Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 602
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 40, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 20154
                    [post_author] => 38
                    [post_date] => 2020-04-08 14:39:16
                    [post_date_gmt] => 2020-04-08 12:39:16
                    [post_content] => De mode wereld is een creatieve branche met veel artistieke vrijheid. Veel bekende artiesten en sporters hebben een eigen modelabel waarbij ze hun naam en reputatie exploiteren. Modeontwerpers kunnen bij het ontwerpen van een collectie ook inspiratie halen van uit de levensstijl van beroemde artiesten of sporters. Inspiratie ontlenen aan een persoon mag, zolang er aan bepaalde eisen wordt voldaan. In sommige gevallen mag je zelfs de naam van een bekend persoon gebruiken.

Zo heeft het Italiaanse merk Dolce & Gabbana in het verleden gebruikgemaakt van de naam ‘Maradona’. De naam van de bekende Argentijnse voetballer. De naam van Maradona was door Dolce & Gabanna groot op een T-shirt geprint en op de catwalk geshowd.

Daarnaast is er in 2018 ook een geschil geweest tussen Adidas en McGregor over het gebruik van de naam McGregor. Wat heeft de rechter beslist in deze zaken?
Maradona vs. Dolce & Gabbana
Diego Maradona stelde dat hij geen toestemming had gegeven voor het gebruik van zijn naam op het T-shirt. Daarnaast betoogde hij dat het gebruik van zijn naam verwarring zou kunnen opleveren bij de consument en dat het Italiaanse modemerk op deze manier kon meeliften op zijn reputatie. Maradona was op geen enkele manier verbonden aan Dolce & Gabbana. De rechtbank in Milaan oordeelde dat het gebruik van een decoratief element (zoals een naam of teken) een associatie met die persoon teweeg brengt bij de consument. Indien de naam bekend is in de commerciële en/of niet-commerciële sector en het refereert aan historisch succes en een uitstekende carrière, dan is toestemming voor het gebruik hiervan vereist. Kortom: Dolce & Gabbana had toestemming moeten vragen aan Diego Maradona voor het gebruik van zijn naam. Echter, in sommige gevallen is toestemming niet voldoende.
Adidas vs. McGregor
Adidas had een collectie ontworpen waarop de naam Conor McGregor werd afgebeeld. Conor McGregor, een bekende MMA-vechter, had geen problemen met het gebruik van zijn naam op de kleding van Adidas (hij had hier toestemming voor gegeven). Echter, het kledingmerk McGregor had hier wel problemen  mee. Dit merk staat bekend om kleding met een klassieke stijl, in tegenstelling tot de sportieve stijl van Adidas. Zij vonden dat haar merk McGregor en de naam Conor McGregor zoveel op elkaar lijken, dat er sprake is van merkinbreuk. Deze twee namen zouden door het publiek namelijk tot veel verwarring kunnen leiden. De rechter heeft een lastige overweging moeten maken. Conor McGregor heet nu eenmaal zo. Mag Adidas deze naam dan niet gebruiken, omdat er een ander merk is dat gelijk is aan de achternaam van de MMA-vechter? In deze zaak betwistte Adidas niet dat het merk overeenkwam met de naam, want dit is overduidelijk. In feite zou McGregor Adidas kunnen verbieden de naam McGregor te gebruiken in hun collecties. Echter, in het merkenrecht gelden een aantal uitzonderingen. Deze zijn:
  • Een merkhouder mag een derde niet verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van diens eigen naam, voor zover sprake is van gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.
  • Het gebruik van andermans merk in vergelijkende reclame (zie hiervoor een van mijn eerdere blogs.
  • Het gebruik van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis.
Adidas deed een beroep op deze eerste uitzondering. De rechter overwoog echter dat Adidas niet voldeed aan het vereiste ‘gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel’ en zich onjuist gedroeg tegenover McGregor, omdat:
  1. Het woord McGregor was zeer prominent op de kledingstukken afgedrukt. De voornaam Conor werd klein afgebeeld en in een afwijkende kleur op de kledingstukken weergegeven.
  2. McGregor komt grote bekendheid toe binnen de vechtsportwereld, maar de rechter acht het niet aannemelijk dat de MMA-vechter ook bekend is bij het algemene publiek.
Gelet op deze twee redenen, oordeelt de rechter dat de indruk kan ontstaan van een commerciële band tussen Adidas en het kledingmerk McGregor. Er is sprake van verwarring wekkende overeenstemming waardoor het relevante publiek het verschil tussen de twee merken niet zal kunnen onderscheiden. Er is dus sprake van inbreuk op het merkenrecht.
Conclusie
Je mag niet zomaar gebruik maken van andermans naam of merk, zeker niet wanneer er verwarring kan ontstaan bij het publiek. Hiervoor is eerst toestemming van de rechthebbende nodig. Heeft u hier vragen over? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal of Moos Hovens via hovens@bg.legal [caption id="attachment_18490" align="alignleft" width="224"]Anique van de Kerkhof Anique van de Kerkhof[/caption]     [caption id="attachment_19509" align="alignleft" width="200"]Moos Hovens Moos Hovens[/caption]                   [post_title] => Namen van beroemdheden gebruiken in fashion [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => namen-van-beroemdheden-gebruiken-in-fashion [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-08 14:54:46 [post_modified_gmt] => 2020-04-08 12:54:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20154 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 20151 [post_author] => 21 [post_date] => 2020-04-08 14:04:26 [post_date_gmt] => 2020-04-08 12:04:26 [post_content] => Op 27 januari 2020 verscheen een rapport over de problemen en kansen die zich voordoen nu moderne auto's steeds meer elektronische data produceren.[1] Wat is de aanleiding van het rapport? Naar verwachting zullen in 2023 vrijwel alle nieuwe auto’s met het internet verbonden zijn en via het internet data delen (‘connectiviteit’). De hoeveelheid data die op deze wijze wordt verkregen is groot. Zogeheten connectieve auto’s produceren omstreeks 25 gigabyte aan data per gereden uur. Deze data biedt niet alleen inzicht in de prestaties en status van de auto, maar bijvoorbeeld ook in het rijgedrag van de bestuurder en verkeerssituaties. De partijen die de data houden, verkrijgen daardoor in rap tempo een enorm sterke positie.
Roep om aanvullende wetgeving
Andere betrokkenen in de automobielbranche, met name dienstverleners, verkrijgen zelf geen data. De afhankelijkheid van de betrokkenen die wel data verkrijgen, zoals autofabrikanten of softwaremakers, neemt daarmee toe. Als argument wordt aangevoerd dat het gebrek aan het delen van date effectieve competitie belemmert. De houders van de data wensen hun waardevolle (en competitiegevoelige) data ook niet zomaar te openbaren. Vanuit dienstverleners bestaat de roep om aanvullende wetgeving die verplicht tot het delen van data.
Publiek belang
In de Nederlandse visie op datadeling tussen bedrijven heeft de overheid zichzelf als taak gesteld het delen van data tussen bedrijven vooral te stimuleren. Overheidsingrijpen door middel van het creëren van regelgeving vindt pas plaats als er een duidelijk publiek belang bestaat.[2] De onderzoekscommissie concludeert dat er sprake is van een duidelijk publiek belang. Immers draagt het delen van deze data bij aan verkeersveiligheid en – management. Het delen van data biedt Nederlandse ondernemingen niet alleen meer kansen, maar ook de bedreiging voor de dienstverleners in de automobielbranche wordt weggehaald. Het laatste argument is de bescherming van de privacy van de bestuurder van het voertuig. De onderzoekscommissie volgt daarmee ook het standpunt van de Europese Commissie. De onderzoekscommissie introduceert vervolgens enkele hoofdlijnen ter bevordering van de toegang tot voertuigdata en interfaces. De belangrijkste punten zijn:
  • de consument moet centraal worden gesteld, en;
  • de samenwerking tussen en door marktpartijen moet worden gestimuleerd.
