WP_Query Object
(
[query] => Array
(
[paged] => 2
[news-type] => blog
)
[query_vars] => Array
(
[paged] => 2
[news-type] => blog
[error] =>
[m] =>
[p] => 0
[post_parent] =>
[subpost] =>
[subpost_id] =>
[attachment] =>
[attachment_id] => 0
[name] =>
[pagename] =>
[page_id] => 0
[second] =>
[minute] =>
[hour] =>
[day] => 0
[monthnum] => 0
[year] => 0
[w] => 0
[category_name] =>
[tag] =>
[cat] =>
[tag_id] =>
[author] =>
[author_name] =>
[feed] =>
[tb] =>
[meta_key] =>
[meta_value] =>
[preview] =>
[s] =>
[sentence] =>
[title] =>
[fields] =>
[menu_order] =>
[embed] =>
[category__in] => Array
(
)
[category__not_in] => Array
(
)
[category__and] => Array
(
)
[post__in] => Array
(
)
[post__not_in] => Array
(
)
[post_name__in] => Array
(
)
[tag__in] => Array
(
)
[tag__not_in] => Array
(
)
[tag__and] => Array
(
)
[tag_slug__in] => Array
(
)
[tag_slug__and] => Array
(
)
[post_parent__in] => Array
(
)
[post_parent__not_in] => Array
(
)
[author__in] => Array
(
[0] => 73
)
[author__not_in] => Array
(
)
[search_columns] => Array
(
)
[ignore_sticky_posts] =>
[suppress_filters] =>
[cache_results] => 1
[update_post_term_cache] => 1
[update_menu_item_cache] =>
[lazy_load_term_meta] => 1
[update_post_meta_cache] => 1
[post_type] =>
[posts_per_page] => 10
[nopaging] =>
[comments_per_page] => 50
[no_found_rows] =>
[taxonomy] => news-type
[term] => blog
[order] => DESC
)
[tax_query] => WP_Tax_Query Object
(
[queries] => Array
(
[0] => Array
(
[taxonomy] => news-type
[terms] => Array
(
[0] => blog
)
[field] => slug
[operator] => IN
[include_children] => 1
)
)
[relation] => AND
[table_aliases:protected] => Array
(
[0] => wp_term_relationships
)
[queried_terms] => Array
(
[news-type] => Array
(
[terms] => Array
(
[0] => blog
)
[field] => slug
)
)
[primary_table] => wp_posts
[primary_id_column] => ID
)
[meta_query] => WP_Meta_Query Object
(
[queries] => Array
(
)
[relation] =>
[meta_table] =>
[meta_id_column] =>
[primary_table] =>
[primary_id_column] =>
[table_aliases:protected] => Array
(
)
[clauses:protected] => Array
(
)
[has_or_relation:protected] =>
)
[date_query] =>
[queried_object] => WP_Term Object
(
[term_id] => 56
[name] => Blog van medewerkers
[slug] => blog
[term_group] => 0
[term_taxonomy_id] => 56
[taxonomy] => news-type
[description] =>
[parent] => 0
[count] => 1441
[filter] => raw
)
[queried_object_id] => 56
[request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS wp_posts.ID
FROM wp_posts LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT JOIN wp_icl_translations wpml_translations
ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)
WHERE 1=1 AND (
wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_author IN (73) AND ((wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft'))) AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
wpml_translations.language_code = 'nl'
AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
AND ( (
( SELECT COUNT(element_id)
FROM wp_icl_translations
WHERE trid = wpml_translations.trid
AND language_code = 'nl'
) = 0
) OR (
( SELECT COUNT(element_id)
FROM wp_icl_translations t2
JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
AND t2.language_code = 'nl'
AND (
p.post_status = 'publish' OR p.post_status = 'private' OR
( p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit' )
)
) = 0 ) )
) ) AND wp_posts.post_type IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' ) ) OR wp_posts.post_type NOT IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' ) )
GROUP BY wp_posts.ID
ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC
LIMIT 10, 10
[posts] => Array
(
[0] => WP_Post Object
(
[ID] => 42577
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-06-19 15:05:43
[post_date_gmt] => 2024-06-19 13:05:43
[post_content] => Een recente tuchtrechtuitspraak onderstreept het belang van zorgvuldige omgang met medische dossiers bij praktijksluiting. In dit artikel ga ik dieper in op de zaak en wat andere zorgverleners hiervan kunnen leren.
De feiten
De zaak draait om een tandarts die in januari 2022 zijn praktijk beëindigde. Hij had nagelaten patiënten te informeren over de aanstaande sluiting. Ook had hij niet aan zijn patiënten gevraagd naar welke zorgverlener zij hun dossier wilden laten overdragen.
Toen een patiënte zich bij een nieuwe tandarts meldde, bleek haar dossier te zijn vernietigd door de vorige tandarts. Hiervoor was zij vooraf niet geïnformeerd, laat staan dat om toestemming was gevraagd. De nieuwe tandarts moest noodgedwongen extra onderzoek doen om de staat van het gebit vast te stellen.
Oordeel tuchtcollege
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in 's-Hertogenbosch oordeelde op 5 juni 2024 dat de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld. Door het dossier voortijdig te vernietigen had hij de wettelijke bewaartermijn van 20 jaar (art. 7:454 lid 3 BW) geschonden.
Het tuchtcollege legde de maatregel van berisping op. Deze wordt aangetekend in het openbare BIG-register. Ook moet de tandarts de proceskosten van de klagende patiënte vergoeden.
Belang van goede bewaartermijn
Deze zaak illustreert waarom de wettelijke bewaartermijn zo belangrijk is. Een patiëntendossier bevat essentiële medische informatie over uitgevoerde onderzoeken en behandelingen. Dit is cruciaal voor de continuïteit en kwaliteit van zorg.
Ontbreekt het dossier, dan mist de nieuwe zorgverlener de volledige voorgeschiedenis van de patiënt. Dit kan leiden tot onnodige en belastende extra onderzoeken. Ook kunnen bepaalde gezondheidsrisico's over het hoofd worden gezien.
Verplichtingen bij praktijksluiting
Voor zorgverleners betekent dit dat zij zeer zorgvuldig moeten omgaan met patiëntendossiers, zeker bij beëindiging van de praktijk. Patiënten moeten tijdig worden geïnformeerd en actief om toestemming worden gevraagd voor eventuele overdracht van hun dossier.
Vernietiging van dossiers binnen de bewaartermijn van 20 jaar is alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de patiënt hier zelf uitdrukkelijk om verzoekt. Bij twijfel is het raadzaam juridisch advies in te winnen om kostbare fouten te voorkomen.
Conclusie: zorgvuldige dossieroverdracht loont
Een zorgvuldige omgang met patiëntendossiers bij praktijkbeëindiging kost tijd en moeite, maar is essentieel. Zo voorkomt u niet alleen tuchtrechtelijke maatregelen, maar ook mogelijke schadeclaims van patiënten. Bovenal is het in het belang van goede zorg en tevreden patiënten.
Heeft u vragen over het medisch dossier of het beëindigen van uw praktijk? Neem gerust contact op!
[post_title] => De gevaren van vroegtijdige vernietiging medisch dossier
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => de-gevaren-van-vroegtijdige-vernietiging-medisch-dossier
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-06-19 15:05:43
[post_modified_gmt] => 2024-06-19 13:05:43
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=42577
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[1] => WP_Post Object
(
[ID] => 42447
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-06-05 16:52:37
[post_date_gmt] => 2024-06-05 14:52:37
[post_content] => Op 29 mei 2024 deed de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak in een zaak tussen een recruitmentbedrijf en de Autoriteit Persoonsgegevens. Deze zaak draait om een opgelegde boete van €6.000 wegens overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hier volgt een overzicht van de gebeurtenissen en de uiteindelijke uitspraak van de rechtbank.
Achtergrond van de zaak
In juli 2020 legde de Autoriteit Persoonsgegevens een boete van €6.000 op aan het recruitmentbedrijf. De boete werd opgelegd vanwege overtreding van de AVG, specifiek artikel 17, eerste lid, in samenhang met artikel 12, derde lid. Deze artikelen betreffen het recht op gegevenswissing (het recht om vergeten te worden) en de plicht om tijdig op dergelijke verzoeken te reageren. De boete volgde op klachten van drie personen, die hadden gemeld dat het recruitmentbedrijf niet tijdig had gereageerd op hun verzoeken om hun persoonsgegevens te verwijderen.
