Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 3
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 545
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 20, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 18751
                    [post_author] => 10
                    [post_date] => 2019-11-01 11:44:59
                    [post_date_gmt] => 2019-11-01 10:44:59
                    [post_content] => Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland van 1 november2019 [ ECLI:NL:RBMNE:2019:5093]. In deze zaak draait het onder meer om de vraag of in kort geding Ferranti kan klagen over beweerdelijke gebreken in een door Provincie Utrecht en DOVA georganiseerde aanbesteding voor de ontwikkeling, het beheer en de doorontwikkeling van een dynamisch reizigersinformatiesysteem. Of dat zoals Provincie Utrecht en DOVA en ook de winnaar van de aanbesteding zijnde Strukton stellen, Ferranti zich niet meer op de gestelde gebreken kan beroepen omdat Ferranti haar rechten om dat te doen heeft verwerkt. Zij baseren zich hierbij op het zogenaamde Grossmann- arrest en op het leerstuk van de rechtsverwerking.
Tijdig geklaagd
De voorzieningenrechter gaat niet mee in dit verweer. Ferranti heeft in het kader van de Nota van Inlichtingen de onregelmatigheden die volgens haar aan de aanbestedingsprocedure kleven en waarop Ferranti zich in het kader van het kort geding beroept, naar voren gebracht. Hiermee waren Provincie Utrecht en DOVA vóór de inschrijvingstermijn dus bekend en hadden dus de mogelijkheid om de gestelde onregelmatigheden vóór de inschrijvingstermijn te corrigeren. Dat zij dat niet hebben gedaan is hun goed recht maar betekent niet dat Ferranti de vóór de inschrijvingstermijn geuite bezwaren niet in het kort geding naar voren kunnen brengen. Voor zover Provincie Utrecht en DOVA vinden dat van een proactief inschrijver verlangd kan worden om een kort geding te starten onmiddellijk nadat het hem duidelijk is dat de aanbestedende dienst zijn bezwaren verwerpt, gaat dit standpunt aldus de voorzieningenrechter niet op.  Uit het Grossmann-arrest kan dit niet worden opgemaakt. De strekking van het arrest is dat er geklaagd moet worden op een moment dat de aanbestedende dienst er nog wat aan kan doen, en dat is in deze zaak gebeurd.
Geen rechtsverwerking
Ook het leerstuk van de rechtsverwerking biedt geen grondslag voor de stelling van Provincie Utrecht en DOVO dat Ferranti haar recht op te klagen in kort geding heeft verwerkt. Ferranti heeft niet bij Provincie Utrecht en DOVO het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij haar bezwaren tegen de aanbestedingsprocedure niet langer handhaafde. Juist door in eerste instantie “onder protest” in te schrijven heeft Ferranti duidelijk kenbaar gemaakt dat zij haar naar voren gebrachte bezwaren handhaafde. Weliswaar heeft Ferranti daarna zonder protest ingeschreven, maar de enige reden dat zij dit deed was, omdat haar inschrijving anders als ongeldig zou worden verklaard. Provincie Utrecht en DOVA waren van deze reden ook op de hoogte. Het gerechtvaardigd vertrouwen dat Ferranti haar bezwaren niet langer handhaafde kan, anders dan Provincie Utrecht, DOVA en Strukton menen, ook niet worden ontleend aan het feit dat in de aanbestedingsstukken is vermeld dat een inschrijver door een inschrijving te doen zich conformeert aan de voorwaarden zoals gesteld in de aanbestedingsstukken. Er zijn ook geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat Provincie Utrecht en DOVO onredelijk in hun positie zouden worden benadeeld in geval Ferranti haar bezwaren alsnog in kort geding naar voren brengt. Weliswaar is er doordat Ferranti niet vóór de inschrijvingstermijn het kort geding aanhangig gemaakt, maar pas na de voorlopige gunningsbeslissing, vertraging in de aanbestedingsprocedure ontstaan, maar Provincie Utrecht en DOVO worden hierdoor niet onredelijk in hun positie benadeeld. Zij hebben immers de gelegenheid gehad om naar aanleiding van de bezwaren van Ferranti de aanbestedingsprocedure vóór de inschrijvingstermijn te corrigeren.
Conclusie
Bij bezwaren vóór de inschrijvingstermijn is het als proactieve inschrijver absoluut noodzakelijk deze bezwaren kenbaar te maken. Bij afwijzing van de bezwaren hoeft er vóór de inschrijving niet per se een kort geding te worden gestart. Wel is het zaak zekerheidshalve protest te laten horen tegen het niet honoreren van de bezwaren. Vervolgens kan er ‘zonder protest’ worden ingeschreven waarbij men zich dan gelet op de aanbestedingsstukken noodgedwongen conformeert aan de voorwaarden van de aanbesteding. Maar dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om na de voorlopige gunningsbeslissing zo nodig een kort geding aanhangig te maken over de eerder kenbaar gemaakte bezwaren.   [post_title] => Proactief klagen in aanbesteding [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => proactief-klagen-in-aanbesteding [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:46 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18751 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 18660 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-10-31 12:15:44 [post_date_gmt] => 2019-10-31 11:15:44 [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
Ondanks het feit dat de volmacht als gevolg van het faillissement is komen te vervallen, betekent dat niet dat de octrooigemachtigde geen zorgplicht[1] meer heeft voor zijn failliete cliënt, ook niet als de curator zijn recht heeft verloren om nakoming van de overeenkomst te vorderen. Hiervoor dient de overeenkomst eerst beëindigd te worden.
Beëindigen overeenkomst
Om de overeenkomst daadwerkelijk te beëindigen dient de octrooigemachtigde nog een stap te zetten. Wanneer duidelijk is dat de curator de overeenkomst niet wil voortzetten of indien de curator niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd, dan staat de toerekenbare tekortkoming van de failliete cliënt vast. Dit geeft de octrooigemachtigde de keuze om de overeenkomst:
  1. in stand te laten. Hiermee blijft echter ook de zorgplicht in stand, of;
  2. de overeenkomst schriftelijk te beëindigen door middel van ontbinding.
Zorgplicht
De vervolgvraag is of de octrooigemachtigde door het op deze wijze ontbinden van de overeenkomst  in lijn handelt met zijn zorgplicht. Artikel 4 sub e van de Gedragsregels voor octrooigemachtigden speelt hierbij een belangrijke rol. Deze gedragsregel luidt als volgt: “Indien een Lid een opdracht niet wil aanvaarden of indien het zijn dienstverlening inzake een lopende opdracht wil beëindigen, deelt het dit onverwijld aan de Cliënt mede. In het laatste geval treft het Lid de nodige maatregelen om de Cliënt in staat te stellen nadeel te vermijden.” Met het schriftelijk inroepen van de ontbinding is aan het vereiste in de eerste zin voldaan. De tweede zin eist van de octrooigemachtigde dat hij de nodige maatregelen treft om de cliënt in staat te stellen nadeel te vermijden. Hoewel de uitleg van het woord ‘nodige’ arbitrair is, ben ik van mening dat aan dit vereiste wordt voldaan met het versturen van de eerste brief aan de curator als hiervoor aangegeven. Voor alle zekerheid raad ik octrooigemachtigden aan om, wanneer de situatie het toelaat, de curator te wijzen op de mogelijkheid om na de ontbinding opnieuw een volmacht te verstrekken aan de oorspronkelijke octrooigemachtigde of een andere bevoegde octrooigemachtigde. Dit kan zowel gelden voor de curator als een eventuele doorstartende partij.
