Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 899
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
					wpml_translations.language_code = 'nl'
					AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
					AND ( ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
			  FROM wp_icl_translations
			  WHERE trid = wpml_translations.trid
			  AND language_code = 'nl'
			) = 0
			 ) OR ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
				FROM wp_icl_translations t2
				JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
				WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
				AND t2.language_code = 'nl'
				AND (
					p.post_status = 'publish' OR 
					p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit'
				)
			) = 0 ) ) 
				) ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 0, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 28679
                    [post_author] => 19
                    [post_date] => 2022-01-24 14:21:59
                    [post_date_gmt] => 2022-01-24 13:21:59
                    [post_content] => Een blogreeks over de Omgevingswet 

Deel 1: doel en opbouw van de Omgevingswet

Op 1 juli 2022 treedt [voor zover nu bekend] de Omgevingswet [‘Ow’] in werking. Deze Omgevingswet heeft een grote impact op iedereen. Niet alleen overheden worden geconfronteerd met de gevolgen van deze nieuwe wet, maar ook bedrijven die activiteiten verrichten en eenieder die te maken krijgt met regels over de ‘fysieke leefomgeving’.

I. De beoogde stelselherziening

De Omgevingswet is het gevolg van een stelselherziening van het omgevingsrecht. Een groot deel van de regels over de fysieke leefomgeving komt samen in één nieuwe wet. Aanleiding hiervoor was de wens om tot eenvoudigere en samenhangende regels te komen op het gebied van het omgevingsrecht. Het huidige omgevingsrecht is versnipperd en verspreid over een groot aantal wetten en AMv’B’s, zoals bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening, Wet geurhinder en veehouderij, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming en het Activiteitenbesluit. De wens is om te komen tot een meer integrale wet waarin alle relevante factoren die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving samenkomen. De Omgevingswet kent een aantal verbeterdoelen ten opzichte van het huidige omgevingsrecht;
  • Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;
  • Het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving;
  • Het vergroten van de bestuurlijke afwegingruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van de doelen van de fysieke leefomgeving;
  • Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

II. Fysieke leefomgeving staat centraal

De Omgevingswet heeft een bredere reikwijdte dan het huidige omgevingsrecht.[1] Mede doordat ook maatschappelijke doelen onderdeel worden van de fysieke leefomgeving.[2] De in deze bepaling neergelegde maatschappelijke doelen geven richting aan de uitvoering en toepassing van de Omgevingswet. Dit geldt zowel voor bedrijven en burgers[3] als voor bestuursorganen. Centraal staat de ‘fysieke leefomgeving’. In de Omgevingswet is in artikel 1.2 Ow bepaald wat in ieder geval onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Het gaat bij de fysieke leefomgeving zowel om de natuurlijke omgeving [denk aan water, bodem, licht, natuur] als om elementen die daarin zijn aangebracht door de mens, denk aan bouwwerken en infrastructuur. Het is dus een breed begrip. Illustratief voor de verbrede reikwijdte ten opzichte van de Wet ruimtelijke ordening [‘Wro’], waarin het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ centraal staat, is bijvoorbeeld dat monumenten onderdeel vormen van de fysieke leefomgeving. Dus de aanwijzing van monumenten en regels daarover maken in het nieuwe stelsel onderdeel uit van het omgevingsplan. Er wordt dus geen losse vergunning meer verleend voor bijvoorbeeld het wijzigen van een monument.[4] Alles komt samen in één vergunning.

III. De opbouw van de omgevingswet

De Omgevingswet is overzichtelijk opgebouwd. Naast de Omgevingswet zelf, zijn er vier AMvB’s en is er één ministeriële regeling:
  • Het besluit kwaliteit leefomgeving [‘Bkl’]: dit besluit stelt regels over de uitoefening van taken en bevoegdheden door bestuursorganen. Deze regels richten zich dus alleen tot bestuursorganen.
  • Het besluit activiteiten leefomgeving [‘Bal’]: dit besluit bevat een groot aantal regels die het Rijk stelt voor een breed scala aan activiteiten met [mogelijke] gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Deze regels gelden dus voor eenieder.
  • Het besluit bouwwerken leefomgeving: [‘Bbl’]: dit besluit bevat alleen regels ten aanzien van bouwactiviteiten, waaronder bouwen en slopen van een bouwwerk. Ook deze regels gelden voor eenieder.
  • Het omgevingsbesluit [‘Ow’]: bevat regels over procedures en algemene onderwerpen. Ook dit besluit is gericht tot eenieder. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld regels over handhaving.
  • De Omgevingsregeling: de omgevingsregeling werkt de hierboven genoemde vier AMvB’s verder uit op een meer gedetailleerd niveau. De regeling is met name uitvoeringstechnisch, administratief of meet- en reken technisch van aard.
Deze AMvB’s vervangen circa vijftig bestaande AMvB’s die onder het huidige recht bestaan in het kader van de ruimtelijke ordening. Daarmee is de regelgeving veel meer gecentraliseerd.

IV. Tot slot

Voor een deel zullen de Omgevingswet, de vier AMvB’s en de Omgevingsregeling regels bevatten die we al kennen uit het huidige ruimtelijke ordeningsrecht. Maar er zal veel gaan veranderen. In deze blogreeks zal ik wekelijks een aantal onderwerpen uit de Omgevingswet aan de orde stellen. Daarbij zal ik met name ingaan op de onderwerpen die voor de praktijk van belang zijn. Daarnaast zal ik updates geven over de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het overgangsrecht. BG.legal zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen. Heeft u een vraag over de Omgevingswet? Neem u dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Rutger Boogers, Advocaat omgevingsrecht Rutger Boogers                 [1] In artikel 1.2 Ow is aangegeven waar de fysieke leefomgeving in ieder geval op ziet. [2] Artikel 1.3 Ow. [3] Gedacht kan worden aan de zorgplicht van artikel 1.6 Ow. [4] Dat heet onder de Ow een ‘omgevingsplanactiviteit’. [post_title] => Omgevingswet: wat staat ons te wachten? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => omgevingswet-wat-staat-ons-te-wachten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-24 14:21:59 [post_modified_gmt] => 2022-01-24 13:21:59 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28679 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 28668 [post_author] => 17 [post_date] => 2022-01-20 09:57:01 [post_date_gmt] => 2022-01-20 08:57:01 [post_content] => De WHOA kan een goede oplossing zijn voor noodlijdende bedrijven. Door middel van het aanbieden van een akkoord kan er worden gekomen tot serieuze sanering van schulden en dus een onderneming met toekomst. Eén van de partijen die een dergelijk dwangakkoord niet opgelegd kan worden is de werknemer. Rechten van werknemers uit de arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van de WHOA. Op 6 december 2021 heeft de Rechtbank te Amsterdam hierover een zogenaamde prejudiciële vraag gesteld aan de Hoge Raad. Deze rechtbank wil namelijk opgehelderd krijgen van de Hoge Raad of pensioenpremies ook onder ‘de rechten van werknemers uit arbeidsovereenkomst’ (artikel 369 lid 4 Faillissementswet) vallen.

Onzekerheid voor de praktijk

Tot op heden is het onduidelijk of vorderingen van een bedrijfstakpensioenfonds (feitelijk de achterstallige pensioenpremie) onder een WHOA akkoord te saneren zijn. De praktijk zit hierdoor met een grote onzekerheid. Net zoals de schuld aan de Belastingdienst kan de schuld aan een bedrijfstakpensioenfonds namelijk flink opgelopen zijn. Als die niet onder de WHOA zou vallen, zou het gevolg zijn dat die premieschulden wél volledig moeten worden betaald. Nu er vaak toch al flink gepuzzeld moet worden met het beschikbare budget en de liquiditeiten bij een WHOA traject, kan dat begrotingstechnisch een flinke streep door de rekening zijn. Dat kan immers betekenen dat er onvoldoende geld is voor de betaling van de bij een WHOA behorende substantiële behandelkosten, de akkoordpenningen én de crediteuren die hun volledige vordering behouden.

