Publicatie

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 7
            [news-type] => publicatie
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 7
            [news-type] => publicatie
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [update_menu_item_cache] => 
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => publicatie
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => publicatie
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => publicatie
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 28
            [name] => Publicatie
            [slug] => publicatie
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 28
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 132
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 28
    [request] => 
					SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID
					FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type) 
					WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (28)
) AND ((wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft'))) AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
					wpml_translations.language_code = 'nl'
					AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
					AND ( ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
			  FROM wp_icl_translations
			  WHERE trid = wpml_translations.trid
			  AND language_code = 'nl'
			) = 0
			 ) OR ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
				FROM wp_icl_translations t2
				JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
				WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
				AND t2.language_code = 'nl'
				AND (
					p.post_status = 'publish' OR 
					p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit'
				)
			) = 0 ) ) 
				) ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  )
					GROUP BY wp_posts.ID
					ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC
					LIMIT 60, 10
				
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 10662
                    [post_author] => 26
                    [post_date] => 2017-02-22 10:49:28
                    [post_date_gmt] => 2017-02-22 09:49:28
                    [post_content] => Per 1 juli 2012 is in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna mede te noemen: “Besluit”) een normering van buitengerechtelijke incassokosten voor contractuele geldschulden opgenomen. De wet regelt wanneer en tot welk bedrag buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Vooral consumenten worden als gevolg van deze regeling beter beschermd tegen onredelijke incassokosten.

In lid 6 van artikel 6:96 BW is bepaald dat de consument-schuldenaar de incassokosten pas verschuldigd is na een aanmaning in de vorm van een zogenaamde “veertiendagenbrief”, een brief waarbij de consument-schuldenaar nog een laatste termijn van 14 dagen krijgt om zijn schuld te voldoen.

In zijn arrest van 25 november 2016[1] heeft de Hoge Raad (wederom) prejudiciële vragen beantwoord over deze veertiendagenbrief, met name over de stelplicht en bewijslast ter zake van de aanvang van deze veertiendagentermijn en de gevolgen van een onjuiste vermelding daarvan in de brief, welke ik onderstaand zal bespreken.
De aanvang van de veertiendagentermijn
Volgens artikel 6:96 lid 6 BW vangt de termijn van 14 dagen aan op “de dag na aanmaning”. Om deze dag te kunnen bepalen, moet eerst worden vastgesteld wat de dag van de aanmaning is, dus op welke dag is aangemaand. Volgens artikel 3:37 lid 3 BW moet een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring die persoon hebben bereikt, teneinde werking te hebben. Een tot de schuldenaar gerichte aanmaning is een verklaring als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW, waardoor deze aanmaning pas haar werking heeft indien zij de schuldenaar heeft bereikt. Eerder oordeelde de Hoge Raad in zijn arrest van 14 juni 2013[2] al dat met betrekking tot een schriftelijke verklaring als uitgangspunt geldt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, als zij door hem is ontvangen. De in artikel 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagentermijn vangt derhalve (pas) aan op de dag na die waarop de aanmaning door de schuldenaar is ontvangen. Dat strookt met de bedoeling van de wetgever dat de schuldenaar in ieder geval (de volle) 14 dagen de gelegenheid heeft gehad om het verschuldigde bedrag te betalen, zonder dat er incassokosten verschuldigd worden. Dat de veertiendagentermijn pas gaat lopen na ontvangst van de aanmaning is ook in lijn met de consumentenbeschermende gedachte achter artikel 6:96 lid 6 BW. Om te kunnen profiteren van de extra termijn van 14 dagen en om ondubbelzinnig duidelijkheid te verkrijgen over de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten dient de consument de veertiendagenbrief te hebben ontvangen.
De stelplicht en bewijslast
Een partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt in beginsel de bewijslast van die feiten of rechten. Aan de bewijslast gaat de stelplicht vooraf. Wanneer de schuldeiser dus jegens een consument-schuldenaar aanspraak maakt op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 BW, rusten op de schuldeiser in beginsel de stelplicht en bewijslast dat aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is voldaan. Die stelplicht omvat, gelet op het voorgaande, dat en op welke dag de schuldenaar de veertiendagenbrief (op zijn laatst) heeft ontvangen. Indien de ontvangst van de veertiendagenbrief door de schuldenaar wordt betwist, dient de schuldeiser in beginsel feiten en omstandigheden te stellen, en zo nodig te bewijzen, waaruit volgt dat de brief door hem is verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de schuldenaar daar door hem kon worden bereikt, en dat en op welke dag de brief daar (op zijn laatst) is aangekomen. In verstekzaken zal de schuldeiser voldoende concrete feiten en omstandigheden moeten stellen waaruit de rechter kan afleiden dat de veertiendagenbrief (uiterlijk) op de door de schuldeiser gestelde datum door de schuldenaar is ontvangen. De schuldeiser kan in beginsel (ook) de dag van verzending stellen en aannemelijk maken. In dat geval kan de rechter, nu er geen sprake is van een betwisting, uitgaan van de ervaringsregel dat gewone post in veruit de meeste gevallen na één of meer dagen bij de geadresseerde wordt bezorgd. Het is aan de feitenrechter overgelaten welke duur van postbezorging, vanaf de dag van verzending door de schuldeiser, in het algemeen redelijkerwijs tot uitgangspunt valt te nemen. Gelet op het voorgaande en op de strekking van de veertiendagenbrief om consumenten te beschermen, wordt in verstekzaken tot uitgangspunt genomen dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij een zondag, maandag of officiële feestdag niet meetellen als tussenliggende dag of dag van bezorging.
De gevolgen van een onjuiste vermelding van de veertiendagentermijn
De door de schuldeiser verzonden veertiendagenbrief moet voldoen aan de eisen die artikel 6:96 lid 6 BW daaraan stelt. Indien wel de betalingstermijn van 14 dagen is vermeld, maar bijvoorbeeld de dag van de aanvang of het einde van de termijn onjuist is vermeld, voldoet de brief niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Hetzelfde geldt voor de brieven waarin verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven. En dit komt vaker voor dan u denkt. Zo is de vermelding dat betaald moet worden “binnen veertien dagen na heden” of “binnen veertien dagen na verzending van deze brief” in strijd met de eis dat de schuldenaar in ieder geval een betalingstermijn van 14 dagen, aanvangende op de dag na de ontvangst van de aanmaning gegeven moet worden. Het moet de schuldenaar dus duidelijk zijn dat hem die volle wettelijke termijn van 14 dagen ter beschikking staat. De inhoud van de veertiendagenbrief mag bij de schuldenaar niet de onjuiste indruk wekken dat hij de incassokosten al verschuldigd wordt op een datum waarop in werkelijkheid de wettelijke termijn van 14 dagen nog niet verstreken is. De formulering dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” voldoet dus wel aan de wettelijke eisen. Met de regeling van artikel 6:96 lid 6 BW is beoogd dat de consument niet wordt overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten. Daartoe is een betalingstermijn van (minimaal) 14 dagen in de wet opgenomen. Daartegenover staat dat de consument-schuldenaar bij overschrijding van de veertiendagentermijn, ook al is dat met slechts één dag, de incassokosten verschuldigd wordt. Gelet op het met dit stelsel beoogde evenwicht, heeft een veertiendagenbrief die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW, niet het daaraan door de wet verbonden rechtsgevolg dat de consument-schuldenaar bij uitblijven van een tijdige betaling incassokosten verschuldigd wordt. Wil de schuldeiser alsnog recht hebben op betaling van de incassokosten, dan dient de schuldeiser (zo nodig alsnog) een aan de wettelijke eisen beantwoordende veertiendagenbrief aan de schuldenaar te verzenden. Een onjuist vermelde termijn kan dus niet gerepareerd worden, door bijvoorbeeld nog een korte extra betalingstermijn van een aantal dagen te geven.
