Corona Helpdesk

02 jun 2020

 

Bijna ieder uur van de dag zijn er nieuwsupdates over het coronavirus. De impact van het virus op de samenleving is enorm en  leidt ook tot veel juridische vragen, waaronder met betrekking tot personeel, evenementen en handelscontracten etc. Op deze vragen wordt in deze Q&A nader ingegaan. Heeft u vragen over juridische kwesties naar aanleiding van het coronavirus, neem dan contact op met onze Corona Helpdesk via corona@bg.legal of 088 1410800. Of vul het onderstaande formulier in.

Q&A

Arbeidsrecht

Ja mits hierover afspraken zijn gemaakt in een toepasselijke cao, een arbeidsvoorwaardenreglement of individuele arbeidsovereenkomst.

Het arbeidscontract is bindend dus in beginsel niet. U kunt natuurlijk altijd in overleg met de nieuwe werknemer trachten afspraken te maken over een latere indiensttreding. Als het contract een proeftijd-beding bevat kan daarvan in principe gebruik worden gemaakt nog voordat het contract is aangevangen. Zolang het contract niet rechtsgeldig beëindigd is en de nieuwe werknemer beschikbaar is voor het verrichten van de arbeid, zult u wel het loon moeten doorbetalen.

Nee niet als u daarmee als werkgever de verplichting tot loondoorbetaling wilt kunnen uitstellen. De werknemer heeft recht op het loon voor het aantal uren waarvoor hij een vast aanbod had moeten ontvangen.

Nee. Alleen als er een goede grond is voor de angst voor besmetting, mag een werknemer thuis blijven. Wanneer een collega slechts griepsymptomen heeft, maar recentelijk niet in een risicogebied is geweest en ook niet in aanraking is geweest met besmette personen, kan een werknemer thuis werken niet afdwingen. Als de betreffende werknemer dan toch weigert te werken op locatie, kan de werkgever de loonbetaling staken. Overigens moet worden opgemerkt dat het kabinet op advies van het RIVM de oproep heeft gedaan om zoveel mogelijk thuis te werken.

Indien er wel redelijke kans is op besmetting (lees: een collega is recentelijk naar een risicogebied geweest of in contact gekomen met iemand die besmet is), dan mogen werknemers wel thuis blijven uit angst voor besmetting. Eén van de oplossingen is in dat geval thuiswerken. Overigens heeft een werkgever de verplichting ervoor te zorgen dat werknemers door het werk niet ziek worden. Neemt een werkgever onvoldoende maatregelen en wordt een werknemer hierdoor ziek, dan dreigt mogelijk aansprakelijkheid.

Wanneer het een functie betreft waarbij reizen naar het buitenland gebruikelijk is, dan kan een medewerker dit niet zomaar weigeren. Dit geldt uiteraard niet voor landen waarvoor het Ministerie van Binnenlandse Zaken een negatief reisadvies heeft afgegeven, zoals met de komst van het coronavirus voor een aantal landen het geval zal zijn.

In beginsel mag een wijziging van een arbeidvoorwaarde alleen met instemming van de werknemer. Als een zogenoemd eenzijdig wijzigingsbeding op de arbeidsrelatie van toepassing is mag u als werkgever mogelijk besluiten om tot een eenzijdige wijziging van een arbeidsvoorwaarde over te gaan als u dusdanig zwaarwichtig belang hebt, dat het belang van de werknemer bij instandhouding van de arbeidsvoorwaarde daarvoor in redelijkheid moet wijken. Per te wijzigen arbeidsvoorwaarde moeten de belangen wel telkens tegen elkaar worden afgewogen.

Werkgevers mogen aan werknemers vragen of zij onlangs een risicogebied hebben bezocht. Dit is niet in strijd met de AVG, omdat werkgevers deze vragen moeten stellen om te voldoen aan de wettelijke verplichting om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving.

Indien u het vermoeden heeft dat een werknemer met het virus is besmet, is het op grond van de AVG niet toegestaan om de betreffende werknemer te verplichten zich medisch te laten testen. De werkgever kan de werknemer wel verzoeken thuis te werken, met behoud van loon. Dit is in een dergelijk geval de beste maatregel, zeker vanuit de zorgplicht van de werkgever voor de overige werknemers.

Nee. Er is een overeengekomen arbeidscontract voor een vaste urenomvang met een ingangsdatum.  De werknemer die beschikbaar is voor de arbeid heeft recht op het loon over de vaste uren.

De werkgever kan in geval van gewichtige redenen na overleg met de werknemer besluiten om het reeds opgenomen verlof in te trekken. Zeker in de zorg is het goed denkbaar dat er sprake is van een gewichtige reden. Als een werknemer al een vakantie heeft geboekt of op een andere wijze schade lijdt, dient de werkgever deze kosten te vergoeden.

Ja, het recht op betaling van loon vervalt niet. Dit betekent dat een werknemer recht heeft op salaris wanneer hij of zij in quarantaine zit. De werkgever dient tijdens de duur van de quarantaine net zoveel loon door te betalen als bij ziekte het geval zou zijn. Dit betreft dan minimaal 70% van het loon.

Wanneer een werknemer in het buitenland in quarantaine is geplaatst, moet ook het loon worden doorbetaald. Dit geldt niet wanneer hij of zij doelbewust is afgereisd naar een risicogebied en daar vast komt te zitten.

Nee dat hoeft u in beginsel niet. Wanneer door het thuis werken de kosten waar de vergoedingen op toezien niet meer worden gemaakt mag de uitbetaling daarvan worden gestopt. Dat kan uiteraard anders liggen als andere afspraken gelden.

Het antwoord is nee. Wanneer een werknemer gedurende zijn of haar vakantie besmet raakt, dan behoudt hij of zij het recht op loon en worden geen vakantiedagen afgeschreven. Echter, wanneer de vakantiebestemming voor vertrek al gemarkeerd was als risicogebied, gaat dit niet op.

Dit kan. Nu alle scholen gesloten zijn in verband met het coronavirus, kan het gebeuren dat een werknemer naar huis moet om zijn of haar kind op te vangen. In een dergelijk geval spreken we van kortdurend calamiteitenverlof, met als doel een geschikte oppas te vinden. Wanneer dit niet lukt en de werknemer langer thuis moet blijven, dient hij of zij vakantiedagen of onbetaald verlof op te nemen. Een andere optie is dat de werknemer zolang thuis werkt. Maar dat kan alleen met toestemming van de werkgever.

Laatste update: 28 mei 2020

Ja, er is ter vervanging van de door het kabinet tijdelijk ingetrokken werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling) is per 2 april 2020 de tegemoetkoming: de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) in werking getreden. Deze regeling voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers. Het eerste noodpakket van de NOW [NOW 1.0] dat geldt vanaf 1 maart 2020 ziet op omzetdalingen vanaf voornoemde datum en geeft een subsidie voor een periode van drie maanden. Met het noodpakket 2 wordt de NOW [NOW 2.0] per 1 juni 2020 verlengd met vier maanden. Tevens wordt (voor de tweede maal) een aantal aanpassingen in de NOW 1.0 doorgevoerd.

Wat is nodig om voor de NOW 1.0 in aanmerking te komen?

Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Werkgevers die in een periode van drie aaneengesloten maanden te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen - gerelateerd aan het omzetverlies – bij het UWV voor de eerste aanvraagperiode van 3 maanden een   een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen. Werkgevers betalen dan het loon aan betrokken werknemers 100% door. De aangesloten periode van omzetverlies over drie maanden kan naar keuze vanaf 1 maart, 1 april of 1 mei zijn.

Hoe wordt het omzetverlies berekend?

Er wordt uitgegaan van de totale omzet van 2019 waarvan de gemiddelde omzet over drie maanden wordt genomen. De verwachte omzet voor de periode in 2020 waarvoor gekozen is wordt vergeleken met voornoemde gemiddelde omzet over drie maanden in 2019.

Hoe hoog is de tegemoetkoming?

De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van de loonsom en het omzetverlies. In het noodpakket 1 is de totale loonsom van januari 2020 genomen. Als de loonsom van januari 2020 niet bekend is wordt in de NOW 1.0 uitgegaan van de loonsom van november 2019.  Deze loonsom wordt in de NOW 1.0 verhoogd met 30% en waarvan dan het percentage verwachte omzetverlies wordt genomen en daarvan wordt dan vervolgens 90% als tegemoetkoming per maand in de loonkosten als subsidie verstrekt. Hiervan wordt 80% als voorschot uitbetaald.

In de loonsom van januari zit een dertiende maand, wordt daar nog rekening mee gehouden?

Ja met de wijziging van de NOW 1.0 inmiddels wel. Als die dertiende maand terug te vinden is in de administratie zal het UWV deze dertiende maand eruit filteren bij de definitieve vaststelling van de subsidie.

 

Wat verandert er in de NOW 1.0 voor seizoensbedrijven?

Seizoensbedrijven kennen een periode-gebonden omzetpiek en hebben in maart vaak meer  personeel in dienst dan in januari. Als gevolg daarvan kunnen zij soms onvoldoende gebruik maken van de NOW. In de gewijzigde NOW 1.0  wordt maart de referentiemaand voor de loonsom waar de NOW-subsidie op gebaseerd is. In het noodpakket 1 gaat de subsidie voor een werkgever omhoog wanneer hij in de maanden maart, april en mei een hogere loonsom had dan in januari. Bij de vaststelling van de subsidie wordt dit verrekend.

Overigens, met deze wijziging kunnen werkgevers met een 0-loonsom in januari 2020 of geen loonsom in januari 2020 en november 2019, en die wel een loonsom in maart 2020 hebben, mogelijk alsnog in aanmerking komen voor de lopende regeling NOW 1.0.  Als werkgevers vanwege deze reden eerder een afwijzende beschikking op het eerste noodpakket van het UWV hebben ontvangen, zullen zij door het UWV worden benaderd.

Door een recente bedrijfsovername (in 2019)  is nog geen gebruik gemaakt kunnen worden van de NOW 1.0, kan dat dadelijk wel?

Mogelijk. In situaties van overgang van onderneming in 2019 tot 1 februari 2020 zal de bestaande bepaling in de NOW voor startende ondernemingen worden gehanteerd. De regeling voor startende bedrijven gaat ervan uit dat een bedrijf uiterlijk 1 februari 2020 is gestart, omdat er anders geen relevante refertemaand voor de omzet voorhanden is. Ook de wijziging van de loonsombepaling voor seizoensbedrijven kan bij bedrijfsovernames een uitkomst bieden.

Ik heb nog geen aanvraag gedaan voor het eerste pakket. Tot hoe lang kan ik dat doen?

Het aanvraagtijdvak van het eerste pakket wordt verlengd van 31 mei 2020 naar 5 juni 2020. Dit houdt verband met twee nieuwe mogelijkheden die zijn opgenomen in de NOW: de mogelijkheid om voor de berekening van de loonsom ook te kijken naar de maanden maart, april en mei en de mogelijkheid om bij een overgang van onderneming de omzet op een afwijkende manier te bepalen (zie hierboven). Hierdoor kunnen werkgevers die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming op grond van de NOW mogelijk alsnog succesvol een aanvraag doen. De wijzigingen zullen met terugwerkende kracht gaan gelden vanaf 20 mei jl. Werkgevers kunnen dus vanaf nu tot en met 5 juni 2020 gebruik maken van deze nieuwe mogelijkheden in NOW 1.0.

Mijn onderneming maakt onderdeel uit van een groep. Wat betekent dat voor mijn subsidieaanvraag?

Het omzetverlies van de gehele groep is bepalend. Consolidatie van financiële gegevens is  doorslaggevend of voor toepassing van de NOW sprake is van een ‘groep’. Voor het bepalen van het omzetverlies kan dus gekeken worden naar de geconsolideerde cijfers van de groep.

Alleen Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen en vreemde rechtspersonen en vennootschappen met in Nederland verzekerd SV-loon vallen onder de NOW.

Begrijp ik goed dat de NOW 1.0  voor concerns inmiddels is verruimd?

Dat klopt. Binnen concerns zijn er soms werkmaatschappijen die geheel of gedeeltelijk stilvallen door de coronacrisis terwijl andere werkmaatschappijen binnen het concern voldoende omzet draaien of zelfs nog winst maken. Het concern als geheel voldoet dan niet aan het criterium van de twintig procent omzetverlies. Inmiddels is in een eerdere eerste wijziging van de NOW 1.0 het al mogelijk gemaakt dat individuele werkmaatschappijen mits zij een eigen rechtspersoonlijkheid hebben, subsidie voor loonkosten kunnen aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij. Hieraan zijn wel extra voorwaarden verbonden.

Wat zijn die extra voorwaarden van verruiming van de concernbepaling?

Concerns, waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen. Daarnaast moeten de werkmaatschappijen een overeenkomst met de betrokken vakbonden hebben over werkbehoud. Er mag geen personeels-bv binnen het concern zijn. Tot slot zullen een aantal controlewaarborgen gaan gelden die in standaarden van accountants zullen worden gedefinieerd.

Mag ik tijdens toepassing van de NOW nog tot bedrijfseconomisch ontslag overgaan?

Een voorwaarde voor het in aanmerking zijn gekomen voor NOW is dat in de periode van de loonkostensubsidie geen aanvraag bij het UWV wordt gedaan om toestemming te krijgen voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Als u toch overgaat tot zo’n aanvraag zal de consequentie uiteindelijk zijn dat bij de definitieve vaststelling van de subsidie een correctie wordt doorgevoerd. Het aanvragen van een bedrijfseconomisch ontslag als NOW subsidie wordt ontvangen, kan dus in beginsel maar het heeft financiële consequenties.

Hoe ziet die correctie in de NOW 1.0  eruit als ik met toestemming van UWV tot bedrijfseconomisch ontslag overga?

Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie bedrijfseconomisch ontslag is aangevraagd. Dat loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Het totaal hiervan wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd. Deze sanctie geldt ongeacht de uitkomst van de ontslagprocedure bij het UWV.

Is er een alternatief voor een aanvraag bij het UWV voor bedrijfseconomisch ontslag?

