Curator niet in persoon aansprakelijk voor de kosten van bestuursdwang

28 feb 2020

Ook ondernemingen handelen soms in strijd met regels van de overheid. Tegen die overtredingen kan de overheid optreden. Een voorbeeld is bodemverontreiniging wat in strijd is met de Wet milieubeheer. De overheid kan dan handhavend optreden. Dat betekent dat de overheid bijvoorbeeld de verontreiniging zelf kan verhelpen en de kosten (van bestuursdwang) in rekening kan brengen bij de overtreder. Maar wat nu als de onderneming failliet gaat? Wie moet dan de kosten van de bestuursdwang betalen? Recent heeft de hoogste bestuursrechter zich hierover uitgesproken. Aan de orde komt ook de vraag of de curator in persoon aansprakelijk is voor die verbeurde kosten van bestuursdwang.

Een curator is aangesteld om het vermogen van de failliete onderneming te beheren en te vereffenen. Het is zijn taak om zoveel mogelijk geld in de boedel te krijgen, bijvoorbeeld door het verkopen van activa. Met dit geld probeert hij zoveel mogelijk schulden van de onderneming te betalen. Gedurende het faillissement heeft de curator de touwtjes van de onderneming in handen. Het faillissement betekent uiteraard niet dat er ook een einde komt aan een overtreding. De overheid kan ervoor kiezen om de verontreinig zelf te verhelpen. De kosten van deze bestuursdwang dient de overheid in bij de curator van de onderneming.

Het komt met enige regelmaat voor dat curatoren de kosten van bestuursdwang ontvangen. Al in een uitspraak van 23 juli 2014 oordeelde de Raad van State dat de kosten van een bestuursrechtelijke sanctie (zoals bestuursdwang) voor rekening van de boedel kunnen komen. Daarmee vormen de kosten van bestuursdwang een boedelschuld. Deze schuld kent een hogere rang dan de schulden die voor faillissement zijn ontstaan. De curator is er dan ook veel aan gelegen om deze kosten buiten de boedel te houden. Wanneer de curator de kosten kan voorkomen, dan zal hij graag tot actie overgaan.

Veel faillissementsboedels beschikken over te weinig geld om zelf tot actie te kunnen overgaan met een last onder bestuursdwang tot gevolg. Ook de kosten van de bestuursdwang blijven vervolgens onbetaald. Er zijn overheidsorganen die menen dat in dat geval de curator in eigen persoon voor de kosten moet opdraaien. We spraken dan niet meer over de curator in hoedanigheid, maar over de curator in eigen persoon. De overheid kleedt het besluit dan zo in dat de boete ook op de curator in persoon betrekking heeft. De Raad van State (de hoogste bestuursrechter) heeft in een uitspraak van 26 februari 2020 geoordeeld dat de curator in persoon niet gehouden is de kosten te voldoen.

De Raad van State meent dat de curator in hoedanigheid verantwoordelijk is voor de onderneming. Dat betekent dat de curator in hoedanigheid ook een overtreder van de wet (artikel 5:1 Awb) kan zijn. De boedel zal dan de kosten van bestuursdwang moeten betalen. De curator in persoon is echter geen overtreder, omdat de curator in eigen persoon de boedel (van de onderneming) niet vertegenwoordigt.

De conclusie is dat de overheid wel een curator in hoedanigheid een boete kan opleggen, maar niet de curator in eigen persoon. De betalingsverplichting rust daarmee alleen bij de boedel.

Mr. J. Beerens, advocaat en curator in faillissementen.

Jelle Beerens