Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 642
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 20, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 21069
                    [post_author] => 10
                    [post_date] => 2020-07-02 10:11:27
                    [post_date_gmt] => 2020-07-02 08:11:27
                    [post_content] => 
Kosten op transitievergoeding
Het nieuwe Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding is op 1 juli 2020 in werking getreden. Op basis van dit besluit mag een werkgever inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding in mindering brengen als de verworven kennis en vaardigheden zijn gebruikt voor een andere functie. Met dit besluit worden werkgevers gestimuleerd om tijdens het dienstverband van hun werknemers te investeren in de brede inzetbaarheid van deze werknemers.
Voorwaarden
De navolgende al bestaande voorwaarden blijven van kracht:
  • De werkgever moet de kosten die hij in mindering wil brengen vooraf gespecificeerd en schriftelijk voorleggen aan de werknemer;
  • De werknemer moet vooraf schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van de gespecificeerde kosten;
  • De kosten moeten gemaakt zijn door de werkgever die de transitievergoeding verschuldigd is, ten behoeve van de werknemer aan wie de transitievergoeding verschuldigd is.;
  • De kosten mogen niet het loon van de werknemer betreffen;
  • De kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot het doel waarvoor ze zijn gemaakt;
  • De kosten moeten gemaakt zijn tijdens of na de periode waarover de transitievergoeding wordt berekend;
  • De kosten mogen niet op een derde kunnen worden verhaald;
  • De kosten mogen niet op de werknemer kunnen worden verhaald;
  • De kosten moeten zien op activiteiten ter bevordering van de brede inzetbaarheid van de werknemer, en mogen niet als doel hebben het functioneren van de werknemer in de eigen functie te verbeteren;
  • De kosten moeten zijn gemaakt in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de transitievergoeding is verschuldigd, tenzij werkgever en werknemer schriftelijk anders zijn overeengekomen.
alternatieve financiering             Wat verder niet verandert is dat kosten die worden gemaakt voor de uitoefening van de huidige functie van de werknemer niet in mindering mogen worden gebracht. Er kan individueel met de werknemer worden afgesproken dat de volledige kosten van een opleiding in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding. Wanneer op grond van een cao er sprake is van een persoonlijk ontwikkelingsbudget en de werknemer maakt gebruik van dit budget voor zijn of haar brede inzetbaarheid, dan kan de werkgever de daarmee gepaard gaande bedragen in mindering brengen op de transitievergoeding. Wat ook niet verandert is dat bepaalde transitie- of inzetbaarheidskosten die op grond van een cao door een werkgever moeten worden gemaakt, in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding. De werkgever heeft hiervoor niet de instemming van de werknemer nodig. Wel moet de werkgever de werknemer informeren. Evenmin wijzigt de bestaande situatie dat voor het berekenen van de door een werkgever van het UWV te verkrijgen compensatie voor een verstrekte transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bij beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming vanwege ziekte, overlijden of pensionering van de werkgever, wordt uitgegaan van het bedrag aan transitievergoeding voor het in mindering brengen van de inzetbaarheidskosten. Op deze wijze wordt voorkomen dat de werkgever de kosten van de brede inzetbaarheid van de werknemer alsnog zelf moet dragen hetgeen afbreuk zou doen aan het doel om de brede inzetbaarheid te stimuleren. Rik Wevers [post_title] => Verlaagde transitievergoeding bij brede inzetbaarheid [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verlaagde-transitievergoeding-bij-brede-inzetbaarheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-07-02 10:14:05 [post_modified_gmt] => 2020-07-02 08:14:05 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21069 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 21067 [post_author] => 43 [post_date] => 2020-07-02 09:40:11 [post_date_gmt] => 2020-07-02 07:40:11 [post_content] => In eerdere blogs schreef ik al over de door de wetgever voorgenomen veranderingen in de UAVG (Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming) met betrekking tot medische persoonsgegevens, onder andere in faillissement. Verder ingaand op het faillissement wil de wetgever de rol van de curator als verwerker van persoonsgegevens verduidelijken, door een artikel toe te voegen aan de Faillissementswet. In dit voorgenomen artikel 68a Faillissementswet wil de wetgever vastleggen dat de curator persoonsgegevens kan verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Als grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens door de curator wordt artikel 6 lid 1 sub e AVG gebruikt, de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. In het voorgenomen artikel heeft de wetgever tevens een niet-uitputtende lijst van feitelijke handelingen en rechtshandelingen opgenomen waarbij de verwerking van persoonsgegevens door de curator is toegestaan. In deze lijst zijn onder andere opgenomen het uitvoeren van het rechtmatigheidsonderzoek en het opstellen van faillissementsverslagen, maar ook het tijdelijk voortzetten van het bedrijf en de voorbereiding van de verkoop van het bedrijf aan een andere partij.