Stappenplan
Wanneer resumerend de volgende stappen zijn doorlopen, zal de kans klein zijn dat een octrooigemachtigde in strijd met zijn zorgplicht handelt[2]:
  • Brief 1: de curator is schriftelijk volledig geïnformeerd over het octrooirecht en aan hem is een redelijke termijn gegeven om te laten weten of hij de overeenkomst met de oorspronkelijk behandelend octrooigemachtigde wenst voort te zetten, waarbij ook de gevolgen en risico’s zijn geduid.
  • Brief 2: aan de curator is schriftelijk bevestigd dat hij zijn recht op nakoming heeft verloren en dat de overeenkomst is ontbonden. De curator wordt aangeboden om in een later stadium alsnog afspraken te maken over een nieuwe volmacht.
Algemene voorwaarden
In deel 1 heb ik gewezen op de mogelijkheid om een overeenkomst ook te beëindigen door gebruik te maken van de opzegmogelijkheid in de algemene voorwaarden. Hoewel deze mogelijkheid bestaat, adviseer ik om terughoudend te zijn met het gebruik van deze mogelijkheid. De reden hiervoor is dat deze opzegging moeilijker te combineren is met de zorgplicht. Mocht alsnog voor deze route worden gekozen, dan verdient het de voorkeur om de elementen die in het stappenplan genoemd staan terug te laten komen. In deel 3 wordt de vraag behandeld welke afspraken met de curator kunnen worden gemaakt. Daarnaast komt de mogelijkheid tot schorsing van de octrooiaanvraagprocedure ter sprake. Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. mr. Jelle Beerens Jelle Beerens [1] De zorgplicht is neergelegd in artikel 23n Rijksoctrooiwet 1995 en verder uitgewerkt in de Gedragsregels voor octrooigemachtigden. [2] Uiteraard moeten alle omstandigheden hierbij in ogenschouw worden genomen. Bij twijfel of in een bepaalde situatie aan de zorgplicht wordt voldaan, is het natuurlijk altijd verstandig extra advies in te winnen. Uiteraard bestaat ook de mogelijkheid om een mening te vragen van de Voorzitter van de Raad van Toezicht (Zie artikel 7 sub d Gedragsregels octrooigemachtigden)   [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (Deel 2) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-2 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:47 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:47 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18660 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 18602 [post_author] => 38 [post_date] => 2019-10-28 10:07:36 [post_date_gmt] => 2019-10-28 09:07:36 [post_content] => Twee hotels met exact dezelfde naam. Ze zijn niet aan elkaar gelieerd. Mag dat? Ons gevoel zegt al snel van niet. Zeker omdat ze beide actief zijn binnen dezelfde (hotel)branche. Waarom twee hotels toch dezelfde handelsnaam mogen voeren, leg ik in dit artikel uit.
 Hotel Julien
Als voorbeeld gebruik ik “Hotel Julien” uit de uitspraak van de Rechtbank van Koophandel Antwerpen. Het ene Hotel Julien is gevestigd in Antwerpen (België). Het andere Hotel Julien in ‘s-Hertogenbosch (Nederland). Beide hotels voeren dus dezelfde handelsnaam. Hoteleigenaar Morilo uit Antwerpen vindt dat het Bossche hotel inbreuk maakt op zijn handelsnaamrecht. Hij is bang voor de verwarring die het bij klanten zal veroorzaken. De vraag is of Hotel Julien te ‘s-Hertogenbosch een inbreuk heeft gemaakt op het handelsnaamrecht van Morilo. Wat vindt de rechter hiervan?
 Handelsnaam
In een eerdere blog heb ik uitgelegd dat een organisatie geen handelsnaam mag voeren die op dat moment al in gebruik is. Dus: gebruik van dezelfde handelsnaam is niet mogelijk. Dat is het uitgangspunt. De reden hiervoor is dat er geen verwarring mag optreden bij consumenten. Maar zoals altijd zijn er in de praktijk uitzonderingen mogelijk. Of er sprake is van verwarringsgevaar dient te worden beoordeeld aan de hand van drie elementen:
  1. de mate van overeenstemming tussen de handelsnamen;
  2. de mate van overeenstemming tussen de activiteiten;
  3. en de geografische reikwijdte van de handelsnamen.
En juist het derde punt maakt het grote verschil. De rechtbank oordeelde dat er hier geen sprake is van inbreuk op de handelsnaam, want er is geen sprake van verwarringsgevaar. Allebei de hotels mogen de naam “Hotel Julien” gebruiken. De reden hiervoor is dat de twee hotels zich in een andere stad bevinden: geografisch gezien liggen ze ver uit elkaar. Hotels hebben per definitie een zeer plaatsgebonden functie. Mensen kiezen een hotel omdat ze in een bepaalde stad willen overnachten, niet andersom.
Conclusie
Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat twee verschillende hotels dezelfde naam kunnen dragen. Toch is het in de hotelbranche mogelijk om dezelfde handelsnaam te hanteren, mits er geografisch gezien genoeg afstand tussen de betreffende hotels ligt. Volgens de Rechtbank is de afstand ‘s-Hertogenbosch – Antwerpen voldoende van elkaar verwijderd. Heeft u vragen over het gebruik van handelsnamen? Of wordt er een inbreuk op uw handelsnaam gemaakt? Neem van vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal. [post_title] => Identieke handelsnaam in de hotellerie: Bosch hotel mag naam blijven gebruiken [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => identieke-handelsnaam-in-de-hotellerie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:48 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:48 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18602 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 18515 [post_author] => 21 [post_date] => 2019-10-17 15:52:50 [post_date_gmt] => 2019-10-17 13:52:50 [post_content] => Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. Met behulp van drie vragen geef ik enkele handvatten:
  1. Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?
  2. Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe ver reikt de zorgplicht?
  3. Welke afspraken kan ik met een curator maken?
“Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken?”
De overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt is wederkerig. Dat betekent dat van beide partijen een prestatie wordt verwacht. De cliënt verleent een machtiging aan de octrooigemachtigde om namens hem octrooi aan te vragen, de aanvrage tot verlening te brengen en het octrooi in stand te houden. Op de octrooigemachtigde rust gewoonlijk de verplichting om de cliënt hierover voldoende voor te lichten en voornoemde handelingen te verrichten. Op de cliënt rust vervolgens de verplichting om de octrooigemachtigde tijdig te instrueren en te betalen voor de dienstverlening.
Faillissement heeft geen invloed op wederkerige overeenkomsten
Het uitgangspunt is dat een faillissement geen invloed heeft op wederkerige overeenkomsten. Dit betekent dat ook na het faillissement de oorspronkelijke overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt blijft gelden, tenzij partijen in een overeenkomst iets anders hebben afgesproken. Zo komt het bijvoorbeeld vaak voor dat de octrooigemachtigde in zijn algemene voorwaarden de mogelijkheid heeft opgenomen om de overeenkomst op te zeggen in geval van faillissement van zijn cliënt. Dat de overeenkomst tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt ook na een faillissement blijft gelden, betekent niet dat de octrooigemachtigde het bericht van de curator maar moet afwachten. Het bestaan van de overeenkomst verplicht de octrooigemachtigde zijn werkzaamheden te blijven uitvoeren. Om te voorkomen dat de octrooigemachtigde zelf in de problemen komt door het uitblijven van enig bericht van de curator, kan hij de curator benaderen en een reactie proberen uit te lokken.
