Wie is na overlijden de begunstigde van de levensverzekering?

04 mrt 2016

Het is een veel voorkomende situatie. Op enig moment wordt een levensverzekering afgesloten en in de polis worden de begunstigden van deze levensverzekering aangewezen door de verzekerde. Maar wat nu als de begunstigden van de levensverzekering conform de polis niet overeenstemmen met de begunstigden van de levensverzekering conform het testament van de overledene? Wie is dan de rechthebbende van op de uitkering van de levensverzekering?

Bij de beantwoording van deze vraag is conform het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2012[1] en artikel 7:967 BW niet alleen van belang wat de overledene bij het aangaan van de levensverzekering jegens de verzekeraar te kennen heeft gegeven. Er dient mede gelet te worden op de bedoeling van de erflater, die blijkt uit zijn verklaringen en gedragingen daarbuiten. Dat geldt ook in het geval die verklaringen en gedragingen niet jegens de verzekeraar zijn afgelegd of hebben plaatsgevonden.

In een recent arrest van de Rechtbank Noord-Holland van 7 oktober 2015[2] stond deze vraag opnieuw centraal. Een man heeft bij een aanvulling op zijn testament zijn kinderen onterfd en zijn partner, met wie hij een samenlevingscontract was aangegaan, tot enig erfgenaam benoemd. Conform de polis van de levensverzekering was de man echter als eerste begunstigde van de levensverzekering aangewezen. Die aanwijzing is met het overlijden van de man komen te vervallen. Aangezien de man ten tijde van zijn overlijden niet gehuwd was, hij woonde enkel samen, vervalt ook de onder punt 2 van de polis aangewezen begunstigde [zijn weduwe] en komt de uitkering op de polis toe aan de onder punt 3 van de polis aangewezen begunstigden: zijn kinderen.

De partner van de overleden man vordert dat zij dient te worden aangemerkt als enige begunstigde met betrekking tot de levensverzekering van de man. Zij legt hieraan ten grondslag dat de kinderen geen recht hebben op de uitkering uit de levensverzekering, nu de bedoeling van de man ter zake de begunstiging van de levensverzekering niet in overeenstemming is met de begunstiging conform de polis. De Rechtbank Noord-Holland besliste als volgt.

Op grond van artikel 7:975 BW is een levensverzekering een in verband met het leven of de dood gesloten sommenverzekering. De artikelen 7:966 lid 1 en 7:974 BW schrijven voor dat bij een sommenverzekering de aanwijzing van een begunstigde plaatsvindt door een schriftelijke mededeling aan de verzekeraar. Dit betreffen dwingendrechtelijke bepalingen, waarvan derhalve niet kan worden afgeweken. De aanwijzing van de begunstigde is voorts een uitsluitende bevoegdheid van de verzekeringsnemer.

Conform het arrest van de Hoge Raad d.d. 21 september 2012 is er derhalve sprake van een eenzijdig karakter van de aanwijzing van de begunstigde van de levensverzekering. Om die reden dient in de eerste plaats te worden nagegaan wat de bedoeling is geweest van de verzekeringsnemer bij de aanwijzing en dat bij de vaststelling van die bedoeling mede gelet wordt op eventuele verklaringen en gedragingen van de verzekeringsnemer, buiten deze schriftelijke mededeling. Het gaat derhalve om de bedoeling, verklaringen en gedragingen van de verzekeringsnemer ten tijde van de aanwijzing van de begunstigde.

De man heeft de polis en de begunstigden van zijn levensverzekering na 2003 niet meer gewijzigd. Eventuele intenties van de man om de begunstiging op de polis nadien aan te passen, welke voortvloeien uit het testament van de man, zijn voor de beantwoording van de vraag wie de begunstigde is op de uitkering uit de levensverzekering niet relevant. Dat de man bij het aangaan van de levensverzekering een andere bedoeling heeft gehad dan het aanwijzen van de huidige begunstigden is in dit geval niet gesteld en ook niet gebleken.

De vraag wie de rechthebbende is op de uitkering uit de levensverzekering van de man dient derhalve enkel te worden beoordeeld aan de hand van de polis. Nu er ten tijde van het overlijden van de man geen sprake was van een weduwe [omdat de man enkel samenwoonde en niet gehuwd was met zijn partner] en daarna als begunstigden de kinderen van de man worden genoemd, is de Rechtbank van oordeel dat de kinderen de begunstigden van de levensverzekering zijn en dus de rechthebbenden op de uitkering daarvan.

Mocht u derhalve van plan zijn om uw testament te wijzigen, bent u zich er dan van bewust dat dit niet automatisch gevolgen heeft voor de begunstigden van uw levensverzekering, die u eerder in uw polis als begunstigden heeft aangewezen. Indien u uw begunstigden van uw levensverzekering wenst te wijzigen, dient u naast uw testament, ook uw polis te wijzigen en derhalve uw wijziging door te geven aan uw verzekeraar.

Anne van der Steen


[1] HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6728.

[2] Rb. Noord-Holland 7 oktober 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:8460.