Ja er kan getracht worden om in overleg met de werknemer met wederzijds goedvinden vanwege bedrijfseconomische redenen de arbeidsovereenkomst te beëindigen. In de NOW staat het achterwege laten van deze ontslagwijze niet als voorwaarde vermeld. Wel is het zaak te realiseren dat ieder ontslag ongeacht of wegens bedrijfseconomische redenen of niet tijdens de loonsubsidie gevolgen kan hebben voor de hoogte van de uiteindelijke definitieve subsidie omdat ook de hoogte van de totale loonsom hiervoor bepalend is.

Moet ik een keuze maken tussen NOW of bedrijfseconomisch ontslag?

Strikt genomen hoeft dat niet omdat een ontvangen NOW-subsidie een later onverhoopt toch noodzakelijk bedrijfseconomisch ontslag niet onmogelijk maakt. Dit gezegd hebbende, vanwege de  grote financiële consequenties voor de definitieve subsidie in geval van een ontslagaanvraag bij het UWV en nu eenmaal bedrijfseconomische ontslagen ook geld kosten, verdient zo’n samenloop niet de voorkeur. Het is dus zaak als werkgever kritisch te beoordelen of de NOW toereikend is om bedrijfseconomische ontslagen te voorkomen en vervolgens af te wegen of wordt ingezet op NOW  of dat daarvan toch wordt afgezien om de handen meer vrij te houden voor bedrijfseconomische ontslagen.

Hoe vraag ik als werkgever NOW aan?

U kunt via de website van het UWV een aanvraag indienen. Zie   https://www.uwv.nl/werkgevers/formulieren/formulier-aanvraag-tegemoetkoming.aspx

Deze tegemoetkomingsregeling komt tijdelijk in de plaats van de wtv-regeling. Reeds ingediende wtv-aanvragen zijn beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling. Wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen bij het UWV voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt.

Als ik de tegemoetkoming krijg, moet ik dan als werkgever nog iets doen?

U betaalt het loon aan de betrokken werknemers volledig door. UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van de tegemoetkoming (in elk geval 80% van het bedrag) verstrekken. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de door u te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

Geldt de tegemoetkoming ook voor mijn werknemers met een flexibel contract?

Ja. De NOW voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers én werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen.

Wat wijzigt er in de NOW 1.0 met betrekking tot accountantsverklaringen?

Voor de NOW zal de accountantsverklaring verplicht gesteld wordt voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van €100.000,- of meer. Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan €125.000,-, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vastgestelde subsidie van €125.000,- of meer een accountantsverklaring vereist. Bedrijven en instellingen die een voorschot van minder dan €100.000,- hebben ontvangen zullen zelf moeten inschatten of de subsidie op €125.000,- of meer zal worden vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online rekentool beschikbaar worden gesteld.

Betekent dit dat in de situaties waarin geen accountantsverklaring nodig is, geen controle plaatsvindt?

Nee. De werkgever is verantwoordelijk voor de informatie die hij bij de aanvraag en de vaststelling van de subsidie verstrekt. De werkgever dient met betrekking tot de omzet en de loonsom een zodanig controleerbare administratie te beheren, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De verzoeken tot vaststelling waarbij geen accountantsverklaring is vereist worden steekproefsgewijs gecontroleerd.

Daarnaast zal – als geen accountantsverklaring overlegd hoeft te worden – bij het verzoek om vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de €20.000 of een vaststellingsbedrag boven de €25.000,-, een verklaring van een derde overlegd moeten worden die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

Wat wijzigt er qua opslag in de NOW 2.0?

In het tweede noodpakket wordt vaste (forfaitaire) opslag voor onder andere vakantiegeld, pensioenpremie en andere werkgeverslasten verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee wordt vanuit de NOW ook een bijdrage geleverd aan andere kosten dan de loonkosten om werkgevers nog meer te ondersteunen werkgelegenheid te behouden.

Wat verandert er verder nog in de NOW 2?

Een bedrijf dat gebruik maakt van de verlenging van de NOW mag over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Bonussen aan gewone medewerkers, die horen bij de normale beloningssystematiek zijn wel toegestaan. Voor concerns geldt een dergelijke voorwaarde al voor de eerste regeling.

Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen, zodat werknemers zich kunnen aanpassen aan de nieuwe economische situatie. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Om werkgevers en werknemers daarbij te helpen, trekt het kabinet 50 miljoen euro uit voor het crisisprogramma NL leert door, waar mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen.

In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij bedrijfseconomisch ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

De ontslagboete komt in aangepaste vorm als anti-misbruik-bepaling terug. De ontslagboete geldt bij collectieve ontslagen (20 werknemers of meer) waarbij door de werkgever geen akkoord is bereikt met de vakbonden. De boete bedraagt 5 procent van het totale bedrag aan loonkosten dat als NOW-subsidie wordt ontvangen. Bedrijven die minder dan 20 mensen ontslaan, hoeven geen ontslagboete te betalen.

Vanaf wanneer en tot wanneer kan ik een aanvraag voor NOW 2 indienen?

De subsidie voor de NOW 2 kan vanaf 6 juli 2020 worden aangevraagd. De aanvraag zal naar het laat aanzien tot en met 30 september 2020 kunnen worden aangevraagd.

Klopt het dat de tegemoetkoming onder de NOW openbaar wordt gemaakt?

Ja.  Reeds bij de eerste wijziging van de NOW is een bepaling opgenomen op grond waarvan aanvragers van de NOW, inclusief de verleende voorschotten en vastgestelde subsidie openbaar gemaakt kunnen worden zonder dat daarvoor eerst een zienswijze (van de aanvragers) gevraagd hoeft te worden. Aangezien er inmiddels verzoeken om deze informatie zijn gedaan, is door de minister besloten het UWV te verzoeken deze informatie openbaar te maken. Vanaf eind juni 2020 wordt deze informatie op de website van UWV gepubliceerd. Het gaat daarbij wel uitsluitend om de informatie waarvoor geen voorafgaande zienswijze van de subsidieontvanger gevraagd behoeft te worden.

Klopt het dat er ook een tegemoetkoming voor vaste lasten voor het MKB komt?

Ja. Er komt een pakket aan maatregelen ten behoeve van het hardst geraakte MKB, waaronder de horeca, recreatie, sportscholen, evenementen, kermissen, speelautomatenhallen, podia en theaters, waarvan een aantal sectoren ook in de zomermaanden nog gesloten blijft. Dit betreft de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB. Deze bedrijven krijgen afhankelijk van de omvang van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten, en de mate van omzetderving  (minstens 30%) een tegemoetkoming voor hun vaste lasten. Dat is nu nog tot een maximum van  € 20.000,= voor drie maanden maar dat wordt maximaal € 50.000,=.

Waar vind ik de NOW?

U kunt actuele informatie over de NOW vinden op  https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financiele-regelingen/overzicht-financiele-regelingen/now

 

 

 

 

 

Als werkgever bent u verplicht te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek. Dat geldt ook bij thuiswerken. Als de werknemer zelf niet over een goed ingerichte werkplek beschikt moet u ervoor zorgen dat de werknemer wel over goed ingerichte werkplek komt te beschikken. Denk daarbij aan het ter beschikking stellen van laptop, beeldscherm etc. Ook instructies over veilig thuiswerken en een checklist wat voor een goede werkplek nodig is kan nuttig zijn, zeker als het thuiswerken een meer permanent karakter krijgt.

