Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => all
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [search_columns] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [update_menu_item_cache] => 
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 1488
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID
					 FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type) 
					 WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND ((wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft'))) AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
					wpml_translations.language_code = 'nl'
					AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
					AND ( ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
			  FROM wp_icl_translations
			  WHERE trid = wpml_translations.trid
			  AND language_code = 'nl'
			) = 0
			 ) OR ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
				FROM wp_icl_translations t2
				JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
				WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
				AND t2.language_code = 'nl'
                AND (
                    p.post_status = 'publish' OR p.post_status = 'private' OR 
                    ( p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit' )
                )
			) = 0 ) ) 
				) ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' )  )
					 GROUP BY wp_posts.ID
					 ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC
					 LIMIT 20, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 45307
                    [post_author] => 10
                    [post_date] => 2025-07-14 11:47:46
                    [post_date_gmt] => 2025-07-14 09:47:46
                    [post_content] => Als een concurrent subsidie van de gemeente ontvangt, kan dat voor een andere ondernemer aanleiding zijn om via een verzoek aan het college van B&W van die gemeente, te trachten die subsidie als vermeend onrechtmatige staatssteun teruggevorderd te krijgen.

Voordat wordt toegekomen aan de vraag of sprake is van verboden staatssteun, moet allereerst de ondernemer bij zo’n verzoek ook een belang hebben. In de hier te bespreken uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei jl. wordt bevestigd dat het werkzaam zijn in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als de subsidieontvanger, niet volstaat. Er moet ook aannemelijk worden gemaakt dat door de subsidieverstrekking aan de concurrent, er omzetverlies of ander nadeel is geleden.

Feiten en rechtsoordeel

Het college van B&W van Rotterdam heeft subsidie verstrekt aan een derde partij voor verbetering van woningen en bedrijfsruimten aan de Nieuwe Binnenweg. De appellant (in de zaak bij de Afdeling)  heeft geen panden op de Nieuwe Binnenweg maar wel elders in de gemeente Rotterdam (op Zuid). Appellant vindt dat de subsidieverstrekking onrechtmatige staatssteun behelst en verzoekt het college van B&W de subsidiebesluiten in te trekken, de subsidie op nihil vast te stellen en wat er aan subsidie is uitbetaald terug te vorderen. Het verzoek wordt afgewezen en in bezwaar en in beroep bij de rechtbank, is appellant niet succesvol. In hoger beroep wijst de Afdeling in de eerste plaats op de definitie in de Awb van het begrip belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De Afdeling overweegt verder dat een derde op grond van zijn concurrentiepositie kan worden aangemerkt als belanghebbende bij een besluit als hier aan de orde is, indien de subsidie waarvan terugvordering wordt verzocht, strekt tot ondersteuning van activiteiten, uit te voeren binnen hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als waarbinnen de derde werkzaam is. Of appellant aan voornoemde voorwaarde voldoet, kan in deze zaak in het midden blijven. Appellant heeft niet concreet onderbouwd dat zijn concurrentiepositie door de subsidieverlening aan de derde nadelig is beïnvloed, noch ten tijde van de subsidieverlening en subsidievaststelling noch ten tijde van het besluit op het terugvorderingsverzoek. Appellant heeft niet concreet onderbouwd dat hij door de aan de derde verleende subsidie omzetverlies of ander nadeel heeft geleden dan wel op andere wijze is gehinderd in zijn activiteiten op de vastgoedmarkt.

Conclusie

Het enkele feit dat appellant geen panden had op de Nieuwe Binnenweg breekt hem niet op. De vastgoedmarkt van Rotterdam lijkt hier samen te vallen met het begrip: hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied. Temeer de Afdeling aan het feit refereert dat appellant voor zijn panden in Rotterdam-Zuid ook subsidie heeft gekregen. Nee, doorslaggevend is het niet aannemelijk maken dat door de subsidiebesluiten, appellant omzetverlies of ander nadeel heeft geleden dan wel op andere wijze is gehinderd in zijn activiteiten op de vastgoedmarkt in Rotterdam. Hierdoor is het belang van appellant niet rechtstreeks betrokken bij de aan de orde zijnde subsidiebesluiten. Kortom, het zijn van concurrent zal allereerst gepaard moeten gaan met aannemelijk te maken schade of ander nadeel als gevolg van subsidieverstrekking, wil een verzochte terugvordering van aan een concurrent verstrekte subsidie wegens verboden staatssteun, überhaupt inhoudelijk beoordeeld kunnen worden. Zie de volledige uitspraak Rik Wevers 2 [post_title] => Belanghebbende bij verzoek terugvordering staatssteun [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => belanghebbende-bij-verzoek-terugvordering-staatssteun [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-07-14 11:47:46 [post_modified_gmt] => 2025-07-14 09:47:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45307 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 45394 [post_author] => 6 [post_date] => 2025-07-11 14:31:42 [post_date_gmt] => 2025-07-11 12:31:42 [post_content] => Op 10 juli 2025 publiceerde de Europese Commissie de definitieve General-Purpose AI Code of Practice (GPAI-Code). Deze code biedt richtsnoeren voor aanbieders van general-purpose AI-modellen zoals GPT-4, Gemini of Claude en is gericht op transparantie, veiligheid, copyright-compliance en risicobeheer. De GPAI-code ondersteunt bij naleving van de AI Act (artikelen 53 en 55).

Voor ontwikkelaars van AI-tools op basis van GPAI-modellen

Ontwikkel je een AI-tool die gebruikmaakt van een GPAI-model? Dan brengt de GPAI-code je de volgende verantwoordelijkheden én voordelen:
  • Transparantieverplichtingen: je moet documentatie opstellen over de modelarchitectuur, gebruikte trainingsdata (categorieën), energieverbruik, gebruiksdoeleinden en licenties.
  • Model Documentation Form: je moet deze binnen 14 dagen kunnen verstrekken aan downstream-gebruikers of toezichthouders.
  • Copyright-compliance: procedures voor bezwaar van rechthebbenden, filtering en metadata-integratie zijn vereist.
  • Veiligheid en monitoring: risicobeheersplannen, incidentresponse en onafhankelijke audits worden aanbevolen voor grote modellen.
OpenAI heeft al publiekelijk zijn steun uitgesproken voor deze Code. Door deze te volgen, toon je als ontwikkelaar transparantie en vergroot je het vertrouwen bij gebruikers.

