Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                    [0] => 21
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 545
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_author IN (21)  AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 0, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 18843
                    [post_author] => 21
                    [post_date] => 2019-12-04 16:13:35
                    [post_date_gmt] => 2019-12-04 15:13:35
                    [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Het is logisch dat partijen huiverig zijn om afspraken met een curator te maken. Voor veel betrokkenen zal het faillissement immers al tot schade hebben geleid en men heeft geen zin deze nog verder op te laten lopen. In de praktijk lopen partijen echter weinig risico na een schriftelijke toezegging van de curator dat hij de overeenkomst wil voortzetten of indien zelfs een nieuwe overeenkomst met de curator wordt aangegaan. Om er zeker van te zijn dat de kosten of schade niet verder oplopen, bestaat de mogelijkheid om zekerheid van de curator te verlangen. Een voorbeeld hiervan is het laten vooruitbetalen van de te maken kosten. Dit is dagelijkse kost voor curatoren en een curator zal er dus niet van opkijken wanneer hierom wordt gevraagd. Wanneer de curator verzoekt om voortzetting van de overeenkomst, doet de gemachtigde er verstandig aan om aan te dringen op een nieuwe machtiging.
Goed om te weten: onderbreking procedure bij faillissement
Ten slotte wijs ik op het bestaan van artikel 142 lid 1 onder b van het Uitvoeringsreglement Europees Octrooiverdrag. Volgens dit artikel wordt een octrooiaanvraagprocedure onderbroken “indien de aanvrager of de houder van het octrooi vanwege een op zijn vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten”. Door de jaren heen heeft de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau in verschillende uitspraken duidelijk gemaakt dat insolventieprocedures onder de in dit artikel genoemde kwalificatie kunnen vallen. Dit betreft in ieder geval de procedure ‘cessation des paiements’ onder Frans recht en ‘Konkurs’ onder Duits recht.[1] Daarentegen werd de Chapter 11 procedure onder het recht van de Verenigde Staten niet van toepassing verklaard, omdat de Chapter 11 er juist op gericht is om de activiteiten voort te zetten.[2] Aangezien de faillissementsprocedure is gericht op de liquidatie van het vermogen, zal ook deze procedure waarschijnlijk onder de werking van artikel 142 lid 1 onder b EOV vallen. Daarmee bestaat dus de mogelijkheid om de  octrooiaanvraagprocedure bij een faillissement te schorsen. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. [1] GKvB 2 december 1983, J 0007/83 en GKvB 8 april 1992, J 0009/90 [2] GKvB 13 oktober 1998, J 0026/95 Jelle Beerens [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (deel 3) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-3 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:42 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:42 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18843 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 18660 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-10-31 12:15:44 [post_date_gmt] => 2019-10-31 11:15:44 [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
Ondanks het feit dat de volmacht als gevolg van het faillissement is komen te vervallen, betekent dat niet dat de octrooigemachtigde geen zorgplicht[1] meer heeft voor zijn failliete cliënt, ook niet als de curator zijn recht heeft verloren om nakoming van de overeenkomst te vorderen. Hiervoor dient de overeenkomst eerst beëindigd te worden.
Beëindigen overeenkomst
Om de overeenkomst daadwerkelijk te beëindigen dient de octrooigemachtigde nog een stap te zetten. Wanneer duidelijk is dat de curator de overeenkomst niet wil voortzetten of indien de curator niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd, dan staat de toerekenbare tekortkoming van de failliete cliënt vast. Dit geeft de octrooigemachtigde de keuze om de overeenkomst:
  1. in stand te laten. Hiermee blijft echter ook de zorgplicht in stand, of;
  2. de overeenkomst schriftelijk te beëindigen door middel van ontbinding.
Zorgplicht
De vervolgvraag is of de octrooigemachtigde door het op deze wijze ontbinden van de overeenkomst  in lijn handelt met zijn zorgplicht. Artikel 4 sub e van de Gedragsregels voor octrooigemachtigden speelt hierbij een belangrijke rol. Deze gedragsregel luidt als volgt: “Indien een Lid een opdracht niet wil aanvaarden of indien het zijn dienstverlening inzake een lopende opdracht wil beëindigen, deelt het dit onverwijld aan de Cliënt mede. In het laatste geval treft het Lid de nodige maatregelen om de Cliënt in staat te stellen nadeel te vermijden.” Met het schriftelijk inroepen van de ontbinding is aan het vereiste in de eerste zin voldaan. De tweede zin eist van de octrooigemachtigde dat hij de nodige maatregelen treft om de cliënt in staat te stellen nadeel te vermijden. Hoewel de uitleg van het woord ‘nodige’ arbitrair is, ben ik van mening dat aan dit vereiste wordt voldaan met het versturen van de eerste brief aan de curator als hiervoor aangegeven. Voor alle zekerheid raad ik octrooigemachtigden aan om, wanneer de situatie het toelaat, de curator te wijzen op de mogelijkheid om na de ontbinding opnieuw een volmacht te verstrekken aan de oorspronkelijke octrooigemachtigde of een andere bevoegde octrooigemachtigde. Dit kan zowel gelden voor de curator als een eventuele doorstartende partij.
Stappenplan
Wanneer resumerend de volgende stappen zijn doorlopen, zal de kans klein zijn dat een octrooigemachtigde in strijd met zijn zorgplicht handelt[2]:
  • Brief 1: de curator is schriftelijk volledig geïnformeerd over het octrooirecht en aan hem is een redelijke termijn gegeven om te laten weten of hij de overeenkomst met de oorspronkelijk behandelend octrooigemachtigde wenst voort te zetten, waarbij ook de gevolgen en risico’s zijn geduid.
  • Brief 2: aan de curator is schriftelijk bevestigd dat hij zijn recht op nakoming heeft verloren en dat de overeenkomst is ontbonden. De curator wordt aangeboden om in een later stadium alsnog afspraken te maken over een nieuwe volmacht.