Ja, deze coulanceregeling wordt verlengd tot 1 juli 2020. Door het coronavirus zal het voor werkgevers die nog niet aan de bewuste voorwaarde hebben voldaan wellicht lastig zijn daar nu alsnog tijdig aan te voldoen. Daarom wordt deze periode verlengd tot 1 juli 2020. Werkgevers hebben dus tot en met 30 juni 2020 de tijd om dit te regelen.

Wat betekent de verlenging van de coulanceregeling?

Werkgevers mogen dus tot 1 juli 2020 de lage WW-premie afdragen, ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) nog niet schriftelijk is vastgelegd, of als de arbeidsovereenkomst of de aanvulling daarop nog niet door partijen is ondertekend. Werkgevers kunnen dus in de loonaangifte over de bewuste tijdvakken de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ vullen met ‘ja’. De verlenging van de coulanceregeling verandert overigens niets aan de voorwaarde dat de coulance alleen geldt voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden.

Contracten

Van belang bij beantwoording van deze vraag is vooral of een geslaagd beroep op overmacht kan worden gedaan. Hiervoor dient nauwkeurig te worden gekeken naar de inhoud van de overeenkomst en de (mogelijk) daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Daarnaast is het bij betrokkenheid van internationale partijen (bijvoorbeeld bedrijven uit Italië of China) belangrijk om vast te stellen welk recht van toepassing is. Als niets over overmacht is vastgelegd in de overeenkomst, wordt teruggevallen op de Nederlandse wet in geval van een overeenkomst die wordt beheerst door het Nederlands recht. Voor een gerechtvaardigd beroep op overmacht dient in ieder geval duidelijk te zijn dat de leverancier écht niet meer kan leveren en dat partijen hier ten tijde van het overeenkomen van de levering geen weet van hadden. Kan de leverancier bijvoorbeeld producten bij een andere leverancier in de wereld inkopen of laten produceren, of is de verplichting tot levering na de uitbraak van het coronavirus aangegaan, dan zal het voor de leverancier moeilijk zijn om een gerechtvaardigd beroep op overmacht te kunnen doen.

Mocht de leverancier wel een gerechtvaardigd beroep op overmacht kunnen doen, dan beschikt de afnemer van de leverancier mogelijk over de optie om de overeenkomst te ontbinden als aan de ontbindingsvereisten is voldaan. Overmacht staat niet in de weg aan ontbinding. Bovenal dient, ook ten aanzien van bovenstaande vragen en antwoorden, te worden opgemerkt dat de uitbraak van het coronavirus nog in ontwikkeling is. Daarmee zijn ook de maatregelen die hiertegen worden getroffen aan verandering onderhevig, waarmee de toekomst nog onzeker zal zijn.

Indien een pakketreis is overeengekomen dan kan een reiziger de pakketreis kosteloos annuleren indien zich op de plaats van bestemming (of onmiddellijke omgeving) zich onvermijdbare en buitengewone omstandigheden voordoen die aanzienlijke gevolgen hebben voor de pakketreis. Indien sprake is van een onveilig gebied vanwege het coronavirus, dan kan de reiziger derhalve de reis kosteloos annuleren. De reiziger heeft recht op restitutie van de reissom, niet op aanvullende schadevergoeding (denk aan inentingen, visum etc.).

Indien de reiziger alleen een vliegticket heeft geboekt kan dit anders liggen. Indien de reiziger zelf annuleert dan is hij in beginsel gewoon de prijs van het vliegticket verschuldigd. Dit kan anders liggen indien de annuleringsverzekering (indien afgesloten) dekking biedt. Neem hiervoor contact op met de annuleringsverzekeraar.

Eén van de maatregelen die het Kabinet heeft genomen om het Coronavirus tegen te gaan, is het sluiten van alle sportscholen in Nederland. Veel mensen hebben een abonnement bij een sportschool in de buurt. Dit is een wederkerige overeenkomst. Wanneer een van de partijen haar verplichtingen niet nakomt, kan de andere partij haar verplichtingen opschorten. Met andere woorden: wanneer de sportschool niet open is, zou u uw betalingen tijdelijk kunnen stopzetten.

Echter, er is momenteel sprake van een uitzonderlijke situatie: alle sportscholen zijn gesloten in verband met het coronavirus. Dit is een overmachtssituatie, wat betekent dat opschorting hier niet op zijn plek is. De maatregelen zijn genomen in het kader van de volksgezondheid, de hoogste prioriteit op dit moment. Met dit in het achterhoofd, is het onredelijk om de betalingen aan uw sportschool op te schorten voor een periode van drie weken.

In geval van een pakketreis kan de reisorganisatie de pakketreis annuleren indien er sprake is van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden op de plaats van bestemming. Indien sprake is van een onveilig gebied vanwege het coronavirus, dan is de reisorganisatie bevoegd om de reis te annuleren. De reiziger heeft recht op restitutie van de reissom, niet op aanvullende schadevergoeding (denk aan inentingen, visum etc.).

Indien de reiziger enkel een vliegticket heeft geboekt en de luchtvaartmaatschappij annuleert de vlucht dan heeft de reiziger in beginsel recht op restitutie van de prijs van het vliegticket. Mogelijk heeft de reiziger tevens recht op aanvullende compensatie. Een reiziger dient dan wel vanuit de EU te vliegen of van buiten de EU naar een land binnen de EU met een in de EU gevestigde luchtvaartmaatschappij. De reiziger heeft geen recht op aanvullende compensatie indien er sprake is van een inreisverbod of negatief reisadvies.

Familierecht

Gezien het advies van de regering en het RIVM is het verstandig om dat contact te beperken. Denk wel aan andere opties, zoals skypen met opa en oma en een tekening sturen.

Nee, uw kinderen hebben recht op de tussen u beiden afgesproken zorg- en contact regeling met hun vader of moeder.

Wel is het goed om flexibel met deze regeling om te gaan en goed te overleggen hoe en welke regeling in deze uitzonderlijke situatie het meest gewenst is. Let daarbij op de gezondheid van de ouders en de kinderen. Dit vraagt veel van de communicatie tussen de ouders.

Ja ons kantoor is gewoon bereikbaar. Indien u een bespreking wilt kan dat eventueel via beeldverbinding.  Neem dus gerust vrijblijvend contact op bij vragen.

 

Nee dat kan niet. Als u uw kind meer opvangt dan anders, bijvoorbeeld omdat de andere ouder in de zorg werkt, kunt u daarover samen nieuwe afspraken maken. Dit zullen dan tijdelijke afspraken zijn.

Komt u er niet uit ? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Wij denken graag met u mee.

Ja dat kan. De komende drie weken zullen er geen zittingen plaatsvinden, tenzij er sprake is van zeer urgente zaken. Dan zal -in overleg met de rechtbank- bekeken worden of er toch een zitting plaats zal vinden. Wij adviseren u daar graag in. De schriftelijke voortgang gaat wel door. Overleg tussen advocaat en cliënt kan wel doorgaan.