Onderzoek en bezwaarfase
De Autoriteit Persoonsgegevens voerde een onderzoek uit naar aanleiding van de klachten en concludeerde dat het recruitmentbedrijf inderdaad in strijd met de AVG had gehandeld. Ondanks bezwaren van het recruitmentbedrijf tegen deze bevindingen, handhaafde de Autoriteit zowel de boete als de beslissing om deze openbaar te maken.
Uitspraak van de rechtbank Amsterdam
Op 15 januari 2024 verklaarde de rechtbank Amsterdam de beroepen van het recruitmentbedrijf tegen de besluiten van de Autoriteit ongegrond. Hierop ging het recruitmentbedrijf in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Overwegingen in hoger beroep
Tijdens de zitting van 2 mei 2024 werd de zaak uitgebreid besproken. Het recruitmentbedrijf betoogde dat de Autoriteit de overtreding ten onrechte als ernstig had aangemerkt en dat een boete onredelijk was. Zij stelde dat de overtredingen het gevolg waren van menselijke fouten en dat zij een gedegen privacybeleid hadden.
De Afdeling Bestuursrechtspraak beoordeelde de zaak op basis van de Boetebeleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens. Hierin is vastgelegd dat het niet tijdig reageren op verwijderingsverzoeken een basisboete van €310.000 rechtvaardigt, met een mogelijke bandbreedte van €120.000 tot €500.000. Gezien de omstandigheden matigde de Autoriteit de boete tot €6.000, een significant lager bedrag dan de basisboete.
Het oordeel van de afdeling
De Afdeling Bestuursrechtspraak oordeelde dat de Autoriteit juist had gehandeld. Hoewel het recruitmentbedrijf een privacybeleid had, bleek dit in de praktijk niet effectief te zijn. De drie klachten toonden aan dat verwijderingsverzoeken niet adequaat werden afgehandeld. Bovendien was er geen sprake van een opzettelijke overtreding, maar wel van nalatigheid. De boete van €6.000 werd daarom als proportioneel en rechtvaardig beschouwd.
Openbaarmaking van de boete
Een ander punt van geschil was de openbaarmaking van de boete. Het recruitmentbedrijf stelde dat dit haar reputatie en financiële situatie zou schaden. De Autoriteit en de rechtbank meenden echter dat de publicatie van de boete een algemeen belang diende door transparantie en verantwoording te bevorderen. De Afdeling Bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en wees erop dat de mogelijke reputatieschade niet onevenredig was in verhouding tot de omzet van het recruitmentbedrijf.
Conclusie
Hoger beroep van het recruitmentbedrijf werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Deze zaak onderstreept het belang van een effectief privacybeleid en de noodzaak voor bedrijven om zorgvuldig om te gaan met verzoeken om gegevenswissing onder de AVG.
Deze uitspraak benadrukt het belang van naleving van de AVG en de consequenties van nalatigheid. Voor bedrijven is het cruciaal om te zorgen voor een robuust en effectief privacybeleid om dergelijke boetes en reputatieschade te voorkomen.
[post_title] => Gebrekkig privacybeleid afgestraft
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => gebrekkig-privacybeleid-afgestraft
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-06-05 16:52:37
[post_modified_gmt] => 2024-06-05 14:52:37
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=42447
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[2] => WP_Post Object
(
[ID] => 42288
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-05-31 11:49:16
[post_date_gmt] => 2024-05-31 09:49:16
[post_content] => In een recent arrest heeft de Procureur-Generaal van de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van het inzagerecht onder artikel 15 AVG. In dit artikel gaan we in op dit arrest en hoe organisaties inzageverzoeken moeten afhandelen.
Achtergrond
De rechtszaak ging over een verzoekster die een inzageverzoek had gedaan bij haar voormalig werkgever. Bij haar bestond de veronderstelling dat collega’s tijdens een arbeidsconflict negatief over haar hadden uitgelaten. Na dit arbeidsgeschil is zij uit dienst gegaan.
Om inzicht te krijgen in deze informatie had zij een inzageverzoek ingediend op grond van artikel 15 AVG. Dit verzoek kwam vervolgens bij de voormalig werkgever als verwerkingsverantwoordelijke terecht. De voormalig werkgever had vervolgens een overzicht gegeven van de categorieën persoonsgegevens die zij over haar verwerkte. Verder waren er kopieën van sommige stukken aan haar verstrekt.
Haar voormalig werkgever had geweigerd om een adviesaanvraag en het daaropvolgende advies omtrent het arbeidsconflict te overleggen. Volgens de voormalig werkgever maakten deze stukken deel uit van het vertrouwelijke onderhandelingsproces.
De verzoekster vond deze reactie ontoereikend en startte een procedure op grond van artikel 35 UAVG. Haar verzoeken werden zowel bij de rechtbank als later het gerechtshof afgewezen. De procureur-generaal heeft nu geadviseerd om ook de cassatieverzoeken af te wijzen.
Wanneer moet een organisatie aan een inzageverzoek voldoen?
Artikel 15 lid 1 AVG geeft iedere betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over:
- Of zijn/haar
persoonsgegevens al dan niet worden verwerkt;
- En zo ja, om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens.
Krijgt een organisatie een inzageverzoek, dan moet zij eerst vaststellen of er inderdaad sprake is van verwerking van persoonsgegevens van de betrokkene. Zo ja, dan dient de betrokkene in beginsel volledig inzage te worden gegeven, tenzij een wettelijke uitzondering van toepassing is. Uitzonderingen op het inzagerecht, moeten terughoudend worden toegepast.
Aan welke eisen moet een inzageverzoek voldoen?
De organisatie voldoet aan artikel 15
AVG door de betrokkene een overzicht te geven van de categorieën persoonsgegevens die van hem/haar worden verwerkt, aangevuld met de in artikel 15 lid 1 sub a-h AVG genoemde informatie zoals de verwerkingsdoeleinden. Je hoeft dus geen uitputtende lijst te geven van elke specifieke verwerkte datum, documentnaam, afzender etc.
De organisatie moet wel daadwerkelijk inzage geven in de verwerkte persoonsgegevens zelf, tenzij een uitzondering van toepassing is. Hierbij mag volstaan worden met ter beschikking stelling van de gehele bronnen/documenten waarin die gegevens zijn opgenomen.
Wanneer kun je een inzageverzoek weigeren?
Uit jurisprudentie blijkt dat organisaties in bepaalde gevallen het inzagerecht mogen inperken. Zo kunnen zij inzage weigeren in documenten die inzicht geven in de onderhandelingspositie van de organisatie bij een juridisch geschil met de betrokkene. Het belang van een ongestoorde gedachtewisseling kan prevaleren boven het inzagerecht.
Uit het arrest volgt ook dat in het
verwerkingsregister zelf geen inzage hoeft te worden gegeven, omdat dit geen persoonsgegevens bevat. Ten slotte hoeft geen inzage te worden gegeven in de wijze van verwijdering van persoonsgegevens - het inzagerecht ziet immers op de verwerkte gegevens zelf.
Transparantie is key
Een andere belangrijke les is dat organisaties transparant moeten zijn over de uitvoering van een zoekslag naar persoonsgegevens van de betrokkene. De enkele mededeling dat er niets meer is gevonden, is in beginsel voldoende. Wel moet die mededeling geloofwaardig zijn.
Concluderend biedt dit arrest duidelijke handvatten voor organisaties bij de behandeling van inzageverzoeken. Zorg voor een deugdelijke respons waarin je aangeeft welke gegevens je verwerkt en verstrek inzage daarin. Wees daarbij transparant over eventuele weigeringsgronden. Een goede vastlegging van de verwerkingen is daarom cruciaal voor organisaties om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen.
Goede voorbereiding is het halve werk!
Vragen? Neem
contact op met een van onze medewerkers.