Het stellen van een termijn
De octrooigemachtigde kan de curator schriftelijk verzoeken zich binnen een redelijke termijn uit te laten of hij de overeenkomst tussen de octrooigemachtigde en de failliet wenst voort te zetten (ook wel ‘gestand doen’ genoemd).[1] Wat een redelijke termijn is, zal van geval tot geval bekeken moeten worden. De curator moet - te midden van de chaos waarin hij verkeert – voldoende kans krijgen zich een beeld te vormen van (het belang van) de octrooiaanvrage/het octrooi en de wenselijkheid om kosten te maken om het octrooirecht in stand te houden. Het is wenselijk (mede vanuit de zorgplicht) de curator zo volledig mogelijk te informeren over:
  1. de status van het octrooirecht;
  2. de termijn(en);
  3. de risico’s en gevolgen verbonden aan het al dan niet ondernemen van bepaalde actie(s);
  4. de te verwachten kosten van bepaalde acties.
Onder de eventuele gevolgen moeten zeker gemeld worden dat het octrooirecht in bepaalde omstandigheden tot verval kan komen. In veel gevallen zal een termijn van enkele weken volstaan, maar uiteraard is de te stellen termijn ook afhankelijk van de urgentie om handelingen te verrichten. Mocht de curator van mening zijn dat de gestelde termijn niet redelijk is, dan heeft hij ook de mogelijkheid om dit binnen de gestelde termijn kenbaar te maken. Zorg er in ieder geval voor dat de curator aan de hand van de informatie en de gestelde termijn:
  1. een volledig beeld heeft van (de status van) het octrooirecht, en;
  2. de mogelijkheid heeft gehad zich te laten informeren over de mogelijke waarde van het octrooirecht, en;
  3. zich binnen de gestelde termijn kan uitlaten.
Optie 1: voortzetting door de curator
Wanneer de curator binnen de gestelde termijn aangeeft dat hij de overeenkomst met de octrooigemachtigde wil voortzetten, dan is de curator ook verplicht zekerheid te stellen voor de kosten van de voortzetting. De octrooigemachtigde moet de curator wel zelf om deze zekerheid verzoeken.[2] Het stellen van zekerheid is bijvoorbeeld mogelijk door het vooruitbetalen van de kosten. Om elk misverstand te voorkomen is het van belang om duidelijke afspraken te maken over welke handelingen worden verricht tegen welke kosten en op welke manier deze kosten worden vergoed.
Optie 2: geen/afwijzende reactie door de curator
Mocht de curator binnen de gestelde termijn niet reageren, dan verliest hij zijn recht om nakoming van de overeenkomst te vorderen. Hij kan dus niet meer verwachten dat de octrooigemachtigde verdere handelingen verricht en de gemaakte afspraken in de overeenkomst nog nakomt. In het kader van de te verwachten zorgvuldigheid mag het van de octrooigemachtigde worden verwacht dat het neerleggen van zijn machtiging en/of het niet tijdig voldoen van verplichte handelingen waardoor het octrooirecht tot verval kan komen schriftelijk wordt bevestigd aan de curator. Uiteraard bestaat de mogelijkheid dat de curator (of een doorstartende partij) in een later stadium de octrooigemachtigde alsnog vraagt om tegen betaling handelingen te verrichten. Hiervoor kunnen dan nieuwe afspraken gemaakt worden, die worden vastgelegd in een nieuwe volmacht.
De volmacht vervalt bij faillissement
Let op: Het is van belang dat de octrooigemachtigde niet zonder overleg met de curator overgaat tot het verrichten van handelingen. Het faillissement heeft immers tot gevolg dat volmachten die voor het faillissement zijn verstrekt, komen te vervallen.[3] Nieuwe volmachten kunnen enkel door de curator worden afgegeven. Zou een octrooigemachtigde na het faillissement zonder een nieuwe machtiging van de curator handelingen verrichten, dan is hij daartoe dus niet bevoegd geweest. In deel 2 wordt de vraag behandeld op welke wijze de overeenkomst met de failliet kan worden beëindigd en hoe ver de zorgplicht van de octrooigemachtigde hierbij reikt? Voor meer informatie kunt u contact met mij opnemen. Als curator in faillissementen en tevens lid van onze sectie Intellectueel Eigendomsrecht adviseer ik u graag. [1] Zie artikel 37 lid 1 Fw [2] Zie artikel 37 lid 2 Fw [3] Zie artikel 3:72 BW en artikel 23 Fw. [post_title] => De octrooigemachtigde en het faillissement (deel 1) [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-octrooigemachtigde-en-het-faillissement-deel-1 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:50 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18515 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 18428 [post_author] => 39 [post_date] => 2019-10-15 12:07:47 [post_date_gmt] => 2019-10-15 10:07:47 [post_content] => Verhuurders worden meer dan eens geconfronteerd met huurders die niet of (veel) te laat de huurprijs overmaken. Met name voor de wat kleinere verhuurders kan dit tot enorme gevolgen leiden. Met de regelmaat van de klok wordt er ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd bij de kantonrechter. Bij verhuurder leeft vaak het beeld dat een huurachterstand van drie maanden voldoende is voor een succesvolle ontbindingsclaim. De praktijk wijst echter uit dat dit veel genuanceerder ligt. In dit blog zal ik ingaan op de ontwikkelingen in de praktijk.
De Hoge Raad bevestigt de uitzonderingsmogelijkheden
De mogelijkheid om overeenkomsten te ontbinden is vastgelegd in artikel 6:265 lid 1 BW. Verder staan er nog diverse bijzondere bepalingen in Boek 7 BW opgenomen. Het geeft de ene partij de mogelijkheid om bij een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst van de andere partij tot ontbinding over te gaan. Belangrijke uitzondering op de ontbindingsbevoegdheid is in ditzelfde artikellid opgenomen: “[..] tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.” Deze uitzonderingsmogelijkheid, bekend als de tenzij-bepaling, wordt door rechters vaak aangegrepen. Een duidelijke lijn in de rechtspraak en literatuur ontbrak echter. De Hoge Raad heeft in het zogenoemde Tenzij-arrest van 28 september 2018 een duidelijke lijn getrokken. Om met succes gebruik te maken van de mogelijkheid om de huurovereenkomst te ontbinden moet er volgens de Hoge Raad sprake zijn van een “tekortkoming van voldoende gewicht”. De rechter dient bij de beoordeling van het voorgaande rekening te houden met alle omstandigheden van het geval. De toepassing van de tenzij-clausule is dus niet slechts voorbehouden aan zeldzame- of uitzonderingsgevallen. Dit werd eerder in de praktijk wel eens  betoogd.