Als beide partijen een advocaat hebben, kunnen de onderhandelingen over de echtscheiding ook doorgaan.

Er geldt dat er tot en met 6 april geen face to face besprekingen zijn in verband de strenge maatregelen. Bij mediaton is dat nu lastig. Het is  van belang met beide partijen en de mediator aan tafel te gaan om de tussen partijen spelende kwesties samen op te lossen.  Wel kunnen - mits dit gezamenlijk gebeurt- alle financiële gegevens ed. aan de mediator gestuurd worden, zodat die de zaak al kan voorbereiden. In overleg zal er over de voortgang gesproken worden.

Ook hier geldt dat de tussen u beiden gemaakte afspraken blijven gelden. Alleen als er een afspraak gemaakt kan worden tussen beiden partijen kan van de afspraken afgeweken worden.

Heeft de rechtbank in uw zaak ooit een beschikking afgegeven ? Die blijft gelden totdat er een verzoekschrift tot wijziging van de alimentatie is ingediend bij de rechtbank.

Er moet dan wel sprake zijn van een relevante wijziging van omstandigheden. Of het Coronavirus een zodanige wijziging van omstandigheden is dat de alimentatie direct wijzigt zal per geval moeten worden bekeken.

Let wel: indien er een verzoekschrift wordt ingediend, duurt het even voordat de rechtbank een beslissing neemt.

Als de kinderen vanwege het coronavirus minder naar de andere ouder gaan, krijg ik dan meer alimentatie ?

In principe niet, tenzij je het samen afspreekt. De meeste kosten voor de kinderen gaan natuurlijk gewoon door. Overleg is hierbij erg belangrijk.

Ondernemingen

De European Union Intellectual Property Office (EUIPO) heeft gereageerd op de uitbraak van het Corona-virus. Het EUIPO is het bureau waar alle Europese merken en modellen kunnen worden geregistreerd. Het EUIPO behandelt ook oppositieprocedures.

Het EUIPO kondigt aan dat alle deadlines die zouden vervallen tussen 9 maart en 30 april 2020 worden verlengd tot 1 mei 2020. De EUIPO verlengt de deadlines, omdat er sprake is van een algemene ontwrichting in de bezorging en verzending van post. De volledige beslissing van het EUIPO kun je hier nalezen.

Dit betekent dat als je bezwaar wil indienen tegen een lopende merkaanvraag, je daar nu langer de tijd voor hebt.

Een huurder is in beginsel verplicht om de huurpenningen te voldoen. Het niet voldoen levert een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op. Een uitzondering op deze verplichting is overmacht of onvoorziene omstandigheden. Het enkele feit dat een huurder moeite heeft om de huurpenningen te voldoen is onvoldoende. Van een huurder mag ook verlangd worden dat hij naar alternatieven zoekt, zoals bijvoorbeeld een tijdelijk krediet of gebruik van noodvoorzieningen. Het is verdedigbaar dat het coronavirus in specifieke gevallen een overmachtssituatie oplevert. Indien een beroep op overmacht niet slaagt dan kan mogelijk sprake zijn van onvoorziene omstandigheden. De rechterlijke toets is echter streng en de rechter zal terughoudend toetsen of  sprake is van onvoorziene omstandigheden.

Van de hierboven beschreven wettelijke regeling kan bij overeenkomst worden afgeweken. Het is om die reden raadzaam de huurovereenkomst en eventuele algemene (ROZ) voorwaarden aandachtig te bestuderen.

Een beroep op overmacht of onvoorziene omstandigheden laat de mogelijkheid om de huurovereenkomst te ontbinden vanwege het niet of niet tijdig betalen van de huurprijs onverlet.

Voor meer toelichting over dit onderwerp verwijzen wij naar deze blog.

Dat is zeer de vraag. Als een bedrijf er zo slecht voor staat dat een faillissement onvermijdelijk is, dan kan de oorzaak ook dieper liggen. Maar de coronacrisis kan ook voor ernstige financiële problemen gaan zorgen bij bedrijven die nog niet in de financiële problemen zaten.  Een faillissement kan op aanvraag van het bedrijf zelf of op aanvraag van een schuldeiser door de rechtbank worden uitgesproken. De rechtbank zal ter zitting toetsen of er meerdere schuldeisers bestaan en of de vennootschap inderdaad haar schulden niet meer kan betalen (of de vennootschap verkeert ‘in de toestand opgehouden te betalen’). Een dergelijk eigen verzoek tot het uitspreken van het faillissement hoeft niet te worden ingediend door een advocaat, maar het is wel verstandig juridische hulp in te schakelen. Met het uitspreken van het faillissement wordt er een curator aangesteld, welke zal overgaan tot het afwikkelen van het bedrijf. Voor veel bedrijven lijkt dit vooralsnog een zwaar middel, waarmee de onderneming zal worden beëindigd. Echter hoef een faillissement niet het einde te zijn van de onderneming, want dit biedt ook nieuwe kansen, zoals een doorstart. Klik  hier voor een uitgebreide beschrijving van die nieuwe kansen.

Een lichter middel dat mogelijk uitkomst biedt gedurende de coronacrisis is de zogenaamde surseance van betaling. Waar het faillissement gericht is op de liquidatie van de onderneming, is de surseance van betaling gericht op het overleven hiervan. Een aanvraag tot surseance van betaling kan worden gedaan wanneer een bedrijf vaststelt dat zij niet langer aan haar opeisbare schulden kan voldoen. Het doel van de surseance van betaling is het bieden van een adempauze, om zo een faillissement te voorkomen. Gedurende de surseance van betaling kan het bedrijf niet gedwongen worden haar gewone (concurrente) schuldeisers te betalen. Eventuele incassomaatregelen van schuldeisers, bijvoorbeeld beslaglegging, worden gedurende de surseance geschorst. Tijdens deze adempauze zal de door de rechtbank aangestelde bewindvoerder bekijken of het bedrijf door kan gaan met het betalen van haar schuldeisers, of dat er toch een faillissement moet worden aangevraagd. De surseance kan ook worden gebruikt om een akkoord te sluiten met de schuldeisers. Voor een succesvolle surseance is wel geld nodig, want dit wordt omgezet in een faillissement zodra lopende kosten niet meer zouden kunnen voldaan en/of de bewindvoerder geen reëel uitzicht meer heeft op een succesvol akkoord.

Voor zowel de aanvraag tot faillissement als de aanvraag tot surseance van betaling geldt dat de Rechtspraak deze procedures heeft aangemerkt als urgente zaken, die gedurende de coronacrisis nog steeds kunnen worden behandeld. Mocht u een van bovenstaande juridische stappen overwegen, neem dan contact op met één van onze insolventiespecialisten via de Corona helpdesk van BG.legal.

Post NL heeft aangegeven dat zij er alles aan doen om het contact met mensen zo goed mogelijk te minimaliseren. Dit betekent dat de bezorgers zelf zullen tekenen voor het ontvangst van pakketjes, met mondelinge toestemming van de ontvanger. Maar dat betekent dat er lastige situaties kunnen ontstaan.

Wat als je niet thuis bent en de bezorger toch tekent voor ontvangst? Bijvoorbeeld omdat hij het pakketje bij de voordeur achterlaat. Dan ontstaat een lastige situatie op het moment dat het pakketje door een andere persoon wordt meegenomen. Je hebt geen toestemming voor het tekenen gegeven, je hebt het pakketje ook niet ontvangen, maar toch heb je via de bezorger voor ontvangst getekend.

Hetzelfde geldt als je de buurman laat tekenen voor ontvangst. Als de bezorger in naam van de buurman tekent voor jouw pakket, heb jij dan getekend voor ontvangst? Er wordt immers alleen een krabbel van de bezorger zelf genoteerd.

Dit zijn vragen die kunnen ontstaan de komende periode. Op voorhand willen we ontvangers van pakketjes meegeven dat zij in een nadelige bewijspositie verkeren. Want het is moeilijk om aan te tonen dat je géén toestemming hebt gegeven voor tekening voor ontvangst. Of dat niet jij, maar de buurman toestemming voor het tekenen heeft gegeven. Anderzijds kan Post NL ook niet aantonen dat je daadwerkelijk toestemming hebt gegeven voor ontvangst. De praktijk zal uitwijzen hoe afzenders van pakketjes hiermee om zullen gaan.

Natuurlijk moet Post NL in deze tijden maatregelen nemen. Desalniettemin raden wij voor nu aan om goed te letten op de bezorgtijden van uw pakketten, zodat u deze zelf in ontvangst kan nemen.

Een verhuurder is in beginsel verplicht om de bedrijfsruimte aan de huurder ter beschikking te stellen en hiervan genot te laten verschaffen. Bij een gedwongen sluiting voldoet de verhuurder niet aan die verplichting en is sprake van een gebrek. Het is echter wel zo dat niet alle gebreken voor rekening van de verhuurder komen. Betoogd kan worden dat hier sprake van is bij de uitbraak van het coronavirus indien de overheid dwingend bepaalt dat een pand moet worden gesloten of de exploitatie feitelijk onmogelijk wordt gemaakt.

Van de hierboven beschreven wettelijke regeling kan bij overeenkomst worden afgeweken. Het is om die reden raadzaam de huurovereenkomst en eventuele algemene (ROZ) voorwaarden aandachtig te bestuderen.

Voor meer toelichting over dit onderwerp verwijzen wij naar deze blog.

Mochten de maatregelen van de overheid niet afdoende zijn en mocht uw bedrijf nu in de financiële problemen komen, dan zijn er enkele belangrijke aandachtspunten voor de bestuurder zelf.

  • Wanneer u belastingen en/of premies niet kunt betalen, bent u verplicht dit schriftelijk (via de standaard formulieren) te melden bij de Belastingdienst en het bedrijfspensioenfonds. Bij uw melding geeft u aan om welke schulden en welk tijdvak het gaat. De melding moet gedaan zijn uiterlijk twee weken nadat het bedrag betaald had moeten zijn. Maakt u niet tijdig deze melding, dan loopt u het risico privé aansprakelijk gesteld te worden voor die schulden.
  • Er is terughoudendheid geboden bij het selectief betalen van één of meerdere partijen, wanneer er niet (meer) voldoende liquide middelen voorhanden zijn om iedereen te betalen. Ga niet aan u gelieerde partijen voldoen boven anderen. Daarnaast moet een betaling, afhankelijk van hoe spannend het al is en in hoeverre dat ook duidelijk is of behoort te zijn, in een later stadium verantwoord kunnen worden.
  • Als zelfs uw faillissement al aangevraagd zou zijn, mag u niemand meer betalen. Ongeacht of het een opeisbare vordering is of niet. De aan te stellen curator zal deze betaling kunnen terughalen bij uw debiteur.
  • Verder begrijpen wij dat er 1001 vragen en uitdagingen op u af komen als er financiële nood ontstaat. Die kunnen wij niet allemaal in deze Q&A opnemen. U kunt deze vragen uiteraard altijd voorleggen voor een maatwerk beantwoording aan één van onze specialisten. Onze insolventierechtadvocaten worden ook regelmatig door de rechtbank aangesteld als curator, dus hebben zeer ruime ervaring.

Zoals vermeld werkt de surseance van betaling en de hierdoor geboden adempauze enkel tegen gewone schuldeisers. Schulden waaraan voorrang is verbonden, zoals de loonbetaling aan werknemers, belastingschulden of schulden aan een financier die zekerheden heeft bedongen, worden door de surseance niet getroffen. Ten aanzien van deze vorderingen komt de Nederlandse overheid het bedrijfsleven gedurende de coronacrisis echter wel tegemoet. Zie daarover de volgende onderwerpen.

Werktijdverkorting

Zo kan het bedrijf voor haar werknemers werktijdverkorting aanvragen, waardoor het bedrijf op basis van de ministeriële regeling ‘Regeling onwerkbaar weer’ van 1 januari 2020 geen loon hoeft te betalen. Deze naam is misleidend, omdat in de regeling buitengewone natuurlijke omstandigheden ook andere buitengewone, niet-natuurlijke omstandigheden aan bod komen. Indien de werkgever toestemming tot werktijdverkorting verkrijgt als gevolg van buitengewone, niet-natuurlijke omstandigheden, bijvoorbeeld de coronacrisis, dan vervalt de loondoorbetalingsverplichting. Mocht het verzoek tot werktijdverkorting worden toegewezen, dan hoeft het bedrijf dus geen loon door te betalen. Werknemers vallen volledig terug op de WW-uitkering voor het deel dat hun werktijd is verkort. Dit geldt ook voor werknemers die onvoldoende WW hebben opgebouwd. Veel werkgevers zullen vanwege goed werkgeverschap wel het volledige loon doorbetalen, maar niet ieder bedrijf zal hiertoe in staat zijn. Op basis van artikel 5 van de Regeling onwerkbaar weer hoeft dat ook niet.

Bijzonder uitstel van betaling voor fiscale schulden

Ook de Belastingdienst komt ondernemers tegemoet ten tijde van deze coronacrisis. Voor alle aanslagen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting/btw en loonbelasting bestaat er de mogelijkheid om bijzonder uitstel van betaling aan te vragen. Hiervoor moet er een brief worden geschreven aan de Belastingdienst, met daarin het verzoek tot uitstel en een toelichting over hoe de uitbraak van het coronavirus betalingsproblemen heeft veroorzaakt. Hier stelt de belastingdienst wel een aantal eisen aan. Zo dient een derde deskundige (zoals een externe consultant, externe financier, brancheorganisatie of uw eigen accountant/financieel adviseur) een verklaring af te leggen waaruit blijkt dat:

  • Er sprake is van bestaande betalingsproblemen en bijvoorbeeld geen nog te verwachten betalingsproblemen.
  • De betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn als gevolg van het coronavirus.
  • De onderneming levensvatbaar is.