Op 24 november 2020 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. Het hiervoor genoemde rapport vormde de aanleiding hiertoe. De Minister zegde toe de adviezen uit het rapport in de komende periode nader uit te zullen werken en samen met de sector en relevante toezichthouders op te zullen pakken. Mr. J. (Jelle) Beerens, advocaat gespecialiseerd in datavraagstukken. [1] Ecorys, ‘Onderzoek naar het delen van voertuigdata en interfaces’, 27 januari 2020. [2] Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, ‘De Nederlandse visie op datadeling tussen bedrijven’, februari 2019 Jelle Beerens [post_title] => De roep om het vrijgeven van voertuigdata [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-roep-om-het-vrijgeven-van-voertuigdata [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-08 14:04:26 [post_modified_gmt] => 2020-04-08 12:04:26 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20151 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 20120 [post_author] => 7 [post_date] => 2020-04-02 17:27:48 [post_date_gmt] => 2020-04-02 15:27:48 [post_content] => Wat de wereld overkomt in “corona-tijd” is bizar en gaat een normaal voorstellingsvermogen te boven. Het grootschalige en rigoureuze overheidsingrijpen om verspreiding van het virus in te dammen raakt vrijwel iedereen. Het is ook niet de vraag of men die maatregelen zal accepteren, het is een voldongen feit dat ze er zijn en ondernemers hebben het er mee te doen. De consequenties zijn per branche verschillend. Supermarkten maken monsteromzetten, vergelijkbaar met die rond kersttijd, horeca is dicht en maakt een omzetval van 100% mee. Binnen die extremen bevinden zich veel ondernemingen die geraakt worden door de maatregelen en daar last van hebben, de een meer dan de ander. De overheid probeert met financiële toezeggingen de economie aan de gang te houden en faillissementen en daarmee banenverlies te voorkomen. Corona moet vooral een tijdelijke crisis blijven, waarna de economie een doorstart maakt. Zo simpel als het lijkt, is het onder het maaiveld vaak niet. Veel ondernemingen hadden helemaal niet zoveel spek op de botten om een uitschakeling te kunnen verwerken, ook al is die maar tijdelijk. Veel ondernemingen draaien elke maand quitte en kunnen net aan de vaste verplichtingen voldoen, waarna de ondernemer genoegen moet nemen met een ondernemersbeloning die schraal afsteekt tegen het ondernemersrisico wat daar tegenover staat. Wat gebeurt er met die ondernemingen als ze in de crisis terecht komen? Hebben zij wel de armslag om het zo lang uit te zingen tot de euro’s, die de overheid in het vooruitzicht gesteld heeft, daadwerkelijk afkomen? Dat is in veel gevallen niet zo en om de periode tot aan de betaling van de noodsteun te overbruggen, kan de ondernemer maar één ding doen: stoppen met betalen.
"Corona-verweer"
Dat is een logische en zelfs begrijpelijke gedachte, maar ook een zeer risicovolle. Deze reactie werkt namelijk door in een hele keten van distributie van goederen of diensten. En als iedereen er zo over denkt, dan betaalt straks helemaal niemand meer en komt de economie écht stil te staan. En de reactie is al helemaal geen juridische, want in veel gevallen is het opschorten van betalingsverplichtingen helemaal niet geoorloofd. Laten we het verweer tegen een betalingsverplichting in de zin van “ik krijg zelf niet betaald door de coronacrisis, dus ik kan zelf ook niet meer betalen” eens het “corona-verweer” noemen en er juridisch naar kijken. corona Een overeenkomst bindt partijen en de verplichtingen daaruit moeten worden nagekomen. Als de een iets levert, moet de ander daarvoor betalen. Dat is alleen anders onder bijzondere omstandigheden. Enkele van die bijzondere omstandigheden zijn geregeld in de wet. Ons Nederlandse verbintenissenrecht is echter voor het overgrote deel van regelend recht. Dat betekent dat partijen daar zelf bij overeenkomst van af mogen wijken. Ze kunnen als het ware de wet “opzij schuiven” en onderling andere afspraken maken. Of nadere invulling geven aan bepaalde regels. Daarom is het van belang bij het bepalen van de verplichtingen van partijen eerst vast te stellen wat partijen nu eigenlijk precies overeengekomen zijn. Dat ligt vast in de schriftelijke overeenkomst, als die er is. Wanneer slechts sprake is van een mondelinge overeenkomst, wordt het bewijs van wat overeen gekomen is lastig. Vaak maken van een schriftelijke overeenkomst ook algemene inkoop- of verkoopvoorwaarden deel uit, mits geldig overeengekomen. In die algemene voorwaarden is meestal wel geregeld hoe om te aan met bepaalde situaties. In geval van een probleem kan dus op die voorwaarden teruggevallen worden. Als niets in de schriftelijke overeenkomst geregeld is, moet de wet duidelijkheid geven over ieders verplichtingen in bijzondere situaties, zoals bijvoorbeeld een coronacrisis. Het is dan de vraag of met een beroep op de wet een ondernemer die in de knel komt, zo maar zijn betalingsverplichting kan opschorten. In de meeste gevallen kan dat niet, behoudens uitzonderingen. Of de coronacrisis zo’n uitzondering is, moet per geval beoordeeld worden. Grosso modo wordt in dergelijke gevallen een beroep gedaan op overmacht en onvoorziene omstandigheden. Beide verweren hebben een eigen regeling in de wet. Bij overmacht gaat het om een tekortkoming in de nakoming van een verplichting, bijvoorbeeld het betalen van een factuur. Als die tekortkoming toe te rekenen is aan de debiteur, dan is het niet betalen van de factuur wanprestatie. Wanneer een tekortkoming echter niet aan de debiteur is toe te rekenen, dan kan sprake zijn van overmacht. Dat is het geval wanneer de tekortkoming niet de schuld is van de debiteur of de tekortkoming niet voor zijn rekening komt. Een ondernemer die vanwege de coronacrisis in betalingsmoeilijkheden komt, zal al snel betogen dat het niet meer kunnen betalen van zijn factuur overmacht is, omdat de coronacrisis niet zijn schuld is. Dat moge zo zijn, maar de coronacrisis is evenmin de schuld van de leverancier die op zijn geld wacht en zijn factuur betaald wil krijgen. Er is ook nog zoiets als ondernemersrisico en het kan dus zijn dat het niet meer kunnen betalen voor rekening en risico van de debiteur moet komen. De hoofdregel blijft immers “afspraak is afspraak” en dat betekent dat er gewoon betaald moet worden, behoudens de bijzondere omstandigheid van overmacht. Dat geldt temeer wanneer de debiteur andere mogelijkheden heeft om te betalen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van steunmaatregelen, aangeboden door overheid en banken. Misschien kan de debiteur voorzien in andere financieringsbronnen, zoals risicokapitaal, of kan de ondernemer zijn privé vermogen aanspreken om toch te kunnen betalen. Overmacht is dus niet zo maar voor de hand liggend.
Overmacht
Een ondernemer die niet meer kan betalen, verkeert in de toestand dat hij daarmee is opgehouden. Dat betekent dat de ondernemer technisch failliet is. Een beroep op overmacht kan de ondernemer dan niet baten. Tenzij wel écht sprake is van overmacht, want dan is de tekortkoming niet aan de debiteur verwijtbaar. Als sprake is van overmacht, dan is geen sprake van een gebrek in de nakoming, en kan ook niet om die reden in gebreke gesteld worden, noch bestaat recht op schadevergoeding. Wel kan nog de overeenkomst ontbonden worden. Of sprake is van overmacht, is tevens afhankelijk van wat partijen daarover hebben afgesproken. Dat gebeurt veelal in de algemene voorwaarden. Als partijen het daar niet over eens worden, zal de rechter moeten beslissen of een terecht beroep op overmacht gedaan is. Het is dus zaak niet te lichtvaardig aan te nemen dat een omstandigheid overmacht oplevert. De coronacrisis lijkt een voor de hand liggend argument te zijn voor een beroep op overmacht, maar dat is het niet. Dit “corona-verweer” zal in lang niet alle gevallen slagen en dan blijven alle wettelijke regels overeind. Dat betekent dat voor de niet betaalde factuur een incassotraject gevolgd kan worden en in het uiterste geval zelfs het faillissement van de debiteur aangevraagd kan worden.
Onvoorziene omstandigheden
Een andere wettelijke regeling is die van de onvoorziene omstandigheden. De rechter kan de gevolgen van een overeenkomst wijzigen of die geheel of deels ontbinden, als de onvoorziene omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst beletten. Van onvoorziene omstandigheden is geen sprake als die omstandigheden volgens de aard van de overeenkomst of verkeersopvattingen voor rekening komt van degene die zich er op beroept. Het moet dan gaan om omstandigheden die bij het aangaan van de overeenkomst niet voorzien waren. Het is hier dus de vraag of partijen bij een overeenkomst de coronacrisis konden voorzien. Natuurlijk kunnen partijen bij het sluiten van een overeenkomst rekening houden met van buiten komende omstandigheden die het blijvend of tijdelijk nakomen van verplichtingen beletten, zoals natuurgeweld, of een andere crisis. Ze kunnen dan een artikel daarover in hun overeenkomst opnemen. Als ze dat nalaten, kan de rechter aannemen dat partijen geen behoefte hadden aan een dergelijke voorziening en gaat de rechter in veel gevallen aan dat verweer voorbij. Aan een geslaagd beroep op onvoorziene omstandigheden komen partijen maar zelden toe, zo ook in het geval van de coronacrisis. In veel zakelijke relaties is sprake van ongelijke verhoudingen, denk aan een kleine toeleverancier die levert aan een grootwinkelbedrijf. Als de laatste ineens besluit haar betalingstermijn te verlengen van de wettelijke 60 dagen naar 120 dagen, kan dat niet, ook al is de reden daarvoor de coronacrisis. Het grootwinkelbedrijf is net als ieder ander gebonden aan de wettelijke termijn van betaling en kan niet vanwege een dominante marktpositie de spelregels veranderen tijdens de wedstrijd. Dat zou namelijk een eenzijdige wijziging van de overeenkomst zijn en dat is uitgesloten, behoudens een andersluidende regeling in de overeenkomst of algemene voorwaarden. Om die reden pleit MKB Nederland er voor dit soort excessen te voorkomen en roept ze elke Nederlandse ondernemer op zoveel als mogelijk te blijven voldoen aan alle verplichtingen, om zo de economie nog enigszins draaiende te houden. Ondernemers worden daarom opgeroepen op grote schaal gebruik te maken van de financiële faciliteiten die nu gecreëerd worden, om zo toch te kunnen blijven betalen. Niet uit het oog verloren mag worden dat de coronacrisis een gezondheidscrisis is, geen economische crisis, hoewel de economie door de ingrijpende maatregelen hard geraakt wordt. Om te voorkomen dat ondernemingen in de problemen komen en een beroep moeten doen op een oneigenlijk “corona-verweer” is het zaak dat ze in contact blijven met elkaar. Het is verstandig met elkaar te bekijken hoe de crisis door te komen, door afspraken met elkaar te maken, desnoods in een gehele keten. Dat lost tijdelijke problemen op, zonder dat incasso- of andere procedures nodig zijn. Openheid en eerlijkheid zijn dan de sleuteltermen in plaats van overmacht en onvoorziene omstandigheden. Wat een terecht verweer kan lijken, is het vaak niet. Het is daarom verstandig het “corona-verweer” zo lang mogelijk uit te stellen. Marc Heuvelmans [post_title] => Het “Corona-verweer” [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => het-corona-verweer [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-02 17:38:23 [post_modified_gmt] => 2020-04-02 15:38:23 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20120 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 20112 [post_author] => 39 [post_date] => 2020-04-02 11:55:26 [post_date_gmt] => 2020-04-02 09:55:26 [post_content] => Enkele dagen geleden hebben brancheorganisaties Detailhandel Nederland en NRW met verhuurders van IVBN, NRW, Vastgoed Belang en VGO een akkoord gesloten om noodlijdende retailers tegemoet te komen.
De afspraken
De partijen zijn overeengekomen: - De afspraken zijn alleen van toepassing op huurders met een substantiële omzetdaling van ten minste 25%; - Indien huurder en verhuurder kwartaalhuur zijn overeengekomen dan wordt deze kwartaalhuur voor Q2 per 1 april 2020 omgezet in maandhuur; - Indien nodig krijgen huurders uitstel van betaling voor de betaling van de huurprijs van 1 april 2020 tot 20 april 2020. Reeds toegezonden facturen zullen niet worden geïncasseerd tot 20 april 2020; - Tijdens de coronacrisis worden geen boetes en rente gerekend over de uitgestelde huurbetalingen; - Indien overeengekomen hoeven huurders tot eind april niet aan hun exploitatieverplichting te voldoen. Dit mits overlegd met de verhuurder.
Polderen
Interessant is om te zien hoe andere partijen met de betalingsproblemen in verband met de coronacrisis omgaan. Bovengenoemde afspraken kunnen een leidraad bieden voor andere partijen die niet bij deze organisaties zijn betrokken. Hoe nu verder? Het is niet uit te sluiten dat deze zullen worden doorgetrokken voor een opvolgende periode. Bovengenoemde partijen hebben echter de wens om voor 20 april 2020 met definitieve oplossingen te komen, waarbij de lasten zo veel mogelijk door beide partijen gedragen dienen te worden. Het akkoord staat overigens haaks op de aankondigingen van enkele grote winkelketens die eenvoudig aankondigden hun huurbetalingen wegens de coronacrisis te zullen opschorten. In een eerdere blog bespraken wij dat het maar de vraag is of huurders hiertoe eenzijdig kunnen overgaan. Beide partijen doen er zodoende goed aan om met elkaar in gesprek te blijven en te zoeken naar maatwerkoplossingen die voor beide partijen tot een bevredigend resultaat kunnen leiden. Huurt of verhuurt u een winkelruimte en wilt u advies of juridische bijstand? Neem dan gerust met onze corona helpdesk contact op via: corona@bg.legal Michael de Marco [post_title] => Akkoord vastgoedeigenaars en retailers vanwege de coronacrisis [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => akkoord-vastgoedeigenaars-en-retailers-vanwege-de-coronacrisis [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-03 16:36:56 [post_modified_gmt] => 2020-04-03 14:36:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20112 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 20054 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-04-01 16:06:05 [post_date_gmt] => 2020-04-01 14:06:05 [post_content] => Er is nu een tekort aan hulpmiddelen. 3D Printing wordt al ingezet, zelfs door ziekenhuizen. Een tijdelijke licentie voor productie van hulpmiddelen kan waarborgen geven voor licentiegever en licentienemer. Het kan. En het kan veilig. Materiaalfabrikanten werken mee door kennis over materiaal en ontwerpen vrij beschikbaar te stellen. Ook voor fabrikanten die aarzelen om kennis en ontwerpen vrij te geven is er een oplossing. Door het tekort aan hulpmiddelen in deze Corona crisis, wordt steeds vaker het 3D printen ingezet. Er ontstaan mooie initiatieven zoals het Twee Steden Ziekenhuis in Tilburg dat pipets en ventielen voor zuurstofmaskers 3D heeft geprint. Een probleem kan nog wel het testen van de producten zijn. Materiaalfabrikanten stellen steeds vaker kennis over materialen en ontwerpen van hulpmiddelen op internet vrij ter beschikking, zoals DSM. Via deze website zijn ontwerpen van handvrije deurklinken, mondmaskers, gezichtsmaskers, ventielen, etc. vrij te verkrijgen. Met twee kleine disclaimers: “(1) We are listing 3rd party designs crediting the designer. In the essence of time, we may not yet have reached out to the designer. If (s)he does not wish their design to be included, we will remove upon simple request. Designs may not have been certified by any regulatory agency. (2) Description of properties the material should have, and elements printers should consider. DSM material names are given as example. We’d be happy to add other material references upon request. DSM makes no representation or warranty for any conclusion as to the fitness for use in any particular application (purpose), nor accepts any liability in respect of this purpose. This summary does not prevent customer from, nor replaces accomplishment of all relevant testing pursuant legal and regulatory requirements.”. Het kan dus zijn dat het ontwerp met een Intellectueel Eigendomsrecht is beschermd. DSM garandeert niet dat het ontwerp rechtenvrij is. Degene die het met 3D print kan dus inbreuk maken op een auteursrecht/modelrecht/octrooi van een ander. DSM garandeert niet dat het product dat 3D wordt geprint ‘fit is for purpose’. Kortom, voorwerpen worden op eigen risico (en aansprakelijkheid) geprint en gebruikt.
Oplossing: tijdelijke licentie
In deze Corona crisis is er zo’n grote behoefte aan hulpmiddelen dat fabrikanten die Intellectuele Eigendomsrechten en know how (over materialen en productieproces) hebben, de vraag naar de producten niet alleen aan kunnen. Of ze moeten van ver komen terwijl er nu behoefte aan is. Onder die omstandigheden zou de overheid een dwanglicentie kunnen afgeven. Zie mijn eerder blog daarover. Wij hebben een model gemaakt voor een tijdelijke licentieovereenkomst. In deze overeenkomst geeft de houder van een Intellectueel Eigendomsrecht (in het Engels Intellectual Property: ‘IP’) een tijdelijk recht aan een ander om producten te maken. In de overeenkomst is aangegeven dat de aanleiding de tekorten door de Corona crisis zijn. Er is ook expliciet aangegeven dat de overeenkomst voor een korte duur (zes maanden) geldt. Verder is aangeven wat rechten en verplichtingen van licentiegever en licentienemer zijn. Zo verplicht de licentiegever om kennis over te dragen en licentienemer om na het einde van de overeenkomst de kennis niet langer te gebruiken. Kortom, alles is erop gericht om in deze tijden van crisis de extra productie van hulpmiddelen mogelijk te maken. Met waarborgen voor licentiegever en licentienemer.
Waarom een dergelijke overeenkomst?
Voor de licentiegever: - hij weet wie de producten gaat maken - hij kan ervoor zorgen dat de producten op een goede wijze worden geproduceerd (en dat het dus geen reputatieschade op kan leveren) - hij krijgt een (minimale) royalty vergoeding - er is geheimhouding vastgelegd - er is en non-concurrentie voor ná het einde van de overeenkomst vastgelegd. Voor de licentienemer - hij kan produceren zonder inbreuk te maken op de IP rechten - hij krijgt ook kennis overgedragen waardoor goede producten kunnen worden gemaakt De model tijdelijke licentieovereenkomst is in het Engels opgesteld omdat er veelal sprake is van internationale partijen die erbij betrokken zijn. Het model is geen juridisch advies en is slechts een basisdocument dat nog op maat moet worden gemaakt. Wij adviseren om daar juridisch advies voor in te winnen. Wij helpen daar graag bij. Het model is  verkrijgbaar door het invullen van het onderstaande formulier. Wij zenden u het  model dan vrijblijvend toe. Jos van der Wijst [post_title] => Voorbeeld tijdelijke licentie voor productie hulpmiddelen tijdens Corona crisis [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => voorbeeld-tijdelijke-licentie-voor-productie-hulpmiddelen-tijdens-corona-crisis [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-03 16:15:09 [post_modified_gmt] => 2020-04-03 14:15:09 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20054 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 19952 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-03-30 11:20:19 [post_date_gmt] => 2020-03-30 09:20:19 [post_content] => In deze Corona crisis hebben we een tekort aan materialen voor de corona bestrijding (bijvoorbeeld mondkapjes, gezichtsmaskers) en medische hulpmaterialen (bijvoorbeeld testvloeistoffen voor coronakits). Soms is het daarbij niet makkelijk voor andere producenten om in dat gat te springen, bijvoorbeeld omdat de fabrikant weigert de receptuur openbaar te maken of omdat de vormgeving/medicijn met een intellectueel eigendomsrecht (‘IP’) is beschermd. Wat zijn de oplossingen? mondkapje
IP bescherming
Doordat er veel coronatesten (COVID-19)afgenomen moesten worden, ontstond een tekort aan testvloeistof voor de coronakits. Deze coronakits waren met name afkomstig van Roche Pharma. Roche kon de vraag naar de testvloeistof niet aan. Daarom werd er gezocht naar alternatieven. Roche gaf daarbij aan dat wanneer testvloeistoffen van anderen in de testapparaten van Roche worden gebruikt, Roche niet kan instaan voor de kwaliteit daarvan en de garantie vervalt[1]. Recent heeft Roche op haar website aangegeven dat er geen octrooi (patent) rust op de testvloeistof en dat Roche mee zoekt naar partijen die de testvloeistof veilig en betrouwbaar kunnen produceren[2]. De receptuur voor de testvloeistof wordt niet online gezet, waar door velen wel om werd gevraagd. In de Tweede Kamer werd geroepen om Roche te dwingen de receptuur in licentie te geven met een dwanglicentie.
Dwanglicentie
Een octrooihouder heeft een exclusief recht. Dit recht is vastgelegd in internationale verdragen (Trade-Related Aspects of Intellectual Property (TRIPs) en in de Rijksoctrooiwet. Wanneer een octrooihouder niet in staat of bereid is om voldoende medicijnen te produceren dan zouden anderen kunnen inspringen. De octrooihouder kan dat verbieden met een beroep op het octrooi. Een uiterste middel is dan de dwanglicentie. Daarmee zouden anderen dan de octrooihouder het medicijn kunnen maken, zonder inbreuk te maken op het octrooi. Een octrooi moet ‘nawerkbaar’ zijn. Op basis van het gepubliceerde octrooi moet een vakman de vinding kunnen toepassen en namaken. De regelgeving maakt een dwanglicentie mogelijk in het geval van een ‘nationale noodtoestand of andere omstandigheden van bijzonder dringende aard’. Artikel 31 TRIPs bepaalt dat in een dergelijke situatie een dwanglicentie mogelijk is. Daarbij gelden een paar voorwaarden zoals: de octrooihouder moet eerst zijn verzocht om een licentie (hier kan in een noodsituatie van worden afgeweken), het moet tijdelijk zijn, alleen voor binnenlands gebruik en er moet een ‘toereikende vergoeding’ worden betaald aan de octrooihouder. Artikel 57 Rijksoctrooiwet bepaalt dat de Minister van Economische Zaken een dwanglicentie kan verlenen wanneer het algemeen belang dat vordert. De Rijksoctrooiwet geeft niet aan wat de voorwaarden voor een dwanglicentie zijn. Wanneer partijen geen vergoeding overeen kunnen komen, dan bepaalt artikel 58 Rijksoctrooiwet dat deze door de rechter kan worden vastgesteld. De octrooihouder kan in rechte de dwanglicentie aanvechten. Een dwanglicentie werkt pas nadat deze is ingeschreven in het octrooiregister.
Bedrijfsgeheim
Toch zal de medewerking van de octrooihouder waarschijnlijk nog wel nodig zijn. Deze heeft immers de kennis van en ervaring met materialen, productieproces, etc. Die know how staat niet in het octrooi. Deze know how (bijvoorbeeld een receptuur) kan een bedrijfsgeheim van de octrooihouder zijn. Om bescherming op grond van de Wet Bescherming Bedrijfsgeheimen te kunnen hebben (en houden) moeten bedrijfsgeheimen geheim worden gehouden en moeten er maatregelen worden getroffen om bedrijfsgeheimen geheim te houden. Daar past niet bij het, zonder een overeenkomst met geheimhoudingsbepalingen, aan derden bekend maken van de bedrijfsgeheimen. Mogelijk zou het niet verstrekken van informatie, onder omstandigheden van een nationale noodtoestand, onrechtmatig handelen kunnen optreden. Een rechter zou dan mogelijk, in het kader van een spoedvoorziening, kunnen gebieden om bepaalde informatie, onder bepaalde voorwaarden, ter beschikking te stellen.
Vrijwillige tijdelijke licentie
Een alternatief voor een dwanglicentie is mogelijk een vrijwillige tijdelijke licentie. Dit kan aan de orde zijn wanneer de octrooihouder zelf niet voldoende producten kan maken. Hij kan dan tijdelijk, en onder voorwaarden, een licentie aan een ander/anderen geven. De afspraken hierover zou ik vastleggen in een licentieovereenkomst. Daarin zou ik vastleggen de duur van de licentie, de medewerking van de octrooihouder om kennis te verschaffen, de vergoeding voor de octrooihouder en bepalingen over vertrouwelijkheid en non-concurrentie na het einde van de licentieovereenkomst.  Een voorbeeldovereenkomst stuur ik u graag toe als u het onderstaande formulier invult.
3D printing
Een ander voorbeeld zijn de mondkapjes en de gezichtsbeschermers. Kort geleden verscheen een bericht over een Italiaans bedrijf dat een octrooi had op kleppen voor beademingsmachines. Zij konden de productie niet aan. Daarom waren er anderen die met 3D printing (Additive Manufacturing) deze kleppen wilden printen. Met een beroep op hun octrooirecht maakte het bedrijf daar bezwaar tegen. Het bedrijf weigerde ook om ontwerptekeningen ter beschikking te stellen. Daarbij beriepen zij zich op mogelijke aansprakelijkheid wanneer anderen er gebrekkige producten mee zouden maken. Voor de vormgeving van een mondkapje of gezichtsbeschermer zou ook een beroep kunnen worden gedaan op auteursrecht of modelrecht. Auteursrecht ontstaat automatisch door de creatie van het werk. Modelrecht ontstaat na het doorlopen van een registratieprocedure. Met 3D printing zou inbreuk kunnen worden gemaakt op het auteursrecht en/of modelrecht.
Inbreuk op auteursrecht?
Wanneer een product met 3D printing wordt gemaakt, dan is het de vraag of hiermee inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht. Allereerst moet er auteursrecht bestaan op het origineel. Wanneer dat het geval is dan is het de vraag of sprake is van een auteursrechtelijke inbreuk. Daarvoor moet worden beoordeeld of sprake is van overname (verveelvoudiging) of openbaarmaking van auteursrechtelijk beschermde trekken van het origineel. De auteurswet kent geen dwanglicentie. Uit rechtspraak[3] blijkt dat een dwanglicentie wel mogelijk is wanneer de auteursrechthebbende, door het weigeren van een licentie, misbruik maakt van zijn machtspositie. Hier zal alleen sprake van zijn in uitzonderlijke gevallen. Een dwanglicentie is dan alleen gerechtvaardigd wanneer (i) een onderneming een feitelijke machtspositie, (ii) door de weigering om een licentie te verstrekken de introductie van een nieuw product, waarvoor geen alternatief bestaat, belet en (iii) gebleken is dat van de zijde van de consumenten een potentiële vraag naar dat product bestaat.
Conclusie
Wanneer een octrooihouder niet kan voldoen aan de behoefte van producten ten tijde van een crisis, dan zou een dwanglicentie als uiterste middel kunnen worden ingezet. Een alternatief daarvoor is een vrijwillige tijdelijke licentie. Maar daarvoor is de medewerking van de octrooihouder vereist.
Wat kunnen wij voor u doen:
- adviseren over de inhoud van licentie overeenkomsten - adviseren over de mogelijkheden van een dwanglicentie - afspraken vastleggen over het, al dan niet tijdelijk, gebruik van kennis/ IP van een ander - optreden tegen inbreukmakers op IP   [1] Telegraaf 26 maart 2020, https://www.telegraaf.nl/nieuws/1674144737/farmaceut-roche-speelt-onderhandelingsspel-coronatest [2] Website Roche, https://www.roche.nl/nl/covid-19/roche-deelt-receptuur.html [3] Rechtbank Amsterdam, 30 november 2011 https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2011:CA4035 Jos van der Wijst [post_title] => Tekort materialen corona bestrijding. Is 3D printing of dwanglicentie oplossing? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => gebrek-aan-materialen-bij-corona-bestrijding-biedt-3d-printing-of-een-dwanglicentie-een-oplossing [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-03 16:27:36 [post_modified_gmt] => 2020-04-03 14:27:36 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=19952 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 20117 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-03-27 13:54:08 [post_date_gmt] => 2020-03-27 12:54:08 [post_content] => Nieuwbouwwoningen in projecten worden vaak door projectontwikkelaars gerealiseerd. Zij kopen gronden aan, zorgen voor vergunningen en contracteren een aannemer voor het nieuwbouwproject. Vervolgens wordt de gronden door de projectontwikkelaar verkocht aan kopers die dan met de bewuste aannemer een aparte aannemingsovereenkomst aangaan om op de aldus aangekochte gronden de desbetreffende nieuwbouwwoningen te realiseren De vraag is wie in dit soort driehoeksverhoudingen bij projectmatige nieuwbouw de verantwoordelijkheid draagt voor ontwerpfouten. De aannemer kan vaak stellen dat hij het ontwerp niet heeft gemaakt en dus niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor fouten in het ontwerp. Uit de wet volgt dat de opdrachtgever aansprakelijkheid draagt voor een ontwerpfout als het ontwerp van hem afkomstig is. Bij projectmatige bouw echter is de vraag aan wie verantwoordelijk is voor ontwerpfouten in het bestek en/of in de bouwtekeningen die dus niet afkomstig zijn van de aannemer maar aan hem ter beschikking zijn gesteld om het werk te realiseren. De aannemer doet dit laatste op basis van een bestek en tekeningen die veelal hier bij projectmatige nieuwbouw afkomstig zijn van de projectontwikkelaar. Die laatste is echter geen partij bij de aannemingsovereenkomst tussen koper/opdrachtgever en de aannemer.
Aannemer verantwoordelijk
Uit jurisprudentie van de Raad van Arbitrage voor de Bouw blijkt dat de aannemer in gevallen als deze verantwoordelijk wordt gehouden voor het ontwerp. Het bestek en de tekeningen zijn niet afkomstig van de opdrachtgever/koper. Bij projectmatige bouw heeft de opdrachtgever/koper dus geen bemoeienis met de totstandkoming van het ontwerp van de nieuwbouwwoning. De aannemer voert het werk uit op basis van de documenten afkomstig van de projectontwikkelaar. Het gevolg hiervan is dus dat in de rechtsverhouding tussen opdrachtgever/koper en de aannemer, laatstgenoemde verantwoordelijk is voor het ontwerp.
Schadevergoeding
Wanneer door fouten in het ontwerp de aannemer schadevergoeding moet betalen aan de opdrachtgever/koper of de herstelwerkzaamheden op eigen kosten moet verrichten, kan de aannemer proberen zijn schade te verhalen op de projectontwikkelaar. Of dat lukt zal vooral afhankelijk zijn van het contract tussen de projectontwikkelaar en de aannemer. Vaak is in dit soort contracten de aansprakelijkheid van de projectontwikkelaar waar het de aanneming van het werk betreft uitgesloten. Rik Wevers   [post_title] => Ontwerpverantwoordelijkheid aannemer projectmatige nieuwbouw [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => ontwerpverantwoordelijkheid-aannemer-projectmatige-nieuwbouw [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-02 13:57:29 [post_modified_gmt] => 2020-04-02 11:57:29 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20117 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 19963 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-03-27 13:25:24 [post_date_gmt] => 2020-03-27 12:25:24 [post_content] => Hoe kan een domeinnaam worden opgeëist van een andere partij? In dit artikel lichten wij toe hoe overdracht van een domeinnaam gevorderd kan worden.
Wanneer is overdracht nodig
Domeinnamen met de .nl extensie worden geregistreerd bij het SIDN. Deze organisatie beheert alle domeinnamen in Nederland. De persoon of organisatie die in het register van het SIDN als houder van een domeinnaam is geregistreerd, wordt vermoed ‘eigenaar’ van de domeinnaam te zijn. Lees hier meer over het eigendom van domeinnamen. Soms heeft een andere partij een domeinnaam geregistreerd die je voor eigen gebruik wil opeisen. Het claimen van een domeinnaam van een ander kan in sommige gevallen nodig zijn. Bijvoorbeeld als een andere partij jouw handelsnaam in zijn domeinnaam heeft gebruikt. Of als een ander een domeinnaam heeft geregistreerd die bijna exact hetzelfde is als jouw domeinnaam. Maar dan met een leesteken, zoals met een streepje ertussen. In dit soort gevallen probeert een ander mee te liften op jouw succes. Om dat tegen te gaan en om verwarring bij het online publiek te voorkomen, moet de overdracht van een domeinnaam worden gevorderd. domeinnaam
Hoe gaat dat in zijn werk?
Om met succes een domeinnaam te kunnen opeisen moeten een paar stappen worden doorlopen. Veelal begin je met het aanschrijven van de andere partij. Daarbij sommeer je tot overdracht van de domeinnaam. Pas als de andere partij geen gehoor geeft aan de sommatie, kun je een procedure starten. Afhankelijk van de situatie heb je de keuze tussen een procedure bij de rechtbank of bij het SIDN. Procedures bij de rechtbank zijn met name nuttig als er ook sprake is van een merkinbreuk en er een schadevergoeding wordt gevorderd. Gaat het je alleen om de overdracht van een domeinnaam? Dan raden wij een procedure bij het SIDN aan. Dit is een geschillenprocedure die aanzienlijk goedkoper en sneller is dan een procedure bij de rechtbank.
Procedure SIDN
Als je een eis bij het SIDN instelt moet je de volgende drie punten aanvoeren:
  1. Dat de domeinnaam identiek is aan jouw merk of handelsnaam. Het is ook voldoende als de domeinnaam zodanig overeenstemt met jouw merk of handelsnaam dat daardoor verwarring kan ontstaan. Let op: er moet dus sprake zijn van gevaar voor verwarring. Het is niet nodig om aan te tonen dat er al verwarring is ontstaan. Als er al verwarring bij het online publiek is ontstaan is dat natuurlijk wel nuttig om te vermelden. Dat bevestigt namelijk dat het online publiek niet (meer) het onderscheid kan maken tussen verschillende ondernemingen.
  2. Ten tweede moet je onderbouwen dat de andere partij geen recht heeft op de domeinnaam, bijvoorbeeld omdat er inbreuk wordt gemaakt op jouw merk of handelsnaam. Of dat de andere partij geen legitiem belang heeft bij de domeinnaam. Een legitiem belang ontbreekt bijvoorbeeld als je de term ‘Lego’ in de domeinnaam gebruikt, terwijl je geen Lego verkoopt.
  3. Ten slotte moet de domeinnaam te kwader trouw zijn geregistreerd of worden gebruikt. Doel van de registratie is dan bijvoorbeeld meeliften op andermans succes. Of doen alsof er een economisch verband bestaat tussen partijen. Soms registreren organisaties ook domeinnamen met als enige doel de domeinnaam voor een groot bedrag te verkopen. Ook dat is registratie te kwader trouw. De domeinnaam wordt in dat geval niet echt gebruikt. Commercieel voordeel is het enige doel.
Kun je deze drie punten onderbouwen? Dan kun je succesvol de overdracht van een domeinnaam vorderen. Als de domeinnaam met succes is opgeëist zal het SIDN de eisende partij als houder in het register opnemen. Op die manier krijg je dus alsnog de eigendom van een domeinnaam.
Verloop procedure SIDN
De procedure bij het SIDN verloopt als volgt. Eerst dient de eisende partij een vordering in. Als het SIDN de eis heeft ontvangen bevriest zij de domeinnaam. Dat betekent dat het SIDN niet meer zal meewerken aan overschrijving of verpanding van de domeinnaam tot de procedure is geëindigd. Daarna mag de verwerende partij een verweerschrift indienen. Als partijen dat willen mogen zij daarna gebruikmaken van mediation door het SIDN. Zo niet, dan wordt er een geschillenbeslechter benoemd. De geschillenbeslechter bekijkt de stukken. In principe vindt er geen mondelinge behandeling plaats, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij de rechter. De geschillenbeslechter neemt een beslissing en legt zijn oordeel vast in een uitspraak. Als de eis wordt ingewilligd wordt de eisende partij vervolgens als houder in het register opgenomen. Verder is er geen sprake van een kostenveroordeling. Partijen dragen dus hun eigen kosten gedurende dit traject.
Conclusie
Het opeisen van een domeinnaam kan in sommige gevallen nuttig of zelfs nodig zijn. Wil je overdracht van een domeinnaam vorderen? Dan heb je de keuze tussen een procedure bij de rechtbank of het SIDN. Daarbij geldt dat de procedure bij het SIDN aanzienlijk goedkoper en sneller is. Meer weten over het claimen van een domeinnaam? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal. Anique van de Kerkhof     [post_title] => Domeinnaam opeisen en overdracht vorderen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => domeinnaam-opeisen-en-overdracht-vorderen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-03-30 13:41:52 [post_modified_gmt] => 2020-03-30 11:41:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=19963 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 19911 [post_author] => 26 [post_date] => 2020-03-20 13:58:55 [post_date_gmt] => 2020-03-20 12:58:55 [post_content] => Pech voor Balmain: het Franse modehuis wilde haar logo als beeldmerk registreren, maar slaagde hier niet in. Het gaat om de ronde leeuwenkop, omringd door lussen die samen een ketting vormen. De EU General Court wees het verzoek af, omdat het logo te weinig onderscheidend vermogen zou hebben.
Registreren beeldmerk
Het is mogelijk om een logo te registeren als beeldmerk in de Benelux, binnen Europa of internationaal. Je kan een beeldmerk registreren als het logo voldoende onderscheidend vermogen heeft. Het onderscheidend vermogen van een logo betekent dat het beeldmerk duidelijk laat zien welke onderneming het product of de dienst aanbiedt. Het merk is creatief en onderscheid zich van andere merken.
Wanneer is er sprake van onderscheidend vermogen?
Hier is geen pasklaar antwoord op te geven. Gelukkig zijn er criteria waaraan getoetst wordt om te beoordelen of er sprake is van voldoende onderscheidend vermogen. Het onderscheidend vermogen van een merk moet in de eerste plaats worden beoordeeld met betrekking tot de waren of diensten waarvoor inschrijving is aangevraagd. In de tweede plaats wordt er gekeken naar de perceptie van het relevante publiek. Het relevante publiek bestaat uit de gemiddelde consument, die normaal geïnformeerd en redelijk oplettend is. Hoe gespecialiseerder het product of de dienst is, des te aandachtiger consumenten zullen zijn.
Wat ging er mis bij Balmain?
Balmain wilde het logo gebruiken voor op haar knopen, machnetknopen en juwelen. De EU General Court stelde dat er op de markt al veel soortgelijke producten bestaan: het aangevraagde merk verschilt niet significant van de norm of de gewoonten in de sector. Er zijn al veel meer knopen, manchetknopen en juwelen op de markt, die zich kenmerken door een leeuwenkop met daaromheen een ketting. Hierdoor is het logo niet voldoende onderscheidend en kunnen consumenten niet herleiden waar de knopen, manchetknopen of juwelen vandaan komen. Balmain probeerde nog te betogen dat niet gekeken moet worden naar consumenten, maar naar het relevante publiek. Het relevante publiek is volgens Balmain in dit geval de professionele inkoper. En die zouden het merk met de leeuwenkop wél direct kunnen herleiden tot Balmain. Helaas ging dit betoog niet op. Een grote teleurstelling dus voor Balmain. Uit deze zaak blijkt maar weer eens dat het belangrijk is om een onderscheidend logo te hebben. Wanneer een logo niet onderscheidend genoeg is, kan deze niet worden geregistreerd als beeldmerk. Dit kan gevolgen hebben voor de bescherming van het merk. Wanneer u uw logo heeft geregistreerd, staat u een stuk sterker tegenover inbreukmakers. Mocht u vragen hebben over merk- en modellenrechten, dan helpen wij u graag verder. U kunt contact met mij opnemen via hovens@bg.legal Moos Hovens 088-1410800 Moos Hovens [post_title] => Merkinschrijving Balmain faalt [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => merkinschrijving-balmain-faalt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-03-20 14:10:13 [post_modified_gmt] => 2020-03-20 13:10:13 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=19911 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 19895 [post_author] => 39 [post_date] => 2020-03-18 17:35:17 [post_date_gmt] => 2020-03-18 16:35:17 [post_content] => Het coronavirus (Covid-19) heeft steeds zwaardere gevolgen voor de Nederlandse samenleving. Op 15 maart 2020 besloot het kabinet ongekend zware maatregelen te nemen. Naast bijvoorbeeld scholen, kinderopvang en sportclubs, besloot het kabinet ook dat alle cafés, restaurants en andere horecagelegenheden klokslag 18:00 uur moesten sluiten. Het coronavirus en de door het kabinet genomen maatregelen kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor huurders en verhuurders, specifiek voor bedrijfsruimten. Een veelgehoorde vraag is voor wiens rekening de gevolgen van het coronavirus en de door het kabinet genomen maatregelen komen. Kan van een huurder verlangd worden dat hij de huur blijft doorbetalen? Indien het gehuurde wordt gesloten, is de verhuurder dan aansprakelijk? huurovereenkomst
Sluiting van de gehuurde ruimte
Er zijn grofweg twee scenario’s denkbaar. Ofwel de overheid besluit om de gehuurde bedrijfsruimte te sluiten, ofwel de verhuurder besluit dit uit eigen beweging te doen. In beide gevallen geldt dat een verhuurder de verplichting heeft om het gehuurde ter beschikking te stellen en te houden en verplicht is om gebreken aan de gehuurde bedrijfsruimte te verhelpen. De definitie van een ‘gebrek’ is geregeld in artikel 7:204 BW en bepaalt dat een gebrek een staat of eigenschap van het gehuurde of andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is, waardoor de gehuurde bedrijfsruimte aan de huurder niet het genot verschaft dat de huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten van een goed onderhouden zaak. Het is voor huurders en verhuurders echter mogelijk om het begrip ‘gebrek’ in de huurovereenkomst nader uit te werken. Van deze mogelijkheid wordt veelvuldig gebruik gemaakt. Bij de veelgebruikte ROZ voorwaarden staan er verspreid over de algemene bepalingen diverse bepalingen die regelen wanneer iets wel of niet als gebrek wordt gezien. Het is derhalve raadzaam om in een dergelijke situatie altijd de huurovereenkomst en eventueel toepasselijke algemene voorwaarden te raadplegen. Vanwege een sluiting van de bedrijfsruimte verschaft verhuurder van de bedrijfsruimte geen genot aan de huurder. Dit kan mogelijk anders liggen als de gebrekenregeling in de huurovereenkomst nader is gedefinieerd. Indien dit niet het geval is, is de verhuurder in beginsel verplicht om het gebrek te verhelpen. Dit is slechts anders indien herstel onmogelijk blijkt of onredelijk hoge kosten met zich brengt.  De verplichting om te herstellen staat echter los van de mogelijkheid om in geval van een gebrek bijvoorbeeld aanspraak te maken op (tijdelijke) huurprijsvermindering of schadevergoeding. De tekortkoming – het niet ter beschikking stellen van het gehuurde – dient echter wel aan de verhuurder te worden toegerekend wil de huurder aanspraak kunnen maken op schadevergoeding. Indien de ROZ voorwaarden van toepassing zijn op de huurovereenkomst, geldt dat het recht op schadevergoeding wegens een gebrek is uitgesloten. Het vereiste van toerekenbaarheid geldt niet voor een vordering tot huurprijsvermindering. Indien het gebrek voldoende ernstig is en de verhuurder bekend is met het gebrek, dan is dit in de regel voldoende om een huurvermindering te rechtvaardigen. Dit kan anders liggen als het gebrek onder de gegeven omstandigheden voor rekening komt van de huurder. De verhuurder is dan immers op grond van artikel 7:204 BW niet gehouden om tot herstel over te gaan. Hoewel de uitbraak van het coronavirus een unieke situatie is en zich geen vergelijkbare rechtspraak voordoet, is verdedigbaar dat sluiting van een huurpand vanwege een dwingende overheidsmaatregel niet volledig voor rekening dient te komen van een der partijen. Dit kan anders liggen indien de verhuurder zelfstandig bepaalt dat hij de gehuurde bedrijfsruimte sluit. Ook daar is het in bepaalde omstandigheden denkbaar dat, al dan niet uit goed verhuurderschap, een pandsluiting te rechtvaardigen is en om die reden niet, althans niet volledig voor rekening komt voor de verhuurder. Overigens merk ik zijdelings op dat het recht om de huurbetalingen op te schorten in veel gevallen – in ieder geval in de ROZ voorwaarden – is uitgesloten.
De verplichting tot betaling van de huurprijs
Het is goed voorstelbaar dat er situaties zijn waarbij de huurder – wegens de opgelegde maatregelen – in de problemen komt of dreigt te komen met het voldoen van de huurprijs. Is de huurder te allen tijde verplicht om de huurprijs te betalen?  Een huurder dient in beginsel zijn huurpenningen te voldoen. Het niet voldoen levert een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op. Dit kan anders liggen als er sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden. Van overmacht op basis van de wet is sprake in geval van een gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de overeengekomen verplichtingen na te komen. Deze gebeurtenis dient buiten de macht te liggen van degene die zich op overmacht beroept. Het enkele feit dat het voor een huurder moeilijker is om betalingen te verrichten rechtvaardigt geen beroep op overmacht. Er moet sprake zijn van een uitzonderlijke situatie en die situatie moet het onmogelijk maken om de verplichtingen na te komen. Het is verdedigbaar dat het coronavirus in specifieke gevallen een uitzonderlijke situatie vormt. Om een geslaagd beroep te doen op overmacht op grond van de wet is tevens vereist dat het coronavirus het in de gegeven omstandigheden onmogelijk maakt om de verplichtingen na te komen en er geen alternatieven voorhanden zijn. Dit zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Het mag van de huurder verlangd worden om naar alternatieven te zoeken. Denk hierbij aan het aantrekken van financiering. Het kabinet heeft op 17 maart 2020 een noodpakket afgekondigd, waardoor ondernemers sneller een tijdelijk krediet kunnen krijgen. Tot slot is van belang is om in ogenschouw te nemen dat een eventueel geslaagd beroep op overmacht de bevoegdheid om de huurovereenkomst te ontbinden niet in de weg staat. Het is echter de vraag of de rechter in de gegeven omstandigheden besluit dat ontbinding gerechtvaardigd is. Indien geen sprake is van overmacht,  kan er mogelijk wel sprake zijn van onvoorziene omstandigheden die zodanig zijn dat de verhuurder op grond van de redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet mag verwachten. In dat geval kan de overeenkomst worden gewijzigd of geheel of gedeeltelijk worden ontbonden. In de rechtspraak is bepaald dat de rechter hier erg terughoudend aan dient te toetsen. Of een huurder die wegens een dwingende overheidsmaatregel zijn onderneming niet kan exploiteren (zoals horecagelegenheden) met succes een beroep kan doen op onvoorziene omstandigheden hangt sterk af van de omstandigheden van het geval. De wettelijke regeling is van regelend recht. Partijen kunnen dus bij overeenkomst andersluidende afspraken maken. Het is derhalve raadzaam om de huurovereenkomst aandachtig door te nemen. De ROZ voorwaarden bevatten geen bijzondere bepalingen over overmacht of onvoorziene omstandigheden. Voor meer informatie/vragen over Corona: zie onze Q&A of mail naar onze helpdesk: corona@bg.legal Michael de Marco [post_title] => De gevolgen van het coronavirus voor de huurovereenkomst [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-gevolgen-van-het-coronavirus-voor-de-huurovereenkomst [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-03-19 10:51:50 [post_modified_gmt] => 2020-03-19 09:51:50 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=19895 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 20154 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-08 14:39:16 [post_date_gmt] => 2020-04-08 12:39:16 [post_content] => De mode wereld is een creatieve branche met veel artistieke vrijheid. Veel bekende artiesten en sporters hebben een eigen modelabel waarbij ze hun naam en reputatie exploiteren. Modeontwerpers kunnen bij het ontwerpen van een collectie ook inspiratie halen van uit de levensstijl van beroemde artiesten of sporters. Inspiratie ontlenen aan een persoon mag, zolang er aan bepaalde eisen wordt voldaan. In sommige gevallen mag je zelfs de naam van een bekend persoon gebruiken. Zo heeft het Italiaanse merk Dolce & Gabbana in het verleden gebruikgemaakt van de naam ‘Maradona’. De naam van de bekende Argentijnse voetballer. De naam van Maradona was door Dolce & Gabanna groot op een T-shirt geprint en op de catwalk geshowd. Daarnaast is er in 2018 ook een geschil geweest tussen Adidas en McGregor over het gebruik van de naam McGregor. Wat heeft de rechter beslist in deze zaken?