Rechtspraak na het Tenzij-arrest
Het Tenzij-arrest van de Hoge Raad bevestigde en verduidelijkte dat lagere rechters de mogelijkheid hebben om tot een volledige belangenafweging over te gaan bij ontbindingsvorderingen. Van die mogelijkheid is veelvuldig gebruik gemaakt. Hieronder een greep uit de rechtspraak. Rechtbank Rotterdam, 1 februari 2019: In deze zaak ging het om een gehuurde 7:290-bedrijfsruimte, waar de huurder ruim zes maanden huur onbetaald had gelaten. De huurder in kwestie beriep zich op haar opschortingsrecht wegens het niet tijdig aanvangen van bepaalde funderingswerkzaamheden. Hierdoor liep de door de huurder aangevraagde horecavergunning vertraging op. Een beroep op opschorting werd door de kantonrechter afgewezen. De tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst wegens het niet tijdig betalen van de huurpenningen stond daarmee vast. Dit betekent volgens de kantonrechter echter niet dat de tekortkoming ontbinding rechtvaardigt. Bij de beoordeling of ontbinding gerechtvaardigd is, nam de kantonrechter in overweging dat er (i) geen sprake was van onwil aan de zijde van de huurder, maar dat de huurder de aanvang van de werkzaamheden wilde bespoedigen, (ii) dat niet is gebleken dat er sprake was van betalingsonmacht aan de zijde van de huurder en (iii) dat het opmerkelijk is dat er tussen de aanvang en de daadwerkelijke uitvoering van de herstelwerkzaamheden meer dan zes maanden werd gewacht. Bij deze uitspraak is opvallend dat, ondanks het verbod om de huurbetaling op te schorten, een beroep op ontbinding alsnog werd afgewezen. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 5 maart 2019: Het ging in deze procedure om de huur van een woonruimte, waarbij herhaaldelijk huurachterstanden ontstonden. De verhuurder, een woningcorporatie, heeft vervolgens een deurwaarder ingeschakeld. De ingeschakelde deurwaarder heeft vervolgens bijna een jaar de huurder gesommeerd om de openstaande achterstanden te voldoen. Na een jaar was de maat vol en heeft de verhuurder zich tot de rechtbank gewend met een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder heeft de opgelopen huurachterstand na dagvaarding ingelopen. De kantonrechter stelde in eerste aanleg de verhuurder in het gelijk en ontbond de huurovereenkomst. Het hof kwam tot een andersluidend oordeel. Hoewel het hof in een tussenuitspraak overweegt dat de ingelopen huurachterstand de wanprestatie nog niet wegneemt, neemt het hof dit wel mee in zijn overweging of de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt. Naast de ingelopen achterstand, achtte het hof het van belang dat de verhuurder, voordat zij de onderhavige procedure aanhangig maakte, met de huurder in gesprek wilde om afspraken te maken over het inlopen van de achterstand en het voortzetten van de huurovereenkomst. Het hof hechtte tot slot veel waarde aan het van de huurder en dat er náást de huurachterstand geen andere aanmerkingen waren op het huurderschap. Bij deze uitspraak is opvallend dat het hof, ondanks het herhaaldelijk onbetaald laten van de huurpenningen, de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst afwijst. In de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2019 overwoog het hof dat het incidentele karakter nu juist reden vormde om een ontbindingsvordering af te wijzen. Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch laat zien dat dit dus ook bij herhaald wanbetalen mogelijk is. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 1 oktober 2019: In deze recente uitspraak ging het om een door de verhuurder aangespannen kort geding wegens achterstallige huurbetalingen en een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst. Net als de voorzieningenrechter heeft het hof de ontruimingsvordering van de gehuurde bedrijfsruimte toegewezen. Het hof kwam tot het oordeel dat de tijdige betaling van de huurprijs een van de meest fundamentele verplichtingen van de huurder is. De omstandigheid dat er geen enkele garantie is gegeven dat de huurder in staat is om de huurachterstand – van inmiddels acht maanden – in te lopen, leidt volgens het hof tot het oordeel dat de ontruimingsvordering moet worden toegewezen. Dat de huurder als gevolg van de ontruiming failliet zal gaan, maakt dit niet anders. Klare taal van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Het arrest wijkt in dat opzicht nogal af van het eerder genoemde arrest van 5 maart 2019. Het is goed voorstelbaar dat het hof rekening heeft gehouden met het verschil in beschermingsnoodzaak tussen huurders van woonruimten en huurders van bedrijfsruimten. Gerechtshof Den Haag 10 september 2019: In deze procedure ging het tevens om een huurwoning. De huurder in kwestie was in mei 2016 eerder bij verstek veroordeeld tot betaling van een huurachterstand. Vanaf november 2016 ontstond er een nieuwe huurachterstand. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bestond er een huurachterstand van drie maanden. Het hof is kort en bondig. De ontstane huurachterstand van drie maanden is voldoende gewichtig om ontbinding te rechtvaardigen. De door de huurder aangehaalde persoonlijke omstandigheden maken dit niet anders. Het hof vindt het van belang dat er sprake is van een herhaalde huurachterstand en gaat voorbij aan de stelling dat het vinden van een nieuwe woonruimte problematisch is. De huurder had deze stelling onvoldoende onderbouwd.
Lessen voor de praktijk
Het Tenzij-arrest en de aanvullende lagere rechtspraak laten zien dat het niet altijd eenvoudig is om met succes ontbinding van de huurovereenkomst te vorderen. Ook de rechtspraak na het Tenzij-arrest laat een heel divers beeld zien. Of een huurder zich met succes kan verweren hangt af van de omstandigheden van het geval. Het is in ieder geval goed om te weten dat: • De enkele aanwezigheid van een huurachterstand niet voldoende hoeft te zijn. Laat u daarom goed adviseren voordat u een procedure opstart, om onnodige kosten te voorkomen. • Het niet kúnnen betalen van de huurprijs  aanknoping kan zijn om de huurovereenkomst te ontbinden. Een onderzoek naar de liquiditeit van de huurder is daarom geen overbodige luxe. • Goedbedoelde initiatieven van de verhuurder om tot een oplossing te komen met voortzetting van de huurovereenkomst, kunnen mogelijk later bij een ontbindingsclaim worden tegengeworpen. • Het herhaald onbetaald laten van de huurprijs niet per definitie reden is om de huurovereenkomst te ontbinden. • Tekortkomingen aan de zijde van de verhuurder, nadelig kunnen zijn voor het succesvol ontbinden van de huurovereenkomst. Bent u huurder of verhuurder en heeft u vragen over de ontbinding van een huurovereenkomst? Neem dan contact op met een van onze huurrecht advocaten Michael de Marco [post_title] => Ontbinding huurovereenkomst na huurachterstand: geen garantie op succes [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => ontbinding-huurovereenkomst-na-huurachterstand-geen-garantie-succes [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:51 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18428 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 18409 [post_author] => 38 [post_date] => 2019-10-10 18:01:00 [post_date_gmt] => 2019-10-10 16:01:00 [post_content] => Volgens de ACM weten MKB-bedrijven te weinig over verboden concurrentievervalsende afspraken. Dit concludeert de ACM in haar rapport over de naleving van de mededingingswet. Wat bedrijven zich vaak niet realiseren, is dat het kartelverbod ook bij het sluiten van licenties en samenwerkingscontracten om de hoek komt kijken. Met name Tech-bedrijven doen er goed aan te letten op het kartelverbod. Waarom? Omdat Tech-bedrijven steeds meer gaan samenwerken en dus te maken krijgen met dit soort contracten.
Wat is het kartelverbod?