[post_title] => Het inzageverzoek onder de AVG
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => het-inzageverzoek-onder-de-avg
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-05-31 11:49:16
[post_modified_gmt] => 2024-05-31 09:49:16
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=42288
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[3] => WP_Post Object
(
[ID] => 42079
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-05-08 11:29:15
[post_date_gmt] => 2024-05-08 09:29:15
[post_content] =>
Strenge regels voor gezondheidsreclame: wat ondernemers moeten weten!
Het maken van reclame voor gezondheidsproducten lijkt misschien simpel, maar er gelden strenge regels. De rechtbank Den Haag heeft onlangs een uitspraak gedaan in een zaak waarbij een ondernemer een boete kreeg voor het onrechtmatig aanbieden en reclame maken voor een product dat als geneesmiddel aan consumenten werd gepresenteerd. Dit artikel biedt
inzicht in de regels rondom het aanbieden van gezondheidsproducten en het maken van reclame hiervoor, aan consumenten.
De uitspraak tegen ‘talbina’
In deze zaak had een ondernemer op zijn website het product ‘talbina’ aangeprezen als zijnde geschikt voor het genezen of voorkomen van verschillende ziekten en aandoeningen, zoals depressie, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Hiermee werd het product als een geneesmiddel gepresenteerd, waarvoor een handelsvergunning vereist is volgens de
Geneesmiddelenwet.
De
ondernemer voerde aan dat de uitlatingen over het product voortkwamen uit religieuze overleveringen en dat het optreden van de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, een inbreuk maakte op zijn recht op vrijheid van godsdienst. Het ging om de volgende uitlating: ‘rust schenkt aan het hart van de zieke en zijn verdriet verlicht’.
De rechtbank oordeelde echter dat godsdienstige uitingen medische claims kunnen inhouden en dat de ondernemer in dit geval te ver was gegaan, waardoor het product de geneeskunde in was getrokken.
De rechtbank achtte de opgelegde boete van € 6.412,50 evenredig en gerechtvaardigd, gezien de ernst van de overtreding en het gevaar dat personen door de medische claims zouden nalaten tijdig een arts te raadplegen.
Regels rondom publieksreclame voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Reclame voor geneesmiddelen
Producten die worden aangeprezen als zijnde geschikt voor genezen of voorkomen van ziekten, worden gezien als geneesmiddelen volgens de Geneesmiddelenwet. Hiervoor is een
handelsvergunning van de overheid nodig.
Alleen geneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn, ook wel 'zelfzorggeneesmiddelen' of 'over-the-counter' geneesmiddelen genoemd, mogen in publieksreclame aan consumenten worden aangeprezen. Deze reclame moet vooraf worden goedgekeurd door de Keuringsraad en voldoen aan de Code voor Publieksreclame Geneesmiddelen. Uitingen met (impliciete) medische claims zijn verboden.
Reclame voor gezondheidsproducten
Voor gezondheidsproducten - zoals voedingssupplementen – mag wel reclame worden gemaakt , maar dan moet men zich houden aan de Code voor Aanprijzing van Gezondheid Gerelateerde Producten (hierna: de ‘Code’). Medische claims zijn niet toegestaan. Er is een lijst toegevoegd aan de Code met duizenden voorbeelden van toegestane en niet-toegestane gezondheidsaanprijzingen.
Als je levensmiddelen wilt promoten met gezondheidsclaims, moet je voldoen aan zowel de Code als aan de Europese Claimsverordening.
Reclame voor medische hulpmiddelen moet waarheidsgetrouw zijn en de eigenschappen van de hulpmiddelen mogen niet overdreven worden. Interacties tussen fabrikanten van medische hulpmiddelen en medisch professionals zijn geregeld in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen.
Conclusie
Het maken van reclame voor gezondheidsproducten is een
juridisch mijnenveld. Deze uitspraak laat zien dat de regels rondom het aanbieden van
gezondheidsproducten en het maken van reclame hiervoor strikt worden gehandhaafd.
Ondernemers moeten uiterst zorgvuldig omgaan met medische claims en claims over gezondheidseffecten. Wees voorzichtig met uitspraken over ziektes genezen of voorkomen. Vraag tijdig een handelsvergunning aan als je product als geneesmiddel kan worden gezien. En houd je aan de branchecodes voor je productcategorie. Zo
voorkom je boetes van de toezichthouders.

[post_title] => Strenge regels voor gezondheidsreclame
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => strenge-regels-voor-gezondheidsreclame
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-05-08 11:29:15
[post_modified_gmt] => 2024-05-08 09:29:15
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=42079
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[4] => WP_Post Object
(
[ID] => 41891
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-04-19 12:24:27
[post_date_gmt] => 2024-04-19 10:24:27
[post_content] => Het
Europees Parlement heeft begin deze maand gestemd voor
ingrijpende hervormingen van de Europese wetgeving rond geneesmiddelen. De nieuwe regels moeten innovatie stimuleren en tegelijkertijd de beschikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid van medicijnen verbeteren voor alle Europeanen. In dit artikel zal
ik dieper ingaan op deze veranderingen.
Achtergrond
Een jaar geleden heeft de Commissie een voorstel voor een nieuwe richtlijn en een nieuwe verordening
goedgekeurd, die de bestaande algemene geneesmiddelenwetgeving herzien en vervangen. Hiermee wil de Commissie verschillende problemen in de farmaceutische wereld aanpakken.
Het voorstel
herziet en vervangt de bestaande algemene geneesmiddelenwetgeving (Verordening (EG) nr. 726/2004 en Richtlijn 2001/83/EG) en de wetgeving inzake geneesmiddelen voor kinderen en zeldzame ziekten (respectievelijk Verordening ( EG) nr.1901/2006 en Verordening (EG) nr. 141/2000).
De herziening heeft de
volgende doelstellingen:
- Verzekeren dat patiënten overal in de EU op een tijdige en eerlijke manier toegang krijgen tot veilige, effectieve en betaalbare medicijnen.
- De leveringszekerheid verbeteren en waarborgen dat medicijnen toegankelijk zijn voor alle patiënten, ongeacht hun locatie binnen de EU.
- Een aantrekkelijke en innovatie bevorderende omgeving handhaven voor het onderzoek naar, de ontwikkeling van, en de productie van geneesmiddelen in Europa.
- Het milieuvriendelijker maken van geneesmiddelen.
- Het aanpakken van antimicrobiële resistentie en de aanwezigheid van geneesmiddelen in het milieu door een geïntegreerde "One Health"-benadering te hanteren.
Langere dataexclusiviteit
Een van de
meest opvallende maatregelen is de verlenging van de dataexclusiviteitsperiode tot maximaal 8,5 jaar na marktgoedkeuring. Tijdens deze periode kunnen andere bedrijven geen gebruik maken van de testdata van een nieuw medicijn om een goedkoper generiek middel op de markt te brengen. In ruil voor extra dataexclusiviteit van maximaal 2,5 jaar moeten bedrijven wel aantonen dat ze een substantieel deel van het onderzoek en de ontwikkeling in de EU uitvoeren.
Voor weesgeneesmiddelen – geneesmiddelen voor zeldzame ziekten – kunnen ontwikkelaars tot 11 jaar marktexclusiviteit krijgen als ze een "grote onvervulde medische behoefte" aanpakken.
Voorstanders van deze regeling benadrukken dat dit de EU aantrekkelijker maakt voor
farma-innovatie en deskundigheid op dit gebied naar Europa kan halen. Tegenstanders waarschuwen echter voor mogelijke prijsstijgingen en vertraagde toegang tot goedkopere generieke geneesmiddelen.
Bestrijden antibioticaresistentie
Een andere
belangrijke pijler is het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe antibiotica. Het groeiende probleem van antibioticaresistentie vormt een wereldwijd gezondheidsrisico. Door financiële prikkels zoals mijlpaalbetalingen, abonnementsprijzen en verhandelbare dataexclusiviteitsvouchers willen de Europarlementariërs investeren in de zoektocht naar innovatieve antibiotica.
Gevolgen voor Nederland
Voor Nederland, met zijn grote en innovatieve farmaceutische sector, creëren de nieuwe regels zowel kansen als uitdagingen. Investeren in onderzoek en ontwikkeling in Nederland kan
meer voordelen gaan opleveren, maar ook de toegankelijkheid en betaalbaarheid van nieuwe geneesmiddelen kan onder druk komen te staan. De reacties zijn dan ook gemengd.
Volgens Patiëntenfederatie Nederland is innovatie essentieel, maar niet als dat ten koste gaat van de rechten van patiënten.
VNO-NCW vreest aan de andere kant dat Nederland
minder aantrekkelijk wordt voor de farmaceutische topleiders zonder ruimhartige stimuleringsmaatregelen.
De lidstaten en de Europese Commissie zullen de komende maanden nog nadere onderhandelingen voeren over de precieze invulling van de hervormingen. De nieuwe regels zouden in 2025 moeten ingaan.
Vragen over farma-wetgeving? Neem
contact op met een van onze medewerkers.

[post_title] => Europees Parlement stemt voor hervormingen farma-wetgeving
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => europees-parlement-stemt-voor-hervormingen-farma-wetgeving
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-04-19 12:24:27
[post_modified_gmt] => 2024-04-19 10:24:27
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41891
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[5] => WP_Post Object
(
[ID] => 41808
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-04-10 11:24:46
[post_date_gmt] => 2024-04-10 09:24:46
[post_content] => Geen enkel systeem is onfeilbaar en datalekken zijn een realiteit, waarmee zowel grote als kleine organisaties worden geconfronteerd. Wanneer dergelijke incidenten plaatsvinden, is de manier waarop een organisatie reageert niet alleen cruciaal voor het beperken van de schade, maar ook voor het behouden of zelfs herstellen van het vertrouwen van de klant.
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Nederlandse Uitvoeringswet AVG (UAVG) stellen
duidelijke eisen aan de omgang met persoonsgegevens en de communicatie na een datalek. In dit artikel gaan we in op de essentiële elementen van communicatie na een datalek. Daarbij ligt de focus op het bieden van transparantie, het nemen van verantwoordelijkheid en het beschermen van de betrokkenen. Bovenkant formulier
Wat is een datalek?
In de AVG komt het begrip ‘
datalek’ niet voor. Er wordt enkel verwezen naar het begrip ‘
inbreuk in verband met persoonsgegevens’. Dit is een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, wijziging en/of ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens. In deze blog zal het woord ‘datalek’ worden gebruikt voor dergelijke inbreuken.
Mocht uw organisatie getroffen zijn door een datalek, dan is het belangrijk om snel en zorgvuldig te handelen. Lees
hier hoe u een datalek meldt bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Betrokkenen inlichten over een datalek
Hoeft u de datalek niet te melden bij de AP omdat deze geen risico vormt voor de rechten en vrijheden van betrokkenen? Dan hoeft u de datalek ook niet aan de betrokkenen te melden. Twijfelt u of u de datalek moet melden? Bekijk dan hier
de voorbeeldlijst wel/niet melden datalek van de AP.
Een betrokkene moet rechtstreeks geïnformeerd worden over de datalek. Enkel een algemeen bericht op uw website is dus
niet voldoende. U kunt de betrokkenen, afhankelijk van de doelgroep en uw organisatie, het beste schriftelijk, telefonisch of per e-mail benaderen.
Neem de volgende punten mee in de
communicatie naar uw cliënten:
- Geef aan wat er is gebeurd en hoe u als organisatie heeft gereageerd op de datalek.
- Geef aan welke stappen u heeft ondernomen om het incident onder controle te krijgen, te onderzoeken en te herstellen.
- Geef aan dat u een melding heeft gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens en dat u bijvoorbeeld ook de bevoegde wetshandhavingsinstanties heeft ingeschakeld, samen met eventuele aanbevelingen of adviezen die zij hebben gegeven.
- Laat de betrokkenen weten welke persoonsgegevens mogelijk zijn getroffen.
- Stel klanten ook gerust. Indien u beschikt over wachtwoorden of financiële informatie van betrokkenen terwijl u weet dat er geen kans is dat deze gedetailleerde informatie is blootgesteld, laat dit ook weten.
- Wees echter voorzichtig met het delen van details die verdere veiligheidsrisico's kunnen creëren.
- Geef aan wat dit betekent voor de betrokkenen.
- Denk hierbij aan identiteitsdiefstal of financieel verlies. Ook kan er sprake zijn van schade aan de persoonlijke reputatie, afhankelijk van de aard van de gelekte gegevens.
- Laat weten wat de betrokkenen zelf kan doen om het potentiële risico te vermijden.
- Wijs bijvoorbeeld op de gevaren van verdachte e-mails, bijvoorbeeld met onjuiste grammatica/spelling of slordig taalgebruik. Denk hierbij ook aan mails die vragen om andere persoonsgegevens.
- Vermeld uw contactinformatie voor verdere vragen.
- Bied duidelijke informatie over hoe betrokkenen contact kunnen opnemen bij verdere vragen of zorgen. Dit moet een specifiek telefoonnummer of e-mailadres omvatten.
- Toon transparantie en verantwoordelijkheid.
- Laat zien dat uw organisatie de privacy van de betrokkenen serieus neemt en bereid is verantwoordelijkheid te nemen voor het beschermen van hun gegevens. Laat weten welke maatregelen u gaat treffen (of al heeft getroffen) om de risico’s en schade te beperken. Mocht u hierover extern advies inwinnen, deel dit dan ook.
Conclusie
In een tijdperk waar data centraal staat in ons dagelijks leven, is het onvermijdelijk dat organisaties op een dag te maken kunnen krijgen met een datalek. Hoe onwelkom zo'n incident ook is, het biedt tevens een kans om te laten zien hoeveel
waarde uw organisatie hecht aan verantwoordelijkheid, transparantie en de bescherming van persoonlijke gegevens.
De sleutel tot het effectief navigeren door de nasleep van een datalek ligt in de bereidheid om snel te handelen, open te communiceren over wat er is gebeurd, en concreet aan te geven welke stappen er zijn ondernomen om de schade te beperken en soortgelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Door betrokkenen direct en empathisch te benaderen, herstelt u niet alleen hun
vertrouwen maar versterkt u ook uw reputatie als een organisatie die zijn verantwoordelijkheden serieus neemt.
Heeft u
vragen over een datalek? Of wil u extern advies inwinnen over wat te doen? Neem gerust
contact op met een van onze medewerkers.

[post_title] => Hoe te communiceren met klanten na een datalek
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => hoe-te-communiceren-met-klanten-na-een-datalek
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-04-10 11:25:58
[post_modified_gmt] => 2024-04-10 09:25:58
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41808
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[6] => WP_Post Object
(
[ID] => 41786
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-04-04 15:08:36
[post_date_gmt] => 2024-04-04 13:08:36
[post_content] => In de digitale wereld waarin we leven, waar online shaming steeds vaker voorkomt, heeft de vereniging Stichting Stop Online Shaming (SOS) zich ten doel gesteld de belangen van slachtoffers van online privacy-inbreuken en onrechtmatige uitingen te behartigen. SOS heeft
juridische stappen ondernomen tegen de Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland (SIN), welke zwarte lijsten van artsen andere zorgverleners had gepubliceerd.
In dit artikel staat de jurisprudentie omtrent deze zaak centraal en ga
ik in op de verschillende vragen die dit onderwerp oproept.
De achtergrond
Op websites zoals zwartelijstartsen.com en zwartelijstartsen.nl stonden de namen van ongeveer 900 artsen en andere zorgverleners, vaak met foto. Daarbij staat vermeld of ze van de tuchtrechter op enig moment een
tuchtrechtelijke maatregel opgelegd hebben gekregen zoals een waarschuwing, berisping, schorsing of doorhaling hebben opgelegd gekregen, vaak met vermelding van de tuchtrechtuitspraken.
Op de website stond het volgende opgenomen: “
Deze zwarte lijst bevat alle namen van artsen, tandartsen, verpleegkundigen en psychologen die in het BIG-register opgenomen zijn met een berisping, schorsing, of doorhaling artsen, en andere personen en organisaties uit de gezondheidszorg en de overheid die hun wettelijke en professionele zorgplicht schenden. Deze falende zorgverleners weigeren aan slachtoffers van medische fouten correcte informatie, diagnostiek en herstelbehandeling.”
Volgens SOS handelt SIN
onrechtmatig door via deze websites de eer en goede naam van de genoemde artsen aan te tasten, waardoor deze schade lijden. Volgens SOS zijn de zwarte lijsten onder meer in strijd met artikel 10 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit artikel regelt de verwerking van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen.
Het verweer van SIN berust op een beroep op de vrijheid van meningsuiting en het belang van publieke voorlichting over medische misstappen. Zij voeren aan dat de informatie op hun websites direct afkomstig is uit het BIG-register, een officiële overheidsbron die dezelfde informatie openbaar maakt.
Bij de rechter
De
voorzieningenrechter stelde in januari 2021 SOS in het gelijk. Hiermee oordeelde zij dat het belang van de eerbieding van de eer en goede naam van de artsen in dit geval zwaarder weegt dan het belang van SIN bij vrijheid van meningsuiting.
Volgens de rechter was niet elke uiting als onrechtmatig te achten, maar woog dit niet op tegen het totale beeld van de website. Alleen de naam ‘zwarte lijst’ levert al een
zware beschuldiging op, zeker in combinatie met de kwalificaties ‘medische misdrijven’ of ‘falende artsen’, aldus de rechter.
Hierdoor mocht het SIN geen uitlatingen meer doen die artsen en zorgverleners zwart maken door hen te beschuldigen van falen of hen te beschuldigen van een medisch misdrijf. Tevens moest het SIN een verzoek indienen bij internetzoekmachine Google om alle verwijzingen naar de websites te verwijderen uit de zoekresultaten.
SIN had tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld en een aantal klachten tegen het vonnis geformuleerd. Zo zou volgens het SIN het verbod een te vergaande beperking van de vrijheid van meningsuiting van SIN inhouden.
Vrijheid van meningsuiting versus eerbieding van de eer en goede naam
De beslissing van het Hof om het verbod op de activiteiten van SIN niet te zien als een te vergaande beperking van hun vrijheid van meningsuiting wordt onderbouwd door verschillende overwegingen, voortkomend uit een zorgvuldige afweging van verschillende factoren, wederom herhaald in het hoger beroep. Deze factoren omvatten:
- De gepubliceerde uitlatingen op de zwarte lijsten hadden ernstige gevolgen voor de genoemde artsen en zorgverleners. Zeker nu deze websites een prominente plaatsing hadden in Google zoekresultaten.
- De uitlatingen gingen in verschillende opzichten veel verder dan de informatie die openbaar wordt gemaakt via BIG-registratie.nl. Zo werden persoonlijke foto’s en in sommige gevallen adressen toegevoegd, wat een onnodige schending van privacy met zich bracht.
- De publicaties doorbraken het evenwicht tussen het publieksbelang van toegankelijke informatie en de privacybelangen van deze zorgverleners, zoals vastgesteld in de Wet BIG en gerelateerde wetgeving.
- De toevoeging van de gegevens was ook niet noodzakelijk voor het publiek om adequaat geïnformeerd te worden, en deze toevoeging woog niet op tegen de inbreuk op de privacy van de zorgverleners.
- De gebruikte terminologie op de websites had een diffamerend effect dat verder ging dan gerechtvaardigd kon worden op basis van eventuele opgelegde tuchtrechtelijke maatregelen. Dit effect werd versterkt doordat geen onderscheid werd gemaakt tussen verschillende soorten tuchtrechtelijke maatregelen.
- Artsen konden zich niet effectief verdedigen tegen de beschuldigingen vanwege hun beroepsgeheim, waardoor de diffamerende werking eenzijdig was.
De combinatie van deze factoren leidde tot het oordeel van het Hof Arnhem-Leeuwarden dat het
belang van de artsen bij bescherming van hun eer en goede naam zwaarder woog dan het belang van SIN bij vrijheid van meningsuiting. Het verbod en de daaruit voortvloeiende maatregelen, zoals de overdracht van domeinnamen, werden ook in hoger beroep als gerechtvaardigd en noodzakelijk geacht om de schadelijke praktijken een halt toe te roepen en het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens te handhaven.
Welke informatie over tuchtrechtelijk veroordeelde zorgverleners mag openbaar worden gemaakt in licht van de AVG?
Informatie over tuchtrechtelijke maatregelen valt onder de bijzondere categorie persoonsgegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten in artikel 10 van de AVG . Alleen de strikt noodzakelijke informatie mag openbaar worden gemaakt, conform het doel van de verwerking.
Het arrest bevestigt dat de overheid via
het openbare BIG-register al een zorgvuldige afweging maakt tussen enerzijds het waarschuwen van het publiek en anderzijds de bescherming van privacy van zorgverleners. Verdergaande openbaarmaking is niet zonder meer gerechtvaardigd.
Privégegevens en -foto's mogen niet zomaar worden gepubliceerd, zeker als zij niet bijdragen aan het doel waarvoor de gegevens worden verwerkt zoals in deze kwestie het geval is. Aanvullende informatie of wijze van presentatie moeten echt noodzakelijk en proportioneel zijn voor een gerechtvaardigd doel en mag het systeem van
openbaarmaking in het BIG-register niet doorkruisen.
Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende tuchtmaatregelen en mag informatie niet langer openbaar blijven dan in het BIG-register.
Conclusie
Dit arrest bevestigt dat er grenzen zijn aan het openbaar maken van informatie over tuchtrechtelijk veroordeelde zorgverleners.
Privacyschendingen en onevenredige reputatieschade moeten worden voorkomen. Het systeem van het BIG-register vormt daarbij het uitgangspunt.
Waarschuwen van het publiek is toegestaan, maar mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Voor zorgverleners biedt dit houvast voor bescherming van hun reputatie. Voor het publiek of slachtofferorganisaties geeft het duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan bij het delen van dergelijke informatie. Terughoudendheid is geboden, zeker als het om digitale en daarmee breed verspreide informatie gaat.
Heeft u vragen over de verwerking van persoonsgegevens? Of over het medisch tuchtrecht? Neem gerust
contact op met een van onze medewerkers.

[post_title] => Het publiceren van zwarte lijsten van artsen verboden
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => het-publiceren-van-zwarte-lijsten-van-artsen-verboden
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-04-04 15:08:36
[post_modified_gmt] => 2024-04-04 13:08:36
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41786
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[7] => WP_Post Object
(
[ID] => 41562
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-03-15 08:40:28
[post_date_gmt] => 2024-03-15 07:40:28
[post_content] =>
De Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen (MDR) is sinds 26 mei 2021 in werking getreden. Het primaire doel van deze verordening en de verordening voor in-vitro hulpmiddelen, die strengere eisen stellen aan de certificering van medische hulpmiddelen, was om de wetgeving omtrent medische hulpmiddelen te vernieuwen en te zorgen voor hogere patiëntveiligheid.
Volgens de regels moeten alle medische hulpmiddelen die in Europa worden geproduceerd opnieuw worden gecertificeerd door aangemelde instanties (‘Notified Bodies’). Dit zijn organisaties die door een lidstaat zijn aangewezen om de conformiteit van producten te beoordelen voordat ze op de EU-markt worden gebracht.
Echter, naarmate de deadline van 26 mei 2024 nadert en de huidige MDR-certificering voor ongeveer 17.000 medische hulpmiddelen bijna verloopt, ontstaat er een uitdaging binnen de industrie. Het lijkt er namelijk op dat veel van deze producten niet zullen worden gehercertificeerd onder de nieuwe regelgeving, omdat blijkt dat een aanzienlijk deel van de medische hulpmiddelen die momenteel beschikbaar zijn op de markt, nog niet voldoet aan deze vernieuwde voorschriften.
Dit wijst op een potentieel knelpunt in het proces van hercertificering, dat kan leiden tot een vermindering van de beschikbaarheid van bepaalde medische hulpmiddelen op de Europese markt.
Europese certificering
De invoering van de MDR, die moet leiden tot aanzienlijke verbeteringen op het gebied van productkwaliteit en patiëntveiligheid, stelt hogere eisen aan de certificering van medische hulpmiddelen.
Hoewel deze maatregelen onmiskenbaar voordelen bieden, brengen ze ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee voor producenten van medische hulpmiddelen. De noodzaak om te voldoen aan de nieuwe, strengere richtlijnen vereist vaak ingrijpende aanpassingen in de productieprocessen, wat aanzienlijke investeringen in tijd en geld met zich meebrengt.
Voor een deel van de producten resulteert dit in een situatie waarbij de kosten voor het behalen en behouden van certificering niet meer opwegen tegen de economische opbrengsten, waardoor deze producten niet langer rendabel zijn.
Als direct gevolg van deze economische realiteit nemen producenten steeds vaker het besluit om bepaalde producten uit hun assortiment niet te laten certificeren voor de Europese markt. Dit betekent dat sommige medische hulpmiddelen, die wellicht waardevol of zelfs essentieel zijn voor bepaalde patiëntengroepen, niet meer beschikbaar zullen zijn.
Probleempunt
Het probleem in deze situatie is dat niet bekend is welke hulpmiddelen niet meer beschikbaar zullen zijn, veelal omdat fabrikanten het niet melden wanneer zij stoppen op de Europese markt.
Vorig jaar juli startte het Zorg Inkoop Netwerk, ondersteund door VWS, een platform waarop zorginstellingen die assortimentsproblemen ervaren deze kunnen melden. Zo hopen inkopers in de zorg te voorspellen waar de grootste tekorten gaan vallen. Ervaart u als zorginstelling (inkoop)problemen? Deze kunt u hier melden.
Nieuwe maatregelen
Op 23 januari bracht de Europese Commissie een voorstel uit om de bestaande verordeningen te actualiseren om de tekorten tegen te gaan. Het voorstel was met name bedoeld om de te verwachte tekorten inzichtelijker te maken.
De Raad van de Europese Unie heeft als gevolg van het voorstel nu ook aan de fabrikanten verplicht gesteld om de betrokken autoriteiten, zorginstellingen, zorgverleners en marktdeelnemers aan wie zij hulpmiddelen leveren, vooraf in kennis te stellen van onderbrekingen in de levering van de kritieke medische hulpmiddelen.
De Raad stelt niet alleen een verplichte melding voor fabrikanten in, maar verlengt ook de overgangsperiode voor bepaalde in-vitro hulpmiddelen en voert een geleidelijke uitrol van EUDAMED in.
De laatste maatregel, over de geleidelijke uitrol van EUDAMED, dient de transparantie en de toegang tot informatie te verbeteren en de registratie van gegevens over medische hulpmiddelen te versnellen. Aanvankelijk hoefden de fabrikanten hun medische hulpmiddelen pas in EUDAMED te registreren nadat alle 6 elementen (modules) waren opgezet. Hoewel er al 3 modules beschikbaar zijn en er naar verwachting in 2024 nog 2 bij komen, zal de laatste module waarschijnlijk pas eind 2027 klaar zijn.
Conclusie
Deze situatie, waarbij potentieel waardevolle of essentiële medische hulpmiddelen mogelijk niet langer beschikbaar zullen zijn op de Europese markt, vormt een complex dilemma. Of de nieuwe maatregelen de tekorten daadwerkelijk zullen verminderen is nog maar de vraag. De maatregelen zijn in ieder geval positieve eerste stappen naar het aanpakken van dit probleem.
Het blijft van cruciaal belang voor alle betrokken partijen om zich bewust te zijn van deze veranderingen en om samen te werken aan een systeem dat veilig is.

[post_title] => Nieuwe maatregelen tegen dreigend tekort medische hulpmiddelen
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => nieuwe-maatregelen-tegen-dreigend-tekort-medische-hulpmiddelen
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-03-15 08:40:28
[post_modified_gmt] => 2024-03-15 07:40:28
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41562
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[8] => WP_Post Object
(
[ID] => 41469
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-03-07 16:30:59
[post_date_gmt] => 2024-03-07 15:30:59
[post_content] => Recentelijk heeft het Europees Hof van Justitie uitspraak gedaan over een kwestie binnen de online advertentiewereld. De rechtszaak draaide om de vraag of IAB Europe, de koepelorganisatie achter het veel gebruikte Transparancy & Consent Framework (TCF), kan worden aangemerkt als een verwerkingsverantwoordelijke onder de
Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Wat is het Transparency & Consent Framework?
Het TCF is een systeem ontwikkeld door IAB Europe om websites en advertentiebedrijven te helpen voldoen aan de AVG bij het verkopen van
advertentieruimte via geautomatiseerde online veilingen (het zgn. real-time bidding systeem). Telkens wanneer een gebruiker een website bezoekt, verschijnt er een cookiebanner waarin toestemming wordt gevraagd voor het plaatsen van advertentiecookies. De gebruikersvoorkeuren worden vastgelegd in een unieke TC-tekenreeks die wordt gedeeld met alle partijen in het advertentienetwerk.
Persoonsgegeven of niet?
De kernvraag is of deze
TC-tekenreeks, al dan niet in combinatie met het IP-adres, kan worden aangemerkt als een persoonsgegeven onder de AVG. IAB Europe betwist dit, omdat de tekenreeks niet uniek is voor één gebruiker en IAB zelf geen toegang heeft tot de verwerkte persoonsgegevens van haar leden. De Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) oordeelde echter dat de TC-tekenreeks weldegelijk een persoonsgegeven is en dat IAB Europe als verwerkingsverantwoordelijke optreedt.
Verwerkingsverantwoordelijke?
Indien IAB Europe inderdaad als een verwerkingsverantwoordelijke wordt gekwalificeerd, brengt dit verstrekkende verplichtingen met zich onder de AVG, zoals het hebben van een rechtmatige grondslag, naleving van de transparantievereisten, uitvoeren van
gegevensbeschermingseffectbeoordeling, etc. De GBA heeft namelijk vastgesteld dat IAB Europe hier niet aan voldeed en heeft een boete van € 250.000 opgelegd.
Gerechtvaardigd belang?
Deze zaak is ook in hoge mate relevant voor de discussie rond toestemming en het gerechtvaardigd belang als rechtsgrondslagen onder de AVG voor de verwerking van
persoonsgegevens in de online reclamesector.
De GBA stelde dat de gebruikerstoestemmingen die via het TCF worden verkregen onvoldoende specifiek, geïnformeerd en granulair zijn om als rechtsgeldige toestemming te kunnen gelden onder de AVG.
Daarnaast oordeelde de Geschillenkamer dat het gerechtvaardigd belang van de Adtech-bedrijven die deelnemen aan het TCF, niet opweegt tegen de
privacybelangen van gebruikers gezien de massale en ingrijpende verwerkingen van gebruikersgegevens die hier plaatsvinden. Dit riep de fundamentele vraag op of gerechtvaardigd belang überhaupt een geldige grondslag kan zijn voor gerichte reclame op deze schaal.
De uitspraak: TC-rekenreeks = persoonsgegeven
Het Hof van Justitie heeft bevestigd dat de TC-tekenreeks informatie bevat over een identificeerbare gebruiker, en daarom een persoonsgegeven is in de zin van de AVG. Wanneer de informatie in een TC-tekenreeks wordt gekoppeld aan een
identificator, zoals het IP-adres van het toestel van de gebruiker, kan die informatie het namelijk mogelijk maken om een profiel van die gebruiker te maken en hem of haar te identificeren.
Dit geldt ook voor andere, vergelijkbare letter- en tekenreeksen die gebruikersvoorkeuren bevatten met betrekking tot hun toestemming voor de verwerking van hun persoonsgegevens door website- en app-aanbieders, makelaars in persoonsgegevens en reclameplatformen.
Het maakt hiervoor niet uit dat een sectororganisatie die over de tekenreeks beschikt, zoals de IAB, zonder externe medewerking geen toegang heeft tot de gegevens verwerkt door haar leden (binnen de door haar vastgestelde standaarden) en zij deze niet kan koppelen aan andere gegevens.
De uitspraak: IAB = gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke
Bovendien moet IAB Europe volgens het Hof worden beschouwd als een “
joint controller” (oftewel: een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke) in de zin van de AVG, wat betreft de opslag van gebruikersvoorkeuren in een TC-tekenreeks volgens de door haar opgestelde standaard.
Dit staat los van de latere verwerkingsactiviteiten van persoonsgegevens door bedrijven en derden op basis van deze voorkeuren, zoals het doorsturen van gegevens aan derden of het doen van gepersonaliseerde reclameaanbiedingen, waarvoor IAB in principe niet automatisch verantwoordelijk is.
IAB's verantwoordelijkheid als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke is gebaseerd op haar invloed op de vaststelling van de doeleinden en middelen van de gegevensverwerking, ondanks dat ze niet direct toegang heeft tot de verwerkte persoonsgegevens binnen haar standaard. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid strekt zich niet automatisch uit tot latere verwerkingen door derden. Een sectororganisatie, zoals IAB, is slechts verantwoordelijk voor dergelijke latere verwerkingen indien vaststaat dat zij invloed uitoefent op de vaststelling van het doel van die verwerkingen en van de wijze waarop deze worden verricht.
Relevantie voor de praktijk: land-mark case
Nu is bevestigd dat de TC-tekenreeks een persoonsgegeven is, zal dit de dynamiek binnen de advertentie industrie ingrijpend wijzigen. Websites en advertentiebedrijven zullen hun toestemmingsvragen aan gebruikers waarschijnlijk moeten herzien om aan de AVG-vereisten te (blijven) voldoen.
De zaak illustreert dat het concept "persoonsgegeven" onder de AVG een erg ruime en dynamische invulling krijgt, waarbij zelfs ogenschijnlijk
niet-identificeerbare onlinecodes hieronder kunnen vallen. Dit toont het toenemend belang aan van privacy en gegevensbescherming in de digitale economie.
Deze zaak heeft de afgelopen tijd al veel aandacht gekregen omdat ze nauw aansluit bij de
Breyer-precedenten van het Europees Hof uit 2016 over de reikwijdte van het concept “persoonsgegeven” en wanneer niet-direct identificerende gegevens toch als persoonsgegevens kunnen worden aangemerkt. In die zaak oordeelde het Hof dat dynamische IP-adressen onder bepaalde voorwaarden als persoonsgegevens kunnen kwalificeren voor een websitebeheerder.
Relevantie voor de praktijk: gerechtvaardigd belang
Aangezien het Hof IAB Europe in beginsel heeft bestempeld als
gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke, dient zij over een rechtsgeldige grondslag te beschikken voor het vastleggen en doorgeven van de toestemmings- en bezwaarvoorkeuren van gebruikers via de TC-tekenreeksen. Dit geldt ook voor andere, vergelijkbare sectororganisaties.
Heeft u vragen over wat dit voor u betekent in de praktijk? Neem dan contact op met
Jody Esveldt.

[post_title] => EU-vonnis schudt cookie-praktijken op: nieuwe uitdagingen voor online adverteerders
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => eu-vonnis-schudt-cookie-praktijken-op-nieuwe-uitdagingen-voor-online-adverteerders
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-03-08 10:26:23
[post_modified_gmt] => 2024-03-08 09:26:23
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41469
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[9] => WP_Post Object
(
[ID] => 41340
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-02-28 13:50:43
[post_date_gmt] => 2024-02-28 12:50:43
[post_content] =>
In de zorg wordt steeds meer gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (ook wel AI genoemd). Eerder schreven we al over de mogelijkheden van AI, zoals ChatGPT, voor je dagelijkse praktijk als zorgverlener. In dit artikel gaan we in op de ontwikkelingen die sindsdien hebben plaatsgevonden en de (nieuwe) juridische kaders waarmee je rekening moet houden bij het gebruik van ChatGPT als zorgverlener.
AI Act
In onze eerdere blog legden we uit dat er nog geen specifieke
regelgeving voor AI bestond. Daardoor was alleen algemenere regelgeving zoals de AVG, de UAVG en de MDR van toepassing op het gebruik van ChatGPT in de zorg.
Sinds begin dit jaar is de tekst van de
Europese AI Act rond. De AI Act is nog niet inwerking getreden, maar dat zal naar verwachting dit voorjaar gebeuren. Vanaf dat moment gelden verschillende termijnen voordat de bepalingen daadwerkelijk van toepassing zijn. Voor general purpose systems, zoals ChatGPT, geldt er een termijn van twaalf maanden. De algemenere wet- en regelgeving blijft daarnaast van toepassing.
Wat houdt de AI Act in?
Als je als zorgverlener ChatGPT wilt gebruiken, zal je je onder andere aan de regels moeten houden die voor gebruikers van general purpose systems gelden. Zo geldt er een
transparantie verplichting wanneer je een gegenereerde tekst openbaar wilt maken om het publiek te informeren. Bijvoorbeeld de uitleg van complexe gezondheidsonderwerpen in een openbare blog. Je moet dan bekendmaken dat de inhoud gemaakt is door AI, tenzij de inhoud door mensen is gecontroleerd en een persoon de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor publicatie.
Verder is het van belang dat, gelet op de risicoclassificatie van de AI Act, ChatGPT naar waarschijnlijkheid als
een general purpose AI model with systemic risk zal worden geclassificeerd. Dit betekent dat ChatGPT aan aanvullende eisen moet voldoen, zoals modelevaluaties en risicobeoordelingen. Het is als zorgverlener daarom belangrijk om je bewust te zijn van de impact die ChatGPT kan hebben.
Naast dat het vanwege het medische beroepsgeheim en
de AVG niet toegestaan is om patiëntgegevens (zomaar) in ChatGPT te gebruiken, spelen de potentiële negatieve gevolgen voor de volksgezondheid ook een rol bij het gebruik van ChatGPT in de zorg. Wanneer onnauwkeurige, onbetrouwbare of onjuiste informatie wordt gegenereerd en vervolgens wordt gebruikt voor bijvoorbeeld het stellen van diagnoses, levert dit een groot risico voor de gezondheid van patiënten op. Bovendien benadrukt de AI Act het belang van het waarborgen van ieders privacy.
Dit betekent niet dat je als zorgverlener geen gebruik kan of mag maken van ChatGPT, maar voorzichtigheid is zeker geboden.
Wat zegt ChatGPT er ondertussen zelf van?
Niet alleen de regelgeving is de afgelopen tijd in ontwikkeling geweest, ChatGPT geeft inmiddels ook zelf een genuanceerder en uitgebreider antwoord op de vraag “Mag ik als zorgverlener ChatGPT gebruiken?”:
“Als zorgverlener kun je ChatGPT gebruiken als ondersteunend hulpmiddel, maar er zijn enkele belangrijke overwegingen en beperkingen:
Privacy en vertrouwelijkheid: Het is cruciaal om de privacy en vertrouwelijkheid van patiëntgegevens te waarborgen. Het delen van persoonlijke gezondheidsinformatie van patiënten zonder hun toestemming kan in strijd zijn met wetgeving zoals de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) in de EU of HIPAA (Health Insurance Portability and Accountability Act) in de VS. Zorg ervoor dat je geen persoonlijke gezondheidsinformatie deelt in een omgeving die niet beveiligd is of niet voldoet aan de regelgeving.
Besluitvorming en verantwoordelijkheid: ChatGPT kan algemene informatie en advies bieden op basis van de ingevoerde gegevens, maar het is geen vervanging voor professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. Beslissingen over de zorg voor patiënten moeten altijd worden genomen door gekwalificeerde zorgverleners die de volledige context en medische geschiedenis van de patiënt kennen.
Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid: Hoewel ChatGPT getraind is op een breed scala aan informatiebronnen, kan het fouten maken of achterhaalde informatie verstrekken. Het is belangrijk om de door ChatGPT verstrekte informatie kritisch te beoordelen en te verifiëren met betrouwbare medische bronnen en richtlijnen.
Regelgeving en richtlijnen: Houd rekening met de lokale en nationale regelgeving en professionele richtlijnen die van toepassing zijn op het gebruik van kunstmatige intelligentie en digitale hulpmiddelen in de gezondheidszorg.
Gebruik ChatGPT als een aanvullend hulpmiddel voor algemene informatie, educatie of ideeëngeneratie, maar vertrouw niet op het als primaire bron voor medische besluitvorming of diagnose. Het is altijd aan te raden om kritisch na te denken over de informatie die je ontvangt en deze te toetsen aan je professionele kennis en ervaring.”
Conclusie
Generatieve AI, zoals ChatGPT, brengt de zorg tal van mogelijkheden om efficiënter en effectiever te werken. De Europese AI Act wijst ons echter op de noodzaak van voorzichtigheid en bewustzijn rond de risico’s voor de volksgezondheid en de bescherming van de privacy van patiënten. Zorgverleners kunnen profiteren van de nieuwe technologieën en mogelijkheden zolang het op een verantwoorde manier gebeurt.
Artikel is geschreven door
Jody Esveldt en N
oa Rubingh.
Heeft u vragen over het gebruik van
AI in de zorg of heeft u andere vragen? Neem gerust
contact op met een van onze medewerkers.

[post_title] => Update: het gebruik van ChatGPT in de zorg
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => update-het-gebruik-van-chatgpt-in-de-zorg
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-02-28 13:50:43
[post_modified_gmt] => 2024-02-28 12:50:43
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=41340
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
)
[post_count] => 10
[current_post] => -1
[before_loop] => 1
[in_the_loop] =>
[post] => WP_Post Object
(
[ID] => 42577
[post_author] => 73
[post_date] => 2024-06-19 15:05:43
[post_date_gmt] => 2024-06-19 13:05:43
[post_content] =>
Een recente tuchtrechtuitspraak onderstreept het belang van
zorgvuldige omgang met medische dossiers bij praktijksluiting. In dit artikel ga
ik dieper in op de zaak en wat andere zorgverleners hiervan kunnen leren.
De feiten
De zaak draait om een tandarts die in januari 2022 zijn praktijk beëindigde. Hij had nagelaten patiënten te informeren over de aanstaande sluiting. Ook had hij niet aan zijn patiënten gevraagd naar welke zorgverlener zij hun dossier wilden
laten overdragen.
Toen een patiënte zich bij een nieuwe tandarts meldde, bleek haar dossier te zijn vernietigd door de vorige tandarts. Hiervoor was zij vooraf
niet geïnformeerd, laat staan dat om toestemming was gevraagd. De nieuwe tandarts moest noodgedwongen extra onderzoek doen om de staat van het gebit vast te stellen.
Oordeel tuchtcollege
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in 's-Hertogenbosch oordeelde op 5 juni 2024 dat de tandarts
tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld. Door het dossier voortijdig te vernietigen had hij de wettelijke bewaartermijn van 20 jaar (art. 7:454 lid 3 BW) geschonden.
Het tuchtcollege legde de maatregel van berisping op. Deze wordt aangetekend in het openbare BIG-register. Ook moet de tandarts de proceskosten van de klagende patiënte vergoeden.
Belang van goede bewaartermijn
Deze zaak illustreert waarom de wettelijke bewaartermijn zo belangrijk is. Een patiëntendossier bevat essentiële medische informatie over uitgevoerde onderzoeken en behandelingen. Dit is cruciaal voor de continuïteit en kwaliteit van zorg.
Ontbreekt het dossier, dan mist de nieuwe zorgverlener de
volledige voorgeschiedenis van de patiënt. Dit kan leiden tot onnodige en belastende extra onderzoeken. Ook kunnen bepaalde gezondheidsrisico's over het hoofd worden gezien.
Verplichtingen bij praktijksluiting
Voor zorgverleners betekent dit dat zij
zeer zorgvuldig moeten omgaan met patiëntendossiers, zeker bij beëindiging van de praktijk. Patiënten moeten tijdig worden geïnformeerd en actief om toestemming worden gevraagd voor eventuele overdracht van hun dossier.
Vernietiging van dossiers binnen de bewaartermijn van 20 jaar is alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als de patiënt hier zelf uitdrukkelijk om verzoekt. Bij twijfel is het raadzaam juridisch advies in te winnen om kostbare fouten te voorkomen.
Conclusie: zorgvuldige dossieroverdracht loont
Een zorgvuldige omgang met patiëntendossiers bij praktijkbeëindiging kost tijd en moeite, maar is essentieel. Zo voorkomt u niet alleen tuchtrechtelijke maatregelen, maar ook
mogelijke schadeclaims van patiënten. Bovenal is het in het belang van goede zorg en tevreden patiënten.
Heeft u vragen over het medisch dossier of het beëindigen van uw praktijk? Neem gerust contact op!

[post_title] => De gevaren van vroegtijdige vernietiging medisch dossier
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => de-gevaren-van-vroegtijdige-vernietiging-medisch-dossier
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-06-19 15:05:43
[post_modified_gmt] => 2024-06-19 13:05:43
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=42577
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[comment_count] => 0
[current_comment] => -1
[found_posts] => 67
[max_num_pages] => 7
[max_num_comment_pages] => 0
[is_single] =>
[is_preview] =>
[is_page] =>
[is_archive] => 1
[is_date] =>
[is_year] =>
[is_month] =>
[is_day] =>
[is_time] =>
[is_author] =>
[is_category] =>
[is_tag] =>
[is_tax] => 1
[is_search] =>
[is_feed] =>
[is_comment_feed] =>
[is_trackback] =>
[is_home] =>
[is_privacy_policy] =>
[is_404] =>
[is_embed] =>
[is_paged] => 1
[is_admin] =>
[is_attachment] =>
[is_singular] =>
[is_robots] =>
[is_favicon] =>
[is_posts_page] =>
[is_post_type_archive] =>
[query_vars_hash:WP_Query:private] => 9e210521b0bc65eaba944f50169dad91
[query_vars_changed:WP_Query:private] => 1
[thumbnails_cached] =>
[allow_query_attachment_by_filename:protected] =>
[stopwords:WP_Query:private] =>
[compat_fields:WP_Query:private] => Array
(
[0] => query_vars_hash
[1] => query_vars_changed
)
[compat_methods:WP_Query:private] => Array
(
[0] => init_query_flags
[1] => parse_tax_query
)
[tribe_is_event] =>
[tribe_is_multi_posttype] =>
[tribe_is_event_category] =>
[tribe_is_event_venue] =>
[tribe_is_event_organizer] =>
[tribe_is_event_query] =>
[tribe_is_past] =>
[tribe_controller] => Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller Object
(
[filtering_query:Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller:private] => WP_Query Object
*RECURSION*
)
)
Een recente tuchtrechtuitspraak onderstreept het belang van zorgvuldige omgang met medische dossiers bij praktijksluiting. In dit artikel ga ik dieper in op de zaak en wat andere zorgverleners hiervan kunnen...
Lees meer
Op 29 mei 2024 deed de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak in een zaak tussen een recruitmentbedrijf en de Autoriteit Persoonsgegevens. Deze zaak draait om...
Lees meer
In een recent arrest heeft de Procureur-Generaal van de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over de reikwijdte van het inzagerecht onder artikel 15 AVG. In dit artikel gaan we in op...
Lees meer
Strenge regels voor gezondheidsreclame: wat ondernemers moeten weten! Het maken van reclame voor gezondheidsproducten lijkt misschien simpel, maar er gelden strenge regels. De rechtbank Den Haag heeft onlangs een uitspraak...
Lees meer
Het Europees Parlement heeft begin deze maand gestemd voor ingrijpende hervormingen van de Europese wetgeving rond geneesmiddelen. De nieuwe regels moeten innovatie stimuleren en tegelijkertijd de beschikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid...
Lees meer
Geen enkel systeem is onfeilbaar en datalekken zijn een realiteit, waarmee zowel grote als kleine organisaties worden geconfronteerd. Wanneer dergelijke incidenten plaatsvinden, is de manier waarop een organisatie reageert niet...
Lees meer
In de digitale wereld waarin we leven, waar online shaming steeds vaker voorkomt, heeft de vereniging Stichting Stop Online Shaming (SOS) zich ten doel gesteld de belangen van slachtoffers van...
Lees meer
De Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen (MDR) is sinds 26 mei 2021 in werking getreden. Het primaire doel van deze verordening en de verordening voor in-vitro hulpmiddelen, die strengere eisen...
Lees meer
Recentelijk heeft het Europees Hof van Justitie uitspraak gedaan over een kwestie binnen de online advertentiewereld. De rechtszaak draaide om de vraag of IAB Europe, de koepelorganisatie achter het veel...
Lees meer
In de zorg wordt steeds meer gebruik gemaakt van kunstmatige intelligentie (ook wel AI genoemd). Eerder schreven we al over de mogelijkheden van AI, zoals ChatGPT, voor je dagelijkse praktijk...
Lees meer