Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 687
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 40, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 21548
                    [post_author] => 8
                    [post_date] => 2020-08-17 11:09:03
                    [post_date_gmt] => 2020-08-17 09:09:03
                    [post_content] => 
Wist u dat?
Bij het vaststellen van een kinderalimentatie  zullen ook de financiële gegevens van de onderhoudsplichtige stiefouder moeten worden overgelegd. Indien dat niet wordt gedaan, staat er de sanctie op dat er alleen de minimale kinderalimentatie van € 25,= per kind wordt vastgesteld. Zo besliste het Gerechtshof in een onlangs afgegeven beschikking: GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN 04-08-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:6162: De vrouw heeft – ondanks de uitdrukkelijke opdracht van het hof en ondanks haar kennis van de mogelijke gevolgen van dit nalaten – geen enkele informatie overgelegd over haar inkomen en over het inkomen van de stiefvader. Nu de financiële gegevens van de vrouw en de stiefvader ontbreken en de vrouw weigerachtig is om deze gegevens te overleggen, zal het hof bij het bepalen van de bijdrage van de man in de kosten voor verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] aansluiten bij de minimale bijdrage zoals opgenomen in het rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen, te weten € 25,- per kind per maand of in deze zaak € 50,- in totaal per maand. Nu het hof bij gebrek aan kennis over het inkomen van de vrouw en van de stiefvader niet in staat is te berekenen of te schatten wat hun draagkracht is, is het hof evenmin in staat vast te stellen dat de man een groter gedeelte van zijn draagkracht dan deze minimale bijdrage dient aan te wenden als kinderalimentatie voor [kind 1] en [kind 2]. Liedeke Floris [post_title] => Onderhoudsplichtige stiefouders betalen indirect ook kinderalimentatie [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => onderhoudsplichtige-stiefouders-betalen-kinderalimentatie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-17 11:31:53 [post_modified_gmt] => 2020-08-17 09:31:53 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21548 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 21534 [post_author] => 18 [post_date] => 2020-08-17 08:51:07 [post_date_gmt] => 2020-08-17 06:51:07 [post_content] => Het kabinet heeft aangekondigd dat er aparte juridische erkenning en actieve ondersteuning komt voor maatschappelijk ondernemerschap. Dit zal gebeuren in de vorm van de maatschappelijke BV ofwel de BVm. De maatschappelijke BV is bedoeld voor ondernemers en organisaties die maatschappelijke vraagstukken aanpakken op het gebied van onder meer energie en klimaat, arbeidsparticipatie, zorg, onderwijs en veiligheid.
Doelstellingen maatschappelijke BV
Komende periode wordt de maatschappelijke B.V. door het kabinet verder wettelijk uitgewerkt. In een rapport dat KPMG en Nijenrode Business Universiteit op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat hebben uitgebracht, is geformuleerd dat het gaat om ondernemingen die:
  • acteren in het economisch veld. Het moet gaan om ondernemingen die een verdienmodel hebben, bijvoorbeeld doordat zij btw-plichtig zijn en/of vennootschaps- of inkomensbelasting moeten betalen;
  • een maatschappelijk doel nastreven. Om te beoordelen of een onderneming een maatschappelijk doel nastreeft, wordt gekeken naar het concept ‘algemeen nut’ zoals gedefinieerd in de fiscale ANBI-wetgeving;
  • de verdeling van winst en vermogen beperken om zo het maatschappelijk doel te bereiken. De onderneming moet transparant zijn over de bijdrage aan de maatschappelijke missie en dit ook vastgelegd hebben in de statuten (“kapitaalklem”);
  • transparant zijn over de stakeholdersdialoog en de uitkomsten en opvolging daarvan. De rol van de stakeholders moet ook vastgelegd zijn in de statuten;
  • transparant zijn over de gerealiseerde maatschappelijke impact, waarbij maatschappelijke waarde zowel sociaal als natuurlijk kapitaal omvat;
  • onafhankelijk zijn in zowel financiële als bestuurlijke zin. De maatschappelijke organisaties moeten zelfstandig zijn en onafhankelijk hun beleid kunnen formuleren en implementeren.
Staatssecretaris Keijzer
Staatssecretaris Keijzer zegt over de maatschappelijke BV: “Maatschappelijke ondernemers en organisaties zijn van steeds groter belang voor onze samenleving. Ze zorgen voor oplossingen voor uiteenlopende vraagstukken op het gebied van zorg of klimaat. Andere organisaties maken juist graag gebruik van werknemers met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Maatschappelijk ondernemerschap vindt het kabinet belangrijk en daarom is betere erkenning en herkenning voor dit type ondernemerschap noodzaak. Ik neem daarom ook de soortgelijke conclusies van diverse onderzoeksrapporten over als het gaat om betere overheidsdienstverlening aan deze ondernemers en organisaties.” Wetgeving In de nieuwe wet worden in ieder geval de volgende punten voor de maatschappelijke BV  verder uitgewerkt:
  • voorschriften waaraan de inrichting van de onderneming en de statuten moeten voldoen;
  • bepalingen over het kunnen voeren van de aanduiding “maatschappelijke BV”; en
  • bepalingen over de registratie van de maatschappelijke BV in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel.
Dienstverlening en begeleiding
Naast het invoeren van de maatschappelijke BV wordt ook de dienstverlening aan maatschappelijke ondernemers verbeterd. Maatschappelijke ondernemers zullen bijvoorbeeld begeleid worden met vragen over wet- en regelgeving en er wordt een werkgroep “maatschappelijk ondernemerschap” ingesteld waarbij kennisdeling op het gebied van maatschappelijk ondernemerschap tussen overheden wordt gestimuleerd.
Inkoop- en aanbestedingsbeleid overheid
Ook is het de bedoeling dat de overheid zelf maatschappelijke ondernemingen gaat betrekken in haar inkoop- en aanbestedingsbeleid. Om die reden zal worden onderzocht hoe meer aandacht uit kan gaan naar maatschappelijke ondernemingen en voorbehouden opdrachten. Tegelijkertijd moet het gelijke speelveld daarbij uiteraard wel behouden blijven.
