Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 4
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 4
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 602
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 30, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 20312
                    [post_author] => 26
                    [post_date] => 2020-04-22 13:33:30
                    [post_date_gmt] => 2020-04-22 11:33:30
                    [post_content] => Dat hoeft zeker niet altijd!

De hoogte van kinder- en partneralimentatie wordt  bepaald door de rechter of wordt afgesproken tussen de alimentatiebetaler  en de alimentatie-ontvanger.

Verandering in de omstandigheden van een van beiden kan een reden zijn voor een alimentatie-wijziging. Dus een verhoging of verlaging, inclusief het op nul stellen, van de alimentatie.  Als het niet lukt om daar afspraken over te maken, moet de rechter daarover beslissen. Die bepaalt na een procedure of de alimentatiebetaler meer of minder moet gaan betalen en zo ja hoeveel meer of minder.

Het kan zijn dat de rechter beslist dat die verhoging- of verlaging ingaat op de dag van de uitspraak.

Maar wat als de rechter een verlaging van de alimentatie eerder laat ingaan? Moet de alimentatie-ontvanger de teveel ontvangen alimentatie terugbetalen?
Ingangsdatum van de wijziging
De rechter moet voorzichtig  zijn met het in laten gaan van een verlaging  voor de datum van de uitspraak. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Zeker als dit grote gevolgen heeft voor een alimentatie-ontvanger die dus alimentatie zou moeten terugbetalen. Maar er zijn toch genoeg  situaties waarin een alimentatieverlaging eerder ingaat. Vaak bepaalt de rechter dat de wijziging van de alimentatie ingaat op de dag dat het verzoekschrift bij de rechter is ingediend. Vanaf dat moment wist de alimentatie-ontvanger dat een verlaging verwacht kon worden. De alimentatie-ontvanger  had dus rekening moeten houden met de komende verlaging.
Verlaging met terugwerkende kracht maar geen terugbetaling?
Stel de rechter beslist dat de verlaging ingaat vóór de datum van de uitspraak. De rechter moet dan  bekijken of terugbetaling van de teveel ontvangen alimentatie redelijk is . Daarvoor is de financiële situatie van beiden belangrijk. Maar ook de reden van de verlaging. Had de alimentatie-ontvanger minder nodig of was het inkomen van de alimentatie-betaler  gedaald? Had de alimentatie-ontvanger bijvoorbeeld inkomsten verzwegen? Verder kan het bepalend zijn of de alimentatie al op is gemaakt.          Alimentatie is op zich natuurlijk juist bedoeld om van te leven . De alimentatie-ontvanger zegt vaak dat hij/zij niet anders kon dan het geld opmaken. Ook al was er een risico van terugbetaling. Want er waren simpelweg kosten van het levensonderhoud van de kinderen of van haar/hemzelf. Het komt dan ook vaak voor dat de rechter bepaalt dat de teveel betaalde alimentatie niet hoeft te worden terugbetaald of verrekend met toekomstige alimentatiebetalingen.
Wat kan de alimentatiebetaler die de alimentatie wil verlagen het beste doen?
Schrijf de alimentatie-ontvanger zo vroeg  mogelijk een brief of mail met de reden en het tijdstip van de verlaging. Probeer de aanpassing van de alimentatie in overleg  met de alimentatie-ontvanger te regelen.  Maar dien sowieso voor de zekerheid  zo snel mogelijk een verzoekschrift tot wijziging van de alimentatie bij de rechter in. En vraag daarin ook om te bepalen dat de teveel betaalde alimentatie moet worden terugbetaald. Overleg met de alimentatie-ontvanger is altijd goed. En misschien is het mogelijk om af te spreken dat de alimentatie alvast [iets]wordt verlaagd. Bijvoorbeeld vanaf het moment dat de veranderde omstandigheid ingaat. Een procedure duurt vaak lang. Tot de uitspraak geldt de vorige afspraak of uitspraak over de alimentatie. De alimentatie-ontvanger kan die uitspraak naar de deurwaarder of het LBIO sturen, zodat de alimentatiebetaler wel moet blijven betalen. Tenzij onderling tijdelijk andere afspraken worden gemaakt in afwachting van die uitspraak. Heeft u vragen over kinder-of partneralimentatie? Neem gerust contact met ons op! Mathilde Becking , vFAS advocaat / mediator Mathilde                 Liedeke Floris, vFAS advocaat / mediator Liedeke Floris [post_title] => Moet teveel betaalde alimentatie worden terugbetaald als het bedrag is verlaagd? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => moet-teveel-betaalde-alimentatie-worden-terugbetaald-als-het-bedrag-is-verlaagd [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-22 13:49:24 [post_modified_gmt] => 2020-04-22 11:49:24 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20312 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 20304 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-21 16:24:56 [post_date_gmt] => 2020-04-21 14:24:56 [post_content] => De vormgeving van meubels kan op verschillende manieren worden beschermd. De beste manier is door middel van het modelrecht.
Modelrecht op meubels
Het modelrecht ontstaat pas na registratie daarvan. Dit betekent dat je het model van het meubelstuk moet registreren bij het daartoe bevoegde bureau. Je kunt het model registreren binnen de Benelux, Europa of zelfs internationaal. Het model (oftewel: de vormgeving) van een meubelstuk moet dus worden vastgelegd. Dat kan aan de hand van een foto, tekening of schets gebeuren. Door de registratie van bijvoorbeeld een foto van een nieuw meubelstuk, worden de kenmerken van het model vastgelegd en beschermd. Dus kenmerken zoals:
  • Lijnen
  • Omtrek
  • Afmeting
  • Vorm
  • Textuur
  • Versieringen
  • Materiaalkeuze
  • Stijl
Deze kenmerken worden vervolgens door het modelrecht beschermd. Om een model te kunnen registreren moet het model nieuw zijn en een eigen karakter hebben. Is de registratie gelukt? Dan wordt de vormgeving van het meubelstuk beschermd voor een aantal jaren. Binnen de Benelux en Europa geldt een bescherming van vijf jaar, die steeds met vijf jaar kan worden verlengd tot de maximale duur van 25 jaar.
Nut van het modelrecht
Het modelrecht helpt de vormgeving van een meubelstuk te beschermen. Want de houder van het modelrecht heeft het exclusieve recht om het meubelstuk te verkopen, in voorraad te hebben of te produceren. Andere partijen mogen geen meubelstukken op de markt brengen die teveel op het beschermde meubelstuk lijken. Zoals namaakproducten. Dit geldt ook voor producten die op het beschermde meubelstuk lijken, maar geen volledige kopie zijn. Kortom: het modelrecht geeft je de mogelijkheid om tegen inbreukmakende partijen op te komen. En kopieën en andere namaakproducten op de markt te weren. Dat gaat als volgt in zijn werk.
Optreden tegen inbreuken
Eerst zal een sommatiebrief naar de inbreukmakende partij moeten worden gestuurd. Inbreukmakende partijen kunnen groothandels zijn, verkopers van het meubelstuk of de fabrikant. Je sommeert de andere partij vaak om:
  • De inbreuk te staken en gestaakt te houden;
  • De verkoop van de meubels te staken;
  • De productie van de meubels te staken;
  • Voorraad te vernietigen;
  • De meubels uit de markt terug te halen (een recall);
  • Ondertekening van een cease and desist declaration;
  • Betaling van schadevergoeding, winstafdracht en/of juridische kosten.
In sommige gevallen wordt er gehoor gegeven aan de sommatie. Of gaan partijen overleggen over het geschil. Helaas is dat niet altijd het geval. Als de inbreukmakende partij niet wil meewerken kan er een juridische procedure worden gestart. Dit kan een spoedprocedure of een ‘gewone’ procedure zijn.
Werking van een procedure
Tijdens een procedure zal de rechter het model met het inbreukmakende meubel vergelijken. De rechter kijkt of de meubels dezelfde totaalindruk wekken. Kunnen kopers het verschil tussen de meubels zien? Zijn de verschillen zo groot dat de aankoopbeslissing daardoor wordt beïnvloed? Om deze vragen te beantwoorden kijkt de rechter naar verschillende aspecten. Zoals de omvang, gebruikte materialen en kleuren van de meubels. Een goed voorbeeld is de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 14 augustus 2015. Deze kunt u hier bekijken. Wekt het inbreukmakende product dezelfde indruk als het model? Dan is er sprake van een inbreuk. En dus wordt de houder van het model in het gelijk gesteld. Het inbreukmakende meubelstuk zal van de markt moeten worden gehaald.
Veel gevoerd verweer
Vaak zal de wederpartij het verweer voeren dat het modelrecht ongeldig is. Dat doet de wederpartij door te stellen dat het model niet nieuw is en geen eigen karakter heeft. Het ontwerp van het model zou dan niet creatief genoeg zijn, en aansluiten bij de vormgeving van meubels die al op de markt bestaan. De rechter moet dit verweer beoordelen. Dit doet de rechter door te kijken naar het zogenaamde ‘vormgevingserfgoed’. Het vormgevingserfgoed is de vormgeving van alle bestaande meubelstukken. De rechter zal dus kijken of de indruk van het model verschilt van de algemene indruk van de bestaande meubelstukken. De rechter beantwoordt als het ware de volgende vragen: In hoeverre wijkt het model af van de andere meubelstukken die al op de markt zijn? In hoeverre is er iets nieuws ontworpen? Als de rechter oordeelt dat het model nieuw is en een eigen karakter heeft, wordt het meubelstuk beschermd door het modelrecht. Is er geen nieuw model ontworpen? Dan kan het meubelstuk nog altijd worden beschermd door het auteursrecht.
Conclusie
Het modelrecht geeft een stevige basis om namaakproducten of kopieën van de markt te weren. Heeft u vragen over het modelrecht op meubels? Neem dan vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof     [post_title] => Modelrecht op meubels: inbreuk of niet? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => modelrecht-op-meubels-inbreuk-of-niet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-21 16:44:51 [post_modified_gmt] => 2020-04-21 14:44:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20304 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 20284 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-04-20 15:04:44 [post_date_gmt] => 2020-04-20 13:04:44 [post_content] => NL digital, de vereniging van IT leveranciers, heeft de algemene voorwaarden aangepast. Aanleiding hiervoor was de wijziging van de naam van de vereniging (voorheen Nederland ICT). De NL digital voorwaarden zijn de opvolger van de Nederland ICT voorwaarden, de FENIT voorwaarden en de COSSO voorwaarden.
Belangrijkste wijzigingen
In dit blog bespreek ik een aantal van de wijzigingen ten opzichte van de Nederland ICT voorwaarden.
  • nieuw hoofdstuk met de standaard juridische bepalingen uit een verwerkersovereenkomst. Dit is handig. In de verwerkersovereenkomst hoeven dan alleen nog de klant-specifieke variabelen worden opgenomen.
  • het verbod op overname van personeel is niet langer opgenomen. Dit in verband met mededingingsrechtelijke bezwaren (ACM rapport 2019: leidraad samenwerking concurrenten)
  • de bepalingen over beveiliging en beveiligingsmaatregelen zijn uitgebreid. De IT leverancier krijgt hier een nadrukkelijkere rol.
  • bij overmacht is cybercrime en cybervandalisme toegevoegd. Ziekte en pandemieën zijn (nog) niet toegevoegd.
  • de bepalingen over SaaS (software-as-a-service) zijn aangepast en uitgebreid. Duidelijker is toegelicht wie verantwoordelijk is voor inrichting van de SaaS dienst, wanneer de dienstverlening aanvangt en wat in de prijs is inbegrepen (en wat niet).
  • er is een uitgebreider artikel opgenomen over Agile.
Kritische noot
Ook deze voorwaarden zijn in het voordeel van de IT leverancier gemaakt. Op een aantal onderdelen kan (en zal) dat tot discussie met klanten leiden (of zou het moeten leiden). Bijvoorbeeld:
  • verwerker in het kader van de AVG: veel verantwoordelijkheid wordt bij de klant gelegd. Het is de vraag of dit niet voorbij gaat aan de zorgplicht van de IT leverancier.
  • de klant heeft een wettelijk (AVG) recht op een audit; in deze voorwaarden probeert de IT leverancier de klant eerst met andere middelen te overtuigen dat aan voorwaarden is voldaan.
  • verbod overname personeel mag niet in branchevoorwaarden. In individuele gevallen zou het mogelijk nog wel kunnen.
  • in het kader van de beveiligingsmaatregelen wordt de eindverantwoordelijkheid weer bij de klant gelegd. Ook hier geldt dat de zorgplicht van de IT leverancier een vergaande waarschuwingsplicht kan opleveren.
  • De aansprakelijkheid van de IT leverancier is beperkt tot € 500.000,=. Dit kan onvoldoende zijn om de daadwerkelijke schade te dekken.
Wat kunnen wij voor u doen?
  • wij treden zowel op voor IT leveranciers die deze voorwaarden (willen gaan) gebruiken als voor klanten.
  • Wij adviseren over hoe om te gaan met deze NL digital voorwaarden. Soms nemen we in de hoofdovereenkomst bepalingen op waarbij wordt afgeweken van de NL digital voorwaarden.
  • het gaan werken met nieuwe algemene voorwaarden moet goed worden voorbereid en ingezet. Anders kan onduidelijkheid ontstaan. Dat kan tot ongelukken leiden. Wij adviseren u over de route voor het gaan werken met nieuwe algemene voorwaarden.
Voor meer informatie neem contact op met Jos van der Wijst.
Gratis whitepaper: uitgebreide analyse
Een uitgebreidere analyse (met kritische noten en suggesties) van de nieuwe NL Digital voorwaarden is verkrijgbaar door het invullen van het onderstaande formulier. Wij zenden u de analyse dan vrijblijvend toe. [post_title] => NL Digital voorwaarden 2020: verbetering positie IT leverancier [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nl-digital-voorwaarden-2020-verbetering-positie-it-leverancier [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-05-06 16:21:38 [post_modified_gmt] => 2020-05-06 14:21:38 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20284 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 20267 [post_author] => 21 [post_date] => 2020-04-16 11:33:32 [post_date_gmt] => 2020-04-16 09:33:32 [post_content] => Is een algemene omschrijving tot verpanding van alle huidige en toekomstige goederen voldoende bepaald voor de verpanding van auteursrechten? Deze vraag beantwoordde de Hoge Raad in zijn arrest van 3 april 2020.
Wat eraan voorafging
Complions B.V. hield zich bezig met het ontwikkelen van software. Zij heeft in 2008 behoefte aan krediet en klopt hiervoor aan bij ING Bank N.V. De ING Bank N.V. verstrekt krediet en krijgt op alle huidige en toekomstige Bedrijfsactiva een pandrecht, aldus de pandakte. De pandakte verwijst vervolgens voor het begrip ‘Bedrijfsactiva’ naar de Algemene Bepalingen van Pandrecht. De definitie luidt als volgt: “Bedrijfsactiva: alle tot het bedrijf van de Pandgever behorende goederen waaronder begrepen, maar niet beperkt tot de Bedrijfsuitrusting, Tegoeden, Vorderingen en Voorraden met inbegrip van: (I) cliëntenbestanden en de gegevensdragers waarop deze zich bevinden. (II) goodwill, zijnde de meerwaarde van het bedrijf boven de som van vaste activa.”  Niet alleen ING Bank N.V., maar ook BDO heeft geld tegoed van Complions B.V. Op 15 juli 2015 verpandt Complions B.V. aan BDO de haar in eigendom toebehorende (intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de) GRC-control (ISMScontrol) software. Op 16 mei 2017 gaat Complions B.V. failliet. De curator merkt twee partijen op die een pandrecht claimen op het auteursrecht. Ten eerste ING Bank N.V. met een heel algemene omschrijving en ten tweede BDO met een heel specifieke omschrijving, namelijk enkel het specifieke auteursrecht. De curator verkoopt met toestemming van zowel ING Bank N.V. als BDO de auteursrechten op de software, waarna zich de vraag voordoet wie het (eerste) pandrecht had op het auteursrecht.
Rechtbank
De rechtbank oordeelt in het voordeel van BDO. Volgens de rechtbank had ING Bank N.V. namelijk geen geldig pandrecht op het auteursrecht, omdat zij een te algemene omschrijving hanteert. Niet alle goederen lenen zich immers voor een pandrecht. Een uitzondering is bijvoorbeeld het registergoed waarop enkel een hypotheek kan worden gevestigd. De pandakte voldoet dus niet aan het ‘bepaaldheidsvereiste’ van artikel 3:84 lid 2 BW in verbinding met artikel 3:98 BW. De vergelijking met vorderingen op derden, die aan de hand van de boekhouding kunnen worden bepaald en waarvoor wel een generieke omschrijving volstaat[1], gaat volgens de rechtbank ook niet op. In tegenstelling tot vorderingen op derden zijn auteursrechten meestal niet op de balans terug te vinden, aangezien zij vaak onderdeel uitmaken van de goodwill. Dat betekent dat BDO als enige een pandrecht op het auteursrecht heeft.
Hoge Raad
ING Bank N.V. is het niet eens met het vonnis en stapt direct (sprongcassatie) naar de Hoge Raad. De Hoge Raad overweegt dat, anders dan rechtbank meende, volgens vaste rechtspraak aan het bepaaldheidsvereiste is voldaan als de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welk goed het gaat.[2] Daarmee trekt de Hoge Raad juist wel de vergelijking met vorderingen op derden. Dat betekent dat onderzocht moet worden of de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het auteursrecht tot de verpande goederen behoort. Dit onderzoek omvat niet alleen de administratie en balans van Complions B.V., maar kan ook uit andere objectieve gegevens worden herleid. Het gevolg van het arrest is dat de rechtbank de zaak wederom moet behandelen. Aangezien er geen twijfel bestaat dat Complions B.V. over een auteursrecht beschikte, zal het bepaaldheidsvereiste geen obstakel vormen voor ING Bank N.V. De rechtbank zal vermoedelijk dan ook tot het oordeel komen dat het auteursrecht onder het pandrecht van ING Bank N.V. valt.
Conclusie
Het arrest van de Hoge Raad leert dat voor een rechtsgeldige verpanding van auteursrechten (en vermoedelijk ook andere intellectuele eigendomsrechten) een algemene omschrijving in de pandakte kan volstaan. Net als bij vorderingen op derden dient aan de hand van objectieve gegevens onderzocht te worden of de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het auteursrecht tot de verpande goederen behoort. Het voorgaande betekent niet dat een algemene omschrijving ook de beste optie is. Juist ter voorkoming van discussie is het raadzaam om goederen ook specifiek te duiden. Mr. J. (Jelle) Beerens, curator en advocaat intellectueel eigendomsrecht [1] HR 20 september 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7842 (Mulder q.q.-Rabobank), [2] HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488 (Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q.), rov. 4.2, en HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1841 (X Holding/Heijmans), Jelle Beerens [post_title] => Voor de verpanding van vorderingen en auteursrechten geldt hetzelfde bepaaldheidsvereiste [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => voor-de-verpanding-van-vorderingen-en-auteursrechten-geldt-hetzelfde-bepaaldheidsvereiste [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-16 11:33:32 [post_modified_gmt] => 2020-04-16 09:33:32 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20267 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 20251 [post_author] => 2 [post_date] => 2020-04-16 10:26:53 [post_date_gmt] => 2020-04-16 08:26:53 [post_content] => De gevolgen van de corona-crisis zullen in de bouw nog lang voelbaar zijn. Niet alleen door de overheidsmaatregelen waardoor een bouwplaats niet beschikbaar of toegankelijk is, maar ook door ziekte en mindere beschikbaarheid van personeel. Of wat te denken van vertraagde leveranties, het niet of niet-tijdig beschikbaar zijn van bouwstoffen of prijsstijgingen waarmee [onder]aannemers geconfronteerd worden. Maar ook nieuwe projecten lopen vertraging op of worden uitgesteld. Opdrachtgevers kijken nog even de kat uit de boom en het vergunningstraject duurt langer. Bij nieuwe projecten kan [enigszins] geanticipeerd worden op de nieuwe werkelijkheid, maar bij bestaande projecten zijn veel gevolgen onvoorzienbaar en zal eerder een beroep op overmacht gedaan worden. De komende tijd zullen de volgende drie onderwerpen aanleiding tot discussie in de bouw geven: 1) Vertraging/overmacht/termijnverlenging Een bouwwerk dient binnen de overeengekomen tijd opgeleverd te worden. Er is een opleveringsdatum afgesproken of de bouwtijd is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen of kalenderdagen. Vaak is een boete of korting op de aanneemsom afgesproken in het geval van bouwtijdoverschrijding. Veel contracten of algemene voorwaarden [zoals de UAV 2012] die daarop van toepassing zijn bevatten daarvoor een regeling. Indien dat niet het geval is zal teruggevallen moeten worden op het Burgerlijk Wetboek en hetgeen daarin geregeld is over onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid en overmacht. Tot op heden zijn rechters en arbiters terughoudend met het honoreren van een beroep op overmacht, met als argument dat geen sprake is van een uitzonderlijke situatie. Ik verwacht echter dat daarover voor wat betreft de corona-crisis, die het stempel heeft gekregen van een pandemie, genuanceerder gedacht zal gaan worden. Indien de UAV-2012 van toepassing zijn kan de aannemer schriftelijk om termijnverlenging bij de opdrachtgever vragen. Hij zal dan een beroep op overmacht moeten doen. Ook zou de aannemer kunnen stellen dat door de crisis sprake is van wijzigingen in de uitvoering van het werk waardoor van hem niet langer gevergd kan worden dat het werk binnen de afgesproken termijn wordt opgeleverd [paragraaf 8 lid 4 en 5 van de UAV-2012]. In het geval dat de uitvoeringsduur is uitgedrukt in werkbare werkdagen zou onder omstandigheden de vraag gesteld kunnen worden of wel sprake is van een werkbare dag. De discussie ging in het verleden vaak over de vraag of sprake is van onwerkbaar weer, maar de UAV-2012 gaan er ook vanuit dat sprake is van een onwerkbare dag wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende tenminste vijf uur per dag door het grootste deel van het personeel of het materieel niet gewerkt kan worden. De UAV-2012 bepalen ook dat geen korting/boete verschuldigd is voor bouwtijdoverschrijding in het geval dat sprake is van door overmacht vertraagde oplevering. Vertraging in de voortgang van het werk door bedrijfsstoornissen of door onwerkbare dagen, wordt daarbij slechts als overmacht aangemerkt, voor zover de vertraging van ongewone duur is geweest [paragraaf 42, lid 3 UAV-2012]. 2. Prijsstijgingen/kostenverhogende omstandigheden Er bestaat een reële kans dat de corona-crisis tot prijsstijgingen leidt. Niet alleen van bouwstoffen, maar ook door hogere loonkosten. In de regel is een vaste prijs [aanneemsom] overeengekomen. Aannemingsovereenkomsten en algemene voorwaarden bevatten vaak wel de mogelijkheid om bepaalde prijsstijgingen door te voeren. In de regel dient het dan wel om substantiële prijsstijgingen te gaan. Het Burgerlijk Wetboek [artikel 7:753 BW] kent ook de mogelijkheid om de aanneemsom te verhogen in het geval dat sprake is van kostenverhogende omstandigheden die pas na het sluiten van de overeenkomst ontstaan of aan het licht komen en die de aannemer niet kunnen worden toegerekend. Het zal duidelijk zijn dat zich als gevolg van de corona-crisis situaties voordoen waarin aan dit criterium voldaan wordt. Ziekte van bepaalde personeelsleden is daarvoor echter onvoldoende omdat aangenomen wordt dat ziekte in zijn algemeenheid een bedrijfsrisico voor de aannemer vormt. De situatie ligt weer anders als een hele bouwploeg door ziekte is uitgeschakeld. Naar verwachting zullen veel aannemers ook nog een beroep doen op onvoorziene omstandigheden. 3. Onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid Voor zover de contracten en algemene voorwaarden niet voorzien in een regeling of oplossing, biedt de wet voor partijen altijd nog de mogelijkheid om een beroep te doen op de zogenaamde beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid [artikel 6:248 lid 2 BW] waardoor een contractuele afspraak ter zijde geschoven kan worden. Ook kan een beroep worden gedaan op onvoorziene omstandigheden. De rechter of arbiter kan een aannemingsovereenkomst wijzigen of die geheel of gedeeltelijk ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding mag verwachten. De wijziging of ontbinding kan ook met terugwerkende kracht uitgesproken worden [artikel 6:258 BW]. Een beroep op onvoorziene omstandigheden wordt tot op heden niet snel gehonoreerd, maar het is niet uitgesloten dat de corona-crisis bepaalde partijen hard zal raken en de rekening verdeeld zal moeten worden. De tijd zal dat uitwijzen. vastgoed corona
Wat te doen bij nieuwe projecten?
De hiervoor genoemde discussies en gevolgen van de crisis kunnen bij nieuwe projecten [ten dele] ondervangen worden door daarop te anticiperen en daarover duidelijke contractuele afspraken te maken. Op de eerste plaats door de gevolgen van de crisis in de overeenkomst te benoemen en te bepalen of die bij het sluiten van de overeenkomst een rol hebben gespeeld, of hoe die verdeeld worden. Ook kunnen concrete [ruimere] afspraken over de bouwtijd gemaakt worden en daarbij kan ook vastgelegd worden dat een beroep op termijnverlenging voor bepaalde situaties al dan niet gehonoreerd zal worden. Tenslotte kunnen prijsstijgingen en kostenverhogende omstandigheden benoemd worden en ook daarover kunnen concrete afspraken gemaakt worden, waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de nieuwe werkelijkheid. Kim Albert, vastgoedadvocaat Kim Albert     [post_title] => Overmacht in de bouw door corona [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => overmacht-in-de-bouw-door-corona [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-16 10:42:54 [post_modified_gmt] => 2020-04-16 08:42:54 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20251 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 20242 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-15 15:48:39 [post_date_gmt] => 2020-04-15 13:48:39 [post_content] => Websites en advertenties staan er vol mee: gezondheidsclaims. ‘Het nummer 1 middel tegen rugpijn’. ‘Verbetert uw nachtrust’. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat deze claims niet zomaar mogen worden geuit. Daarom ga ik in dit artikel in op de do’s en don’ts bij gezondheidsclaims in reclame.
Wat is reclame?
 Zoals gezegd komen gezondheidsclaims voor in reclame. Het woord ‘reclame’ is een breed begrip. Er is al snel sprake van reclame. In de praktijk kan de volgende definitie worden gehanteerd: Reclame is iedere aanprijzende uiting van goederen en/of diensten. Hier vallen verschillende soorten reclame-uitingen onder. Denk bijvoorbeeld aan Google Ads die in beeld komen na het invoeren van een zoekopdracht in Google. Eerder schreef ik daar al een blog over. Maar denk ook aan de tekst op een website. Hoewel de tekst in eerste instantie wellicht niet bedoeld is als reclame, kan er toch sprake zijn van reclame. En als dat het geval is, moet de tekst voldoen aan de reclame wet- en regelgeving. De Nederlandse wet kent veel soorten reclameregels waaraan moet worden voldaan. We hebben de algemene reclameregels uit het Burgerlijk Wetboek, maar ook specifieke reclameregels. Zoals regels voor het maken van reclame voor medische hulpmiddelen. Of voor het maken van reclame voor levensmiddelen en voedingssupplementen. In reclame waar dit soort middelen worden aangeprezen komen gezondheidsclaims het meest voor.
Wat is een gezondheidsclaim?
 Een gezondheidsclaim stelt dat het middel waarvoor reclame wordt gemaakt een positieve/gunstige invloed heeft op de gezondheid. Het gebruik van het middel is dus voordelig voor je gezondheid. Een veelvoorkomend voorbeeld is een kuipje boter waarop staat dat de boter cholesterolverlagend werkt. De Europese Commissie onderscheidt ten aanzien van levens- en voedingsmiddelen drie soorten gezondheidsclaims:
  1. De functieclaim: zegt iets over de rol van een stof bij de ontwikkeling en functies van het lichaam, psychologie of gewichtscontrole.
  2. Ziekterisicobeperkingsclaim: claim die de indruk wekt dat de consumptie van een levensmiddel een risico voor het ontstaan van een ziekte bij de mens in belangrijke mate beperkt.
  3. Gezondheidsclaim: claims die betrekking hebben op de groei en ontwikkeling van kinderen.
Ten aanzien van deze claims heeft de Europese Commissie een lijst opgesteld van toegestane en afgewezen gezondheidsclaims. Deze lijst is te vinden in het EU-register.
DO
 Als alle wetgeving en reclamecodes in acht worden genomen, adviseren wij om de volgende DO’s te hanteren:
  • Vermeld de naam van het product.
  • Vermeld de naam van de verkopende partij.
  • Gezondheidsclaims moeten wetenschappelijk onderbouwd zijn.
  • De claim moet voor de consument begrijpelijk zijn. Gebruik geen dubbelzinnige tekst.
  • Gebruik reviews van gebruikers.
  • Gaat het om een medisch hulpmiddel? Meld dat dan ook.
 DON’T
 Let ten slotte op de volgende DON’TS bij het gebruiken van gezondheidsclaims in reclame:
  • Gebruik geen aanbevelingen van artsen. Ook niet impliciet door een foto van een persoon in een doktersjas op uw website te plaatsen.
  • Ken geen geneeskundige werking aan levensmiddelen toe. Dat is verboden.
  • Voorkom beweringen die aan levensmiddelen de eigenschap toeschrijft een ziekte te voorkomen of behandelen.
  • Geef geen tijdsindicatie voor het verliezen van gewicht. Het tonen van voor- en na-foto’s valt daaronder.
  • Speel niet in op angst door afschrikwekkende afbeeldingen te gebruiken.
  • De reclame mag niet in strijd zijn met informatie op de verpakking of gebruiksaanwijzing.
  • Geef geen garantie, zoals de tekst ‘blijvend resultaat’.
Conclusie
Ben je na het lezen van de DO’s en DON’TS benieuwd of jouw gezondheidsclaim aan de eisen voldoet? Wij toetsen de gezondheidsclaim graag preventief. Neem daarvoor vrijblijvend contact op met Anique van de Kerkhof via Kerkhof@bg.legal. Anique van de Kerkhof [post_title] => Gezondheidsclaims in reclame: Do's en Don'ts [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => gezondheidsclaims-in-reclame-dos-en-donts [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-15 17:34:11 [post_modified_gmt] => 2020-04-15 15:34:11 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20242 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 20205 [post_author] => 7 [post_date] => 2020-04-14 16:08:34 [post_date_gmt] => 2020-04-14 14:08:34 [post_content] => In tijden van crisis blijken processen ineens veel sneller doorlopen te kunnen worden dan onder normale omstandigheden. Uitzonderlijke omstandigheden als de corona-crisis vragen om uitzonderlijke beslissingen en besluitvormingsprocessen. De overheid heeft snel en slagvaardig gereageerd op de crisis door een aantal maatregelen af te kondigen om de verspreiding van het corona-virus in te dammen. De meest ingrijpende is de “intelligente lock-down” waarvan het samenscholingsverbod deel uit maakt. Dat is goed bedacht, want veel mensen tegelijk in een kleine ruimte speelt het virus in de kaart. Tegelijkertijd heeft dit verbod consequenties die aan de andere kant weer moeten worden opgevangen, omdat anders cruciale maatschappelijke processen spaak lopen. Denk bijvoorbeeld aan jaarvergaderingen van verenigingen en (besloten) vennootschappen, die verplicht door de wet of statuten moeten worden gehouden. Die moeten liefst wel door gaan, te meer omdat er een goed alternatief is om dat ook te garanderen. Er zijn veel mogelijkheden om elektronisch, langs digitale weg te vergaderen met groepen mensen en de apps die daarvoor ontwikkeld zijn, worden op grote schaal gebruikt. Punt is alleen wel dat de wet en veel statuten ingericht zijn op fysiek vergaderen met een face-2-face contact. Dat kan nu even niet, en om te voorkomen dat aversie van sommige mensen tegen digitaal vergaderen deze oplossing verstoort, grijpt de overheid ook hier in met een spoedwet.
Spoedwet
Op 8 april 2020 is bij de Tweede Kamer de spoedwet ingediend onder de naam “Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid”. De wet is tijdelijk omdat die vervalt op 1 september 2020. Hoewel, er is een mogelijkheid van verlenging met steeds twee maanden, als de omstandigheden op 1 september en daarna daar om vragen. De spoedwet zal versneld worden aangenomen en op sommige onderdelen zelfs met terugwerkende kracht tot 23 maart 2020 van kracht worden. De wet behelst bestuurders van rechtspersonen de mogelijkheid te geven om te beslissen dat cruciale vergaderingen digitaal langs elektronische weg plaats vinden, om zo rechtsgeldige besluitvorming mogelijk te maken. Denk aan het goedkeuren van een jaarrekening, het aanstellen van bestuurders, of het voorzien in goedkeuring van een toezichthouder of aandeelhouder. elektronisch vergaderen
Rechtsgeldige besluiten
De wet stelt de voorwaarde dat deelnemers aan de digitale vergadering vooraf hun vragen in kunnen dienen en gaat als hoofdregel uit van 72 uur. Alle vergadergerechtigden moeten kunnen deelnemen aan de vergadering, maar als dat niet volmaakt lukt, kunnen toch rechtsgeldige besluiten genomen worden. De voorzitter van de vergadering krijgt de bevoegdheid staande de vergadering de orde te bepalen en kan bepalen dat stemming over bepaalde besluiten vóór de vergadering schriftelijk gedaan kan worden. Statutaire bepalingen die een fysieke bijeenkomst voorschrijven, worden buiten werking gesteld. Het bestuur kan ook besluiten de termijn voor het goedkeuren van een jaarrekening te verlengen, waarvan de termijn afhankelijk is van het type rechtspersoon. Dat besluit is dus niet langer voorbehouden aan de algemene vergadering. Zelfs de bestuurdersaansprakelijkheid als gevolg van het niet tijdig publiceren van de jaarrekening wordt buiten werking gesteld, als dat het gevolg is van de corona-crisis. In afwijking van de overige artikelen, vervalt dit deel zelfs pas op 1 september 2023.
Digitale notariële akten
Naast deze maatregelen voor rechtspersonen, regelt de wet ook dat notariële akten door de notaris mogen worden verleden zonder fysieke aanwezigheid van de comparanten en mag het passeren van de akte langs digitale weg plaats vinden. De notaris maakt daarvan in zijn akte aantekening. Zelfs mag de notaris via dit digitale middel de identiteit van de comparant aan de andere kant van het communicatiemiddel vaststellen.
Digitale zittingen
Tenslotte regelt de wet dat zittingen in civiele, bestuursrechtelijke en strafzaken, ook digitaal gehouden kunnen worden, zonder de fysieke aanwezigheid van partijen, getuigen of verdachten. De Rechtspraak had zelf deze maatregel al ingesteld bij schrijven van 2 april 2020, waarbij bepaald was dat de landelijke procesreglementen aangepast zouden worden en zittingen niet meer fysiek door zouden gaan. Voor faillissementen werd al aangekondigd dat zittingen alleen nog per digitale verbinding zouden worden gehouden, omdat bepaalde cruciale zittingen nu eenmaal door moeten gaan.
Slagvaardig en voortvarend
De conclusie van deze tijdelijk wet moet zijn dat de overheid bereid en in staat is in te grijpen op normale, ingeburgerde processen waar dat nodig is en wel op zeer korte termijn. Normaal gesproken zouden dergelijke wetgevingstrajecten een lange doorlooptijd hebben, nu is dat anders. Er moet slagvaardig en voortvarend bestuurd worden en dat vergt ingrijpende maatregelen, die een wettelijke basis nodig hebben. Vanaf 1 september 2020 kan bezien worden hoe tijdelijk tijdelijk is. Marc Heuvelmans [post_title] => Tijdelijke wet elektronisch vergaderen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => tijdelijke-wet-elektronisch-vergaderen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-14 16:11:15 [post_modified_gmt] => 2020-04-14 14:11:15 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20205 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 20163 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-09 17:27:34 [post_date_gmt] => 2020-04-09 15:27:34 [post_content] => Dinsdagavond 7 april maakte minister Hugo de Jonge bekend dat de overheid de verspreiding van het Coronavirus wil monitoren via twee nieuw te bouwen apps. De ene app moet zorgen dat de patiënt contact kan houden met zijn huisarts. De tweede app, de zogenaamde Covid-app, moet mensen waarschuwen die in de buurt zijn geweest van besmette personen. In het buitenland wordt al veel gebruikgemaakt van dergelijke apps. Nederland is een van de weinige landen (zo niet het enige land) waar er kritisch wordt gekeken naar impact van de Covid-app. Kan de overheid het gebruik van zo’n app verplichten? Hier zitten een aantal juridische haken en ogen aan.
Kan de overheid het gebruik van de app verplichten?
Om die vraag te beantwoorden moet eerst naar de privacy van personen worden gekeken. De Corona-app van de overheid gaat verschillende soorten persoonsgegevens verwerken. Namen, locatiegegevens, maar vooral: medische gegevens. Namelijk welke personen besmet zijn met het Coronavirus en met wie zij in aanraking komen. Met één van de twee apps die momenteel worden ontwikkeld moeten personen zelf doorgeven of zij bepaalde symptomen hebben. De andere app moet het mogelijk maken om mensen te waarschuwen als ze in de buurt van een besmette persoon zijn geweest. Die laatste app zou werken via bluetooth. Betekent dit dat de smartphones zelf opslaan in de buurt van welke andere smartphones zij zijn geweest? Er is nog veel onduidelijk over de werking van de app. Voor het verwerken van dit soort gegevens is een grondslag nodig. Als het om medische gegevens gaat (‘bijzondere gegevens’), dan kan dat met de toestemming van de betreffende persoon. Maar niet iedereen zal de app willen gebruiken en dus toestemming geven. En in dat geval rest de overheid nog maar één andere grondslag: het zwaarwegend algemeen belang. Dat is in dit geval de bestrijding van het Coronavirus. Stel, de overheid beroept zich voor de verwerking van persoonsgegevens op het zwaarwegende algemene belang. Betekent dit dat het gebruik van de app ook verplicht mag worden gesteld? Of betekent dit alleen dat de overheid persoonsgegevens mag verwerken? Want de AVG ziet immers alleen op het wel of niet mogen verwerken van persoonsgegevens. Niet zozeer op de vraag of de overheid personen mag verplichten gebruik te maken van een app. Wat als je bijvoorbeeld geen smartphone hebt? Vanuit dit oogpunt lijkt het moeilijk om gebruikmaking van de app te verplichten. Corona app
Worden er locatiegegevens gebruikt?
Ook rijst de vraag of de Corona-app gebruik gaat maken van locatiegegevens. Bijvoorbeeld om besmette personen in kaart te brengen en te monitoren. In eerste instantie lijkt dit een logische gedachte. Hoe moet anders worden gemonitord via een app waar een persoon is geweest? En betekent dit dan dat je continu ‘locatie aan’ moet selecteren? Dit betekent dat jouw smartphone doorlopend locatiegegevens doorgeeft aan de overheid. Volgens de overheid wordt er gebruik gemaakt van bluetooth. En ontvangt de overheid dus niet zozeer locatiegegevens. Het is de vraag of dit ook daadwerkelijk het geval is. Bovendien kan via bluetooth iemands locatie alsnog worden achterhaald. Of kan in ieder geval worden achterhaald welke apparaten bij elkaar in de buurt zijn geweest. Ook voor het verwerken van deze gegevens zal de overheid een grondslag uit de AVG moeten kunnen aanwijzen.
Wordt er meer verzameld dan nodig?
Ten derde is het de vraag welke persoonsgegevens de overheid zal ontvangen. Zijn dat alleen de gegevens die je zelf, vrijwillig invoert? Zoals symptomen van het Coronavirus die je op dat moment hebt en de locatiegegevens? Onbedoeld kunnen er namelijk ook andere persoonsgegevens worden doorgegeven aan de overheid. Stel: persoon A ervaart Corona-achtige symptomen en vult deze gegevens in op de app. De huisgenoot van A, persoon B, heeft deze symptomen niet en heeft deze dus ook niet ingevuld. Maakt de app dan automatisch de koppeling dat persoon B met het Coronavirus is besmet? Heeft dit tot gevolg dat de relaties van persoon B worden geïnformeerd om niet langer bij hem of haar in de buurt te komen? Het gebruik van de app heeft in dat geval verstrekkende gevolgen.
Hoe lang worden de gegevens bewaard?
Ook op de lange termijn is het de vraag of de Corona-app voldoet aan de vereisten van de AVG. Want wat gebeurt er als de Coronacrisis voorbij is? Of de maatregelen van de overheid grotendeels worden opgeheven? De overheid beschikt dan nog steeds over de medische gegevens van miljoenen Nederlanders. Die gegevens worden niet gewist op het moment dat de app wordt gewist van de smartphone. Gaat de overheid deze informatie volledig verwijderen? Worden de gegevens gebruikt voor analyses? En zo ja, worden de gegevens dan eerst geanonimiseerd? Als de regels van de AVG gevolgd worden mogen de gegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij in eerste instantie zijn verwerkt. Met andere woorden: als de gegevens niet langer noodzakelijk zijn voor het bestrijden van het Coronavirus, moeten de gegevens direct worden verwijderd. De toekomst zal uitwijzen of gecontroleerd kan worden of de gegevens daadwerkelijk zijn verwijderd. Is hier een rol voor de Autoriteit Persoonsgegevens weggelegd?
De app creëert schijnveiligheid
Ten slotte zou je kunnen concluderen dat de Corona-app schijnveiligheid creëert. Na invoering van de app gaan mensen er wellicht vanuit dat zij, zolang zij geen melding hebben ontvangen, veilig met elkaar in contact kunnen komen. Terwijl de werking van de app afhankelijk is van het gebruik van de personen. Als iemand symptomen heeft, maar deze niet invoert in de app, dan zal de app ook geen waarschuwing kunnen versturen. En dus ontvang je niet in alle gevallen een waarschuwing. Terwijl dit wel nodig kan zijn. Bovendien zijn er personen die besmet zijn met het Coronavirus, zonder dat zij symptomen hebben. En dus kunnen zij andere personen besmetten zonder daarvan bewust te zijn. In deze gevallen werkt de app niet. Immers wordt ook niet op de app ingevoerd dat de persoon besmet is met Corona.
Wie mag de app gaan maken?
Mag de overheid zelf bepalen aan wie zij de opdracht geeft om de app te maken, onderhouden, updaten, etc.? Of mogen app bouwers hierop inschrijven? Mag de app bouwer kennis die hij opdoet bij het maken van deze app gebruiken voor het maken van andere (commerciële) apps?
Conclusie
Hoewel het ontwikkelen van een Corona-app een mooi initiatief is die wellicht kan helpen bij de bestrijding van het Coronavirus, is het de vraag of het gebruik van de app ook kan worden verplicht. Met name moet goed nagedacht worden over de impact die de app heeft op de privacy van personen. Meer weten over de juridische aspecten van Corona? Lees dan hier onze Corona Q&A. Meer weten over juridische aspecten van privacy? Neem contact op met Anique van de Kerkhof. Meer weten over juridisch aspecten van (het bouwen van) de app? Neem contact op met Jos van der Wijst. Anique van de Kerkhof   [post_title] => Een kritische blik op de Corona-apps van de overheid [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => een-kritische-blik-op-de-corona-apps-van-de-overheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-10 13:30:55 [post_modified_gmt] => 2020-04-10 11:30:55 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20163 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 20179 [post_author] => 26 [post_date] => 2020-04-09 15:39:32 [post_date_gmt] => 2020-04-09 13:39:32 [post_content] => De volgende situatie doet zich in de praktijk vaak voor: een onderneming koopt producten in van een fabrikant, verpakt de producten in een nieuwe verpakking en verkoopt deze vervolgens door. De nieuwe verpakking bevat een andere vormgeving en kleuren. Bovendien komt het voor dat er een andere handelsnaam op de verpakking wordt vermeld. Mag dit zomaar? Waar ligt de grens? In deze blog geef ik antwoord op de volgende vragen:
  • Wat wordt er verstaan onder ompakken/opnieuw inpakken van producten?
  • Wanneer is ompakken van producten toegestaan?
  • Mag je zomaar een merk vermelden op de nieuwe verpakking?
Deze vragen zal ik hierna beantwoorden.
Wat wordt er verstaan onder ompakken/opnieuw inpakken van producten?
Het ompakken van producten komt vaak voor bij geneesmiddelen, drank en parfums. Van ompakken is sprake wanneer de originele verpakking van een product wordt vervangen door een nieuwe verpakking. Denk hierbij aan een andere naam en kleuren op de verpakking, of een andere vormgeving. Ook het materiaal van de verpakkingen kan verschillen. In de praktijk komt dit vaak voor, wanneer bedrijven bepaalde producten willen doorverkopen onder hun eigen naam.
Wanneer is ompakken van producten toegestaan?
Hoofdregel is dat het ompakken van een merkproduct in een nieuwe verpakking niet is toegestaan. De reden hiervoor is omdat een nieuwe verpakking kan leiden tot onduidelijkheid over de herkomst van een product, waardoor consumenten of andere afnemers niet weten wie het product geproduceerd heeft. Op deze hoofdregel geldt een uitzondering. Deze uitzondering is van toepassing wanneer:
  1. De nieuwe verpakking is noodzakelijk om ingevoerde producten in een andere lidstaat te verhandelen.
  2. De nieuwe verpakking kan de oorspronkelijke toestand van het product niet aantasten.
  3. Op de nieuwe verpakking wordt duidelijk vermeld wie het product heeft omgepakt, en de naam van de fabrikant.
  4. De presentatie van het omgepakte product kan de reputatie van het merk en van de merkhouder niet schaden.
  5. De importeur stelt de merkhouder vooraf ervan in kennis, dat het omgepakte product op de markt wordt gebracht. Indien de merkhouder dit verzoekt, kan de importeur een exemplaar leveren.
Indien er aan alle vereisten wordt voldaan, is het toegestaan om het product opnieuw te verpakken.
Praktijkvoorbeeld
In een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland was het volgende aan de hand. Gedaagde, een groothandel in onder meer medische en tandheelkundige instrumenten, bood via haar webshop ragers (een soort tandenstoker) van het merk TePe aan consumenten aan. Deels betrof het de doorverkoop in originele verpakking, maar ook werd een deel van de ragers omgepakt. TePe verkocht de ragers oorspronkelijk alleen aan tandartspraktijken. Gedaagde heeft de ragers in andere aantallen in een plastic zakje verpakt, met als doel deze te verkopen aan consumenten. Op deze zakjes werd een sticker geplaatst met de tekst: ‘Omgepakt door: gedaagde’. Later werd deze sticker nog uitgebreid met: ‘Fabrikant: TePe’. Mag dit? Het is de vraag of de uitzondering op de hoofdregel, zoals hierboven toegelicht, in deze zaak van toepassing was. Het ging hier om in Nederland al rechtmatig in de handel gebrachte producten, die worden omgepakt omdat gedaagde producten in andere aantallen aan de consument wil aanbieden dan de merkhouder voor ogen had. Bovendien wilde de merkhouder de producten alleen aan professionals verkopen, terwijl gedaagde deze wilde verkopen aan consumenten. De rechtbank was van mening dat gedaagde niet heeft voldaan aan de uitzondering. Om deze reden heeft zij inbreuk gemaakt op het (merk)recht van TePe. De eerste reden is dat gedaagde een lange tijd heeft nagelaten de naam van de merkhouder te vermelden op de nieuwe verpakkingen. Toen zij dat eenmaal deed, vermeldde zij alleen de naam ‘TePe’. De rechtbank oordeelde dat dit niet nauwkeurig genoeg was. Er waren namelijk meerdere ondernemingen binnen het concern die de naam TePe gebruikte. Dit zou problemen kunnen opleveren voor consumenten die een klacht willen indienen over het product. Daarnaast heeft gedaagde TePe niet op de hoogte gesteld van de ompakking. Het is niet aan de merkhouder om erachter te komen dat haar producten worden omgepakt: gedaagde had TePe hierover in kennis moeten stellen, voordat zij de ragers zou voorzien van nieuwe verpakkingen. TePe moet namelijk in de gelegenheid worden gesteld om de nieuwe verpakkingen te beoordelen. De rechtbank merkte als laatste nog op dat wanneer een onderneming een product voorziet van een nieuwe verpakking, zij zorg dient te dragen voor de juiste informatie op de nieuwe verpakking. Denk hierbij aan een gebruiksaanwijzing of eventuele waarschuwingen. De ompakker dient in zo’n geval ervoor te zorgen dat ook de nieuwe verpakking aan de informatie-eisen voldoet.
Mag je zomaar een merk op de nieuwe verpakking zetten?
In beginsel wel. Het uitgangspunt is dat een merkhouder het gebruik van haar merk op producten die rechtsgeldig (dus door de houder zelf of met haar toestemming) op de markt zijn gebracht, niet kan tegenhouden. Maar, hier gelden uitzonderingen op. De merkhouder kan zich hiertegen verzetten, met name wanneer haar producten, nadat zij in de handel zijn gebracht, zijn gewijzigd of verslechterd. Een andere uitzondering is wanneer de doorverkoper de indruk wekt, door het plaatsen van het merk op de nieuwe verpakking, dat er een economische band bestaat tussen hem en de merkhouder. Het plaatsen van het merk brengt de consument dus op het verkeerde been. In de praktijk zijn er ook nog andere uitzonderingen denkbaar. In een recente zaak gebruikte Easycosmetic (doorverkoper van parfum) meerdere merken op haar verpakkingen. Dit waren bekende merken. Door het gebruik van die merken op haar verpakkingen, werd de suggestie gewekt dat Easycosmetic een economische band zou hebben met de merkhouders.
Conclusie
De belangrijke boodschap uit deze blog is dus dat men moet oppassen bij het herverpakken van producten. Hoofdregel is dat het niet is toegestaan, mits wordt voldaan aan de uitzondering. In de praktijk kan het lastig zijn te beoordelen wanneer het ompakken van producten is toegestaan. Om u hierbij te helpen, hebben wij een duidelijke checklist voor u opgesteld. Heeft u vragen over het ompakken van producten? Of vermoedt u dat uw producten door een van uw afnemers wordt omgepakt, zonder uw toestemming? Wij helpen u graag. Neem vrijblijvend contact met ons op. Zie ook: checklist verpakken van producten Moos Hovens, juridisch medewerker Moos Hovens [post_title] => Wanneer is verpakken/opnieuw inpakken van producten toegestaan? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wanneer-is-verpakken-opnieuw-inpakken-van-producten-toegestaan [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-09 16:08:33 [post_modified_gmt] => 2020-04-09 14:08:33 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20179 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 20232 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-04-09 14:52:31 [post_date_gmt] => 2020-04-09 12:52:31 [post_content] => Iedereen kent de uitgesproken schoenen van Dr. Martens. Net als sneakers zijn ze niet meer weg te denken uit het huidige straatbeeld. Dr. Martens vliegen over de toonbank. Echter, het is ook mogelijk om een goedkopere variant op de kop te tikken bij de Primark. Zij bieden ook schoenen aan die veel op die van Dr. Martens lijken, maar dan voor een veel lagere prijs. Dr. Martens is hier natuurlijk niet blij mee, en heeft Primark gedagvaard. Volgens Dr. Martens maakt Primark inbreuk op haar auteursrechten. Wat heeft de rechtbank Amsterdam hierover geoordeeld? Was er sprake van inbreuk op het auteursrecht van Dr. Martens?
Inbreuk op auteursrecht
Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, is vereist dat het desbetreffende werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het de persoonlijke stempel van de maker draagt. Uiteindelijk moeten de volgende vragen worden beantwoord: In welke mate komen de totaalindrukken van de schoenen overeen? Op welke punten verschillen de schoenen van elkaar? Lijken de schoenen zodanig op elkaar, dat het publiek hierdoor verwart kan raken?
Was hier sprake van een inbreuk?
De elementen van de schoenen van Dr. Martens die het originaliteit en karakter geven, zijn voornamelijk de gele stiksels, de grote stoffen hiellus, het verschil in kleur van de buitenzool en het bijzondere patroon van de onderzolen. Deze elementen maken dat consumenten de schoen herkennen als een Dr. Martens schoen. Wat opvalt is, dat deze eigenschappen stuk voor stuk ontbreken of in grote mate verschillen bij de schoenen van de Primark. Dit leidt ertoe dat de totaalindruk van beide schoenen niet hetzelfde is en de schoenen van Primark dus voldoende afstand neemt van de schoenen van Dr. Martens. De rechtbank overweeg daarnaast dat het feit dat de schoenen van Dr. Martens zeer waarschijnlijk een inspiratiebron zijn geweest voor de schoenen van Primark, in deze zaak niet relevant is. De andere uitstraling, het grote prijsverschil en het feit dat de schoenen van de Primark uitsluitend te verkrijgen zijn in de Primark-winkels, maken het onvoldoende aannemelijk dat de consument zou denken dat beide schoenen van dezelfde onderneming afkomstig zijn. De Rechtbank Amsterdam was dan ook van oordeel dat er geen sprake was van auteursrechtinbreuk. Primark mocht dus gewoon doorgaan met de verkoop van haar schoenen.
Wat als er wel inbreuk zou zijn geweest?
Indien de rechtbank tot het oordeel zou zijn gekomen dat er wel sprake was van inbreuk op het auteursrecht van Dr. Martens, dan zou Primark haar schoenen niet meer mogen verkopen op straffe van een dwangsom. Bovendien zou zij ook geen afbeeldingen meer mogen gebruiken van de schoenen in haar winkels of in reclame.
Conclusie
Alhoewel gedacht kan worden dat Primark inbreuk zou maken op het auteursrecht van Dr. Martens, is door de Rechtbank Amsterdam geoordeeld dat dit niet het geval is. De schoenen van de Primark bevatten niet de karakteristieke elementen van de schoenen van Dr. Martens, waardoor de totaalindruk voor de consument in voldoende mate verschilt. Heeft u vragen over het auteursrecht? Bent u erachter gekomen dat iemand uw auteursrecht schendt of bent u aangesproken wegens inbreuk op auteursrecht? Neem dan contact op met Anique van de Kerkhof via het e-mailadres kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof                 [post_title] => Primark versus Dr. Martens [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => primark-versus-dr-martens [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-15 15:27:45 [post_modified_gmt] => 2020-04-15 13:27:45 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20232 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 20312 [post_author] => 26 [post_date] => 2020-04-22 13:33:30 [post_date_gmt] => 2020-04-22 11:33:30 [post_content] => Dat hoeft zeker niet altijd! De hoogte van kinder- en partneralimentatie wordt  bepaald door de rechter of wordt afgesproken tussen de alimentatiebetaler  en de alimentatie-ontvanger. Verandering in de omstandigheden van een van beiden kan een reden zijn voor een alimentatie-wijziging. Dus een verhoging of verlaging, inclusief het op nul stellen, van de alimentatie.  Als het niet lukt om daar afspraken over te maken, moet de rechter daarover beslissen. Die bepaalt na een procedure of de alimentatiebetaler meer of minder moet gaan betalen en zo ja hoeveel meer of minder. Het kan zijn dat de rechter beslist dat die verhoging- of verlaging ingaat op de dag van de uitspraak. Maar wat als de rechter een verlaging van de alimentatie eerder laat ingaan? Moet de alimentatie-ontvanger de teveel ontvangen alimentatie terugbetalen?
Ingangsdatum van de wijziging
De rechter moet voorzichtig  zijn met het in laten gaan van een verlaging  voor de datum van de uitspraak. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Zeker als dit grote gevolgen heeft voor een alimentatie-ontvanger die dus alimentatie zou moeten terugbetalen. Maar er zijn toch genoeg  situaties waarin een alimentatieverlaging eerder ingaat. Vaak bepaalt de rechter dat de wijziging van de alimentatie ingaat op de dag dat het verzoekschrift bij de rechter is ingediend. Vanaf dat moment wist de alimentatie-ontvanger dat een verlaging verwacht kon worden. De alimentatie-ontvanger  had dus rekening moeten houden met de komende verlaging.
Verlaging met terugwerkende kracht maar geen terugbetaling?
Stel de rechter beslist dat de verlaging ingaat vóór de datum van de uitspraak. De rechter moet dan  bekijken of terugbetaling van de teveel ontvangen alimentatie redelijk is . Daarvoor is de financiële situatie van beiden belangrijk. Maar ook de reden van de verlaging. Had de alimentatie-ontvanger minder nodig of was het inkomen van de alimentatie-betaler  gedaald? Had de alimentatie-ontvanger bijvoorbeeld inkomsten verzwegen? Verder kan het bepalend zijn of de alimentatie al op is gemaakt.          Alimentatie is op zich natuurlijk juist bedoeld om van te leven . De alimentatie-ontvanger zegt vaak dat hij/zij niet anders kon dan het geld opmaken. Ook al was er een risico van terugbetaling. Want er waren simpelweg kosten van het levensonderhoud van de kinderen of van haar/hemzelf. Het komt dan ook vaak voor dat de rechter bepaalt dat de teveel betaalde alimentatie niet hoeft te worden terugbetaald of verrekend met toekomstige alimentatiebetalingen.
Wat kan de alimentatiebetaler die de alimentatie wil verlagen het beste doen?
Schrijf de alimentatie-ontvanger zo vroeg  mogelijk een brief of mail met de reden en het tijdstip van de verlaging. Probeer de aanpassing van de alimentatie in overleg  met de alimentatie-ontvanger te regelen.  Maar dien sowieso voor de zekerheid  zo snel mogelijk een verzoekschrift tot wijziging van de alimentatie bij de rechter in. En vraag daarin ook om te bepalen dat de teveel betaalde alimentatie moet worden terugbetaald. Overleg met de alimentatie-ontvanger is altijd goed. En misschien is het mogelijk om af te spreken dat de alimentatie alvast [iets]wordt verlaagd. Bijvoorbeeld vanaf het moment dat de veranderde omstandigheid ingaat. Een procedure duurt vaak lang. Tot de uitspraak geldt de vorige afspraak of uitspraak over de alimentatie. De alimentatie-ontvanger kan die uitspraak naar de deurwaarder of het LBIO sturen, zodat de alimentatiebetaler wel moet blijven betalen. Tenzij onderling tijdelijk andere afspraken worden gemaakt in afwachting van die uitspraak. Heeft u vragen over kinder-of partneralimentatie? Neem gerust contact met ons op! Mathilde Becking , vFAS advocaat / mediator Mathilde                 Liedeke Floris, vFAS advocaat / mediator Liedeke Floris [post_title] => Moet teveel betaalde alimentatie worden terugbetaald als het bedrag is verlaagd? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => moet-teveel-betaalde-alimentatie-worden-terugbetaald-als-het-bedrag-is-verlaagd [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-04-22 13:49:24 [post_modified_gmt] => 2020-04-22 11:49:24 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20312 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 602 [max_num_pages] => 61 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 2d7640b022eb3916cb2dec38bc4fc933 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Dat hoeft zeker niet altijd! De hoogte van kinder- en partneralimentatie wordt  bepaald door de rechter of wordt afgesproken tussen de alimentatiebetaler  en de alimentatie-ontvanger. Verandering in de omstandigheden van een van beiden kan een reden zijn voor een alimentatie-wijziging. Dus een verhoging of verlaging, inclusief het op nul stellen, van de alimentatie.  Als het...
Lees meer
De vormgeving van meubels kan op verschillende manieren worden beschermd. De beste manier is door middel van het modelrecht. Modelrecht op meubels Het modelrecht ontstaat pas na registratie daarvan. Dit betekent dat je het model van het meubelstuk moet registreren bij het daartoe bevoegde bureau. Je kunt het model registreren binnen de Benelux, Europa of...
Lees meer
NL digital, de vereniging van IT leveranciers, heeft de algemene voorwaarden aangepast. Aanleiding hiervoor was de wijziging van de naam van de vereniging (voorheen Nederland ICT). De NL digital voorwaarden zijn de opvolger van de Nederland ICT voorwaarden, de FENIT voorwaarden en de COSSO voorwaarden. Belangrijkste wijzigingen In dit blog bespreek ik een aantal van...
Lees meer
Is een algemene omschrijving tot verpanding van alle huidige en toekomstige goederen voldoende bepaald voor de verpanding van auteursrechten? Deze vraag beantwoordde de Hoge Raad in zijn arrest van 3 april 2020. Wat eraan voorafging Complions B.V. hield zich bezig met het ontwikkelen van software. Zij heeft in 2008 behoefte aan krediet en klopt hiervoor...
Lees meer
De gevolgen van de corona-crisis zullen in de bouw nog lang voelbaar zijn. Niet alleen door de overheidsmaatregelen waardoor een bouwplaats niet beschikbaar of toegankelijk is, maar ook door ziekte en mindere beschikbaarheid van personeel. Of wat te denken van vertraagde leveranties, het niet of niet-tijdig beschikbaar zijn van bouwstoffen of prijsstijgingen waarmee [onder]aannemers geconfronteerd...
Lees meer
Websites en advertenties staan er vol mee: gezondheidsclaims. ‘Het nummer 1 middel tegen rugpijn’. ‘Verbetert uw nachtrust’. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat deze claims niet zomaar mogen worden geuit. Daarom ga ik in dit artikel in op de do’s en don’ts bij gezondheidsclaims in reclame. