Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 602
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 20, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 20417
                    [post_author] => 10
                    [post_date] => 2020-05-04 10:48:46
                    [post_date_gmt] => 2020-05-04 08:48:46
                    [post_content] => Een fout in de inschrijving voor een aanbesteding en het herstel daarvan vormen vaak geen gelukkige combinatie. Een recent gepubliceerde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam illustreert dat eens temeer.

Een partij heeft bij haar inschrijving een fout gemaakt door een prijzenblad niet volledig en correct in te vullen. De aanbestedende dienst sluit om die reden de inschrijving uit van deelname aan de aanbestedingsprocedure. De inschrijver in kwestie stelt dat de omissie een kennelijke fout betreft die zich leent voor herstel. De vraag is of de aanbestedende dienst in strijd handelt met het proportionaliteitsbeginsel door de inschrijver niet de gelegenheid te geven om de fout te herstellen.
Feiten en omstandigheden
In de aanbestedingsleidraad van de aanbesteding is een prijsinvulformulier opgenomen. Inschrijvers moeten alle gevraagde prijzen volledig invullen met gebruikmaking van het prijzenblad. Inschrijvers dienen alle eenheidsprijzen op het prijzenblad invullen. Het prijzenblad dient rechtsgeldig ondertekend, te worden ingediend via www.tenderned.nl. Het niet volledig invullen van dit formulier zal leiden tot het uitsluiten van de Inschrijving. Het ingediende prijsinvulformulier is niet volledig en correct ingevuld. De inschrijver die met de beslissing van de aanbestedende dienst wordt geconfronteerd dat om die reden de inschrijving terzijde wordt gelegd, stelt dat sprake is van een misverstand omdat alle informatie de aanbestedende dienst ter beschikking stond, waardoor de enkele omissie in een Excel file beschouwd kan worden als een tekortkoming die voor herstel vatbaar is. De aanbestedende dienst deelt die mening niet.
Het geschil en de beoordeling  
De uitgesloten inschrijver vordert in kort geding dat aan haar gegund gaat worden en stelt dat hoewel juist is dat een fout is begaan bij het invullen van het prijzenblad, het besluit van de aanbestedende dienst dit te sanctioneren met het terzijde leggen van de inschrijving disproportioneel en onrechtmatig is. In dit geding staat aldus de voorzieningenrechter, de vraag centraal of het de inschrijver/eisende partij – ondanks de bepaling in de aanbestedingsleidraad dat het niet volledig invullen van het prijzenblad wordt gesanctioneerd met uitsluiting – moet worden toegestaan deze fout te herstellen. Nu is het in beginsel mogelijk een kennelijke materiële fout recht te zetten. In dit geval kan het niet (juist) invullen van bepaalde tabellen op het prijzenblad op zichzelf als een kennelijke fout worden aangemerkt. Toch is in dit geval herstel van die fout niet toegestaan. De verplichting van een aanbestedende dienst om de door hemzelf vastgestelde criteria nauwgezet in acht te nemen, betekent immers aldus de voorzieningenrechter, dat de aanbestedende dienst is gehouden een marktdeelnemer uit te sluiten die een stuk of een gegeven dat volgens de aanbestedingsdocumenten op straffe van uitsluiting moest worden overgelegd, niet heeft verstrekt. En van een dergelijke stringente uitsluitingsverplichting in de aanbestedingsleidraad is hier sprake. Dat aanbestedende diensten ook proportioneel moeten handelen doet daaraan niet af.
Conclusie
Fouten in inschrijvingen die in de aanbestedingsdocumenten gesanctioneerd worden met uitsluiting zijn eigenlijk altijd fataal. Heeft u als inschrijver hiermee van doen of hierover vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met Rik Wevers via  wevers@bg.legal Rik Wevers     [post_title] => Fout in inschrijving aanbesteding vaak niet vatbaar voor herstel [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => fout-in-inschrijving-aanbesteding-vaak-niet-vatbaar-voor-herstel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-05-04 10:49:39 [post_modified_gmt] => 2020-05-04 08:49:39 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20417 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 20410 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-04-30 15:49:50 [post_date_gmt] => 2020-04-30 13:49:50 [post_content] => De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de wijze waarop de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2019 door de zorgverzekeraars is uitgevoerd geanalyseerd. De bevindingen van de NZa zijn terug te vinden in een samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2019.  De NZa is van oordeel dat veel goed gaat maar dat een aantal zaken nog beter kan. Om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden, verwacht de NZa meer regie van de zorgverzekeraars.
Zorginkoop
Zorgverzekeraars kopen de zorg in die op grond van de Zvw verzekerd is. Zij hebben zorgplicht en zijn daarmee medeverantwoordelijk voor het zorglandschap. Zij moeten de regie nemen, sturend optreden en gericht inkopen. Door samenwerking te zoeken met andere inkopers zoals gemeenten. Door samenwerking en coördinatie binnen de regio te stimuleren en faciliteren. En door zuinig te zijn in het belang van de premiebetaler, maar net zo belangrijk: investeren als de aanbieder zorg doelmatiger kan leveren. Aldus de Nza. Op het gebied van zorgplicht en zorginkoop waar we volgens de Nza voor grote uitdagingen in een veranderend zorglandschap staan verwacht de Nza meer inzet van zorgverzekeraars om de noodzakelijke veranderingen in de zorg op gang te brengen en te houden. Contracten zijn daarbij een belangrijk sturingsinstrument waarin de Nza nog verbeteringen nodig en mogelijk acht.
