Verdrag van Singapore

25 okt 2019

Op 7 augustus 2019 is in Singapore het mediationverdrag van Singapore ondertekend door de deelnemende verdragstaten. Dat verdrag is een initiatief van UNCITRAL en is door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in december 2018 aangenomen. Het verdrag voorziet in het eenvoudiger kunnen executeren van vaststellingsovereenkomsten die tussen partijen in een mediation tot stand gekomen zijn. Of dit verdrag internationaal tot grote hoogte zal klimmen is zeer de vraag. In elk geval zal het in Europa niet direct veel gevolg hebben, omdat de Europese Unie het verdrag niet ondertekend heeft. In haar artikel in het Tijdschrift voor Conflicthantering, nr. 5/2019, geeft mr. Henneke Brink, redacteur van dat blad, een kritische kijk op het verdrag.

Zakelijke conflicten komen nogal eens voor. Doorgaans worden die door partijen zelf opgelost in een goed gesprek of wordt door onderhandeling een resultaat bereikt waardoor het conflict opgelost wordt. In veel gevallen blijft de relatie behouden en kunnen partijen verder met elkaar om zaken te blijven doen. Als partijen er zelf niet uit komen, wordt vaak een adviseur ingeschakeld, bijvoorbeeld een advocaat die gespecialiseerd is in commercial litigation. In dat geval krijgt het geschil al een zwaardere en meer juridische lading. Ook dan kan het geschil nog in der minne opgelost worden met behoud van de relatie, maar vaak lopen de spanningen binnen die relatie zo op dat van een vruchtbare voortzetting geen sprake is. Dan rest de advocaat niet veel anders dan de zaak in een procedure te bepleiten en geven partijen hun beslisautonomie uit handen aan een rechter, bindend adviseur of een arbiter. Een bruikbare tussenvorm die door steeds meer partijen wordt ingezet voor de beslechting van een zakelijk geschil is mediation. Ook rechtbanken en gerechtshoven maken in toenemende mate gebruik van dit middel om aan een eenmaal lopende procedure een snel en adequaat einde te maken. Een groot voordeel van mediation is dat partijen, onder begeleiding van een mediator, zelf een oplossing bereiken die wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Dt vergroot het draagvlak onder de oplossing, wat bijdraagt aan de uitvoering van de uit de regeling voortvloeiende consequenties.

Mediation

Met name in dat laatste onderscheidt de mediation zich van andere vormen van geschillenbeslechting, waar een derde (rechter, arbiter, bindend adviseur) het geschil voor partijen beslecht in een partijen bindende uitspraak. In dat geval kunnen partijen feiten aandragen, bewijsmiddelen produceren, hun zaak bepleiten en daaraan juridische gevolgen verbinden, maar ze zijn niet meer zelf verantwoordelijk voor het uiteindelijke resultaat. Dat ligt buiten hun macht en zij kunnen zich daaraan slechts refereren of daartegen met een rechtsmiddel opkomen. Draagvlak zal doorgaans alleen aanwezig zijn bij de partij die wint of een zodanig deel van een vordering toe- of afgewezen krijgt, dat dit tot tevredenheid strekt. De ander zal die tevredenheid niet delen en voelt zich geroepen een tweede kans te beproeven in hoger beroep of een vergelijkbare procedure. Zo lijkt aan een conflict misschien wel een einde te komen, maar het kan op deze manier nog lang aanslepen. Het is evident dat dit veel geld, tijd en negatieve energie kost en zeker dat van een eens goede zakelijke relatie niets over blijft.

In business mediation kiezen partijen in overleg zelf hun mediator, de plaats van de mediation, wie de kosten draagt, welk reglement daarop van toepassing is en hoe de uitkomst wordt vastgelegd. Als dan de mediator het proces begeleidt en tot een goed einde brengt, het resultaat vastlegt in een vaststellingsovereenkomst en partijen elkaar daarop de hand schudden, dan is de kans groot dat de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst op weinig of geen problemen stuit. Dat is het gevolg van het draagvlak dat partijen zelf onder hun regeling gelegd hebben. Natuurlijk is niet elke mediation succesvol, of komen partijen daar sowieso aan toe. De wil van partijen op voorhand om met elkaar tot een oplossing te komen is een conditio sine qua non voor een mediator, om er überhaupt aan te beginnen. Als vast staat dat partijen niet “mediatable” zijn, dan gaat het conflict vanaf het eerste gesprek of de onderhandelingstafel rechtstreeks de procedure in.