Vervolg
Het is de bedoeling van het kabinet om eind dit jaar een voorontwerp van de wet via internet in consultatie te brengen. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen. Dit artikel is geschreven door Lisan Vermeer, advocaat ondernemingsrecht bij BG.legal. Lisan Vermeer           [post_title] => Er komt een nieuwe rechtsvorm: de maatschappelijke BV [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => er-komt-een-nieuwe-rechtsvorm-de-maatschappelijk-bv [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-17 08:54:10 [post_modified_gmt] => 2020-08-17 06:54:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21534 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 21499 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-08-12 12:22:24 [post_date_gmt] => 2020-08-12 10:22:24 [post_content] => Een speciale-sectorbedrijf N, onderdeel van NS, gunt door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging een opdracht aan A voor de modificatie van het huidige diagnosesysteem aan de hand waarvan onder andere de aandrijving van het treinmaterieel wordt gemonitord en een computersysteem bevat op grond waarvan afwijkingen worden geconstateerd en meldingen worden gegeven aan de bestuurders en monteurs. Dit diagnosesysteem is ontwikkeld door (de rechtsvoorganger van) A en daarna doorontwikkeld. A heeft intellectueel eigendomsrecht voor het ontwerp en de broncodes van het systeem. Een andere partij S stelt dat de bewuste onderhandelingsprocedure niet gevolgd mag worden en dat de opdracht in concurrentie moet worden aanbesteed.
Procedure
De voorliggende juridische vraag ten overstaan van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland is of voldaan is aan de vereisten van artikel 3.36 sub c Aw 2012 om gebruik te kunnen maken van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging. Anders gezegd, kan alleen A zoals N stelt, de opdracht uitvoeren omdat mededinging om technische redenen ontbreekt en/of bescherming van uitsluitende rechten met inbegrip van intellectuele eigendomsrechten, aan de orde is. Op basis van een in opdracht van N opgesteld deskundigenrapport wordt aannemelijk dat de broncode van de software van het diagnosesysteem nodig is om dit systeem te kunnen aanpassen/upgraden. De voorzieningenrechter overweegt dat het aannemelijk is dat de broncode van de software van het diagnosesysteem nodig is om dit systeem te kunnen aanpassen/upgraden.
Rechten
Verder is het aldus de voorzieningenrechter aannemelijk dat A als auteursrechthebbende de enige partij is die het recht heeft om de software te gebruiken en te verveelvoudigen, of om derden het recht te geven dit te doen. Het is aannemelijk dat A aan N geen licentie of andere toestemming heeft verleend om de software zelfstandig aan te passen of om derden in te schakelen om dat namens N te doen. N is dus niet gerechtigd om een derde de opdracht te geven om de software van het diagnosesysteem aan te passen. De opdracht kan dus alleen door A worden uitgevoerd, omdat het auteursrecht van A op het diagnosesysteem en de broncodes van de software van dit systeem beschermd moeten worden. Het pleidooi van S dat het volledig laten vervangen van het diagnosesysteem een redelijk alternatief is, wordt niet gevolgd. Dat zou immer een wezenlijk andere opdracht zijn dan de opdracht die N wil geven en als het al als alternatief zou kunnen worden gezien, is het geen redelijk alternatief. De voorzieningenrechter constateert dat in het voorgaande besloten dat het ontbreken van de mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de aanbesteding. Evenmin is komen vast staan dat er sprake is van toeschrijven naar de opdracht. N heeft de reële wens om het diagnosesysteem te upgraden en N kan er niets aan doen dat vanwege het auteursrecht alleen A de opdracht kan uitvoeren.
Commentaar
Er is hier sprake van een situatie waarin de aanbesteder door eerder gemaakte keuzes met betrekking tot de opdracht nu aangewezen is op één leverancier. Ook wel een vendor lock-in genoemd. N heeft het dus zelf in de hand gehad in het beperken van de concurrentie. Uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie is gebleken dat wanneer voor een beroep op een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging, gewezen wordt op het bestaan van exclusieve rechten, er onder meer moet worden aangetoond dat er voor het betreffende product slechts één leverancier is en waaraan pas voldaan kan zijn als er op de markt voor het bewuste product geen concurrentie is. Doordat S voor de opdracht in aanmerking wil komen is er kennelijk sprake van concurrentie in de markt voor diagnosesystemen. De voorzieningenrechter heeft zich beperkt tot het toetsen van de redelijkheid van een mogelijk alternatief en bij het oordeel geen rekening gehouden met het feit dat N er eerder zelf voor heeft gekozen om bij zich afhankelijk te maken van A. Deze zaak is voor N goed afgelopen. Maar gelet op de jurisprudentie van het Europese Hof doen aanbesteders er goed aan om een vendor lock-in zoveel mogelijk te voorkomen. Zeker als in een markt te verwachten valt dat op enig moment ook nieuwe spelers zich gaan melden en er dus concurrentie ontstaat, kan het gebruik willen maken van een onderhandelingsprocedure zonder aankondiging problematisch worden. Zie de volledige uitspraak op rechtspraak.nl Rik Wevers   [post_title] => Toegestane onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => toegestane-onderhandelingsprocedure-zonder-aankondiging [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-12 12:22:24 [post_modified_gmt] => 2020-08-12 10:22:24 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21499 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 21500 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-08-12 12:20:24 [post_date_gmt] => 2020-08-12 10:20:24 [post_content] => YouTube wordt steeds vaker gebruikt voor ‘naming and shaming’. Video’s waarin personen of organisaties aan de schandpaal worden genageld zijn aan de orde van de dag. Wat kun je doen als er een vervelende video over jou op YouTube is geplaatst?