Contracteren  
Goed contracteren in het proces van zorginkoop berust betekent dat de afspraken die zorgverzekeraars en zorgaanbieders met elkaar maken verder moeten gaan dan prijs en volume. In contracten moeten ook afspraken staan om zorg op de juiste plek en waarde gedreven in te richten. Daarnaast moet het aantal gecontracteerde zorgaanbieders zodanig zijn dat voldoende zorg kan worden geleverd door de zorgverzekeraars aan de eigen verzekerden. Nu nog ziet de Nza te vaak dat van zorg zonder contracten sprake is. Uit onderzoek door de Nza naar de redenen hiervan is gebleken dat aanbieders de eisen die zijn opgenomen in de contracten soms onterecht toeschrijven aan de zorgverzekeraars, terwijl deze voortvloeien uit wet- en regelgeving. Of er is bij aanbieders onvrede over de inhoud van de contracten, het contracteerproces, de communicatie met zorgverzekeraars en het gebrek aan ruimte voor groei. Zorgaanbieders met vragen over het contracteren met zorgverzekeraars kunnen contact opnemen met BG.zorg. Rik Wevers   [post_title] => Zorgupdate: NZa wil meer regie van zorgverzekeraars [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => zorgupdate-nza-wil-meer-regie-van-zorgverzekeraars [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-30 15:50:30 [post_modified_gmt] => 2020-04-30 13:50:30 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20410 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 20408 [post_author] => 19 [post_date] => 2020-04-30 14:33:20 [post_date_gmt] => 2020-04-30 12:33:20 [post_content] => In veel bezwaar- en beroepsprocedures stellen belanghebbenden aantasting van privacy aan de kaak. In de meeste gevallen zonder succes. Er wordt in deze bezwaar- en beroepsprocedures een strak onderscheid gemaakt tussen bestuursrecht en privaatrecht. Dat wil zeggen dat privaatrechtelijke aspecten – zoals privacy – niet van belang zijn bij vergunningverlening. Dat is slechts anders in het geval van een zogenoemde ‘evidente privaatrechtelijke belemmering’. Dat er niet snel sprake is van zo’n evidente privaatrechtelijke belemmering, beschreef ik in een eerder artikel hierover. Uit dit artikel blijkt dat er twee eisen zijn:
  1. Is er sprake van een privaatrechtelijke belemmering?
  2. Is die beperking evident zodat die in de weg staan aan vergunningverlening?
Dat zijn strenge eisen. Deze eisen gelden ook bij een aantasting van privacy. Desondanks is het mogelijk om vergunningverlening tegen te houden met een beroep op aantasting van privacy. Dit blijkt uit een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter van Nederland.
Wat speelde er in die zaak?
Er was door de gemeente Haarlem een vergunning verleend voor het realiseren van een dakterras op een aanbouw. De buren van de vergunninghouder zijn het niet eens met de verleende vergunning. De buren vrezen een aantasting van hun privacy door inkijk in de woonkamer vanaf het dakterras. Zij stellen dat er vanaf het dakterras rechtstreeks zicht is in hun woonkamer. De buren verwijzen naar artikel 5:50 BW. Daarin is bepaald dat het niet geoorloofd is binnen twee meter van de grenslijn van een erf vensters of andere muuropeningen, dan welk balkons of soortelijke werken te hebben voor zover deze op dit erf uitzicht geven. De gemeente stelt dat er van een evidente privaatrechtelijke belemmering geen sprake is, terwijl de buren stellen dat daarvan wel sprake is. Met het uitzicht wordt inbreuk gemaakt op hun privacy en tevens wordt gehandeld in strijd met het verbod van artikel 5:50 BW.
Wat zegt de hoogste bestuursrechter?
De hoogste bestuursrechter verwijst eerst naar de vaste rechtspraak waaruit blijkt dat van een evidente privaatrechtelijke belemmering niet snel sprake is. Vervolgens overweegt de bestuursrechter: “Op basis van de door partijen overgelegde en ter zitting getoonde foto’s stelt de Afdeling vast dat er vanaf de korte zijde van het door vergunninghouder gewenste balkon rechtstreeks zicht is op het naburige erf van appellanten. Omdat de korte zijde van het balkon rechtstreeks uitkijkt op dit erf, volgt de Afdeling het college niet in de stelling dat er om een hoekje moet worden gekeken en een kwartslag moet worden gedraaid om zicht te hebben op dit erf. De korte zijde van het voorziene balkon bevindt zich binnen twee meter van de grens met het erf van appellanten en heeft een open hekwerk met een hoogte van 1,20 m. Daarmee is er sprake van zicht op het erf binnen 2 m van de grenslijn als bedoeld in artikel 5:50 van het BW. Vanaf het balkon is er door de twee glazen lichtkoepels in het dak van de aanbouw van appellanten in ieder geval ’s avonds met kunstmatige verlichting aan rechtstreeks zicht in hun woonkamer. Daargelaten of het zicht vanwege de bolling van de lichtkoepels overdag beperkt is, levert ook zicht dat wegens verlichting in de woonkamer beperkt is tot de avonduren, rechtstreeks zicht op als bedoeld in artikel 5:50 van het BW. Aangezien in het bouwplan geen voorzieningen zijn opgenomen om het rechtstreekse zicht weg te nemen, levert het bouwplan strijd op met artikel 5:50 van het BW. Dit betekent dat sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan vergunningverlening voor het bouwplan in de weg staat. De rechtbank heeft dit niet onderkend.”