Voor gebruikers van AI-tools

Ben je gebruiker of afnemer van een AI-oplossing gebaseerd op GPAI? Dan biedt de GPAI-code jou nieuwe rechten:
  • Inzage in technische documentatie: je kunt informatie eisen over training, modelbeperkingen en copyrightbeleid.
  • Evaluatie van risico’s: je kunt zelf beoordelen of het model veilig en betrouwbaar is op basis van aangeleverde documentatie.
  • Meer zekerheid: een aanbieder die de GPAI-code toepast, voldoet vermoedelijk aan de AI Act. Dit vergroot jouw juridische zekerheid.
De code verhoogt de standaard voor verantwoord gebruik van generatieve AI in o.a. juridische, financiële, zorg- en educatieve toepassingen.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor ontwikkelaars/aanbieders: Zorg ervoor dat je klaar bent om de GPAI-code te ondertekenen. Laat je ondersteunen bij het opstellen van documentatie, copyrightbeleid en risicobeheer. Voor gebruikers van AI-tools: Informeer bij je leverancier naar GPAI-conforme documentatie en eisen. Wij helpen je bij het opstellen van inkoopvoorwaarden, risicobeoordelingen en compliance. Neem contact op via wijst@bg.legal – wij helpen jou om verantwoord én compliant te werken met GPAI-tools onder de AI Act. Jos van der Wijst [post_title] => Wat betekent de GPAI-Code of Practice voor AI-tools gebaseerd op general-purpose modellen? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wat-betekent-de-gpai-code-of-practice-voor-ai-tools-gebaseerd-op-general-purpose-modellen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-08-04 10:32:23 [post_modified_gmt] => 2025-08-04 08:32:23 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45394 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 45296 [post_author] => 67 [post_date] => 2025-07-10 14:03:28 [post_date_gmt] => 2025-07-10 12:03:28 [post_content] => Als een onderneming vlak voor een faillissement bepaalde transacties verricht, kan dat de belangen van schuldeisers schaden. Denk aan de overdracht van bezittingen aan gelieerde vennootschappen of het plotseling vestigen van nieuwe zekerheden voor oude schulden. In dat soort situaties kan een curator in beginsel gebruikmaken van de faillissementspauliana: het wettelijk recht om benadelende rechtshandelingen terug te draaien. Maar wat als het niet om één losse transactie gaat, maar om een samenstel van rechtshandelingen? Moet de curator dan voor elke rechtshandeling afzonderlijk aantonen dat die tot benadeling leidde, of mag hij kijken naar het geheel? Over die vraag ging een recente zaak die uitmondde in een uitspraak van de Hoge Raad op 20 juni 2025. De uitkomst? De curator mag in bepaalde gevallen het samenstel van transacties als uitgangspunt nemen bij de beoordeling of sprake is van benadeling van schuldeisers.

De zaak Nebo/Megahome

De zaak bij de Hoge Raad draaide om een vastgoedgroep (Megahome) die kort na de kredietcrisis in zwaar weer terechtkwam. De Rabobank trok zich terug als financier, en binnen de groep werden vervolgens grote hoeveelheden grond, vorderingen en zekerheden overgeheveld naar andere (gelieerde) vennootschappen. Het ging onder meer om een bouwclaimovereenkomst ter waarde van ca. 200 miljoen euro, het vestigen van zekerheden, het aanvaarden van aansprakelijkheden oplopend tot € 8,7 miljard, en zelfs het terugkopen van eerder verkochte gronden voor miljarden. De curator vond dat deze handelingen niet los van elkaar moesten worden beoordeeld, maar dat ze samen één grote uithollingsoperatie vormden. Hij vernietigde het samenstel van rechtshandelingen en vorderde onder meer terugbetaling. De rechtbank en het gerechtshof gaven de curator gelijk. Nebo c.s. stapten naar de Hoge Raad.

Wat zegt de wet?

Op basis van artikel 42 Faillissementswet kan een curator bepaalde rechtshandelingen vernietigen als:
  • de schuldenaar deze onverplicht verrichtte;
  • deze handeling schuldeisers benadeelde;
  • en hij (en ook de wederpartij) wist of moest weten dat dit tot benadeling zou leiden.
Normaal gesproken gaat het daarbij om één rechtshandeling, zoals het vestigen van een pandrecht of het doen van een betaling. Maar in de praktijk zijn situaties vaak complexer en is sprake van meerdere rechtshandelingen. Zeker bij concernstructuren en grotere herstructureringen, waarbij – bijvoorbeeld – activa van de schuldenaar wordt overgedragen en intercompany vorderingen/schulden met elkaar worden verrekend. De vraag is dan: mag een curator het samenstel van rechtshandelingen als zijnde één rechtshandeling beoordelen of moet hij iedere rechtshandeling afzonderlijk beoordelen. Of anders gezegd, moet de curator dan voor iedere rechtshandeling afzonderlijk aantonen dat sprake is van benadeling van schuldeisers? Of volstaat dat hij aantoont dat het samenstel van rechtshandelingen benadelend is voor schuldeisers.

Hoge Raad: samenstel mag uitgangspunt zijn

De Hoge Raad zegt daar nu het volgende over. Als sprake is van een samenhangend geheel van rechtshandelingen, mag een curator dat geheel als uitgangspunt nemen. Hij hoeft dus niet per rechtshandeling aan te tonen dat sprake was van benadeling en wetenschap daarvan – zolang dat voor het samenstel als geheel maar geldt. Met andere woorden: de curator mag naar het effect van de gehele constructie kijken en is dus niet beperkt tot de losse rechtshandelingen. Dat betekent ook dat het moment waarop wetenschap van benadeling vereist is, niet telkens hoeft te worden vastgesteld bij iedere afzonderlijke handeling. De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en verwerpt het beroep van Nebo c.s.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor curatoren is dit arrest belangrijk. Het biedt steun om complex opgebouwde constructies die benadelend zijn voor de gezamenlijke schuldeisers aan te pakken, zonder dat elke rechtshandeling afzonderlijk onderuitgehaald hoeft te worden. Maar ook voor ondernemers is deze uitspraak relevant:
  • Wees voorzichtig met herstructureringen als de onderneming financieel onder druk staat. Wat op papier een legitieme afspraak lijkt, kan later als onderdeel van een benadelend samenstel worden aangemerkt.
  • Bij transacties binnen een groep of tussen bevriende partijen moet u alert zijn op de mogelijke gevolgen bij faillissement.
  • Let dus op bij de overdracht van activa aan gelieerde partijen, het aanvaarden van (hoofdelijke) aansprakelijkheid of verrekeningen en het gladtrekken of opschonen van rekening-courantverhoudingen: ook dit soort afspraken kan deel uitmaken van een vernietigbaar geheel.
Overweegt u een herstructurering van de onderneming of het concern? Wilt u voorkomen dat de bedachte constructie later wordt teruggedraaid? Neem dan contact met ons op. Onze specialisten in insolventierecht staan voor u klaar. Remco de Jong [post_title] => Faillissementspauliana: wanneer mag een curator meerdere transacties tegelijk vernietigen? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => faillissementspauliana-wanneer-mag-een-curator-meerdere-transacties-tegelijk-vernietigen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-07-10 14:03:28 [post_modified_gmt] => 2025-07-10 12:03:28 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45296 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 45287 [post_author] => 65 [post_date] => 2025-07-09 14:51:56 [post_date_gmt] => 2025-07-09 12:51:56 [post_content] => Weet dat de gebruiksplicht voor een merk begint vijf jaar na de registratiedatum. Vanaf dat moment moet je je merk daadwerkelijk gebruiken. Onlangs zagen we nog dat een deel van het merk Airbnb verviel omdat dat gebruik ontbrak. Ferrari had meer succes. Het merk Testarossa, bekend van het iconische automodel, is ook geregistreerd voor schaalmodellen. Tegen die registratie stelde iemand een nietigheidsverzoek in wegens vermeend niet-gebruik. Ferrari wist dat te weerleggen met overtuigend bewijs: verpakkingen van schaalmodellen die door derden op de markt zijn gebracht, én catalogi waarop het merk Testarossa duidelijk vermeld stond. Vaak stond er ook bij: “Official Licensed Product.” Volgens het EU-Gerecht volstond dit om aan te tonen dat het merk normaal werd gebruikt. Belangrijke lessen uit deze uitspraak:
  • Gebruik door licentiehouders telt ook mee als normaal gebruik van het merk.
  • Zelfs als je merk naast een ander merk staat, kan het nog steeds zijn herkomstfunctie vervullen.
  • Stilzwijgende toestemming voor gebruik door derden kan óók bijdragen aan het aantonen van normaal gebruik.
Gebruik je jouw merk zelf niet (meer) of slechts beperkt? Overweeg dan een licentie. Daarmee genereer je omzet én behoud je je merkrechten. Lees de uitspraak hier: CURIA - Documents Wat betekend normaal gebruik en houd je daar wel rekening mee? Ten eerste is het van belang om te weten dat het gebruiksplicht van een merk[1] vijf jaar na registratiedatum start. Vanaf dan dient het merk normaal te worden gebruikt. Onlangs hebben we gezien dat een deel van het merk Airbnb is vervallen. Ferrari heeft daarentegen meer succes. Het merk Testarossa (een automodel van Ferrari) is ook geregistreerd voor schaalmodellen. Tegen het merk Testarossa is een nietigheidsverzoek ingesteld wegens geen normaal gebruik. Ferrari heeft dit weerlegd met bewijsmateriaal. Namelijk verpakkingen aangeboden schaalmodellen door derde partijen en catalogi mét het merk Testarossa. Vaak stond ook vermeld “Official Licensed Product”. Volgens het EU Gerecht was dit voldoende om normaal gebruik aan te tonen. Belangrijk om mee te nemen uit deze uitspraak is:
  • gebruik door derden door middel van een licentie is ook normaal gebruik van het merk;
  • ook in het geval het merk naast een ander merk staat, kan het merk zijn herkomstfunctie behouden; en
  • stilzwijgende toestemming van de merkhouder voor het gebruik door derden kan bijdragen aan normaal
Dus, gebruik je het merk zelf niet meer of in mindere mate? Verstrek een licentie voor het genereren van omzet én het behoudt van je merk. [1] Europees en Benelux merk. Mustafa Kahya [post_title] => Normaal gebruik van een merk [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => normaal-gebruik-van-een-merk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-07-09 14:51:56 [post_modified_gmt] => 2025-07-09 12:51:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45287 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 45390 [post_author] => 6 [post_date] => 2025-07-07 10:24:14 [post_date_gmt] => 2025-07-07 08:24:14 [post_content] => AI-hallucinaties en aansprakelijkheid bij gebruik van ChatGPT: Amerikaanse rechter spreekt OpenAI vrij. Een recente uitspraak van de rechtbank in de Amerikaanse staat Georgia zet een belangrijke juridische toon in de wereld van generatieve AI. In de zaak Walters v. OpenAI, LLC oordeelde de rechter dat OpenAI niet aansprakelijk is voor foutieve, verzonnen output van ChatGPT — ook wel bekend als een "AI-hallucinatie".

De casus: ChatGPT beschuldigt onterecht een journalist

Radiohost en wapenrechtenactivist Mark Walters stapte naar de rechter nadat ChatGPT hem ten onrechte had beschuldigd van verduistering van gelden bij de Second Amendment Foundation (SAF). Deze verzonnen beschuldiging ontstond nadat een journalist ChatGPT vroeg een rechtszaak samen te vatten waarin de SAF betrokken was. ChatGPT gaf aanvankelijk correcte samenvattingen van ingevoerde tekst, maar toen enkel een link werd gedeeld, hallucineerde het model een fictieve aanklacht tegen Walters. Hoewel de journalist het antwoord niet publiceerde, startte Walters een rechtszaak wegens smaad en laster. De rechter wees alle vorderingen af: ChatGPT’s output was geen feitelijke publicatie, de journalist had geen schade geleden, en er was geen sprake van opzet of nalatigheid. Bovendien werden de duidelijke disclaimers van OpenAI — waarin wordt gewaarschuwd voor mogelijk onjuiste informatie — zwaar meegewogen. De volledige uitspraak is te vinden via Courthouse News Service.

Een bredere juridische boodschap over AI-disclaimers en verantwoordelijkheid

Deze uitspraak is juridisch gebaseerd op het recht van de staat Georgia, maar heeft mogelijk implicaties die veel breder reiken. Zoals besproken door Loeb & Loeb LLP, bevestigt de zaak dat aanbieders van AI-tools niet automatisch aansprakelijk zijn voor de inhoud die hun systemen genereren, zolang zij transparant zijn over de beperkingen van hun technologie. Volgens Reuters en Brown Rudnick onderstreept het oordeel dat gebruikers een actieve rol moeten blijven spelen bij het controleren van AI-uitvoer, zeker wanneer het om juridische, journalistieke of zakelijke toepassingen gaat.

Relevantie voor Nederlandse bedrijven en de de AI Act

Hoewel het om een Amerikaanse uitspraak gaat, is de casus ook relevant voor Nederlandse organisaties die AI inzetten in communicatie, juridische ondersteuning, klantenservice of data-analyse. De uitspraak benadrukt het belang van: - Heldere AI-disclaimers in je dienstverlening - Menselijke controle op AI-output - Juridische toetsing van AI-toepassingen in het licht van de AI Act Met de komst van Europese regelgeving zoals de AI Act, de Digital Services Act en de Data Act, is het essentieel dat organisaties nu al anticiperen op de toenemende eisen rondom transparantie, aansprakelijkheid en risicobeheersing bij inzet van AI.

Wat kun je doen?

Gebruik je of overweeg je het gebruik van generatieve AI in jouw organisatie? Dan is het verstandig om juridisch advies in te winnen over: - Het opstellen van disclaimers en gebruikersvoorwaarden voor AI-tools - Aansprakelijkheidsbeperking bij AI-gedreven dienstverlening - Naleving van de AI Act en andere Europese regelgeving - Risico-inschatting bij gebruik van externe AI-systemen zoals ChatGPT Neem gerust contact met mij op via wijst@bg.legal of LinkedIn, en ik help je met een juridische scan of strategisch advies over verantwoord AI-gebruik. Jos van der Wijst [post_title] => AI-hallucinaties en aansprakelijkheid bij gebruik van ChatGPT [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => ai-hallucinaties-en-aansprakelijkheid-bij-gebruik-van-chatgpt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-08-04 10:26:55 [post_modified_gmt] => 2025-08-04 08:26:55 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45390 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 45262 [post_author] => 68 [post_date] => 2025-07-03 15:33:22 [post_date_gmt] => 2025-07-03 13:33:22 [post_content] => Hoe negatief mag een klant zich online uitlaten over de dienstverlening van een bedrijf? Die vraag stond centraal in een recente rechtszaak tussen energie-makelaar Fluent Energy en een voormalige klant. In deze blog lees je hoe de rechtbank Den Haag in deze kwestie oordeelde.

Waar ging de zaak over?

Fluent Energy is een tussenpersoon die namens klanten energiecontracten afsluit, onder andere namens Gulf Gas and Power. Een klant van Fluent Energy – de gedaagde in deze kwestie – had in 2023 zo’n contract afgesloten, maar al snel weer opgezegd. Wat volgde was een conflict over een opzegvergoeding en dat gedaagde verschillende negatieve reviews op Trustpilot postte. De reviews waren stevig van toon. Termen als "oplichters", “boeven” en "wurgcontract", werden niet geschuwd. De klant riep anderen op zich bij hem aan te sluiten in juridische stappen tegen Fluent Energy, en heeft hij deelgenomen aan de uitzending van Radar waarin, onder meer, de dienstverlening van Fluent Energy onderwerp is geweest. Fluent Energy vond dat te ver gaan. Het bedrijf spande een rechtszaak aan en eiste dat de reviews verwijderd bleven, dat er geen nieuwe negatieve uitlatingen zouden volgen én een schadevergoeding van €50.000. Volgens het bedrijf werden de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschreden en was er sprake van laster en reputatieschade.

Wat oordeelde de rechter?

De rechtbank maakte een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht op bescherming van de eer en goede naam van Fluent Energy en het recht op vrije meningsuiting van de gedaagde. Daarbij kwam de rechter tot het oordeel dat de reviews niet onrechtmatig zijn. Ondanks het scherpe taalgebruik, waren de uitingen gebaseerd op eigen ervaringen en onderbouwd met feiten. Verder stelde de rechtbank dat het gebruiken van termen als ‘oplichters’ en ‘boeven’ in deze kwestie valt binnen de grenzen van vrije meningsuiting, zeker omdat de reviews in deze kwestie zijn geplaatst in de context van kritiek op zakelijk handelen. Verder is het op zoek gaan naar mede-gedupeerden en deelnemen aan publieke uitzendingen zoals Radar toegestaan.

Conclusie

Dit vonnis laat weer eens zien dat rechters wat terughoudend zijn met het laten verwijderen van online reviews. Dat is begrijpelijk: de vrijheid van meningsuiting weegt zwaar, zeker als de review gebaseerd is op persoonlijke ervaringen en feiten. Maar dat betekent niet dat negatieve reviews altijd door de beugel kunnen. In sommige gevallen zijn er wél aanknopingspunten om op te treden – bijvoorbeeld bij aantoonbaar onjuiste of beschadigende uitlatingen. Het is daarom belangrijk om zorgvuldig te beoordelen of een review de grenzen overschrijdt. Wij denken graag mee over een doordachte aanpak: van juridische analyse tot een strategie om reputatieschade te beperken. Heeft uw onderneming last van negatieve reviews? Neem gerust contact met me op. Britt van den Branden nieuw 1 [post_title] => Rechter bevestigt: ook stevige reviews kunnen rechtmatig zijn [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => rechter-bevestigt-ook-stevige-reviews-kunnen-rechtmatig-zijn [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-07-03 15:33:22 [post_modified_gmt] => 2025-07-03 13:33:22 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45262 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 45238 [post_author] => 6 [post_date] => 2025-06-30 14:50:20 [post_date_gmt] => 2025-06-30 12:50:20 [post_content] => In de wereld van IT-contracten zijn langdurige afhankelijkheden tussen klant en leverancier geen uitzondering. Maar wat gebeurt er als die afhankelijkheid leidt tot blokkades bij de overstap naar een alternatief? De rechtbank Den Haag heeft zich recent uitgesproken over deze problematiek in een zaak tussen Rijkswaterstaat (RWS) en softwareleverancier Broadcom/Vmware.[1] De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen voor leveranciers én afnemers van bedrijfskritische software.

RWS versus VMware: wat was er aan de hand?

RWS maakte gebruik van VMware-producten, waarvoor zij eeuwigdurende licenties had aangeschaft. Voor technische ondersteuning had RWS daarnaast telkens supportovereenkomsten gesloten voor drie jaar. Na afloop van de laatste overeenkomst in juli 2025, deed Broadcom – inmiddels eigenaar van VMware – een nieuw aanbod. Dit bestond uit gebruikslicenties én support, maar tegen hogere prijzen dan voorheen. RWS zag zich geconfronteerd met een "take it or leave it"-voorstel, zonder realistische mogelijkheid om de bestaande producten zonder support te blijven gebruiken. In kort geding verzocht RWS de rechter om Broadcom te verplichten tot tijdelijke voortzetting van de support. Volgens RWS handelde Broadcom in strijd met de op hen rustende zorgplicht van IT-leveranciers en maakte zij misbruik van haar machtspositie. De voorzieningenrechter gaf RWS gelijk. Volgens de rechter mocht Broadcom in de gegeven omstandigheden niet zomaar stoppen met leveren van ondersteuning. In plaats daarvan moest een redelijk exitvoorstel worden gedaan, gericht op een zorgvuldige overgang weg van VMware.

De kern: een redelijk exitvoorstel

De kortgedingrechter formuleerde een aantal uitgangspunten voor wat een “redelijk exitvoorstel” inhoudt:
  • Duur: lang genoeg om de klant in staat te stellen alternatieven te implementeren of interne continuïteit te waarborgen.
  • Inhoud: toegang tot essentiële supportdiensten zoals beveiligingsupdates, bugfixes, technische documentatie en exportfunctionaliteit.
  • Tarief: marktconform en transparant, aansluitend bij eerdere contractvoorwaarden.
  • Overdracht: actieve ondersteuning bij kennisoverdracht en systeemmigratie.
Kortom: de leverancier moet bijdragen aan een gecontroleerde en werkbare afbouw van de klantrelatie – zonder dat de afnemer in de kou komt te staan.

Waarom deze uitspraak ertoe doet

De uitspraak is relevant voor beide kanten van de contractuele tafel: Voor afnemers:
  • Bescherming tegen vendor lock-in: bedrijven en overheden die afhankelijk zijn van specifieke software kunnen nu juridisch afdwingen dat ze niet plotseling worden afgesneden.
  • Versterkte onderhandelingspositie: afnemers hebben een argument in handen om bij het sluiten van een contract al afspraken te maken over exitondersteuning.
Voor leveranciers:
  • Nieuwe zorgplicht: het enkele aflopen van een contract is geen vrijbrief meer om support te staken – zeker niet bij langdurige afhankelijkheid.
  • Exitplan als contractonderdeel: leveranciers doen er verstandig aan om standaard (redelijke) exitvoorwaarden op te nemen in SLA’s en algemene voorwaarden.

Praktische tips voor IT-contracten

Deze zaak benadrukt het belang van een goed doordachte exitstrategie, zowel voor afnemers als leveranciers. Voor afnemers:
  • Breng afhankelijkheden in kaart: technisch, functioneel en operationeel.
  • Leg exit-afspraken contractueel vast: hoe lang duurt support na beëindiging, wat zijn de kosten, welke dienstverlening wordt geleverd?
  • Houd rekening met budget en implementatietijd van alternatieven.
Voor leveranciers:
  • Ontwikkel standaard exitprotocollen en neem deze op in contractdocumentatie.
  • Wees vooraf transparant over kostenstructuur voor exitondersteuning.
  • Vermijd een juridisch zwakke positie door tijdig het gesprek aan te gaan over de exitfase.

Toekomstbestendig contracteren

De uitspraak in de zaak RWS/Broadcom markeert een belangrijke ontwikkeling in het IT-recht. Waar voorheen het uitgangspunt was dat de klant bij contractbeëindiging zelf verantwoordelijk was voor continuïteit, geldt nu: bij aantoonbare afhankelijkheid rust op de leverancier een verplichting om exitondersteuning te bieden. Of je nu leverancier of afnemer bent: een exit is geen bijzaak meer, maar een essentieel onderdeel van een evenwichtig IT-contract. Zorg dat je voorbereid bent – juridisch én praktisch. Wil je weten wat jij aan deze uitspraak hebt en hoe jij deze uitspraak kunt inzetten in je organisatie, neem dan contact op met Jos van der Wijst. [1] Rb Den Haag, 27-06-2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11349 Jos van der Wijst 2 [post_title] => Leveranciersverantwoordelijkheid bij IT-exit: lessen uit de VMware-uitspraak [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => leveranciersverantwoordelijkheid-bij-it-exit-lessen-uit-de-vmware-uitspraak [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-06-30 14:50:20 [post_modified_gmt] => 2025-06-30 12:50:20 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45238 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 45231 [post_author] => 65 [post_date] => 2025-06-30 13:55:01 [post_date_gmt] => 2025-06-30 11:55:01 [post_content] => Een merkregistratie is een strategische zet voor de bescherming van een merk, maar het recht blijft alleen in stand als het normaal gebruikt wordt. Het Europees Hof van Justitie heeft recent het belang van dit zogenoemde ‘normaal gebruik’ benadrukt.

Verval wegens niet-gebruik

Airbnb werd geconfronteerd met een verzoek tot vervallenverklaring van haar merk door concurrent Airtasker. De reden: het merk zou niet ‘normaal’ gebruikt zijn. Dit gebruik moet openbaar en aantoonbaar zijn, en niet slechts symbolisch zijn of berusten op vermoedens of aannames. Een merkhouder moet kunnen aantonen dat een merk in de Europese Unie gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar normaal is gebruikt. Airbnb slaagde hier slechts gedeeltelijk in. Het gevolg: het merk ‘Airbnb’ is door het Europees merkenbureau doorgehaald voor onder andere de categorie “tijdelijke accommodatie”.

Monopoliseren

Een merk is bedoeld om producten en diensten van elkaar te onderscheiden. Om dit recht te behouden, moet het merk daadwerkelijk worden gebruikt voor de producten en diensten waarvoor het is geregistreerd. Wordt het merk niet normaal gebruikt, dan kan het op verzoek vervallen worden verklaard. Onder ‘normaal gebruik’ wordt verstaan het gebruik in het economische verkeer om deze waren en diensten aan derden aan te bieden. Het idee hierachter is dat een onderneming niet zomaar een merk mag monopoliseren zonder het daadwerkelijk te gebruiken.

Geen gebruik, geen recht

Vanaf het moment van registratie heeft een merkhouder vijf jaar de tijd om het merk in het economisch verkeer te gebruiken. Wordt het merk na die periode niet gebruikt voor (alle) geregistreerde waren of diensten, dan kan een derde partij een vervallenverklaring aanvragen. De merkhouder moet dan bewijs aanleveren dat het merk normaal is gebruikt voor elk van de geregistreerde categorieën waren of diensten. Voorbeelden van dergelijk bewijs zijn onder meer facturen, reclames, brochures en social mediacampagnes. Het is van belang dat het bewijs concreet en objectief is. Toekomstige plannen of voornemens om het merk te gaan gebruiken zijn in beginsel onvoldoende. Als niet genoeg bewijs wordt geleverd, wordt het merk (deels) doorgehaald voor de waren en/of diensten waarvoor het gebruik niet is aangetoond.

Belang voor merkhouders

Om te voorkomen dat (een deel van) uw merkbescherming vervalt, zijn hier drie praktische tips:
  • houd de termijn van vijf jaar vanaf het moment van registratie in de gaten;
  • verzamel en archiveer objectief bewijs van commercieel gebruik, zoals marketingmateriaal, facturen of online content; en
  • zorg dat u voor de geregistreerde waren en diensten concreet gebruik kunt aantonen.
Mustafa Kahya nieuw 1 [post_title] => Airbnb verliest een deel van haar merk [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => airbnb-verliest-een-deel-van-haar-merk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-06-30 13:55:01 [post_modified_gmt] => 2025-06-30 11:55:01 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45231 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 45227 [post_author] => 65 [post_date] => 2025-06-30 11:46:15 [post_date_gmt] => 2025-06-30 09:46:15 [post_content] => Tracpartz exploiteert sinds 2009 een webwinkel onder de domeinnaam TracPartz.nl en verkoopt daarin onderdelen voor oude Japanse minitractoren. Op haar website vermeldt zij bij onderdelen niet alleen informatie van de fabrikant, maar ook eigen verzamelde compatibiliteitsgegevens met andere tractormerken en -typen. In 2018 is haar wederpartij gestart met een concurrerende webwinkel, waarbij hij volgens Tracpartz gebruik heeft gemaakt van deze bijzondere productinformatie. Na een sommatie van Tracpartz in 2019 – waarin zij zich beriep op auteursrechtinbreuk – verklaarde de wederpartij dat hij elke inbreuk op intellectuele eigendom zou staken. In 2022 volgde een tweede sommatie, waarin Tracpartz stelde dat sprake was van inbreuk op haar databankenrecht. De wederpartij betwistte dit en weigerde een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Daarop startte Tracpartz een procedure bij de rechtbank, die haar vorderingen afwees. Tracpartz ging vervolgens in hoger beroep.

Juridisch kader

Centraal staat de vraag of Tracpartz auteursrechten of databankrechten kan inroepen op de bijzondere productinformatie. Volgens de Databankenwet is bescherming alleen mogelijk als sprake is van een substantiële investering in de verkrijging, controle of presentatie van de gegevens. Investeringen in het creëren van de gegevens vallen daar niet onder. Daarnaast geldt dat in het algemeen het overnemen van niet-rechtens beschermde informatie door concurrenten is toegestaan, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die het gebruik onrechtmatig maken.

Beoordeling

Het hof stelt vast dat Tracpartz onvoldoende heeft onderbouwd dat zij substantiële investeringen heeft gedaan in de verkrijging, controle of presentatie van de bijzondere productinformatie. Reizen naar Japan, vertalingen en interne werkzaamheden zijn niet voldoende gespecificeerd of onderbouwd. Daarmee ontbreekt een databankenrecht. Ook is het gebruik van de informatie door de wederpartij niet onrechtmatig. Het enkel overnemen van niet-beschermde informatie door een concurrent is toegestaan binnen het kader van de vrijheid van ondernemen. Tracpartz heeft geen bijkomende omstandigheden gesteld die dit gebruik onrechtmatig zouden maken. Ook haar beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalt, omdat er geen sprake is van een schending van een recht of onrechtmatig handelen. Ten aanzien van de toezegging van de wederpartij uit 2019 oordeelt het hof dat deze toezegging alleen betrekking had op vermeende auteursrechtinbreuken, niet op databankrechten. Omdat er bovendien geen databankrecht bestaat, kan hieruit geen afdwingbare verplichting voortvloeien.

Conclusie

Deze uitspraak onderstreept dat een geslaagd beroep op het databankenrecht alleen mogelijk is wanneer overtuigend en concreet wordt aangetoond dat substantieel is geïnvesteerd in de verkrijging, controle of presentatie van de gegevens. Het enkel creëren van de gegevens volstaat daarvoor niet. Zonder onderbouwing met bijvoorbeeld tijdsbesteding, kosten of inzet van personeel, faalt een beroep op bescherming onder de Databankenwet. Voor advocaten betekent dit dat zij hun cliënten tijdig moeten adviseren over het zorgvuldig vastleggen van relevante investeringen. Indien databankbescherming niet haalbaar is, ligt het voor de hand om alternatieve juridische grondslagen te onderzoeken, zoals auteursrecht of contractuele bescherming. Mustafa Kahya [post_title] => Wel of geen databankenrecht? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wel-of-geen-databankenrecht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-06-30 11:46:15 [post_modified_gmt] => 2025-06-30 09:46:15 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45227 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 45179 [post_author] => 68 [post_date] => 2025-06-19 11:27:41 [post_date_gmt] => 2025-06-19 09:27:41 [post_content] =>

Op 11 maart 2025 deed de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2025:1477) uitspraak in een kort geding. Dit was aangespannen door Stichting Casa Latina tegen een groep ondernemers. Sinds 2022 organiseren deze ondernemers feesten onder dezelfde naam. Beide partijen gebruiken dus de naam "Casa Latina", maar met een ander doel. De stichting bevordert culturele en maatschappelijke participatie van Latijns-Amerikaanse vrouwen. De gedaagden organiseren commerciële dansfeesten met Latijns-Amerikaanse muziek.

De stichting vreesde verwarring bij het publiek. Zij vorderde onder meer dat gedaagden het gebruik van de naam zouden staken.

Wanneer is er sprake van handelsnaamgebruik?

In deze zaak stond de vraag centraal of gedaagden "Casa Latina" als handelsnaam gebruikten. En zo ja, of dit leidde tot verwarringsgevaar met de oudere naam van de stichting. Gedaagden voerden aan dat zij de naam alleen gebruikten voor hun diensten. Volgens hen is dat geen handelsnaamgebruik, zoals gebruikelijk is in de evenementenbranche.

De rechter dacht daar anders over. Het gebruik van een domeinnaam waarop evenementen worden aangekondigd en tickets worden verkocht, kwalificeert wél als handelsnaamgebruik. De naam “Casa Latina” werd duidelijk en prominent op de website gepresenteerd. De werkelijke handelsnaam van gedaagden kwam daar niet op voor. In de ogen van het publiek fungeerde "Casa Latina" dus als handelsnaam.

Geen verwarring ondanks identieke naam

Toch wees de voorzieningenrechter de vorderingen van de stichting af. De handelsnamen zijn identiek. Ook de domeinnamen verschillen nauwelijks. Toch achtte de rechter verwarringsgevaar onvoldoende aannemelijk. De activiteiten en doelgroepen van beide partijen verschillen namelijk sterk.

De stichting bevordert participatie van Latijns-Amerikaanse vrouwen in de Nederlandse samenleving, vooral in Utrecht. De commerciële partij organiseert dansfeesten in onder meer Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. De feesten richten zich op een jong uitgaanspubliek tussen de 18 en 30 jaar. Er is geen specifieke culturele of maatschappelijke focus. Het draait om muziek, dans en entertainment, niet om cultuurbevordering.

Volgens de rechter is de overlap in naam, en een enkel geval van verwarring – zoals een feestganger die per ongeluk contact zocht met de stichting – onvoldoende voor een verbod. Zulke vergissingen zijn verklaarbaar. Ze kwamen voort uit het aanvankelijk ontbreken van duidelijke contactgegevens op de website van gedaagden. Dat is inmiddels hersteld.

Belangenafweging en praktische gevolgen

Bij de beoordeling speelde ook de opgebouwde reputatie van gedaagden een rol. Zij hadden overtuigend aangetoond dat zij onder de naam "Casa Latina" bekendheid hadden verworven. Het wijzigen van die naam zou leiden tot verlies van goodwill. De stichting kon daarentegen niet goed aantonen dat haar belangen echt werden geschaad door het gebruik van de naam.

De rechter wees ook de andere vorderingen van de stichting af. Hieronder vielen de schadevergoeding, overdracht van de domeinnaam en staking van vermeende onrechtmatige handelspraktijken. De stichting werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 8.995,-.

Conclusie

Deze uitspraak laat zien dat het gebruik van een identieke handelsnaam niet automatisch leidt tot een verbod voor de andere partij. Doorslaggevend is of er daadwerkelijk verwarringsgevaar bestaat bij het relevante publiek. Dat hangt sterk af van de aard van de ondernemingen en hun doelgroep.

Wilt u weten hoe uw handelsnaam effectief beschermd kan worden of juridisch advies over een mogelijke handelsnaaminbreuk? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten. Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten.

Britt van den Branden nieuw [post_title] => Verwarringsgevaar bij handelsnamen: Casa Latina vs. Casa Latina [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verwarringsgevaar-bij-handelsnamen-casa-latina-vs-casa-latina [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-06-19 11:27:41 [post_modified_gmt] => 2025-06-19 09:27:41 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45179 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [before_loop] => 1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 45307 [post_author] => 10 [post_date] => 2025-07-14 11:47:46 [post_date_gmt] => 2025-07-14 09:47:46 [post_content] => Als een concurrent subsidie van de gemeente ontvangt, kan dat voor een andere ondernemer aanleiding zijn om via een verzoek aan het college van B&W van die gemeente, te trachten die subsidie als vermeend onrechtmatige staatssteun teruggevorderd te krijgen. Voordat wordt toegekomen aan de vraag of sprake is van verboden staatssteun, moet allereerst de ondernemer bij zo’n verzoek ook een belang hebben. In de hier te bespreken uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei jl. wordt bevestigd dat het werkzaam zijn in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als de subsidieontvanger, niet volstaat. Er moet ook aannemelijk worden gemaakt dat door de subsidieverstrekking aan de concurrent, er omzetverlies of ander nadeel is geleden.

Feiten en rechtsoordeel

Het college van B&W van Rotterdam heeft subsidie verstrekt aan een derde partij voor verbetering van woningen en bedrijfsruimten aan de Nieuwe Binnenweg. De appellant (in de zaak bij de Afdeling)  heeft geen panden op de Nieuwe Binnenweg maar wel elders in de gemeente Rotterdam (op Zuid). Appellant vindt dat de subsidieverstrekking onrechtmatige staatssteun behelst en verzoekt het college van B&W de subsidiebesluiten in te trekken, de subsidie op nihil vast te stellen en wat er aan subsidie is uitbetaald terug te vorderen. Het verzoek wordt afgewezen en in bezwaar en in beroep bij de rechtbank, is appellant niet succesvol. In hoger beroep wijst de Afdeling in de eerste plaats op de definitie in de Awb van het begrip belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De Afdeling overweegt verder dat een derde op grond van zijn concurrentiepositie kan worden aangemerkt als belanghebbende bij een besluit als hier aan de orde is, indien de subsidie waarvan terugvordering wordt verzocht, strekt tot ondersteuning van activiteiten, uit te voeren binnen hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als waarbinnen de derde werkzaam is. Of appellant aan voornoemde voorwaarde voldoet, kan in deze zaak in het midden blijven. Appellant heeft niet concreet onderbouwd dat zijn concurrentiepositie door de subsidieverlening aan de derde nadelig is beïnvloed, noch ten tijde van de subsidieverlening en subsidievaststelling noch ten tijde van het besluit op het terugvorderingsverzoek. Appellant heeft niet concreet onderbouwd dat hij door de aan de derde verleende subsidie omzetverlies of ander nadeel heeft geleden dan wel op andere wijze is gehinderd in zijn activiteiten op de vastgoedmarkt.

Conclusie

Het enkele feit dat appellant geen panden had op de Nieuwe Binnenweg breekt hem niet op. De vastgoedmarkt van Rotterdam lijkt hier samen te vallen met het begrip: hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied. Temeer de Afdeling aan het feit refereert dat appellant voor zijn panden in Rotterdam-Zuid ook subsidie heeft gekregen. Nee, doorslaggevend is het niet aannemelijk maken dat door de subsidiebesluiten, appellant omzetverlies of ander nadeel heeft geleden dan wel op andere wijze is gehinderd in zijn activiteiten op de vastgoedmarkt in Rotterdam. Hierdoor is het belang van appellant niet rechtstreeks betrokken bij de aan de orde zijnde subsidiebesluiten. Kortom, het zijn van concurrent zal allereerst gepaard moeten gaan met aannemelijk te maken schade of ander nadeel als gevolg van subsidieverstrekking, wil een verzochte terugvordering van aan een concurrent verstrekte subsidie wegens verboden staatssteun, überhaupt inhoudelijk beoordeeld kunnen worden. Zie de volledige uitspraak Rik Wevers 2 [post_title] => Belanghebbende bij verzoek terugvordering staatssteun [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => belanghebbende-bij-verzoek-terugvordering-staatssteun [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-07-14 11:47:46 [post_modified_gmt] => 2025-07-14 09:47:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=45307 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 1488 [max_num_pages] => 149 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 3539225a62ecaebeff475252779cc77e [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [allow_query_attachment_by_filename:protected] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [query_cache_key:WP_Query:private] => wp_query:163981ba47a464ac09c088ecef8b4501:0.54078000 17564024590.84419200 1756402459 [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => [tribe_controller] => Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller Object ( [filtering_query:Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller:private] => WP_Query Object *RECURSION* ) )
Als een concurrent subsidie van de gemeente ontvangt, kan dat voor een andere ondernemer aanleiding zijn om via een verzoek aan het college van B&W van die gemeente, te trachten...
Lees meer
Op 10 juli 2025 publiceerde de Europese Commissie de definitieve General-Purpose AI Code of Practice (GPAI-Code). Deze code biedt richtsnoeren voor aanbieders van general-purpose AI-modellen zoals GPT-4, Gemini of Claude...
Lees meer
Als een onderneming vlak voor een faillissement bepaalde transacties verricht, kan dat de belangen van schuldeisers schaden. Denk aan de overdracht van bezittingen aan gelieerde vennootschappen of het plotseling vestigen...
Lees meer
Weet dat de gebruiksplicht voor een merk begint vijf jaar na de registratiedatum. Vanaf dat moment moet je je merk daadwerkelijk gebruiken. Onlangs zagen we nog dat een deel van...
Lees meer
AI-hallucinaties en aansprakelijkheid bij gebruik van ChatGPT: Amerikaanse rechter spreekt OpenAI vrij. Een recente uitspraak van de rechtbank in de Amerikaanse staat Georgia zet een belangrijke juridische toon in de...
Lees meer
Hoe negatief mag een klant zich online uitlaten over de dienstverlening van een bedrijf? Die vraag stond centraal in een recente rechtszaak tussen energie-makelaar Fluent Energy en een voormalige klant....
Lees meer
In de wereld van IT-contracten zijn langdurige afhankelijkheden tussen klant en leverancier geen uitzondering. Maar wat gebeurt er als die afhankelijkheid leidt tot blokkades bij de overstap naar een alternatief?...
Lees meer
Een merkregistratie is een strategische zet voor de bescherming van een merk, maar het recht blijft alleen in stand als het normaal gebruikt wordt. Het Europees Hof van Justitie heeft...
Lees meer
Tracpartz exploiteert sinds 2009 een webwinkel onder de domeinnaam TracPartz.nl en verkoopt daarin onderdelen voor oude Japanse minitractoren. Op haar website vermeldt zij bij onderdelen niet alleen informatie van de...
Lees meer
Op 11 maart 2025 deed de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2025:1477) uitspraak in een kort geding. Dit was aangespannen door Stichting Casa Latina tegen een groep ondernemers. Sinds 2022...
Lees meer