De gevolgen van een deelbetaling
Ook indien de consument-schuldenaar weliswaar voor het verstrijken van de termijn betaalt, maar slechts een deel van de vordering betaalt, is hij een vergoeding voor de incassokosten verschuldigd. Het strookt echter met het consumentenbeschermende karakter van de wettelijke regeling om in dat geval de hoogte van de verschuldigde incassokosten te bepalen op basis van de hoogte van het niet (tijdig) betaalde gedeelte van de hoofdsom. De hoogte van de verschuldigde incassokosten is immers conform het Besluit afhankelijk van de hoogte van de vordering. Door de deelbetaling bestaat de vordering niet meer in die omvang waarop de in de veertiendagenbrief vermelde incassovergoeding was gebaseerd.
Conclusie
De consument-schuldenaar dient de volle 14 dagen de gelegenheid te krijgen om zijn geldschuld te betalen, alvorens incassokosten verschuldigd te zijn. De schuldeiser moet bewijzen dat deze gelegenheid ook is geboden. Er zijn geen incassokosten verschuldigd indien de termijn onjuist, verwarrend of misleidend is weergegeven. Dit laatste lijkt vaker voor te komen dan u zou denken, gezien het oordeel van de Hoge Raad dat de (bijna standaard opgenomen) zinsnede “binnen veertien dagen na heden” een onzuivere formulering betreft, in strijd met artikel 6:96 lid 6 BW. [1] HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. [2] HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104. Dit artikel is gepubliceerd in Juridisch up to Date, nummer 4, februari 2017. [post_title] => De veertiendagenbrief [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-veertiendagenbrief [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-07-28 14:46:10 [post_modified_gmt] => 2021-07-28 12:46:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bgadvocaten.nl/?p=10662 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 10478 [post_author] => 6 [post_date] => 2017-02-19 10:53:56 [post_date_gmt] => 2017-02-19 09:53:56 [post_content] =>   Tegenwoordig zijn meer en meer bedrijven ervan overtuigd dat het niet meer de vraag is of ze ooit een food recall zullen meemaken, maar eerder wanneer. Onderliggende oorzaken zijn onder andere de nog steeds toenemende internationale handel in grondstoffen en producten, verscherpte regelgeving en handhaving door autoriteiten en de toename in kennis over en nauwkeurigheid van de meetmethodes van contaminanten. Naast de voeding technische aspecten zijn ook de juridische en aansprakelijkheid technische zaken van belang. Indien een bedrijf zich op juridisch en verzekeringstechnisch vlak onvoldoende bewust is van de risico's kan dit versterkend, nadelig effect hebben in geval van een daadwerkelijke food recall.

Foodrecall.nl, Van Lanschot Chabot en Bogearts & Groenen advocaten organiseren een bijeenkomst over food recall. Tijdens deze bijeenkomst wordt u door deskundigen, waaronder het hoofd Kwaliteitsdienst van Sligro Food Group, vanuit verschillende invalshoeken, geïnformeerd over food recalls. Na het bezoeken van de bijeenkomst gaat u naar huis met praktische ervaringstips die u vóór, tijdens en na een food recall kunt gebruiken. Met deze tips kunt een food recall voorkomen en de schade van een food recall beperken.

Waar krijgt u informatie over: Sligro
  • Recalls vanuit het perspectief van een groothandel/supermarkt.
  • Impact van een recall voor groothandel/supermarkt.
Foodrecall.nl
  • Real life case van een food recall.
  • Heldere leerpunten op basis van een real life case, hoe een food recall te voorkomen.
Van Lanschot Chabot
  • Wat zijn de risico's die tot een product recall kunnen leiden? Wat zijn de oorzaken en schadegevolgen voor uw bedrijf? Wat zijn de mogelijkheden om u tegen schade door een product recall te verzekeren?
  • Wat houdt deze verzekeringsdekking in en welke verschillende oplossingen zijn er om u hiervoor te verzekeren?
Bogaerts & Groenen advocaten
  • Hoe waarborgt u uw positie in inkoop- / verkoop- en productieovereenkomsten het beste tegen wat zich kan voordoen bij een food recall?
  • Waar kunt u juridisch wel en niet op worden aangesproken bij een door u geleverd / geproduceerd food product? Kunt u dit risico contractueel beperken?