Advies van de Hoge Raad

Voorafgaand aan een uitspraak door de Hoge Raad verschijnt er een advies van de advocaat-generaal (A-G). Dat is een wetenschappelijk onderbouwd advies, dat de Hoge Raad niet verplicht hoeft te volgen. Maar in de praktijk gebeurt dat meestal wel. De A-G komt in deze zaak – enigszins verrassend – tot de conclusie dat pensioenpremies inderdaad behoren tot de ‘rechten van werknemers’ en daardoor behoren te vallen onder de uitzondering van artikel 369 lid 4 Faillissementswet (de rechten van werknemers uit de arbeidsovereenkomst). Als de Hoge Raad dit advies volgt, zou een achterstand in betaling van pensioenpremies dus niet onder een dwangakkoord vallen. Dat zou de WHOA uiteraard niet direct onbruikbaar maken, maar vervelend is het wel. Het zal betekenen dat minder ondernemingen via de WHOA geherstructureerd zullen kunnen worden. Helaas is nu nog niet bekend wanneer de Hoge Raad arrest zal wijzen. Zodra dat is gebeurd en de Hoge Raad dus duidelijkheid heeft gecreëerd, zullen wij u daarover uiteraard berichten. Wordt vervolgd dus! Dirk School [post_title] => WHOA en pensioenpremies (I) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => whoa-en-pensioenpremies-i [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-20 09:57:01 [post_modified_gmt] => 2022-01-20 08:57:01 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28668 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 24660 [post_author] => 26 [post_date] => 2022-01-19 09:00:15 [post_date_gmt] => 2022-01-19 08:00:15 [post_content] => BG.legal biedt vastgoedeigenaren en beheerders de mogelijkheid om tegen een vast bedrag van € 250,- het bestemmingsplan te laten screenen voor onder meer het huisvesten van arbeidsmigranten, studenten of expats of het splitsen van woningen. Wij geven in een kort en bondig advies aan wat de mogelijkheden zijn op basis van het bestemmingsplan. Meer informatie kunt u lezen in onze nieuwsbrief Huisvesting arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten huisvesten Onze specialisten arbeidsmigranten: mr. R.J. (Rutger) Boogers en mr. M. (Michael) de Marco Rutger BoogersMichael de Marco [post_title] => Arbeidsmigranten huisvesten? Wat zijn de mogelijkheden? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => arbeidsmigranten-huisvesten-wat-zijn-de-mogelijkheden [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-19 15:35:06 [post_modified_gmt] => 2022-01-19 14:35:06 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24660 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 28640 [post_author] => 17 [post_date] => 2022-01-18 16:23:14 [post_date_gmt] => 2022-01-18 15:23:14 [post_content] => De per 1 januari 2021 ingevoerde WHOA is inmiddels ruim een jaar onderweg. Uit het debuutjaar van de WHOA zijn verschillende (praktijk)lessen te trekken. Een eerste belangrijke les uit die praktijk luidt: zorg dat u er op tijd bij bent. Timing is essentieel. Hoogste tijd voor een nieuw deel in onze blogreeks over de WHOA. Zie de links hieronder voor de eerste vier delen in deze reeks.

Liquide middelen

Het klinkt gezien de ontstane schuldenproblematiek wellicht vreemd, maar het sleutelingrediënt voor een geslaagd WHOA traject is geld. Er moet voldoende liquiditeit beschikbaar zijn om een WHOA traject in te gaan. Dat kan liquiditeit van de onderneming zelf zijn, maar dat kan ook om vreemd vermogen gaan. Dus extern aangetrokken liquiditeit. Niet alleen moet er financiering zijn van de akkoordpenningen – de aan de schuldeisers uit te betalen gedeeltes van hun openstaande vordering – maar er moet ook voldoende (werk)kapitaal zijn voor betaling van de (eventuele) herstructureringsdeskundige of observator, door hen in te schakelen derden zoals een accountant en natuurlijk de eigen adviseur(s). Bij elkaar opgeteld gaat dit om zeer serieuze bedragen. Dit is een onderschat element van de WHOA, vooral voor het MKB, zo blijkt ook uit terugkoppeling van WHOA-rechters.

Ga niet te lang door bij verliezen

In de praktijk hebben wij het afgelopen jaar meermaals met ondernemers gesproken die te laat hulp zoeken en in de veronderstelling zijn dat zij nog een beroep op de WHOA kunnen doen. De benodigde liquiditeit hebben zij echter in een eerder stadium al aangewend ter betaling van een deel van de schuld en daarmee zijn de kansen op een succesvol akkoord substantieel geslonken. Ook zien we dat er feitelijk geen enkele reële (her)financieringsmogelijkheid bestaat van een akkoord en/of de onderneming. De ondernemer is te lang doorgegaan met de dagelijkse, verlieslatende gang van zaken en heeft daarmee de vermogenspositie van de onderneming dusdanig uitgehold, dat deze in een feitelijke faillissementssituatie is komen te verkeren. BG.legal ziet kansen, maar uw adviseur heeft (helaas) geen toverstaf. Bij een dergelijke situatie is het niet mogelijk om te komen tot een succesvolle herstructurering. Gedurende het afgelopen jaar hebben wij klanten soms moeten mededelen dat een WHOA nu niet meer tot de mogelijkheden behoort, maar dat dit in een eerder stadium wellicht anders was geweest. Vaak volgt dan alsnog een faillissement. Een gewaarschuwd ondernemer telt voor twee: een adviesgesprek zal nooit te vroeg komen. U hebt immers zelf al een schuldenproblematiek vastgesteld en wellicht kan er nog op een andere wijze geherstructureerd worden. Een tweede belangrijke les uit de praktijk is namelijk dat de WHOA geen eenvoudig traject is. Rechters stellen hele hoge eisen aan de onderbouwing van het akkoord en het informeren van schuldeisers. De volgende blog zal over die praktijkles gaan. Vormt de WHOA wellicht ook een oplossing voor de schulden van uw onderneming? Of wordt u geconfronteerd met een partij die een WHOA-traject wil starten? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Deel I: De WHOA-procedure Deel II: De inhoud van het akkoord Deel III: De voorbereiding van het akkoord Deel IV: De observator en de herstructureringsdeskundige Dirk School [post_title] => Deel V: timing van een WHOA verzoek is essentieel [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => deel-v-timing-van-een-whoa-verzoek-is-essentieel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-18 16:27:34 [post_modified_gmt] => 2022-01-18 15:27:34 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28640 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 28592 [post_author] => 10 [post_date] => 2022-01-17 14:45:54 [post_date_gmt] => 2022-01-17 13:45:54 [post_content] => Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een factsheet gepubliceerd waarin wordt ingegaan op het door de overheid moeten bieden van gelijke kansen wanneer er sprake is van uitgifte van onroerende zaken.

Didam-arrest

Sinds het zogenaamde Didam-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 is er discussie over de wijze waarop overheden een perceel grond of andere onroerende zaken te koop mogen aanbieden aan andere partijen, en of daarbij mogelijkheden bestaan die grond of onroerende zaken exclusief aan een partij te koop aan te bieden. Bij deze transacties kunnen onder meer de aanbestedingsregels (bijvoorbeeld het organiseren van een openbare selectie- en biedprocedure), staatssteunregelgeving (bijvoorbeeld kan gronduitgifte aan een specifieke partij staatssteun opleveren) of regelgeving inzake schaarse rechten (denk bijvoorbeeld aan de Dienstenrichtlijn (schaarse vergunningen) of de naleving van bestuurs- en/of Europeesrechtelijke beginselen zoals het gelijkheidsbeginsel) een rol spelen. In het Didam-arrest is een oordeel gegeven over de vraag of de overheid een perceel grond exclusief aan een partij te koop mag aanbieden of dat het alle gegadigden een kans moet bieden om het perceel te kopen. De Hoge Raad oordeelt dat overheden onroerende zaken niet langer uitsluitend aan een partij te koop kunnen aanbieden. Ook andere geïnteresseerde partijen krijgen via een openbare selectie de ruimte om mee te bieden. Als redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts een serieuze partij in aanmerking komt voor de aankoop van de onroerende zaak is onderhandse verkoop wel mogelijk. Dit moet dan op grond van objectieve, toetsbare en redelijke  criteria worden vastgesteld. Overheden moeten informatie hierover vooraf bekend maken. Deze verplichtingen volgen uit het gelijkheidsbeginsel, waaraan overheden zijn gebonden. Op dit punt verschilt de positie van overheden van die van een private partij.

Factsheet

In de factsheet wordt een antwoord gegeven op de belangrijkste vragen die het Didam-arrest oproept en de gevolgen hiervan. Een groot deel van de factsheet gaat over in dit stadium vooral voor overheden van belang zijnde hier niet verder behandelde vragen als
  • Aan welke vereisten dient een selectieprocedure te voldoen?
  • Wanneer dient er een selectieprocedure te worden toegepast?
  • Welke selectiecriteria kan een overheidslichaam hanteren?
  • Wanneer kan een overheidslichaam afzien van een selectieprocedure?
  • Wanneer is sprake van ‘slechts één serieuze gegadigde’?
  • De conclusie dat er maar één serieuze gegadigde is, moet op ‘objectieve, toetsbare en redelijke criteria’ worden gebaseerd. Zijn dit dezelfde criteria die een overheidslichaam kan hanteren bij een selectieprocedure?
  • Geldt er een ondergrens voor de plicht om een selectieprocedure toe te passen?
  • De Hoge Raad vult het gelijkheidsbeginsel in door een passende mate van openbaarheid voor te schrijven. Wat is een passende mate van openbaarheid?
  • Welke termijnen kunnen worden gehanteerd?
Enkele van de in de factsheet behandelde vragen en antwoorden die in dit stadium vooral voor marktpartijen van belang zijn worden hier weergeven.

