Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                    [0] => 22
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 624
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_author IN (22)  AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 0, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 20523
                    [post_author] => 22
                    [post_date] => 2020-05-14 13:14:01
                    [post_date_gmt] => 2020-05-14 11:14:01
                    [post_content] => 
Spraakmakende uitspraak
Op 12 mei heeft het Gerechtshof Den Haag in een spraakmakende uitspraak geoordeeld over de vraag wie de erfgenamen zijn van een bruidspaar, dat vlak na elkaar overlijdt op huwelijksreis. De uitspraak is gisteren al veelvuldig door diverse nieuwsbronnen aangehaald. Graag neem ik deze uitspraak met jullie door.
Wat is er gebeurd?
Op 1 juni 2016 zijn Jeroen en Michou getrouwd. Ze gaan op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek. Op 11 juni maken ze een excursie en eten daarna in het restaurant van het hotel. Rond 11 uur ’s avonds bellen ze met de receptie van het hotel om te zeggen dat ze zich ziek voelen. ’s Nachts gaat het steeds slechter. Na het bezoek van een arts worden zowel Jeroen als Michou naar de eerste hulp gebracht. Op de eerste hulp valt Michou flauw, waarna ze per ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht. De hartmassage mag helaas niet meer baten, waarna Michou rond half 11 overlijdt. Ook Jeroen wordt opgenomen op de intensive care in het ziekenhuis. Hij krijgt even na 12 uur een hartstilstand waaraan hij overlijdt. Het stel was gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hadden beiden geen testament. In deze procedure ligt de vraag voor wie de erfgenamen van Jeroen en Michou zijn.
Is er een testament of bepaalt de wet?
Omdat zij beiden geen testament hadden, bepaalt de wet wie de erfgenamen zijn. Artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek bepaalt dat – indien de overledene een echtgenoot en/of kinderen heeft – zij de erfgenamen zijn. Indien er geen echtgenoot en/of kinderen zijn, zijn de ouders en broers en zussen de erfgenamen van de overledene. Dat zou in dit geval betekenen dat Jeroen – als echtgenoot van Michou – de erfgenaam is van Michou, nu Jeroen nog leefde op het moment dat Michou overleed. Op het moment dat Jeroen vervolgens overleed was er geen sprake (meer) van een echtgenoot en/of kinderen. Dat betekent dat de ouders en de broers en zussen van Jeroen zijn erfgenamen zijn. Nu Jeroen en Michou zo kort na elkaar overleden zijn, heeft dit tot gevolg dat zowel het vermogen van Michou als het vermogen van Jeroen volledig naar de ouders en de broers en zussen van Jeroen gaat, terwijl de familie van Michou dus met lege handen achterblijft. Bij mij – en waarschijnlijk bij ieder ander – roept dit direct de vraag op of dat we nu wel zo eerlijk is en of er geen uitzondering gemaakt moet kunnen worden voor dit schrijnende geval.
Oordeel rechtbank
De rechtbank Den Haag oordeelde in de zomer van 2019 dat dit zo’n bijzondere situatie is dat er een uitzondering gemaakt moet worden. De erfenis van Jeroen en Michou moet volgens de rechtbank verdeeld worden over beide families, omdat dat in dit geval redelijker is.
Oordeel Gerechtshof
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde daar anders over. Het Gerechtshof erkent dat wat Jeroen en Michou overkomen is zeer schrijnend is en dat het leed van de nabestaanden ongelofelijk groot moet zijn. Dit staat volgens het Gerechtshof echter los van de (juridische) vraag of er ruimte is om het eerder door mij genoemde artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek niet toe te passen. Die ruimte is er volgens het Gerechtshof alleen wanneer toepassing van het artikel zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen – naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het Gerechtshof benadrukt dat dit – op basis van vaste rechtspraak – terughoudend moet worden toegepast en dat hiervan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake is. Zeker nu het erfrecht gebaat is bij rechtszekerheid over de vraag wie de erfgenamen zijn en op wie het vermogen dus is overgegaan. Het Gerechtshof vindt niet dat er sprake is van onaanvaardbare gevolgen. Het is niet uitzonderlijk dat Jeroen en Michou niet nagedacht hebben over de situatie dat zij kort na elkaar zouden komen te overlijden en de juridische gevolgen daarvan. Het Gerechtshof houdt derhalve vast aan de wettelijke bepaling, waardoor de volledige nalatenschap van Michou aan Jeroen toekomt. En vervolgens dus aan de familie van Jeroen, als gevolg van zijn overlijden. Al met al dus een heel schrijnend geval. We moeten ons – naar mijn mening – afvragen of het wel wenselijk is om slechts in zulke beperkte gevallen af te wijken van de wet, waardoor het Gerechtshof moest oordelen dat zelfs de hierboven beschreven casus hiervoor niet in aanmerking komt.
Vragen?
Heb je er vragen over hoe je dit zelf kunt voorkomen of anders kunt regelen? Neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar Anne van der Steen [post_title] => Bruidspaar overlijdt tijdens huwelijksreis. Wat gebeurt er met de erfenis? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => bruidspaar-overlijdt-vlak-na-elkaar-tijdens-huwelijksreis-wat-gebeurt-er-met-de-erfenis [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-05-14 13:37:14 [post_modified_gmt] => 2020-05-14 11:37:14 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20523 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 19654 [post_author] => 22 [post_date] => 2020-03-05 10:42:32 [post_date_gmt] => 2020-03-05 09:42:32 [post_content] => Stel, je hebt nog geld tegoed van een overleden persoon. We spreken dan over een vordering op een nalatenschap. In eerste instantie maak je dit kenbaar bij de erfgenamen of de executeur: degene die belast is met de taak de nalatenschap af te wikkelen. Ook kan de rechtbank een vereffenaar benoemen. Dan meld je je bij deze vereffenaar, want deze  is dan namelijk als enige bevoegd om de nalatenschap af te wikkelen en de schulden te betalen. Maar wat nu als de vereffenaar jouw vordering niet wil meenemen in de vereffening (erkennen)?
Uitdelingslijst
De vereffenaar heeft een aantal taken. Kort gezegd: de vereffenaar  inventariseert eerst alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Na deze inventarisatie verkoopt de vereffenaar – indien nodig – de goederen van de nalatenschap om de schulden van de nalatenschap met de opbrengst hiervan te betalen. Na de inventarisatie stelt de vereffenaar een uitdelingslijst op. Op de uitdelingslijst staan de bezittingen en schulden van de nalatenschap vermeld. Hieruit blijkt ook welke schulden van de nalatenschap betaald kunnen worden. De vereffenaar legt vervolgens rekening en verantwoording af aan de rechtbank over zijn werkzaamheden als vereffenaar. De uitdelingslijst deponeert de vereffenaar bij de rechtbank. Iedere belanghebbende heeft de mogelijkheid om deze uitdelingslijst daar in te zien.
Belanghebbende
Schuldeisers van de nalatenschap worden aangemerkt als belanghebbenden. Zij stellen immers een vordering te hebben op deze nalatenschap. Schuldeisers hebben daardoor de mogelijkheid om de uitdelingslijst bij de rechtbank in te zien. Dit kan door de rechtbank te bezoeken en de uitdelingslijst daar in te zien, of door een schriftelijk verzoek tot inzage te doen bij de rechtbank. Meestal stuurt de vereffenaar de uitdelingslijst echter ook rechtstreeks aan de bij hem bekende schuldeisers. Het is namelijk de plicht van de vereffenaar om alle bij hem bekende schuldeisers hierover rechtstreeks te informeren.
Verzet
Iedere belanghebbende kan een maand na de bekendmaking van de deponering van de uitdelingslijst in verzet komen tegen deze uitdelingslijst bij de kantonrechter.  Omdat schuldeisers belanghebbenden zijn, kunnen zij in verzet komen tegen de uitdelingslijst. Het is belangrijk om hierbij de termijn van één maand na de deponering in de gaten te houden! Stel je pas na deze maand het verzet in, dan verklaart de kantonrechter je niet-ontvankelijk. Dan is er meestal geen mogelijkheid meer om alsnog betaling te ontvangen. In de verzetsprocedure beoordeelt de kantonrechter de juistheid van de uitdelingslijst. Daarnaast beoordeelt de kantonrechter of de vereffenaar heeft gehandeld zoals van hem verwacht mocht worden. Ben je dus als schuldeiser van mening dat de uitdelingslijst niet juist is, dan kun je als schuldeiser binnen één maand na de deponering in verzet komen tegen deze uitdelingslijst.
Bodemprocedure
Uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland blijkt echter dat de verzetsprocedure niet altijd de juiste weg is. In deze casus richten de bezwaren van de schuldeiser zich tegen het feit dat zijn vorderingen waren betwist en niet op de lijst van erkende vorderingen waren geplaatst. De bezwaren van de schuldeiser waren niet gericht tegen de overige inhoud van de uitdelingslijst. Of de vorderingen van de schuldeiser gegrond waren en de uitdelingslijst dus in zoverre onjuist was, was niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Het betroffen in dit geval substantiële vorderingen in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid. De inhoudelijke beoordeling hiervan moest nog plaatsvinden, waarbij de vereffenaar en de schuldeiser op minstens 13 punten van mening verschilden. De kantonrechter sloot niet uit dat bij deze beoordeling bewijslevering of nader onderzoek door een deskundige plaats moest vinden. De kantonrechter was van mening dat de verzetsprocedure zich niet leent voor een dergelijke diepgaande beoordeling van een inhoudelijk geschil. Een dagvaardingsprocedure is daarvoor de aangewezen procedure. In die procedure kan bewijslevering plaatsvinden en kan de wederpartij gehoord worden. De kantonrechter zag geen mogelijkheid om naar analogie van de Faillissementswet een renvooiprocedure te starten. In de vereffeningsprocedure is namelijk geen afzonderlijke verificatie voorgeschreven, maar gaat de vereffenaar onmiddellijk over tot het opmaken van een uitdelingslijst. Tenslotte wordt er ook in de parlementaire geschiedenis op gewezen dat een belanghebbende – in dit geval een schuldeiser – een procedure tot erkenning van zijn vordering kan instellen. Een schuldeiser kan dus ook tijdens de vereffening zijn vorderingsrecht bij vonnis laten vaststellen. De kantonrechter heeft de bezwaren van de schuldeiser ongegrond verklaard.
Tot slot
Bestaat er een inhoudelijke discussie over jouw vordering? Dan kan het dus raadzaam zijn om tijdens de vereffening een bodemprocedure te starten, waarin je jouw vordering kunt laten vaststellen. Hierdoor voorkom je het risico dat:
  1. de korte verzetstermijn wordt gemist;
  2. jouw bezwaren tegen de uitdelingslijst worden afgewezen, omdat de kantonrechter in de verzetsprocedure niet kan vaststellen of jouw vordering gegrond is.
In de hierboven genoemde casus heeft de kantonrechter de vereffenaar overigens nog een aanwijzing gegeven die inhield dat de vereffenaar de schuldeiser een redelijke termijn moest bieden om alsnog een dagvaardingsprocedure te starten. De kantonrechter heeft de schuldeiser in dit geval dus de helpende hand geboden. Wil je als schuldeiser echter niet afhankelijk zijn van de welwillendheid van de kantonrechter? Neem het heft dan in eigen hand! Ben jij een schuldeiser van de nalatenschap en word je er mee geconfronteerd dat jouw vordering niet erkend wordt door de vereffenaar? Twijfel je welke stappen je nu moet ondernemen? Neem gerust vrijblijvend contact met mij op. Dan bekijken we samen wat jouw mogelijkheden zijn. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar van nalatenschappen Anne van der Steen [post_title] => De vereffenaar erkent mijn vordering niet: wat nu? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-vereffenaar-erkent-mijn-vordering-niet-wat-nu [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-03-05 10:51:21 [post_modified_gmt] => 2020-03-05 09:51:21 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=19654 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 18976 [post_author] => 22 [post_date] => 2020-01-06 10:49:54 [post_date_gmt] => 2020-01-06 09:49:54 [post_content] => We zien het veel in testamenten van partners. De gehele nalatenschap van de ene partner wordt nagelaten aan de langstlevende partner. Indien er kinderen in het spel zijn, krijgen deze een niet opeisbare vordering op deze langstlevende partner ter grootte van hun erfdeel. De vordering van de kinderen wordt pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende partner. Vaak levert dit geen problemen op. De kinderen zijn blij dat de langstlevende ouder goed verzorgd achtergelaten wordt. In een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag d.d. 19 december 2019 dacht één van de dochters daar echter anders over.
Uitspraak Gerechtshof Den Haag
 In deze casus was moeder overleden. Zij heeft in haar testament bepaald dat vader de mogelijkheid had om haar gehele nalatenschap aan zichzelf toe te delen, waarbij de kinderen een vordering op de vader zouden verkrijgen. Ook heeft moeder in het testament bepaald dat deze vorderingen pas opeisbaar zijn in een aantal gevallen, waaronder het overlijden van vader. De dochter vreest echter voor verduistering van de nalatenschap van haar moeder, omdat vader een nieuwe partner heeft met wie hij voornemens is te trouwen. Daarbij geeft de dochter aan dat vader sinds het overlijden van haar moeder grote sommen geld uitgeeft en dat vader voornemens is om het vastgoed – dat deelt uitmaakt van de nalatenschap van moeder – te verkopen. Om die reden verzoekt de dochter eerst de rechtbank en later het hof om conservatoir beslag te mogen leggen op het vastgoed. De dochter wil hierdoor zekerheid verkrijgen voor haar geldvordering op haar vader. De rechtbank en later ook het hof wijzen deze vordering van de dochter af. Hoe dat komt licht ik in deze blog graag nader aan jullie toe. Hoe zit het nu met de bescherming en verzorging van de langstlevende? In welke verhouding staat deze bescherming en verzorging tot de vorderingen van de kinderen? Wat mag er wel en wat mag er niet?
Uitleg testament
Bij de uitleg van een testament moet gelet worden op de verhoudingen die het testament wenst te regelen. In het testament van moeder kwam duidelijk de wens naar voren om haar langstlevende echtgenoot de bevoegdheid te geven vrij over haar nalatenschap te beschikken. Het was de bedoeling van moeder om de belangen van vader voorop te stellen, door hem “ongestoord te laten voortleven”. De positie van de kinderen was in het testament van moeder ondergeschikt aan die van de vader. Mag de langstlevende echtgenoot zonder beperkingen gebruik maken van de nalatenschap? Nee. De langstlevende echtgenoot mag namelijk geen misbruik maken van zijn bevoegdheid.  Dat is het geval wanneer de langstlevende echtgenoot enkel over de nalatenschap beschikt met het doel de kinderen in hun verhaalsmogelijkheden te benadelen. Van zo’n situatie zal echter niet snel sprake zijn.
Regeling voor langstlevenden
De regeling voor langstlevenden zien we veel terug in testamenten, maar is inmiddels door de wetgever verankerd in ons Burgerlijk Wetboek. Deze regeling stoelt op de verzorgingsgedachte van de langstlevende partner. Daarnaast moet het voor de langstlevende partner zonder meer mogelijk zijn de levenswijze waar hij/zij gewend aan was voort te zetten. De langstlevende moet dan bijvoorbeeld in de woning kunnen blijven wonen. Een voorwaarde hiervoor is dat de kinderen niet op de stoep staan om hun erfdeel op te eisen. Het belang van de langstlevende partner gaat dus voor. In de genoemde casus is niet gebleken dat vader misbruik maakt van zijn bevoegdheid om over de nalatenschap van moeder te beschikken. De dochter heeft onvoldoende aangetoond dat vader het doel voor ogen heeft om haar te benadelen. De dochter mag dan ook geen conservatoir beslag leggen op het vastgoed. Dit beperkt vader namelijk in de mogelijkheden om over de nalatenschap van moeder te kunnen beschikken, hetgeen niet de bedoeling is geweest van moeder in haar testament en evenmin van de wetgever. Krijg je als kind of juist als langstlevende te maken met de situatie waarin de nalatenschap van de overledene naar de langstlevende gaat en heb je hier vragen over, neem dan gerust contact met mij op. Anne van der Steen – Specialist erfrecht en vereffenaar Anne van der Steen [post_title] => De verzorging van de langstlevende: hoe ver reikt deze eigenlijk? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-verzorging-van-de-langstlevende-hoe-ver-reikt-deze-eigenlijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:38 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:38 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18976 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 18881 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-12-12 15:08:01 [post_date_gmt] => 2019-12-12 14:08:01 [post_content] => Een ouder kan (één van) zijn kinderen onterven. Toch kan een kind dan een deel van de erfenis van zijn ouder opeisen. Dat deel is de legitieme portie. Deze legitieme portie kan alleen uit geld bestaan. Het onterfde kind heeft geen recht op goederen uit de nalatenschap. De legitieme portie is in beginsel opeisbaar zes maanden na het overlijden en moet dan dus betaald worden aan het kind. Dit roept bij veel mensen – die net hun partner verloren hebben – vragen op. Wat nu als er niet voldoende geld op de bankrekening van erflater staat? Hoe moet ik dan de legitieme portie betalen? Moet ik dan ons huis verkopen en de legitieme portie uit de overwaarde van het huis betalen? Gelukkig heeft de wetgever daar een oplossing voor!
Wettelijke verdeling
Indien de erflater geen testament heeft opgesteld, wordt de nalatenschap verdeeld op grond van de wettelijke verdeling. Is de erflater gehuwd, dan krijgt de echtgenoot van rechtswege alle goederen van de nalatenschap. Hetzelfde geldt voor de geregistreerde partner. De kinderen krijgen van rechtswege (als erfgenaam) een vordering op de echtgenoot, ter hoogte van de waarde van het erfdeel. Als de nalatenschap op grond van de wettelijke verdeling verdeeld wordt, kunnen de kinderen van erflater hun legitieme portie pas opeisen op het moment dat de echtgenoot van de erflater overleden is.
Testament
Ook wanneer de erflater wel een testament heeft opgesteld, heeft de wetgever over een oplossing nagedacht. De wetgever heeft de erflater in de wet de mogelijkheid gegeven om aan de legitieme portie van het kind een voorwaarde te verbinden. De erflater kan in het testament bepalen dat de legitieme portie van het kind pas opeisbaar is na het overlijden van zijn echtgenoot. Dit wetsartikel geldt uiteraard ook voor het geregistreerd partnerschap, nu aan het huwelijk en het geregistreerd partnerschap dezelfde gevolgen zijn verbonden in de wet. De wetgever heeft verder bepaald dat een erflater deze voorwaarde ook kan opnemen ten behoeve van een andere levensgezel, met wie de erflater een gemeenschappelijke huishouding voert en een (notariële) samenlevingsovereenkomst heeft. Indien je dus niet getrouwd bent of geen geregistreerd partnerschap bent aangegaan, kun je toch van deze voorwaarde gebruik maken en zo jouw partner beschermen tegen de legitieme porties van jouw kinderen.
Oud testament
Op 1 januari 2003 is ons erfrecht gewijzigd en zijn de hierboven beschreven oplossingen door de wetgever in ons wetboek opgenomen. Maar wat nu als je te maken krijgt met een oud testament? Wat nu als de erflater het testament al voor 1 januari 2003 opgesteld heeft maar daarna komt te overlijden? Ook daar heeft de wetgever een oplossing voor bedacht: de overgangswet. Hierin is bepaald dat indien de erflater in zijn (oude) testament een beschikking heeft gemaakt ten gunste van zijn echtgenoot of andere levensgezel, ook dan de legitieme portie van de kinderen pas opeisbaar is na het overlijden van die echtgenoot of andere levensgezel. Heeft een erflater bijvoorbeeld in zijn testament uit 2001 zijn echtgenoot tot zijn enig erfgenaam benoemd – en dus als zodanig zijn kinderen onterfd – dan kunnen zijn kinderen na zijn overlijden een beroep doen op hun legitieme portie. Indien de erflater dan vervolgens in 2004 overlijdt, is de legitieme portie van de kinderen op grond van de overgangswet pas opeisbaar nadat zijn echtgenoot (ook) overleden is.
Conclusie
Het nieuwe recht biedt de mogelijkheid om de positie van de langstlevende te beschermen, door een voorwaarde aan de opeisbaarheid van de legitieme portie te verbinden. De legitieme portie is dan pas opeisbaar na het overlijden van die langstlevende. In het overgangsrecht heeft de wetgever aansluiting gezocht bij deze bepalingen, voor de nalatenschappen en testamenten die pas na invoering van de nieuwe wet (in 2003) openvallen. Ook wanneer er dus sprake is van een ouder testament, kan de langstlevende deze bescherming tegen de legitieme porties van de kinderen genieten. Heeft u hier vragen over? Neem dan gerust contact op met onze erfrecht specialiste: Anne van der Steen. Anne van der Steen [post_title] => Help! Eén van de kinderen eist zijn legitieme portie. Moet ik nu mijn huis uit? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => help-een-van-de-kinderen-eist-zijn-legitieme-portie-moet-ik-nu-mijn-huis-uit [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:41 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:41 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18881 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 18319 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-10-04 08:31:09 [post_date_gmt] => 2019-10-04 06:31:09 [post_content] =>
Stiefouderproblematiek
Tijdens het afwikkelen van een nalatenschap kunnen de erfgenamen tegen veel problemen aanlopen. Wanneer er sprake is van een samengesteld gezin, wordt dit er vaak niet beter op.  De kinderen voelen zich benadeeld door hun stiefouder, die er vandoor lijkt te gaan met de erfenis van hun vader of moeder. Deze stiefouderproblematiek speelde ook een rol in een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 25 september 2019. De stiefmoeder in kwestie handelt paulianeus door de woning van de overledene voor een veel te lage prijs te verkopen.
De casus
De vader van X is in december 2014 overleden. In zijn testament is de stiefmoeder van X benoemd tot enig erfgename en executeur. De stiefmoeder heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Verder heeft de stiefmoeder haar executeursbenoeming aanvaard. Zij heeft verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te betalen. De stiefmoeder heeft vervolgens de woning van de vader van X voor een koopprijs van € 150.000 verkocht en geleverd aan een vennootschap van een bevriende relatie. Deze vennootschap heeft de woning een paar maanden later doorverkocht voor een bedrag van € 290.000. X heeft echter een vordering op de nalatenschap van zijn vader. Deze vordering kan niet worden voldaan. X meent dat dit komt omdat de woning van zijn vader voor een te lage prijs is verkocht.
Paulianeus handelen
Een rechtshandeling (zoals een verkoop van een woning) kan teruggedraaid (“vernietigd”) worden als de schuldenaar (in dit geval de stiefmoeder) en de wederpartij (de bevriende relatie van de stiefmoeder) bij het verrichten van de (onverplichte) rechtshandeling wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van één of meer schuldeisers (in dit geval X) het gevolg zou zijn. Dit wordt paulianeus handelen genoemd  X meent dat er sprake is van zogeheten paulianeus handelen aan de zijde van zijn stiefmoeder en haar bevriende relatie en dat de koop dus moet worden teruggedraaid.
Oordeel rechtbank
Voor het paulianeus handelen is het volgens de rechtbank niet vereist dat de hoogte van de exacte vordering van X bekend is op het moment dat de stiefmoeder de handeling verricht. Het is voldoende dat zij wetenschap heeft van de benadeling van X. De rechtbank acht het vervolgens bewezen dat de stiefmoeder en haar bevriende relatie wisten of behoorden te weten dat X door de verkoop van het huis werd benadeeld. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat er een aanzienlijk verschil zit tussen de verkoopprijs van € 150.000 en de WOZ waarde van € 260.000 die de stiefmoeder zelf had opgegeven aan de notaris. De stiefmoeder en de bevriende relatie worden door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs tegen dit oordeel te leveren. De stiefmoeder en haar bevriende relatie zijn hier echter niet in geslaagd. Uit de processtukken en verklaringen valt namelijk af te leiden dat de stiefmoeder en haar relatie hebben geweten dat de vordering van X substantieel was en mogelijk niet kon worden betaald uit de nalatenschap. Zij hebben er juist op aangestuurd om de exacte omvang van deze vordering van X niet te (laten) berekenen, zodat stiefmoeder kon verklaren dat de nalatenschap toereikend was om alle schulden te voldoen.
Vernietiging koopovereenkomst
De rechtbank vernietigt de koopovereenkomst tussen de stiefmoeder en de vennootschap van de bevriende relatie, maar stuit vervolgens op een volgend probleem. De vennootschap heeft de woning alweer doorverkocht aan een derde. Deze derde was niet op de hoogte van de benadeling van X en kocht de woning te goeder trouw. Dit betekent dat deze derde eigenaar blijft en de woning dus niet terugkeert in de nalatenschap van de vader van X.
Onrechtmatig handelen in groepsverband
Het recht heeft echter een oplossing voor dit probleem. Nu de vernietiging het effect mist, ontstaat er aan de zijde van de stiefmoeder en de bevriende relatie een verplichting tot het vergoeden van de schade van X. Het paulianeus handelen van de stiefmoeder en de bevriende relatie wordt door de rechtbank namelijk beoordeeld als een onrechtmatig handelen in groepsverband. Het gevolg hiervan is dat zowel de stiefmoeder als de bevriende relatie hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van X. X krijgt hierdoor alsnog het bedrag dat hem toekomt.
Contact
Wilt u meer weten over deze uitspraak of over uw mogelijkheden wanneer u geconfronteerd wordt met het paulianeus of onrechtmatig handelen van een familielid bij het overlijden van uw vader of moeder, neem dan gerust contact met mij op. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar Met dit artikel heeft Anne van der Steen de Magna Charta publieksprijs gewonnen. Magna Charta publieksprijs [post_title] => Woning van een overledene voor een te lage prijs verkopen kan paulianeus zijn [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => woning-van-overledene-voor-te-lage-prijs-verkopen-kan-paulianeus-handelen-opleveren [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-29 14:07:54 [post_modified_gmt] => 2020-01-29 13:07:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18319 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 18308 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-09-30 12:40:38 [post_date_gmt] => 2019-09-30 10:40:38 [post_content] => We worden met z’n allen reislustiger. Het komt dan ook steeds vaker voor dat familieleden naar het buitenland verhuizen of dat familieleden een woning of andere goederen (zoals een bankrekening) in het buitenland hebben. Maar wat nu als dat familielid overlijdt en jij zijn of haar erfgenaam bent? Hoe moet je deze nalatenschap met internationale aspecten dan afwikkelen? Welk recht is überhaupt van toepassing? Kun je hiervoor bij de Nederlandse rechter terecht? Hieronder bespreek ik een aantal scenario’s met daarbij een stappenplan over hoe te handelen bij een internationale nalatenschap.
Testament
De eerste vraag die beantwoord moet worden, is of de overledene een testament had. Het is namelijk mogelijk om zelf een rechtskeuze in je testament te maken. Je kunt dan kiezen welk recht van toepassing is op jouw nalatenschap en zelfs welke rechter bevoegd is om eventuele geschillen over jouw nalatenschap te beslechten. Zo’n rechtskeuze is leidend. Heeft de overledene dus een rechtskeuze in zijn of haar testament gemaakt, dan moet deze keuze worden gevolgd. Het wordt lastiger als de overledene geen rechtskeuze heeft gemaakt. Dan moeten de erfgenamen namelijk zelf zien te achterhalen welk recht van toepassing is en welke rechter eventueel bevoegd zou zijn.
De Erfrechtverordening
Op 17 augustus 2015 is de Erfrechtverordening in werking getreden. De meeste Europese landen hebben zich hierbij aangesloten. Deze verordening regelt welk recht van toepassing is op de gehele nalatenschap en welke rechter bevoegd is om beslissing te nemen over de nalatenschap. Het toepassingsgebied van de Erfrechtverordening is groot. Zij is namelijk van toepassing op de erfopvolging in de nalatenschappen van overleden personen.[1] Krijg je te maken met een nalatenschap, dan is de kans heel groot dat deze verordening van toepassing is op die nalatenschap. Hieronder bespreek ik wat deze verordening vervolgens bepaalt over het toepasselijke recht en de bevoegde rechter. Let op: het toepasselijke recht en de bevoegde rechter hoeven niet van dezelfde lidstaat te zijn. De uitkomst kan bijvoorbeeld zijn dat de Nederlandse rechter bevoegd is, maar het Belgisch recht van toepassing is. Om die reden behandel ik deze onderwerpen hieronder ook afzonderlijk.
Het toepasselijk recht
Het recht van de staat waar de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats had, is van toepassing op de gehele nalatenschap[2]. Let op: het begrip van “gewone verblijfplaats” is iets anders dan de formele woonplaats van de overledene. De gewone verblijfplaats is het centrum van het maatschappelijk leven. Het komt met name aan op de duur, de regelmatigheid en de redenen van verblijf van de overledene op een bepaalde plek. Heel vaak stemt deze plek natuurlijk wel overeen met de formele woonplaats van iemand. Het recht is dus van toepassing op de gehele nalatenschap en daarmee op al haar onderdelen. Verbleef de overledene dus in België, maar heeft zij ook een huis in Nederland en een bankrekening in Duitsland? Dan is het Belgisch recht van toepassing op zijn of haar gehele nalatenschap, en dus ook op het huis in Nederland en de bankrekening in Duitsland. Let op: als een land niet is aangesloten bij de Erfrechtverordening[3], dan gelden mogelijk andere regels. Het is dus altijd van belang om te controleren of een land waar de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats heeft, is aangesloten bij de Erfrechtverordening. Indien dat niet het geval is, moet bekeken worden wat in dat land de regels zijn over het toepasselijke recht op een nalatenschap.
Bevoegde rechter
Het uitgangspunt is dat de rechter van de lidstaat waar de overledene op het tijdstip van overlijden zijn of haar gewone verblijfplaats had, bevoegd is om uitspraak te doen over de gehele nalatenschap[4]. In afwijking van het artikel over het toepasselijke recht, wordt in dit artikel het woord “lidstaat” opgenomen, in plaats van “staat”. Dat betekent dat dit artikel alleen geldt indien de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats had in één van de lidstaten die aangesloten zijn bij de verordening.
Geen gewone verblijfplaats maar wel goederen in een lidstaat
Maar welke rechter is bevoegd als de overledene zijn of haar gewone verblijfplaats niet in een lidstaat had? In deze gevallen bepaalt de verordening dat een lidstaat waar de goederen van de nalatenschap zich bevinden toch bevoegd kan zijn om uitspraak te doen over de gehele nalatenschap. Dit is enkel het geval wanneer 1) de overledene op het tijdstip van overlijden de nationaliteit van die lidstaat had of 2) de overledene zijn vorige gewone verblijfplaats in deze lidstaat had en dat niet langer dan vijf jaar geleden is.[5] Indien niet voldaan kan worden aan één van de twee voorwaarden, dan is de lidstaat waar de  goederen van de nalatenschap zich bevinden bevoegd om over die goederen te beslissen.
Conclusie
De afwikkeling van nalatenschappen met internationale aspecten is vaak lastig.  De Erfrechtverordening creëert in veel gevallen meer duidelijkheid. Soms kan dit leiden tot lastige combinaties. Het recht van het ene land (bijvoorbeeld België) kan van toepassing zijn, terwijl de Nederlandse rechter bijvoorbeeld bevoegd is om over de nalatenschap te beslissen. Je kunt dan gewoon hier naar de rechter, maar de rechter zal haar oordeel moeten vellen naar Belgisch recht. Wil je weten welk recht van toepassing is op de nalatenschap waar jij mee te maken krijgt? En wil je bespreken wat jouw mogelijkheden zijn? Neem dan gerust contact met mij op. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar [1] Artikel 1 ErfVo [2] Artikel 21 ErfVo [3] Alle landen die deel uitmaken van de Europese Unie zijn aangesloten bij de Erfrechtverordening, met uitzondering van Denemarken, Verenigd Koninkrijk en Ierland. [4] Artikel 4 ErfVo. [5] Artikel 10 lid 1 ErfVo. Anne van der Steen [post_title] => Wat moet ik doen als ik te maken krijg met een internationale nalatenschap? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wat-moet-ik-doen-als-ik-te-maken-krijg-met-een-internationale-nalatenschap [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:54 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18308 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 17735 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-08-06 11:12:33 [post_date_gmt] => 2019-08-06 09:12:33 [post_content] => Veel mensen hebben er één: een levensverzekering. De verzekeringsnemer kiest zelf de begunstigden van zijn levensverzekering. Dit zijn in veel gevallen de kinderen. Maar wat als één van de kinderen onterfd is? Is de betaalde premie dan een schenking? Deze vraag heeft het Hof ’s-Hertogenbosch[1] dit jaar beantwoord.
Begunstiging
In veel gevallen kiest de verzekeringsnemer voor een standaard begunstiging, waarin ten eerste zijn of haar partner als begunstigde wordt opgenomen en daarna zijn of haar kinderen. Maar wat nu als de verzekeringsnemer geen goede band heeft met zijn kinderen en zijn kinderen heeft onterfd? De verzekeringsnemer kan er dan uiteraard voor kiezen om iemand anders aan te wijzen als zijn of haar begunstigde. Dit gebeurde ook in de casus waarover het Hof ’s-Hertogenbosch op 29 januari 2019 een uitspraak heeft gedaan. Meneer X had geen goede band met zijn zoon. Hij heeft daarom in zijn testament zijn dochter tot zijn enige erfgenaam benoemd en zijn zoon onterfd. Verder heeft meneer X ook een legaat opgenomen voor zijn kleindochter (de dochter van zijn dochter). Ten slotte had hij een levensverzekering, waarin hij zijn kleindochter als begunstigde heeft aangewezen.
Legitieme portie
Kinderen die onterfd zijn, kunnen een beroep doen op hun legitieme portie. Een kind dat hier aanspraak op maakt, ontvangt dan – simpel gezegd – de helft van zijn of haar kindsdeel. Om dit kindsdeel te kunnen berekenen, dient eerst de omvang van de nalatenschap berekend te worden. Hierbij worden de schulden van de nalatenschap in mindering gebracht op de bezittingen. Daarnaast spelen de schenkingen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het overlijden ook een rol. In sommige gevallen valt de legitieme portie hoger uit, omdat de schenkingen zijn opgeteld bij de waarde van de bezittingen van de nalatenschap.
Premiebetalingen
We keren terug naar de hierboven beschreven casus. De premie van de levensverzekering van meneer X bedroeg € 100 per maand. Zijn zoon heeft na het overlijden van meneer X een beroep gedaan op zijn legitieme portie. Hij vindt vervolgens dat de premiebetalingen voor het overlijden van meneer X moeten worden meegenomen in de berekening van zijn legitieme portie. Verder merkt hij deze betalingen aan als schenkingen aan de kleindochter van meneer X. De zoon doet hierbij een beroep op de wettelijke term “ongebruikelijke giften[2]”.
Uitspraak Hof ’s-Hertogenbosch
Het hof is het niet eens met de zoon en vindt dat de premiebetalingen geen ongebruikelijke giften zijn. Het kleinkind is de begunstigde. Volgens het hof is het een veelvoorkomende praktijk dat grootouders geld opzij zetten voor hun kleinkinderen. Het feit dat meneer X (ook) een legaat had opgenomen voor zijn kleindochter, bevestigt de wens van meneer X om zijn kleindochter financieel bij te staan. Daarnaast vindt het hof de premiebetalingen ook niet bovenmatig. Het jaarlijkse bedrag blijft ruim onder de drempel voor de schenkbelasting. Ook gelet op het inkomen van meneer X uit zijn AOW en pensioen van ruim € 2.000 netto per maand, oordeelt het hof dat de premiebetalingen van € 100 per maand niet buitensporig – en dus ongebruikelijk – zijn.
Conclusie
In dit geval oordeelde het hof dat het betalen van de premie van de levensverzekering niet moet worden gezien als een schenking. Deze betaling valt buiten de legitieme portie. Dit zou anders kunnen zijn indien er sprake was van een ongebruikelijke gift. Belangrijke indicatoren om dit te bepalen zijn de persoon van de begunstigde en de omvang van de betaalde premie. Naar mijn mening zal het dus niet snel voorkomen dat de premie van een levensverzekering wel als schenking zal worden aangemerkt. Sluit u een levensverzekering af en kiest u er bewust voor om bepaalde personen uit te sluiten bij de uitkering hiervan? Dan hoeft u niet zo bang te zijn dat de door u betaalde premie later alsnog via uw nalatenschap voor een deel ten goede komt aan de door u uitgesloten personen. Twijfelt u hierover, neem dan contact op met onze specialist erfrecht: Anne van der Steen, advocaat erfrecht en vereffenaar. Anne van der Steen                 [1] Hof ‘s-Hertogenbosch 29 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:254. [2] Artikel 4:69 lid 1 sub b BW. [post_title] => Is het betalen van de premie van een levensverzekering een schenking? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => is-het-betalen-van-de-premie-van-een-levensverzekering-een-schenking [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:53:03 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:53:03 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=17735 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 13340 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-02-21 17:26:19 [post_date_gmt] => 2019-02-21 16:26:19 [post_content] => De fixatie van het actief en passief van de nalatenschap Steeds meer mensen aanvaarden een nalatenschap beneficiair. Dit betekent dat erfgenamen de nalatenschap aanvaarden onder het voorrecht van een boedelbeschrijving. Indien uit de boedelbeschrijving volgt dat er meer schulden dan bezittingen zijn, kunnen de erfgenamen niet in hun privé vermogen worden aangesproken voor de schulden van de nalatenschap. Indien echter uit de boedelbeschrijving volgt dat de overledene toch meer bezittingen dan schulden heeft achtergelaten, wordt het restant van bezittingen na betaling van alle schulden uitgekeerd aan de erfgenamen. Als erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaarden, dan moet de nalatenschap volgens de wet worden vereffend. De erfgenamen worden dan gezamenlijk de vereffenaars van de nalatenschap. De wettelijke vereffening heeft als doel dat de schuldeisers van de nalatenschap op geordende wijze moeten worden voldaan. Het is belangrijk dat de erfgenamen de richtlijnen van de wettelijke vereffening volgen. Als de erfgenamen hierin onjuist handelen, kunnen de erfgenamen alsnog met hun privé vermogen aansprakelijk gesteld worden voor de schade. Maar welke goederen moeten de erfgenamen dan meenemen in de boedelbeschrijving? En vooral: welke waarde moeten de erfgenamen aan deze goederen koppelen? De te vereffenen nalatenschap wordt, voor wat betreft de activa en de passiva, gefixeerd volgens het fixatiebeginsel. Het fixatiebeginsel wijst aan welke schulden en welke goederen tot de boedel van de erfenis behoren. De actiefzijde van de nalatenschap wordt gevormd door de goederen die op de dag van het overlijden aan de overledene toebehoorden. Indien (één van) de goederen na het overlijden verkocht worden, dan komt de verkoopopbrengst voor het goed c.q. de goederen in de plaats. Daarnaast behoren ook de met het vermogen van de nalatenschap gerealiseerde vruchten tot de nalatenschap, zoals bijvoorbeeld de huuropbrengsten van verhuurd pand dat deel uitmaakt van de erfenis. Het is voor de erfgenamen als vereffenaars ook van belang om vast te stellen welke schulden tot de nalatenschap behoren. De schuldeisers van de nalatenschap kunnen immers verhaal nemen op de goederen van de nalatenschap en dus niet op het privé vermogen van de erfgenamen die de nalatenschap beneficiair aanvaard hebben. De wet schrijft voor dat de nalatenschapsschulden alle schulden zijn van de overledene die niet met zijn dood teniet gaan, oftewel: de schulden die (nog) bestaan ten tijde van zijn of haar overlijden. Er kunnen echter ook “nieuwe” schulden tot de nalatenschap gaan behoren, zoals de schulden die door de erfgenamen ten behoeve van het beheer van de nalatenschap zijn aangegaan. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van de nutsvoorzieningen, de opslagkosten of taxatiekosten. Tenslotte kunnen er ook nog schulden van de nalatenschap voortvloeien uit rechtshandelingen die voor het overlijden door de overledene zijn verricht, zoals een te betalen schadevergoeding die voortvloeit uit een handeling die die overledene voor zijn overlijden heeft verricht. Indien de overledene geen overzichtelijke administratie heeft, kan het voor de erfgenamen dus nog een hele klus zijn om de juiste goederen en schulden op de boedelbeschrijving te plaatsen, met het risico dat de erfgenamen alsnog met het privé vermogen worden aangesproken, indien zij de nalatenschap niet op de juiste wijze vereffenen. Als gespecialiseerd erfrecht-advocaat word ik regelmatig door de rechtbank benoemd als vereffenaar van diverse nalatenschappen en moet ik dus het fixatiebeginsel met enige regelmaat op de juiste wijze toepassen. Mocht u als erfgenaam advies en bijstand wensen bij de vereffening van de nalatenschap, kan ik u bijstaan in de vereffening van de nalatenschap door op de achtergrond met u mee te kijken of door een (professioneel) vereffenaar te laten benoemen door de rechtbank. Neemt u voor vragen en meer informatie gerust vrijblijvend contact met mij op. [post_title] => De vereffening: welke goederen en schulden moet ik meenemen? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-vereffening-welke-goederen-en-schulden-moet-ik-meenemen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:55:48 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:55:48 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bgadvocaten.nl/?p=13340 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 10406 [post_author] => 22 [post_date] => 2017-01-05 13:34:07 [post_date_gmt] => 2017-01-05 12:34:07 [post_content] =>   Een verklaring van levenstestament is kort gezegd een notariële verklaring waaruit blijkt wie de vertegenwoordiger is van iemand en wat de bevoegdheden van die vertegenwoordiger zijn. Degene die een levenstestament opstelt wordt een levenstestateur genoemd. Er is op dit moment (nog) geen wettelijke basis voor de verklaring van levenstestament. Inhoud levenstestament Met een levenstestament wil iemand bereiken dat een ander hem (bij leven) vertegenwoordigt. Meestal is de bevoegdheid van de vertegenwoordiger gebaseerd op een algemene volmacht en/of opdracht en lastgeving. In het levenstestament dient in ieder geval nagedacht te worden over de volgende vragen:
  • Wanneer treedt de vertegenwoordiging in? Meteen na het ondertekenen van het levenstestament of later? Denk bij deze laatste optie aan het moment waarop wilsonbekwaamheid intreedt, hetgeen eventueel bevestigd wordt door een verklaring van een arts.
  • Hoever strekken de bevoegdheden van de vertegenwoordiger? Zijn er beperkingen en hebben deze beperkingen werking ten opzichte van derden?
  • Zijn er meerdere vertegenwoordiger aangewezen? Zijn deze vertegenwoordigers dan zelfstandig of alleen gezamenlijk bevoegd?
  • Wanneer eindigt de bevoegdheid van de vertegenwoordiger?
Aanvang vertegenwoordiging Zoals uit de bovenstaande vragen blijkt is uit het levenstestament zelf af te leiden wanneer de bevoegdheid tot vertegenwoordiging ingaat. In de wet (artikel 4:143 lid 1 BW) is bepaald dat iemand executeur wordt, door aanvaarding van zijn benoeming na het overlijden. Naar mijn mening moet dit ook gelden voor een vertegenwoordiger die wordt benoemd in een levenstestament. De taak van vertegenwoordiging brengt de nodige verantwoordelijkheden met zich mee en kan leiden tot een verplichting om een schadevergoeding te betalen, aan de levenstestateur of de erfgenamen daarvan. Los van het bepaalde in het levenstestament zelf, zou de vertegenwoordiging dan in ieder geval pas aanvangen op het moment dat de vertegenwoordiger zijn benoeming heeft aanvaard. Eindigen volmacht en/of opdracht/lastgeving uit het levenstestament In de wet is geregeld wanneer een volmacht eindigt (artikel 3:72 BW). In het levenstestament kan hiervan worden afgeweken. De beëindigingsgronden van artikel 3:72 BW kunnen als volgt worden ingedeeld:
  • Beëindiging door een rechtshandeling. Bijvoorbeeld iemand die de in zijn levenstestament opgenomen algemene volmacht herroept of de vertegenwoordiger die de volmacht heeft opgezegd.
  • Het einde van rechtswege, doordat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet. Bijvoorbeeld wanneer de vertegenwoordiger of levenstestateur overlijdt of in staat van faillissement wordt verklaard.
Echter wordt in artikel 3:76 BW bescherming geboden aan de wederpartij van de vertegenwoordiger, wanneer deze wederpartij niet op de hoogte was van het feit dat de volmacht is geëindigd. Als hoofdregel geldt dat de onbekendheid van de wederpartij met het einde van de volmacht voor risico komt van de levenstestateur. De levenstestateur kan zich hiertegen beschermen, door het einde van de in het levenstestament opgenomen volmacht bekend te maken in de Staatscourant. Hiermee is het einde van de volmacht voor iedereen kenbaar. Rol notariële verklaring Het onderzoek naar het bestaan van een levenstestament moet door de notaris gedaan worden. Anders dan bij het Centraal Testamentenregister is er voor het ‘publiek’ geen directe toegang tot de informatie in het Centraal Levenstestamentenregister. Via een notaris kan de informatie worden ingewonnen over de vraag of het levenstestament nog geldig is of dat het inmiddels is herroepen. Deze verklaring van levenstestament is dus een notariële verklaring, maar zonder expliciete wettelijke basis. In het levenstestament worden de belangen van de levenstestateur, de vertegenwoordiger en de wederpartij beschermd met het afgeven van een verklaring van levenstestament. In de meeste gevallen houdt een levenstestament alle beschikkingshandelingen met betrekking tot het vermogen van de levenstestateur in. Deze verstrekkende gevolgen van de vertegenwoordiging rechtvaardigen een gedegen onderzoek en de bijbehorende verklaring van de notaris. [post_title] => De verklaring van levenstestament; wat is dat nu eigenlijk? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verklaring-levenstestament-is-nu-eigenlijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2017-01-09 11:56:03 [post_modified_gmt] => 2017-01-09 10:56:03 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10406 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 10316 [post_author] => 22 [post_date] => 2016-12-12 11:34:07 [post_date_gmt] => 2016-12-12 10:34:07 [post_content] => Op 4 februari 2015 viel de straatprijs van de Postcodeloterij op onder andere twee loten van mevrouw Y. Zij won hiermee een prijs van in totaal € 50.000,-. Máár mevrouw Y was onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met de heer X, die op 1 april 2014 in staat van faillissement was verklaard. Wie maakt nu aanspraak op het prijzengeld? De curator van de heer X of mevrouw Y? Artikel 61 van de Faillissementswet bepaalt dat in beginsel alle goederen die op naam van de heer X en mevrouw Y staan, in het faillissement van de heer X vallen en de curator dus aanspraak kan maken op deze goederen. Op grond van artikel 20 van de Faillissementswet geldt dit voor zowel de goederen en het vermogen dat op het moment van de faillietverklaring al in het bezit was van de heer X en mevrouw Y, als ook voor de goederen en het vermogen dat tijdens het faillissement door de heer X en mevrouw Y wordt verkregen. Mevrouw Y heeft zich in de procedure beroepen op lid 4 van datzelfde artikel, welke bepaalt dat goederen die het gevolg zijn van een belegging van geld dat aan mevrouw Y toebehoort, uit het faillissement teruggenomen kunnen worden door mevrouw Y. Op 29 juni 2016 oordeelde de rechtbank Oost-Brabant[1] over deze kwestie als volgt. Betaling van de maandelijkse bijdrage aan de Postcodeloterij geeft de deelnemer recht op een lot. Valt er vervolgens een prijs op het lot, dan heeft de deelnemer recht op uitbetaling van die prijs. Dit betekent dat die prijs het gevolg is van de belegging van gelden, namelijk de aankoop van het lot. De rechtbank oordeelde dan ook dat artikel 61 lid 4 van de Faillissementswet op de prijs van mevrouw Y van toepassing is. De curator van de heer X merkt terecht op dat, voordat mevrouw Y het gewonnen prijzengeld kan terugnemen uit het faillissement van de heer X, zij moet bewijzen dat het prijzengeld ook daadwerkelijk aan haar toebehoort. Zij zal hiervoor moeten bewijzen dat zij eigenaar van het prijzengeld is én dat zij dit prijzengeld voor meer dan de helft met haar eigen middelen heeft gefinancierd. De tenaamstelling van de bankrekening is in deze discussie niet relevant. Evenmin het feit dat mevrouw Y ook al voor het faillissement van de heer X vanaf deze rekening de loten van de Postcodeloterij betaalde. Beoordeeld moet worden of mevrouw Y de loten, waarmee de prijs is gewonnen, met meer dan de helft van haar eigen middelen heeft betaald. Vanaf de datum van de faillietverklaring van de heer X, werden op de bankrekening zowel het salaris van de heer X als het salaris van mevrouw Y gestort. De bankrekening werd dus gezamenlijk gebruikt. Het gevolg hiervan is dat er vermenging is opgetreden en dat een gemeenschap is gecreëerd. Zowel de heer X als mevrouw Y hebben recht op hun aandeel in het saldo. Mevrouw Y dient daarom aan te tonen dat zij vanaf het moment van het gezamenlijke gebruik meer geld op de rekening heeft gestort dan de heer X. Mevrouw Y heeft in deze procedure geen stukken overgelegd waaruit deze conclusie getrokken kan worden. Nu dit een dwingende voorwaarde is om het prijzengeld uit het faillissement te kunnen terugnemen, wordt door de rechtbank aangenomen dat het prijzengeld in het faillissement van de heer X valt en dus toekomt aan de curator. In dit geval gold dus niet voor mevrouw Y: Winnen doe je bij de Postcodeloterij. [1] Rb. Oost-Brabant 29 juni 2016, JOR 2016/345.               [post_title] => Een lot uit de loterij! Of toch niet…? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => lot-loterij-toch [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-08-09 16:18:50 [post_modified_gmt] => 2019-08-09 14:18:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => http://bgadvocaten.nl/?p=10316 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 20523 [post_author] => 22 [post_date] => 2020-05-14 13:14:01 [post_date_gmt] => 2020-05-14 11:14:01 [post_content] =>
Spraakmakende uitspraak
Op 12 mei heeft het Gerechtshof Den Haag in een spraakmakende uitspraak geoordeeld over de vraag wie de erfgenamen zijn van een bruidspaar, dat vlak na elkaar overlijdt op huwelijksreis. De uitspraak is gisteren al veelvuldig door diverse nieuwsbronnen aangehaald. Graag neem ik deze uitspraak met jullie door.
Wat is er gebeurd?
Op 1 juni 2016 zijn Jeroen en Michou getrouwd. Ze gaan op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek. Op 11 juni maken ze een excursie en eten daarna in het restaurant van het hotel. Rond 11 uur ’s avonds bellen ze met de receptie van het hotel om te zeggen dat ze zich ziek voelen. ’s Nachts gaat het steeds slechter. Na het bezoek van een arts worden zowel Jeroen als Michou naar de eerste hulp gebracht. Op de eerste hulp valt Michou flauw, waarna ze per ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht. De hartmassage mag helaas niet meer baten, waarna Michou rond half 11 overlijdt. Ook Jeroen wordt opgenomen op de intensive care in het ziekenhuis. Hij krijgt even na 12 uur een hartstilstand waaraan hij overlijdt. Het stel was gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hadden beiden geen testament. In deze procedure ligt de vraag voor wie de erfgenamen van Jeroen en Michou zijn.
Is er een testament of bepaalt de wet?
Omdat zij beiden geen testament hadden, bepaalt de wet wie de erfgenamen zijn. Artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek bepaalt dat – indien de overledene een echtgenoot en/of kinderen heeft – zij de erfgenamen zijn. Indien er geen echtgenoot en/of kinderen zijn, zijn de ouders en broers en zussen de erfgenamen van de overledene. Dat zou in dit geval betekenen dat Jeroen – als echtgenoot van Michou – de erfgenaam is van Michou, nu Jeroen nog leefde op het moment dat Michou overleed. Op het moment dat Jeroen vervolgens overleed was er geen sprake (meer) van een echtgenoot en/of kinderen. Dat betekent dat de ouders en de broers en zussen van Jeroen zijn erfgenamen zijn. Nu Jeroen en Michou zo kort na elkaar overleden zijn, heeft dit tot gevolg dat zowel het vermogen van Michou als het vermogen van Jeroen volledig naar de ouders en de broers en zussen van Jeroen gaat, terwijl de familie van Michou dus met lege handen achterblijft. Bij mij – en waarschijnlijk bij ieder ander – roept dit direct de vraag op of dat we nu wel zo eerlijk is en of er geen uitzondering gemaakt moet kunnen worden voor dit schrijnende geval.
Oordeel rechtbank
De rechtbank Den Haag oordeelde in de zomer van 2019 dat dit zo’n bijzondere situatie is dat er een uitzondering gemaakt moet worden. De erfenis van Jeroen en Michou moet volgens de rechtbank verdeeld worden over beide families, omdat dat in dit geval redelijker is.
Oordeel Gerechtshof
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde daar anders over. Het Gerechtshof erkent dat wat Jeroen en Michou overkomen is zeer schrijnend is en dat het leed van de nabestaanden ongelofelijk groot moet zijn. Dit staat volgens het Gerechtshof echter los van de (juridische) vraag of er ruimte is om het eerder door mij genoemde artikel 4:10 van ons Burgerlijk Wetboek niet toe te passen. Die ruimte is er volgens het Gerechtshof alleen wanneer toepassing van het artikel zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen – naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Het Gerechtshof benadrukt dat dit – op basis van vaste rechtspraak – terughoudend moet worden toegepast en dat hiervan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake is. Zeker nu het erfrecht gebaat is bij rechtszekerheid over de vraag wie de erfgenamen zijn en op wie het vermogen dus is overgegaan. Het Gerechtshof vindt niet dat er sprake is van onaanvaardbare gevolgen. Het is niet uitzonderlijk dat Jeroen en Michou niet nagedacht hebben over de situatie dat zij kort na elkaar zouden komen te overlijden en de juridische gevolgen daarvan. Het Gerechtshof houdt derhalve vast aan de wettelijke bepaling, waardoor de volledige nalatenschap van Michou aan Jeroen toekomt. En vervolgens dus aan de familie van Jeroen, als gevolg van zijn overlijden. Al met al dus een heel schrijnend geval. We moeten ons – naar mijn mening – afvragen of het wel wenselijk is om slechts in zulke beperkte gevallen af te wijken van de wet, waardoor het Gerechtshof moest oordelen dat zelfs de hierboven beschreven casus hiervoor niet in aanmerking komt.
Vragen?
Heb je er vragen over hoe je dit zelf kunt voorkomen of anders kunt regelen? Neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar Anne van der Steen [post_title] => Bruidspaar overlijdt tijdens huwelijksreis. Wat gebeurt er met de erfenis? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => bruidspaar-overlijdt-vlak-na-elkaar-tijdens-huwelijksreis-wat-gebeurt-er-met-de-erfenis [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-05-14 13:37:14 [post_modified_gmt] => 2020-05-14 11:37:14 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20523 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 13 [max_num_pages] => 2 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => d96127a47c370baf2aa930b72548bf53 [query_vars_changed:WP_Query:private] => 1 [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Spraakmakende uitspraak Op 12 mei heeft het Gerechtshof Den Haag in een spraakmakende uitspraak geoordeeld over de vraag wie de erfgenamen zijn van een bruidspaar, dat vlak na elkaar overlijdt op huwelijksreis. De uitspraak is gisteren al veelvuldig door diverse nieuwsbronnen aangehaald. Graag neem ik deze uitspraak met jullie door. Wat is er gebeurd? Op...
Lees meer
Stel, je hebt nog geld tegoed van een overleden persoon. We spreken dan over een vordering op een nalatenschap. In eerste instantie maak je dit kenbaar bij de erfgenamen of de executeur: degene die belast is met de taak de nalatenschap af te wikkelen. Ook kan de rechtbank een vereffenaar benoemen. Dan meld je je...
Lees meer
We zien het veel in testamenten van partners. De gehele nalatenschap van de ene partner wordt nagelaten aan de langstlevende partner. Indien er kinderen in het spel zijn, krijgen deze een niet opeisbare vordering op deze langstlevende partner ter grootte van hun erfdeel. De vordering van de kinderen wordt pas opeisbaar bij het overlijden van...
Lees meer
Een ouder kan (één van) zijn kinderen onterven. Toch kan een kind dan een deel van de erfenis van zijn ouder opeisen. Dat deel is de legitieme portie. Deze legitieme portie kan alleen uit geld bestaan. Het onterfde kind heeft geen recht op goederen uit de nalatenschap. De legitieme portie is in beginsel opeisbaar zes...
Lees meer
Stiefouderproblematiek Tijdens het afwikkelen van een nalatenschap kunnen de erfgenamen tegen veel problemen aanlopen. Wanneer er sprake is van een samengesteld gezin, wordt dit er vaak niet beter op.  De kinderen voelen zich benadeeld door hun stiefouder, die er vandoor lijkt te gaan met de erfenis van hun vader of moeder. Deze stiefouderproblematiek speelde ook...
Lees meer
We worden met z’n allen reislustiger. Het komt dan ook steeds vaker voor dat familieleden naar het buitenland verhuizen of dat familieleden een woning of andere goederen (zoals een bankrekening) in het buitenland hebben. Maar wat nu als dat familielid overlijdt en jij zijn of haar erfgenaam bent? Hoe moet je deze nalatenschap met internationale...
Lees meer
Veel mensen hebben er één: een levensverzekering. De verzekeringsnemer kiest zelf de begunstigden van zijn levensverzekering. Dit zijn in veel gevallen de kinderen. Maar wat als één van de kinderen onterfd is? Is de betaalde premie dan een schenking? Deze vraag heeft het Hof ’s-Hertogenbosch[1] dit jaar beantwoord. Begunstiging In veel gevallen kiest de verzekeringsnemer...
Lees meer
De fixatie van het actief en passief van de nalatenschap Steeds meer mensen aanvaarden een nalatenschap beneficiair. Dit betekent dat erfgenamen de nalatenschap aanvaarden onder het voorrecht van een boedelbeschrijving. Indien uit de boedelbeschrijving volgt dat er meer schulden dan bezittingen zijn, kunnen de erfgenamen niet in hun privé vermogen worden aangesproken voor de schulden...
Lees meer
  Een verklaring van levenstestament is kort gezegd een notariële verklaring waaruit blijkt wie de vertegenwoordiger is van iemand en wat de bevoegdheden van die vertegenwoordiger zijn. Degene die een levenstestament opstelt wordt een levenstestateur genoemd. Er is op dit moment (nog) geen wettelijke basis voor de verklaring van levenstestament. Inhoud levenstestament Met een levenstestament...
Lees meer
Op 4 februari 2015 viel de straatprijs van de Postcodeloterij op onder andere twee loten van mevrouw Y. Zij won hiermee een prijs van in totaal € 50.000,-. Máár mevrouw Y was onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met de heer X, die op 1 april 2014 in staat van faillissement was verklaard. Wie maakt nu aanspraak...
Lees meer