PROGRAMMA: 14.30 uur: ontvangst 15.00 uur: presentatie Sligro 15.30 uur: presentatie Food Recall 16.00 uur: pauze 16.15 uur: presentatie Van Lanschot Chabot 16.45 uur: presentatie Bogaerts & Groenen advocaten 17.15 uur: afsluiting met netwerkborrel Wanneer: woensdag 22 maart 2017 Waar: 073 Meeting Company, De Boogschutter 20, 5215 MJ 's-Hertogenbosch Inschrijven [post_title] => Seminar Food Recall - 22 maart 2017 [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => seminar-food-recall-22-maart-201 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-02-20 11:06:55 [post_modified_gmt] => 2017-02-20 10:06:55 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10478 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 10588 [post_author] => 16 [post_date] => 2017-02-07 12:37:44 [post_date_gmt] => 2017-02-07 11:37:44 [post_content] =>   Eind vorig jaar heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat ‘dubbel vangen’ door de belangenbehartiger mr. Claim onzedelijk is. Wat is ‘dubbel vangen’? Bij wie moet u eigenlijk terecht voor het verhaal van uw letselschade? Als u slachtoffer bent van een ongeval is het voor u vaak niet duidelijk wie u het beste bij kan staan voor het verhaal van uw schade op de verzekeraar. Waar moet u op letten? Letselschadespecialist Het beroep van letselschadespecialist is niet beschermd. Op het internet bieden zich veel bureaus aan. Het is voor de leek vaak ondoenlijk om een keuze te maken, mede gelet op de rooskleurige vooruitzichten die de letselschadespecialisten vaak in het verschiet stellen. Een ieder kan zich letselschadespecialist of letselschade- expert noemen. Mogelijk hebben deze ‘experts’ zelfs geen specifieke juridische kennis om de letselschade voor u te verhalen. Toch kunnen zij zich als specialist op het internet profileren. Het beroep letselschadespecialist of letselschade- expert is niet beschermd. U bent gewaarschuwd. Advocaat of letselschadespecialist? Naast het feit dat het beroep van een letselschadespecialist niet beschermd is zijn letselschadespecialisten ook niet, zoals advocaten, gebonden aan het advocaten tuchtrecht. Om de kwaliteit toch enigszins te kunnen waarborgen heeft sinds enkele jaren de Stichting Keurmerk Letselschade een keurmerk uitgebracht zodat het voor u duidelijk is dat de letselschadespecialist met keurmerk zich aan kwaliteitseisen heeft te houden. Echter ook in de advocatuur dient u het kaf van het koren te onderscheiden. Wendt u zich altijd voor het verhaal van uw letselschade tot een advocaat die gespecialiseerd is in verhaal van letselschade. Het is niet fijn voor u om het halverwege de behandeling van het dossier alsnog te moeten overstappen naar een gespecialiseerde advocaat omdat de zaak niet loopt. De gespecialiseerde advocaten zijn te vinden op de website van de LSA [Vereniging van Letsel Schade Advocaten]. De titel van LSA Letselschade Advocaat is wel beschermd. De vereniging LSA kent strenge kwaliteitseisen. De LSA Letselschade Advocaat, anders dan  de letselschadespecialist,
  • heeft een beroepsgeheim
  • is verplicht is een derdengeldrekening aan te houden, waarmee gegarandeerd wordt dat voor de cliënt ontvangen gelden niet gebruikt worden voor de bedrijfsvoering van de advocaat
  • is gebonden aan de strenge gedragsregels voor advocaten en onderworpen aan het advocaten tuchtrecht van de Orde van Advocaten maar ook van de specialisatie vereniging
Daarnaast mogen [in zaken met een belang van meer dan € 25.000,00] alleen advocaten procederen. Een letselschadespecialist zal het dossier dan weer moeten overdragen. Ook kan een advocaat, i.t.t. tot een letselschadespecialist, gesubsidieerde rechtsbijstand voor zijn cliënt aanvragen. De ‘foute’ belangenbehartiger Een foute belangenbehartiger is o.a. de letselschadespecialist die zijn kosten door de aansprakelijke verzekeraar laat betalen en daarnaast  ook nog een percentage van het slachtoffer opeist van zijn schadevergoeding. Dit noemen we in de markt ‘dubbel vangen’. In de zaak Mister Claim/G wordt de schade van het slachtoffer geregeld met de verzekeraar. De kosten van Mister Claim worden ook vergoed door de verzekeraar. Mr. Claim wil echter van de schadevergoeding ook nog het afgesproken percentage hebben. De Rechtbank stelt het slachtoffer in het gelijk. De Rechtbank heeft het, behalve over het ‘dubbel vangen’ ook over een graai cultuur met uurtarieven [van de niet- advocaat] van € 325,00. De overeenkomst waarin het percentage is afgesproken is in strijd met de goede zeden, aldus de Rechtbank. Conclusie Sluit  nooit een contract af met uw letselschadespecialist waarin wordt afgesproken dat u een percentage van de schade  betaalt aan de letselschadespecialist. Zeker niet als aansprakelijkheid is erkend. Mocht aansprakelijkheid [nog] niet zijn erkend dan kan gekeken worden naar andere mogelijkheden, bijvoorbeeld gesubsidieerde rechtsbijstand of aanpassing uurtarieven, waarna later met terugwerkende kracht, nadat aansprakelijkheid is erkend, alsnog het normale uurtarief gedeclareerd kan worden bij de verzekeraar. De LSA Letselschade Advocaat kan in een eerste [gratis] gesprek de mogelijkheden met u bespreken [post_title] => Let op contracten van letselschadespecialisten bij het verhalen van uw letselschade [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => let-op-contracten-letselschadespecialisten-verhalen-letselschade [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-02-07 12:41:27 [post_modified_gmt] => 2017-02-07 11:41:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10588 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 10474 [post_author] => 8 [post_date] => 2017-01-23 12:30:15 [post_date_gmt] => 2017-01-23 11:30:15 [post_content] =>   Veelvuldig wordt gedacht dat als je een advocaat in de arm neemt om te gaan scheiden dit leidt tot een “vechtscheiding” (echtscheidingen waarin het doel is de ander zoveel mogelijk pijn te doen). Niets is minder waar. Ook de advocaat zal er conform de geldende gedragsregels van de orde van advocaten alles aan moeten doen om gezamenlijk tot overeenstemming te komen. Daarbij is de houding van beide partijen wel van belang. Emoties spelen een grote rol en het scheidingsproces zal gekenmerkt worden door een veelheid van door elkaar heen lopende emoties. De eigen advocaat zal proberen om via overleg een regeling tot stand te brengen. Als partijen er niet uitkomen kan alsnog uw zaak aan de rechter worden voorgelegd. Ook kan u kiezen voor een vFas advocaat-mediator. Dan kiest  u samen voor één advocaat-mediator die  uitgerust is met alle benodigde kennis om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Zij zijn gespecialiseerd in het familierecht en zijn op de hoogte van de recente juridische ontwikkelingen. In een mediation wordt een aantal basisregels gemaakt. Zo heeft u rechten en plichten als u een mediationovereenkomst tekent. Dit is van belang om het complexe echtscheidingstraject zo goed mogelijk te laten verlopen. Onder leiding van de scheidingsmediator maakt u zo duurzaam mogelijke afspraken. Bij Bogaerts & Groenen trachten de advocaten in ieder geval een “vechtscheiding” te voorkomen. Juist omdat niemand daar iets mee opschiet. Ingeval u kinderen heeft moet u uiteindelijk toch samen verder, als ouders voor de kinderen  en dus als ex-partners. Illustratief hiervoor is  de uitzending van het familiediner op NPO 1 van maandag 15 januari 2017. Daar bleek mij weer eens hoeveel verdriet en pijn van slecht afgeronde emoties in een echtscheiding teweeg kan brengen. 