STAP 1 – BEOORDELEN VIDEO
Eerst moet de inhoud van de video worden beoordeeld. Er moet als het ware een ‘juridische kwalificatie’ plaatsvinden. Wat bedoel ik daarmee? De video moet worden bekeken om te beoordelen op welke rechten de video inbreuk maakt. Het kan zijn dat er gezichten van personen zijn gefilmd. Of hun stemgeluid, een gesprek of dat een voor- en achternaam wordt genoemd. Dan kan het uploaden van de video op YouTube inbreuk maken op de privacy rechten van de gefilmde personen. Maar soms zet de video ook aan tot haat of geweld. Bijvoorbeeld omdat een persoon wordt geïntimideerd of er op een aanvallende manier wordt gesproken. Dan is het uploaden van de video strafbaar. In dat kader zijn ook de reacties die op de video worden geplaatst relevant. Welke reactie roept de video bij het publiek op? De beoordeling van de content van de video helpt bij het nemen van de volgende stappen.
 STAP 2 – MELDEN VIDEO
 De tweede stap die moet worden genomen, is het melden van de video bij YouTube. YouTube heeft het melden van video’s bewust laagdrempelig gemaakt. Door te klikken op het vlaggetje onder de video, kan de video rechtstreeks aan YouTube worden gemeld. Daarbij dien je aan te geven waarom de video volgens jou verwijderd zou moeten worden. Daar komt de uitkomst van stap 1 de hoek om kijken. Je kunt hier bijvoorbeeld aangeven dat de video inbreuk maakt op de privacy van personen. Of dat de video een negatieve impact kan hebben op het publiek. Door het melden van de video aan YouTube, komt de video op de radar van YouTube. YouTube zal de video zelf bekijken om te beoordelen of de video moet worden verwijderd. YouTube hanteert namelijk een Notice and Takedown Policy. Als de video volgens YouTube in strijd is met de community richtlijnen die zij hanteren, dan verwijdert YouTube de video. Dit kan soms even duren. Bovendien kan het zijn dat je schade hebt geleden door het openbaren van de video. Vandaar dat ook stap 3 moet worden genomen.
 STAP 3 – AANSPREKEN GEBRUIKER
 Tegelijk met het nemen van stap 2, kan stap 3 worden genomen. Onder de video staat vanuit welk account de video is geüpload. In sommige gevallen is direct duidelijk wie de accounthouder is, en wie dus de persoon is die de video heeft geplaatst. In dat geval is het aan te bevelen om deze accounthouder een sommatiebrief te sturen. Daarbij sommeer je:
  1. De video te verwijderen;
  2. Verwijderd te houden;
  3. Dit schriftelijk (per e-mail) te bevestigen;
  4. Eventueel betaling van een schadevergoeding.
Deze sommatie moet worden onderbouwd aan de hand van de bevindingen van de beoordeling van de video (stap 1). Helaas is het niet altijd duidelijk wie de accounthouder/uploader van de video is. Ook wordt niet altijd gehoor gegeven aan de sommatie. In dat geval kan je je alsnog rechtstreeks tot YouTube wenden.
STAP 4 – BERICHT YOUTUBE
 Als er geen gehoor wordt gegeven aan de sommatie, en YouTube heeft de video (nog) niet verwijderd naar aanleiding van de eerdere melding, dan is het mogelijk een bericht naar YouTube te sturen. Daarbij verzoek je YouTube om verwijdering van de video. Daarbij is het tevens aan te raden om YouTube te vragen de accountgegevens te verstrekken. Daarmee bedoel ik de naam en eventueel (e-mail)adres van de accounthouder. Zodat je diegene aansprakelijk kunt stellen voor de door jou geleden schade.
STAP 5 – PROCEDURE
 Werken zowel YouTube als de accounthouder niet mee? Dan is er nog maar een optie om de verwijdering van de video op korte termijn te bewerkstelligen. En dat is via de rechter. Je kunt ervoor kiezen om een kort geding procedure te starten. Daarbij vorder je de verwijdering van de video. Voor veel mensen en organisaties is het starten van een procedure een laatste redmiddel, omdat hiermee kosten gemoeid zijn. Toch kan het zijn dat de verwijdering van de video opweegt tegen de kosten. En dan is een kort geding procedure de moeite waard.
CONCLUSIE
Door bovengenoemde stappen te doorlopen kun je ervoor zorgen dat een video van YouTube wordt verwijderd. Doordat YouTube de video zelf verwijdert, dan wel doordat de accounthouder de video verwijdert. Vervolgens kan de balans worden opgemaakt. En kun je toetsen in hoeverre je door het openbaren van de video schade hebt geleden. Meer weten over het verwijderen van Video’s? Of over het aansprakelijk stellen van YouTube? Stel dan vrijblijvend je vraag aan Anique van de Kerkhof via Kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof [post_title] => Hulp bij verwijderen van vervelende YouTube video’s: een stappenplan [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => hulp-bij-verwijderen-van-vervelende-youtube-videos-een-stappenplan [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-12 12:26:24 [post_modified_gmt] => 2020-08-12 10:26:24 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21500 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 21482 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-08-12 11:34:32 [post_date_gmt] => 2020-08-12 09:34:32 [post_content] => Veel werkgevers zijn ermee bekend dat wanneer een arbeidsovereenkomst met een werknemer door de kantonrechter wordt ontbonden, omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer [de zogenaamde e-grond] en dat handelen of nalaten is als ernstig verwijtbaar of nalaten te kwalificeren, de werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding bij ontslag. Minder bekend is dat ook in situaties waarin de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op basis van een andere ontslaggrond zoals bijvoorbeeld een verstoorde arbeidsverhouding, het recht op transitievergoeding evenzeer kan worden verloren als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.
Ontbinding arbeidsovereenkomst
In de wet is vastgelegd dat een werknemer het recht op transitievergoeding kan verliezen als het einde van zijn arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en/of nalaten [artikel 7:673 lid 7 sub c BW]. In de praktijk werd dit dus vaak gekoppeld aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de genoemde e-grond. Maar uit recente rechtspraak blijkt dat niet per definitie sprake hoeft te zijn van een ontbinding op de e-grond [verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer] om het recht op transitievergoeding te verliezen.           Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet Werk en Zekerheid [WWZ] blijkt dat de werknemer zijn recht op transitievergoeding alleen kan kwijtraken in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werknemer niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt.
Uitzondering
Bij de beoordeling van de uitzonderingsgrond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW zijn de omstandigheden van het geval -waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer- slechts van belang voor zover deze van invloed zijn op de verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werknemer dat tot het ontslag heeft geleid. In situaties waarin sprake is van bijvoorbeeld een verstoorde arbeidsverhouding [de zogenaamde g-grond] of andere omstandigheden waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet langer van de werkgever kan worden gevergd [de zogenaamde h-grond] en op basis waarvan de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, kan er ook geen recht op transitievergoeding bij ontslag zijn. Hiervoor is dan wel vereist dat los de ontbindingsgrond, er omstandigheden zijn die als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer zijn te kwalificeren. Een verwijtbaarheid van handelen of nalaten van de werknemer dat uiteindelijk via een ontslaggrond zoals bijvoorbeeld de g-grond of de h-grond, tot het ontslag leidt.
Werkgevers
Tip voor werkgevers is om ook in gevallen waarin een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt gedaan op een andere grond dan die van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, altijd te bezien in hoeverre de feiten en omstandigheden die leiden tot de gekozen ontslaggrond, mogelijk ook kwalificeren als een ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer en zo ja dit nadrukkelijk te benoemen. Op deze wijze kan wellicht voorkomen worden dat bij einde van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding is verschuldigd. Rik Wevers   [post_title] => Geen recht op transitievergoeding bij ontslag [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => geen-recht-op-transitievergoeding-bij-ontslag [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-12 11:34:32 [post_modified_gmt] => 2020-08-12 09:34:32 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21482 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 21451 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-08-10 15:03:42 [post_date_gmt] => 2020-08-10 13:03:42 [post_content] => Beide type overeenkomsten zijn in de wet geregeld. Agentuur is een bepaald type bemiddeling. De wet definieert een bemiddelingsovereenkomst (artikel 7:425 BW) als ‘een overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden’. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een makelaar. Van een agentuurovereenkomst is sprake (artikel 7:428 lid 1 BW) ‘wanneer de ene partij, de principaal, aan de andere partij, de handelsagent, opdraagt, en deze zich verbindt, voor een bepaalde of onbepaalde tijd en tegen beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeling te verlenen, en deze eventueel op naam en voor rekening van de principaal te sluiten zonder aan deze ondergeschikt te zijn’.
Wat is nu het verschil?
Het grote verschil zit in de vaste relatie die bestaat tussen de agent en de principaal. Een makelaar bemiddelt eenmalig bij de verkoop van een huis. Een agent bemiddelt op vaste basis voor meerdere overeenkomsten tussen de principaal en diverse afnemers. Indien de opdracht tot bemiddeling bestaat uit een of meer op zichzelf staande opdrachten ten behoeve van bepaalde transacties is geen sprake van een agentuurovereenkomst.
Moeten dergelijke overeenkomsten schriftelijk zijn vastgelegd?
Nee, dat hoeft niet. Het is wel verstandig om afspraken schriftelijk vast te leggen. Zeker wanneer sprake is van een vaste relatie.
Is relevant hoe de overeenkomst wordt genoemd?
Nee, het gaat om de concrete feiten en omstandigheden. Dus zelfs wanneer een overeenkomst een bemiddelingsovereenkomst wordt genoemd, of wanneer partijen nadrukkelijk vastleggen dat geen sprake is van een agentuurovereenkomst, maar de feiten wijzen op een agentuur relatie, dan zal de overeenkomst aangemerkt worden als een agentuurovereenkomst.
Waarom is het verschil relevant?
De wet regelt uitgebreid de rechten en verplichtingen van de agent en de principaal. Dit op basis van Europese regelgeving. Dit is niet het geval bij bemiddeling. Met als een van de belangrijkste rechten van de agent het recht op een klantenvergoeding na het eindigen van de agentuurovereenkomst. Wanneer dit einde niet aan de agent is te wijten en niet op initiatief van de agent plaatsvindt, dan krijgt de agent een soort goodwill vergoeding; de klantenvergoeding. Dit is de beloning voor het opgebouwd hebben van een klantennetwerk. Dat is een waardevol bezit waar de principaal, na het eindigen van de agentuurovereenkomst, nieuwe omzet kan maken. Daarom rechtvaardigt dat een goodwill vergoeding. Maar dan moet die potentie er ook wel zijn. De wet bepaalt hoe de hoogte van de klantenvergoeding moet worden berekend. Dit kan maximaal de gemiddelde jaarprovisie over de afgelopen vijf jaar bedragen.
Wat voor discussies ontstaan hierover:
  • Is er sprake van een agentuurovereenkomst of niet;
  • Heeft de agent wel of geen recht op een klantenvergoeding;
  • Is er wel of niet sprake van een klantenbestand waar de principaal nieuwe omzet uit kan halen;
  • Wat is de hoogte van de klantenvergoeding;
  • Heeft de agent tijdig de klantenvergoeding gevorderd.
Bij al dit soort vragen kunnen wij u bijstaand. Wij hebben cliënten (zowel agenten als principalen) in en buiten gerechtelijke procedures bijgestaan over dit soort vragen. Wanneer u hier vragen over heeft dan kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. Jos van der Wijst [post_title] => Agentuur- en bemiddelingsovereenkomst, wat is het verschil? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wat-is-het-verschil-tussen-een-agentuurovereenkomst-en-een-bemiddelingsovereenkomst [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-11 10:25:18 [post_modified_gmt] => 2020-08-11 08:25:18 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21451 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 21446 [post_author] => 39 [post_date] => 2020-08-10 11:43:28 [post_date_gmt] => 2020-08-10 09:43:28 [post_content] => De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 5 februari 2020 een voor de huurrecht-praktijk belangwekkende uitspraak gewezen. In vrijwel alle huurovereenkomsten voor woonruimten is tegenwoordig opgenomen dat het huurders niet is toegestaan om [bedrijfsmatig] hennep te kweken. In veel gevallen bedingt de verhuurder ook een boete voor de overtreding van deze verbodsbepaling. Zo ook in de uitspraak van 5 februari 2020. De vraag die voorlag was of een dergelijke boete geen oneerlijk beding vormt als bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen?
Uitspraak
Woningcorporatie Woonstichting Eigen Haard verhuurt een sociale huurwoning aan haar huurder. In de huurovereenkomst is bepaald dat de huurder een contractuele boete van € 10.000,- verschuldigd is op het moment dat in de huurwoning een hennepkwekerij wordt aangetroffen.  Op een gegeven moment trof de politie daadwerkelijk een hennepkwekerij in de huurwoning aan. Verhuurder heeft vervolgens een gerechtelijke procedure opgestart. Naast ontbinding van de huurovereenkomst vordert de verhuurder onder meer ook betaling van de contractuele boete van € 10.000,-.
De boeteclausule is een oneerlijk beding
De kantonrechter komt tot de conclusie dat de overeengekomen boete is aan te merken als een oneerlijk beding als bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen [93/13/EEG]. Bij de beoordeling stelt de kantonrechter voorop dat hennepteelt in een huurwoning zeer ongewenst is. Het is voorstelbaar dat verhuurders een boetebeding opnemen om te voorkomen dat huurders in een gehuurde woning hennep zullen telen. De boete dient een zekere afschrikwekkende werking te hebben. De kantonrechter is echter van oordeel dat het boetebeding in de gegeven omstandigheden oneerlijk is, nu in het boetebeding geen enkel onderscheid wordt gemaakt. De huurder is, met andere woorden, zelfs bij het telen van één enkele plant, de volledige boete van € 10.000,- verschuldigd. De kantonrechter vindt het verder van belang dat de huurovereenkomst en de wet- en regelgeving nog meer afschrikwekkende elementen bevat. Denk hierbij aan de mogelijkheid om tot ontbinding over te gaan, de vordering van volledige schadevergoeding wegens ontbinding en de mogelijkheid om volledige winstafdracht te vorderen. Ook acht de kantonrechter van belang dat in het kader van de Opiumwet een zekere hoeveelheid hennep wordt gedoogd. De kantonrechter acht, tot slot, de boete in verhouding tot de relatief geringe ernst van de overtreding zeer hoog. Van belang hierbij is dat het om een sociale huurwoning ging. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de contractuele boete af, maar oordeelt vervolgens wel dat de huurovereenkomst wordt ontbonden.
Lessen voor de praktijk
De uitspraak van de kantonrechter van 5 februari 2020 wijkt af van enkel vergelijkbare zaken, zoals het arrest van het Hof Amsterdam van 19 november 2019. Wil de boete een zekere afschrikwekkende werking hebben, dan dient de boete een bepaalde minimumhoogte te hebben, zeker nu verondersteld wordt dat met drugshandel aanzienlijke winsten behaald kunnen worden. In het hiervoor aangehaalde arrest van het hof ging het overigens ‘maar’ om een boete van € 5.000,-. De uitspraak van de kantonrechter van 5 februari 2020 is voor de praktijk van belang, nu deze uitspraak laat zien dat alle omstandigheden van het geval relevant kunnen zijn. De risico’s voor de verhuurder van woonruimten zijn aanzienlijk. Komt de rechter namelijk tot de conclusie dat het beding oneerlijk is, dan wordt de gehele boeteclausule vernietigd. Van matiging kan geen sprake zijn. Voor de volledigheid merk ik op dat de toets van oneerlijke bedingen zich alleen voordoet bij een consument-huurder. Huurders van een bedrijfsruimte kunnen dan ook geen beroep doen op deze regelgeving. Verhuurders doen er – zeker in geval van sociale huurwoningen – goed aan om de opgenomen boeteclausules bij nieuw te sluiten huurovereenkomsten nog eens goed tegen het licht te houden, waarbij de volgende aspecten een rol spelen:
  • Of er sprake is van een sociale huurwoning of van een huurwoning in de vrije sector
  • De hoogte van de bedongen boete dient in verhouding te staan tot de ernst van de overtreding
  • De hoogte van de bedongen boete dient in verhouding te staan tot de hoogte van de huurprijs
  • Het eventueel gedogen van een zekere hoeveelheid hennepteelt dient expliciet in de huurovereenkomst te staan verwoord
Bent u huurder of verhuurder en heeft u vragen of een juridisch geschil over contractuele boetes in huurovereenkomsten? Neem dan vrijblijvend contact op met Michael de Marco. Michael de Marco   [post_title] => Boete in huurcontract wegens hennepkwekerij: oneerlijk beding? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => boete-in-huurcontract-wegens-hennepkwekerij-oneerlijk-beding [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-10 11:47:21 [post_modified_gmt] => 2020-08-10 09:47:21 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21446 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 21442 [post_author] => 18 [post_date] => 2020-08-10 11:15:52 [post_date_gmt] => 2020-08-10 09:15:52 [post_content] => Sommige zorgverzekeraars hanteren een standaard vergoeding bij restitutiepolissen en wijzen declaraties boven dat bedrag af. In praktijk komt het erop neer dat op die manier ongeveer 95% van de betreffende nota’s worden vergoed. Naar aanleiding hiervan heeft Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de aanwijzing gegeven om met deze praktijk te stoppen; verzekeraars moeten iedere zorgdeclaratie individueel beoordelen. Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. en FBTO Zorgverzekeringen N.V. zijn het hier niet mee eens en maken bezwaar tegen deze aanwijzing. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft geoordeeld dat NZa de aanwijzing terecht heeft opgelegd. Het uitgangspunt bij een restitutiepolis is nu eenmaal dat de verzekeraar de zorgnota volledig vergoedt. De wet geeft hem wel de mogelijkheid om de vergoeding van een niet markconforme zorgnota (deels) te weigeren. Zorgverzekeraars mogen bij een restitutieverzekering dus een deel van de rekening niet vergoeden, maar alleen als deze rekening onredelijk hoog is. Lijsten met (indicatieve) bedragen zijn een hulpmiddel, maar niet toereikend als bewijs dat het gedeclareerde bedrag duidelijk uitstijgt boven het bedrag dat andere zorgaanbieders voor gelijksoortige activiteiten in rekening brengen. Zorgverzekeraars moeten iedere declaratie individueel beoordelen en per rekening aantonen of deze te hoog is. De volledige uitspraak van CBb is hier te vinden. Wilt u meer weten of heeft u vragen? U kunt altijd contact opnemen met BG.zorg. Lisan Vermeer [post_title] => Verzekeraars mogen geen standaard vergoeding hanteren bij een restitutiepolis [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verzekeraars-mogen-geen-standaard-vergoeding-hanteren-bij-een-restitutiepolis [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-11 10:28:57 [post_modified_gmt] => 2020-08-11 08:28:57 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21442 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 21417 [post_author] => 46 [post_date] => 2020-08-06 11:28:26 [post_date_gmt] => 2020-08-06 09:28:26 [post_content] => Op 5 augustus heeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan over een opgelegde loonstop wegens niet-werken door corona. In deze kwestie ging het om een werknemer met een kwetsbare partner; zowel de werknemer als diens partner kregen in maart 2020 corona-gerelateerde klachten. Op advies van de huisarts en het ziekenhuis is deze werknemer vervolgens in thuis-quarantaine gegaan. De werknemer heeft de thuissituatie niet uitdrukkelijk met diens werkgever besproken.
Discussie
Na één week verwachtte de werkgever werknemer weer op werk. Er ontstond discussie over de terugkeer naar werk en de ziekmelding van werknemer. In deze kwestie speelt mee dat de werknemer een chronisch zieke partner en een zoontje van 6 jaar heeft. Door de corona-uitbraak was de kinderopvang gesloten. Werkgever stelde dat de werknemer niet ziek is, maar zich heeft ziek gemeld vanwege een oppasprobleem. Partijen laten vervolgens na om verder te overleggen over een werkbare oplossing, zoals thuiswerken. Meer dan een maand later wordt het loon van de werknemer stopgezet.
Thuis-quarantaine
De vraag die onder andere aan de rechter voorlag is of het niet-werken in redelijkheid voor rekening van werknemer dient te komen. Eerder legde Marlies Hol uit dat het niet verrichten van arbeid door thuis-quarantaine in beginsel voor rekening van werkgever komt, tenzij hij kan aantonen dat de verplichte thuis-quarantaine voor rekening van de werknemer komt. De rechter oordeelt in deze kwestie dat in redelijkheid niet kan niet worden gezegd dat de werknemer ongeoorloofd afwezig is geweest. De richtlijnen van het RIVM waren duidelijk: werk zoveel mogelijk thuis. De werkgever had niet onderzocht of het mogelijk was om ander passend werk vanuit huis te doen en dat is ook niet aangeboden. Van werknemer kon op dat moment niet worden verwacht op het werk te verschijnen.
Terugwerkende kracht
Het loon van de werknemer moet dus met terugwerkende kracht worden betaald. De werkgever had de werknemer daarnaast op staande voet ontslagen, maar ook dat ontslag wordt vernietigd door de kantonrechter. Wel wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, maar de werkgever moet in dat kader aan werknemer een transitievergoeding betalen van € 22.143,28 bruto. Voor een billijke vergoeding ziet de kantonrechter geen aanleiding, beide partijen hebben volgens haar niet ernstig verwijtbaar gehandeld.
Voor rekening van werkgever
Inmiddels zijn er diverse corona-uitspraken gedaan door rechters over doorbetalen van het loon van een werknemer met corona-klachten, het doorbetalen van loon bij bedrijfssluiting of het recht op thuiswerken waarover Rik Wevers eerder schreef. Vooralsnog oordelen rechters dat de meeste corona-omstandigheden in het arbeidsrecht voor rekening van werkgever komen. Dat neemt niet weg dat er veel situaties denkbaar zijn waarin de werkgever meer bescherming toekomt. Ik denk graag met u mee. mr. Marlies Hol, juridisch medewerker arbeidsrecht Marlies Hol       [post_title] => Loonstop wegens niet-werken door corona [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => loonstop-wegens-niet-werken-door-corona [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-09-11 16:13:54 [post_modified_gmt] => 2020-09-11 14:13:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21417 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 21408 [post_author] => 16 [post_date] => 2020-08-05 09:30:14 [post_date_gmt] => 2020-08-05 07:30:14 [post_content] => Als de arts gebruik maakt van een ongeschikte hulpzaak dan wordt dit toegerekend aan de arts en het ziekenhuis tenzij dit onredelijk zou zijn. Uit de wet blijkt de risicoaansprakelijkheid voor het gebruik van gebrekkige medische hulpmiddelen van de hulpverlener, artikel 6:77 BW ; “Wordt bij de uitvoering van een verbintenis gebruik gemaakt van een zaak die daartoe ongeschikt is, dan wordt de tekortkoming die daardoor ontstaat de schuldenaar toegerekend, tenzij dit, gelet op inhoud en strekking van de rechtshandeling waaruit de verbintenis voortspruit, de in het verkeer geldende opvattingen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk zou zijn.” Tussen patiënt en hulpverlener is sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Op grond hiervan kan de patiënt de hulpverlener en ziekenhuis aanspreken als er sprake is van een tekortkoming in de uitvoering van de behandelingsovereenkomst. Artsen en ziekenhuizen worden dan ook met regelmaat aangesproken voor schade ontstaan door het gebruik van een ongeschikt hulpmiddel. De uitspraken van de lagere rechtspraak laat echter vele uitkomsten zien. In de literatuur wordt al geruime tijd bepleit dat voor artsen en/of ziekenhuizen een [risico] aansprakelijkheid bestaat voor productfalen van medische hulpzaken, mede gelet op artikel 6:77 BW. Deze risico aansprakelijkheid is in het belang van de patiënt die schade lijdt door het gebruik van een ongeschikt hulpmiddel. Dit maakt nl. het verhaal van de schade eenvoudiger voor het slachtoffer.  Het slachtoffer zou zich anders moeten wenden tot de producent. De Hoge Raad gaat hier echter niet in mee. Zij heeft zich onlangs gebogen over dit vraagstuk in twee zaken.
1. Miragelplombe
In 1992 werd patiënt in het toenmalige RadboudUmc geopereerd aan zijn rechteroog wegens loslating van het netvlies. Bij die operatie werd onder meer gebruik gemaakt van een miragel plombe. In verband met aanhoudende klachten besloot de arts om de miragelplombe in 2006 te verwijderen. De Miragelplombe bleek te zijn gezwollen en fragmenteerde bij verwijdering, met schade als gevolg. De Rechtbank en het Gerechtshof waren van oordeel dat  er sprake was van een ongeschikte zaak in de zin van art. 6:77 BW. Arts en ziekenhuis zijn aansprakelijk, aldus deze lagere rechtspraak. De Hoge Raad oordeelt thans echter anders. Van doorslaggevend belang is of  de hulpzaak volgens de destijds  heersende medische inzichten geschikt werd geacht [zgn. ‘state of art’]. Het enkele feit dat naderhand is gebleken dat de plombe niet geschikt was brengt niet met zich mee dat het gebruik ervan als tekortkoming kan worden aangemerkt, aldus de Hoge Raad. Dus geen aansprakelijkheid van arts en ziekenhuis.
2. PIP implantaten
Voor borstvergroting zijn implantaten bij verschillende patiënten geplaatst. Het implantaat blijkt ongeschikt en er ontstaat schade bij de betreffende patiënten. Ook hier kwam de Hoge Raad niet tot aansprakelijkheid van de arts en ziekenhuis.  De Hoge Raad concludeert dat de toerekening van de gebrekkige  hulpzaak aan de arts en het ziekenhuis niet redelijk was. De volgende omstandigheden waren hierbij van belang:
  • Het ging om grootschalige en ernstige fraude.
  • De hulpverlener had daardoor geen grotere deskundigheid over de hulpzaken.
  • Het aannemen van aansprakelijkheid tot een grote hoeveelheid omvangrijke schadeclaims terwijl de hulpverlener slechts een beperkte verzekering kan afsluiten.
  • De hulpverlener kan de schade niet verhalen op de producent nu deze failliet is.
Conclusie
Uit deze arresten blijkt dat art. 6:77 BW slechts een beperkte omvang heeft. Je kan niet meer echt van een risico aansprakelijkheid spreken voor de arts en het ziekenhuis voor het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken. Het enkele feit dat het medisch hulpmiddel op grond van naderhand opgekomen medische  inzichten  ongeschikt wordt bevonden, brengt niet mee dat het gebruik van de zaak als een tekortkoming moet worden aangemerkt. Ook de toerekenbaarheid wordt niet snel aangenomen. Dit betekent dat de patiënten die een dergelijke kwestie overkomt veelal de producent aansprakelijk moeten stellen. In het geval van faillissement van de producent blijft de patiënt helaas met lege handen staan. Volledige uitspraken: ECLI:NL:HR:2020:1090 ECLI:NL:HR:2020:1082   [post_title] => Hoge Raad: arts niet aansprakelijk voor gebruik ongeschikte medische hulpzaak [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => hoge-raad-arts-niet-aansprakelijk-voor-het-gebruik-van-een-ongeschikte-medische-hulpzaak [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-05 09:53:27 [post_modified_gmt] => 2020-08-05 07:53:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21408 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 21548 [post_author] => 8 [post_date] => 2020-08-17 11:09:03 [post_date_gmt] => 2020-08-17 09:09:03 [post_content] =>
Wist u dat?
Bij het vaststellen van een kinderalimentatie  zullen ook de financiële gegevens van de onderhoudsplichtige stiefouder moeten worden overgelegd. Indien dat niet wordt gedaan, staat er de sanctie op dat er alleen de minimale kinderalimentatie van € 25,= per kind wordt vastgesteld. Zo besliste het Gerechtshof in een onlangs afgegeven beschikking: GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN 04-08-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:6162: De vrouw heeft – ondanks de uitdrukkelijke opdracht van het hof en ondanks haar kennis van de mogelijke gevolgen van dit nalaten – geen enkele informatie overgelegd over haar inkomen en over het inkomen van de stiefvader. Nu de financiële gegevens van de vrouw en de stiefvader ontbreken en de vrouw weigerachtig is om deze gegevens te overleggen, zal het hof bij het bepalen van de bijdrage van de man in de kosten voor verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] aansluiten bij de minimale bijdrage zoals opgenomen in het rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen, te weten € 25,- per kind per maand of in deze zaak € 50,- in totaal per maand. Nu het hof bij gebrek aan kennis over het inkomen van de vrouw en van de stiefvader niet in staat is te berekenen of te schatten wat hun draagkracht is, is het hof evenmin in staat vast te stellen dat de man een groter gedeelte van zijn draagkracht dan deze minimale bijdrage dient aan te wenden als kinderalimentatie voor [kind 1] en [kind 2]. Liedeke Floris [post_title] => Onderhoudsplichtige stiefouders betalen indirect ook kinderalimentatie [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => onderhoudsplichtige-stiefouders-betalen-kinderalimentatie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-08-17 11:31:53 [post_modified_gmt] => 2020-08-17 09:31:53 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=21548 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 687 [max_num_pages] => 69 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 030d21fe9288709c2f4054764d100ef2 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Wist u dat? Bij het vaststellen van een kinderalimentatie  zullen ook de financiële gegevens van de onderhoudsplichtige stiefouder moeten worden overgelegd. Indien dat niet wordt gedaan, staat er de sanctie op dat er alleen de minimale kinderalimentatie van € 25,= per kind wordt vastgesteld. Zo besliste het Gerechtshof in een onlangs afgegeven beschikking: GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN 04-08-2020,...
Lees meer
Het kabinet heeft aangekondigd dat er aparte juridische erkenning en actieve ondersteuning komt voor maatschappelijk ondernemerschap. Dit zal gebeuren in de vorm van de maatschappelijke BV ofwel de BVm. De maatschappelijke BV is bedoeld voor ondernemers en organisaties die maatschappelijke vraagstukken aanpakken op het gebied van onder meer energie en klimaat, arbeidsparticipatie, zorg, onderwijs en...
Lees meer
Een speciale-sectorbedrijf N, onderdeel van NS, gunt door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging een opdracht aan A voor de modificatie van het huidige diagnosesysteem aan de hand waarvan onder andere de aandrijving van het treinmaterieel wordt gemonitord en een computersysteem bevat op grond waarvan afwijkingen worden geconstateerd en meldingen worden gegeven aan de...
Lees meer
YouTube wordt steeds vaker gebruikt voor ‘naming and shaming’. Video’s waarin personen of organisaties aan de schandpaal worden genageld zijn aan de orde van de dag. Wat kun je doen als er een vervelende video over jou op YouTube is geplaatst? STAP 1 – BEOORDELEN VIDEO Eerst moet de inhoud van de video worden beoordeeld....
Lees meer
Veel werkgevers zijn ermee bekend dat wanneer een arbeidsovereenkomst met een werknemer door de kantonrechter wordt ontbonden, omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer [de zogenaamde e-grond] en dat handelen of nalaten is als ernstig verwijtbaar of nalaten te kwalificeren, de werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding bij ontslag. Minder...
Lees meer
Beide type overeenkomsten zijn in de wet geregeld. Agentuur is een bepaald type bemiddeling. De wet definieert een bemiddelingsovereenkomst (artikel 7:425 BW) als ‘een overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een...
Lees meer
De kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 5 februari 2020 een voor de huurrecht-praktijk belangwekkende uitspraak gewezen. In vrijwel alle huurovereenkomsten voor woonruimten is tegenwoordig opgenomen dat het huurders niet is toegestaan om [bedrijfsmatig] hennep te kweken. In veel gevallen bedingt de verhuurder ook een boete voor de overtreding van deze verbodsbepaling. Zo ook...
Lees meer
Sommige zorgverzekeraars hanteren een standaard vergoeding bij restitutiepolissen en wijzen declaraties boven dat bedrag af. In praktijk komt het erop neer dat op die manier ongeveer 95% van de betreffende nota’s worden vergoed. Naar aanleiding hiervan heeft Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de aanwijzing gegeven om met deze praktijk te stoppen; verzekeraars moeten iedere zorgdeclaratie individueel beoordelen....
Lees meer
06 aug 2020
Marlies Hol
Op 5 augustus heeft de rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan over een opgelegde loonstop wegens niet-werken door corona. In deze kwestie ging het om een werknemer met een kwetsbare partner; zowel de werknemer als diens partner kregen in maart 2020 corona-gerelateerde klachten. Op advies van de huisarts en het ziekenhuis is deze werknemer vervolgens in thuis-quarantaine...
Lees meer
Als de arts gebruik maakt van een ongeschikte hulpzaak dan wordt dit toegerekend aan de arts en het ziekenhuis tenzij dit onredelijk zou zijn. Uit de wet blijkt de risicoaansprakelijkheid voor het gebruik van gebrekkige medische hulpmiddelen van de hulpverlener, artikel 6:77 BW ; “Wordt bij de uitvoering van een verbintenis gebruik gemaakt van een...
Lees meer

Contact

Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza)
Lees meer
Wie betaalt het loon bij thuis-quarantaine?
Lees meer
Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag!
Lees meer
Analyse kwaliteitsvraag in vervoersaanbestedingen
Lees meer
Een nieuwe golf? Maar dan claims van niet-corona patiënten?
Lees meer
Beleid zorgkantoren inkoop langdurige zorg onrechtmatig
Lees meer
AI & Privacy in de zorg, een gelukkig huwelijk?
Lees meer
Werkgeversaansprakelijkheid Covid-19
Lees meer
Wie is verantwoordelijk voor de analyse door een algoritme?
Lees meer
Mag ik een zelftest voor corona verkopen?
Lees meer
Een proeftijdbeding ná een stage? Volgens de kantonrechter is dat mogelijk.
Lees meer
Dierenarts gewond bij noodslachting stier. Veehouder aansprakelijk?
Lees meer
Gepubliceerde boetes of berispingen zorgpersoneel zijn openbaar
Lees meer
Geen recht op transitievergoeding bij ontslag
Lees meer
Verzekeraars mogen geen standaard vergoeding hanteren bij een restitutiepolis
Lees meer
Rapport Aeternus: Trends en ontwikkelingen in de GGZ
Lees meer
Goed bestuur in de zorg: vernieuwd kader
Lees meer
Gevolgen letselschadeuitkering na beëindiging huwelijk.
Lees meer
Update zorg: juridische Factsheet Wabvpz
Lees meer
Eerste toewijzing cumulatiegrond voor ontbinding arbeidsovereenkomst
Lees meer
Strafregels of knielen, je kunt kiezen...
Lees meer
Overwerken door corona, moet ik daarmee instemmen?
Lees meer
Verlaagde transitievergoeding bij brede inzetbaarheid
Lees meer
Aansprakelijkheid ziekenhuis bij plaatsing schouderprothese?
Lees meer
Verwerking medische persoonsgegevens verduidelijkt in nieuwe UAVG
Lees meer
Het delen van data in de zorg: nieuwe mogelijkheden door blockchain?
Lees meer
Mondeling aanzeggen niet voortzetten tijdelijk arbeidscontract volstaat soms
Lees meer
Zorgupdate: NZa wil meer regie van zorgverzekeraars
Lees meer
Nieuw wetsartikel verplicht tot gratis inzage in elektronisch patiëntendossier
Lees meer
Inkoopprocedures in de zorg in coronatijd
Lees meer
De Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst [WGBO] in een notendop
Lees meer
Update: meer aanbestedingen in de zorg
Lees meer
De meedenkende, betalende Overheid: Werkgevers doe er uw voordeel mee!
Lees meer
Glaasje op? Laat je rijden. En stap niet in bij een chauffeur die ook gedronken heeft.
Lees meer
Uroloog maakt cruciale fout waardoor patiënte komt te overlijden
Lees meer
Overzicht nieuwe regels voor oproepkrachten per 1 januari 2020
Lees meer
Meerijden met bestuurder zonder rijbewijs
Lees meer
Joyride: Interpolis moet volledige letselschade bijrijder vergoeden
Lees meer
Letselschade
Lees meer
Boete voor appen op de fiets
Lees meer
BG.legal participeert in onderzoek naar gebruik van big data en AI door zorginstellingen
Lees meer
BG.zorg
Lees meer