Klantenbestand
Daarmee benoemt de wetgever een interessant punt dat bij een doorstart vanuit faillissement vaak om de hoek komt kijken, namelijk het klantenbestand. Het komt regelmatig voor dat een curator het klantenbestand van de failliete onderneming, met daarin persoonsgegevens, verkoopt aan een doorstarter. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel benoemt de wetgever dat het gerechtvaardigd is dat de curator deze persoonsgegevens verwerkt [verstrekt], om zo een zo hoog mogelijke opbrengst in faillissement te bereiken. De ontvangende partij, de doorstarter, kan deze persoonsgegevens vervolgens verwerken op basis van de grondslag uit artikel 6 lid 1 sub b AVG, de uitvoering van de overeenkomst met de curator waar de doorstarter partij bij is. Daarbij verwijst de wetgever naar de brief die de Autoriteit Persoonsgegevens verstuurde aan Insolad, de Vereniging voor Insolventierecht Advocaten. In deze brief benoemt de AP verschillende scenario’s relevant bij een doorstart. Zo kunnen de persoonsgegevens van klanten [natuurlijke personen]  in het kader van contractoverneming op basis van artikel 6:159 BW overgaan op de doorstarter. Het in dat artikel opgenomen medewerkingsvereiste kan volgens de AP worden ingevuld door de klanten te informeren en de gelegenheid te bieden om akkoord te gaan dan wel bezwaar te maken tegen de contractoverneming. Bij de verkoop van het klantenbestand, waarbij er geen contractovername plaatsvindt, moet toestemming in de zin van artikel 7 AVG worden gevraagd aan de personen opgenomen in het klantenbestand alvorens overdracht van deze persoonsgegevens kan plaatsvinden. Naast het bovenstaande omtrent het klantenbestand wil de wetgever met de voorgenomen wetswijziging onder andere vastleggen dat de curator in specifieke gevallen rechtmatig bijzondere persoonsgegevens, zoals burgerservicenummers en gegevens van strafrechtelijke aard, mag verwerken. Al met al kan worden geconcludeerd dat de wetgever met deze beoogde wetswijziging de rol van de curator als verwerker van persoonsgegevens nadere en [gelet op de in de loop der jaren meeromvattend geworden taak van de curator] nodige invulling geeft. Tom Oerlemans [post_title] => Wetgever wil rol curator als verwerker van persoonsgegevens vastleggen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wetgever-wil-rol-curator-als-verwerker-van-persoonsgegevens-vastleggen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-07-02 09:43:50 [post_modified_gmt] => 2020-07-02 07:43:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21067 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 21048 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-06-29 09:07:37 [post_date_gmt] => 2020-06-29 07:07:37 [post_content] => Affiliate marketing draait om samenwerking. Je ziet affiliate ads steeds vaker terugkomen in Youtube video’s of social media posts. Ook affiliate marketing op websites is nog steeds populair. Maar soms gaat het mis. Daarom beantwoord ik de vraag: wie is aansprakelijk voor de affiliate marketing? De adverteerder of de affiliate?
Wat is affiliate marketing?
Affiliate marketing betekent simpelweg het promoten van andermans product. De affiliate is de partij die het product van een ander promoot. Per verkocht product of lead krijgt de affiliate een vergoeding. De adverteerder betaalt de affiliate voor het promoten van zijn product. Dit komt bijvoorbeeld voor bij webshops. Via de webshop worden producten van de adverteerder verkocht. Per verkocht product betaalt de adverteerder de affiliate (de webshop) een vergoeding. Het plaatsen van hyperlinks naar andermans producten op een website is ook een vorm van affiliate marketing. Vanwege de nauwe samenwerking tussen twee partijen, rijst de vraag wie aansprakelijk is als er een fout is gemaakt?
Beide aansprakelijk
Aansprakelijkheid voor affiliate marketing kan in verschillende vormen voorkomen. De meest voorkomende fout die wordt gemaakt, is dat de affiliate ad inbreuk maakt op andermans handelsnaam- of merkrecht. Misleiding komt ook regelmatig voor.
Aansprakelijkheid adverteerder
 Als alleen naar de wet wordt gekeken, dan is de conclusie al snel dat de adverteerder aansprakelijk is voor fouten. Artikel 6:171 BW bevat namelijk een risicoaansprakelijkheid die ook adverteerders treft. Dit artikel bepaalt dat de opdrachtgever (de adverteerder) aansprakelijk is voor fouten van niet-ondergeschikten (de affiliate). Dit artikel is van toepassing als de adverteerder de marketing volledig uit handen heeft gegeven aan de affiliate. De adverteerder heeft een affiliate(-netwerk) ingeschakeld voor de promotie van zijn product. Daarbij stelt de affiliate de campagnes zelf samen en verspreidt die vervolgens via websites/e-mail etc. Oftewel: de affiliate bepaalt de inhoud van de advertenties. In dat geval is de adverteerder aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid strekt zich ook uit tot sub-affiliates. Dus tot publishers die de affiliate zelf heeft ingeschakeld. Maar niet in alle gevallen is de adverteerder aansprakelijk.
Aansprakelijkheid affiliates
De jurisprudentie laat zien dat rechters niet schromen om affiliates aansprakelijk te stellen voor inbreukmakende advertenties en reclame. Ook de Reclame Code Commissie acht affiliates in sommige gevallen zelfstandig aansprakelijk. En dat heeft een reden. Het komt voor dat de affiliate onrechtmatige campagnes of advertenties verspreidt zonder dat de adverteerder hiervan op de hoogte is. De affiliate gaat zijn bevoegdheden te buiten. De instructies van de adverteerder worden niet gevolgd. In dat soort gevallen is de affilaite zelf aansprakelijk. Bovendien kijkt de Reclame Code Commissie naar de domeinnaamhouder van de website die affiliate marketing bevat. In veel gevallen is dat de affiliate. Door de affiliate advertenties kan op de website een verkeerde indruk ontstaan en kunnen websitebezoekers worden misleidt. Bijvoorbeeld als de inhoud van de website betrekking heeft medische hulpmiddelen, maar de affiliate advertenties betrekking hebben op geneesmiddelen. Op deze manier mag geen reclame voor geneesmiddelen worden gemaakt. Dat is verboden. Als de affiliate desondanks op zijn website reclame maakt voor geneesmiddelen, handelt de affiliate in strijd met de wet. In dat geval kan de affiliate zelf aansprakelijk zijn.
Afspraken vooraf
De aansprakelijkheid zal per samenwerking verschillen. Om regres te kunnen nemen is het nodig dat aan de voorkant goede afspraken worden gemaakt. Deze afspraken vormen de basis op grond waarvan de adverteerder zich tot de affiliate kan wenden (en vice versa). Je kunt daarbij denken aan het opnemen van een vrijwaring in het contract. Daarbij vrijwaart de affiliate de adverteerder voor aanspraken van derden. Je kunt ook afspreken dat de affiliate of de adverteerder garandeert dat de (inhoud van de) ads die hij levert, geen inbreuk maken op de rechten van derde partijen. Als dit toch het geval blijkt te zijn, kan de ander de geleden schade op grond van die bepaling terugvorderen. Komen partijen er niet uit? Dan kunnen zij ook een verdeling van de aansprakelijkheid afspreken. Die kunnen zij vervolgens naar eigen inzicht invullen. Het nemen van regres is door dit soort afspraken makkelijker. Het maken van goede afspraken aan de voorkant heeft dus wel degelijk meerwaarde. Daarbij blijft het nodig dat de adverteerder in het contract strikte instructies geeft over het plaatsen van advertenties.
