank Overijssel past de Vangnetregeling voor het eerst toe en concludeert dat de erfafscheiding ook onder de Omgevingswet vergunningplichtig is.
Concluderend
De onduidelijkheid over het al dan niet vergunningplichtig zijn van erfafscheidingen onder de Omgevingswet is met
de Vangnetregeling Omgevingswet aangepakt. De Rechtbank Overijssel heeft de Vangnetregeling nu toegepast in de jurisprudentie, waardoor in deze zaak ook onder de Omgevingswet de erfafscheiding vergunningplichtig is.

[post_title] => Erfafscheidingen onder de omgevingswet: de bruidsschat en de vangnetregeling
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => erfafscheidingen-onder-de-omgevingswet-de-bruidsschat-en-de-vangnetregeling
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-07-15 14:38:57
[post_modified_gmt] => 2025-07-15 12:38:57
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45317
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[9] => WP_Post Object
(
[ID] => 45397
[post_author] => 6
[post_date] => 2025-07-15 09:00:56
[post_date_gmt] => 2025-07-15 07:00:56
[post_content] => Steeds vaker zetten leveranciers AI-toepassingen in bij dienstverlening. Denk aan automatische rapportage, geautomatiseerde chats of datagedreven analyses. Als jouw organisatie hierover niets heeft vastgelegd in de inkoopvoorwaarden of leveringsvoorwaarden, loop je risico. Daarom is het essentieel om AI-gerelateerde clausules in je contracten en voorwaarden op te nemen.
Wat moet je opnemen in je contracten?
Transparantieverplichting
De leverancier moet expliciet vermelden welke AI-toepassingen worden ingezet, welk type model, gebruikte trainingsdata (categorieën) en of beslissingen beïnvloedbaar zijn. Voor generatieve AI zoals ChatGPT-achtige tools is het delen van promptlogs of fallback-opties wenselijk. Neem op dat de leverancier een verklaring van conformiteit moet geven voor de AI systemen die hij inzet. Ook wanneer de AI Act dat nu misschien nog niet verplicht. Wanneer sprake is van een AI systeem in de zin van de AI Act dat gaat dit in 2026/2027 ook verplichtingen voor gebruikers geven. Ben daar op voorbereid.
Toestemming vooraf
AI-gebruik mag pas starten na schriftelijke toestemming van jouw organisatie, inclusief specificatie van toepassing, doel en dataverwerking. Bepaal ook of AI-training plaatsvindt op jouw data, en onder welke condities.
Aansprakelijkheid en auditrecht
De leverancier blijft aansprakelijk voor fouten of output van de AI (zoals hallucinerende antwoorden). Neem auditrechten op: toegang tot logs, inspecties of periodieke compliance-rapportages voor AI-verantwoording.
IP-eigendomsrechten en outputrechten
Leg vast wie eigenaar is van door AI gegenereerde output en datatraining. Gebruik clausules zoals die in de EU MCC-AI (“
Model Contractual Clauses for AI Procurement”) over rechten op output en datagebruik, en definities voor licentievrij gebruik of royalty-vrije exploitatie.
Privacy en vertrouwelijkheid
Regels over het gebruik van afnemersdata voor AI-training: pseudonimisering, verwijdering op verzoek en functionele beperkingen. Dit voorkomt dat jouw data wordt gebruikt buiten contractspecificaties. Dit is ook van belang wanneer er geen persoonsgegevens worden verwerkt.
Audit en reviewrecht
Neem expliciete rechten op voor het uitvoeren van audits of inspecties van AI-processen, inclusief inzage in logs en verplichting tot transparantieverantwoording via een AI-register.
Beëindiging en exit
Regel wat er gebeurt als het contract eindigt: wie behoudt de data, AI-output, logbestanden of toegang tot modellen? Dit is cruciaal bij afhankelijkheid van leveranciersmodellen. Voorkom een vendor lock-in.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Standaard inkoopvoorwaarden zijn zelden voorbereid op AI-implementaties. Gebruikers lopen risico op onverwachte aansprakelijkheid, verlies van inhoudelijke controle en beperkte inzage in algoritmische beslissingen. Door AI-specifieke clausules op te nemen:
- Behoud je transparantie en governance
- Beperk je technologische risico’s
- Zorg je voor juridische zekerheid bij inzet van Generative AI, Predictive AI of andere toepassingen
Wij ondersteunen je bij AI-proof contracteren met:
- Actualiseren van inkoop- of leveringsvoorwaarden met AI-clausules
- Implementatie van transparantie-, toestemming- en auditbepalingen
- Opstellen van IP-voorwaarden voor AI-output en datarechten
- Ondersteuning bij onderhandelingen met leveranciers over AI gebruik
Neem contact op via
wijst@bg.legal – wij zorgen dat jouw contracten toekomstbestendig zijn en klaar voor AI-risico’s.

[post_title] => AI in contracten: dit moet je opnemen in inkoop- en leveringsvoorwaarden
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => ai-in-contracten-dit-moet-je-opnemen-in-inkoop-en-leveringsvoorwaarden
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-04 11:21:51
[post_modified_gmt] => 2025-08-04 09:21:51
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45397
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
)
[post_count] => 10
[current_post] => -1
[before_loop] => 1
[in_the_loop] =>
[post] => WP_Post Object
(
[ID] => 45376
[post_author] => 2
[post_date] => 2025-08-01 10:17:21
[post_date_gmt] => 2025-08-01 08:17:21
[post_content] =>
Inleiding
Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch
uitspraak gedaan over de termijnen voor elektriciteitsaansluiting. Het ging daarbij om de vraag of de netbeheerder Enexis
aansprakelijk is voor schade ontstaan door het overschrijden van de 18-wekentermijn die voortvloeit uit artikel 23, vierde lid, van de
Elektriciteitswet 1998. In dit artikel bespreken wij de achtergrond van de zaak en het oordeel van het Gerechtshof.
Het geschil
ZT Netherlands heeft in 2020 een aanvraag voor een elektriciteitsaansluiting gedaan bij Enexis. Voor de aansluiting werd door Enexis een realisatietermijn van gemiddeld 45 weken gegeven in de offerte. De offerte is vervolgens getekend door ZT Netherlands. 25 weken na ondertekening is de aansluiting gerealiseerd. Tot aan de realisatie van de aansluiting maakte ZT Netherlands gebruik van dieselaggregaten om de bedrijfsvoering door te laten lopen. Voor de gemaakte kosten stelde ZT Netherlands vervolgens Enexis aansprakelijk vanwege het overschrijden van de termijn.
Wettelijke termijn voor elektriciteitsaansluiting
In de Elektriciteitswet stond een wettelijke bepaling waaruit volgde dat een aansluiting op het elektriciteitsnet binnen redelijke termijn gerealiseerd moest worden. Deze redelijke termijn verstreek 18 weken na de aanvraag. Na uitspraken door het Europese Hof van Justitie in 2020 en 2021 werd echter bekend gemaakt door de ACM dat niet meer zou worden gehandhaafd op de wettelijke 18-wekentermijn en dat zou worden gekeken naar de norm van een ‘redelijke aansluittermijn, die afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval nader kan worden vastgesteld’. De 18-wekentermijn was namelijk in strijd met het Europese recht omdat deze had moeten worden vastgesteld door de nationale regulerende instantie in plaats van de wetgever. Ondanks het afzien van handhaving door de ACM is de 18-wekentermijn de afgelopen jaren wel toegepast door de rechters. Zo ook in de uitspraak in eerste aanleg over het geschil tussen ZT Netherlands en Enexis door de Rechtbank Oost-Brabant.
Uitspraak Gerechtshof
In 2023 oordeelde de Rechtbank Oost-Brabant dus dat de 18-weken termijn verbindend was ondanks de uitspraken van het Europese Hof en het afzien van handhaving door de ACM. Enexis werd dus aansprakelijk gehouden voor de schade van ZT Netherlands als gevolg van de langere aansluittermijn.
In
hoger beroep deed Enexis een beroep op het Europese recht. Uit de Elektriciteitsrichtlijn volgt dat netbeheerders in beroep moeten kunnen gaan over de nationale voorwaarden die worden gesteld door de nationale regulerende instantie (de ACM) over de toegang tot het net. De 18-wekentermijn volgt echter uit een wet in formele zin, namelijk de Elektriciteitswet en is dus niet vastgesteld door het ACM. Hierdoor kon Enexis de termijn niet ter discussie stellen. Het Gerechtshof gaat mee in het betoog van Enexis en oordeelt dat de 18-wekentermijn uit de Elektriciteitswet buiten toepassing moet worden gelaten omdat de totstandkoming strijd oplevert met het Europese recht.
Vervolgens moest het Gerechtshof beoordelen of sprake is van een ‘redelijke’ termijn. Dit is volgens het Gerechtshof het geval. Hierbij speelde onder andere een rol dat de gemiddelde aansluittermijn op het moment van de aanvraag van ZT Netherlands 35 weken bedroeg, dat Enexis meermaals heeft aangegeven dat de realisatie langer zou duren dan 18 weken, en dat het redelijk is dat Enexis een ‘first-come-first-served’ principe hanteerde en dus
geen voorrang gaf aan ZT Netherlands.
Concluderend
De 18-wekentermijn waar het in deze zaak om draaide is niet in de nieuwe Energiewet opgenomen en is per 22 februari 2025 vervallen. In plaats daarvan moet de netbeheerder de aansluiting realiseren ‘binnen een redelijke termijn’. Duidelijk is geworden dat op grond van het Europese recht de ACM bevoegd is om aansluittermijnen vast te stellen. Deze termijnen zijn vastgelegd in de
Netcode elektriciteit, waarin onder andere uitzonderingen zijn opgenomen wanneer sprake is van netcongestie of overmacht.

[post_title] => Redelijke termijn voor elektriciteitsaansluiting
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => redelijke-termijn-voor-elektriciteitsaansluiting
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2025-08-01 10:17:21
[post_modified_gmt] => 2025-08-01 08:17:21
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=45376
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[comment_count] => 0
[current_comment] => -1
[found_posts] => 1488
[max_num_pages] => 149
[max_num_comment_pages] => 0
[is_single] =>
[is_preview] =>
[is_page] =>
[is_archive] => 1
[is_date] =>
[is_year] =>
[is_month] =>
[is_day] =>
[is_time] =>
[is_author] =>
[is_category] =>
[is_tag] =>
[is_tax] => 1
[is_search] =>
[is_feed] =>
[is_comment_feed] =>
[is_trackback] =>
[is_home] =>
[is_privacy_policy] =>
[is_404] =>
[is_embed] =>
[is_paged] => 1
[is_admin] =>
[is_attachment] =>
[is_singular] =>
[is_robots] =>
[is_favicon] =>
[is_posts_page] =>
[is_post_type_archive] =>
[query_vars_hash:WP_Query:private] => a3f5669c49f0c8cfdbf162fbb5fe1e62
[query_vars_changed:WP_Query:private] =>
[thumbnails_cached] =>
[allow_query_attachment_by_filename:protected] =>
[stopwords:WP_Query:private] =>
[compat_fields:WP_Query:private] => Array
(
[0] => query_vars_hash
[1] => query_vars_changed
)
[compat_methods:WP_Query:private] => Array
(
[0] => init_query_flags
[1] => parse_tax_query
)
[query_cache_key:WP_Query:private] => wp_query:5c5544acfcdcc88436073d9eee0a114b:0.27300300 17564303720.58652500 1756430372
[tribe_is_event] =>
[tribe_is_multi_posttype] =>
[tribe_is_event_category] =>
[tribe_is_event_venue] =>
[tribe_is_event_organizer] =>
[tribe_is_event_query] =>
[tribe_is_past] =>
[tribe_controller] => Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller Object
(
[filtering_query:Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller:private] => WP_Query Object
*RECURSION*
)
)
Inleiding Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak gedaan over de termijnen voor elektriciteitsaansluiting. Het ging daarbij om de vraag of de netbeheerder Enexis aansprakelijk is voor schade...
Lees meer
Als ondernemer sta je bij een overname voor strategische keuzes. Zeker wanneer je het bedrijf van een IT-dienstverlener overneemt, zijn technische compliance, licenties, klantenbinding en transparantie over de cijfers van...
Lees meer
De Digital Services Act (DSA) wordt vaak gezien als een wet die alleen geldt voor de allergrootste techbedrijven — zoals Meta, Google of TikTok. Maar dat is een misvatting. Veel...
Lees meer
In 2022 is binnen de EU het Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten (IIO)[1] opgetuigd. Hiermee kunnen handelsrestricties aan derde landen worden opgelegd. Met ingang van 30 juni jl. is voor het...
Lees meer
Data spaces zijn gespecialiseerde, sectorale platformen waar organisaties veilig data kunnen delen, samenwerken en innoveren. In het tweede kwartaal van 2025 zijn er belangrijke ontwikkelingen die laten zien dat data...
Lees meer
Merkrechten zijn er in allerlei verschillende soorten, niet alleen als naam of logo. Zo kan een (combinatie van) kleur in beginsel een merk zijn, maar daarvoor moeten wel wat hordes...
Lees meer
Op 2 april 2025 publiceerde de Europese Commissie via haar Expert Group on B2B Data Sharing and Cloud Computing Contracts officieel de niet-bindende Model Contractual Terms (MCTs) en Standard Contractual...
Lees meer
Veel onderzoekers gaan er vanuit dat de EU AI Act niet van toepassing is op hun wetenschappelijke werk. Een recente analyse van Wernick & Meding van 3 juni 2025 laat...
Lees meer
De rechtbank Overijssel heeft op 20 juni 2025 uitspraak gedaan over de vraag of een erfafscheiding al dan niet vergunningvrij is onder de Omgevingswet. De regels over erfafscheidingen zijn met...
Lees meer
Steeds vaker zetten leveranciers AI-toepassingen in bij dienstverlening. Denk aan automatische rapportage, geautomatiseerde chats of datagedreven analyses. Als jouw organisatie hierover niets heeft vastgelegd in de inkoopvoorwaarden of leveringsvoorwaarden, loop...
Lees meer