Wat is de reikwijdte van het arrest? Is het arrest ook van toepassing op andere vormen van gronduitgifte?

Uit het arrest volgt dat een overheidslichaam bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomst en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en daarmee het gelijkheidsbeginsel in acht moet nemen. De Hoge Raad oordeelt dat dit dus ook geldt voor de beslissing met wie en onder welke voorwaarden het overheidslichaam een overeenkomst tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak sluit. Gelet op deze algemene formulering dient er terdege rekening mee te worden gehouden dat het arrest ook van belang kan zijn voor andere vormen van gronduitgifte, zoals erfpacht- en opstalrechten, maar ook persoonlijke gebruiksrechten zoals huur, ruil, bruikleen, pacht en andere (aan de ontwikkeling en realisatie van) vastgoed gerelateerde overeenkomsten zoals publiek-private samenwerkingsovereenkomsten waarin dergelijke rechten worden vergeven. De precieze reikwijdte van het arrest zal zich uiteindelijk moeten uitkristalliseren in de jurisprudentie.

Wat betekent het arrest voor reeds verkochte en geleverde onroerende zaken?

Het ligt op dit moment niet voor de hand dat overeenkomsten waarin de door de Hoge Raad voorgestane mededingingsruimte destijds niet is geboden alsnog zonder meer nietig of vernietigbaar zouden zijn. Een en ander zal steeds mede afhangen van de specifieke omstandigheden van het geval. Daarbij zal aannemelijk een rol kunnen spelen dat de verplichting voor overheidslichamen om bij gronduitgifte mededingingsruimte te bieden, voor veel partijen als een nieuwe ontwikkeling wordt gezien.

Wat betekent het arrest voor lopende onderhandelingen?

In gevallen waarin sprake is van lopende onderhandelingen waarbij nog geen overeenkomst tot stand is gekomen (en nog geen selectieprocedure is toegepast die voldoet aan het arrest), ligt het in de rede dat de onderhandelingen door het overheidslichaam waar mogelijk tijdelijk worden opgeschort. Voordat hiertoe wordt besloten, zullen alle relevante omstandigheden in kaart moeten worden gebracht. Hierbij kunnen onder meer goedkeuringsvoorbehouden of andere opschortende/ontbindende voorwaarden van belang zijn. Gedurende de opschorting van de onderhandelingen zal het overheidslichaam zo nodig een nadere afweging kunnen maken of het genoegzaam kan motiveren dat de beoogde contractuele wederpartij redelijkerwijs als enige serieuze gegadigde is aan te merken op basis van objectieve, toetsbare en redelijke criteria (zie hierover nader vraag 7-8). Indien dit het geval is, zal het voornemen tot (onderhandse) verkoop moeten worden gepubliceerd. In deze kennisgeving zal moeten worden gemotiveerd waarom op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria bij voorbaat vaststaat / redelijkerwijs mag worden aangenomen dat alleen deze partij als serieuze gegadigde in aanmerking komt. Zo nodig dient daarbij te worden bepaald of overeengekomen dat in het geval zich toch een andere serieuze gegadigde aandient, alsnog een selectieprocedure wordt gevolgd. Daarbij zal bijzondere aandacht moeten worden gegeven aan de vraag hoe in een dergelijke selectieprocedure een level playing field kan worden gewaarborgd, gelet op de eerdere betrokkenheid van de partij waarmee tot dan toe is onderhandeld.

Kan een overheidslichaam schadeplichtig zijn wegens het afbreken van onderhandelingen omdat het aangaan van een overeenkomst niet in lijn is met het arrest?

Het afbreken van (vergevorderde) onderhandelingen kan onder omstandigheden leiden tot schadeplichtigheid. Partijen zijn evenwel in beginsel vrij lopende onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Voor het kunnen aannemen van die onaanvaardbaarheid geldt volgens vaste rechtspraak een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf. Bij de vraag of dat gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt kunnen uiteraard ook  goedkeuringsvoorbehouden of eventueel andere in dit verband relevante opschortende/ontbindende voorwaarden een rol spelen. Veel hangt hier dus af van de concrete omstandigheden van het geval. De vraag of er schadeplichtigheid zou kunnen ontstaan, vereist dus steeds een concrete toetsing.

Wat kunnen overheidslichamen en marktpartijen doen om te voorkomen dat in de toekomst wordt gehandeld in strijd met het Didam-arrest?

Overheidslichamen en marktpartijen zullen gezamenlijk in goed overleg tot een werkwijze moeten komen die strookt met het Didam-arrest. Overheidslichamen die reeds beschikken over een vastgesteld beleid voor het selecteren van partijen voor verkoop van (bebouwde of onbebouwde) onroerende zaken, doen er verstandig aan na te gaan of dit beleid nog in overeenstemming is met het arrest. Zo nodig kunnen zij dit beleid herijken. Overheidslichamen die nog geen selectiebeleid hebben geformuleerd en regelmatig onroerende zaken verkopen, zouden kunnen overwegen een dergelijk beleid te formuleren. Tot slot is het van belang de ontwikkelingen in de rechtspraak waarin nadere duiding wordt gegeven aan het arrest van de Hoge Raad, goed te volgen. Rik Wevers   [post_title] => Gelijke kansen bij uitgifte onroerende zaken door overheid [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => gelijke-kansen-bij-uitgifte-onroerende-zaken-door-overheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-17 15:34:27 [post_modified_gmt] => 2022-01-17 14:34:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28592 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 28566 [post_author] => 39 [post_date] => 2022-01-14 08:54:28 [post_date_gmt] => 2022-01-14 07:54:28 [post_content] =>

Inleiding

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad duidelijkheid verschaft over de vraag of huurders aanspraak kunnen maken op huurkorting vanwege de coronamaatregelen. Deze uitspraak volgt naar aanleiding van een aantal prejudiciële vragen die de rechtbank Limburg eerder dat jaar aan de Hoge Raad stelde. De uitspraak van de Hoge Raad volgt de eerder genomen conclusie van A-G Wissink op grote lijnen.

Recht op huurkorting

De Hoge Raad overweegt dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid oplevert ten aanzien van huurovereenkomsten die vóór 15 maart 2020 zijn gesloten. De Hoge Raad volgt hiermee de tendens uit de lagere rechtspraak (zoals eerder in dit blog besproken) en de conclusie van de A-G. Het voorgaande betekent dat huurders een succesvol beroep kunnen doen op onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. Voor huurovereenkomsten die na de hiervoor genoemde datum zijn gesloten is dit niet noodzakelijkerwijs het geval en moet dit van geval tot geval beoordeeld worden. Het is in ieder geval goed te verdedigen dat voor een huurovereenkomst die tijdens de coronacrisis is gesloten in veel gevallen overheidsmaatregelen als gevolg van de coronacrisis niet onvoorzien zijn. In afwijking van de genoemde conclusie van de A-G en diverse opvattingen in de literatuur overweegt de Hoge Raad dat de coronacrisis, althans het als gevolg daarvan niet of slechts beperkt kunnen exploiteren van het gehuurde, géén gebrek oplevert in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. Veel impact zal deze beslissing in de praktijk niet hebben nu in veel gevallen de ROZ-voorwaarden worden gehanteerd en de gebrekenregeling als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW is uitgesloten. Ook kunnen huurders in veel gevallen dus aanspraak maken op wijziging van de huurovereenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden.

Op welke korting heeft de huurder recht?