Conclusie en relevantie voor de praktijk
Er is dus sprake van een privaatrechtelijke belemmering. Maar dat niet alleen, de belemmering staat ook in de weg aan vergunningverlening. De belemmering is ‘evident’. De gemeente had de vergunning dus niet mogen verlenen. De reden is dat er niet voldaan is aan de eis van artikel 5:50 BW. Uit deze uitspraak blijkt dat privaatrechtelijke belemmeringen dus zeker van belang kunnen zijn bij vergunningverlening. Dat geldt in het bijzonder voor dit soort ‘harde normen’ die privacy beschermen. Dit soort beperkingen in het burenrecht zal een gemeente dus in de besluitvorming – zeker in bezwaar – moeten meenemen. In een eerdere blog ben ik hier wat verder op ingegaan en heb ik meerdere voorbeelden hiervan genoemd. BG.legal zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen. Heeft u een vraag over privacy of een evidente privaatrechtelijke belemmering? Neem dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Rutger Boogers, Advocaat, specialist omgevingsrecht Rutger Boogers         [post_title] => Is aantasting privacy reden om vergunning te weigeren? Jazeker! [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => is-aantasting-privacy-reden-om-vergunning-te-weigeren-jazeker [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-30 14:34:49 [post_modified_gmt] => 2020-04-30 12:34:49 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20408 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 20372 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-04-29 10:38:57 [post_date_gmt] => 2020-04-29 08:38:57 [post_content] => Tegenwoordig kan elke Nederlander online zijn medische gegevens inzien. Of we nu ziek of gezond zijn: zelf je gegevens bijhouden en delen met huisartsen, ziekenhuizen en behandelaars, wordt steeds eenvoudiger. We krijgen niet alleen meer regie, maar ook meer rechten. Bijvoorbeeld het recht op inzage in ons elektronisch zorgdossier en een afschrift daarvan – geheel kosteloos. Het resultaat van een nieuw wetsartikel.  Op 1 juli 2020 treedt artikel 15d in werking van de Wet aanvullende bepalingen gegevensverwerking in de zorg (Wabvpz). Dit artikel verplicht zorgaanbieders om patiënten kosteloze elektronische inzage in hun dossier te geven. Ook moet de zorgaanbieder bijhouden wie in het elektronisch dossier kijkt en werkt. Want de patiënt heeft op grond van artikel 15e van diezelfde Wabvpz recht op een loggingsoverzicht.
Inzage op papier en elektronisch
Behalve recht op inzage in en afschrift van zijn papieren dossier (al vastgelegd in de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst, Wgbo) heeft de patiënt vanaf 1 juli dus ook recht op inzage in en afschrift van zijn elektronisch dossier. In tegenstelling tot het papieren dossier moet het afschrift van het elektronisch dossier kosteloos worden verschaft. Ook heeft de Wabvpz in vergelijking met de Wgbo een ruimer toepassingsgebied: ze geldt namelijk voor alle zorgaanbieders die een patiëntendossier bijhouden. Het elektronisch systeem dat elektronische inzage mogelijk maakt moet voldoen aan de normen NEN 7510 en NEN 7512. Dit volgt uit het zogenaamde Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders (Begz). De zorgaanbieder mag zelf bepalen hoe hij gegevens elektronisch beschikbaar wil stellen aan de patiënt. Dat kan bijvoorbeeld via een cliëntportaal of het verschaffen van elektronische inzage op een computer op een locatie van de zorgaanbieder.
Recht op loggingsafschrift
Nieuw zijn ook de rechten en plichten met logging. De zorgaanbieder moet het elektronisch systeem zo inrichten dat wordt vastgelegd wie het dossier heeft ingezien en wie gegevens ter beschikking heeft gesteld. Immers, met ingang van 1 juli 2020 heeft de patiënt recht op een afschrift van de logging. Met andere woorden: de patiënt kan verzoeken om een overzicht van wie en wanneer bepaalde informatie beschikbaar heeft gemaakt in het elektronisch systeem en wie wanneer bepaalde informatie heeft gezien. De logging moet voldoen aan de norm NEN 7513 op grond van artikel 5 lid 1 Begz. Zorgaanbieders met vragen over de Wabvpz en het voldoen aan de NEN-normen kunnen contact opnemen met BG.zorg via wevers@bg.legal Rik Wevers   [post_title] => Nieuw wetsartikel verplicht tot gratis inzage in elektronisch patiëntendossier [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nieuw-wetsartikel-verplicht-tot-gratis-inzage-in-elektronisch-patientendossier [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-29 10:40:46 [post_modified_gmt] => 2020-04-29 08:40:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20372 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 20369 [post_author] => 21 [post_date] => 2020-04-29 10:22:50 [post_date_gmt] => 2020-04-29 08:22:50 [post_content] => De curator heeft als taak om het vermogen van de failliete partij te gelde te maken om de gezamenlijke schuldeisers te voldoen. Maar wat moet de curator doen als er genoeg boedel is om alle gezamenlijke schuldeisers te kunnen voldoen en er toch nog uitzicht is op meer boedel? De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 april 2020 duidelijkheid geschapen.[1]
Wat was de aanleiding voor dit arrest?
De curator van een BV met drie aandeelhouders is bezig met het te gelde maken van de activa. Ook de aandeelhouders van de failliete vennootschap dienen nog een bedrag te betalen. Eén aandeelhouder betaalt en de andere aandeelhouders (die tevens bestuurders zijn) niet. (mede) door de betaling van de ene aandeelhouder heeft de curator voldoende baten om alle boedelkosten en de gezamenlijke schuldeisers volledig te betalen. De twee aandeelhouders die niet betalen, menen dat de taak van de curator hiermee afgerond is en het faillissement moet worden beëindigd. De aandeelhouder die wel betaald heeft, is het hiermee niet eens en ziet de curator de vorderingen op de andere aandeelhouders ook graag incasseren. De curator is het met de betalende aandeelhouder eens en wil zijn werkzaamheden voortzetten.