14 jaar na de echtscheiding had de vader geen contact meer met zijn kinderen. Een neef had hen opgegeven voor het familiediner. De moeder was vanuit de bescherming van de kinderen erop tegen dat er onderling contact met vader zou zijn. Hoe moeilijk voor allen ook, kwam met behulp van het televisieprogramma een klein beetje contact tot stand tussen de kinderen en vader. Veel gemiste jaren en evenzoveel verliezers. Zo kan een slecht afgeronde echtscheiding leiden tot veel emotionele schade. De sectie Familierechtadvocaten van Bogaerts & Groenen advocaten leveren laagdrempelige en hoogwaardige kwaliteit. Onze vFas - mediators staan voor u klaar. Zo houden zij elke donderdagochtend van 09.00 tot 10.30u een gratis spreekuur in Villa Oldenburg te Vught. Ook in Oisterwijk, Tilburg, Boxtel en Son zijn de spreekuren gratis. Voor meer informatie: zie gratis spreekuur. Dit artikel is gepubliceerd in "073 Magazine" Januari 2016. [post_title] => Een advocaat en geen ruzie? Kan dat? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => advocaat-en-geen-ruzie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-01-23 12:32:23 [post_modified_gmt] => 2017-01-23 11:32:23 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10474 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 10454 [post_author] => 16 [post_date] => 2017-01-17 16:58:52 [post_date_gmt] => 2017-01-17 15:58:52 [post_content] =>   Shockschade is een vorm van schade die tegenwoordig meer en meer in de belangstelling staat. Shockschade is de psychische schade die iemand heeft opgelopen door een – kort gezegd – gruwelijke gebeurtenis. Het gaat dus om zogenoemde ‘immateriële schade’. De Rechtbank Den Haag heeft op de valreep in 2016 een vonnis gewezen waarin het onder meer ging om shockschade. De casus is illustratief en geeft aan wanneer sprake is van een dergelijke ‘gruwelijke gebeurtenis’ en welke schade geclaimd kan worden. schadevergoeding_shockschade De vader van dochter is op 16 oktober 2015 overleden. In 2004 was de moeder van dochter overleden. Dochter woonde bij vader en vader voorzag in het levensonderhoud van dochter. Vader is doodgestoken door de ex-man van zijn toenmalige vriendin. Dochter is kort na de steekpartij op straat tweemaal geconfronteerd met het lichaam van haar overleden vader. Zij heeft als gevolg van deze gebeurtenis geestelijk letsel opgelopen, waarvoor zij ook behandelingen ondergaat. Zij vordert van de dader vergoeding van deze shockschade. Daarnaast vordert dochter vergoeding voor gederfd levensonderhoud. Aangezien zij de dochter is van de overledene kan zij aanspraak maken op vergoeding nu haar vader in haar levensonderhoud voorzag. In de praktijk gaat het natuurlijk vaak om de vraag hoe hoog die vergoeding dan moet zijn. Bij de hoogte van die vergoeding gaat het onder meer om de draagkracht die – de overleden – vader, indien hij nog in leven zou zijn, in de toekomst vermoedelijk gehad zou hebben. Ook wordt rekening gehouden met de behoefte van de dochter. Vader voorzag ten tijde van zijn overlijden volledig in het levensonderhoud van dochter en was voldoende draagkrachtig om gedurende haar studietijd in haar levensonderhoud te blijven voorzien en zou dit volgens de rechtbank ook hebben gedaan. Dat betekent dat dochter recht heeft op vergoeding van de kosten die zij nu moet maken nu vader deze kosten niet meer kan dragen. Daar waar Amerika met enige regelmaat de actualiteit haalt vanwege enorme hoge schadevergoedingen, zijn de vergoeding voor shockschade in Nederland beduidend lager. In dit geval wees de rechter een bedrag toe van € 10.000,=. De rechtbank acht na vergelijking met andere gevallen en ervan uitgaande dat dochter, die nog jong is, geen blijvend letsel zal overhouden en in staat zal zijn op termijn haar leven weer op te pakken, die vergoeding passend. Deze uitspraak laat zien dat een groot aantal schadeposten voor vergoeding in aanmerking komt. Op het moment dat aansprakelijkheid is erkend, is het daarom goed om ook uitvoerig aandacht te besteden aan de schadeomvang, ook al kan het leed van in dit geval de dochter met een schadevergoeding niet worden weggenomen. Dit artikel is gepubliceerd in "De Uitstraling" januari 2017. [post_title] => Recht op gederfd levensonderhoud en shockschade na overlijden vader? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => recht-op-gederfd-levensonderhoud-en-shockschade-overlijden-vader [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-01-31 11:39:52 [post_modified_gmt] => 2017-01-31 10:39:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10454 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 10386 [post_author] => 10 [post_date] => 2017-01-03 12:11:22 [post_date_gmt] => 2017-01-03 11:11:22 [post_content] =>   Uit een drietal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 december 2016 blijkt dat in slijterijen in supermarkten permanent een leidinggevende aanwezig zal moeten zijn. Aanleiding voor deze zaak was een verzoek van de SlijtersUnie aan drie gemeenten om maatregelen te nemen tegen slijterijen in supermarkten in die gemeenten waar niet permanent een leidinggevende aanwezig was, terwijl dat volgens de SlijtersUnie wel een verplichting onder de Drank- en Horecawet is. De burgemeesters van de gemeenten in kwestie wezen het verzoek van de Slijtersunie af onder de stelling dat de supermarkt en de slijterij samen de in de Drank- en Horecawet bedoelde "inrichting" vormen en dat daarmee volstaat dat een leidinggevende in de supermarkt aanwezig is en niet permanent in de slijterij zelf. Na afwijzing van de verzoeken om handhavend optreden en tevergeefs bezwaar daartegen is de SlijtersUnie in beroep gegaan en heeft de Rechtbank Oost-Brabant in 2015 in een drietal afzonderlijke uitspraken geoordeeld dat wel degelijk de Drank- en Horecawet werd overtreden. Tegen deze uitspraken zijn de burgemeesters van de desbetreffende gemeenten, de supermarkten in kwestie en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In de bewuste drie zaken draait het om het begrip "inrichting" uit de Drank- en Horecawet. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat uit de wet en de wetsgeschiedenis volgt dat een inrichting niet bestaat uit het gehele pand, waarin zowel de supermarkt als de slijterij is gevestigd, maar slechts uit de daarin gesitueerde besloten ruimten waarin het slijterijbedrijf wordt uitgeoefend. Naast de slijterij kunnen bijvoorbeeld ook een kantoor en voorraadruimte deel uit maken van de "inrichting", maar deze ruimten moeten dan wel direct in de buurt van de slijterij liggen en direct zicht bieden op de slijterij. Voor zelfstandige slijterijen gold al – onbetwist – dat permanent een leidinggevende in de winkel moest staan om de verkoop van sterke drank te controleren. Gevolg van de uitspraken is dat nu ook in een slijterij in een supermarkt of in de ruimten die daarbij horen, altijd een leidinggevende aanwezig moet zijn. Het volstaat dus niet dat een leidinggevende in de supermarkt aanwezig is die niet permanent aanwezig zou hoeven te zijn in de slijterij zelf. Teneinde overtredingen van de Drank- en Horecawet te voorkomen, doen supermarkten die een "inrichting" in de zin van de Drank- en Horecawet oftewel een slijterij, hebben, er goed aan voortaan zorg te dragen voor een permanente aanwezigheid van een leidinggevende in de slijterij zelf. Voor de volledige tekst van de uitspraken van 28 december 2016 zie: Uitspraak 201508017/1/A3 | Raad van State Uitspraak 201507699/1/A3 | Raad van State Uitspraak 201507606/1/A3 | Raad van State [post_title] => Slijterij in supermarkt vereist permanent aanwezige leidinggevende [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => slijterij-supermarkt-vereist-permanent-aanwezige-leidinggevende [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-06-22 09:09:40 [post_modified_gmt] => 2018-06-22 07:09:40 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10386 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 10370 [post_author] => 16 [post_date] => 2016-12-20 09:20:16 [post_date_gmt] => 2016-12-20 08:20:16 [post_content] =>   Vader heeft een posttraumatisch syndroom en een depressie opgelopen door een ernstig ongeval van zijn vrouw en dochtertje. Komt het leed van de vader door de waarneming van [de gevolgen van] het ongeval? Dit is shockschade. Of komt het leed van de vader door het overlijden van zijn dochtertje? Dit is affectieschade. shockschade Feiten Een moeder met een dochtertje achterop de fiets wordt aangereden door een vrachtwagen. De moeder komt hierdoor ten val. Het dochtertje is onder de wielen van een vrachtwagen gekomen en ter plaatse overleden. De moeder is zwaargewond. Kort na het ongeval komt de vader/echtgenoot ter plaatse. Op het wegdek lagen nog bebloede lakens en stoffelijke overschotten van zijn dochter die niet waren afgedekt. De man hoorde het verhaal van de politie en is hevig geëmotioneerd naar het ziekenhuis gebracht. De man ontwikkelt PTSS [Posttraumatisch Stressyndroom] en een depressie. De man is hierdoor arbeidsongeschikt. Hij vordert op basis van shockschade smartengeld en materiële schade. Shockschade algemeen Vergoeding van shockschade is in Nederland mogelijk onder strenge voorwaarden.
  • er moet sprake zijn van een ernstig ongeval/mishandeling
  • er moet sprake zijn van waarnemen van de ernstige gevolgen of directe confrontatie met het ongeval/mishandeling
  • er moet sprake zijn van geestelijk letsel
  • er moet sprake zijn van een nauwe band
Aan deze vereisten voldoet de vader. Er staat dus vast dat er sprake is van shockschade. Standpunt verzekeraar De verzekeraar van de aansprakelijke vrachtwagenchauffeur vergoedt de shockschade echter niet. De verzekeraar betwist dat er sprake is van geestelijk letsel dat het gevolg is van de confrontatie met het ongeval. De verzekeraar voert aan dat er sprake is van een rouwreactie en dus affectieschade. Affectieschade wordt in Nederland [nog] niet vergoed. Vader stapt naar de rechter. De rechtbank De rechtbank geeft aan dat het een illusie is dat je het leed van de nabestaande zou kunnen splitsen in leed door de shock en leed door het missen van een naaste. Medisch deskundigen kunnen hier onmogelijk een onderscheid in maken. De rechtbank ziet de volledige schade van de vader als shockschade en de verzekeraar moet dan ook de volledige schade vergoeden. In eerdere uitspraken werd veelal toch een verdeling door de rechtbank bepaald. Thans een stap vooruit dus. Wetsvoorstel affectieschade Afgelopen juni zou de tweede kamer stemmen over het nieuwe wetsvoorstel affectieschade. Helaas wederom uitstel van behandeling. Het voorstel geldt voor nabestaanden van slachtoffers die zijn overleden en voor naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is. De nabestaanden en naasten hebben conform dit voorstel recht op een vastgesteld bedrag dat varieert tussen € 15.000,00 en € 20.000,00. Uiteraard lost de vergoeding het leed van o.a. ouders van een overleden kind niet op maar het geeft wel erkenning voor het leed dat hen is aangedaan. Onsmakelijke discussies over soort leed hoeven niet meer gevoerd te worden. [post_title] => Einde onsmakelijke discussies over soort leed? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => einde-onsmakelijke-discussies-soort-leed [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-01-31 11:42:00 [post_modified_gmt] => 2017-01-31 10:42:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10370 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 10337 [post_author] => 8 [post_date] => 2016-12-15 12:32:25 [post_date_gmt] => 2016-12-15 11:32:25 [post_content] =>   De film Soof 2 is in première gegaan. Een echte aanrader voor alle gescheiden ouders of diegenen die daarover nadenken. In deze film komt humorvol aan de orde wat een impact een scheiding kan hebben op het hele gezin. Ook is er aandacht voor de ruzie die ouders kunnen krijgen, vooral als het gaat om de emoties op ouderniveau. De periode waarin de beslissing tot (echt) scheiding wordt genomen is zeer chaotisch en emotioneel. Verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie en zelfverwijt wisselen elkaar af. U twijfelt misschien over alle beslissingen die u moet nemen. En ook al gaan u en uw partner uit elkaar, het is toch van belang – voor u allebei- om dit op een goede respectvolle manier te doen, zeker als er kinderen in het spel zijn. Des te eerder zult u ook de draad van uw leven weer op kunnen pakken. Het lukt de makers van de film om deze periode op een ludieke wijze te illustreren zowel van de kant van de man als van de vrouw. Iedereen die bereid is juist in deze moeilijke periode te blijven overleggen met de (ex)partner, kan scheiden met hulp van een advocaat-scheidingsmediator. Wij als advocaat-mediators van de vFAS (vereniging Familierecht Advocaten Scheidingsmediators) zijn zowel advocaat als mediator. De scheidingsmediator weet niet alleen wat volgens de wet wel en niet mogelijk is, maar is ook getraind om gemeenschappelijke belangen van beide partijen zichtbaar te maken. De praktijk wijst uit dat een scheiding door mediation bijna altijd sneller is dan procederen. Door deze wijze van scheiden gaat u ook veelal met een zekere mate van berusting uit elkaar. U heeft de afwikkeling immers samen geregeld. Dit komt niet alleen u en uw (ex)partner ten goede, maar vooral ook de kinderen. De benadering van de filmmakers in Soof 2 is zodanig dat aan de orde komt dat een scheiding wellicht ook een opluchting kan zijn. Niet iets wat je dagelijks hoort. Ook spelen de acteurs uitmuntend de emotionele rollercoaster van beide partners na. Een prachtige opmerking van de dochter van het stel illustreert hoe de kinderen erin staan. Zij vraagt zich af waarom haar ouders ruzie hebben want “jullie zijn toch al gescheiden ?”