In de lagere rechtspraak werd verschillend omgesprongen met de berekening van de huurkorting. Op welk percentage van de huurprijs heeft de huurder bijvoorbeeld recht? Is dit in gelijke delen (in de literatuur ook wel de share the pain methodiek genoemd) en is daarbij sluiting of niet-sluiting relevant? Of is dit omzetafhankelijk? En zo ja, zijn bepaalde tegemoetkomingen, zoals in ieder geval de TVL-steun relevant? Grofweg zijn er twee stromingen ontstaan, enerzijds de stroming waarbij de TVL-steun bij de omzet werd opgeteld (rechtbank Amsterdam) en anderzijds de stroming waarbij de TVL-steun in mindering moet worden gebracht op de huur (rechtbanken Gelderland en Overijssel en uiteindelijk ook het gerechtshof Amsterdam, de zogenoemde vaste lastenmethode). In het laatste geval valt de huurkorting in de regel (vele malen) lager uit. In dit blog is mijn collega Rutger Boogers uitgebreid ingegaan op de verschillende berekeningsmethoden. De Hoge Raad volgt de hiervoor bedoelde vaste lastenmethode. Dit wil zeggen dat bij de berekening van de huurkorting een correctie dient plaats te vinden door de TVL-steun (let wel de steun waar de huurder fiscaal recht op heeft en niet de steun die de huurder daadwerkelijk ontvangt) in mindering te brengen op de huurprijs en vervolgens de lasten gelijk (50/50) te verdelen. Om een ander duidelijk(er) te maken heeft de Hoge Raad in de uitspraak van 24 december 2021 een rekenvoorbeeld toegevoegd:                               Van belang is overigens dat de ‘totale werkelijke vaste lasten’ in deze berekening kunnen worden meegenomen en niet een fictief percentage dat het CBS hanteert bij de berekening van de TVL-steun.

Overige gezichtspunten

De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 24 december 2021 nog een aantal andere, nog niet aanbod gekomen relevante zaken benoemd:
  • De uitspraak ziet op alle 7:290-bedrijfsruimten en is niet beperkt tot enkel de horeca;
  • Onder onvoorziene omstandigheden valt niet slechts de periode dat men gedwongen moest sluiten, maar ook andere overheidsmaatregelen als gevolg waarvan het gehuurde niet of slechts beperkt kon worden geëxploiteerd;
  • Het uitgangspunt is de 50/50 verdeling van de huurprijs (na de TVL correctie). De Hoge Raad overweegt dat de redelijkheid en billijkheid kan meebrengen dat een andere verdeling wordt gehanteerd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de financiële positie van de verhuurder of huurder dit rechtvaardigt.

Hoe nu verder?

Met de uitspraak van 24 december 2021 is het voor huurders en verhuurders duidelijk dat de coronacrisis een onvoorziene omstandigheid vormt, in ieder geval voor huurovereenkomsten die voor 15 maart 2020 zijn gesloten. Ook is de wijze waarop de huurkorting berekend dient te worden duidelijk. Toch zijn er een aantal die in de toekomst tot geschillen kunnen leiden. Hoe moet het verder met huurders die ten onrechte een te groot deel van de huurprijs (bijvoorbeeld 50/50 zonder enige TVL/omzetcorrectie) onbetaald laten? Heeft de verhuurder in dat geval recht op buitengerechtelijke kosten, rente en/of contractuele boetes? Mij is tot op heden geen uitspraak bekend waarin de rechter naast de onbetaald gelaten huurprijs ook boetes, rente en/of buitengerechtelijke kosten toewees. Het is, nu de Hoge Raad een duidelijk toetsingskader heeft geschapen, maar de vraag in hoeverre het nog langer redelijk is dat enkel de huurachterstand in een gerechtelijke procedure wordt toegewezen. In dit blog heb ik daar eerder kort bij stilgestaan. Het is voor de verhuurder slechts mogelijk om de hoogte van de huurkorting te berekenen indien de huurder alle voor de hiervoor besproken berekeningsmethode relevante gegevens. Kan het van de huurder redelijkerwijs worden verlangd dat hij openheid van zaken geeft inzake zijn omzetcijfers? En staat het de huurder vrij om een referentiejaar te kiezen die voor hem het meest gunstig is? Mij lijkt op voorhand dat beide vragen bevestigend moeten worden beantwoord. Tot slot is het nog interessant hoe moet worden omgegaan met addenda op huurovereenkomsten die voor 15 maart 2020 zijn gesloten. Als een addendum wordt opgevat als nieuw of nieuw onderdeel van de huurovereenkomst, dan heeft dit mogelijk gevolgen voor de voorzienbaarheid van de gevolgen van de coronacrisis. Mij lijkt dat dit erg afhankelijk is van de partijbedoelingen en dient per geval te worden beoordeeld. Heeft u meer vragen over de gevolgen van de coronacrisis voor uw huurovereenkomst? Neem dan gerust vrijblijvend contact op. Michael de Marco [post_title] => Hoge Raad: horeca en winkelruimten recht op huurkorting [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => hoge-raad-horeca-en-winkelruimten-recht-op-huurkorting [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-14 08:54:28 [post_modified_gmt] => 2022-01-14 07:54:28 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28566 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 28557 [post_author] => 59 [post_date] => 2022-01-13 15:38:51 [post_date_gmt] => 2022-01-13 14:38:51 [post_content] => Bent u van plan uw merknaam, logo of model te registreren? Dan hebben wij goed nieuws voor u! Het EUIPO heeft een nieuwe kortingsregeling aangekondigd voor het jaar 2022, waarmee ondernemingen korting krijgen op hun merk- en modelregistraties.

Wat houdt de regeling in?

Europese MKB-bedrijven hebben de mogelijkheid om een subsidie aan te vragen, waarmee ze korting krijgen op de taxe. Waar bij de kortingsregeling in 2021 alleen subsidie werd verleend voor nationale en Europese merkregistraties, heeft het EUIPO dit jaar ook internationale registraties toegevoegd. Daarnaast geldt de korting nu niet meer alleen voor de basistaxe, maar ook voor aanvullende klassen bij nationale en Europese registraties. Goed nieuws dus! De kortingen zijn als volgt:
  • 75% korting op de totale taxe voor Europese en nationale merk- en modelregistraties.
  • 50% korting op de basistaxe voor internationale merk- en modelregistraties.
Het maximumbedrag dat u kunt ontvangen, is het totaalbedrag van EUR 1.500, =.

Wanneer kan de kortingsregeling aangevraagd worden?

Het EUIPO heeft in totaal een budget van 15 miljoen euro vrijgemaakt, waarbij geldt: wie het eerst komt, het eerst maalt. De aanvraagperiode loopt van 10 januari 2022 tot en met 16 december 2022.

Hoe kan ik de kortingsregeling aanvragen?

De kortingsregeling kan aangevraagd worden via het EUIPO. Bij deze aanvraag is het nodig om een aantal documenten te uploaden en informatie door te geven. Wij helpen u graag met het indienen van de aanvraag en het registeren van uw merk of model. Onze werkzaamheden voor het aanvragen en afhandelen van de kortingsregeling, zitten bij de kosten van de merk- of modelregistratie inbegrepen.

Vragen?

Heeft u interesse in een merk- of modelregistratie? Of heeft u vragen over de kortingsregeling? Neem contact op met Frédérique Kuiper via kuiper@bg.legal.   [post_title] => Kortingsactie merk- en modelregistratie 2022 [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => kortingsactie-merk-en-modelregistratie-2022 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-13 15:38:51 [post_modified_gmt] => 2022-01-13 14:38:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28557 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 28539 [post_author] => 2 [post_date] => 2022-01-11 11:44:20 [post_date_gmt] => 2022-01-11 10:44:20 [post_content] => De huizenmarkt is zwaar overspannen. Er is krapte op de woningmarkt en de prijzen stijgen meer dan gemiddeld. De roep om extra woningen is groot en daarnaast zijn er zorgen dat nieuwe woningen wel voor de juiste doelgroep beschikbaar komen. De Rijksoverheid en gemeenten willen meer grip op de woningmarkt krijgen door nieuwe wetgeving en door het treffen van maatregelen. Gemeenten gebruiken onder andere de volgende middelen:
  • Het anti-speculatiebeding;
  • Het opleggen van een zelfbewoningsplicht;
  • Het invoeren van opkoopbescherming.
In deze bijdrage zal hierop ingegaan worden.

Het anti-speculatiebeding

Om te voorkomen dat met een nieuw gebouwde woning gespeculeerd wordt en die door de bouwer of eerste eigenaar meteen met winst wordt doorverkocht, zonder daar zelf te gaan wonen, kan in de leveringsakte voor een bouwkavel of voor een nieuwbouwwoning een anti-speculatiebeding opgenomen worden. Daarin verplicht de koper zich om gedurende een bepaalde periode van bijvoorbeeld één of twee jaar niet tot verkoop en levering aan een ander over te gaan zonder toestemming van de gemeente. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het opleggen van een anti-speculatiebeding geen onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht oplevert en dus is toegestaan zolang het geen beperking oplevert van het recht van vrije vestiging. Aan het anti-speculatiebeding wordt vaak een boete gekoppeld en naleving zal dus via privaatrechtelijke weg plaatsvinden. De gemeente kan daartegen niet met publiekrechtelijke middelen, zoals een last onder dwangsom, optreden.

De zelfbewoningsplicht

Bij de zelfbewoningsplicht dient de koper van een bouwkavel of woning die (daarop gebouwde) woning gedurende een bepaalde periode zelf te bewonen. De zelfbewoningsplicht is niet wettelijk geregeld, maar in de rechtspraak wel aanvaard, zodat geen regels voor de duur daarvan gelden. In de praktijk komt een termijn van drie à vijf jaar voor. Ook de naleving van de zelfbewoningsplicht dient privaatrechtelijk gehandhaafd te worden. De zelfbewoningsplicht beperkt het eigendomsrecht zodat hoe langer die verplichting duurt hoe eerder de rechter zal oordelen dat de periode disproportioneel is. Rechtvaardiging zelfbewoningsplicht In deze overspannen woningmarkt leggen meer en meer gemeenten de zelfbewoningsplicht op. Er moet echter wel een noodzaak bestaan. Zo mag van gemeenten verwacht worden dat de krapte op de woningmarkt in de betreffende gemeente wordt aangetoond. De zelfbewoningsplicht mag ook niet voor alle woningen gelden. In het hogere segment is er geen of minder krapte, zodat de verplichting daarvoor niet gerechtvaardigd is. De grens wordt bereikt bij woningen waarvoor geen Nationale hypotheekgarantie meer verkregen kan worden. Die grens ligt op dit moment op € 355.000,=, maar veel gemeenten leggen de grens bij € 500.000,= à € 600.000,=. Aangezien de zelfbewoningsplicht privaatrechtelijk wordt opgelegd hebben gemeenten de beste mogelijkheid om die op te leggen bij uitgifte van gemeentelijke bouwgrond. De zelfbewoningsplicht wordt dan opgelegd bij de verkoop en levering van de grond of bij de uitgifte in erfpacht. Vaak wordt ook een kwalitatieve verplichting en kettingbeding met boetes aan de zelfbewoningsplicht gekoppeld. Daarmee wordt bereikt dat de verplichting door de koper ook weer wordt opgelegd aan een opvolgende verkrijger. In het geval dat een gemeente geen grondpositie heeft maar afhankelijk is van de grondpositie van een projectontwikkelaar of aannemer, kan een gemeente de zelfbewoningsplicht opleggen via een met de projectontwikkelaar of aannemer te sluiten anterieure overeenkomst. In een dergelijke overeenkomst worden afspraken gemaakt over het bijdragen in openbare en infrastructurele kosten, verhaal van planschades en het verkrijgen van planologische medewerking. Aangezien de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening de mogelijkheid bieden om anti-speculatieregels (waartoe de zelfbewoningsplicht gerekend kan worden) voor sociale huur- en koopwoningen op te nemen in een gemeentelijk exploitatieplan, wordt aangenomen dat een gemeente daarover ook afspraken met een projectontwikkelaar of aannemer kan maken in een anterieure overeenkomst.

Opkoopbescherming

Op 1 januari 2022 is de Wet opkoopbescherming en tijdelijke verhuur in werking getreden. Deze wet ziet op wijziging van de Huisvestingswet en van het Burgerlijk Wetboek. In dat wetboek worden ruimere mogelijkheden opgenomen voor het sluiten van tijdelijke huurovereenkomsten. De wijziging van de Huisvestingswet strekt ertoe om gemeenteraden de bevoegdheid te geven om een opkoopbescherming voor (een) nader te bepalen gebied(en) in te voeren in de vorm van een verbod om woningen zonder vergunning te verhuren. Dat wordt dan geregeld in de gemeentelijke huisvestingsverordening. De gemeenteraad zal wel moeten aantonen dat in bepaalde gebieden van de gemeente door schaarste aan goedkope en middel dure woningen onevenwichtige en onrechtvaardige effecten op de woningmarkt optreden. Invoering van de opkoopbescherming is ook mogelijk om het behoud van de leefbaarheid van een buurt te verzekeren, ongeacht de vraag of sprake is van schaarste. De gemeente zal dus wel moeten onderbouwen dat de opkoopbescherming (in de vorm van een verbod om zonder vergunning te verhuren) noodzakelijk en effectief is. Het verbod om zonder vergunning te verhuren geldt alleen voor koopwoningen die na invoering van het verbod in een door de gemeenteraad aangewezen gebied worden aangekocht en voor woningen die minder dan zes maanden in verhuurde staat waren op het moment van eigendomsoverdracht. In het geval van doorverkoop van de woning blijft de opkoopbescherming gelden voor woningen die met vergunning verhuurd zijn. De opvolgend eigenaar dient dan een nieuwe vergunning aan te vragen. De per 1 januari jl. ingevoerde opkoopbescherming blijft vooralsnog voor een beperkte periode van drie jaar gelden. De opkoopbescherming komt dan mogelijk te vervallen indien er geen krapte meer op de woningmarkt is.

Uitzonderingen

Voor alle maatregelen geldt dat gemeenten uitzonderingen kunnen toestaan. Daarbij kan gedacht worden aan situaties van echtscheiding, schuldsanering, noodzakelijke verhuizing wegens werk elders of een executieveiling/openbare verkoop van de woning door de bank.

Afronding

Met de hiervoor genoemde instrumenten hebben gemeentes een gereedschapskist om de krapte op de woningmarkt tegen te gaan. Het zijn echter geen tovermiddelen. De noodzaak en de effectiviteit van de maatregelen zal steeds onderbouwd moeten worden en de duur van de maatregelen en de categorieën van woningen is begrensd, omdat de maatregelen op gespannen voet met het eigendomsrecht kunnen staan. De maatregelen gelden slechts voor goedkope en middel dure koopwoningen. Tenslotte is de effectiviteit van de maatregelen sterk afhankelijk van de daadkracht van een gemeente. Kim Albert [post_title] => De zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-zelfbewoningsplicht-en-opkoopbescherming [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-11 11:44:20 [post_modified_gmt] => 2022-01-11 10:44:20 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28539 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 28526 [post_author] => 6 [post_date] => 2022-01-07 09:55:58 [post_date_gmt] => 2022-01-07 08:55:58 [post_content] => Ik ben opdrachtgever voor de bouw van een app. Een app is een stuk software. Voor de bouw schakel ik een app/software developer in. Ik geef aan wat de functionaliteiten van de app moeten zijn, iets over de look and feel van de app, misschien zelfs voorbeelden van apps die ik goed vind en voorbeelden van apps die ik juist niet goed vind, en ik stuur het ontwikkelingsproces aan (ik zit er ‘bovenop’). Ik geef gedurende het hele proces van ontwikkeling actief feedback en ik maak de keuzes in vormgeving.

Wie heeft het auteursrecht op de app (software/website)?

Deze vraag wordt beantwoord door de Auteurswet. Een app is software en art. 10 Auteurswet bepaalt dat dit een werk in de zin van de Auteurswet kan zijn. Wie is ‘maker’ van een werk:
  • Degene die het werk heeft gemaakt
  • Degene die als maker op het werk wordt vermeld
  • Degene onder wiens ‘leiding en toezicht’ het werk tot stand is gebracht
  • Degene naar wiens ontwerp en onder wiens leiding en toezicht het werk tot stand is gebracht.
  • De werkgever, indien het werk door een werknemer tot stand is gebracht (hier valt dus niet onder de stagiaire, student, ZZP’er, of anderen dan een werknemer).
  • De organisatie die het werk openbaar maakt.

Hoe word ik als opdrachtgever eigenaar van het auteursrecht?

De Auteurswet bepaalt dat auteursrecht alleen wordt overgedragen door een ‘daartoe bestemde akte’. Dit betekent een schriftelijk stuk waar in staat: ‘A draagt het auteursrecht op de App (beschrijf deze bijvoorbeeld in de bijlage) over aan B, en B accepteert deze overdracht’. Er zijn weinig formaliteiten aan een dergelijke akte. Dat hoeft dus geen notariële akte te zijn. Het kan, bij wijze van spreken, de achterkant van een bierviltje zijn. Met formuleringen zoals ‘Opdrachtgever zal eigenaar worden van de app/software’ wordt geen auteursrecht overgedragen. Dit is slechts een intentie. Daar is dan nog een aparte handeling (akte) voor nodig.

Kan het auteursrecht al worden over gedragen terwijl het werk nog ontwikkeld moet worden?