Beschikking rechter-commissaris
De twee niet-betalende aandeelhouders wenden zich tot de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Fw met het verzoek de curator te bevelen over te gaan tot beëindiging van het faillissement. De rechter-commissaris verklaart beide aandeelhouders niet-ontvankelijk in hun verzoek, waarna de beide aandeelhouders in hoger beroep gaan.
Vonnis van de rechtbank
De rechtbank in hoger beroep is eveneens van mening dat één aandeelhouder niet-ontvankelijk is. De andere aandeelhouder wordt wel ontvankelijk verklaard, waarna de rechtbank tot een inhoudelijk oordeel kan komen. De rechtbank overweegt vervolgens dat de curator een zo hoog mogelijk boedelopbrengst moet nastreven om elke vordering tot een zo hoog mogelijk bedrag te kunnen betalen. Dit houdt niet op bij de gezamenlijke schuldeisers. De curator moet zijn werkzaamheden  voortzetten voor de niet-verifieerbare vorderingen en vervolgens de aandeelhouders.
De Hoge Raad
De twee niet-betalende aandeelhouders stappen vervolgens naar de Hoge Raad. De Hoge Raad verklaart ten eerste beide niet-betalende aandeelhouders alsnog ontvankelijk. Vervolgens oordeelt de Hoge Raad dat artikel 179 Fw bepaalt dat de rechter-commissaris een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers beveelt op het moment dat er voldoende baten in de boedel aanwezig zijn. Vervolgens dient het faillissement te worden beëindigd. Het staat de curator in dit geval dus niet vrij om (tussentijds) de vereffening voort te zetten. Na de beëindiging van het faillissement is de vereffenaar met vereffening van het resterende vermogen belast (art. 2:23 lid 1 BW). In de meeste gevallen rust deze taak op de bestuurder(s) van de voormalige vennootschap.
Conclusie
De conclusie is dat de taak van de curator beperkt is tot het moment dat de gezamenlijke schuldeisers volledig kunnen worden betaald. Is de boedel voldoende gevuld, dan dient hij de rechter-commissaris hiervan in kennis te stellen en de verdere vereffening te staken. Het faillissement zal vervolgens spoedig ten einde komen. Na het faillissement ligt de taak van vereffening bij de vereffenaar. Mr. J. Beerens, curator in faillissementen. [1] HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:801 Jelle Beerens [post_title] => Taak curator eindigt als alle boedelkosten en crediteuren kunnen worden betaald [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => taak-curator-eindigt-als-alle-boedelkosten-en-concurrente-crediteuren-kunnen-worden-betaald [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-29 10:24:35 [post_modified_gmt] => 2020-04-29 08:24:35 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20369 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 20358 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-28 10:14:08 [post_date_gmt] => 2020-04-28 08:14:08 [post_content] => Vorige week vertelde ik over de lessen die ondernemers kunnen leren van het televisieprogramma Dragons’ Den. Namelijk dat ondernemers meer zouden moeten nadenken over de bescherming van hun ideeën en producten. Maar dat geldt niet voor de bedenker van de waterfles-met-pillendoosje. Hij is de ondernemer die het snapt.
Wie is de ondernemer?
Start-up ondernemer Joop Opmeer had afgelopen zondag weinig tijd nodig om meerdere Dragons’ te overtuigen te investeren in zijn onderneming. Net afgestudeerd en met een HB O-diploma op zak bedacht hij de YOS (Your Organizes Supplements). De YOS is een waterfles en pillendoos in één. Een duurzame fles die het slikken van pillen gemakkelijker moet maken. Hij overtuigde niet een, maar meerdere Dragons’ om te investeren in zijn product.
Wat deed hij goed?
Uiteraard vragen de Dragons’ aan Opmeer hoe hij zijn uitvinding heeft beschermd. Opmeer antwoord kort maar krachtig. De YOS is op alle mogelijke manieren beschermd:
  • Verschillende onderdelen van de fles zijn beschermd door een patent;
  • De vormgeving van de YOS wordt beschermd door maar liefst drie modelrechten;
  • En Opmeer beschikt over een merkrecht.
Is Opmeer doorgeslagen in het zorgen voor bescherming? Nee. Deze mate van bescherming is allesbehalve overdreven.
Goed dichtgetimmerd
Het patentrecht zorgt voor de bescherming van technische aspecten van de fles. Alleen een patent (oftewel: octrooi) kan daarvoor zorgen. Ook een modelrecht is noodzakelijk. Het modelrecht beschermt namelijk de vormgeving van de fles. Dus de ronde vorm van de fles in combinatie met de vorm van het pillendoosje. Ten slotte zorgt het merkenrecht voor bescherming van de naam YOS. Ook het logo van de YOS kan worden beschermd door het merkenrecht. En zo zorgt Opmeer ervoor dat alle aspecten van zijn product zijn beschermd. Dit is nodig, omdat optreden tegen inbreukmakers anders lastig wordt. Bovendien vergroot een goede bescherming de waarde van een product. Opmeer heeft nu immers het alleenrecht op het exploiteren van deze waterfles. Concurrenten kunnen niet aan de haal gaan met zijn uitvinding.
Wat als ik niet zover wil gaan?