. Gelukkig is de laatste jaren de aandacht erop gericht om te proberen de “vechtscheidingen” te verminderen. De rechtbank heeft zelfs nieuwe richtlijnen opgesteld en er is veel aandacht voor mediation. Dit alles om te voorkomen dat “de scheiding ons doodt”. Dit artikel is gepubliceerd in “073 Magazine” december 2016. [post_title] => Tot de dood ons scheidt of tot de scheiding ons doodt? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => tot-dood-scheidt-tot-scheiding-doodt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-12-15 13:21:51 [post_modified_gmt] => 2016-12-15 12:21:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10337 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 10157 [post_author] => 16 [post_date] => 2016-11-21 12:28:44 [post_date_gmt] => 2016-11-21 11:28:44 [post_content] =>   Heeft u letsel opgelopen ten gevolge van een ongeval en wilt u de letselschade verhalen op de aansprakelijke partij? U meldt de zaak bij uw rechtsbijstandsverzekering? Heeft u dan recht op behandeling door een zelf gekozen advocaat? advocaat-kiezen Behandeling door uw rechtsbijstandsverzekeraar Na melding bij uw rechtsbijstandsverzekeraar neemt meestal een jurist van de rechtsbijstandsverzekeraar de zaak in behandeling. Een jurist is echter geen advocaat. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars hebben wel advocaten in dienst of maken gebruik van hun eigen netwerk. Maar mag u zelf een gespecialiseerde advocaat kiezen? Uitspraak Europees Hof van Justitie Het Europees Hof van Justitie heeft hierover al in 2013 uitspraak gedaan. In geval van een procedure heeft de voor rechtsbijstand verzekerde cliënt het recht om op kosten van de rechtsbijstandsverzekeraar een advocaat naar eigen keuze in te schakelen. Het gaat dan wel om een procedure waarvoor het verplicht is een advocaat in te schakelen. Dit jaar heeft het Europees Hof van Justitie bepaalt dat ook voor andere procedures, bijvoorbeeld bezwaarprocedure bij de gemeente of het UWV de vrije advocaatkeuze geldt. Bij deze procedures is het in principe niet verplicht om een advocaat in te schakelen. Beperking door rechtsbijstandsverzekeraar U kunt dus op kosten van de verzekeraar en als een procedure noodzakelijk is een eigen advocaat kiezen. De meeste rechtsbijstandsverzekeraars hebben, gelet op de ze ontwikkeling, hun polis aangepast. Zij stellen in de meeste gevallen beperkingen aan de hoogte van de externe kosten of leggen een eigen bijdrage aan u op bij inschakeling van een externe advocaat/belangenbehartiger. U moet dus de polisvoorwaarden goed doornemen. De beperkingen mogen echter niet zover gaan dat deze het u onmogelijk maken om een advocaat naar eigen keuze in te schakelen. Geschil over noodzaak procedure Zoals aangegeven geldt de vrije advocaatkeuze alleen in geval van een procedure. Wat als uw rechtsbijstandsverzekeraar van mening is dat een procedure geen kans van slagen heeft? U heeft dan altijd nog de mogelijkheid om het dossier voor te leggen aan een eigen gekozen gespecialiseerde advocaat. Deze advocaat zal het standpunt beoordelen. Dit is de zogenaamde second opinion op kosten van uw rechtsbijstandsverzekeraar. Verhaal van uw letselschade Zolang een procedure niet noodzakelijk is geldt dus de vrije advocatenkeuze niet. Echter ook buiten een procedure om kan het van belang zijn dat uw zaak wordt behandeld door een gespecialiseerde letselschadeadvocaat. Als aansprakelijkheid is erkend zal de aansprakelijke partij de advocaatkosten in beginsel volledig moeten voldoen. Er is dan geen beletsel om de zaak uit handen te geven aan een door u zelf gekozen gespecialiseerde letselschadeadvocaat. Wat als slechts een gedeelte of zelfs geen aansprakelijkheid wordt erkend door de tegenpartij en uw rechtsbijstandsverzekeraar berust hierin? U kunt dan altijd wederom een beroep doen op de geschillen regeling en een second opinion aanvragen bij uw rechtsbijstandsverzekeraar. De second opinion kunt u uit laten voeren door een gespecialiseerde advocaat naar eigen keuze. De opdracht zal vervolgens door uw rechtsbijstandsverzekeraar aan die advocaat verstrekt worden. Conclusie De uitspraken van het Europees Hof geven een verruiming voor u als rechtsbijstandsverzekerde. U heeft een vrije advocaatkeuze in geval van procedures, ook die procedures waarvoor geen verplichte inschakeling van een advocaat geldt. Het blijft wel noodzakelijk dat u alle mogelijkheden onderzoekt in het geval uw rechtsbijstandsverzekeraar van mening is dat u geen recht heeft op een vrije advocaatkeuze of als uw rechtsbijstandsverzekeraar van mening is dat de procedure geen kans van slagen heeft. Dit artikel is gepubliceerd in "De Uitstraling" november 2016. [post_title] => Heeft u vrije advocaatkeuze bij uw rechtsbijstandverzekering? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => vrije-advocaatkeuze-rechtsbijstandverzekering [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-01-31 11:49:12 [post_modified_gmt] => 2017-01-31 10:49:12 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10157 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 10151 [post_author] => 8 [post_date] => 2016-11-18 09:13:24 [post_date_gmt] => 2016-11-18 08:13:24 [post_content] =>   In  mijn echtscheidingspraktijk krijg ik vaak de vraag vanaf wanneer kinderen mogen kiezen bij welke ouder zij willen zijn na echtscheiding of uiteengaan. Voor eens en voor altijd moet duidelijk zijn; kinderen mogen niet kiezen. liedeke_073_magazine_oktober_2016 Zij mogen vanaf hun 12 jarige leeftijd hun mening kenbaar maken bij de rechter, niet meer en niet minder. Dat kan middels een brief of een gesprek met de rechter. Voorheen noemde de rechtbanken dit een “kinderverhoor”. Inmiddels is gelukkig de naam veranderd in kind gesprek. Het gesprek vindt plaats in het gerechtsgebouw en is meestal op de dag van de rechtszitting of kort daarvoor. Hoe zo’n gesprek gaat kun je zien op www.rechtspraak.nl/kindgesprek. Het gesprek is vertrouwelijk en de rechter mag bij zijn beslissing rekening houden met wat het kind heeft verteld. De mening van het kind telt zeker mee, maar het kind mag niet zelf beslissen. Afhankelijk van de leeftijd van het kind is het heel wat voor een kind om bij de rechtbank binnen te lopen en zijn/haar “mening” kenbaar te maken. Kinderen willen meestal maar één ding en dat is dat beide ouders bij elkaar komen. Ik zal de zaak niet vergeten waarbij een kind aanwezig was bij een steekpartij tussen vader en