Maradona vs. Dolce & Gabbana
Diego Maradona stelde dat hij geen toestemming had gegeven voor het gebruik van zijn naam op het T-shirt. Daarnaast betoogde hij dat het gebruik van zijn naam verwarring zou kunnen opleveren bij de consument en dat het Italiaanse modemerk op deze manier kon meeliften op zijn reputatie. Maradona was op geen enkele manier verbonden aan Dolce & Gabbana. De rechtbank in Milaan oordeelde dat het gebruik van een decoratief element (zoals een naam of teken) een associatie met die persoon teweeg brengt bij de consument. Indien de naam bekend is in de commerciële en/of niet-commerciële sector en het refereert aan historisch succes en een uitstekende carrière, dan is toestemming voor het gebruik hiervan vereist. Kortom: Dolce & Gabbana had toestemming moeten vragen aan Diego Maradona voor het gebruik van zijn naam. Echter, in sommige gevallen is toestemming niet voldoende.
Adidas vs. McGregor
Adidas had een collectie ontworpen waarop de naam Conor McGregor werd afgebeeld. Conor McGregor, een bekende MMA-vechter, had geen problemen met het gebruik van zijn naam op de kleding van Adidas (hij had hier toestemming voor gegeven). Echter, het kledingmerk McGregor had hier wel problemen  mee. Dit merk staat bekend om kleding met een klassieke stijl, in tegenstelling tot de sportieve stijl van Adidas. Zij vonden dat haar merk McGregor en de naam Conor McGregor zoveel op elkaar lijken, dat er sprake is van merkinbreuk. Deze twee namen zouden door het publiek namelijk tot veel verwarring kunnen leiden. De rechter heeft een lastige overweging moeten maken. Conor McGregor heet nu eenmaal zo. Mag Adidas deze naam dan niet gebruiken, omdat er een ander merk is dat gelijk is aan de achternaam van de MMA-vechter? In deze zaak betwistte Adidas niet dat het merk overeenkwam met de naam, want dit is overduidelijk. In feite zou McGregor Adidas kunnen verbieden de naam McGregor te gebruiken in hun collecties. Echter, in het merkenrecht gelden een aantal uitzonderingen. Deze zijn:
  • Een merkhouder mag een derde niet verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van diens eigen naam, voor zover sprake is van gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.
  • Het gebruik van andermans merk in vergelijkende reclame (zie hiervoor een van mijn eerdere blogs.
  • Het gebruik van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis.
Adidas deed een beroep op deze eerste uitzondering. De rechter overwoog echter dat Adidas niet voldeed aan het vereiste ‘gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel’ en zich onjuist gedroeg tegenover McGregor, omdat:
  1. Het woord McGregor was zeer prominent op de kledingstukken afgedrukt. De voornaam Conor werd klein afgebeeld en in een afwijkende kleur op de kledingstukken weergegeven.
  2. McGregor komt grote bekendheid toe binnen de vechtsportwereld, maar de rechter acht het niet aannemelijk dat de MMA-vechter ook bekend is bij het algemene publiek.
Gelet op deze twee redenen, oordeelt de rechter dat de indruk kan ontstaan van een commerciële band tussen Adidas en het kledingmerk McGregor. Er is sprake van verwarring wekkende overeenstemming waardoor het relevante publiek het verschil tussen de twee merken niet zal kunnen onderscheiden. Er is dus sprake van inbreuk op het merkenrecht.
Conclusie
Je mag niet zomaar gebruik maken van andermans naam of merk, zeker niet wanneer er verwarring kan ontstaan bij het publiek. Hiervoor is eerst toestemming van de rechthebbende nodig. Heeft u hier vragen over? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal of Moos Hovens via hovens@bg.legal [caption id="attachment_18490" align="alignleft" width="224"]Anique van de Kerkhof Anique van de Kerkhof[/caption]     [caption id="attachment_19509" align="alignleft" width="200"]Moos Hovens Moos Hovens[/caption]                   [post_title] => Namen van beroemdheden gebruiken in fashion [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => namen-van-beroemdheden-gebruiken-in-fashion [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-08 14:54:46 [post_modified_gmt] => 2020-04-08 12:54:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20154 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 602 [max_num_pages] => 61 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 030d21fe9288709c2f4054764d100ef2 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
De mode wereld is een creatieve branche met veel artistieke vrijheid. Veel bekende artiesten en sporters hebben een eigen modelabel waarbij ze hun naam en reputatie exploiteren. Modeontwerpers kunnen bij het ontwerpen van een collectie ook inspiratie halen van uit de levensstijl van beroemde artiesten of sporters. Inspiratie ontlenen aan een persoon mag, zolang er...
Lees meer
Op 27 januari 2020 verscheen een rapport over de problemen en kansen die zich voordoen nu moderne auto's steeds meer elektronische data produceren.[1] Wat is de aanleiding van het rapport? Naar verwachting zullen in 2023 vrijwel alle nieuwe auto’s met het internet verbonden zijn en via het internet data delen (‘connectiviteit’). De hoeveelheid data die...
Lees meer
Wat de wereld overkomt in “corona-tijd” is bizar en gaat een normaal voorstellingsvermogen te boven. Het grootschalige en rigoureuze overheidsingrijpen om verspreiding van het virus in te dammen raakt vrijwel iedereen. Het is ook niet de vraag of men die maatregelen zal accepteren, het is een voldongen feit dat ze er zijn en ondernemers hebben...
Lees meer
Enkele dagen geleden hebben brancheorganisaties Detailhandel Nederland en NRW met verhuurders van IVBN, NRW, Vastgoed Belang en VGO een akkoord gesloten om noodlijdende retailers tegemoet te komen. De afspraken De partijen zijn overeengekomen: - De afspraken zijn alleen van toepassing op huurders met een substantiële omzetdaling van ten minste 25%; - Indien huurder en verhuurder...
Lees meer
Er is nu een tekort aan hulpmiddelen. 3D Printing wordt al ingezet, zelfs door ziekenhuizen. Een tijdelijke licentie voor productie van hulpmiddelen kan waarborgen geven voor licentiegever en licentienemer. Het kan. En het kan veilig. Materiaalfabrikanten werken mee door kennis over materiaal en ontwerpen vrij beschikbaar te stellen. Ook voor fabrikanten die aarzelen om kennis...
Lees meer
In deze Corona crisis hebben we een tekort aan materialen voor de corona bestrijding (bijvoorbeeld mondkapjes, gezichtsmaskers) en medische hulpmaterialen (bijvoorbeeld testvloeistoffen voor coronakits). Soms is het daarbij niet makkelijk voor andere producenten om in dat gat te springen, bijvoorbeeld omdat de fabrikant weigert de receptuur openbaar te maken of omdat de vormgeving/medicijn met een...
Lees meer
Nieuwbouwwoningen in projecten worden vaak door projectontwikkelaars gerealiseerd. Zij kopen gronden aan, zorgen voor vergunningen en contracteren een aannemer voor het nieuwbouwproject. Vervolgens wordt de gronden door de projectontwikkelaar verkocht aan kopers die dan met de bewuste aannemer een aparte aannemingsovereenkomst aangaan om op de aldus aangekochte gronden de desbetreffende nieuwbouwwoningen te realiseren De vraag...
Lees meer
Hoe kan een domeinnaam worden opgeëist van een andere partij? In dit artikel lichten wij toe hoe overdracht van een domeinnaam gevorderd kan worden. Wanneer is overdracht nodig Domeinnamen met de .nl extensie worden geregistreerd bij het SIDN. Deze organisatie beheert alle domeinnamen in Nederland. De persoon of organisatie die in het register van het...
Lees meer
20 mrt 2020
BG.legal
Pech voor Balmain: het Franse modehuis wilde haar logo als beeldmerk registreren, maar slaagde hier niet in. Het gaat om de ronde leeuwenkop, omringd door lussen die samen een ketting vormen. De EU General Court wees het verzoek af, omdat het logo te weinig onderscheidend vermogen zou hebben. Registreren beeldmerk Het is mogelijk om een...
Lees meer
Het coronavirus (Covid-19) heeft steeds zwaardere gevolgen voor de Nederlandse samenleving. Op 15 maart 2020 besloot het kabinet ongekend zware maatregelen te nemen. Naast bijvoorbeeld scholen, kinderopvang en sportclubs, besloot het kabinet ook dat alle cafés, restaurants en andere horecagelegenheden klokslag 18:00 uur moesten sluiten. Het coronavirus en de door het kabinet genomen maatregelen kunnen...
Lees meer