Ik kan me echter voorstellen dat niet iedere ondernemer direct al deze stappen wil of kan nemen. In de praktijk kiezen beginnende ondernemers er toch vaak voor om te varen op het auteursrecht. Het auteursrecht ontstaat namelijk automatisch. Je hoeft auteursrechten niet te registreren om bescherming te krijgen. Maar dat is ook meteen wat het lastig maakt. Als er een inbreuk wordt gemaakt op een product dat alleen is beschermd door het auteursrecht, moet de rechthebbende eerst aantonen dat er überhaupt auteursrechten zijn ontstaan. De auteursrechten zijn immers niet in een register opgenomen, zoals dat bij patenten, merken en modellen wel het geval is. Mijn advies is daarom om een idee te beschermen door een I-depot. Een I-depot toont aan dat de bedenker op het moment van registreren een idee had. Dat kan een idee voor de ontwikkeling van een product of format zijn, of een ander idee. Wil je liever geen I-depot? Dan kun je er ook voor kiezen om een onderhandse akte notarieel vast te laten stellen. Deze akte heeft dan dezelfde werking als een I-depot. Het toont namelijk aan dat de bedenker op dat moment eigenaar was van een idee of product.
Conclusie
Doordat Opmeer zijn product op alle mogelijke manieren heeft beschermd kan hij met een gerust hart ondernemen. Met de mooie investering die hij heeft opgehaald gaat dat ook zeker lukken. Meer weten over de verschillende mogelijkheden die er zijn om een uitvinding te beschermen? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via Kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof [post_title] => Dragons’ Den deel 2: de ondernemer die het snapt [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => dragons-den-deel-2-de-ondernemer-die-het-snapt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-28 13:19:14 [post_modified_gmt] => 2020-04-28 11:19:14 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20358 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 20348 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-24 12:11:26 [post_date_gmt] => 2020-04-24 10:11:26 [post_content] => Sinds twee weken is het populaire Dragons’ Den terug op de Nederlandse televisie. Tijdens dit programma pitchen ondernemers hun (bestaande) bedrijf of uitvinding aan potentiële investeerders: de Dragons. Na de pitch stellen de Dragons vragen en beslissen zij of zij willen investeren. Het mooie aan dit programma is dat het laat zien hoe ondernemend Nederlanders zijn. Maar wat het ook laat zien is dat de gemiddelde ondernemer zijn of haar intellectuele eigendom niet goed genoeg heeft beschermd. Daarom ga ik in dit artikel in op de lessen uit Dragons’ Den.
Les 1: Afspraken rondom royalty’s
Zo was daar de fietsenmaker uit Amsterdam. In het verleden had hij een mooie uitvinding gedaan. Hij had een fietsenlamp op basis van batterijen ontwikkeld. Nu had hij een nieuwe uitvinding om te laten zien. Dat product vonden de Dragons minder interessant. De fietsenlamp vonden ze wel het investeren waard. Maar helaas had de fietsenmaker zijn intellectuele eigendom niet goed beschermd. Niet alleen is de concurrent er met zijn uitvinding vandoor gegaan waardoor hij het product niet (meer) kon ontwikkelen, ook ontvangt de fietsenmaker nauwelijks royalty’s. De eerste les die hieruit kan worden getrokken is dat intellectuele eigendomsrechten altijd zo goed mogelijk moeten worden vastgelegd. Gaat de concurrent er met jouw idee vandoor? Dan kun je gemakkelijk tegen dit soort inbreuken optreden. Op die manier voorkom je dat een ander gaat profiteren van jouw uitvinding of product. Gaat het om auteursrechten? Die hoef je niet te registreren. Het advies ten aanzien van auteursrechten is om zoveel mogelijk tegen inbreukmakers op te treden. Zo behoudt je het alleenrecht op het exploiteren van jouw product. Anders schiet de concurrentie als paddenstoelen uit de grond. En wil je dan toch samenwerken met een andere partij? Leg dan de afspraken rondom de royalty’s goed vast. Namelijk:
  • De hoogte van de royalty’s;
  • Wanneer de royalty’s betaald moeten worden;
  • Of de royalty’s ook op enig moment kunnen worden verhoogd.
Les 2: Vraag een patent aan
De Dragons’ vragen er standaard naar! Heeft u een patent op de uitvinding? Meer dan eens moeten de ondernemers de Dragons’ teleurstellen. Wat is dat jammer. Een patent (oftewel: octrooi) verstevigt jouw positie op de markt. Patenten zijn namelijk de enige manier om technische aspecten van een uitvinding te beschermen. Het gaat dan niet om de vormgeving, het uiterlijk of het design van een product. Nee, het gaat om de technische werking van een product. Bijvoorbeeld de makers van de loopbandfiets die Nikkie Plessen in het programma heeft geprobeerd, hebben veel aan een patent. Vraag je geen patent aan? Dan kan een andere partij jouw product reverse engineeren en zelf een patent aanvragen op de technische werking van het product. Als dat gebeurt, moet je stoppen met het ontwikkelen van jouw product. Anders maak jij inbreuk op het patent van een ander. Uiteindelijk heb je dan dus niets aan een mooie uitvinding. Zonde! Om dat te voorkomen raad ik aan om tijdig bij een octrooigemachtigde aan te kloppen. Zij kunnen de technische aspecten van uitvindingen beoordelen. Een octrooigemachtigde helpt ook in het proces van het verkrijgen van een patent. Immers, een product met patent is meer waard dan zonder. En dus ook voor de Dragons meer reden om te investeren.
Conclusie
Dat Nederland barst van de ondernemers is een mooi gegeven. De ondernemers zouden er echter goed aan doen om hun intellectuele eigendomsrechten meer te beschermen. Zo verhogen zij niet alleen de waarde van hun product of uitvinding, maar verzekeren zij ook de inkomsten die zij hieruit kunnen genereren. Meer weten over de verschillende beschermingsmogelijkheden? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal. Anique van de Kerkhof     [post_title] => De lessen uit Dragons’ Den [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-lessen-uit-dragons-den [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-24 12:26:39 [post_modified_gmt] => 2020-04-24 10:26:39 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20348 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 20341 [post_author] => 5 [post_date] => 2020-04-24 10:57:35 [post_date_gmt] => 2020-04-24 08:57:35 [post_content] =>   Vaak wordt er gedacht dat kinderen zodra ze 12 jaar oud zijn mogen kiezen waar zij bijvoorbeeld willen wonen, of bij vader of bij moeder. Dat is niet zo. Wat mogen kinderen dan wel? echtscheidingsprocedure Bij de rechtszaak tussen de ouders: Als ouders uit elkaar gaan of er loopt een zaak over ouderlijk gezag of omgang of een ondertoezichtstelling, dan roept de rechter kinderen van 12 tot en met 18 jaar per brief op. Zij kunnen aan de rechter zelf vertellen wat zij van de situatie vinden. Zij mogen dus hun verhaal doen en kunnen niet zelf beslissen. Zij hoeven niet te komen en kunnen ook een brief aan de rechter schrijven. Daarin kunnen ze aangeven wat ze van de situatie vinden. Gaat de procedure bij de rechtbank over kinderalimentatie dan krijgen kinderen tussen 16 jaar en 18 jaar een uitnodiging van de rechter om aan te geven wat zij van de situatie vinden. Dit kan ook in een gesprek of door het schrijven van een brief.
Eigen rechtsingang:
Daarnaast hebben minderjarige kinderen ook een eigen rechtsingang bij de rechter. De kinderen kunnen de rechter een brief schrijven en vragen om een beslissing te nemen over de invulling van de zorgregeling/omgangsregeling, informatieregeling, de benoeming van een bijzondere curator en het bepalen van het hoofdverblijf van hen ingeval beide ouders het gezamenlijk gezag hebben over de kinderen. De rechter zal na ontvangst van de brief van de kinderen, hen oproepen en dan een gesprek met hen hebben. Daarna zal er een zitting worden bepaald en dan worden de ouders opgeroepen en eventueel ook betrokken hulpverlenende instanties. Daarna zal de rechter een beslissing nemen. De rechtbank Den Haag heeft in haar beslissing van 20-12-2019 (Rechtbank Den Haag 20-12-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14546 ) heel duidelijk aangegeven waarover  de  kinderen  een beslissing kunnen vragen: De zorgregeling
  • de informatieregeling
  • de benoeming van een bijzondere curator
  • het hoofdverblijf (alleen als er sprake is van gezamenlijk gezag).
Dus niet over overige zaken: In alle andere verzoeken zal de rechtbank de kinderen niet ontvankelijk verklaren en dus geen inhoudelijke beslissing nemen. Er is gelukkig steeds meer aandacht voor de kinderen in een echtscheidingsprocedure. Wij verwijzen ook graag naar de website van www.villapinedo.nl waar kinderen een luisterend oor vinden. Ook kunt u informatie vinden op https://bg.legal/mag-kind-kiezen Mathilde [post_title] => Doet de mening van de kinderen in een echtscheidingsprocedure ertoe?   [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-mening-van-de-kinderen-in-een-echtscheidingsprocedure-doet-deze-ertoe [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-24 11:01:06 [post_modified_gmt] => 2020-04-24 09:01:06 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20341 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 20332 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-04-23 12:02:16 [post_date_gmt] => 2020-04-23 10:02:16 [post_content] => In zogenoemde richtsnoeren heeft de Europese Commissie (Commissie) uiteengezet hoe de Europese aanbestedingsregels gebruikt kunnen worden wanneer in spoedeisende gevallen overheidsopdrachten geplaatst moeten worden. De Commissie heeft bevestigd dat de corona-crisis de toepassing van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wegens dwingende spoed kan rechtvaardigen.
Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking
Deze procedure houdt in dat overheidsinkopers zonder rekening te houden met termijnen en andere procedurevoorschriften rechtstreeks kunnen onderhandelen met marktpartijen. Deze procedure mag worden toegepast als een reguliere (niet) openbare of versnelde procedure ontoereikend is. Daarnaast moet het gaan om omstandigheden die niet voorzienbaar waren en ook niet aan de aanbestedende dienst te wijten zijn. De Commissie heeft bevestigd dat de onmiddellijke en specifieke behoefte van ziekenhuizen en andere zorginstellingen aan zaken als beschermingsmiddelen, bedden en beademingsapparatuur niet te voorzien was. En aangezien deze behoefte veroorzaakt wordt door de corona-pandemie staat buiten kijf dat sprake is van dwingende spoed om de bewuste producten te verkrijgen.
Conclusie
Overheidsinkopers in de zorg kunnen in veel gevallen deze  procedure dus voorlopig gebruiken terwijl het leveranciers van zorgartikelen de mogelijkheid biedt over de levering van hun producten rechtstreeks met de overheid te onderhandelen. Heeft u als inkoper of leverancier hierover vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met Rik Wevers via  wevers@bg.legal Rik Wevers [post_title] => Inkoopprocedures in de zorg in coronatijd [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => inkoopprocedures-in-de-zorg-in-coronatijd [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-23 12:02:16 [post_modified_gmt] => 2020-04-23 10:02:16 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20332 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 20325 [post_author] => 26 [post_date] => 2020-04-23 11:40:27 [post_date_gmt] => 2020-04-23 09:40:27 [post_content] => De afgelopen weken is er veel kritiek geweest op Rumag. Bij velen wel bekend door de originele T-shirts, petten en mokken met creatieve en pakkende quotes. Maar zijn deze quotes wel zo origineel? Er wordt gesteld dat Rumag inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten door het gebruik van andermans quotes. Is dat zo? De vraag is nu of Rumag, door het bedrukken van producten met quotes, inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten. Het antwoord hierop is bevestigend. Wanneer de quote als merkenrecht is geregistreerd, dan pleegt Rumag merkinbreuk. Dit was bijvoorbeeld aan de hand met Bram Krikke, een bekende Youtuber en radio-dj. Krikke kwam erachter dat Rumag T-shirts en vesten verkocht met zijn slogan ‘joe joe’ erop. Deze slogan is bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom als merkenrecht geregistreerd. Het management van Krikke verzocht Rumag te stoppen met het gebruik van de quote ‘Joe joe’ en de opbrengsten die Rumag heeft gegenereerd met de verkoop van deze T-shirts en vesten. Wanneer een quote niet geregistreerd is als merk, betekent dat niet dat er geen inbreuk wordt gepleegd op IE-rechten. In dat geval kan een quote beschermd zijn onder het auteursrecht. Een quote geniet auteursrecht wanneer deze creatief genoeg is. Dit is een belangrijke toets. Het auteursrecht wordt niet geregistreerd, maar ontstaat vanzelf. Hierdoor kan het lastiger zijn om iets te beschermen onder het auteursrecht. De vraag is dan ook of de quotes die Rumag gebruikt, creatief genoeg zijn. Het feit dat Rumag deze quotes gebruikt en er veel geld aan verdient, geeft voor mij al aan dat het dus creatief genoeg is. En dus wordt er auteursinbreuk gemaakt. Vooralsnog zijn er geen procedures gestart tegen Rumag. Wel heeft Bram Krikke actie ondernomen tegen het gebruik van zijn merk. Daarnaast heeft Rumag ook uit voorzorg de artikelen met de bekende quote ‘wijnen, wijnen, wijnen’ van de familie Meiland uit de schappen gehaald. Vanwege de vele kritiek die Rumag heeft gekregen, is de topman van Rumag inmiddels opgestapt. Heeft u vragen over het auteursrecht of het merkenrecht? Heeft u het vermoeden dat iemand inbreuk maakt op uw IE-rechten? Op onze website kunt u hier meer informatie over vinden. Hier vind u ook handige links naar onze blogs. Mocht u specifieke vragen hebben, dan helpen wij u graag verder. U kunt contact met ons opnemen via 088-1410800 Moos Hovens, juridisch medewerker IE Moos Hovens [post_title] => Waarom Rumag auteursrechtinbreuk maakt [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => waarom-rumag-auteursrechtinbreuk-maakt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-23 11:49:42 [post_modified_gmt] => 2020-04-23 09:49:42 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20325 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 20417 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-05-04 10:48:46 [post_date_gmt] => 2020-05-04 08:48:46 [post_content] => Een fout in de inschrijving voor een aanbesteding en het herstel daarvan vormen vaak geen gelukkige combinatie. Een recent gepubliceerde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam illustreert dat eens temeer. Een partij heeft bij haar inschrijving een fout gemaakt door een prijzenblad niet volledig en correct in te vullen. De aanbestedende dienst sluit om die reden de inschrijving uit van deelname aan de aanbestedingsprocedure. De inschrijver in kwestie stelt dat de omissie een kennelijke fout betreft die zich leent voor herstel. De vraag is of de aanbestedende dienst in strijd handelt met het proportionaliteitsbeginsel door de inschrijver niet de gelegenheid te geven om de fout te herstellen.
Feiten en omstandigheden
In de aanbestedingsleidraad van de aanbesteding is een prijsinvulformulier opgenomen. Inschrijvers moeten alle gevraagde prijzen volledig invullen met gebruikmaking van het prijzenblad. Inschrijvers dienen alle eenheidsprijzen op het prijzenblad invullen. Het prijzenblad dient rechtsgeldig ondertekend, te worden ingediend via www.tenderned.nl. Het niet volledig invullen van dit formulier zal leiden tot het uitsluiten van de Inschrijving. Het ingediende prijsinvulformulier is niet volledig en correct ingevuld. De inschrijver die met de beslissing van de aanbestedende dienst wordt geconfronteerd dat om die reden de inschrijving terzijde wordt gelegd, stelt dat sprake is van een misverstand omdat alle informatie de aanbestedende dienst ter beschikking stond, waardoor de enkele omissie in een Excel file beschouwd kan worden als een tekortkoming die voor herstel vatbaar is. De aanbestedende dienst deelt die mening niet.
Het geschil en de beoordeling  
De uitgesloten inschrijver vordert in kort geding dat aan haar gegund gaat worden en stelt dat hoewel juist is dat een fout is begaan bij het invullen van het prijzenblad, het besluit van de aanbestedende dienst dit te sanctioneren met het terzijde leggen van de inschrijving disproportioneel en onrechtmatig is. In dit geding staat aldus de voorzieningenrechter, de vraag centraal of het de inschrijver/eisende partij – ondanks de bepaling in de aanbestedingsleidraad dat het niet volledig invullen van het prijzenblad wordt gesanctioneerd met uitsluiting – moet worden toegestaan deze fout te herstellen. Nu is het in beginsel mogelijk een kennelijke materiële fout recht te zetten. In dit geval kan het niet (juist) invullen van bepaalde tabellen op het prijzenblad op zichzelf als een kennelijke fout worden aangemerkt. Toch is in dit geval herstel van die fout niet toegestaan. De verplichting van een aanbestedende dienst om de door hemzelf vastgestelde criteria nauwgezet in acht te nemen, betekent immers aldus de voorzieningenrechter, dat de aanbestedende dienst is gehouden een marktdeelnemer uit te sluiten die een stuk of een gegeven dat volgens de aanbestedingsdocumenten op straffe van uitsluiting moest worden overgelegd, niet heeft verstrekt. En van een dergelijke stringente uitsluitingsverplichting in de aanbestedingsleidraad is hier sprake. Dat aanbestedende diensten ook proportioneel moeten handelen doet daaraan niet af.
Conclusie
Fouten in inschrijvingen die in de aanbestedingsdocumenten gesanctioneerd worden met uitsluiting zijn eigenlijk altijd fataal. Heeft u als inschrijver hiermee van doen of hierover vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met Rik Wevers via  wevers@bg.legal Rik Wevers     [post_title] => Fout in inschrijving aanbesteding vaak niet vatbaar voor herstel [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => fout-in-inschrijving-aanbesteding-vaak-niet-vatbaar-voor-herstel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-05-04 10:49:39 [post_modified_gmt] => 2020-05-04 08:49:39 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20417 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 602 [max_num_pages] => 61 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => bbd0f9d2eb576cc4bbc2a0d5b49c87a0 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Een fout in de inschrijving voor een aanbesteding en het herstel daarvan vormen vaak geen gelukkige combinatie. Een recent gepubliceerde uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam illustreert dat eens temeer. Een partij heeft bij haar inschrijving een fout gemaakt door een prijzenblad niet volledig en correct in te vullen. De aanbestedende dienst sluit...
Lees meer
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de wijze waarop de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2019 door de zorgverzekeraars is uitgevoerd geanalyseerd. De bevindingen van de NZa zijn terug te vinden in een samenvattend rapport Zorgverzekeringswet 2019.  De NZa is van oordeel dat veel goed gaat maar dat een aantal zaken nog beter kan. Om de zorg ook...
Lees meer
In veel bezwaar- en beroepsprocedures stellen belanghebbenden aantasting van privacy aan de kaak. In de meeste gevallen zonder succes. Er wordt in deze bezwaar- en beroepsprocedures een strak onderscheid gemaakt tussen bestuursrecht en privaatrecht. Dat wil zeggen dat privaatrechtelijke aspecten – zoals privacy – niet van belang zijn bij vergunningverlening. Dat is slechts anders in...
Lees meer
Tegenwoordig kan elke Nederlander online zijn medische gegevens inzien. Of we nu ziek of gezond zijn: zelf je gegevens bijhouden en delen met huisartsen, ziekenhuizen en behandelaars, wordt steeds eenvoudiger. We krijgen niet alleen meer regie, maar ook meer rechten. Bijvoorbeeld het recht op inzage in ons elektronisch zorgdossier en een afschrift daarvan – geheel...
Lees meer
De curator heeft als taak om het vermogen van de failliete partij te gelde te maken om de gezamenlijke schuldeisers te voldoen. Maar wat moet de curator doen als er genoeg boedel is om alle gezamenlijke schuldeisers te kunnen voldoen en er toch nog uitzicht is op meer boedel? De Hoge Raad heeft in zijn...
Lees meer
Vorige week vertelde ik over de lessen die ondernemers kunnen leren van het televisieprogramma Dragons’ Den. Namelijk dat ondernemers meer zouden moeten nadenken over de bescherming van hun ideeën en producten. Maar dat geldt niet voor de bedenker van de waterfles-met-pillendoosje. Hij is de ondernemer die het snapt. Wie is de ondernemer? Start-up ondernemer Joop...
Lees meer
Sinds twee weken is het populaire Dragons’ Den terug op de Nederlandse televisie. Tijdens dit programma pitchen ondernemers hun (bestaande) bedrijf of uitvinding aan potentiële investeerders: de Dragons. Na de pitch stellen de Dragons vragen en beslissen zij of zij willen investeren. Het mooie aan dit programma is dat het laat zien hoe ondernemend Nederlanders...
Lees meer
  Vaak wordt er gedacht dat kinderen zodra ze 12 jaar oud zijn mogen kiezen waar zij bijvoorbeeld willen wonen, of bij vader of bij moeder. Dat is niet zo. Wat mogen kinderen dan wel? Bij de rechtszaak tussen de ouders: Als ouders uit elkaar gaan of er loopt een zaak over ouderlijk gezag of...
Lees meer
In zogenoemde richtsnoeren heeft de Europese Commissie (Commissie) uiteengezet hoe de Europese aanbestedingsregels gebruikt kunnen worden wanneer in spoedeisende gevallen overheidsopdrachten geplaatst moeten worden. De Commissie heeft bevestigd dat de corona-crisis de toepassing van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wegens dwingende spoed kan rechtvaardigen. Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking Deze procedure houdt in dat overheidsinkopers zonder rekening te...
Lees meer
De afgelopen weken is er veel kritiek geweest op Rumag. Bij velen wel bekend door de originele T-shirts, petten en mokken met creatieve en pakkende quotes. Maar zijn deze quotes wel zo origineel? Er wordt gesteld dat Rumag inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten door het gebruik van andermans quotes. Is dat zo? De vraag is...
Lees meer
  • Gratis webinar: ‘Een mislukt automatiseringsproject, en nu?’

    Lees meer