Als partijen hun regeling hebben vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, is daarop de regeling van Titel 15 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Deze titel regelt de rechtspositie van partijen bij die overeenkomst. De overeenkomst ontbeert een executoriale titel, waarmee de vaststellingsovereenkomst, zoals wel het geval is bij een rechterlijke uitspreek, door een deurwaarder direct ten uitvoer kan worden gelegd als één van de partijen  de afspraken die vastgelegd zijn, niet nakomt. Als dat gebeurt, moet de andere partij eerst alsnog naar de rechter om een executoriale titel te vragen. In dat geval is alsnog de relatie vertroebeld en schiet de mediation haar doel voorbij. Een oplossing zou kunnen zijn om vooraf aan een vaststellingsovereenkomst een executoriale titel mee te geven, zoals dat gebeurt als een rechter een door partijen bereikte minnelijke oplossing tijdens een procedure, vast\legt in een proces verbaal. Dat kan meteen naar de deurwaarder als verplichtingen daaruit niet worden nagekomen.

Om het probleem van het niet automatisch kunnen executeren van een vaststellingsovereenkomst te ondervangen heeft de Verenigde Naties voor internationale handelsgeschillen het mediationverdrag aangenomen op 20 december 2018. Meer over dit verdrag is te vinden op de verschillende websites. Op www.uncitral.un.org/en/texts/mediation/conventions/international_settlement_agreements staat de tekst van het verdrag, de status en de uitleg. Tot de ondertekenende landen behoren onder meer de Verenigde Staten, China, India, een aantal Zuid-Amerikaanse landen, Saoedi-Arabië, en een aantal Afrikaanse en Aziatische landen. De Europese Unie heeft het verdrag niet ondertekend. Dat betekent dat de Europese staten niet gehouden zijn dit verdrag te incorporeren in hun nationale rechtsstelsels. Of dat iets is om rouwig over te zijn, is zeer de vraag.

De vraag dringt zich op, die ook Brink zich in haar artikel stelt, of een internationale regeling als deze wel nodig is. Na het bereiken van een minnelijke regeling uit een mediation, ligt het immers in de rede dat partijen vrijwillig zullen voldoen aan hetgeen daarin geregeld is. Een ingebouwde executoriale titel is dan niet nodig. Het is dus de vraag of het verdrag ook in Europa zo succesvol zou kunnen worden als het Verdrag van New York uit 1952, dat de internationale erkenning en executie van arbitrale vonnissen regelt en waar 160 landen bij aangesloten zijn. Met name de uitwerking van de deelnemende landen in hun nationale rechtsstelsels zal tot verschillen in de gevolgen leiden. Maar ook de uitzonderingsgronden in artikel 5 van het verdrag, op grond waarvan landen de werking van het verdrag kunnen uitsluiten, zijn vrij omvangrijk. Brink adresseert terecht vragen als het verplicht stellen van een advocaat bij de onderhandelingen, hoe faciliterend de mediator mag werken, geheimhouding, de gedragsregels die de mediator in acht neemt en de kwalificaties en expertise van de mediator. Dat alles met het oog op het gegeven dat een vaststellingsovereenkomst, die in een behoorlijke mediation tot stand is gekomen, de internationale uitvoerbaarheid daarvan rechtvaardigt.

Vragen die zich opdringen en beantwoord zullen moeten worden voor de Europese Unie zal overgaan tot ondertekening. Er zullen nog zaken geregeld moeten worden, maar een eerste stap naar internationale erkenning van de resultaten uit een mediation zijn gezet. Als deze ontwikkeling een zelfde vlucht neemt als het verdrag van New York, dan kan de internationale handel een instrument tegemoet zien dat procederen in verschillende landen, om de rechtspositie van partijen vast te stellen, voor een deel overbodig kan maken. De vaststelling en de executie ervan hebben handelspartijen dan in eigen hand en dat geeft draagvlak. Hetzelfde draagvlak wat er voor zou moeten zorgen dat executie helemaal niet nodig zou hoeven zijn. Voorlopig zal de praktijk het met die paradox moeten doen.

Marc Heuvelmans

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in Juridisch up to Date, 25 oktober 2019.

