Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 5
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 722
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 40, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 22341
                    [post_author] => 6
                    [post_date] => 2020-10-23 10:11:17
                    [post_date_gmt] => 2020-10-23 08:11:17
                    [post_content] => In een licentieovereenkomst worden de voorwaarden voor verkoop van de producten vastgelegd. Vaak betekent dit een beperking van gebied, concurrerende producten, eisen aan de verkoopkanalen, rekening houden met adviesprijzen, etc. Vanuit het mededingingsrecht worden beperkingen gesteld aan de voorwaarden die gesteld mogen worden. Het uitgangspunt is immers vrije handel. Soms gaan de beperkingen te ver en worden deze bepalingen nietig verklaard.

In een recente zaak[1] verkocht een distributeur een restvoorraad aan Kruidvat. De leverancier maakt daar bezwaar tegen en vorderde in kort geding een verbod. In de licentieovereenkomst waren bepalingen opgenomen zoals:
  • Het Product mag nimmer worden uitgeleverd, aan welke partij dan ook, voordat Licentiegever het Product schriftelijk goedgekeurd heeft.
  • De Licentienemer zal met Licentiegever voorafgaand aan de distributie in overleg treden aangaande de verkoopprijzen van de Producten.
  • Licentienemer verspreidt/distribueert het Product uitsluitend via de schriftelijk goedgekeurde verkoop/distributiekanalen.
  • Licentienemer verbindt zich ertoe geen afprijzingsacties en/of acties met actiekortingen met het Product in te zetten zonder de voorafgaande toestemming van Licentiegever.
Mededingingskader
De rechter toetst aan het Europese en Nederlandse mededingingsrecht (artikel 101 VWEU en artikel 6 Mededingingswet), de Richtsnoeren inzake verticale beperkingen en de Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten. In artikel 4 van de Groepsvrijstelling zijn ‘hardcore beperkingen’ opgenomen. De rechter oordeelde dat hier sprake was van voorwaarden die strijdig waren met het mededingingsrecht. De rechter vond dat in dit geval passieve verkoop, te weten verkoop op aanvraag van Kruidvat, werd beperkt. Het ging niet alleen om de voorwaarden in de licentieovereenkomst, maar ook om de wijze waarop deze werden toegepast. Het ging om voorwaarden zoals bepalingen over acties en prijzen (en het daaraan verbonden boetebeding) die niet verenigbaar zijn met het beginsel van vrije prijsbepaling. Er waren geen directe minimumprijzen of vaste verkoopprijzen afgesproken, maar het was voor de distributeur niet mogelijk om naar eigen inzicht de prijzen te bepalen. Ook een bepaling die ziet op het opleggen van sancties indien men zich niet houdt aan een prijsafspraak is een indirecte prijsafspraak. De licentieovereenkomst bevatte gebiedsbeperkingen die als een ‘hardcore beperking' konden worden aangemerkt. Bijvoorbeeld de bepaling dat voor bepaalde handelingen de goedkeuring van de licentiegever is vereist.
Gevolg
Wanneer een beperking eenmaal wordt aangeduid als een hardcore beperking, dan is die bepaling in strijd met het mededingingsrecht. Het maakt dan niet uit wat de positie van partijen op de markt is (groot of klein) en wat de mogelijke effecten van die beperking zijn. Voor overeenkomsten met een geringe beperking kennen we een aparte regeling: de zogenoemde De Minimis-mededeling van de Europese Commissie. Maar wanneer sprake is van een ‘hardcore beperking’ dan heeft deze mededeling geen effect. De bepaling is dan altijd in strijd met artikel 101 VWEU en artikel 6 Mededingingswet. De rechter hoeft dan niet te onderzoeken of de beperkende bepaling wel een merkbaar effect heeft op de markt. Nietigheid van de genoemde bepalingen heeft niet direct nietigheid van de gehele licentieovereenkomst tot gevolg. De bepalingen die strijdig zijn met het mededingingsrecht zijn nietig. De nietigheid van bepaalde onderdelen zal alleen de nietigheid van de gehele overeenkomst met zich meebrengen wanneer zij daarmee een ondeelbare eenheid vormt. In dit geval was dat niet het geval en blijven de overige bepalingen in stand. De uitkomst van deze kortgedingprocedure was dat de distributeur de producten aan Kruidvat mocht verkopen.
Wat betekent dit voor de praktijk
  • Toets of licentieovereenkomst voldoet aan de regels van het mededingingsrecht.
  • Toets ook hoe de overeenkomst in de praktijk wordt toegepast.
  • Wanneer een licentiegever een merk/marketing strategie wil beschermen dan kan soms beter gekozen worden voor een selectief of exclusief distributiestelsel; daar kunnen sommige beperkingen wel worden opgelegd.
  • Wanneer een leverancier de distributeur te zeer beperkt in zijn handelen, dan kan het mededingingsrecht soms van pas komen om daar tegen op te treden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. [1] Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4908 [post_title] => Beperkingen in licentieovereenkomst door mededingingsrecht [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => beperkingen-in-licentieovereenkomst-door-mededingingsrecht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-23 12:01:13 [post_modified_gmt] => 2020-10-23 10:01:13 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22341 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 22455 [post_author] => 21 [post_date] => 2020-10-22 09:55:51 [post_date_gmt] => 2020-10-22 07:55:51 [post_content] => De wereld verkeert in een situatie die het niet eerder heeft gezien. Bedrijven en overheden worstelen daardoor met de vraag in hoeverre zij rekening moeten houden met de schade die het coronavirus aanricht bij hun partners. En deze worsteling wordt ook steeds zichtbaarder in de rechtspraak. Nadat enkele partijen met succes een coronaverweer hadden opgevoerd in huurgeschillen, zijn nu de eerste successen van het ‘coronaverweer’ in de faillissementsrechtspraak zichtbaar. Welke voorlopige conclusies kunnen wij trekken?
Oude situatie
Een faillissement is relatief makkelijk uitgesproken. Heb je als onderneming geld tegoed van een partij, dan hoef je slechts een andere partij te vinden die ook geld tegoed heeft van deze partij. Het is vervolgens aan de schuldenaar om aannemelijk te maken dat hij niet verkeert in de situatie te zijn opgehouden met betalen.
Het coronaverweer
Niet alleen bedrijven en overheden, maar ook de rechtspraak lijkt haar rol te willen pakken om onnodige schade in de maatschappij zoveel als mogelijk te voorkomen. In een enkel geval, waarin de schuldenaar als gevolg van de corona uitbraak in betalingsproblemen is gekomen, heeft de rechtbank zelfs een faillissementsverzoek afgewezen. Dit is niet zo bijzonder, waar het niet dat het verzoek aan alle formele vereisten voldeed. Ik schets de casus die zich voordeed bij de Rechtbank Amsterdam.[1] Een zelfstandig ondernemer raakt in betalingsproblemen, omdat een voormalig opdrachtgever weigert te betalen. Als gevolg van de coronacrisis blijven ook nieuwe opdrachten uit. De ondernemer heeft gebruik gemaakt van de door de overheid aangeboden steunmaatregelen voor zelfstandigen, maar kan de lopende verplichtingen aan een crediteur tijdelijk niet nakomen. Na de eerste coronagolf neemt het werk weer toe en biedt de ondernemer aan zijn crediteur een reële betalingsregeling aan en wordt zelfs een eerste betaling verricht. De crediteur stemt niet in met de regeling en besluit het faillissement aan te vragen. De steunvordering is een beperkte vordering van enkele honderden euro’s.
Het oordeel
De rechtbank wijst het faillissementsverzoek af. Volgens de rechtbank is er met de huidige coronacrisis in dit geval namelijk geen sprake van een situatie dat de ondernemer is opgehouden met betalen. De reden voor het nog niet volledig voldoen van de openstaande vorderingen ligt in de terugval in inkomsten vanwege de coronamaatregelen en de daarmee gepaard gaande beperkingen. Van de crediteur moet in zo’n geval zelfs worden verwacht een betalingsregeling te treffen met de ondernemer die passend is bij de huidige economische situatie. Bovengenoemde uitspraak staat niet op zichzelf. Zo wees de Rechtbank Den Haag een faillissementsverzoek af, omdat de belastingdienst niet wilde meewerken aan het verstrekken van informatie over de hoogte van de schuld van de onderneming aan de belastingdienst.[2] De Rechtbank Rotterdam wees een faillissementsverzoek weliswaar wel toe, maar keer eerst of er op korte termijn zicht op volledige betaling van de schuld was en een betalingsregeling een reële optie zou zijn geweest.[3]
Conclusie
De rechtbanken lijken extra kritisch te kijken naar de opstelling van de aanvrager van een faillissement en daar kan de schuldenaar gebruik van maken. Ben je als schuldenaar door de coronacrisis in de financiële problemen gekomen en bestaat er uitzicht op beterschap, dan kun je een betalingsregeling voorstellen. Als de rechtbank het betalingsvoorstel reëel acht en de schulden worden op korte termijn afgelost, dan kan zij het faillissementsverzoek afwijzen. Voor meer vragen kunt u terecht bij mr. J. Beerens, advocaat en curator bij BG.legal. Dit artikel is gepubliceerd in Het Ondernemersbelang. [1] Rechtbank Den Haag 4 augustus 2020 ECLI:NL:RBDHA:2020:7776 [2] Rechtbank Rotterdam 18 augustus 2020 ECLI:NL:RBROT:2020:7253 [3] Rechtbank Amsterdam 15 september 2020 ECLI:NL:RBAMS:2020:4572 Jelle Beerens [post_title] => Het coronaverweer bij faillissementsaanvragen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => het-coronaverweer-bij-faillissementsaanvragen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-28 15:30:42 [post_modified_gmt] => 2020-10-28 14:30:42 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22455 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 22296 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-10-20 12:17:34 [post_date_gmt] => 2020-10-20 10:17:34 [post_content] =>
Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de civielrechtelijke gevolgen van onrechtmatige staatssteun bij de aan/verkoop van grond (ECLI:NL:HR:2020:1587).    Met name de uitgebreide conclusie van de Advocaat-Generaal (A-G) bij de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2020:466) in deze zaak is voor overheden en projectontwikkelaars interessant. Immers zij lopen vaak tegen de vraag aan of bij een grondtransactie sprake is van staatssteun en zo ja wat daarvan dan de gevolgen zijn.
Feiten in het kort
De gemeente Harlingen heeft in 2009 met Spaansen Holding B.V. een koopovereenkomst gesloten voor de aankoop van het Spaansen-terrein. Van de afgesproken koopprijs zou een deel later worden uitbetaald, namelijk na verplaatsing van het bedrijf. Voordat het bedrijf is verplaatst heeft Spaansen om de nabetaling gevraagd. De gemeente die zich na onderzoek op het standpunt stelt dat bij de koopovereenkomst sprake is van staatssteun, weigert dit.
Onrechtmatige staatssteun
Partijen treffen elkaar in uiteindelijk drie instanties voor de rechter. In al die instanties wordt aan de hand van de criteria van artikel 107 VWEU (Verdrag inzake de werking van de Europese Unie) geoordeeld dat sprake is van staatssteun. Dit omdat kort gezegd, de gemeente meer dan de marktconforme prijs heeft betaald. De staatssteun had op grond van artikel 108 VWEU moeten worden gemeld aan de Europese Commissie. Nu dit niet is gebeurd is de staatssteun onrechtmatig.
Nietigheid van de koopovereenkomst
De vervolgvraag is hoe om te gaan met de gevolgen van de onrechtmatige staatssteun. De door de onrechtmatige staatssteun ontstane mededingingsverstoring moet ongedaan worden gemaakt. Hier spitst dit zich toe op de vraag of de staatsteun leidt tot gedeeltelijke of algehele nietigheid van de koopovereenkomst. De rechtbank is van mening dat de onrechtmatige steunmaatregel op de minst bezwarende wijze dient te geschieden en komt tot gedeeltelijke nietigheid van de koopovereenkomst. De koopprijs wordt daarmee gesteld op wat als de marktconform wordt gezien. Oftewel een correctie op de koopprijs vanwege het verstrekte voordeel. Het hof komt anders dan de rechtbank tot het oordeel dat de gehele koopovereenkomst nietig is. Het hof vindt dat de gevolgen van de verstrekte staatssteun verstrekkender zijn dan het voordeel dat de rechtbank in ogenschouw heeft genomen. Het hof oordeelt dat onder normale marktomstandigheden Spaansen de koopsom die partijen zijn overeengekomen, niet zou hebben gekregen. Toepassing van de gedeeltelijke nietigheid van de koopovereenkomst betekent dat de gemeente wordt beloond voor het schenden van haar verplichting om de staatssteun te melden. Er wordt afbreuk gedaan aan het nuttige effect van voornoemde aanmeldingsverplichting doordat de gemeente minder prikkels heeft om de steunmaatregel te melden. Ook vindt het hof dat de koopprijs in onverbrekelijk verband staat met de rest van de koopovereenkomst zodat ook om die reden gedeeltelijke nietigheid niet mogelijk is. De A-G volgt het hof. Het Unierecht (het recht van de Europese Unie) verplicht de rechter niet om andere remedies als ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige daad in plaats van algehele nietigheid toe te passen. Er wordt aldus de A-G overigens ook niet voldaan aan de voorwaarden voor ongerechtvaardigde verrijking of onrechtmatige daad. In dit geval zou van gedeeltelijke nietigheid van de koopovereenkomst een verminderde prikkel voor de gemeente uitgaan om de koop tijdig bij de Europese Commissie te melden. Immers, door niet te melden zou de gemeente het terrein mogen houden en de koopprijs naar beneden bijgesteld te zien. De A-G vindt dat ook indien een deel van de koopprijs als steunmaatregel is aan te merken, de algehele nietigheid van de koopovereenkomst aangewezen kan zijn. Zeker nu op grond van de wet nietigheid in beginsel ziet op de gehele rechtshandeling (hier de koopovereenkomst). Van belang is verder dat de koopprijs in een onverbrekelijk verband bestaat met de rest van de koopovereenkomst.  Verder geldt dat in beginsel een koopprijs niet splitsbaar is. Dat laatste geldt ook als een deel van die koopprijs staatssteun omvat. De ondeelbaarheid van de koopprijs betekent dat het als staatssteun aangemerkte bedrag in een onverbrekelijk verband bestaat met de rest van de koopovereenkomst. Het rechtsgevolg is dan algehele nietigheid van de koopovereenkomst. De Hoge Raad volgt de A-G en het hof. Resultaat is dus dat de gemeente moet meewerken dat de situatie dat het terrein eigendom is van Spaansen in de openbare registers wordt aangepast. De betaalde koopsom moet uiteraard wel aan de gemeente worden terugbetaald.