Verruimde Borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB) versneld openstellen

Ten slotte heeft het kabinet aangegeven dat bedrijven in financiële nood bij de overheid kunnen aankloppen. De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft op 15 maart besloten de verruimde borgstelling midden- en kleinbedrijf (BMKB)-regeling versneld open te stellen. Via het BMKB staat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat borg voor de kredieten verstrekt (door veelal banken) aan ondernemers, zodat zij gemakkelijker geld kunnen lenen. In de reguliere regeling staat het ministerie voor 50% van het verstrekte krediet garant, maar met de verruimingsmaatregel wordt de omvang verhoogd naar 75%. Hierdoor kunnen de banken makkelijker en sneller krediet verruimen en kunnen bedrijven eerder en meer geld lenen bij deze banken. Met het besluit van 15 maart 2020 worden overbruggingskredieten en rekening-courantkredieten met een looptijd tot 2 jaar tevens onder deze regeling geschaard.

Overheid

Gelet op de risico’s van besmetting bij fysiek horen, is de kans groot dat een bestuursorgaan geen medewerking hoeft te verlenen aan het fysiek horen van een belanghebbende. Er zal dan gezocht moeten worden naar alternatieven, zoals bijvoorbeeld het telefonisch horen.

Er is geen juridische grondslag om een langere termijn dan zes weken te krijgen voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift. De wet biedt echter in sommige gevallen wel mogelijkheden om een langere termijn te krijgen. In veel gevallen bestaat de mogelijkheid om binnen de termijn eerst een pro forma bezwaar- of beroepschrift in te dienen. Er dient dan een aanvullende termijn te worden gegeven waarbinnen de bezwaar- of beroepsgronden inhoudelijk dienen te worden aangevuld. In de regel twee of vier weken.

Deze mogelijkheid geldt in principe niet in bezwaar indien voor vergunningverlening bijvoorbeeld gebruik gemaakt wordt van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Er is dan immers geen bezwaarfase. In plaats daarvan moet tijdig een zienswijze worden ingediend. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij het indienen van een pro forma zienswijze het bestuursorgaan ook dan een aanvullende termijn moet bieden (van twee weken).

Deze mogelijkheid geldt tevens niet in beroep indien de Crisis- en herstelwet van toepassing is. De wet bepaalt in dat geval dat binnen de beroepstermijn alle beroepsgronden naar voren dienen te worden gebracht.

Tot slot heeft u altijd de mogelijkheid om het bestuursorgaan om verder uitstel te vragen. Het bestuursorgaan is hiertoe echter niet verplicht.

De verhuurorganisaties Aedes, IVBN, Kences, Vastgoed Belang zijn met de minister overeengekomen dat haar leden tijdelijk huurders niet zullen uitzetten indien er een grote huurachterstand dreigt te ontstaan vanwege de coronacrisis. Ook zullen de verhuurders geen incassokosten rekenen over de ontstane achterstand. De hiervoor bedoelde organisaties zijn goed voor 80% van de huurmarkt voor woningen. Neem vooral contact op met uw verhuurder om te weten te komen hoe uw verhuurder met deze situatie zal omgaan.

Ja, dat kan. Het begon met het verbieden en afgelasten van evenementen van aanvankelijk meer dan 1000 personen en later met meer dan 100 personen. Vaak beschikken de organisatoren over een evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Die kan door de gemeente ingetrokken worden. De minister kan op grond van de Wet publieke gezondheid en met behulp van de Wet veiligheidsregio’s aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s echter ook de opdracht geven om op het terrein van openbare orde en veiligheid maatregelen te treffen om het coronavirus tegen te gaan. Daarvan is door de voorzitters (in Noord-Brabant de burgemeesters van Eindhoven, Tilburg en ‘s-Hertogenbosch) gebruik gemaakt. Ook zijn publieke locaties, zoals musea, concertzalen, theaters en sport- en fitnessclubs tot en met 31 maart 2020 gesloten. Met een verlenging moet rekening gehouden worden.

De burgemeesters zijn op grond van de Gemeentewet ook bevoegd bestaande grondrechten te beperken ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar om de veiligheid en de gezondheid te beschermen. Daartoe is een noodverordening vastgesteld. Burgers en bedrijven die deze verordening overtreden zijn strafbaar en lopen het risico van bestraffing met hechtenis van maximaal 3 maanden of een geldboete. Mocht de crisis verder escaleren dan zou de overheid nog de noodtoestand kunnen uitroepen.

Sinds zondagavond 15 maart 2020 moeten ook horecagelegenheden, sauna’s en genoemde sport- en fitnessclubs hun deuren 3 weken gesloten houden.

Lees ook het artikel van mr. Rutger Boogers: Afgelasting van evenement: is gemeente aansprakelijk?

Ja. Het overtreden van een maatregel – bijvoorbeeld het niet in achtnemen van 1,5 meter afstand – is een strafbaar feit. Daarvoor kan aan burgers maximaal € 400,= boete worden opgelegd. Die boete kan ook worden opgelegd door ambtenaren die specifiek zijn aangewezen toe te zien op de naleving van ook deze maatregelen.

Ja. Indien een bedrijf onvoldoende toeziet op de naleving van maatregelen, kan een boete worden opgelegd van maximaal € 4000,=. Op bedrijven rust dus de verantwoordelijkheid om de bedrijfsuitoefening zo in te richten dat het voor werknemers mogelijk is om zich aan de maatregelen te houden. Bovendien moeten zij toezien op de naleving van de maatregelen. Die boete kan ook worden opgelegd door ambtenaren die specifiek zijn aangewezen toe te zien op de naleving van deze maatregelen.

Ja, dat kan maar enkel in het geval van een overmachtsituatie [art. 4:15 lid 2, onder c, Awb]. Het zal telkens afhangen van de specifieke besluitvorming of de beslistermijn kan worden verlengd. Denk bijvoorbeeld aan besluitvorming waarbij een medewerker van de gemeente ter plaatse moet gaan kijken om tot besluitvorming te komen. Ook kan worden gedacht aan grote capaciteitsproblemen.

 

De afgelopen periode regent het berichten dat evenementen worden afgezegd of worden verplaatst. Denk bijvoorbeeld aan de marathon van Rotterdam die is afgelast. Het door laten gaan van evenementen kan eventueel leiden tot aansprakelijkheid. Voor de organisatie van een evenement geldt namelijk, net als alle andere bedrijven, een zorgplicht. Deze zorgplicht ziet op de bezoekers, deelnemers en werknemers. Het schenden van deze zorgplicht kan leiden tot een onrechtmatige daad en daarmee tot aansprakelijkheid voor de schade van de voornoemde bezoekers, deelnemers en werknemers.

Bij de beoordeling hiervan zal worden gekeken naar (1) hoe waarschijnlijk de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid (door anderen) kan worden geacht, (2) hoe groot de kans is dat er door deze niet-inachtneming ongevallen (corona-besmettingen) zouden ontstaan, (3) hoe ernstig deze gevolgen kunnen zijn en (4) hoe bezwaarlijk de te nemen veiligheidsmaatregelen zijn.

Hoewel het antwoord op deze vragen per evenement zal verschillen, zijn de ernstige gevolgen van corona-besmettingen inmiddels welbekend (quarantaine, ziekte en overlijden) en deze gevolgen moeten dan ook worden meegewogen bij het besluit om evenementen wel of niet door te laten gaan. Inmiddels heeft het kabinet de maatregel ingesteld dat elke bijeenkomst van meer dan 100 personen afgelast dient te worden.