    Het Europees Hof schrapt het openbare UBO-register
    Lees meer
    Faillissementsuitspraken
    Lees meer
    Franchisegever beroept zich met succes op concurrentiebeding
    Lees meer
    Opdrachtnemer hoeft niet alle Zoom-gesprekken vrij te geven
    Lees meer
    Geschillen tussen aandeelhouders
    Lees meer
    Webinars
    Lees meer
    Bestuurdersaansprakelijkheid moet heel precies worden onderbouwd
    Lees meer
    Goederenrechtelijk cessieverbod leidt ook tot onverpandbaarheid vordering
    Lees meer
    Schuldenscan
    Lees meer
    Een bonus in de liquidatiefase, een hellend vlak!
    Lees meer
    Rechtbank benoemt bestuurder bij ontbreken rechtsgeldig bestuur
    Lees meer
    Misbruik van procesrecht: verliezer betaalt tonnen aan advocaatkosten
    Lees meer
    Overnames
    Lees meer
    Economische Eigendom, hoe werkt dat?
    Lees meer
    Bijzondere overeenkomsten
    Lees meer
    Aandeelhoudersovereenkomst
    Lees meer
    Afspraak over geschillencommissie moet worden nagekomen
    Lees meer
    SAVE THE DATES
    Lees meer
    Brochures Ondernemingsrecht
    Lees meer
    De NS mag boa-bevoegdheid hoofdconducteurs laten vallen
    Lees meer
    Kan ik als adviseur wel of geen betaling ontvangen vlak vóór faillissement?
    Lees meer
    BG.legal begeleidt succesvolle overname Tribal Agency
    Lees meer
    Schending van deponeringsplicht is economisch delict
    Lees meer
    Wanneer is een titel een executoriale titel?
    Lees meer
    Onderneming en personeel Heesen hebben recht op transparantie
    Lees meer
    Algemene Voorwaarden B2B
    Lees meer
    De pre-pack, terug van weggeweest?
    Lees meer
    Bestuur Stichting Hulptroepen Alliantie geschorst
    Lees meer
    NOW-subsidie niet overdraagbaar of verpandbaar!
    Lees meer
    Subsidie voor zorgpersoneel met longcovid in de maak
    Lees meer
    De betaaltermijn voor grote ondernemingen wordt verkort
    Lees meer
    De UBO en het UBO-register, ook voor mij relevant?
    Lees meer
    Wraking van de rechter
    Lees meer
    Het ‘recht’ op een bankrekening: een overzicht
    Lees meer
    Banken verplicht om zakelijke bankrekening te openen
    Lees meer
    De klachtplicht van artikel 6:89 BW nader beschouwd
    Lees meer
    Financiële mogelijkheden voor groei van een onderneming
    Lees meer
    De “gemeenschappelijke partijbedoeling” van Albert Heijn en haar franchisenemers
    Lees meer
    Kapper
    Lees meer
    Heeft nieuwe wet (WBTR) gevolgen voor zorginstellingen?
    Lees meer
    Stichting- of vereniging bestuurder pas op!
    Lees meer
    Als de handschoenen uit gaan ….
    Lees meer
    De Juridische Afdeling: Legal as-a-Service
    Lees meer
    Mag een bank weigeren een zakelijke bankrekening te openen?
    Lees meer
    Betekeningsperikelen
    Lees meer
    Is er wel of niet voldaan aan de voorwaarden voor contractuele overdracht van rechten?
    Lees meer
    Moet een bank schade van WhatsApp-fraude op een zakelijke rekening wel vergoeden?
    Lees meer
    Moet een bank de schade van WhatsApp-fraude vergoeden?
    Lees meer
    Conformiteit van een woning
    Lees meer
    Is rechtbank bevoegd tot schorsing bestuurder?
    Lees meer
    Nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen: moet ik mijn statuten aanpassen?
    Lees meer
    Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen treedt op 1 juli 2021 in werking
    Lees meer
    Sterkere werkgeversrol RvC ter versterking intern toezicht zorginstellingen
    Lees meer
    Maatschappelijke BV voor maatschappelijke ondernemers
    Lees meer
    WHOA, een nieuw type schuldeisersakkoord
    Lees meer
    “IK ZAL HET NOG ÉÉN KEER UITLEGGEN …”
    Lees meer
    De tweede golf: hoe nu verder voor de ondernemers?
    Lees meer
    Tijdverloop in een civiel geschil
    Lees meer
    Is een schoonzoon te vertrouwen?
    Lees meer
    Er komt een nieuwe rechtsvorm: de maatschappelijke BV
    Lees meer
    De zorg voor een particuliere borg
    Lees meer
    Goed bestuur in de zorg: vernieuwd kader
    Lees meer
    De EU Betekeningsverordening aangepast
    Lees meer
    De afstemmingsregel bij conservatoir beslag
    Lees meer
    Tijdelijke wet elektronisch vergaderen
    Lees meer
    Dynamische haviltex of dwaling
    Lees meer
    Ontbinding van een overeenkomst
    Lees meer
    Incoterms 2020
    Lees meer
    Verrekenen tussen meer dan twee partijen ook geldig in faillissement     
    Lees meer
    Kifid oordeelt dat verzekeraar de premie met 50% mag verhogen
    Lees meer
    Seminar 19 november: Investeren en financieren 2.0
    Lees meer
    Matiging van contractuele boete
    Lees meer
    Kifid voortaan ook voor klachten alternatieve financiering
    Lees meer
    5 TIPS: Wettelijke bewaartermijnen van persoonsgegevens
    Lees meer
    Bestuurder niet aansprakelijk; ondernemen met kapitaal van de stamrecht BV is toegestaan.
    Lees meer
    Legale belastingontwijking kan reden zijn voor bank om klantrelatie te beëindigen
    Lees meer
    Is de vormgeving van een industrieel product beschermd?
    Lees meer
    De taalkundige uitleg van de Earn-Out
    Lees meer
    Handelsregisterwet wordt gewijzigd
    Lees meer
    Ondernemingsrecht
    Lees meer
    Een faillissement kan ook een nieuwe kans betekenen!
    Lees meer
    Tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst van opdracht; wie draagt de bewijslast?
    Lees meer