Het kartelverbod verbiedt bedrijven concurrentiebeperkende afspraken te maken. Dit is een breed begrip waar veel soorten afspraken onder vallen. Vaak gaat het om prijsafspraken, marktverdelingsafspraken en het onderling afstemmen van gedrag. Het kartelverbod geldt niet voor alle licenties en samenwerkingscontracten. Er zijn uitzonderingen. Bedrijven kunnen namelijk een vrijstelling op het verbod krijgen. Voor Tech-bedrijven is de vrijstelling van “technologieoverdracht” interessant. De gedachte achter deze vrijstelling is dat licentieovereenkomsten waarbij technologie wordt overgedragen, een nuttige rol vervult bij de ontwikkeling van technologische kennis. Daarom kunnen partijen bij het sluiten van licentieovereenkomsten in verband met octrooien en/of knowhow tóch afspraken maken die de mededinging beperken.
Aandachtspunten bij contracteren
Bedrijven overtreden het kartelverbod veelal onbewust. Kun je geen aanspraak maken op een vrijstelling? Dan moet je als Tech-bedrijf tijdens het contracteren alert zijn op afspraken/gedrag dat verboden is. In de volgende situaties moet er een belletje gaan rinkelen:
  • Bij afspraken over prijzen die partijen bij klanten in rekening (gaan) brengen;
  • Afspraken over de hoogte van prijzen;
  • Als er een geografische verdeling van klanten wordt gemaakt;
  • Als partijen informatie over klanten gaan delen;
  • Bij bepaalde erkenningsregelingen;
  • En bij gezamenlijke inkoop.
Deze aspecten kunnen aan bod komen bij het opstellen van licenties en samenwerkingsovereenkomsten. Het advies is daarom om te toetsen of gemaakte afspraken het kartelverbod overtreden.
Conclusie
Tech-bedrijven doen er goed aan alert te zijn op het kartelverbod. Met name als zij licentie- en samenwerkingsovereenkomsten sluiten. Op die manier kunnen zij voorkomen dat de ACM een boete oplegt. Benieuwd met welke andere mededingingsaspecten u rekening moet houden? Neem dan contact op met Anique van de Kerkhof via Kerkhof@bg.legal. Volg haar ook op LinkedIn om op te hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van Tech en recht. Anique van de Kerkhof   [post_title] => Kartelverbod ook bij (Tech-)licenties en samenwerkingscontracten aanwezig [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => kartelverbod-ook-bij-tech-licenties-en-samenwerkingscontracten-aanwezig [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:52 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18409 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 18388 [post_author] => 6 [post_date] => 2019-10-09 09:50:52 [post_date_gmt] => 2019-10-09 07:50:52 [post_content] => Op 4 oktober 2019 heeft vleeswarensnijderij Offerman een veiligheidswaarschuwing afgegeven. Vleeswaren afkomstig van dit bedrijf waren mogelijk besmet met de listeria bacterie. De Listeria bacterie leidt bij gezonde mensen met een normale afweer in het algemeen niet tot ernstige klachten. Maar bij risicogroepen kan de bacterie tot (ernstige) verschijnselen leiden, zoals maag-/darmproblemen, bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking en miskramen. Wat zijn de juridische gevolgen van deze food product recall? Zie ook een eerder blog hierover.
Hoe is het ontdekt[1].
De besmetting is ontdekt doordat gebruik is gemaakt van een nieuwe technologie (Whole Genome Sequencing[2] (WGS)). De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) neemt monsters van voedingsmiddelen, waaronder vleeswaren, in supermarkten. Van deze monsters worden door het Wageningen Food Safety Research Laboratorium (WFSR) DNA-gegevens bewaard. Van patiënten met een Listeria-infectie worden de bacteriën onderzocht en de DNA-gegevens in kaart gebracht. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) zag bij meerdere patiënten een bepaald type Listeria voorkomen. Het RIVM heeft vervolgens contact opgenomen met de NVWA. De NVWA heeft de DNA-gegevens vergeleken met de DNA-gegevens uit hun voedsel- en bedrijfsbemonstering. Dit leverde een match op. Na vervolgonderzoek kwam de NVWA uit bij het bedrijf Offerman. Vervolgens zijn op het bedrijf zelf monsters afgenomen en positief bevonden op aanwezigheid van Listeria.
Gevolgen van de Listeria besmetting
Volgens het RIVM zijn als gevolg van Listeria besmetting de afgelopen 2 jaar 20 patiënten besmet geraakt via vleeswaren. Hiervan zijn drie patiënten overleden en één vrouw heeft een miskraam gehad.[3]
Tot welke actie heeft het geleid?
In september 2019 had de NVWA al een boete opgelegd wegens niet effectieve schoonmaak. Op 2 oktober 2019 gaf het WFSR aan dat de aangetroffen Listeria van dit bedrijf gematcht kon worden met de ziektegevallen. Op 3 oktober 2019 heeft de NVWA de volgende maatregelen aan het bedrijf opgelegd:
  1. Een productiestop op de locatie van de vleeswarensnijderij in Aalsmeer;
  2. Voor alle producten, waarin Listeria kan groeien, moet het bedrijf een terughaalactie uitvoeren. Het gaat om meer dan 300.000 kilogram vleeswaren;
  3. Het bedrijf moet afnemers informeren, onder andere supermarkten en groothandel. Zij moeten een publiekswaarschuwing doen;
  4. Het bedrijf moet het reinigings- en desinfectieprogramma aanzienlijk verbeteren en intensiever monitoren;
  5. Tenslotte moet het bedrijf de controles op de eindproducten intensiveren.
Wie is verplicht tot het doen van een food recall
De leverancier van een levensmiddel, in dit geval Offerman, moet een product terugroepen. Wanneer de leverancier buiten de EU is gevestigd, dan is de importeur verantwoordelijk voor de recall. Wanneer het een ‘huismerk product’ is dan is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leverancier en de huismerk distributeur. De NVWA heeft nauwkeurig aangegeven wat er in een veiligheidswaarschuwing moet zijn opgenomen[4] Zie bijvoorbeeld de veiligheidswaarschuwing van ALDI: juridische gevolgen recall
Wat zijn de juridische gevolgen van deze recall?
Contractueel
Indien een leverancier van levensmiddelen een onveilig levensmiddel heeft geleverd, dan staat daar eigenlijk wel mee vast dat er ‘wanprestatie’ (het niet nakomen van een verplichting uit een contract) is gepleegd. Dan is de leverancier aansprakelijk voor de schade die daar het gevolg van is. Degene die een contractuele relatie hebben met de leverancier (afnemers) zouden de leverancier op basis van de overeenkomst kunnen aanspreken. Daarbij spelen vragen zoals:
  • Aan wie is de recall toerekenbaar?
  • Hoever reikt de recall; welke producten (in de schappen) moeten worden teruggeroepen en welke producten uit de voorraad mogen niet meer worden verkocht?
  • Zijn partijen een beperking van aansprakelijkheid overeengekomen in de overeenkomst (algemene voorwaarden)?
  • Kan een directe link worden aangetoond tussen de listeria-besmetting en de schade?
Onrechtmatig handelen
Voor degene die geen contractuele relatie met de leverancier hebben, zal sprake moeten zijn van een onrechtmatige daad om schade te kunnen claimen. Denk bijvoorbeeld aan de patiënten die ziek zijn geworden. Op grond van productaansprakelijkheid zijn leveranciers aansprakelijk voor gezondheidsschade door onveilige levensmiddelen. Maar hoe zit het met andere leveranciers van vleesproducten die schade lijden door de publieke onrust door deze recall? Juridisch is het erg lastig om die schade verhaald te krijgen.