Algemene voorwaarden
In deel 1 heb ik gewezen op de mogelijkheid om een overeenkomst ook te beëindigen door gebruik te maken van de opzegmogelijkheid in de algemene voorwaarden. Hoewel deze mogelijkheid bestaat, adviseer ik om terughoudend te zijn met het gebruik van deze mogelijkheid. De reden hiervoor is dat deze opzegging moeilijker te combineren is met de zorgplicht. Mocht alsnog voor deze route worden gekozen, dan verdient het de voorkeur om de elementen die in het stappenplan genoemd staan terug te laten komen. In deel 3 wordt de vraag behandeld welke afspraken met de curator kunnen worden gemaakt. Daarnaast komt de mogelijkheid tot schorsing van de octrooiaanvraagprocedure ter sprake. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. mr. Jelle Beerens Jelle Beerens [1] De zorgplicht is neergelegd in artikel 23n Rijksoctrooiwet 1995 en verder uitgewerkt in de Gedragsregels voor octrooigemachtigden. [2] Uiteraard moeten alle omstandigheden hierbij in ogenschouw worden genomen. Bij twijfel of in een bepaalde situatie aan de zorgplicht wordt voldaan, is het natuurlijk altijd verstandig extra advies in te winnen. Uiteraard bestaat ook de mogelijkheid om een mening te vragen van de Voorzitter van de Raad van Toezicht (Zie artikel 7 sub d Gedragsregels octrooigemachtigden)   [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (Deel 2) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-2 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:47 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:47 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18660 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 18515 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-10-17 15:52:50 [post_date_gmt] => 2019-10-17 13:52:50 [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. Met behulp van drie vragen geef ik enkele handvatten:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
“Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?”
De overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt is wederkerig. Dat betekent dat van beide partijen een prestatie wordt verwacht. De cliënt verleent een machtiging aan de octrooigemachtigde om namens hem octrooi aan te vragen, de aanvrage tot verlening te brengen en het octrooi in stand te houden. Op de octrooigemachtigde rust gewoonlijk de verplichting om de cliënt hierover voldoende voor te lichten en voornoemde handelingen te verrichten. Op de cliënt rust vervolgens de verplichting om de octrooigemachtigde tijdig te instrueren en te betalen voor de dienstverlening.
Faillissement heeft geen invloed op wederkerige overeenkomsten
Het uitgangspunt is dat een faillissement geen invloed heeft op wederkerige overeenkomsten. Dit betekent dat ook na het faillissement de oorspronkelijke overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt blijft gelden, tenzij partijen in een overeenkomst iets anders hebben afgesproken. Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat de octrooigemachtigde in zijn algemene voorwaarden de mogelijkheid heeft opgenomen om de overeenkomst op te zeggen in geval van faillissement van zijn cliënt. Dat de overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt ook na een faillissement blijft gelden, betekent niet dat de octrooigemachtigde het bericht van de curator maar moet afwachten. Het bestaan van de overeenkomst verplicht de octrooigemachtigde zijn werkzaamheden te blijven uitvoeren. Om te voorkomen dat de octrooigemachtigde zelf in de problemen komt door het uitblijven van enig bericht van de curator, kan hij de curator benaderen en een reactie proberen uit te lokken.
Het stellen van een termijn
De octrooigemachtigde kan de curator schriftelijk verzoeken zich binnen een redelijke termijn uit te laten of hij de overeenkomst tussen de octrooigemachtigde en de failliet wenst voort te zetten (ook wel ‘gestand doen’ genoemd).[1] Wat een redelijke termijn is, zal van geval tot geval bekeken moeten worden. De curator moet - te midden van de chaos waarin hij verkeert – voldoende kans krijgen zich een beeld te vormen van (het belang van) de octrooiaanvrage/het octrooi en de wenselijkheid om kosten te maken om het octrooirecht in stand te houden. Het is wenselijk (mede vanuit de zorgplicht) de curator zo volledig mogelijk te informeren over:
  1. de status van het octrooirecht;
  2. de termijn(en);
  3. de risico’s en gevolgen verbonden aan het al dan niet ondernemen van bepaalde actie(s);
  4. de te verwachten kosten van bepaalde acties.
Onder de eventuele gevolgen moeten zeker gemeld worden dat het octrooirecht in bepaalde omstandigheden tot verval kan komen. In veel gevallen zal een termijn van enkele weken volstaan, maar uiteraard is de te stellen termijn ook afhankelijk van de urgentie om handelingen te verrichten. Mocht de curator van mening zijn dat de gestelde termijn niet redelijk is, dan heeft hij ook de mogelijkheid om dit binnen de gestelde termijn kenbaar te maken. Zorg er in ieder geval voor dat de curator aan de hand van de informatie en de gestelde termijn:
  1. een volledig beeld heeft van (de status van) het octrooirecht, en;
  2. de mogelijkheid heeft gehad zich te laten informeren over de mogelijke waarde van het octrooirecht, en;
  3. zich binnen de gestelde termijn kan uitlaten.
Optie 1: voortzetting door de curator
Wanneer de curator binnen de gestelde termijn aangeeft dat hij de overeenkomst met de octrooigemachtigde wil voortzetten, dan is de curator ook verplicht zekerheid te stellen voor de kosten van de voortzetting. De octrooigemachtigde moet de curator wel zelf om deze zekerheid verzoeken.[2] Het stellen van zekerheid is bijvoorbeeld mogelijk door het vooruitbetalen van de kosten. Om elk misverstand te voorkomen is het van belang om duidelijke afspraken te maken over welke handelingen worden verricht tegen welke kosten en op welke manier deze kosten worden vergoed.
Optie 2: geen/afwijzende reactie door de curator
Mocht de curator binnen de gestelde termijn niet reageren, dan verliest hij zijn recht om nakoming van de overeenkomst te vorderen. Hij kan dus niet meer verwachten dat de octrooigemachtigde verdere handelingen verricht en de gemaakte afspraken in de overeenkomst nog nakomt. In het kader van de te verwachten zorgvuldigheid mag het van de octrooigemachtigde worden verwacht dat het neerleggen van zijn machtiging en/of het niet tijdig voldoen van verplichte handelingen waardoor het octrooirecht tot verval kan komen schriftelijk wordt bevestigd aan de curator. Uiteraard bestaat de mogelijkheid dat de curator (of een doorstartende partij) in een later stadium de octrooigemachtigde alsnog vraagt om tegen betaling handelingen te verrichten. Hiervoor kunnen dan nieuwe afspraken gemaakt worden, die worden vastgelegd in een nieuwe volmacht.
De volmacht vervalt bij faillissement
Let op: Het is van belang dat de octrooigemachtigde niet zonder overleg met de curator overgaat tot het verrichten van handelingen. Het faillissement heeft immers tot gevolg dat volmachten die voor het faillissement zijn verstrekt, komen te vervallen.[3] Nieuwe volmachten kunnen enkel door de curator worden afgegeven. Zou een octrooigemachtigde na het faillissement zonder een nieuwe machtiging van de curator handelingen verrichten, dan is hij daartoe dus niet bevoegd geweest. In deel 2 wordt de vraag behandeld op welke wijze de overeenkomst met de failliet kan worden beëindigd en hoe ver de zorgplicht van de octrooigemachtigde hierbij reikt? Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. [1] Zie artikel 37 lid 1 Fw [2] Zie artikel 37 lid 2 Fw [3] Zie artikel 3:72 BW en artikel 23 Fw. [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (deel 1) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-1 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:50 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18515 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 18113 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-09-02 10:32:41 [post_date_gmt] => 2019-09-02 08:32:41 [post_content] => Het inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten vormt een groot risico voor menig ondernemer. Een procedure is kostbaar en de uitkomst van een procedure is vaak onzeker. Vluchten voor het probleem door de onderneming snel te beëindigen, lost het probleem niet op. Dit laat een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag zien.
De belangrijkste gebeurtenissen op een rij
Nirea voert een bedrijf onder de naam ‘Expatise’. Niet allen beschikt zij over een handelsnaam, maar ook over twee merkrechten. Sinds 2018 begeeft Z&P Expat zich op de markt onder de naam ‘Expatise’ tot ongenoegen van Nirea. Nirea maakt haar ongenoegen kenbaar bij Z&P Expat en vraagt om een zogeheten onthoudingsverklaring. Op 15 april 2019 geeft Z&P Expat een onthoudingsverklaring af waarin zij toezegt de naam ‘Expatize’ niet meer te zullen gebruiken per 1 mei 2019. Als Z&P Expat zich hieraan niet houdt, dan zal zij een boete aan Nirea moeten betalen. Op 1 mei 2019 blijkt echter dat Z&P Expat geen woord heeft gehouden. Hierop start Nirea een kortgedingprocedure. Wellicht geschrokken door deze actie, besluit Z&P Expat op 18 juni 2019 tot het beëindigen van de onderneming. inbreuk IE
Wat kan een rechter nog toewijzen bij een uitgeschreven onderneming?
De rechter oordeelt eerst dat Nirea geen belang meer heeft bij het vorderen van een beëindiging van de inbreuk op haar IE-rechten. Z&P Expat heeft immers de activiteiten gestaakt. Dit is anders met betrekking tot de verschuldigde boete. De rechter stelt al snel vast dat Z&P Expat zich niet aan de eigen verklaring heeft gehouden. Hoewel in kortgeding niet snel een boete wordt toegewezen, is daar in dit geval voldoende belang bij volgens de rechter. Naarmate de tijd verstrijkt, heeft Nirea namelijk steeds minder kans heeft om nog een betaling te krijgen. Met het vaststellen van de boete kan Nirea direct een verzoek indienen om de vereffening van Z&P Expat te heropenen.
En wat kan Nirea nu nog doen?
Vooropgesteld heeft Nirea door de beëindiging van Z&P Expat geen last meer van het gebruik van de naam ‘Expatize’. De vraag of Nirea nog betaling van de boete kan verwachten uit de vereffening, is moeilijker te beantwoorden. Als Z&P Expat geen middelen heeft, dan houdt het al snel op. Dit ligt uiteraard anders indien de bestuurder(s) van Z&P Expat onrechtmatig hebben gehandeld en aansprakelijk zijn voor de schade van Nirea. Het aanvragen van het faillissement is eveneens een optie. Er moet dan wel indicatie zijn dat er nog middelen in de boedel komen om schuldeisers te voldoen. Wordt u met een inbreuk geconfronteerd en overweegt u de activiteiten te beëindigen, neem dan gerust contact op om de scenario’s door te spreken. Mr. J. Beerens, curator in faillissementen en lid van de secties insolventierecht en intellectueel eigendomsrecht.   [post_title] => Het beëindigen van de onderneming bij een inbreuk op IE-rechten [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => beeindiging-van-onderneming-bij-inbreuk-op-ie-rechten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:59 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:59 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18113 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 17967 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-08-14 16:39:34 [post_date_gmt] => 2019-08-14 14:39:34 [post_content] => Een curator van een failliete stamrecht BV stelt de bestuurder aansprakelijk. De reden is dat het kapitaal van de stamrecht BV is gebruikt om te ondernemen, terwijl de stamrechtovereenkomst dit niet toestaat. Moet de bestuurder vrezen dat hij de schuldeisers uit eigen portemonnee moet terug betalen? Het Gerechtshof Den Haag kwam tot een oordeel en in dit artikel lees je het antwoord.
Ondernemen met het kapitaal van de stamrecht BV
De stamrecht BV maakte het tot 1 januari 2014 mogelijk om op een fiscaal gunstige wijze een ontslagvergoeding uitbetaald te krijgen. In plaats van een rechtstreekse betaling aan de voormalig werknemer komt de vergoeding op de bankrekening van de stamrecht BV binnen. De stamrecht BV is vervolgens verplicht om deze vergoeding periodiek uit te betalingen aan de voormalig werknemer. Veel voormalig werknemers gebruikten het geld op de rekening van de stamrecht BV om te ondernemen, zo ook meneer X. Meneer X start een onderneming, Industries Groep genaamd. De statuten van de stamrecht BV staan meneer X ook expliciet toe om deze onderneming te starten met het kapitaal van de stamrecht BV. Er is één probleem: de stamrechtovereenkomst tussen de stamrecht BV en meneer X verbiedt dat het kapitaal wordt vervreemd of als zekerheid wordt gebruikt.
Waar gaat het mis?
Voor de stamrecht BV en meneer X is er geen vuiltje aan de lucht totdat Industries Groep failliet gaat als gevolg van de economische recessie. De stamrecht BV ziet de investering in rook opgaan en kan niet meer aan haar eigen verplichtingen voldoen. Een faillissement van de stamrecht BV volgt. De curator van de stamrecht BV onderzoekt de oorzaken van het faillissement en neemt ook de stamrechtovereenkomst onder de loep.
Wat vindt de curator?
De curator meent dat meneer X het kapitaal van de stamrecht BV niet mocht gebruiken om te ondernemen. Het stamrechtkapitaal heeft een functie als spaarpot om toekomstige uitkeringen te kunnen doen. Meneer X handelde in strijd met de fiscale wetgeving, met het eigen verbod uit de stamrechtovereenkomst en met het statutaire doel van de stamrecht BV, aldus de curator. De curator stelt meneer X aansprakelijk voor de schade in het faillissement. Hof: In het algemeen mag een stamrecht BV een onderneming financieren Het hof stelt zich eerst de vraag wat het doel is van een stamrecht BV in het algemeen en komt tot kortweg de volgende formulering. Een stamrecht BV heeft het beheren en laten renderen van een ontslagvergoeding als functie. Het uiteindelijke doel is het kunnen doen van periodieke uitkeringen. Onder het laten renderen valt ook het starten van een onderneming. De ontslagvergoeding wordt dan feitelijk het startkapitaal van de te starten onderneming. Een stamrecht BV kan vervolgens ook zakelijke leningen verstrekken aan de nieuwe onderneming. Tegen deze achtergrond zal van onbehoorlijk bestuur dus niet snel sprake zijn als met het kapitaal van de stamrecht BV een onderneming wordt gestart en gefinancierd.
Moet meneer X wel vrezen voor aansprakelijkheid?
In deze casus heeft meneer X in strijd gehandeld met een verbod uit de stamrechtovereenkomst. Vindt het hof dat meneer X toch aansprakelijk is? Nee, de verbodsbepaling schuift het hof aan de kant, omdat de statuten het financieren van de onderneming juist wel toestaan. Er is dus geen norm overtreden die de stamrecht BV moest beschermen. Van interne aansprakelijkheid is dus geen sprake. Ook het beroep op de externe aansprakelijkheid wordt afgewezen. Het hof vindt het van belang dat meneer X niet wist dat zijn handelen tot benadeling van schuldeisers zou leiden. Hij wist dat hij met zijn eigen uitkering aan het investeren was en wilde dus weinig risico nemen. De economische recessie was ook voor hem onvoorzienbaar. Meneer x trekt dus aan het langste eind. Dit betekent dat hij de schuldeisers van de stamrecht BV niet uit eigen zak hoeft (terug) te betalen. Hebt u vragen over aansprakelijkheidsrisico’s bij investeringen vanuit een stamrecht BV? Neem dan gerust contact op met mr. Jelle Beerens, advocaat en curator in faillissementen. [post_title] => Bestuurder niet aansprakelijk; ondernemen met kapitaal van de stamrecht BV is toegestaan. [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => geen-aansprakelijkheid-bij-het-ondernemen-met-het-kapitaal-van-de-stamrecht-bv [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:53:01 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:53:01 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=17967 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 17665 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-08-02 16:33:19 [post_date_gmt] => 2019-08-02 14:33:19 [post_content] => “Kennis is macht, maar kennis delen is kracht” is een veelgehoord gezegde. Een casus bij de Rechtbank Den Haag laat zien dat partijen in de samenwerking wel goede afspraken moeten maken over de verdeling van het intellectuele eigendom. Mocht het met één van de partijen mislopen, dan kan veel van de hiervoor genoemde kracht verloren gaan.
De feiten in het kort
Partijen 1 en 2 organiseren gezamenlijk sinds jaar en dag beauty awards. Hiervoor maken zij een logo, registreren zij twee domeinnamen en voeren zij gezamenlijk een handelsnaam. Zij spreken onderling af dat de intellectuele eigendomsrechten op gelijkwaardige basis eigendom zijn van beide partijen. De samenwerking verloopt prima tot partij 1 failliet gaat. De curator realiseert een doorstart en verkoopt daarbij de rechten die partij 1 had aan de doorstarter. Partij 2 en de doorstarter worden het niet eens over een samenwerking. De doorstarter wil aanspraak maken op de intellectuele eigendomsrechten en vraagt de rechter deze aan hem toe te kennen.
Wat krijgt de doorstarter?
De rechter oordeelt als volgt:
  • het logo kan niet worden overgedragen, omdat het geen vermogensrecht is. Partijen hadden de intentie om een beeldmerk aan te vragen, maar dit is niet gebeurd. De doorstarter krijgt het logo dus niet toegewezen;
  • de domeinnaam is ook geen vermogensrecht, maar slechts een overeenkomst met S.I.D.N. De doorstarter loopt daarmee ook de domeinnaam mis.
De handelsnaam is wel een vermogensrecht, maar…
De rechter oordeelt dat de handelsnaam wel een vermogensrecht is en dus kan worden overgedragen. De handelsnaam is echter slechts in de samenwerking tussen partijen 1 en 2 gebruikt. Omdat partijen 1 en 2 indertijd hebben afgesproken dat zij beiden op gelijkwaardige basis eigenaar zijn, hebben zij een gelijk recht (aandeel) op de handelsnaam. Verder hadden partijen 1 en 2 bepaald dat de handelsnaam alleen met toestemming van de ander kan worden overgedragen. Deze toestemming is niet gegeven. Dit betekent dat de curator van partij 1 het aandeel niet heeft kunnen overdragen aan de doorstarter.
Ook partij 2 doet een poging
Niet alleen de doorstarter, maar ook partij 2 doet een poging om de rechten uit de samenwerking zoveel mogelijk voor zichzelf te krijgen. Na het faillissement van partij 1 vraagt partij 2 namelijk alsnog op eigen naam een merkrecht aan. De rechter steekt hier een stokje voor en verklaart het merk nietig, omdat het te kwader trouw is aangevraagd.
En dus..
De doorstarter staat met lege handen, maar ook partij 2 wordt beperkt. Zoals de curator van partij 1 de toestemming van partij 2 nodig heeft om het aandeel te kunnen overdragen, zo heeft partij 2 andersom ook de toestemming van de curator van partij 1 nodig. Partijen doen er bij een samenwerking dus verstandig aan om over een faillissementsscenario na te denken. Mr. J. Beerens, advocaat en curator en tevens lid van onze IE-sectie. [post_title] => Doordacht samenwerken geeft meer macht [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => doordacht-samenwerken-geeft-meer-macht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:53:05 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:53:05 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=17665 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 17357 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-07-26 11:59:25 [post_date_gmt] => 2019-07-26 09:59:25 [post_content] => Het rommelt bij FC Den Bosch. Een geschil met een investeerder en een niet-sluitende begroting bedreigen het voortbestaan van de club. Het is niet verwonderlijk dat er in verschillende media inmiddels gespeculeerd wordt over een aanstaand faillissement.[1] Maar hoe realistisch is een faillissementsscenario eigenlijk?
Welke bedreigingen moet FC Den Bosch het hoofd bieden?
Medio juli ’19 kreeg de club te horen dat de heer Jordania geen goedkeuring krijgt om de aandelen over te nemen. Daarmee lijkt de club een financiële impuls mis te lopen. Deze impuls was broodnodig, aangezien FC Den Bosch nog geen sluitende begroting bij de KNVB heeft ingediend. Het tekort zou ongeveer € 1,6 miljoen bedragen. De KNVB heeft FC Den Bosch uitstel verleend tot 26 augustus a.s. Mocht het FC Den Bosch niet lukken om tijdig een sluitende begroting te presenteren, dan kan de KNVB aanvullende sancties opleggen. Hierbij valt te denken aan een geldboete, puntvermindering of zelfs het ontzeggen van het spelen van betaald voetbal. Als klap op de vuurpijl is FC Den Bosch op dit moment in een hoog oplopend geschil geraakt met de heer Jordania. De heer Jordania zou naar verluid zijn investering willen terugkrijgen.
Een faillissement is snel uitgesproken
In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is een faillissement makkelijk uitgesproken. De rechtbank toetst op aanvraag van een schuldeiser of op het eigen verzoek of er meerdere schuldeisers zijn, waarvan ten minste één schuld onbetaald wordt gelaten. Als hiervan sprake is, dan spreekt de rechtbank nog diezelfde dag het faillissement uit. Een curator bekijkt vervolgens de mogelijkheden om de eigendommen te verkopen. Dit doet hij in de hoop nog een uitkering te kunnen doen aan gedupeerden. In veel gevallen neemt een andere onderneming de activiteiten over en realiseert daarmee een zogeheten doorstart. Een doorstart levert de boedel meestal meer geld op dan een losse verkoop.
Geen doorstart mogelijk
De curator in het faillissement van een betaald voetbalorganisatie [“bvo”] kan zich de moeite van het onderzoeken van een doorstart besparen. Een doorstart valt of staat namelijk met de mogelijkheid om betaald voetbal te kunnen spelen. Hiervoor dien je als bvo over een zogeheten licentie van de KNVB te beschikken. Bij een faillissement vervalt de licentie, zo heeft de KNVB in het licentiereglement bepaald.[2] Het gevolg is dat de failliete bvo dus niet meer mag deelnemen aan het betaald voetbal. Het reglement biedt een kleine uitweg, namelijk de mogelijkheid dat een faillissement alsnog wordt vernietigd (bijvoorbeeld in hoger beroep). De praktijk leert echter dat hier zelden sprake van is. Is het dan niet mogelijk om de licentie voor het faillissement elders onder te brengen? Nee, hetzelfde licentiereglement maakt het onmogelijk om de licentie over te dragen.[3]
Voorbeelden uit het verleden
De duidelijkheid die het licentiereglement biedt, heeft als groot voordeel dat alle betrokkenen weten dat zij van het faillissement moeten wegblijven. In het verleden is al vaak gebleken dat onder druk alles vloeibaar wordt en zich alsnog een oplossing voor de problemen aandient. Bij Fortuna Sittard meldde zich in 2016 een nieuwe investeerder. RKC Waalwijk kon, een maand nadat het AD had geschreven dat het faillissement ‘nagenoeg onafwendbaar’ was[4], een faillissement voorkomen door de verkoop van het stadion. Nu kan RKC Waalwijk zelfs weer investeringen doen door de transfer van Frenkie de Jong.[5] Ten slotte lijkt FC Twente eerder dit jaar met hulp van de gemeente en een private investeerder te zijn gered van een faillissement.[6] Aan de andere kant heeft het laatste decennium ook aangetoond dat een faillissementsscenario voor bvo’s realistisch is. Het betaald voetbal heeft achtereenvolgens afscheid moeten nemen van: HFC Haarlem (2010), RBC Roosendaal (2011), SC Veendam (2013) en AGOVV (2013).
En dus…
gaat FC Den Bosch een hete zomer tegemoet, maar als de geschiedenis één ding heeft geleerd, is dat in het voetbal werkelijk alles kan gebeuren. Dit artikel is geschreven door mr. Jelle Beerens, advocaat en curator in faillissementen.                 [1] Zo onder meer: T. van der Valk, 'Vechtscheiding Kakhi Jordania en FC Den Bosch: 'Als hij zijn zin krijgt, kan de club failliet gaan', geraadpleegd op 25 juli 2019, of Brabants Dagblad, Het is een groot risico voor de club, geraadpleegd op 25 juli 2019, of Voetbal International, Dit betekent mogelijk het faillissement van FC Den Bosch, geraadpleegd op 25 juli 2019. [2] Zie artikel 15 lid 1 onder e Licentiereglement KNVB. Geraadpleegd op 25 juli 2019. https://www.knvb.nl/downloads/sites/bestand/knvb/17269/licentiereglement-betaald-voetbal-juli-2019-onderdeel-van-reglementen-betaald-voetbal [3] Zie artikel 4 lid 6 Licentiereglement KNVB. Geraadpleegd op 25 juli 2019. https://www.knvb.nl/downloads/sites/bestand/knvb/17269/licentiereglement-betaald-voetbal-juli-2019-onderdeel-van-reglementen-betaald-voetbal [4] Redactie Ad, Faillissement RKC Waalwijk ‘nagenoeg onafwendbaar, geraadpleegd op 25 juli 2019. [5] W. Hack, Kassa rinkelt bij Willem II en RKC na megatransfer Frenkie de Jong, geraadpleegd op 25 juli 2019. [6] NOS, Gemeente Enschede voorkomt faillissement FC Twente met miljoenensteun, geraadpleegd op 25 juli 2019. [post_title] => Een hete zomer voor FC Den Bosch, maar alles is mogelijk [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => een-hete-zomer-voor-fc-den-bosch-maar-alles-is-mogelijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:53:08 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:53:08 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=17357 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 16957 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-06-28 15:46:51 [post_date_gmt] => 2019-06-28 13:46:51 [post_content] => Nog te weinig ondernemers hebben nagedacht over het positioneren van het intellectuele eigendom van hun onderneming. Ook vanwege de toekomstbestendigheid van de onderneming is het zeer belangrijk om dit binnen de onderneming goed in te richten.
Gebruik de holding
De meeste ondernemingen kenmerken zich door het gebruik van één of twee besloten vennootschappen, namelijk een holdingvennootschap en één of twee werkmaatschappijen. De holdingvennootschap kan verschillende doelen dienen. In de praktijk heeft de holding meestal het voeren van management of het opbouwen van pensioen als doel. In sommige gevallen staat de holdingvennootschap ook wel ten dienst van de bedrijfsactiviteiten van de werkmaatschappij. Een veelvoorkomend voorbeeld is de huur; de holding is eigenaar van een bedrijfsgebouw en verhuurt deze aan de werkmaatschappij. Een groot voordeel van deze verdeling is dat bij een eventueel faillissement van de werkmaatschappij, het pand in eigendom blijft van de holding en deze het vervolgens weer kan verhuren. Op deze wijze heeft een faillissement een beperkend effect op de totale onderneming. Het effect kan echter verder worden beperkt. In sommige gevallen kom ik, ook als curator in faillissementen, situaties tegen waarbij ook de inventaris in eigendom toebehoort aan de holding. Wat weinig ondernemers zich beseffen is dat ook het intellectuele eigendom bij de holdingvennootschap kunnen worden ondergebracht.
Intellectueel eigendom
Intellectueel eigendom is een breed begrip en veel ondernemers hebben weinig gevoel bij de inhoud. Toch hebben alle ondernemingen met intellectueel eigendom te maken. Het meest duidelijk voorbeeld is de naam van de onderneming (handelsnaam of wellicht merkrecht). Andere voorbeelden zijn  een website en de content van de website (auteursrecht). Ook deze rechten kunnen worden ondergebracht bij de holding. Door vervolgens gebruiksovereenkomsten op te stellen tussen de holding en de dochter kan laatstgenoemde gebruik maken van het intellectueel eigendom.
Het stappenplan
Wat is er voor nodig om ervoor te zorgen dat het intellectueel eigendom bij de holding komt te liggen? Wij hanteren hiervoor drie stappen:
  1. Het is allereerst belangrijk om vast te stellen over welk intellectueel eigendom de onderneming beschikt en of er mogelijkheden zijn om dit uit te breiden.
  2. Vervolgens moet het intellectueel eigendom zoveel als mogelijk worden geconcentreerd in de holding of een andere vennootschap. Eventueel moet het intellectueel eigendom worden gevestigd en overgedragen.
  3. Ten slotte zorgen gebruiksovereenkomsten ervoor dat de werkmaatschappij van het intellectueel eigendom gebruik kan blijven maken. De inhoud van de gebruiksovereenkomsten luistert nauw. De overeenkomsten moeten zo worden opgesteld dat in een faillissement van de werkmaatschappij de curator de overeenkomsten niet kan aantasten en het eigendom bij de holding blijft.
Ten slotte
Het resultaat van het doorlopen van bovengenoemde stappen moet zeker niet worden onderschat. Als de werkmaatschappij failliet gaat, dan houdt de onderneming door het eigendom in de holding een groot deel van de touwtjes in handen. Dat wil niet zeggen dat de curator buitenspel staat, maar de omvang van het faillissement is beperkt en daarmee nemen ook de mogelijkheden van de curator af. Begin echter niet te laat met het onderbrengen van het intellectueel eigendom. In het licht van een faillissement biedt de wet de curator mogelijkheden om de situaties in de staat terug te brengen zoals die voorheen bestond. Voor meer informatie of het opstellen van een stappenplan, kunt u contact opnemen met mr. Jelle Beerens, curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht. [post_title] => Hoe bescherm ik mijn intellectuele eigendom bij een faillissement? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => hoe-bescherm-ik-mijn-intellectuele-eigendom-bij-een-faillissement [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:53:12 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:53:12 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=16957 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 9515 [post_author] => 21 [post_date] => 2016-06-28 16:24:10 [post_date_gmt] => 2016-06-28 14:24:10 [post_content] =>   De nieuwe Wet Civielrechtelijk Bestuursverbod (“WCB”) treedt op 1 juli 2016 in werking. Het doel van deze wet is om te voorkomen dat malafide (oud-)bestuurders ook in de nabije toekomst bestuurder of commissaris mogen zijn. Een bestuurder die een bestuursverbod krijgt opgelegd, mag vervolgens maximaal vijf jaar niet als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon fungeren. Zowel het Openbaar Ministerie als de curator kan de rechtbank vragen een bestuursverbod op te leggen. Wordt de bestuurder in strijd met het bestuursverbod alsnog als bestuurder of commissaris aangesteld, dan loopt hij het risico een dwangsom te moeten betalen. Bovendien is de aanstelling nietig. De wet noemt de gevallen waarin zo’n verbod kan worden opgelegd. A. Handelingen voor faillissement Het eerste geval waarin een bestuurder het risico loopt een bestuursverbod opgelegd te krijgen, doet zich voor als de rechter heeft geoordeeld dat de bestuurder voor zijn handelen of nalaten aansprakelijk is (zogeheten bestuurdersaansprakelijkheid). Een tweede geval doet zich voor wanneer de bestuurder doelbewust paulianeuze rechtshandelingen heeft verricht waardoor schuldeisers zijn benadeeld. Ten slotte loopt een bestuurder risico als hij ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement en hem daarvan een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. B. Handelingen tijdens faillissement De wet sanctioneert ook het handelen van een bestuurder tijdens faillissement. Wanneer de bestuurder in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, loopt hij eveneens het risico een bestuursverbod opgelegd te krijgen. C. Fiscale handelingen Wanneer de rechtspersoon van de bestuurder ook aan enkele fiscale verplichtingen niet voldoet, loopt hij het risico een bestuursverbod opgelegd te krijgen. Dit heeft betrekking op belastingen die bij wege van aanslag worden geheven. Dit risico doet zich ten eerste voor wanneer de rechtspersoon opzettelijk geen aangifte heeft gedaan of opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan. Ten tweede kan een bestuursverbod worden opgelegd als het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven. Ten slotte kan een bestuursverbod opgelegd worden als het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige is te wijten dat belasting niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn is betaald. Conclusie Onrechtmatig handelen is van alle tijden. Met het in werking treden van de WCB worden de risico’s voor de bestuurders echter groter. Het valt te hopen dat bestuurders nogmaals nadenken voordat men hiertoe overgaat. Bovendien doen bestuurders er verstandig aan om bij twijfel informatie in te winnen. De toekomst zal echter moeten uitwijzen hoe vaak curatoren of het Openbaar Ministerie een beroep op de nieuwe bevoegdheden zullen doen. [post_title] => Per 1 juli 2016: Nieuwe bevoegdheden om op te treden tegen malafide bestuurders [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => per-1-juli-2016-nieuwe-bevoegdheden-om-op-treden-malafide-bestuurders [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-07-05 16:29:15 [post_modified_gmt] => 2016-07-05 14:29:15 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=9515 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 9406 [post_author] => 21 [post_date] => 2016-06-17 10:04:26 [post_date_gmt] => 2016-06-17 08:04:26 [post_content] =>   Als een onderneming geld nodig heeft, dan kan zij een financieringsverzoek bij een bank indienen. De bank zal vervolgens bekijken in hoeverre zij het risico dat zij loopt bij het beschikbaar stellen van de financiering kan afdekken door het verkrijgen van pandrechten of hypotheken. Krijgt de bank het geld niet terug, dan kan zij verhaal nemen op de goederen waarop het pandrecht of hypotheekrecht rust. In de praktijk werd tot voor kort aangenomen dat goederen die de pandgever onder eigendomsvoorbehoud geleverd had gekregen, niet konden worden verpand, zolang de leverancier nog niet was betaald. De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 3 juni 2016 nu geoordeeld dat dit wel mogelijk is. De pandgever moet namelijk als een voorwaardelijk eigenaar worden beschouwd en is ook bevoegd om onder deze voorwaarde een pandrecht te vestigen. De casus was als volgt. Revadap koopt een teeltsysteem van Meteor voor € 600.000,=. Partijen komen overeen dat Revadap het eigendom pas verkrijgt, zodra de volledige koopsom is betaald. Daarnaast heeft Revadap een financiering bij de Rabobank lopen. De Rabobank heeft als zekerheid voor de verstrekte financiering een pandrecht verkregen op onder meer de huidige en toekomstige zaken waarvan Revadap voorwaardelijk en onvoorwaardelijk eigenaar is. Op het moment dat Revadap failliet wordt verklaard, is door Revadap al een bedrag van € 480.000,= aan Meteor betaald. Vervolgens betaalt Rabobank na faillissement het resterende bedrag, waarmee Revadap eigenaar wordt van het teeltsysteem. Het teeltsysteem wordt vervolgens weer verkocht aan een andere partij en de Rabobank ontvangt de koopsom. De curator vindt vervolgens dat de koopsom grotendeels de boedel toekomt, omdat Revadap eigenaar was. De Rabobank is van mening dat door de betaling van het laatste bedrag Revadap niet alleen eigenaar is geworden, maar ook dat de Rabobank een pandrecht hierop heeft verkregen en zich daarom mag verhalen op de koopsom. De rechtbank en het gerechtshof geven de curator gelijk. De Hoge Raad doet dit niet. De overdracht van het teeltsysteem onder eigendomsvoorbehoud, maakt Revadap namelijk eigenaar onder de opschortende voorwaarden dat de koopsom wordt betaald. Als voorwaardelijk eigenaar mocht Revadap voor faillissement onder dezelfde voorwaarden (dat er betaald wordt) een pandrecht vestigen op het teeltsysteem. Volgens de Hoge Raad was Revadap voor het faillissement bevoegd om tot vestigen over te gaan. Wanneer na faillissement het laatste bedrag alsnog wordt betaald, vindt er geen leveringshandeling meer plaats en is het voorwaardelijk eigendom onvoorwaardelijk geworden. De bank mag zich vervolgens als pandhouder verhalen op de door haar ontvangen koopsom. De gehele uitspraak is hier te vinden. Deze uitspraak kan als een belangrijke overwinning voor de financieringspraktijk worden gezien en is ook vanuit economisch oogpunt wenselijk. De gezamenlijke crediteuren zien met deze uitspraak daarentegen een mogelijkheid op verhaal verloren gaan.   [post_title] => Een pandrecht op voorwaardelijk eigendom [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => voorwaardelijk-pandrecht-op-voorwaardelijk-eigendom-2 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2016-07-12 15:49:43 [post_modified_gmt] => 2016-07-12 13:49:43 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=9406 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 18843 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-12-04 16:13:35 [post_date_gmt] => 2019-12-04 15:13:35 [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Het is logisch dat partijen huiverig zijn om afspraken met een curator te maken. Voor veel betrokkenen zal het faillissement immers al tot schade hebben geleid en men heeft geen zin deze nog verder op te laten lopen. In de praktijk lopen partijen echter weinig risico na een schriftelijke toezegging van de curator dat hij de overeenkomst wil voortzetten of indien zelfs een nieuwe overeenkomst met de curator wordt aangegaan. Om er zeker van te zijn dat de kosten of schade niet verder oplopen, bestaat de mogelijkheid om zekerheid van de curator te verlangen. Een voorbeeld hiervan is het laten vooruitbetalen van de te maken kosten. Dit is dagelijkse kost voor curatoren en een curator zal er dus niet van opkijken wanneer hierom wordt gevraagd. Wanneer de curator verzoekt om voortzetting van de overeenkomst, doet de gemachtigde er verstandig aan om aan te dringen op een nieuwe machtiging.
Goed om te weten: onderbreking procedure bij faillissement
Ten slotte wijs ik op het bestaan van artikel 142 lid 1 onder b van het Uitvoeringsreglement Europees Octrooiverdrag. Volgens dit artikel wordt een octrooiaanvraagprocedure onderbroken “indien de aanvrager of de houder van het octrooi vanwege een op zijn vermogen gerichte procedure op juridische gronden de procedure niet kan voortzetten”. Door de jaren heen heeft de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau in verschillende uitspraken duidelijk gemaakt dat insolventieprocedures onder de in dit artikel genoemde kwalificatie kunnen vallen. Dit betreft in ieder geval de procedure ‘cessation des paiements’ onder Frans recht en ‘Konkurs’ onder Duits recht.[1] Daarentegen werd de Chapter 11 procedure onder het recht van de Verenigde Staten niet van toepassing verklaard, omdat de Chapter 11 er juist op gericht is om de activiteiten voort te zetten.[2] Aangezien de faillissementsprocedure is gericht op de liquidatie van het vermogen, zal ook deze procedure waarschijnlijk onder de werking van artikel 142 lid 1 onder b EOV vallen. Daarmee bestaat dus de mogelijkheid om de  octrooiaanvraagprocedure bij een faillissement te schorsen. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. [1] GKvB 2 december 1983, J 0007/83 en GKvB 8 april 1992, J 0009/90 [2] GKvB 13 oktober 1998, J 0026/95 Jelle Beerens [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (deel 3) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-3 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:42 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:42 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18843 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 10 [max_num_pages] => 1 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => b3ead97a9043ce0b1518cf3994a5882e [query_vars_changed:WP_Query:private] => 1 [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord: Hoe...
Lees meer
Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord: Hoe...
Lees meer
Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. Met behulp van drie vragen geef ik enkele handvatten: Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken? Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe...
Lees meer
Het inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten vormt een groot risico voor menig ondernemer. Een procedure is kostbaar en de uitkomst van een procedure is vaak onzeker. Vluchten voor het probleem door de onderneming snel te beëindigen, lost het probleem niet op. Dit laat een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag zien. De belangrijkste gebeurtenissen...
Lees meer
Een curator van een failliete stamrecht BV stelt de bestuurder aansprakelijk. De reden is dat het kapitaal van de stamrecht BV is gebruikt om te ondernemen, terwijl de stamrechtovereenkomst dit niet toestaat. Moet de bestuurder vrezen dat hij de schuldeisers uit eigen portemonnee moet terug betalen? Het Gerechtshof Den Haag kwam tot een oordeel en...
Lees meer
“Kennis is macht, maar kennis delen is kracht” is een veelgehoord gezegde. Een casus bij de Rechtbank Den Haag laat zien dat partijen in de samenwerking wel goede afspraken moeten maken over de verdeling van het intellectuele eigendom. Mocht het met één van de partijen mislopen, dan kan veel van de hiervoor genoemde kracht verloren gaan....
Lees meer
Het rommelt bij FC Den Bosch. Een geschil met een investeerder en een niet-sluitende begroting bedreigen het voortbestaan van de club. Het is niet verwonderlijk dat er in verschillende media inmiddels gespeculeerd wordt over een aanstaand faillissement.[1] Maar hoe realistisch is een faillissementsscenario eigenlijk? Welke bedreigingen moet FC Den Bosch het hoofd bieden? Medio juli...
Lees meer
Nog te weinig ondernemers hebben nagedacht over het positioneren van het intellectuele eigendom van hun onderneming. Ook vanwege de toekomstbestendigheid van de onderneming is het zeer belangrijk om dit binnen de onderneming goed in te richten. Gebruik de holding De meeste ondernemingen kenmerken zich door het gebruik van één of twee besloten vennootschappen, namelijk een...
Lees meer
  De nieuwe Wet Civielrechtelijk Bestuursverbod (“WCB”) treedt op 1 juli 2016 in werking. Het doel van deze wet is om te voorkomen dat malafide (oud-)bestuurders ook in de nabije toekomst bestuurder of commissaris mogen zijn. Een bestuurder die een bestuursverbod krijgt opgelegd, mag vervolgens maximaal vijf jaar niet als bestuurder of commissaris van een...
Lees meer
  Als een onderneming geld nodig heeft, dan kan zij een financieringsverzoek bij een bank indienen. De bank zal vervolgens bekijken in hoeverre zij het risico dat zij loopt bij het beschikbaar stellen van de financiering kan afdekken door het verkrijgen van pandrechten of hypotheken. Krijgt de bank het geld niet terug, dan kan zij...
Lees meer