Voorzieningenrechter in actie

20 okt 2015

Elke woensdag selecteert Robert Wannink een uitspraak van de Raad van State die hij in kort bestek bespreekt. Deze keer wijk ik daarvan af en bespreek ik een uitspraak van de voorzieningenrechter, ter lering en inspiratie. 

Bij uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [verder: ‘de voorzieningenrechter’] van 19 oktober 2015, zie Uitspraak (zaaknummer 201505949/2/A4) is geoordeeld over het besluit van 11 april 2014 waarbij het college GrondNet een last onder dwangsom heeft opgelegd.

Bij besluit van 30 oktober 2014 heeft het college het door GrondNet daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond verklaard, het besluit van 11 april 2014 herroepen en GrondNet opnieuw een last onder dwangsom opgelegd.

Bij uitspraak van 17 juli 2015 heeft de rechtbank het door GrondNet daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft GrondNet hoger beroep ingesteld. GrondNet heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Waarom deze uitspraak?

De voorzieningenrechter [in dit geval de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State] oordeelt over verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Als namelijk alleen bezwaar of beroep wordt ingesteld betekent dat meestal dat het bestreden besluit niet automatisch  geschorst is. Met andere woorden: er mag ondanks een ingesteld beroep tegen een ‘omgevingsvergunning bouwen’ toch gebouwd worden. Dat gebeurt dan wel voor eigen rekening en risico. Intussen loopt dan nog een bodemprocedure. De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel  voor de tijd totdat de rechter in de bodemprocedure een oordeel heeft geveld. 

De voorzieningenrechter toetst anders dan de bodemrechter. Waar kijkt de voorzieningenrechter naar?

  1. Spoedeisend belang.  Als er geen spoedeind belang is zal de rechter zich niet inhoudelijk uitlaten over de zaak en moet de bodemzaak worden afgewacht. Stel dat er een vergunning is verleend aan je buurman om een vijf meter hoog bijgebouw tegen je perceelgrens aan te bouwen en de bouwer staat klaar om aan de start te gaan. Dan dient je verzoek zeker een  spoedeisend belang.
  2. Voorlopige rechtmatigheid. Omdat het om een voorlopig oordeel gaat en het onderzoek door de beperkte tijd niet uitgebreid kan zijn toetst de voorzieningenrechter op voorlopige rechtmatigheid. Kan het dus inhoudelijk door de beugel? Het is geen garantie dat een bodemrechter er hetzelfde –na uitgebreid onderzoek- over denkt.
  3. Belangenafweging. Als er onduidelijkheden bestaan zal de rechter het belang de vergunninghouder sneller ondergeschikt maken aan het belang van zorgvuldige beoordeling en dus het belang van de buurman om nog even te wachten met de bouw totdat de discussie beter is uitgekristalliseerd, ook al omdat na afronding van de bouw feitelijk een onomkeerbare situatie ontstaat.    

Deze kwestie is een mooi voorbeeld van deze toetsing. Met name de belangenafweging is cruciaal.

Waar gaat het om?

De aan GrondNet opgelegde last onder dwangsom heeft betrekking op een aarden geluidswal, gelegen tussen recreatiepark Schatzenburg te Menaldum en de A31.

Voor de aanleg van de geluidswal is aan GrondNet op 29 januari 2008 een aanlegvergunning verleend. Volgens het college is de geluidswal aangelegd in afwijking van deze vergunning en in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

De opgelegde last onder dwangsom strekt er, kort gezegd, toe dat de geluidswal, met een totale lengte van ongeveer 1.200 m, in dertien fases in overeenstemming moet worden gebracht met de aanlegvergunning, dan wel moet worden verwijderd. Iedere fase heeft betrekking op een gedeelte van de geluidswal met een lengte van 75 of 100 m. Voor elke fase is een termijn van drie maanden gesteld, met een dwangsom van € 400.000,00 als een termijn niet wordt gehaald. Het maximaal te verbeuren bedrag bedraagt € 5.200.000,00.

Wat zegt de rechter?

Deze voorlopige voorzieningsprocedure leent zich niet voor een inhoudelijke beoordeling van de door GrondNet in hoger beroep aangevoerde gronden. Gelet op de kosten die zijn gemoeid met het voldoen aan de opgelegde last heeft GrondNet belang bij schorsing van de last totdat uitspraak wordt gedaan op haar hoger beroep. Nu verder, zoals ter zitting door het college is bevestigd, de geluidswal er al enkele jaren ligt, er tot op heden geen risico voor de bodem is vastgesteld en ook anderszins niet gebleken is van zwaarwegende belangen die nopen tot uitvoering van de last voordat uitspraak op het hoger beroep is gedaan, ziet de voorzieningenrechter, bij afweging van de belangen, aanleiding om de besluiten van 30 oktober 2014 en 11 april 2014 bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

Bespreking en conclusie

Als gezegd is de belangenafweging hier cruciaal. Verwijderen van de wal brengt veel kosten met zich mee en is er ook geen risico voor de bodem vastgesteld. Dat zijn belangen die zwaarwegend genoeg zijn om de verwijdering van de wal uit te stellen totdat er in de bodemprocedure een uitspraak wordt gedaan. Met andere woorden: er hoeft niet overhaast gehandeld te worden.

Het is dan niet zozeer een juridisch inhoudelijk oordeel, maar vooral een praktisch ingestoken uitspraak. De voorzieningenrechter maakt in de praktijd veel gebruik van deze belangenafweging. In uw eigen zaak helpt het in zo’n geval vaak als u het bestuursorgaan ermee confronteert dat u overweegt om een voorlopige voorziening te vragen. Dan wil het bestuursorgaan in veel gevallen wel vrijwillig meewerken. Zorg er dan wel voor dat dit adequaat schriftelijk wordt vastgelegd om latere misverstanden te voorkomen.

BG.legal