Tips
Communicatie
De schade van een food product recall kan voor verschillende partijen in de food keten groot zijn. Niet alleen voor de leverancier van het levensmiddel. De naam van het bedrijf gaat al snel viral. En daarmee is de (goede) naam van een bedrijf (en soms een hele sector) vaak onherstelbaar beschadigd. Tip: Het is daarom ook goed om de communicatie bij een food recall met een communicatie adviseur af te stemmen.
Betalingsproblemen
Omdat de schade groot kan zijn, kunnen ook toeleveranciers en personeelsleden van het bedrijf schade lijden. De recall kan tot gevolg hebben dat rekeningen niet worden betaald en dat schade (van retailers) als gevolg van de recall vergoed moeten worden. Veel retailers hebben een recall protocol met daarin opgenomen de (minimum) bedragen die een leverancier bij een recall aan de retailer moet betalen. Denk daarbij aan de personeelskosten voor het uit de schappen van de winkel halen van de producten, het verzamelen en mogelijk vernietigen van de producten, etc. Door deze kosten wordt betaling van facturen vaak opgeschort. En dat kan de leverancier in betalingsproblemen brengen en zelfs uiteindelijk tot het faillissement van de leverancier leiden. Tip: regel in het contract met leveranciers en afnemers hoe om te gaan met een food product recall. Wie heeft welke verplichtingen. Wie moet zich waarvoor verzekeren. Wie moet welke kosten vergoeden.
Contracten
In contracten (en algemene voorwaarden) regel je onder andere wie, waartoe verplicht is. Tip: Besteed aandacht hieraan. Regel dit soort zaken in je inkoop-/verkoop voorwaarden en zorg dat deze op de juiste wijze worden overeengekomen. Het komt regelmatig voor dat een partij goede leverings-/inkoopvoorwaarden heeft, maar dat deze niet op de juiste wijze van toepassing zijn verklaard. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben. Onder meer met betrekking tot (beperking van) aansprakelijkheid voor schade door een food product recall.
Verzekeringen
Voor schade door een food product recall kun je je verzekeren. Tip: kijk kritisch naar waar je daadwerkelijk voor verzekerd bent. Er zijn veel soorten van product recall verzekeringen. Niet iedere verzekering dekt iedere schade. Meer weten over welke juridische gevolgen een recall kan hebben? Neem met mij contact op voor meer info of advies: Jos van der Wijst wijst@bg.legal 06-50695916 [1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/04/kamerbrief-over-incident-listeria-in-vleesproducten [2] https://en.wikipedia.org/wiki/Whole_genome_sequencing [3] https://www.rivm.nl/nieuws/vleeswaren-waarschijnlijk-bron-20-patienten-met-listeria [4] https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/hoe-de-nvwa-werkt/onveilige-producten-van-melden-tot-waarschuwen/veiligheidswaarschuwingen-aanleveren-bij-nvwa-en-klanten-informeren [post_title] => Juridische gevolgen Food product recall door Listeria [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => juridische-gevolgen-food-product-recall-door-listeria [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:52 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18388 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 18384 [post_author] => 8 [post_date] => 2019-10-08 13:55:13 [post_date_gmt] => 2019-10-08 11:55:13 [post_content] => Alvast een vooruitblik : Wat verandert er vanaf 2020 op echtscheidingsgebied?
Wettelijke indexering:
In november 2019 wordt het indexeringspercentage voor 2020 bekend. Op grond van artikel 1:402a stijgen de alimentatiebedragen  jaarlijks. Hiervan kan tussen partijen onderling iets anders zijn overeengekomen. Dit kunt u nalezen in uw echtscheidingsconvenant.
Fiscale aftrek:
De fiscale aftrek  van de partneralimentatie gaat in stappen omlaag. Dit kan in de toekomst een reden zijn om een wijziging van de alimentatie te vragen. Op dit moment is de aftrek 51,95 procent. Deze wordt afgebouwd tot in 2023 naar 37 %.
Duur partneralimentatie:
Vanaf 1 januari 2020 zal de duur van de partneralimentatie worden aangepast. Als hoofdregel geldt dat de duur van de partneralimentatie gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar.
Uitzondering:
  1. Als je nog jonge kinderen hebt, geldt de maximale termijn van 12 jaar. De einddatum wordt dan de datum als het jongste kind 12 jaar wordt.
  2. Voor langdurig gehuwden, die op het moment van scheiden 10 jaar jonger zijn dan de geldende AOW-leeftijd, dan kan de maximale termijn van 10 jaar gelden (tot het bereiken van de AOW-leeftijd).
Uiteraard kan altijd een beroep gedaan worden op de hardheidsclausule. Dan beslist de rechter of een verlenging redelijk en billijk is. Denk dus goed na of het nog voor het einde van het jaar indienen van een echtscheidingsverzoek gunstig voor u is. Tot dan geldt de huidige regelgeving met een duur van 12 jaar. In beide wetten zowel in die van voor 1 januari 2020 als in die van na 1 januari 2020 blijft het uitgangspunt de behoefte van de een en de draagkracht van de ander.
Pensioen:
Thans wordt door as ex-partners vaak een afspraak gemaakt om de pensioenen te verevenen conform de Wet Verevening pensioenrechten. Het is de bedoeling  dat in 2021 conversie de standaard gaat worden. Dan krijgt de ontvangende partner een eigen aanspraak op pensioen. Dit zal nog veel voeten in aarde hebben, want de huidige pensioenmaatschappijen werken nu ook al niet altijd mee aan conversie.
Vragen ?
Indien u hierover nog vragen heeft kunt u deze stellen aan de  vfas – familierechtadvocaten/ mediators  van Bg.legal. Dit artikel is geplaatst in 073Magazine, oktober 2019. Liedeke Floris [post_title] => Kerst is sneller dan je denkt: wat verandert er vanaf 2020 op echtscheidingsgebied [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => kerst-is-sneller-dan-je-denkt-wat-verandert-er-vanaf-2020-op-echtscheidingsgebied [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:53 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:53 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18384 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 18370 [post_author] => 2 [post_date] => 2019-10-07 20:17:55 [post_date_gmt] => 2019-10-07 18:17:55 [post_content] => De maatregelen die het kabinet vrijdag aankondigde voor de problemen rondom stikstof gaan er ‘niet voor zorgen dat gemeenten op korte termijn weer vergunningen kunnen afgeven’. Dat zegt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die juist vreest voor ‘langdurige en dure vergunningverleningsprocedures’. Lees hier het hele artikel. Bestuursrecht-advocaat Kim Albert: "Het kabinetsstandpunt zorgt nog voor koudwatervrees bij gemeenten, die drempelwaarden missen waarbinnen vergunningverlening mogelijk is. Zolang die er niet zijn zal de bouwpraktijk zich ook moeten richten op de volgende mogelijkheden:
  • Met de zgn. AERIUS-calculator aantonen dat geen sprake is van stikstofneerslag en een vergunning mogelijk is;
  • De ADC-toets uitvoeren en aantonen dat alternatieven ontbreken, sprake is van een dwingende reden van openbaar belang en natuurcompensatie toepassen;
  • Met een ecologische toets aantonen dat er geen significante negatieve effecten op Natura-2000 gebieden zijn;
  • Gebiedsgerichte maatregelen en uitkoop d.m.v. intern en extern salderen om toename van stikstofneerslag tegen te gaan;
  • Afromen binnen bestaande vergunningen."