Ja, je kunt een ‘overdracht bij voorbaat’ overeen komen. Dit betekent dat je schriftelijk vastlegt dat het auteursrecht, zodra dit ontstaat doordat een werk tot stand komt, automatisch wordt overgedragen. Dus zodra een app/software wordt ontwikkeld door een software developer, dan wordt de opdrachtgever automatisch eigenaar (‘auteursrechthebbende’). Het beste moment om dit overeen te komen is bij het verstrekken van de opdracht. Als opdrachtgever zou je het als voorwaarde kunnen verbinden aan het verstrekken van de opdracht. Als opdrachtgever is je onderhandelingspositie het beste vóór het verstrekken van de opdracht. Wanneer je ná het verstrekken van de opdracht alsnog moet overeen komen dat het auteursrecht wordt overgedragen, dan bevind je je als opdrachtgever in een nadelige (afhankelijke) positie. De maker (opdrachtnemer/software developer) onderhandelt vanuit de positie dat hij maker en dus auteursrechthebbende is.

Wanneer word ik als opdrachtgever ‘maker’ wanneer ik het ontwerp voor de app lever en toezicht houdt op de totstandkoming van de app?

Ik vergelijk het vaak met ‘handjes’ en ‘hoofd’. Het hoofd wordt aangemerkt als maker en auteursrechthebbende. Het hoofd bepaalt; de handjes voeren (naar ontwerp en onder toezicht) uit van het hoofd bepaalt. Bij de ontwikkeling van software (waar de developer veel keuzes moet maken bij het schrijven van de code) wordt aangenomen dat de software developer, in de meeste gevallen, de maker (het hoofd) is. Ook wanneer de opdrachtgever duidelijke wensen heeft over functionaliteiten, vormgeving, etc. Slechts zelden wordt de software developer als ‘handjes’ aangemerkt. Wanneer de software developer vrijheid heeft /keuzes kan maken bij het realiseren van het werk (schrijven van de code), dan wordt hij vaak toch als de maker aangemerkt. Dit is alleen anders wanneer de opdrachtgever ‘in control’ is over de softwarematige keuzes die de software developer maakt om van ‘functioneel ontwerp’ te komen tot app. Dit is een uitzondering en zal niet snel voor komen.

Gemeenschappelijk auteursrecht

Wanneer meerdere partijen het werk hebben gecreëerd en de bijdrage van een partij is niet te scheiden van de bijdrage van anderen, dan is een gemeenschappelijk auteursrecht ontstaan. Partijen kunnen ook afspreken dat het auteursrecht gemeenschappelijk is. Soms is daar een akte van overdracht voor nodig. Toch is het de vraag of een gemeenschappelijk auteursrecht een goed idee is. Een gemeenschappelijk auteursrecht heeft als gevolg dat voor alle exploitatie beslissingen de auteursrechthebbenden een gezamenlijke beslissing moeten nemen. Wanneer de auteursrechthebbende geen overeenstemming bereiken, dan kunnen partijen niks zelfstandig beslissen. In geval van een gemeenschappelijk auteursrecht is het verstandig schriftelijke afspraken te maken over het einde van de samenwerking (‘exit’). Wie mag dan wat?

Nachtmerrie scenario

Voor een opdrachtgever is het nachtmerrie scenario dat hij (veel) geld heeft betaald voor het ontwerp en de ontwikkeling van software en de software developer aanpassing/verdere ontwikkeling frustreert omdat partijen het niet eens kunnen worden over voorwaarden/kosten van verdere ontwikkeling. De opdrachtgever wil dan een andere partij inschakelen en de software developer frustreert aanpassing van de software met een beroep op het auteursrecht. Dan moet zich dit vaak oplossen met een financiële afkoopsom die de opdrachtgever moet betalen aan de software developer.

Poll

Wij hebben een poll georganiseerd over deze vraag. De vraag was: Ik heb opdracht gegeven voor het bouwen van een app en heb inmiddels € 150.000,= betaald. Van wie is het auteursrecht op de app? De respondenten gaven de volgende antwoorden: 30%       : van de opdrachtgever 53%       : van de software bouwer 17%       : van allebei Het antwoord is dus: van de software developer. Een gemeenschappelijk auteursrecht is mogelijk, maar vaak een ramp

Conclusie

Het uitgangspunt is dat de software developer/app bouwer/website bouwer maker is van het ‘werk’ en ‘auteursrechthebbende’ is ten aanzien van het werk (app/software/website). Ook wanneer het werk wordt gebouwd op basis van duidelijke instructies en functionele eisen die een opdrachtgever stelt. Dit betekent dat je als opdrachtgever, in een zo vroeg mogelijk stadium, overdracht van auteursrecht, zou moeten overeen komen met de software developer (website bouwer). Deze aarzelt daar soms bij omdat hij softwarematige oplossingen die hij in de app/software/website gebruikt, vaker wil kunnen gebruiken. Daar is een prima oplossing voor te bereiken. Dit hoeft dus geen obstakel te zijn voor overdracht van het auteursrecht. Mocht je vragen hebben over auteursecht op een app/software/website dan kun je contact opnemen met Jos van der Wijst (wijst@bg.legal). Jos van der Wijst [post_title] => Wie heeft auteursrecht op software/vormgeving app/website? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wie-heeft-auteursrecht-op-software-vormgeving-app-website [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-07 09:55:58 [post_modified_gmt] => 2022-01-07 08:55:58 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28526 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 28513 [post_author] => 16 [post_date] => 2022-01-06 16:44:36 [post_date_gmt] => 2022-01-06 15:44:36 [post_content] =>

Ziekenhuis aansprakelijk, fout OK-medewerkers of gebrekkig hulpmiddel?

In 2017 heeft een patiënte een operatie ondergaan onder algehele narcose. Aan het eind van de operatie, terwijl patiënte nog onder narcose was, is zij van het matras op de grond gevallen en liep hierbij letsel op.

De casus

Patiënte is geopereerd door een orthopedisch chirurg onder algehele narcose. Bij de operatie is gebruik gemaakt van een operatiematras. Een dergelijk matras wordt vacuüm gezogen om de patiënt op de operatietafel te stabiliseren en in de juiste operatiepositie te houden. Na de operatie, terwijl patiënte nog volledig onder narcose was, is zij van de matras gegleden en op de grond terecht gekomen. Blijkbaar was het operatiematras tijdens de operatie niet vacuüm gebleven en is zacht geworden. Hierdoor verloor het matras de stabiliserende werking.

Aansprakelijkstelling

De patiënte stelt het ziekenhuis aansprakelijk:
  1. Op basis van gebruik van een ondeugdelijk hulpmiddel [het betreffende matras], waarvoor het ziekenhuis risico aansprakelijk is.
  2. Op basis van de stelling dat het matras tijdens de operatie door een handeling van het OK personeel per ongeluk lek is gestoken.
Er zijn aldus 2 scenario's.

Verweer ziekenhuis

Het ziekenhuis stelt:
  1. Er is geen letsel opgelopen.
  2. Toedracht van het incident staat niet vast, nader onderzoek is noodzakelijk.
  3. OK medewerkers hebben gehandeld op een manier die van een redelijk handelend zorgverlener onder gelijke omstandigheden mocht worden verwacht.
  4. Er is een goed en betrekkelijk nieuw matras gebruikt. Dat deze achteraf defect bleek, wat niet op voorhand kon worden gezien, is evenmin een reden om onzorgvuldig handelen aan te nemen.

Beoordeling rechtbank

Dat er discussie is over wel of niet opgelopen letsel staat niet in de weg om tot een oordeel te komen inzake de aansprakelijkheid. De rechtbank stelt voorop dat er een behandelingsovereenkomst is tussen [de medewerkers van] het ziekenhuis en patiënte. Op het ziekenhuis rust een centrale aansprakelijkheid voor tekortkomingen van haar medewerkers. Ook al staat de toedracht niet exact vast. De oorzaak van de val is gelegen in het feit dat de operatiematras onbedoeld niet vacuüm is gebleven. De rechtbank behandelt de 2 scenario's.

Scenario A

Indien er sprake is geweest van het scenario dat het matras per ongeluk is lek gestoken is het ziekenhuis aansprakelijk. Alhoewel niet uit onderzoek blijkt dat het matras lek is geraakt door toedoen van OK medewerkers, bv met een scherp voorwerp per abuis lek gestoken, is de rechtbank van mening dat er sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de OK medewerkers. Overigens hebben medewerkers van het ziekenhuis het matras weggegooid zodat onderzoek ook niet [meer] mogelijk is.

Scenario B

Voor gebruik van een ondeugdelijk medisch hulpmiddel is het ziekenhuis aansprakelijk. Het betreffende matras was immers ongeschikt nu het niet voldeed aan de eisen die men daaraan mag stellen [stabilisatie]. De toerekening van het gebruik van het ondeugdelijk operatiematras rekent de rechtbank toe aan het ziekenhuis. - het ziekenhuis heeft het matras geselecteerd en ingekocht. Het ligt dan ook in haar risicosfeer. - het ziekenhuis was in staat om het matras op een afdoende manier te controleren. - het ziekenhuis kan regres halen op de leverancier. - tevens is van belang dat het ziekenhuis tegen een aansprakelijkheid als het onderhavige zich heeft verzekerd. Aldus de rechtbank.

Conclusie

Het ziekenhuis is dus linksom of rechtsom aansprakelijk voor eventueel uit het incident voortvloeiende schade, alhoewel scenario A niet vast staat en de rechtbank inzake het gebruik van een ongeschikt hulpmiddel, de patiënt ook naar de producent had kunnen verwijzen conform de uitspraak van de Hoge Raad in 2020 inzake het gebruik van een medisch ongeschikt hulpmiddel. Volledige uitspraak: ECLI:NL:RBAMS:2021:7281 Edith de Koning     [post_title] => Val van operatietafel [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => val-van-operatietafel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-06 16:44:36 [post_modified_gmt] => 2022-01-06 15:44:36 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28513 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 28679 [post_author] => 19 [post_date] => 2022-01-24 14:21:59 [post_date_gmt] => 2022-01-24 13:21:59 [post_content] => Een blogreeks over de Omgevingswet

Deel 1: doel en opbouw van de Omgevingswet

Op 1 juli 2022 treedt [voor zover nu bekend] de Omgevingswet [‘Ow’] in werking. Deze Omgevingswet heeft een grote impact op iedereen. Niet alleen overheden worden geconfronteerd met de gevolgen van deze nieuwe wet, maar ook bedrijven die activiteiten verrichten en eenieder die te maken krijgt met regels over de ‘fysieke leefomgeving’.

I. De beoogde stelselherziening

De Omgevingswet is het gevolg van een stelselherziening van het omgevingsrecht. Een groot deel van de regels over de fysieke leefomgeving komt samen in één nieuwe wet. Aanleiding hiervoor was de wens om tot eenvoudigere en samenhangende regels te komen op het gebied van het omgevingsrecht. Het huidige omgevingsrecht is versnipperd en verspreid over een groot aantal wetten en AMv’B’s, zoals bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening, Wet geurhinder en veehouderij, Wet geluidhinder, Wet natuurbescherming en het Activiteitenbesluit. De wens is om te komen tot een meer integrale wet waarin alle relevante factoren die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving samenkomen. De Omgevingswet kent een aantal verbeterdoelen ten opzichte van het huidige omgevingsrecht;
  • Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;
  • Het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving;
  • Het vergroten van de bestuurlijke afwegingruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van de doelen van de fysieke leefomgeving;
  • Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

II. Fysieke leefomgeving staat centraal

De Omgevingswet heeft een bredere reikwijdte dan het huidige omgevingsrecht.[1] Mede doordat ook maatschappelijke doelen onderdeel worden van de fysieke leefomgeving.[2] De in deze bepaling neergelegde maatschappelijke doelen geven richting aan de uitvoering en toepassing van de Omgevingswet. Dit geldt zowel voor bedrijven en burgers[3] als voor bestuursorganen. Centraal staat de ‘fysieke leefomgeving’. In de Omgevingswet is in artikel 1.2 Ow bepaald wat in ieder geval onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Het gaat bij de fysieke leefomgeving zowel om de natuurlijke omgeving [denk aan water, bodem, licht, natuur] als om elementen die daarin zijn aangebracht door de mens, denk aan bouwwerken en infrastructuur. Het is dus een breed begrip. Illustratief voor de verbrede reikwijdte ten opzichte van de Wet ruimtelijke ordening [‘Wro’], waarin het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ centraal staat, is bijvoorbeeld dat monumenten onderdeel vormen van de fysieke leefomgeving. Dus de aanwijzing van monumenten en regels daarover maken in het nieuwe stelsel onderdeel uit van het omgevingsplan. Er wordt dus geen losse vergunning meer verleend voor bijvoorbeeld het wijzigen van een monument.[4] Alles komt samen in één vergunning.

III. De opbouw van de omgevingswet

De Omgevingswet is overzichtelijk opgebouwd. Naast de Omgevingswet zelf, zijn er vier AMvB’s en is er één ministeriële regeling:
  • Het besluit kwaliteit leefomgeving [‘Bkl’]: dit besluit stelt regels over de uitoefening van taken en bevoegdheden door bestuursorganen. Deze regels richten zich dus alleen tot bestuursorganen.
  • Het besluit activiteiten leefomgeving [‘Bal’]: dit besluit bevat een groot aantal regels die het Rijk stelt voor een breed scala aan activiteiten met [mogelijke] gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Deze regels gelden dus voor eenieder.
  • Het besluit bouwwerken leefomgeving: [‘Bbl’]: dit besluit bevat alleen regels ten aanzien van bouwactiviteiten, waaronder bouwen en slopen van een bouwwerk. Ook deze regels gelden voor eenieder.
  • Het omgevingsbesluit [‘Ow’]: bevat regels over procedures en algemene onderwerpen. Ook dit besluit is gericht tot eenieder. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld regels over handhaving.
  • De Omgevingsregeling: de omgevingsregeling werkt de hierboven genoemde vier AMvB’s verder uit op een meer gedetailleerd niveau. De regeling is met name uitvoeringstechnisch, administratief of meet- en reken technisch van aard.
Deze AMvB’s vervangen circa vijftig bestaande AMvB’s die onder het huidige recht bestaan in het kader van de ruimtelijke ordening. Daarmee is de regelgeving veel meer gecentraliseerd.

IV. Tot slot

Voor een deel zullen de Omgevingswet, de vier AMvB’s en de Omgevingsregeling regels bevatten die we al kennen uit het huidige ruimtelijke ordeningsrecht. Maar er zal veel gaan veranderen. In deze blogreeks zal ik wekelijks een aantal onderwerpen uit de Omgevingswet aan de orde stellen. Daarbij zal ik met name ingaan op de onderwerpen die voor de praktijk van belang zijn. Daarnaast zal ik updates geven over de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het overgangsrecht. BG.legal zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen. Heeft u een vraag over de Omgevingswet? Neem u dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Rutger Boogers, Advocaat omgevingsrecht Rutger Boogers                 [1] In artikel 1.2 Ow is aangegeven waar de fysieke leefomgeving in ieder geval op ziet. [2] Artikel 1.3 Ow. [3] Gedacht kan worden aan de zorgplicht van artikel 1.6 Ow. [4] Dat heet onder de Ow een ‘omgevingsplanactiviteit’. [post_title] => Omgevingswet: wat staat ons te wachten? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => omgevingswet-wat-staat-ons-te-wachten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-24 14:21:59 [post_modified_gmt] => 2022-01-24 13:21:59 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=28679 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 899 [max_num_pages] => 90 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 88e04fcffbbcb7a0db737fd7240e2be7 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Een blogreeks over de Omgevingswet Deel 1: doel en opbouw van de Omgevingswet Op 1 juli 2022 treedt [voor zover nu bekend] de Omgevingswet [‘Ow’] in werking. Deze Omgevingswet heeft...
Lees meer
De WHOA kan een goede oplossing zijn voor noodlijdende bedrijven. Door middel van het aanbieden van een akkoord kan er worden gekomen tot serieuze sanering van schulden en dus een...
Lees meer
BG.legal biedt vastgoedeigenaren en beheerders de mogelijkheid om tegen een vast bedrag van € 250,- het bestemmingsplan te laten screenen voor onder meer het huisvesten van arbeidsmigranten, studenten of expats...
Lees meer
De per 1 januari 2021 ingevoerde WHOA is inmiddels ruim een jaar onderweg. Uit het debuutjaar van de WHOA zijn verschillende (praktijk)lessen te trekken. Een eerste belangrijke les uit die...
Lees meer
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een factsheet gepubliceerd waarin wordt ingegaan op het door de overheid moeten bieden van gelijke kansen wanneer er sprake is van uitgifte...
Lees meer
Inleiding Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad duidelijkheid verschaft over de vraag of huurders aanspraak kunnen maken op huurkorting vanwege de coronamaatregelen. Deze uitspraak volgt naar aanleiding van...
Lees meer
Bent u van plan uw merknaam, logo of model te registreren? Dan hebben wij goed nieuws voor u! Het EUIPO heeft een nieuwe kortingsregeling aangekondigd voor het jaar 2022, waarmee...
Lees meer
De huizenmarkt is zwaar overspannen. Er is krapte op de woningmarkt en de prijzen stijgen meer dan gemiddeld. De roep om extra woningen is groot en daarnaast zijn er zorgen...
Lees meer
Ik ben opdrachtgever voor de bouw van een app. Een app is een stuk software. Voor de bouw schakel ik een app/software developer in. Ik geef aan wat de functionaliteiten...
Lees meer
Ziekenhuis aansprakelijk, fout OK-medewerkers of gebrekkig hulpmiddel? In 2017 heeft een patiënte een operatie ondergaan onder algehele narcose. Aan het eind van de operatie, terwijl patiënte nog onder narcose was,...
Lees meer
Successful webinar 30% TAX RULE – TAX AND LABOUR LAW ISSUES
Lees meer
Zorgverzekeraar moet dooronderhandelen én betaalovereenkomst sluiten
Lees meer
Ander werk voor werknemers door bedrijfssluiting
Lees meer
Philips apneu apparaten
Lees meer
Haantjesgedrag op de snelweg veroorzaakt letselschade
Lees meer
Sturing op seniorenhuisvesting is nodig!
Lees meer
AMvB Reële prijs Wmo 2015 van toepassing op ‘open house’
Lees meer
Inkoopkader Wlz voor 2022 rechtmatig
Lees meer
Mag een werkgever in de zorg informeren naar vaccinatiestatus medewerkers?
Lees meer
Geen boete voor hogeschool na val van student
Lees meer
Handreiking vereenvoudigd aanbesteden in de zorg
Lees meer
Geen nadere duiding motiveringsplicht Wlz-inkoop
Lees meer
Via ziektekostenverzekeraar naar advocatuur
Lees meer
Uber-chauffeurs nu ook werknemers
Lees meer
Klein kind krijgt nier van rokende vijftigjarige getransplanteerd
Lees meer
Bestuurder of niet?
Lees meer
Confettikanon ontploft in winkel
Lees meer
Immateriële schadevergoeding bij schending privacy
Lees meer
Deskundigenonderzoek na vermeende medische fout bij knieoperatie
Lees meer
Een AI-systeem als baas?
Lees meer
Heeft nieuwe wet (WBTR) gevolgen voor zorginstellingen?
Lees meer
Cao-ontwikkelingen in de zorg
Lees meer
Leveranciersklem zorginformatiesystemen onder de loep van de ACM
Lees meer
Een toga; zo uniek als de advocaat die hem draagt
Lees meer
Verantwoordelijkheden en taken zorgverleners bij behandeling van 1 patiënt
Lees meer
Ouders aansprakelijk voor schade ten gevolge van een moord door 14 jarige zoon
Lees meer
Nieuwe regels registratie medisch-specialistische zorg vanaf 2022
Lees meer
Nieuwe gezondheidsclaim: wetenschappelijk bewijs vereist
Lees meer
Succesvol webinar Actualiteiten Arbeidsrecht
Lees meer
Worden toeslagen in de zorg doorbetaald bij vakantie en verlof?
Lees meer
Succesvol webinar legal voor AI startups/scale-ups
Lees meer
Eenvoudiger aanbesteden in de jeugdzorg en Wmo in het verschiet?
Lees meer
Overtreding concurrentiebeding leidt tot boete € 51.800,-
Lees meer
Succesvol webinar Praktijkvoorbeelden van AI, E-Health en contractering in de zorg
Lees meer
Administratie in de zorg, onverminderd belangrijk!
Lees meer
Verplichte taxatie tegen marktwaarde van zorgvastgoed
Lees meer
Reclame maken voor corona zelftesten
Lees meer
Kan de huisarts een patiënt definitief naar de deur verwijzen?
Lees meer
Factsheet uitwisseling medische gegevens gepubliceerd
Lees meer
In hoeverre hebben patiënten recht op inzage medisch dossier?
Lees meer
Onderbouwing van tarieven in sociaal domein
Lees meer
Aannemen van gift of diefstal? Reden voor ontslag op staande voet in de zorg
Lees meer
Vaccinatie Covid-19: Wie is aansprakelijk?
Lees meer
Zorgupdate: RVS adviseert aanpassingen zorgstelsel
Lees meer
Succesvol webinar AI in de Zorg
Lees meer
Hoezo kan ik geen eigenaar zijn van (zorg)data?
Lees meer
Heeft het wetsvoorstel Wtmo gevolgen voor zorginstellingen?
Lees meer
Cybersecurity in de zorg: dreigingen in beeld!
Lees meer
Werken met kennismigranten?
Lees meer
Aandachtspunten voor zorgwerkgevers bij mediation
Lees meer
Letsel door zelfgemaakt vuurwerk, moet werkgever salaris doorbetalen?
Lees meer
Website zwarte lijst van zorgverleners op zwart
Lees meer
Moet een werkgever in tijden van corona een veilige werkplek garanderen?
Lees meer
Beslag door schuldeisers op zorgbonus mogelijk.
Lees meer
Sterkere werkgeversrol RvC ter versterking intern toezicht zorginstellingen
Lees meer
EU-detacheringsrichtlijn wegvervoersector
Lees meer
Mag je foto's van werknemers gebruiken?
Lees meer
Maatschappelijke BV voor maatschappelijke ondernemers
Lees meer
Dronken van desinfectiegel, is dat mogelijk?
Lees meer
Reële transparante tarieven vereist in zorgaanbesteding
Lees meer
Moet verzekering van ouders de schade van een 3 jarig kind vergoeden?
Lees meer
Belemmeringsverbod Waadi ook bij uitzending zzp’er
Lees meer
Schizofrene patiënt maakt betalingen over aan ‘vriendinnen’ in het buitenland.
Lees meer
Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza)
Lees meer
Wie betaalt het loon bij thuis-quarantaine?
Lees meer
Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag!
Lees meer
Analyse kwaliteitsvraag in vervoersaanbestedingen
Lees meer
Een nieuwe golf? Maar dan claims van niet-corona patiënten?
Lees meer
Beleid zorgkantoren inkoop langdurige zorg onrechtmatig
Lees meer
AI & Privacy in de zorg, een gelukkig huwelijk?
Lees meer
Werkgeversaansprakelijkheid Covid-19
Lees meer
Wie is verantwoordelijk voor de analyse door een algoritme?
Lees meer
Mag ik een zelftest voor corona verkopen?
Lees meer
Een proeftijdbeding ná een stage? Volgens de kantonrechter is dat mogelijk.
Lees meer
Dierenarts gewond bij noodslachting stier. Veehouder aansprakelijk?
Lees meer
Gepubliceerde boetes of berispingen zorgpersoneel zijn openbaar
Lees meer
Geen recht op transitievergoeding bij ontslag
Lees meer
Verzekeraars mogen geen standaard vergoeding hanteren bij een restitutiepolis
Lees meer
Hoge Raad: arts niet aansprakelijk voor gebruik ongeschikte medische hulpzaak
Lees meer
Rapport Aeternus: Trends en ontwikkelingen in de GGZ
Lees meer
Goed bestuur in de zorg: vernieuwd kader
Lees meer
Gevolgen letselschadeuitkering na beëindiging huwelijk.
Lees meer
Update zorg: juridische Factsheet Wabvpz
Lees meer
Eerste toewijzing cumulatiegrond voor ontbinding arbeidsovereenkomst
Lees meer
Strafregels of knielen, je kunt kiezen...
Lees meer
Overwerken door corona, moet ik daarmee instemmen?
Lees meer
Verlaagde transitievergoeding bij brede inzetbaarheid
Lees meer
Aansprakelijkheid ziekenhuis bij plaatsing schouderprothese?
Lees meer
Verwerking medische persoonsgegevens verduidelijkt in nieuwe UAVG
Lees meer
Het delen van data in de zorg: nieuwe mogelijkheden door blockchain?
Lees meer
Mondeling aanzeggen niet voortzetten tijdelijk arbeidscontract volstaat soms
Lees meer
Zorgupdate: NZa wil meer regie van zorgverzekeraars
Lees meer
Nieuw wetsartikel verplicht tot gratis inzage in elektronisch patiëntendossier
Lees meer
Inkoopprocedures in de zorg in coronatijd
Lees meer
De Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst [WGBO] in een notendop
Lees meer
Update: meer aanbestedingen in de zorg
Lees meer
De meedenkende, betalende Overheid: Werkgevers doe er uw voordeel mee!
Lees meer
Glaasje op? Laat je rijden. En stap niet in bij een chauffeur die ook gedronken heeft.
Lees meer
Uroloog maakt cruciale fout waardoor patiënte komt te overlijden
Lees meer
Overzicht nieuwe regels voor oproepkrachten per 1 januari 2020
Lees meer
Meerijden met bestuurder zonder rijbewijs
Lees meer
Joyride: Interpolis moet volledige letselschade bijrijder vergoeden
Lees meer
Letselschade
Lees meer
Boete voor appen op de fiets
Lees meer
BG.legal participeert in onderzoek naar gebruik van big data en AI door zorginstellingen
Lees meer
BG.zorg
Lees meer