De minister heeft recent aangekondigd met een spoedwet te komen om tijdelijke huurovereenkomsten te verlengen. Dit kan huurders en verhuurders tegemoetkomen in situaties waarin een tijdelijke huurovereenkomst tijdens de coronacrisis afloopt. Als huurder komt u dan niet op straat te staan indien het u niet lukt om tijdig een andere woonruimte te vinden en als verhuurder loopt u niet onnodig het risico dat de huurovereenkomst wordt omgezet voor onbepaalde tijd. Er is nog niet duidelijk voor welke duur kan worden verlengd en voor welke situaties de spoedwet geldt. Houd daarom de nieuwsberichten in de gaten.

Veel evenementen worden afgelast op last van de voorzitter van de Veiligheidsregio en op grond van de Noodverordening. De vraag is wat het bevoegde gezag vervolgens moet doen met een verleende evenementenvergunning.

Allereerst kán de vergunning mogelijk worden ingetrokken op grond van artikel 1:6 onder b van de Model-APV van de VNG. Het is echter de vraag of dat noodzakelijk is. Uit de Noodverordening vloeit het directe verbod voort om een evenement door te laten gaan. Door dit verbod te negeren, is  sprake van een strafbaar feit en kan bovendien handhavend worden opgetreden. Bekrachtiging van een bevel in de Noodverordening door de burgemeester is niet nodig in situaties waarin de voorzitter van de Veiligheidsregio krachtens de Wet Veiligheidsregio's in de bevoegdheid van de lokale burgemeester treedt. Dat is het geval in het kader van de Noodverordeningen die in deze Coronacrisis zijn opgesteld.

Het intrekken van een vergunning lijkt dus niet noodzakelijk. Bovendien verliest de vergunning toch haar werking wanneer het evenement op grond van de Noodverordening geen doorgang heeft kunnen vinden. Door de vergunning (ook) in te trekken, loopt het bevoegd gezag een aanvullend risico op een discussie over schadevergoeding. Bovendien leidt die intrekking tot een appellabel besluit in tegenstelling tot het ‘afgelasten’ van het evenement op grond van de Noodverordening. Een Noodverordening kan niet als een besluit worden aangemerkt, omdat een Noodverordening niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. Een noodverordening bevat naar zijn aard algemeen verbindende voorschriften. Op grond van de artikelen 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, en 7:1 van de Awb kan de Noodverordening dan ook niet als een besluit worden aangemerkt waartegen bezwaar of beroep openstaat. Eventuele schade als gevolg van de Noodverordening, zal door de civiele rechter beoordeeld moeten worden.

Wil het bevoegd gezag toch de vergunning intrekken, dan is het zaak dat de juiste juridische grondslag wordt gekozen. In dat verband bevat artikel 1:8 APV weigeringsgronden en geen intrekkingsgronden. Dat betekent dat lopende aanvragen wel geweigerd kunnen worden op grond van dit artikel.  APV’s kunnen per gemeente verschillen. Artikel 1:6 onder b van de Model-APV lijkt de meest logische grondslag voor een intrekking van een reeds verleende evenementenvergunning. Maar het intrekken van een vergunning ligt niet voor de hand wanneer een Noodverordening van kracht is en op grond daarvan een evenement wordt afgelast.

Ook de rechtspraak blijft niet achter in een poging de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Er is een drastische maatregel genomen om de toestroom van mensen naar gerechtsgebouwen in te dammen.

Dat betekent dat met ingang van dinsdag 17 maart 2020 alle zittingen die gepland staan in lopende procedures worden geschrapt.

Deze maatregel duurt tenminste tot 6 april 2020 en geldt voor alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere rechtscolleges.

Alleen zittingen met een bijzondere urgentie gaan wel door.

Urgente zaken zijn die zaken waarin een rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven, bijvoorbeeld omdat die raken aan de rechten van verdachten of rechtzoekenden.

Te denken valt aan zaken als voorgeleidingen of hechtenis van verdachten, maar ook faillissementen, zittingen rond verplichte zorg of zorgmachtigingen, urgente familiezaken zoals uithuisplaatsingen of ondertoezichtstellingen, kort gedingen met een bijzonder spoedeisend belang en zaken waarin wettelijke termijnen verlopen.

De rechtspraak heeft het voornemen voor dergelijke zittingen zoveel mogelijk gebruik te maken van videoconference, skype en telefonisch horen.

Vanaf 17 maart 2020 mag er ook geen publiek meer aanwezig zijn bij zittingen.

De verwachting is dat zittingen die nu uitvallen, op een later tijdstip worden ingehaald.

Daarvoor zullen partijen opnieuw verhinderdata op moeten geven en zal de griffie een nieuwe datum van behandeling vaststellen.

Van uitstel zal geen afstel komen, maar vertraging gaat dit wel degelijk opleveren.

Op basis van artikel 7 van de Wet publieke gezondheid heeft de minister het veiligheidsberaad gevraagd maatregelen te treffen. In het veiligheidsberaad zitten de voorzitters van de Veiligheidsregio’s. Dat zijn in de regel burgemeesters van de vaak grotere steden van de regio. Op basis van dit artikel wordt veiligheidsregio’s opgedragen om maatregelen te treffen. Dat gebeurt op basis van artikel 39 Wet veiligheidsregio’s. De bevoegdheid voor noodbevelen en noodverordeningen gaat over naar de voorzitter. Dat betekent dat de voorzitter het noodbevel of de noodverordening ondertekent. Daarmee worden de bevoegdheden die burgemeesters hebben, overgenomen door de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Een voorbeeld is de Noodverordening van de veiligheidsregio Brabant Noord [https://www.vrbn.nl/update-coronavirus/actueel/@31930/noodverordening-17/]. In die ‘Noodverordening’ staan de maatregelen die de overheid neemt om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Het is dus feitelijk een juridische vertaalslag van een maatregel van de rijksoverheid.

De maatregelen betreffen thans:

  • Blijf zoveel mogelijk thuis en ga alleen naar buiten als thuiswerken niet mogelijk is, als u een boodschap moet doen of als u voor een ander zorgt.
  • Een frisse neus halen kan, maar doe dit niet met meerdere personen.
  • Jonge kinderen kunnen buiten spelen, maar gebruik hierbij het gezonde verstand.
  • Blijf in elke situatie de afstand van 1,5 meter tot elkaar in acht nemen en vermijd sociale activiteiten en groepen mensen.
  • Geen samenkomsten tot 1 juni, ook onder de 100 personen.
  • Heeft een lid van uw gezin koorts? Dan moeten alle leden uit het huishouden thuis blijven.

Tenzij uw partner een vitaal beroep uitoefent, dan mag die wel gaan werken.

  • Burgemeesters krijgen ruimere bevoegdheden om te handhaven.
  • Er kunnen boetes worden opgelegd.

Ja, maar de Europese Commissie heeft aangegeven de strenge regels voor staatssteun veel soepeler te gaan hanteren bij Europese of nationale steun aan bedrijven die in de problemen zijn gekomen door de uitbraak van het coronavirus.

Juridische vragen over de gevolgen van de coronacrisis kunt u ook stellen aan onze Corona Helpdesk via corona@bg.legal of 088 1410800.  Of vul het onderstaande formulier in.

 

BG.legal