Conclusie 
Als er sprake is van staatssteun bij de aan- en verkoop van grond kan dit leiden tot de algehele nietigheid van de koopovereenkomst. Hierdoor is de grond niet op rechtsgeldige wijze overgedragen en moet de gehele koopsom worden terugbetaald.
Advies
Zowel gemeenten als projectontwikkelaars doen er verstandig aan om bij alle overeenkomsten die zij sluiten over de aan- en verkoop van gronden na te gaan of mogelijk sprake kan zijn van staatssteun. Bij al gesloten overeenkomsten tot 10 jaar terug kan het nuttig zijn om alsnog na te gaan of er mogelijk sprake is van staatssteun. Rik Wevers   [post_title] => Onrechtmatige staatssteun leidt tot algehele nietige grondtransactie [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => onrechtmatige-staatssteun-leidt-tot-algehele-nietige-grondtransactie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-20 12:24:39 [post_modified_gmt] => 2020-10-20 10:24:39 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22296 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 22266 [post_author] => 46 [post_date] => 2020-10-20 12:01:20 [post_date_gmt] => 2020-10-20 10:01:20 [post_content] => In juli schreef Marlies Hol over vakantie in tijden van corona. Dat artikel gaat over de betaling van het loon door werkgever bij thuis-quarantaine van een werknemer na vakantie in het buitenland. Daarna schreef Marlies in augustus over een loonstop na werkweigering door een werknemer vanwege de coronamaatregelen. De aanscherping van de corona-maatregelen leidt opnieuw tot arbeidsrechtelijke vragen over quarantaine, thuiswerken en de loondoorbetaling. Hoe ga je hier als werkgever mee om?
Thuisquarantaine personeel
Indien een werknemer (milde) klachten heeft, een direct contact besmet is of je een melding via de corona app krijgt, geldt het zeer dringende advies om thuis te blijven. Een werknemer die verkouden is blijft dus thuis. Een werknemer die in contact was met iemand die besmet is, blijft thuis. Voor werknemers die thuis kunnen werken (veelal kantoorfuncties) is dat geen probleem. Thuiswerken kan echter niet altijd. Machinestellers, vrachtwagenchauffeurs en supermarktmedewerkers kunnen thuis geen (andere) werkzaamheden verrichten. Werknemers die niet kunnen thuiswerken, zijn voor werkgever een probleem. Want: geen arbeid, wél loon. Een werkgever heeft zijn personeel het liefst snel weer aan het werk. Helaas is de testcapaciteit momenteel onvoldoende en volgen de uitslagen niet snel genoeg. Je mag jezelf niet laten testen, tenzij je klachten hebt. Het duurt soms dagen voordat je kan worden getest en de uitslag krijgt. Een werkgever kan kiezen om zijn personeel via een particuliere instelling te laten testen, maar dat kost steeds zo’n € 150,00. Mogelijk komen veel bedrijven in de problemen als een groot aantal werknemers in quarantaine moet. Werkgever moet het salaris namelijk doorbetalen, maar ontvangt daarvoor geen arbeid. De werkgever kan een vervangende kracht inhuren, maar de werkgever heeft dan dubbele looskosten. Het alternatief is het stilleggen van de werkzaamheden, maar dan komt de continuïteit van de onderneming in het geding. Per 1 oktober 2020 is de NOW 3.0 van kracht (zie onze corona helpdesk voor meer informatie). Deze steunmaatregel helpt bedrijven die nog steeds inkomsten verliezen. Voor veel bedrijven zal deze steunmaatregel onvoldoende zijn óf zij komen daarvoor niet in aanmerking. Om de loonkosten deels te drukken, kan een bedrijf ervoor kiezen oproepkrachten niet in te zetten. Ook kunnen zzp’ers op werknemers op basis van detachering worden ingezet om stilgevallen werkzaamheden op te pakken. Hieronder bespreek ik de aandachtspunten bij deze twee groepen.
Oproepkrachten
Het sluiten van de horeca leidt vermoedelijk tot het niet-betalen van oproepcontracten. Ook een bedrijf met een verminderde productie zal eerder vaste krachten inzetten dan oproepkrachten. Deze medewerkers, vaak met een 0-urencontract, blijven als eerste thuis. Toch dient bij een 0-urencontract te worden nagegaan of er geen verplichting geldt tot loondoorbetaling, ook als iemand niet werkt. Een werknemer met een oproepcontract kan na drie maanden een beroep doen op een ‘vermoeden van arbeidsomvang’ (artikel 7:610b BW). Dat betekent dat de omvang van het dienstverband wordt vermoed gelijk te zijn aan de gemiddelde arbeidsomvang van de voorgaande drie maanden. Een werknemer met een 0-urencontract moet daar actief een beroep op doen. Beroept een werknemer zich op een vermoeden van arbeidsomvang, dan moet een werkgever hem/haar doorbetalen als die werknemer niet of minder wordt opgeroepen. Tot zover het voordeel van een 0-urencontract... Het is mogelijk in een arbeidsovereenkomst op te nemen dat gedurende de eerste zes maanden alleen loon is verschuldigd als de oproepkracht daadwerkelijk wordt ingezet. De werkgever hoeft de werknemer dan niet te betalen als de werknemer niet wordt opgeroepen. Na twaalf maanden moet werkgever de oproepkracht een contract met een vaste urenomvang aanbieden (artikel 7:628a lid 5 BW). De urenomvang is gelijk aan het gemiddelde van de afgelopen twaalf maanden. Werkgever is dit verplicht aan te bieden, doet hij dat niet dan heeft de werknemer een loonvordering voor die gemiddelde urenomvang. De werknemer mag dit aanbod overigens weigeren, in dat geval blijft het 0-urencontract bestaan.
Zzp’ers
Een zzp’er of een gedetacheerde kracht kan worden ingezet om stilgevallen functies op te vullen. Via een pool van inzetbare krachten kan snel en voor een korte periode worden voorzien in bezettingsproblemen. Let daarbij wel op de veiligheid binnen de organisatie. Een zzp’er of gedetacheerde kracht brengt een risico op besmetting mee. Thuis-quarantaine heeft namelijk financiële gevolgen voor zelfstandigen. In een overeenkomst van opdracht is vaak overeengekomen dat alleen de gewerkte uren door de opdrachtgever worden betaald. Dat betekent dat een zzp’er met een mogelijke besmetting met het coronavirus thuis moet blijven. Wederom geen probleem voor een kantoorfunctie. Een zzp’er in de zorg of bouw verliest hiermee echter zijn/haar inkomsten. Een zzp’er kan daarom besluiten tóch te gaan werken, ondanks een mogelijke besmetting met het coronavirus. Dat kan op zijn beurt leiden tot een verdere verspreiding van het coronavirus, met een mogelijke sluiting van het bedrijf tot gevolg. De NOS schreef hier eerder over. Dit risico geldt niet voor alle zzp’ers of gedetacheerde krachten. Een werkgever moet erop kunnen vertrouwen dat deze personen verantwoording nemen om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Toch is het goed om hier als werkgever op bedacht te zijn en rekening mee te houden.
Afsluitend
De gevolgen van het coronavirus zijn merkbaar voor de meeste bedrijven. Het coronavirus leidt tot arbeidsrechtelijke vragen over de inzet, salaris en vakantie van personeel. U kan contact opnemen met Marlies Hol om uw specifieke arbeidsrechtelijke vragen te bespreken Marlies Hol [post_title] => Wie betaalt het loon bij thuis-quarantaine? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wie-betaalt-het-loon-bij-thuis-quarantaine [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-20 12:03:10 [post_modified_gmt] => 2020-10-20 10:03:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22266 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 22257 [post_author] => 2 [post_date] => 2020-10-19 13:47:32 [post_date_gmt] => 2020-10-19 11:47:32 [post_content] => Projectontwikkelaars en bouwers willen mooie bouwprojecten realiseren. Zij zien vaak meer kansen en mogelijkheden dan de gemeente die de ontwikkeling op haar grondgebied moet toestaan. Uitgangspunt is dat de gemeente planologie mag bedrijven en mag bepalen wat in overeenstemming is met de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Bij de beoordeling van een geschil zal de rechter ook niet op de stoel van het bestuur gaan zitten en beleid en genomen beslissingen zoals dat heet slechts marginaal toetsen.
Samenwerkingsovereenkomst [SOK]
Vaak worden de afspraken tussen de projectontwikkelaar en de gemeente vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst [SOK]. Dit betreft een zogenaamde bevoegdhedenovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de gemeente gebruik zal maken van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. Aangezien de wijze waarop dat gebeurt afhankelijk is van de belangen van verschillende stakeholders en van politieke besluitvorming wordt in de regel slechts een inspanningsverplichting in de SOK opgenomen en geen resultaatsverplichting. Daarbij zal de gemeente zich bijvoorbeeld inspannen om een bestemmingsplan in procedure te brengen en publiekrechtelijke medewerking te verlenen.
Inspanningsverplichting
Een inspanningsverbintenis is dus vrijblijvender dan een resultaatsverplichting. Dat betekent niet dat de gemeente er met de pet naar mag gooien. De gemeente dient betrouwbaar en zorgvuldig te handelen en de projectontwikkelaar mag verwachten dat de gemeente de noodzakelijke procedures doorloopt en bijvoorbeeld een bestemmingsplan in procedure brengt. Dat wordt dan voorbereid door het college van B&W. In het kader van het politieke besluitvormingsproces is de gemeenteraad vervolgens niet verplicht het bestemmingsplan vast te stellen. De markt- en maatschappelijke omstandigheden kunnen veranderen en het beleid kan gewijzigd worden, waardoor de besluitvorming anders uitpakt. Dat kan zelfs zover gaan dat van een gemeentebestuur niet verwacht mag worden dat zij tegen beter weten een bestemmingsplan in procedure moet brengen. Van een gemeente kan niet verwacht worden door te gaan met een bouwproject indien dat uit oogpunt van de principes van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is of bijvoorbeeld in strijd komt met provinciale of rijksregels.
Wat kan een projectontwikkelaar dan wel verwachten van een SOK?
Op de eerste plaats, hoe concreter de medewerkingsafspraken geformuleerd zijn, hoe sterker de projectontwikkelaar staat. Op de tweede plaats mag de projectontwikkelaar een zorgvuldige en betrouwbare aanpak van de gemeente verwachten, die ook controleerbaar moet zijn. Als vaststaat dat de gemeente zich tot het uiterste heeft ingespannen kan de projectontwikkelaar onder omstandigheden toch schadevergoeding van de gemeente vorderen, ook al kan geen positief publiekrechtelijk besluit (of vergunning) afgedwongen worden. Als een gemeente zich bijvoorbeeld verplicht heeft medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een bouwproject, bijvoorbeeld een woonwijk, mag de projectontwikkelaar erop vertrouwen dat de overeenkomst ook wordt nagekomen. De gemeente zal zich in een dergelijke situatie mogelijk beroepen op onvoorziene omstandigheden in de zin van de wet [of grond van een in de overeenkomst opgenomen bepaling] die van dien aard is dat de projectontwikkelaar ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mocht verwachten. Rechters zijn terughoudend met aan te nemen dat sprake is van onvoorziene omstandigheden. Ook de wijze waarop de gemeente de projectontwikkelaar tegemoet is gekomen speelt een rol. Zijn alternatieven onderzocht of heeft de gemeente compensatie aangeboden? Met andere woorden, heeft de gemeente voldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de projectontwikkelaar? De projectontwikkelaar heeft dus voldoende argumenten en instrumenten om te voorkomen dat een gemeente al te lichtvaardig met zijn belangen omspringt. Bij project- en gebiedsontwikkeling blijft het daarnaast zaak de afspraken goed op papier te zetten. Kim Albert [post_title] => Samenwerking tussen een projectontwikkelaar en de gemeente [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-afhankelijkheid-van-de-projectontwikkelaar-van-gemeentelijke-medewerking [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-19 14:54:01 [post_modified_gmt] => 2020-10-19 12:54:01 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22257 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 22128 [post_author] => 46 [post_date] => 2020-10-16 09:36:59 [post_date_gmt] => 2020-10-16 07:36:59 [post_content] => Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag! In veruit de meeste zaken leidt het liegen op je cv tot ontslag op staande voet. Voor werkgever is dat vaak een dringende reden om het dienstverband te beëindigen. Het gaat dan niet om het liegen over je hobby’s, maar over het onterecht vermelden van diploma’s of werkervaring. Toch leidt deze leugen niet perse tot een ontslag op staande voet. Marlies Hol, jurist arbeidsrecht licht toe. Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag!
Oordeel Hof
Recentelijk oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat het ontslag van een werkneemster in de zorg niet terecht was. Deze werkneemster had op haar cv vermeld dat zij in het bezit was van een diploma VIG niveau 3. Dat is een wettelijk beschermde beroepstitel. De werkneemster had delen van de opleiding behaald, maar zij had niet de volledige opleiding doorlopen. Toch stond op haar cv dat zij in het bezit was van dit diploma. Tijdens het sollicitatiegesprek kwam het vereiste diploma ter sprake. Volgens werkgever heeft de werkneemster toen bevestigd dat zij het vereiste diploma had. De werkneemster werd aangenomen. Bijna acht maanden later verzocht werkgever om het diploma toe te sturen. De werkneemster kon het diploma echter niet aan haar werkgever overleggen, hetgeen leidde tot een ontslag op staande voet. De werkneemster vocht dit ontslag aan. In hoger beroep oordeelde het hof over de dringende redenen voor het ontslag. In deze kwestie bleek de werkneemster, ondanks het ontbreken van het vereiste diploma, niet ongeschikt voor de door haar verrichte werkzaamheden van verzorgende. De werkneemster was in dienst als verzorgende, maar zij verrichte geen werkzaamheden die zijn voorbehouden aan verpleegkundige niveau 3. Het ging vermoedelijk om meer algemene werkzaamheden. Bovendien schoot zij volgens het hof niet tekort in de zorg van haar patiënten. Er is daarmee volgens het Hof geen sprake van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Het hof vindt de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden belangrijker dan de ‘papieren waarheid’. Mogelijk ligt dit anders als het gaat om werkzaamheden die zijn voorbehouden aan een erkend specialist. Verder oordeelt het hof dat in deze zaak alleen wordt geoordeeld over het ‘onterecht vermelden van het diploma VIG niveau 3 op het cv’. Dat de werkneemster tijdens het sollicitatiegesprek heeft bevestigd dat zij in het bezit was van het bewuste diploma dan wel dat zij ook in een later stadium geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, neemt het hof niet mee in het oordeel. Waarom? Omdat werkgever die verwijten niet in de ontslagbrief heeft vermeld. Een rechter dient zich bij het oordeel over een ontslag op staande voet te beperken tot de in de ontslagbrief opgenomen redenen. Wees daarom altijd zo volledig mogelijk in de ontslagbrief. Mogelijk was de uitkomst van deze zaak anders bij een meer complete ontslagbrief. Zorg als werkgever daarom altijd voor een volledige omschrijving van de redenen voor het ontslag. Het spreekwoord ‘less is more’ gaat hier niet op. Deze uitspraak biedt aanleiding voor discussie, maar in de praktijk leidt liegen op je cv veelal tot een geldig ontslag op staande voet. Heeft u vragen over een ontslag op staande voet? Neem dan contact op met Marlies Hol. Marlies Hol [post_title] => Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag! [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => liegen-op-je-cv-leidt-niet-altijd-tot-ontslag [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-16 09:37:56 [post_modified_gmt] => 2020-10-16 07:37:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22128 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 22144 [post_author] => 21 [post_date] => 2020-10-15 09:33:19 [post_date_gmt] => 2020-10-15 07:33:19 [post_content] => De ‘Wet homologatie onderhands akkoord’ (kortweg: ‘WHOA’) biedt ondernemingen nieuwe mogelijkheden tot herstructurering. Wat merkt het MKB van deze nieuwe wet?
 Wat is de ‘WHOA’?
Door de coronacrisis is de vraag naar herstructureringsmiddelen toegenomen om de verwachte golf van faillissementen enigszins te kunnen beperken. Vanaf 1 januari 2021 is het dankzij de WHOA mogelijk om buiten faillissement om aan schuldeisers en/of aandeelhouders een dwangakkoord op te leggen. Een dwangakkoord betekent dat een gekwalificeerde meerderheid een bindend besluit over een akkoord kan nemen voor de gehele groep. Op dit moment staat het ondernemingen natuurlijk ook vrij om aan schuldeisers een akkoord aan te bieden. Het akkoord kan echter niet worden afgedwongen, ook niet door een rechter. Deze mogelijkheid biedt de WHOA dus wel. Dergelijke mogelijkheden kenden wij voorheen alleen in een faillissement of surseance van betaling.
Voor wie is de WHOA?
De WHOA is erop gericht een breed toegankelijk instrument aan te bieden. Een diepere blik op de inhoud maakt echter duidelijk dat dit instrument in de praktijk voornamelijk het grootbedrijf ten dienst zal staan. Het voorwaardenpakket is tamelijk streng en dat betekent dat de nodige externe kosten gemaakt moeten worden om aan deze eisen te voldoen. Daarnaast moeten er uiteraard ook middelen beschikbaar zijn om het akkoord te kunnen financieren. De WHOA stelt onder meer de volgende eisen:
  • De onderneming moet in de kern winstgevend zijn;
  • Er is in ieder geval één klasse crediteuren die tenminste 2/3 van de waarde van de schulden vertegenwoordigen akkoord gegaan met het voorstel;
  • Schuldeisers moeten beter af zijn met een akkoord dan zonder een akkoord;
  • De meerwaarde die door het akkoord gecreëerd wordt of behouden blijft, dient evenredig te worden verdeeld tussen de betrokken crediteuren.
En wat merkt het MKB er verder van?
Dat de toepassing van de WHOA voor het MKB beperkt is, betekent niet dat het MKB er niets van zal merken. Wanneer grote opdrachtgevers besluiten een ‘WHOA’-traject te starten, zullen schuldeisers van deze opdrachtgever worden benaderd. Heeft u op dat moment nog een vordering, dan ontvangt u dus een voorstel in het kader van het akkoord. Als de opdrachtgever aan de vereisten van de WHOA voldoet en de schuldeisers hebben voldoende steun uitgesproken, dan bent u eveneens gebonden aan het voorstel. Wilt u nagaan of de WHOA ook mogelijkheden voor uw organisatie biedt of wordt u komend jaar geconfronteerd met de WHOA? Neem dan gerust contact met ons op. Mr. Jelle Beerens, Curator in faillissementen Dit bericht is gepubliceerd in het Ondernemersbelang, kennispartner van MKB Nederland. Zie het artikel. Jelle Beerens [post_title] => WHOA, een nieuw type schuldeisersakkoord [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => whoa-een-nieuw-type-schuldeisersakkoord [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-15 10:20:27 [post_modified_gmt] => 2020-10-15 08:20:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22144 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 22162 [post_author] => 17 [post_date] => 2020-10-14 11:51:04 [post_date_gmt] => 2020-10-14 09:51:04 [post_content] => De regering heeft al voorzien in een (weliswaar) versoberde NOW 3.0, maar voor vele ondernemers is dit niet voldoende. De tweede golf en bijbehorende maatregelen hebben hun intrede gedaan en ondernemers in getroffen branches missen perspectief. Wat gaat er wel en wat gaat er niet veranderen naar aanleiding van de intrede van de tweede golf?
Opstelling van de banken
Te beginnen bij de opstelling van de banken. De banken hebben zich tijdens het begin van de coronacrisis zeer meedenken en coöperatief opgesteld. Aflossing en rente kon voor meerdere maanden worden opgeschort en de banken hebben hun klanten veel ruimte en dus adempauze gegund. Circa 129.000 bedrijven maakten hier gebruik van voor een totaalbedrag van drie miljard euro aan uitgestelde betalingen. Nadat de Minister-President de gedeeltelijke lockdown in verband met de tweede golf afkondigde, verklaarde de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Banken al snel in de media dat er geen algemene betaalpauze zal komen, zoals in april. "Niemand heeft er belang bij, ook die ondernemer niet, als ze zich in de schulden blijven steken terwijl er geen toekomstperspectief is", zo verklaart hij. De Nederlandsche Bank verklaarde op haar beurt weer dat banken in Nederland er dusdanig goed voor staan dat ze zich een dergelijke pauze wel zouden kunnen veroorloven.
Maatwerk
Het codewoord lijkt ‘maatwerk’. Er komt geen algemene betaalpauze voor iedereen, maar de deur lijkt wel degelijk op een kier te staan voor afspraken op maat. Schroom daarom niet om het contact te zoeken met uw bank, indien het water u aan de lippen staat. De Nederlandse Vereniging voor Banken waarschuwt wel dat hulp alleen wordt geboden aan de ondernemingen met toekomstperspectief, die in de kern gezond zijn. Iedere ondernemer moet zich deze vraag gaan stellen, zo lang als de coronacrisis voortduurt. En dan met name in de hard getroffen branches. Ben ik in de kern gezond of is de coronacrisis feitelijk slechts een verergering van reeds bestaande problemen?
Time-out
Voor de bedrijven die in de kern wel gezond zijn, breken nu ook werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB Nederland een lans. Zij pleiten voor extra steun in de vorm van een time-out regeling: "Er zijn ondernemers die een business hebben waarvan je weet dat die straks weer open gaat. Het zou natuurlijk ontzettend zonde zijn als ze in de tussentijd failliet zijn gegaan. Daarom zeggen wij: maak nou een regeling dat ze tijdelijk kunnen stoppen, een soort time-out, zodat ze straks als het virus achter de rug is weer open kunnen." Tegelijkertijd merken ze zelf al op dat dit een complexe puzzel is, vanwege de verschillende stakeholders, zoals schuldeisers, Belastingdienst en UWV.
Mogelijkheden
Een dergelijke time-out regeling lijkt mij echter, hoe wenselijk ook, een brug te ver. Dit is complexe materie, die zich niet leent voor spoed- en ad hoc-wetgeving voor tijdelijke problemen. Wetgevingsprocessen over dit onderwerp lopen vaak meerdere jaren. Ook ten aanzien van deze stakeholders lijkt het codewoord voorlopig dus: maatwerk. Net zoals bij de banken. In de discussie met verhuurders zagen we de eerste uitspraken van rechters al verschijnen. Ook daar lijkt ruimte voor maatwerk. Uw kansen hierin nemen toe wanneer u met een adviseur goed voorbereid het gesprek aangaat. Informeer gerust vrijblijvend naar de mogelijkheden in uw positie. Dirk School [post_title] => De tweede golf: hoe nu verder voor de ondernemers? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-tweede-golf-hoe-nu-verder-voor-de-ondernemers [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-14 12:16:15 [post_modified_gmt] => 2020-10-14 10:16:15 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22162 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 22117 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-10-12 14:18:02 [post_date_gmt] => 2020-10-12 12:18:02 [post_content] => De Raad van State (de ‘Afdeling’) oordeelde dat, er geen databankrecht van toepassing is. Of de tekst auteursrecht is beschermd, wordt in het midden gelaten. Er is onvoldoende duidelijk gemaakt waarom er sprake zou zijn van ‘onevenredige benadeling’. Daarbij speelt een rol dat het hier gaat over een bibliografische aanvraag. Deze vraag kwam aan de orde in een verzoek op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (‘Wob’)[1]. Medice heeft voor het geneesmiddel Amfexa een handelsvergunning aangevraagd. Deze handelsvergunning heeft zij ook gekregen. Een derde partij heeft vervolgens verzocht om openbaarmaking van het registratiedossier. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft besloten om het registratiedossier openbaar te maken, waarbij enkele passages onleesbaar zijn gemaakt. Medice verzet zich tegen openbaarmaking van het registratiedossier, waar de aanvraag onderdeel van vormt.
Auteursrecht
De Afdeling overweegt dat ook auteursrechtelijk beschermde werken op grond van de Wob openbaar gemaakt kunnen worden[2]. Medice stelt dat de gehele aanvraag, waaronder de Clinical Overview en het Nonclinical Overview, auteursrechtelijk zijn beschermd. Dat begon bij de selectie van de te bespreken wetenschappelijke artikelen. Immers, ‘de Clinical en Nonclinical Overviews zijn echter originele, in eigen woorden geschreven rapporten met een logische opbouw en een doorlopende tekst waarin wetenschappelijke studies en publicaties samengevat worden weergegeven en analytisch met elkaar worden vergeleken. De overviews hebben een eigen, oorspronkelijk karakter en dragen het persoonlijke stempel van de maker’. De Afdeling verwijst naar eerdere rechtspraak waaruit volgt dat objectieve wetenschappelijke gegevens in de overviews niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking[3] komen. Een verzameling van deze gegevens is namelijk niet meer dan een hoeveelheid feitelijke gegevens die als zodanig niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Of in dit geval toch sprake was van auteursrecht laat de Afdeling in het midden. Men komt er niet aan toe omdat nadeel voor Medice bij openbaarmaking van die selectie gering was.
Databankenrecht
De Afdeling overweegt allereerst dat voor een beschermde databank een substantiële investering nodig is[4]. Het gaat daarbij alleen om de investeringen die zijn gedaan om bestaande gegevens te verkrijgen en in de databank op te nemen. Dus niet investeringen om gegevens te creëren. Wanneer de databank niet de hoofdactiviteit maar een bijproduct is, "spin-off-gegevens", dan kunnen deze wel voor bescherming in aanmerking komen, maar dan mogen de investeringen voor het creëren van de betreffende gegevens niet worden meegenomen[5]. De Afdeling overweegt dat Medicegeen substantiële investering heeft gedaan in het creëren van gegevens die in de databanken zijn opgenomen en evenmin op het verkrijgen van bestaande gegevens en het in de databank opnemen van deze gegevens’. De investering is gedaan om de aanvraag voor de handelsvergunning op te stellen. Van een beschermde "spin-off databank" is ook geen sprake. Immers er is geen sprake van een substantiële investering voor het verkrijgen van de bestaande gegevens en het opnemen daarvan in de databank.
Onevenredige benadeling
Medice heeft betoogd dat zij onevenredig wordt benadeeld door openbaarmaking. Potentiële concurrenten zouden voor hun aanvraag voor een vergelijkbaar geneesmiddel gebruik kunnen maken van de tijd en kosten die Medice voor haar aanvraag heeft gemaakt (bijvoorbeeld voor het literatuuronderzoek). De Afdeling overweegt dat uit rechtspraak[6] niet volgt ‘dat gegevens uit een klinisch onderzoeksrapport moeten worden aangemerkt als gegevens waarvan openbaarmaking de commerciële belangen zou kunnen schaden van degene die deze gegevens heeft overgelegd’. Dit betekent dat Medice in concrete had moeten aangeven waarom zij haar belangen werd geschaad door openbaarmaking van het registratiedossier. En dan moet het gaan om belangen die door de in de Wob neergelegde weigeringsgronden worden beschermd. Medice heeft aangegeven dat met het opstellen van de aanvraag een 1800 manuren, zijnde een financieel belang van € 180.000,=, is gemoeid. De Afdeling overweegt dat relevant is dat Medice (slechts) een bibliografische aanvraag[7] heeft ingediend. Deze bibliografische aanvraag is gebaseerd op openbare bronnen die dus niet onder de werking van de Wob vallen. Het college had de door Medice uit die openbare bronnen getrokken conclusies al onleesbaar gemaakt. De Afdeling overweegt verder dat concurrenten zullen moeten nagaan of de informatie nog wel actueel is en zullen hun eigen conclusies bij de informatie uit openbare bronnen moeten maken. En dus faalt het betoog van Medice.
Wat betekent dit voor de praktijk
  • De aanvrager van een handelsvergunning voor een geneesmiddel moet erop bedacht zijn dat, met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, de aanvraag (geheel of gedeeltelijk) openbaar kan worden gemaakt.
  • Het is zeer twijfelachtig of (delen van) de aanvraag door auteursrecht wordt beschermd. De afdeling beantwoordt de vraag niet, maar lijkt niet happig voor het idee.
  • De kans dat (delen van) de aanvraag door een databankrecht wordt beschermd is klein. Met name omdat de databank het bijproduct zal zijn van de aanvraag.
  • Van degene die zich verzet tegen openbaarmaking van (delen van) de aanvraag wordt een goede onderbouwing gevergd van een financiële schade door openbaarmaking. Je kunt niet volstaan met het noemen van de tijd die het opstellen van de aanvraag heeft gevergd. Daarbij speelt een rol of het om een ‘bibliografische’ aanvraag gaat of om een uitgebreide aanvraag.
[1] Raad van State, 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2302 [2] arrest van het Hof van 22 januari 2020, zaak C-175/18 P, ECLI:EU:C:2020:23, punt 112 [3] Artikel 42 lid 5 sub b Geneesmiddelenwet [4] arrest van 9 november 2004, zaak C-444/02, ECLI:EU:C:2004:697 [5] arrest van de Hoge Raad van 22 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9138 [6] Afdeling van 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3527 [7] Hoge Raad van 4 januari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0104 (Romme/Van Dale) en van 24 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7508 Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. Jos van der Wijst [post_title] => Is een registratiedossier beschermd door auteursrecht? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => is-een-registratiedossier-beschermd-door-auteursrecht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-12 15:02:13 [post_modified_gmt] => 2020-10-12 13:02:13 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22117 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 22111 [post_author] => 19 [post_date] => 2020-10-12 10:28:12 [post_date_gmt] => 2020-10-12 08:28:12 [post_content] => Regionale actualiteiten huisvesting arbeidsmigranten. Het huisvesten van arbeidsmigranten en kamerbewoning staat weer volop in de aandacht. In deze blog zal ik kort de actualiteiten in de regio bespreken over het huisvesten van arbeidsmigranten.
Sint-Michielsgestel
In Sint-Michielsgestel is een ‘paraplubestemmingsplan’ in aantocht. Een paraplubestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van meerdere bestemmingsplannen. Op één of meer aspecten worden meerdere bestemmingsplannen met een paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld, voor het overige blijven de betreffende bestemmingsplannen van kracht. In het paraplubestemmingsplan ‘kamerbewoning Sint-Michielsgestel’ is bepaald dat in een woning mogen wonen:
  • één huishouden, of;
  • één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of
  • maximaal 4 individuele personen.
Dat kan een grote beperking zijn bij het huisvesten van arbeidsmigranten. Ik verwijs in dat verband op mijn eerdere blogs. Indien de gemeente handhavend optreedt, is het zaak om tijdig bezwaar te maken. Indien niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt het besluit onherroepelijk. Dan kan er niets meer tegen het besluit ondernomen worden.
Boxtel
In Boxtel is het debat over het huisvesten van arbeidsmigranten ook in volle gang. De gemeente wil vooral op een beperkt aantal grote[re] locaties arbeidsmigranten huisvesten. Kamers voor 800 arbeidsmigranten, verdeeld over complexen met minimaal 150 en maximaal 400 slaapplaatsen. Die huisvesting moet plaatsvinden nabij bedrijventerreinen en niet op bedrijventerreinen. Daarnaast onderzoekt de gemeente Boxtel om een verblijfsbelasting in te voeren voor arbeidsmigranten die korter dan vier maanden aaneengesloten in Nederland verblijven.
Zaltbommel
In Zaltbommel zijn de regels omtrent het huisvesten van arbeidsmigranten tijdelijk verruimd. Ten eerste mag een werkgever een huisvestingsvoorziening op zijn terrein gebruiken voor het huisvesten van arbeidsmigranten die niet werken bij het bedrijf waar de voorziening staat, maar wel werken in de Bommelerwaard. Dit mag tot en met 31 oktober 2020. Ten tweede mag een werkgever een “permanente” huisvestingsvoorziening plaatsen op een locatie op zijn terrein die vanuit ruimtelijk oogpunt niet optimaal is. Dit mag tot en met 31 december 2020. Er moet altijd sprake zijn van een leefbare woonomgeving voor de arbeidsmigranten en een werkgever dient een vergunning aan te vragen. BG.legal zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen. Heeft u een vraag over het huisvesten van arbeidsmigranten? Neem u dan gerust vrijblijvend contact met mij op. Rutger Boogers, advocaat, specialist arbeidsmigranten Rutger Boogers [post_title] => Regionale actualiteiten huisvesting arbeidsmigranten [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => regionale-actualiteiten-huisvesting-arbeidsmigranten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-12 10:30:18 [post_modified_gmt] => 2020-10-12 08:30:18 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22111 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 22341 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-10-23 10:11:17 [post_date_gmt] => 2020-10-23 08:11:17 [post_content] => In een licentieovereenkomst worden de voorwaarden voor verkoop van de producten vastgelegd. Vaak betekent dit een beperking van gebied, concurrerende producten, eisen aan de verkoopkanalen, rekening houden met adviesprijzen, etc. Vanuit het mededingingsrecht worden beperkingen gesteld aan de voorwaarden die gesteld mogen worden. Het uitgangspunt is immers vrije handel. Soms gaan de beperkingen te ver en worden deze bepalingen nietig verklaard. In een recente zaak[1] verkocht een distributeur een restvoorraad aan Kruidvat. De leverancier maakt daar bezwaar tegen en vorderde in kort geding een verbod. In de licentieovereenkomst waren bepalingen opgenomen zoals:
  • Het Product mag nimmer worden uitgeleverd, aan welke partij dan ook, voordat Licentiegever het Product schriftelijk goedgekeurd heeft.
  • De Licentienemer zal met Licentiegever voorafgaand aan de distributie in overleg treden aangaande de verkoopprijzen van de Producten.
  • Licentienemer verspreidt/distribueert het Product uitsluitend via de schriftelijk goedgekeurde verkoop/distributiekanalen.
  • Licentienemer verbindt zich ertoe geen afprijzingsacties en/of acties met actiekortingen met het Product in te zetten zonder de voorafgaande toestemming van Licentiegever.
Mededingingskader
De rechter toetst aan het Europese en Nederlandse mededingingsrecht (artikel 101 VWEU en artikel 6 Mededingingswet), de Richtsnoeren inzake verticale beperkingen en de Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten. In artikel 4 van de Groepsvrijstelling zijn ‘hardcore beperkingen’ opgenomen. De rechter oordeelde dat hier sprake was van voorwaarden die strijdig waren met het mededingingsrecht. De rechter vond dat in dit geval passieve verkoop, te weten verkoop op aanvraag van Kruidvat, werd beperkt. Het ging niet alleen om de voorwaarden in de licentieovereenkomst, maar ook om de wijze waarop deze werden toegepast. Het ging om voorwaarden zoals bepalingen over acties en prijzen (en het daaraan verbonden boetebeding) die niet verenigbaar zijn met het beginsel van vrije prijsbepaling. Er waren geen directe minimumprijzen of vaste verkoopprijzen afgesproken, maar het was voor de distributeur niet mogelijk om naar eigen inzicht de prijzen te bepalen. Ook een bepaling die ziet op het opleggen van sancties indien men zich niet houdt aan een prijsafspraak is een indirecte prijsafspraak. De licentieovereenkomst bevatte gebiedsbeperkingen die als een ‘hardcore beperking' konden worden aangemerkt. Bijvoorbeeld de bepaling dat voor bepaalde handelingen de goedkeuring van de licentiegever is vereist.
Gevolg
Wanneer een beperking eenmaal wordt aangeduid als een hardcore beperking, dan is die bepaling in strijd met het mededingingsrecht. Het maakt dan niet uit wat de positie van partijen op de markt is (groot of klein) en wat de mogelijke effecten van die beperking zijn. Voor overeenkomsten met een geringe beperking kennen we een aparte regeling: de zogenoemde De Minimis-mededeling van de Europese Commissie. Maar wanneer sprake is van een ‘hardcore beperking’ dan heeft deze mededeling geen effect. De bepaling is dan altijd in strijd met artikel 101 VWEU en artikel 6 Mededingingswet. De rechter hoeft dan niet te onderzoeken of de beperkende bepaling wel een merkbaar effect heeft op de markt. Nietigheid van de genoemde bepalingen heeft niet direct nietigheid van de gehele licentieovereenkomst tot gevolg. De bepalingen die strijdig zijn met het mededingingsrecht zijn nietig. De nietigheid van bepaalde onderdelen zal alleen de nietigheid van de gehele overeenkomst met zich meebrengen wanneer zij daarmee een ondeelbare eenheid vormt. In dit geval was dat niet het geval en blijven de overige bepalingen in stand. De uitkomst van deze kortgedingprocedure was dat de distributeur de producten aan Kruidvat mocht verkopen.
Wat betekent dit voor de praktijk
  • Toets of licentieovereenkomst voldoet aan de regels van het mededingingsrecht.
  • Toets ook hoe de overeenkomst in de praktijk wordt toegepast.
  • Wanneer een licentiegever een merk/marketing strategie wil beschermen dan kan soms beter gekozen worden voor een selectief of exclusief distributiestelsel; daar kunnen sommige beperkingen wel worden opgelegd.
  • Wanneer een leverancier de distributeur te zeer beperkt in zijn handelen, dan kan het mededingingsrecht soms van pas komen om daar tegen op te treden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. [1] Rechtbank Amsterdam, 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4908 [post_title] => Beperkingen in licentieovereenkomst door mededingingsrecht [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => beperkingen-in-licentieovereenkomst-door-mededingingsrecht [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-10-23 12:01:13 [post_modified_gmt] => 2020-10-23 10:01:13 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=22341 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 722 [max_num_pages] => 73 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 030d21fe9288709c2f4054764d100ef2 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
In een licentieovereenkomst worden de voorwaarden voor verkoop van de producten vastgelegd. Vaak betekent dit een beperking van gebied, concurrerende producten, eisen aan de verkoopkanalen, rekening houden met adviesprijzen, etc....
Lees meer
De wereld verkeert in een situatie die het niet eerder heeft gezien. Bedrijven en overheden worstelen daardoor met de vraag in hoeverre zij rekening moeten houden met de schade die...
Lees meer
Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de civielrechtelijke gevolgen van onrechtmatige staatssteun bij de aan/verkoop van grond (ECLI:NL:HR:2020:1587).    Met name de uitgebreide conclusie...
Lees meer
In juli schreef Marlies Hol over vakantie in tijden van corona. Dat artikel gaat over de betaling van het loon door werkgever bij thuis-quarantaine van een werknemer na vakantie in...
Lees meer
Projectontwikkelaars en bouwers willen mooie bouwprojecten realiseren. Zij zien vaak meer kansen en mogelijkheden dan de gemeente die de ontwikkeling op haar grondgebied moet toestaan. Uitgangspunt is dat de gemeente...
Lees meer
Liegen op je cv leidt niet altijd tot ontslag! In veruit de meeste zaken leidt het liegen op je cv tot ontslag op staande voet. Voor werkgever is dat vaak...
Lees meer
De ‘Wet homologatie onderhands akkoord’ (kortweg: ‘WHOA’) biedt ondernemingen nieuwe mogelijkheden tot herstructurering. Wat merkt het MKB van deze nieuwe wet?  Wat is de ‘WHOA’? Door de coronacrisis is de...
Lees meer
De regering heeft al voorzien in een (weliswaar) versoberde NOW 3.0, maar voor vele ondernemers is dit niet voldoende. De tweede golf en bijbehorende maatregelen hebben hun intrede gedaan en...
Lees meer
De Raad van State (de ‘Afdeling’) oordeelde dat, er geen databankrecht van toepassing is. Of de tekst auteursrecht is beschermd, wordt in het midden gelaten. Er is onvoldoende duidelijk gemaakt...
Lees meer
Regionale actualiteiten huisvesting arbeidsmigranten. Het huisvesten van arbeidsmigranten en kamerbewoning staat weer volop in de aandacht. In deze blog zal ik kort de actualiteiten in de regio bespreken over het...
Lees meer