moeder. Uiteindelijk gaf de minderjarige dochter zelfs in dat geval aan dat ze hoopte dat haar ouders bij elkaar zouden blijven. Het loyaliteitsconflict bij kinderen kan heel groot zijn. Overigens speelt dit ook bij gezinnen die nog bij elkaar zijn, maar dan wordt daar niet over nagedacht. Na of tijdens een echtscheiding, als mensen vaak op hun slechtst zijn, worden de kinderen soms “vergeten”, hetgeen logisch lijkt omdat je eigen verdriet groot is. Een kind heeft een eigen rouwverwerking over het uiteengaan van partijen. Gelukkig is er de laatste jaren veelvuldig aandacht voor het kind in echtscheiding. Ook de advocaat-scheidingsmediators van de vFAS besteden daar extra aandacht aan. Sommige kinderen hechten eraan een eigen plekje te krijgen in het proces van de echtscheiding. Als ouders is het van belang om zodanig bezig te zijn met een echtscheiding dat de kinderen daarvan niet de dupe zijn. Dat begint met eerst een goede communicatie als ouders. Het ex-partnertraject en de pijn en het verdriet die het uiteengaan met zich meebrengt, zal moeten worden losgelaten om als ouders samen invulling te geven aan het ouderschap. Dit kan een moeilijk traject zijn, want als ex-partners ging je niet voor niets uit elkaar. Een online-scheiding heeft daar weinig oog voor en kan dit aspect niet voldoende aandacht geven. De advocaat scheidingsmediators van ons kantoor leggen zich erop toe de mediation zodanig in te steken dat er weer een voldoende basis is om als ouders te beslissen over alle zaken die de kinderen aangaan. Zodat een kind helemaal niet hoeft te kiezen, maar zijn/haar mening allang heeft kenbaar gemaakt aan beide ouders. En als dat het geval is, zal het kind zelf “vrij” zijn om te weten of zij/hij wel of niet met de rechter wil praten. Dit artikel is gepubliceerd in “073 Magazine” november 2016. [post_title] => Mag mijn kind kiezen? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => mag-kind-kiezen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-11-18 09:23:44 [post_modified_gmt] => 2016-11-18 08:23:44 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10151 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 10662 [post_author] => 26 [post_date] => 2017-02-22 10:49:28 [post_date_gmt] => 2017-02-22 09:49:28 [post_content] => Per 1 juli 2012 is in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna mede te noemen: “Besluit”) een normering van buitengerechtelijke incassokosten voor contractuele geldschulden opgenomen. De wet regelt wanneer en tot welk bedrag buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn. Vooral consumenten worden als gevolg van deze regeling beter beschermd tegen onredelijke incassokosten. In lid 6 van artikel 6:96 BW is bepaald dat de consument-schuldenaar de incassokosten pas verschuldigd is na een aanmaning in de vorm van een zogenaamde “veertiendagenbrief”, een brief waarbij de consument-schuldenaar nog een laatste termijn van 14 dagen krijgt om zijn schuld te voldoen. In zijn arrest van 25 november 2016[1] heeft de Hoge Raad (wederom) prejudiciële vragen beantwoord over deze veertiendagenbrief, met name over de stelplicht en bewijslast ter zake van de aanvang van deze veertiendagentermijn en de gevolgen van een onjuiste vermelding daarvan in de brief, welke ik onderstaand zal bespreken.
De aanvang van de veertiendagentermijn
Volgens artikel 6:96 lid 6 BW vangt de termijn van 14 dagen aan op “de dag na aanmaning”. Om deze dag te kunnen bepalen, moet eerst worden vastgesteld wat de dag van de aanmaning is, dus op welke dag is aangemaand. Volgens artikel 3:37 lid 3 BW moet een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring die persoon hebben bereikt, teneinde werking te hebben. Een tot de schuldenaar gerichte aanmaning is een verklaring als bedoeld in artikel 3:37 lid 3 BW, waardoor deze aanmaning pas haar werking heeft indien zij de schuldenaar heeft bereikt. Eerder oordeelde de Hoge Raad in zijn arrest van 14 juni 2013[2] al dat met betrekking tot een schriftelijke verklaring als uitgangspunt geldt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, als zij door hem is ontvangen. De in artikel 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagentermijn vangt derhalve (pas) aan op de dag na die waarop de aanmaning door de schuldenaar is ontvangen. Dat strookt met de bedoeling van de wetgever dat de schuldenaar in ieder geval (de volle) 14 dagen de gelegenheid heeft gehad om het verschuldigde bedrag te betalen, zonder dat er incassokosten verschuldigd worden. Dat de veertiendagentermijn pas gaat lopen na ontvangst van de aanmaning is ook in lijn met de consumentenbeschermende gedachte achter artikel 6:96 lid 6 BW. Om te kunnen profiteren van de extra termijn van 14 dagen en om ondubbelzinnig duidelijkheid te verkrijgen over de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten dient de consument de veertiendagenbrief te hebben ontvangen.
De stelplicht en bewijslast
Een partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt in beginsel de bewijslast van die feiten of rechten. Aan de bewijslast gaat de stelplicht vooraf. Wanneer de schuldeiser dus jegens een consument-schuldenaar aanspraak maakt op betaling van de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 6:96 BW, rusten op de schuldeiser in beginsel de stelplicht en bewijslast dat aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW is voldaan. Die stelplicht omvat, gelet op het voorgaande, dat en op welke dag de schuldenaar de veertiendagenbrief (op zijn laatst) heeft ontvangen. Indien de ontvangst van de veertiendagenbrief door de schuldenaar wordt betwist, dient de schuldeiser in beginsel feiten en omstandigheden te stellen, en zo nodig te bewijzen, waaruit volgt dat de brief door hem is verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de schuldenaar daar door hem kon worden bereikt, en dat en op welke dag de brief daar (op zijn laatst) is aangekomen. In verstekzaken zal de schuldeiser voldoende concrete feiten en omstandigheden moeten stellen waaruit de rechter kan afleiden dat de veertiendagenbrief (uiterlijk) op de door de schuldeiser gestelde datum door de schuldenaar is ontvangen. De schuldeiser kan in beginsel (ook) de dag van verzending stellen en aannemelijk maken. In dat geval kan de rechter, nu er geen sprake is van een betwisting, uitgaan van de ervaringsregel dat gewone post in veruit de meeste gevallen na één of meer dagen bij de geadresseerde wordt bezorgd. Het is aan de feitenrechter overgelaten welke duur van postbezorging, vanaf de dag van verzending door de schuldeiser, in het algemeen redelijkerwijs tot uitgangspunt valt te nemen. Gelet op het voorgaande en op de strekking van de veertiendagenbrief om consumenten te beschermen, wordt in verstekzaken tot uitgangspunt genomen dat de brief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij een zondag, maandag of officiële feestdag niet meetellen als tussenliggende dag of dag van bezorging.