Conclusie
Als adverteerder ben je aansprakelijk voor de affiliates waarmee je samenwerkt. Voor de inhoud van de ads die zij plaatsen of aanleveren. In sommige gevallen kan de affliate zelfstandig aansprakelijk zijn. Door goede afspraken aan de voorkant van een samenwerking te maken, is het mogelijk om regres te nemen. Vragen over de aansprakelijkheid bij affiliate marketing? Wil je een campagne preventief laten toetsen? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via Kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof [post_title] => Aansprakelijkheid bij affiliate marketing [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => aansprakelijkheid-bij-affiliate-marketing [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-29 09:07:37 [post_modified_gmt] => 2020-06-29 07:07:37 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21048 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 21032 [post_author] => 19 [post_date] => 2020-06-26 14:39:25 [post_date_gmt] => 2020-06-26 12:39:25 [post_content] => Er bestaan in de praktijk hardnekkige misverstanden over kadastrale gegevens. Vaak worden kadastrale grenzen als eigendomsgrenzen gezien: “het Kadaster heeft deze grens toch vastgesteld!”. Veelal wordt de indruk gewekt dat het kadaster de grenzen van het eigendom bepaalt. Die indruk is onjuist. Hoewel in de praktijk vaak kadastrale grenzen gelijk zijn aan de eigendomsgrenzen, is de koop/leveringsakte bepalend. Met name de [objectieve] bedoeling van partijen. In deze blog zal ik dit toelichten.
Kadastrale grenzen
Kadastrale grenzen zijn feitelijk administratieve grenzen. Het Kadaster is oorspronkelijk ingesteld ten dienste van de heffing van grondbelastingen. In het verleden vielen de kadastrale gegevens doorgaans ook samen met die van eigendom. De vermelding van kadastrale aanduidingen in de koopakte en/of leveringsakte strekt er in het algemeen toe om een nadere aanduiding te geven van de ligging van de onroerende zaak. Vaak is daarmee niet bedoeld om de precieze omvang van het verkochte aan te duiden. De kadastrale aanduiding zal in de meeste gevallen ook niet als zodanig herkenbaar of zichtbaar zijn op of in het perceel. Dat wil niet zeggen dat aan kadastrale grenzen geen enkele betekenis toekomt. Wanneer in een akte enkel een kadastrale aanduiding is vermeld, zonder verdere feitelijke omschrijving, mag worden aangenomen dat partijen hebben bedoeld om het perceel conform de kadastrale begrenzing te verkopen. Vaak wordt verwezen naar een kadastrale kaart. Die kaart is veelal aan de akte gehecht.
  • Is de akte enkel een kadastrale vermelding gegeven, dan is het uitgangspunt dat ook een kadastraal perceel is verkocht en geleverd.
Een nadere omschrijving van het verkochte perceel
Is naast een kadastrale omschrijving óók een feitelijke omschrijving van het perceel of het goed opgenomen, dan is die nadere omschrijving in de regel doorslaggevend. Bij een dergelijke omschrijving wordt de eigendomsgrens niet bepaald door de kadastrale grens, maar door de sloot. De akte bevat een nadere feitelijke omschrijving van het perceel dat is verkocht. Die feitelijke omschrijving kan van alles zijn. Het gaat telkens om de bedoeling van partijen. Wat hebben partijen bedoeld ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. De in de leveringsakte tot uitdrukking gebrachte wil van partijen is zowel beslissend voor de vraag op welke onroerende zaak de akte betrekking heeft als ook voor de vraag wat de omvang van dat perceel is. Worden in de akte zowel een kadastrale aanduiding als een feitelijke omschrijving opgenomen en wijken die gegevens van elkaar af, dan zal in het algemeen dus de feitelijke omschrijving prevaleren als zijnde de weergave van de wil van partijen. Die feitelijke omschrijving bepaalt dan de omvang van het perceel.
  • Bevat het de akte een nadere feitelijke omschrijving, bijvoorbeeld een sloot of aarden wal, dan zal die nadere omschrijving veelal doorslaggevend zijn. Er wordt dan dus afgeweken van de kadastrale grenzen.
Conclusie
Bekijk goed in de akte wat er wordt verkocht. Is dat enkel een kadastraal perceel, dan mag in de regel uitgegaan worden van de kadastrale gegevens. Is er ergens in de akte een nadere omschrijving opgenomen, dan gaat die omschrijving voor op de kadastrale aanduiding. Let daarbij op: die nadere omschrijving hoeft niet te staan onder het kopje “Het verkochte” maar kan ook elders in de akte staan. Heeft u een vraag over kadastrale of eigendomsgrenzen? Neem u dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Rutger Boogers                 [post_title] => Een kadastraal perceel verkocht, of toch niet? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => een-kadastraal-perceel-verkocht-of-toch-niet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-26 14:39:25 [post_modified_gmt] => 2020-06-26 12:39:25 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21032 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 21009 [post_author] => 16 [post_date] => 2020-06-26 11:16:50 [post_date_gmt] => 2020-06-26 09:16:50 [post_content] => Eiseres heeft het ziekenhuis aangesproken vanwege vermeende medische fouten bij het plaatsen van een schouderprothese.
Schouderletsel
Eiseres is sinds 2008 al bekend met klachten aan haar linkerschouder veroorzaakt door slijtage.  In 2009 is zij hiervoor voor de eerste keer geopereerd. Eiseres is  tussen 2010 en 2015 nog vier keer aan de schouder geopereerd.