PAS Minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn de doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Het belemmert ook vergunningverlening voor economische activiteiten. Kim Albert [post_title] => Gemeenten vrezen dat maatregelen stikstof tekortschieten [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => gemeenten-vrezen-dat-maatregelen-stikstof-tekortschieten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:53 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:53 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18370 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 18319 [post_author] => 22 [post_date] => 2019-10-04 08:31:09 [post_date_gmt] => 2019-10-04 06:31:09 [post_content] =>
Stiefouderproblematiek
Tijdens het afwikkelen van een nalatenschap kunnen de erfgenamen tegen veel problemen aanlopen. Wanneer er sprake is van een samengesteld gezin, wordt dit er vaak niet beter op.  De kinderen voelen zich benadeeld door hun stiefouder, die er vandoor lijkt te gaan met de erfenis van hun vader of moeder. Deze stiefouderproblematiek speelde ook een rol in een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 25 september 2019. De stiefmoeder in kwestie handelt paulianeus door de woning van de overledene voor een veel te lage prijs te verkopen.
De casus
De vader van X is in december 2014 overleden. In zijn testament is de stiefmoeder van X benoemd tot enig erfgename en executeur. De stiefmoeder heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Verder heeft de stiefmoeder haar executeursbenoeming aanvaard. Zij heeft verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te betalen. De stiefmoeder heeft vervolgens de woning van de vader van X voor een koopprijs van € 150.000 verkocht en geleverd aan een vennootschap van een bevriende relatie. Deze vennootschap heeft de woning een paar maanden later doorverkocht voor een bedrag van € 290.000. X heeft echter een vordering op de nalatenschap van zijn vader. Deze vordering kan niet worden voldaan. X meent dat dit komt omdat de woning van zijn vader voor een te lage prijs is verkocht.
Paulianeus handelen
Een rechtshandeling (zoals een verkoop van een woning) kan teruggedraaid (“vernietigd”) worden als de schuldenaar (in dit geval de stiefmoeder) en de wederpartij (de bevriende relatie van de stiefmoeder) bij het verrichten van de (onverplichte) rechtshandeling wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van één of meer schuldeisers (in dit geval X) het gevolg zou zijn. Dit wordt paulianeus handelen genoemd  X meent dat er sprake is van zogeheten paulianeus handelen aan de zijde van zijn stiefmoeder en haar bevriende relatie en dat de koop dus moet worden teruggedraaid.
Oordeel rechtbank
Voor het paulianeus handelen is het volgens de rechtbank niet vereist dat de hoogte van de exacte vordering van X bekend is op het moment dat de stiefmoeder de handeling verricht. Het is voldoende dat zij wetenschap heeft van de benadeling van X. De rechtbank acht het vervolgens bewezen dat de stiefmoeder en haar bevriende relatie wisten of behoorden te weten dat X door de verkoop van het huis werd benadeeld. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat er een aanzienlijk verschil zit tussen de verkoopprijs van € 150.000 en de WOZ waarde van € 260.000 die de stiefmoeder zelf had opgegeven aan de notaris. De stiefmoeder en de bevriende relatie worden door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs tegen dit oordeel te leveren. De stiefmoeder en haar bevriende relatie zijn hier echter niet in geslaagd. Uit de processtukken en verklaringen valt namelijk af te leiden dat de stiefmoeder en haar relatie hebben geweten dat de vordering van X substantieel was en mogelijk niet kon worden betaald uit de nalatenschap. Zij hebben er juist op aangestuurd om de exacte omvang van deze vordering van X niet te (laten) berekenen, zodat stiefmoeder kon verklaren dat de nalatenschap toereikend was om alle schulden te voldoen.
Vernietiging koopovereenkomst
De rechtbank vernietigt de koopovereenkomst tussen de stiefmoeder en de vennootschap van de bevriende relatie, maar stuit vervolgens op een volgend probleem. De vennootschap heeft de woning alweer doorverkocht aan een derde. Deze derde was niet op de hoogte van de benadeling van X en kocht de woning te goeder trouw. Dit betekent dat deze derde eigenaar blijft en de woning dus niet terugkeert in de nalatenschap van de vader van X.
Onrechtmatig handelen in groepsverband
Het recht heeft echter een oplossing voor dit probleem. Nu de vernietiging het effect mist, ontstaat er aan de zijde van de stiefmoeder en de bevriende relatie een verplichting tot het vergoeden van de schade van X. Het paulianeus handelen van de stiefmoeder en de bevriende relatie wordt door de rechtbank namelijk beoordeeld als een onrechtmatig handelen in groepsverband. Het gevolg hiervan is dat zowel de stiefmoeder als de bevriende relatie hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van X. X krijgt hierdoor alsnog het bedrag dat hem toekomt.
Contact
Wilt u meer weten over deze uitspraak of over uw mogelijkheden wanneer u geconfronteerd wordt met het paulianeus of onrechtmatig handelen van een familielid bij het overlijden van uw vader of moeder, neem dan gerust contact met mij op. Anne van der Steen, specialist erfrecht en vereffenaar Met dit artikel heeft Anne van der Steen de Magna Charta publieksprijs gewonnen. Magna Charta publieksprijs [post_title] => Woning van een overledene voor een te lage prijs verkopen kan paulianeus zijn [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => woning-van-overledene-voor-te-lage-prijs-verkopen-kan-paulianeus-handelen-opleveren [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-29 14:07:54 [post_modified_gmt] => 2020-01-29 13:07:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18319 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 18751 [post_author] => 10 [post_date] => 2019-11-01 11:44:59 [post_date_gmt] => 2019-11-01 10:44:59 [post_content] => Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland van 1 november2019 [ ECLI:NL:RBMNE:2019:5093]. In deze zaak draait het onder meer om de vraag of in kort geding Ferranti kan klagen over beweerdelijke gebreken in een door Provincie Utrecht en DOVA georganiseerde aanbesteding voor de ontwikkeling, het beheer en de doorontwikkeling van een dynamisch reizigersinformatiesysteem. Of dat zoals Provincie Utrecht en DOVA en ook de winnaar van de aanbesteding zijnde Strukton stellen, Ferranti zich niet meer op de gestelde gebreken kan beroepen omdat Ferranti haar rechten om dat te doen heeft verwerkt. Zij baseren zich hierbij op het zogenaamde Grossmann- arrest en op het leerstuk van de rechtsverwerking.
Tijdig geklaagd
De voorzieningenrechter gaat niet mee in dit verweer. Ferranti heeft in het kader van de Nota van Inlichtingen de onregelmatigheden die volgens haar aan de aanbestedingsprocedure kleven en waarop Ferranti zich in het kader van het kort geding beroept, naar voren gebracht. Hiermee waren Provincie Utrecht en DOVA vóór de inschrijvingstermijn dus bekend en hadden dus de mogelijkheid om de gestelde onregelmatigheden vóór de inschrijvingstermijn te corrigeren. Dat zij dat niet hebben gedaan is hun goed recht maar betekent niet dat Ferranti de vóór de inschrijvingstermijn geuite bezwaren niet in het kort geding naar voren kunnen brengen. Voor zover Provincie Utrecht en DOVA vinden dat van een proactief inschrijver verlangd kan worden om een kort geding te starten onmiddellijk nadat het hem duidelijk is dat de aanbestedende dienst zijn bezwaren verwerpt, gaat dit standpunt aldus de voorzieningenrechter niet op.  Uit het Grossmann-arrest kan dit niet worden opgemaakt. De strekking van het arrest is dat er geklaagd moet worden op een moment dat de aanbestedende dienst er nog wat aan kan doen, en dat is in deze zaak gebeurd.