De gevolgen van een onjuiste vermelding van de veertiendagentermijn
De door de schuldeiser verzonden veertiendagenbrief moet voldoen aan de eisen die artikel 6:96 lid 6 BW daaraan stelt. Indien wel de betalingstermijn van 14 dagen is vermeld, maar bijvoorbeeld de dag van de aanvang of het einde van de termijn onjuist is vermeld, voldoet de brief niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Hetzelfde geldt voor de brieven waarin verwarrende of misleidende informatie wordt gegeven. En dit komt vaker voor dan u denkt. Zo is de vermelding dat betaald moet worden “binnen veertien dagen na heden” of “binnen veertien dagen na verzending van deze brief” in strijd met de eis dat de schuldenaar in ieder geval een betalingstermijn van 14 dagen, aanvangende op de dag na de ontvangst van de aanmaning gegeven moet worden. Het moet de schuldenaar dus duidelijk zijn dat hem die volle wettelijke termijn van 14 dagen ter beschikking staat. De inhoud van de veertiendagenbrief mag bij de schuldenaar niet de onjuiste indruk wekken dat hij de incassokosten al verschuldigd wordt op een datum waarop in werkelijkheid de wettelijke termijn van 14 dagen nog niet verstreken is. De formulering dat incassokosten verschuldigd worden indien niet betaald is “binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd” voldoet dus wel aan de wettelijke eisen. Met de regeling van artikel 6:96 lid 6 BW is beoogd dat de consument niet wordt overvallen door het verschuldigd worden van incassokosten. Daartoe is een betalingstermijn van (minimaal) 14 dagen in de wet opgenomen. Daartegenover staat dat de consument-schuldenaar bij overschrijding van de veertiendagentermijn, ook al is dat met slechts één dag, de incassokosten verschuldigd wordt. Gelet op het met dit stelsel beoogde evenwicht, heeft een veertiendagenbrief die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW, niet het daaraan door de wet verbonden rechtsgevolg dat de consument-schuldenaar bij uitblijven van een tijdige betaling incassokosten verschuldigd wordt. Wil de schuldeiser alsnog recht hebben op betaling van de incassokosten, dan dient de schuldeiser (zo nodig alsnog) een aan de wettelijke eisen beantwoordende veertiendagenbrief aan de schuldenaar te verzenden. Een onjuist vermelde termijn kan dus niet gerepareerd worden, door bijvoorbeeld nog een korte extra betalingstermijn van een aantal dagen te geven.
De gevolgen van een deelbetaling
Ook indien de consument-schuldenaar weliswaar voor het verstrijken van de termijn betaalt, maar slechts een deel van de vordering betaalt, is hij een vergoeding voor de incassokosten verschuldigd. Het strookt echter met het consumentenbeschermende karakter van de wettelijke regeling om in dat geval de hoogte van de verschuldigde incassokosten te bepalen op basis van de hoogte van het niet (tijdig) betaalde gedeelte van de hoofdsom. De hoogte van de verschuldigde incassokosten is immers conform het Besluit afhankelijk van de hoogte van de vordering. Door de deelbetaling bestaat de vordering niet meer in die omvang waarop de in de veertiendagenbrief vermelde incassovergoeding was gebaseerd.
Conclusie
De consument-schuldenaar dient de volle 14 dagen de gelegenheid te krijgen om zijn geldschuld te betalen, alvorens incassokosten verschuldigd te zijn. De schuldeiser moet bewijzen dat deze gelegenheid ook is geboden. Er zijn geen incassokosten verschuldigd indien de termijn onjuist, verwarrend of misleidend is weergegeven. Dit laatste lijkt vaker voor te komen dan u zou denken, gezien het oordeel van de Hoge Raad dat de (bijna standaard opgenomen) zinsnede “binnen veertien dagen na heden” een onzuivere formulering betreft, in strijd met artikel 6:96 lid 6 BW. [1] HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704. [2] HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104. Dit artikel is gepubliceerd in Juridisch up to Date, nummer 4, februari 2017. [post_title] => De veertiendagenbrief [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-veertiendagenbrief [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-07-28 14:46:10 [post_modified_gmt] => 2021-07-28 12:46:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bgadvocaten.nl/?p=10662 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 132 [max_num_pages] => 14 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => a3ce31c4ce779477f5239ca0c2a0e3a2 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [allow_query_attachment_by_filename:protected] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_controller] => Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller Object ( [filtering_query:Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller:private] => WP_Query Object *RECURSION* ) )
22 feb 2017
BG.legal
Per 1 juli 2012 is in artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna mede te noemen: “Besluit”) een normering van buitengerechtelijke incassokosten voor contractuele geldschulden opgenomen....
Lees meer
  Tegenwoordig zijn meer en meer bedrijven ervan overtuigd dat het niet meer de vraag is of ze ooit een food recall zullen meemaken, maar eerder wanneer. Onderliggende oorzaken zijn...
Lees meer
  Eind vorig jaar heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat ‘dubbel vangen’ door de belangenbehartiger mr. Claim onzedelijk is. Wat is ‘dubbel vangen’? Bij wie moet u eigenlijk terecht voor het...
Lees meer
  Veelvuldig wordt gedacht dat als je een advocaat in de arm neemt om te gaan scheiden dit leidt tot een “vechtscheiding” (echtscheidingen waarin het doel is de ander zoveel...
Lees meer
  Shockschade is een vorm van schade die tegenwoordig meer en meer in de belangstelling staat. Shockschade is de psychische schade die iemand heeft opgelopen door een – kort gezegd...
Lees meer
  Uit een drietal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 december 2016 blijkt dat in slijterijen in supermarkten permanent een leidinggevende aanwezig zal moeten...
Lees meer
  Vader heeft een posttraumatisch syndroom en een depressie opgelopen door een ernstig ongeval van zijn vrouw en dochtertje. Komt het leed van de vader door de waarneming van [de...
Lees meer
  De film Soof 2 is in première gegaan. Een echte aanrader voor alle gescheiden ouders of diegenen die daarover nadenken. In deze film komt humorvol aan de orde wat...
Lees meer
  Heeft u letsel opgelopen ten gevolge van een ongeval en wilt u de letselschade verhalen op de aansprakelijke partij? U meldt de zaak bij uw rechtsbijstandsverzekering? Heeft u dan...
Lees meer
  In  mijn echtscheidingspraktijk krijg ik vaak de vraag vanaf wanneer kinderen mogen kiezen bij welke ouder zij willen zijn na echtscheiding of uiteengaan. Voor eens en voor altijd moet...
Lees meer