Verwijt ziekenhuis
Eiseres verwijt het ziekenhuis o.a. dat bij twee operaties een fout is gemaakt. Bij de derde operatie is de kop van de schouder vervangen door een hemischouderprotese met korte steel.  De schouderkom werd gespaard.  In 2014 vond de vierde operatie plaats. Hierbij is de kop van de schouder vervangen door een hemiprothese met lange steel. Ook is de schouderkom toen vervangen. Gelet op de aanhoudende klachten laat eiseres een second opinion verrichten. Na deze second opinion werd eiseres op de wachtlijst geplaatst voor een Univers schouderprothese. Naar het oordeel van de ‘second opinion arts’  bestond er een mogelijke relatie  tussen de pijnklachten en slechte functionaliteit en de te hoog geplaatste steel en te grote offset van de kop van de prothese [42 mm]. De reden  voor de vijfde operatie was dan ook omdat de  geplaatste prothese niet diep genoeg zat en het kopje was te groot. Tijdens de vijfde operatie is de hemischouderprothese vervangen door een Universprothese. Tijdens deze operatie is gekozen voor een 40 mm kop.  Na deze  laatste revisie operatie  was er een significante afname van de pijnklachten en er trad een licht verbeterde functie op. Eiser verwijt het ziekenhuis dat er op onjuiste wijze een hemischouderprothese is geplaatst, tijdens de derde en vierde operatie. Tevens zou er sprake zijn van een onnodig  delay tussen de derde en vijfde operatie.
Deskundige
De zaak wordt voorgelegd aan een deskundige. De deskundige stelt dat er achteraf, ten aanzien van de positie van de prothese wel aanmerkingen te plaatsen zijn en er aan de hand van de röntgenfoto’s te stellen valt dat een nog optimalere positie tot een betere functie had geleid, echter dit betekent niet dat de plaatsing  als onzorgvuldig aangemerkt moet worden. Immers de literatuur onderbouwt ook dat er rondom de meest optimale positie een bepaalde marge is waarbinnen een  schouderprothese geplaatst kan worden zonder dat dit tot een aanwijsbaar functieverlies zal leiden. Een verschil van 2 mm diameter valt volgens de deskundige binnen de marge. Volgens de deskundige is er ook geen sprake van een delay tussen het plaatsen van een hemischouderprothese en een revisieoperatie. Volgens de deskundige is de functie bij eiseres  vooral bepaald door een reactie van het kapsel. Eiseres heeft een erg stijf kapsel met een langdurige irritatie waarbij ook een frozen shoulder zich als complicatie heeft gemanifesteerd. De deskundige komt tot de conclusie dat de orthopedisch chirurg niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Kantonrechter en het Hof volgen de uitslag van het deskundigenbericht.
Conclusie
Alhoewel er in eerdere operaties een meer optimale positie bereikt had kunnen worden is er toch geen sprake van een medische fout. De arts/het ziekenhuis is pas aansprakelijk als de arts niet heeft gehandeld conform de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder vergelijkbare omstandigheden mag worden verwacht. De norm wordt in belangrijke mate bepaald door wat binnen de beroepsgroep gebruikelijk is. In deze uitspraak was er volgens deskundige en uiteindelijk de Rechtbank en Hof geen sprake van onzorgvuldig handelen. Volledige uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2020:3226 Edith de Koning       [post_title] => Aansprakelijkheid ziekenhuis bij plaatsing schouderprothese? [post_excerpt] => Eiseres heeft het ziekenhuis aangesproken vanwege vermeende medische fouten bij het plaatsen van een schouderprothese. [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => aansprakelijkheid-ziekenhuis-bij-plaatsing-schouderprothese [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-26 12:16:27 [post_modified_gmt] => 2020-06-26 10:16:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21009 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 20996 [post_author] => 43 [post_date] => 2020-06-25 16:06:12 [post_date_gmt] => 2020-06-25 14:06:12 [post_content] => Zoals ik in een eerdere blog al besprak, heeft de wetgever een internetconsultatie voor de nieuwe UAVG (Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming) gepubliceerd. In dit wetsvoorstel heeft de wetgever oog voor het bewaren en beheren van medische dossiers in geval van bijzondere omstandigheden, zoals het faillissement van een (zorg)hulpverlener.
Medisch dossier
In het kader van een goede hulpverlening moeten hulpverleners (zoals ziekenhuizen en huisartsen) een medisch dossier inrichten, bijhouden en tot 20 jaar na de laatste wijziging in het dossier bewaren (7:454 BW). De hulpverlener is ook belast met het beheer van deze dossiers en moet ervoor zorgen dat patiënten hun rechten met betrekking tot hun medisch dossier kunnen uitoefenen, zoals het recht op inzage in en afschrift van dit dossier. (art. 7:456 BW). De plicht om medische dossiers te bewaren is niet gekoppeld aan de status van hulpverlener. Deze  blijft dus ook gelden in geval van bijvoorbeeld een faillissement, pensionering of overlijden van de hulpverlener.
Verwerkingsverantwoordelijke
De verantwoordelijkheid voor het beheren en bewaren van het medisch dossier is in dergelijke gevallen (nog) niet geregeld. Mocht er een andere hulpverlener gevonden worden die in het kader van een doorstart uit faillissement deze taken op zich neemt, dan lost dit probleem vanzelf op. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 26 maart 2019 namelijk dat de curator, die medische dossiers in de boedel van de failliete hulpverlener aantreft, in beginsel de taak heeft deze te bewaren en zo nodig en mogelijk een ordelijke overdracht van deze dossiers aan een opvolgende hulpverlener te realiseren. Begin 2020 gaf de Autoriteit Persoonsgegevens al aan dat de curator in faillissement als verwerkingsverantwoordelijke wordt aangemerkt.
Juridische constructie
Wanneer een ordelijke overdracht niet kan worden gerealiseerd, zoals in het faillissement van het MC Slotervaartziekenhuis in oktober 2018, is niet geregeld dat deze verantwoordelijkheid wordt overgenomen door een andere hulpverlener. De wetgever stelt daarom voor een juridische constructie vast te leggen om het beheer en opslag van medische dossiers in dergelijke gevallen te waarborgen, waar zij bij de ontwikkeling hiervan de Autoriteit Persoonsgegevens en de curatoren van het MC Slotervaartziekenhuis heeft betrokken.
Hoe werkt de nieuwe regel?
Deze constructie zit als volgt in elkaar. Wanneer de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of de Minister voor Medische Zorg van oordeel is dat het bewaren en beheren van de medische dossiers niet langer gewaarborgd kan worden en daarvoor geen andere oplossing bestaat, kan deze besluiten hierin een faciliterende rol te spelen. In dat geval wordt overgegaan tot het inschakelen van een derde partij, zoals een andere hulpverlener/hulpverlenende instelling, die de medische dossiers gaat bewaren en beheren.