Geen rechtsverwerking
Ook het leerstuk van de rechtsverwerking biedt geen grondslag voor de stelling van Provincie Utrecht en DOVO dat Ferranti haar recht op te klagen in kort geding heeft verwerkt. Ferranti heeft niet bij Provincie Utrecht en DOVO het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij haar bezwaren tegen de aanbestedingsprocedure niet langer handhaafde. Juist door in eerste instantie “onder protest” in te schrijven heeft Ferranti duidelijk kenbaar gemaakt dat zij haar naar voren gebrachte bezwaren handhaafde. Weliswaar heeft Ferranti daarna zonder protest ingeschreven, maar de enige reden dat zij dit deed was, omdat haar inschrijving anders als ongeldig zou worden verklaard. Provincie Utrecht en DOVA waren van deze reden ook op de hoogte. Het gerechtvaardigd vertrouwen dat Ferranti haar bezwaren niet langer handhaafde kan, anders dan Provincie Utrecht, DOVA en Strukton menen, ook niet worden ontleend aan het feit dat in de aanbestedingsstukken is vermeld dat een inschrijver door een inschrijving te doen zich conformeert aan de voorwaarden zoals gesteld in de aanbestedingsstukken. Er zijn ook geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat Provincie Utrecht en DOVO onredelijk in hun positie zouden worden benadeeld in geval Ferranti haar bezwaren alsnog in kort geding naar voren brengt. Weliswaar is er doordat Ferranti niet vóór de inschrijvingstermijn het kort geding aanhangig gemaakt, maar pas na de voorlopige gunningsbeslissing, vertraging in de aanbestedingsprocedure ontstaan, maar Provincie Utrecht en DOVO worden hierdoor niet onredelijk in hun positie benadeeld. Zij hebben immers de gelegenheid gehad om naar aanleiding van de bezwaren van Ferranti de aanbestedingsprocedure vóór de inschrijvingstermijn te corrigeren.
Conclusie
Bij bezwaren vóór de inschrijvingstermijn is het als proactieve inschrijver absoluut noodzakelijk deze bezwaren kenbaar te maken. Bij afwijzing van de bezwaren hoeft er vóór de inschrijving niet per se een kort geding te worden gestart. Wel is het zaak zekerheidshalve protest te laten horen tegen het niet honoreren van de bezwaren. Vervolgens kan er ‘zonder protest’ worden ingeschreven waarbij men zich dan gelet op de aanbestedingsstukken noodgedwongen conformeert aan de voorwaarden van de aanbesteding. Maar dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om na de voorlopige gunningsbeslissing zo nodig een kort geding aanhangig te maken over de eerder kenbaar gemaakte bezwaren.   [post_title] => Proactief klagen in aanbesteding [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => proactief-klagen-in-aanbesteding [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-01-28 08:52:46 [post_modified_gmt] => 2020-01-28 07:52:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=18751 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 545 [max_num_pages] => 55 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => bbd0f9d2eb576cc4bbc2a0d5b49c87a0 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland van 1 november2019 [ ECLI:NL:RBMNE:2019:5093]. In deze zaak draait het onder meer om de vraag of in kort geding Ferranti kan klagen over beweerdelijke gebreken in een door Provincie Utrecht en DOVA georganiseerde aanbesteding voor de ontwikkeling, het beheer en de doorontwikkeling van een dynamisch reizigersinformatiesysteem. Of dat zoals Provincie Utrecht en...
Lees meer
Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. In drie separate artikelen probeer ik octrooigemachtigden hiervoor handvatten te geven. Dit doe ik aan de hand van drie vragen. In elk deel zal een vraag worden beantwoord: Hoe...
Lees meer
Twee hotels met exact dezelfde naam. Ze zijn niet aan elkaar gelieerd. Mag dat? Ons gevoel zegt al snel van niet. Zeker omdat ze beide actief zijn binnen dezelfde (hotel)branche. Waarom twee hotels toch dezelfde handelsnaam mogen voeren, leg ik in dit artikel uit.  Hotel Julien Als voorbeeld gebruik ik “Hotel Julien” uit de uitspraak...
Lees meer
Een veel gehoorde vraag van octrooigemachtigden (en ook merken- en modelgemachtigden) is hoe zij moeten omgaan met het faillissement van hun cliënt en de aangestelde curator. Met behulp van drie vragen geef ik enkele handvatten: Hoe kan ik een reactie van de curator uitlokken? Hoe kan ik de overeenkomst met de failliet eindigen en hoe...
Lees meer
Verhuurders worden meer dan eens geconfronteerd met huurders die niet of (veel) te laat de huurprijs overmaken. Met name voor de wat kleinere verhuurders kan dit tot enorme gevolgen leiden. Met de regelmaat van de klok wordt er ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd bij de kantonrechter. Bij verhuurder leeft vaak het beeld dat een huurachterstand...
Lees meer
Volgens de ACM weten MKB-bedrijven te weinig over verboden concurrentievervalsende afspraken. Dit concludeert de ACM in haar rapport over de naleving van de mededingingswet. Wat bedrijven zich vaak niet realiseren, is dat het kartelverbod ook bij het sluiten van licenties en samenwerkingscontracten om de hoek komt kijken. Met name Tech-bedrijven doen er goed aan te...
Lees meer
Op 4 oktober 2019 heeft vleeswarensnijderij Offerman een veiligheidswaarschuwing afgegeven. Vleeswaren afkomstig van dit bedrijf waren mogelijk besmet met de listeria bacterie. De Listeria bacterie leidt bij gezonde mensen met een normale afweer in het algemeen niet tot ernstige klachten. Maar bij risicogroepen kan de bacterie tot (ernstige) verschijnselen leiden, zoals maag-/darmproblemen, bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking en...
Lees meer
Alvast een vooruitblik : Wat verandert er vanaf 2020 op echtscheidingsgebied? Wettelijke indexering: In november 2019 wordt het indexeringspercentage voor 2020 bekend. Op grond van artikel 1:402a stijgen de alimentatiebedragen  jaarlijks. Hiervan kan tussen partijen onderling iets anders zijn overeengekomen. Dit kunt u nalezen in uw echtscheidingsconvenant. Fiscale aftrek: De fiscale aftrek  van de partneralimentatie...
Lees meer
De maatregelen die het kabinet vrijdag aankondigde voor de problemen rondom stikstof gaan er ‘niet voor zorgen dat gemeenten op korte termijn weer vergunningen kunnen afgeven’. Dat zegt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die juist vreest voor ‘langdurige en dure vergunningverleningsprocedures’. Lees hier het hele artikel. Bestuursrecht-advocaat Kim Albert: “Het kabinetsstandpunt zorgt nog voor koudwatervrees...
Lees meer
Stiefouderproblematiek Tijdens het afwikkelen van een nalatenschap kunnen de erfgenamen tegen veel problemen aanlopen. Wanneer er sprake is van een samengesteld gezin, wordt dit er vaak niet beter op.  De kinderen voelen zich benadeeld door hun stiefouder, die er vandoor lijkt te gaan met de erfenis van hun vader of moeder. Deze stiefouderproblematiek speelde ook...
Lees meer