Overdracht
De medische dossiers gaan in een dergelijk geval direct over van de curator [in geval van faillissement] naar deze derde partij. Deze derde wordt vervolgens verantwoordelijk voor het bewaren en beheren van de dossiers, en wordt daarbij [voor zover niet al beroepsmatig ook wettelijk] tot geheimhouding verplicht (art. 30 lid 4 UAVG). Waar mogelijk moet toestemming voor deze overdracht worden gevraagd aan de betrokkenen/patiënten. Het gaat immers over hun bijzondere persoonsgegevens opgenomen in deze medische dossiers. Mocht dit praktisch gezien onmogelijk zijn, bijvoorbeeld vanwege het volume aan medische dossiers of als de actuele adresgegevens van de patiënten niet meer te achterhalen zijn, kan daar van worden afgezien. In dat geval wordt voorgenomen om de geplande overdracht zo veel mogelijk onder de aandacht te brengen, om te voorkomen dat medische dossiers tegen de zin van patiënten in handen van deze derde komen. Daarmee kan ook worden voldaan aan de informatieplicht, die conform artikel 14 van de AVG op de derde rust als verwerkingsverantwoordelijke van gegevens die niet van de betrokkene zijn verkregen. Dit is echter wel een laatste redmiddel, in beginsel moet toestemming worden gevraagd.
Vangnet
Voorheen was onduidelijk of een dergelijke overdracht van bijzondere persoonsgegevens naar een derde voldeed aan de eisen van de AVG. Dit leidde er onder andere toe dat de overdracht van de medische dossiers in het faillissement van het MC Slotervaart veel tijd in beslag nam. Met deze wetswijziging wil de wetgever deze wijze formaliseren. Hoewel een dergelijke situatie zich niet snel zal voordoen, is het goed dat de wetgever een vangnet probeert te construeren voor de gevallen dat medische gegevens niet langer gewaarborgd kunnen worden.
Conclusie
Met de voorgenomen wetswijzigingen wordt de praktische omgang met medische [bijzondere] persoonsgegevens in faillissement nader uitgewerkt. De wetgever schept hiermee een procedure die de curator kan volgen wanneer deze medische persoonsgegevens in de boedel van de failliet aantreft en geen doorstart gerealiseerd kan worden. Het wetsvoorstel tot wijziging van de UAVG is tot 14 juli 2020 in consultatie. BG.legal volgt dit wetgevingstraject nauwgezet. Tom Oerlemans   [post_title] => Nieuwe UAVG verduidelijkt omgang met medische gegevens in faillissement [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nieuwe-uavg-verduidelijkt-omgang-met-medische-persoonsgegevens-in-faillissement [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-25 16:26:31 [post_modified_gmt] => 2020-06-25 14:26:31 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20996 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 20994 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-06-25 14:06:45 [post_date_gmt] => 2020-06-25 12:06:45 [post_content] =>
Bestaat er zoiets als een recht op thuiswerken?
Door de coronacrisis hebben werkgevers en werknemers het thuiswerken ontdekt. Als er tussen werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over nut en noodzaak van wel (of niet) thuiswerken is dat natuurlijk prima. Maar wat als partijen van mening verschillen over thuiswerken? Bestaat er eigenlijk een recht op thuiswerken?
Kort geding: onveilige versus veilige werkplek
De kantonrechter in kort geding heeft op 16 juni 2020 een uitspraak gedaan in een kwestie waarin een werknemer in verband met de coronacrisis thuis wil (blijven) werken daar waar de werkgever wil dat werknemer weer op kantoor komt werken. De rechter concludeert dat werknemer dat recht niet heeft. De werknemer vindt onder meer dat de werkplek niet veilig is omdat collega’s zich niet goed houden aan de regels van ‘social distancing’. Ook geeft werknemer aan dat ze heel goed en efficiënt thuis kan werken. De werkgever onderbouwt dat in verband met de coronacrisis meerdere maatregelen zijn genomen om een veilige werkplek te waarborgen. Als al corona-maatregelen op de werkvloer worden overtreden staat niet vast dat dit stelselmatig gebeurt. De werkgever verduidelijkt waarom het van belang is dat haar werknemers weer op het werk aanwezig moeten zijn. Werknemer vordert in kort geding onder meer wijziging van de arbeidsplaats om (tijdelijk) thuis te kunnen werken. Los van de overweging dat een wijziging van de arbeidsplaats in een kort geding eigenlijk niet kan, oordeelt de kantonrechter inhoudelijk dat het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over zoveel mogelijk thuiswerken niet zover ingrijpt in de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer dat laatstgenoemde daaruit een ‘recht op thuiswerken’ kan putten. Het bewuste overheidsadvies perkt de instructiebevoegdheid van de werkgever niet in. Ook behoeft op grond van de redelijkheid en billijkheid het bewuste overheidsadvies niet zonder meer door de werkgever te worden gevolgd, aldus de kantonrechter.
Conclusie
Een absoluut recht op thuiswerken bestaat niet. Ook niet in de coronacrisis. Rik Wevers   [post_title] => Thuiswerken geen recht [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => thuiswerken-geen-recht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-25 14:06:45 [post_modified_gmt] => 2020-06-25 12:06:45 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20994 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 20976 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-06-22 12:07:52 [post_date_gmt] => 2020-06-22 10:07:52 [post_content] => De regels voor het verstrekken van geneesmiddelen (medicijnen) zijn vastgelegd in Richtlijn 2001/83/EG; het Europees wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Deze richtlijn is vervolgens de basis geweest voor de Nederlandse Geneesmiddelenwet. Wanneer er vragen rijzen over onderwerpen die geregeld zijn in de richtlijn, dan is het uiteindelijk het Europese Hof van Justitie die deze vragen kan beantwoorden. Door een Duitse rechter is een vraag voorgelegd aan het Hof. De vraag is op 11 juni 2020[1] beantwoord. De vraag zag op een procedure tussen Ratiopharm tegen Novartis. Deze kwestie is gaan spelen nadat medewerkers van Ratiopharm aan Duitse apothekers gratis verkoopverpakkingen, in een kleiner formaat, met het geneesmiddel hebben verstrekt, waarop de vermelding „voor demonstratiedoeleinden” was aangebracht. Novartis maakte bezwaar. Er zou sprake zijn van ‘publicitaire geschenken’ en dat zou strijdig zijn met de Duitse ‘geneesmiddelenwet’. Novartis heeft aan een Duitse rechter verzocht Ratiopharm te verbieden deze gratis monsters te verstrekken. De Duitse rechter heeft die vordering toegewezen. Uiteindelijk komt deze kwestie bij de hoogste Duitse rechter. Deze vraagt het Hof om aan te geven hoe een artikel in de richtlijn uitgelegd moet worden. Volgens de Duitse rechter zou de richtlijn zo gelezen kunnen worden dat gratis monsters alleen aan artsen verstrekt mogen worden en niet aan apothekers.
Mogen ook gratis monsters van geneesmiddelen aan apothekers worden verstrekt?
Het hof merkt op dat de bescherming van de volksgezondheid de wezenlijke doelstelling van de richtlijn is. Het hof merkt verder op dat het aan de bevoegde autoriteiten is om te bepalen of een medicijn uitsluitend op recept verkrijgbaar is of niet. De medicijnen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn mogen niet zonder medisch toezicht worden gebruikt. Apothekers zijn wettelijk gezien niet gemachtigd om geneesmiddelen voor te schrijven. Wel om geneesmiddelen af te leveren. Voor de levering van gratis monsters zijn strikte voorwaarden vastgelegd. Dit is bedoeld om het mogelijk te maken dat de aard van de geleverde monsters en de ontvangers ervan grondig worden gecontroleerd.
Conclusie
Hieruit volgt dat een geneesmiddelenfabrikant geen gratis monsters van aan medisch recept onderworpen geneesmiddelen mag verstrekken aan apothekers. Deze bepaling verzet zich echter niet tegen de verstrekking van gratis monsters van niet aan medisch recept onderworpen geneesmiddelen aan apothekers. We kennen verschillende soorten geneesmiddelen:
  1. Uitsluitend op recept
  2. Geen recept nodig (zelfzorgmedicijnen):
  3. Uitsluitend Apotheek (UA): dit medicijn is alleen verkrijgbaar bij een apotheek
  4. Uitsluitend Apotheek of Drogist (UAD): dit medicijn is alleen verkrijgbaar bij een apotheek of drogist.
  5. Algemene Verkoop (AV): dit medicijn is vrij verkrijgbaar, dus ook bij een supermarkt.
Wat betekent dit voor de praktijk?
  • uitsluitend op recept verkrijgbaar geneesmiddel: hiervan mag geen gratis monster aan een apotheker worden gezonden.
  • vrij verkrijgbaar geneesmiddel (zelfzorgmedicijnen): hiervan mag wel een gratis monster aan een apotheker worden gezonden.
Voor meer informatie over (reclame) van geneesmiddelen kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. [1] HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:459 (Ratiopharm tegen Novartis) Jos van der Wijst [post_title] => Mag geneesmiddelenfabrikant gratis monsters aan apothekers verstrekken? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => mag-geneesmiddelenfabrikant-gratis-monsters-aan-apothekers-verstrekken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-22 12:12:25 [post_modified_gmt] => 2020-06-22 10:12:25 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20976 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 20951 [post_author] => 5 [post_date] => 2020-06-19 21:27:23 [post_date_gmt] => 2020-06-19 19:27:23 [post_content] => De vrije advocaatkeuze voor rechtsbijstandsverzekerden is verruimd. Het Europese Hof heeft aangegeven dat ook de werkzaamheden door een advocaat voorafgaand aan de procedure vallen onder de term vrije advocaatkeuze.  In 2013 heeft de Europese rechter  bepaald dat een rechtsbijstandsverzekerde altijd zelf een advocaat zelf mag uitkiezen om zijn belangen te behartigen indien er sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure.  De kosten van de uitgekozen advocaat zijn dan voor rekening zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar waar de verzekerde een polis heeft afgesloten. De Hoge Raad heeft het recht op vrije advocaat keuze naar aanleiding van de overwegingen van het Europese Hof bevestigd (ECLI:HR:2014:396) Er is dus een recht op vrije advocaatkeuze in gevallen dat er volgens de Wet een advocaat nodig is om de procedure te kunnen voeren. De rechtsbijstandsverzekeraar mag dit recht niet in de polisvoorwaarden beperken. Het is zelfs zo dat de rechtsbijstandsverzekeraar in de polisvoorwaarden moet melden dat de verzekerde het recht heeft op vrije advocaatkeuze. vrije advocaatkeuze Het Hof van Justitie van de EU heeft op 14 mei 2020 (ECLI:EU:C:2020:372) meer duidelijkheid gegeven over het begrip “gerechtelijke procedure”. Feitelijk komt het erop neer dat er sprake is van een verruiming van de gevallen waarvoor de vrije advocaatkeuze geldt. Het Hof heeft overwogen dat onder het begrip “gerechtelijke procedure” ook geacht worden te vallen elke fase die kan leiden tot een procedure bij een gerechtelijke instantie, zelfs een voorafgaande fase.  Het Hof heeft bij de uitleg van het begrip “gerechtelijke procedure” dus aangegeven dat ook de werkzaamheden die de aanloop naar de procedure betreffen, hieronder vallen. Het Europese Hof heeft dus eigenlijk aangegeven dat ook de werkzaamheden door een advocaat voorafgaand aan de procedure vallen onder de term vrije advocaatkeuze. Dit betekent dat bijvoorbeeld dossierstudie, overleg over de te voeren procedure en de buitengerechtelijke onderhandelingen en bemiddeling onder de vrije advocaat keuze vallen en dus door de rechtsbijstandsverzekeraar dienen te worden vergoed op basis van de polisvoorwaarden. Hierdoor zouden dan de werkzaamheden die de schikkingsonderhandelingen betreffen en ook de mediation/bemiddeling  onder de vrije advocaatkeuze vallen. Deze werkzaamheden van de advocaat dienen dan te worden voldaan door de verzekeraar. Voor de verzekerden die een rechtsbijstandsverzekering hebben is het dus van groot belang dat zij de polisvoorwaarden goed nakijken. Als zich een geschil voordoet maar ook wanneer er sprake is van een keuze voor (scheidings)mediation  kunnen zij kiezen voor een eigen advocaat die op basis van de polisvoorwaarden door de verzekeraar dient te worden vergoed voor werkzaamheden in de voorbereidende fase en in de eventuele procedure. De verwachting is wel dat de verzekeraars hun polisvoorwaarden zullen aanpassen. Mocht u vragen hebben hierover dan kunt u altijd contact opnemen. Mathilde Becking   [post_title] => De vrije advocaatkeuze verruimd voor rechtsbijstandsverzekerden [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-vrije-advocaat-keuze-verruimd-voor-rechtsbijstandsverzekerden [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-19 21:34:50 [post_modified_gmt] => 2020-06-19 19:34:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20951 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 21005 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-06-18 16:50:04 [post_date_gmt] => 2020-06-18 14:50:04 [post_content] => In artikel 12 lid 4 van de Richtlijn 2014/24/EU en welk artikel in Nederland is geïmplementeerd in artikel 2.24c Aanbestedingswet is een uitzondering op de aanbestedingsplicht vastgelegd. Op basis van deze uitzondering kunnen aanbestedende diensten samenwerken voor de uitvoering van hun taken van algemeen belang zonder dat daarvoor gebruik wordt gemaakt van een bepaalde rechtsvorm. Op 4 juni 2020 heeft het Europese Hof van Justitie een arrest gewezen dat met name ingaat op het begrip ‘samenwerking’ tussen aanbestedende diensten bij het uitvoeren van de openbare diensten. In Duitsland hebben drie decentrale overheidsinstanties aan een door hen gezamenlijk gecontroleerd samenwerkingsverband de uitvoering toevertrouwd van hun taak om het op hun respectieve grondgebieden geproduceerde afval nuttig toe te passen of te verwijderen. Dit samenwerkingsverband is tevens een aanbestedende dienst. Aangezien het samenwerkingsverband niet beschikt over een voor de afvalverwerking noodzakelijke speciale scheidingsinstallatie heeft     het samenwerkingsverband ongeveer 80% van de afvaltaak uitbesteed aan particuliere ondernemingen en 20% aan een buiten het samenwerkingsverband vallend bestuursdistrict. Dit laatste op basis van een overeenkomst. De vraag bij de Duitse rechter betreft of de bewuste overeenkomst een onrechtmatige onderhandse gunning is. De Duitse rechter wil vervolgens van het Europese Hof weten hoe in dit geval de  uitzondering op de aanbestedingsplicht via de publiek-publieke samenwerking van artikel 12 lid 4 van de Richtlijn 2014/24/EU moet worden uitgelegd. Het Europees Hof geeft aan dat een opdracht die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende diensten wordt gegund, buiten het aanbestedingsrecht valt wanneer de opdracht  voorziet in of uitvoering wordt gegeven aan samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende diensten om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen. Het begrip ‘samenwerking’ staat hierin centraal. Voor ‘samenwerking’ is van belang dat alle partijen bij de samenwerkingsovereenkomst gezamelijk daaraan deelnemen.  Aan deze voorwaarde wordt niet voldaan wanneer de enige bijdrage van bepaalde partijen bij de overeenkomst beperkt is tot het simpelweg vergoeden van de kosten. Deze uitleg van het begrip ‘samenwerking’, wordt bevestigd door overweging 31 van Richtlijn 2014/24/EU, waarin wordt gepreciseerd dat het enkele feit dat beide partijen bij een overeenkomst zelf overheidsdiensten zijn, op zich de toepassing van aanbestedingsregels niet uitsluit. De voorbereiding van een samenwerkingsovereenkomst veronderstelt dat de aanbestedende diensten gezamenlijk vaststellen wat hun behoeften zijn en hoe aan deze behoeften kan worden voldaan. De samenwerking moet dus berusten op een gemeenschappelijke strategie en vereist dat de aanbestedende diensten hun inspanningen bundelen voor de verstrekking van openbare diensten. In deze zaak blijkt slechts van het verkrijgen van een dienst tegen betaling van een vergoeding. Het Hof geeft aan dat dit niet voldoende is om onder de uitzondering op de aanbestedingsplicht in het kader van publiek-publieke samenwerking, te vallen. Rik Wevers   [post_title] => Aanbestedingsrecht: publiek-publieke samenwerking tussen aanbestedende diensten [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => aanbestedingsrecht-publiek-publieke-samenwerking-tussen-aanbestedende-diensten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-25 16:51:57 [post_modified_gmt] => 2020-06-25 14:51:57 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21005 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 21069 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-07-02 10:11:27 [post_date_gmt] => 2020-07-02 08:11:27 [post_content] =>
Kosten op transitievergoeding
Het nieuwe Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding is op 1 juli 2020 in werking getreden. Op basis van dit besluit mag een werkgever inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding in mindering brengen als de verworven kennis en vaardigheden zijn gebruikt voor een andere functie. Met dit besluit worden werkgevers gestimuleerd om tijdens het dienstverband van hun werknemers te investeren in de brede inzetbaarheid van deze werknemers.
Voorwaarden
De navolgende al bestaande voorwaarden blijven van kracht:
  • De werkgever moet de kosten die hij in mindering wil brengen vooraf gespecificeerd en schriftelijk voorleggen aan de werknemer;
  • De werknemer moet vooraf schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van de gespecificeerde kosten;
  • De kosten moeten gemaakt zijn door de werkgever die de transitievergoeding verschuldigd is, ten behoeve van de werknemer aan wie de transitievergoeding verschuldigd is.;
  • De kosten mogen niet het loon van de werknemer betreffen;
  • De kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot het doel waarvoor ze zijn gemaakt;
  • De kosten moeten gemaakt zijn tijdens of na de periode waarover de transitievergoeding wordt berekend;
  • De kosten mogen niet op een derde kunnen worden verhaald;
  • De kosten mogen niet op de werknemer kunnen worden verhaald;
  • De kosten moeten zien op activiteiten ter bevordering van de brede inzetbaarheid van de werknemer, en mogen niet als doel hebben het functioneren van de werknemer in de eigen functie te verbeteren;
  • De kosten moeten zijn gemaakt in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de transitievergoeding is verschuldigd, tenzij werkgever en werknemer schriftelijk anders zijn overeengekomen.
alternatieve financiering             Wat verder niet verandert is dat kosten die worden gemaakt voor de uitoefening van de huidige functie van de werknemer niet in mindering mogen worden gebracht. Er kan individueel met de werknemer worden afgesproken dat de volledige kosten van een opleiding in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding. Wanneer op grond van een cao er sprake is van een persoonlijk ontwikkelingsbudget en de werknemer maakt gebruik van dit budget voor zijn of haar brede inzetbaarheid, dan kan de werkgever de daarmee gepaard gaande bedragen in mindering brengen op de transitievergoeding. Wat ook niet verandert is dat bepaalde transitie- of inzetbaarheidskosten die op grond van een cao door een werkgever moeten worden gemaakt, in mindering mogen worden gebracht op de transitievergoeding. De werkgever heeft hiervoor niet de instemming van de werknemer nodig. Wel moet de werkgever de werknemer informeren. Evenmin wijzigt de bestaande situatie dat voor het berekenen van de door een werkgever van het UWV te verkrijgen compensatie voor een verstrekte transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid of bij beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming vanwege ziekte, overlijden of pensionering van de werkgever, wordt uitgegaan van het bedrag aan transitievergoeding voor het in mindering brengen van de inzetbaarheidskosten. Op deze wijze wordt voorkomen dat de werkgever de kosten van de brede inzetbaarheid van de werknemer alsnog zelf moet dragen hetgeen afbreuk zou doen aan het doel om de brede inzetbaarheid te stimuleren. Rik Wevers [post_title] => Verlaagde transitievergoeding bij brede inzetbaarheid [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verlaagde-transitievergoeding-bij-brede-inzetbaarheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-07-02 10:14:05 [post_modified_gmt] => 2020-07-02 08:14:05 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21069 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 642 [max_num_pages] => 65 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => bbd0f9d2eb576cc4bbc2a0d5b49c87a0 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Kosten op transitievergoeding Het nieuwe Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding is op 1 juli 2020 in werking getreden. Op basis van dit besluit mag een werkgever inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding in mindering brengen als de verworven kennis en vaardigheden zijn gebruikt voor een andere functie. Met dit besluit worden werkgevers gestimuleerd om...
Lees meer
In eerdere blogs schreef ik al over de door de wetgever voorgenomen veranderingen in de UAVG (Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming) met betrekking tot medische persoonsgegevens, onder andere in faillissement. Verder ingaand op het faillissement wil de wetgever de rol van de curator als verwerker van persoonsgegevens verduidelijken, door een artikel toe te voegen aan de Faillissementswet....
Lees meer
Affiliate marketing draait om samenwerking. Je ziet affiliate ads steeds vaker terugkomen in Youtube video’s of social media posts. Ook affiliate marketing op websites is nog steeds populair. Maar soms gaat het mis. Daarom beantwoord ik de vraag: wie is aansprakelijk voor de affiliate marketing? De adverteerder of de affiliate? Wat is affiliate marketing? Affiliate...
Lees meer
Er bestaan in de praktijk hardnekkige misverstanden over kadastrale gegevens. Vaak worden kadastrale grenzen als eigendomsgrenzen gezien: “het Kadaster heeft deze grens toch vastgesteld!”. Veelal wordt de indruk gewekt dat het kadaster de grenzen van het eigendom bepaalt. Die indruk is onjuist. Hoewel in de praktijk vaak kadastrale grenzen gelijk zijn aan de eigendomsgrenzen, is...
Lees meer
Eiseres heeft het ziekenhuis aangesproken vanwege vermeende medische fouten bij het plaatsen van een schouderprothese.
Lees meer
Zoals ik in een eerdere blog al besprak, heeft de wetgever een internetconsultatie voor de nieuwe UAVG (Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming) gepubliceerd. In dit wetsvoorstel heeft de wetgever oog voor het bewaren en beheren van medische dossiers in geval van bijzondere omstandigheden, zoals het faillissement van een (zorg)hulpverlener. Medisch dossier In het kader van een...
Lees meer
Bestaat er zoiets als een recht op thuiswerken? Door de coronacrisis hebben werkgevers en werknemers het thuiswerken ontdekt. Als er tussen werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over nut en noodzaak van wel (of niet) thuiswerken is dat natuurlijk prima. Maar wat als partijen van mening verschillen over thuiswerken? Bestaat er eigenlijk een recht op thuiswerken?...
Lees meer
De regels voor het verstrekken van geneesmiddelen (medicijnen) zijn vastgelegd in Richtlijn 2001/83/EG; het Europees wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Deze richtlijn is vervolgens de basis geweest voor de Nederlandse Geneesmiddelenwet. Wanneer er vragen rijzen over onderwerpen die geregeld zijn in de richtlijn, dan is het uiteindelijk het Europese Hof van Justitie die deze...
Lees meer
De vrije advocaatkeuze voor rechtsbijstandsverzekerden is verruimd. Het Europese Hof heeft aangegeven dat ook de werkzaamheden door een advocaat voorafgaand aan de procedure vallen onder de term vrije advocaatkeuze.  In 2013 heeft de Europese rechter  bepaald dat een rechtsbijstandsverzekerde altijd zelf een advocaat zelf mag uitkiezen om zijn belangen te behartigen indien er sprake is...
Lees meer
In artikel 12 lid 4 van de Richtlijn 2014/24/EU en welk artikel in Nederland is geïmplementeerd in artikel 2.24c Aanbestedingswet is een uitzondering op de aanbestedingsplicht vastgelegd. Op basis van deze uitzondering kunnen aanbestedende diensten samenwerken voor de uitvoering van hun taken van algemeen belang zonder dat daarvoor gebruik wordt gemaakt van een bepaalde rechtsvorm....
Lees meer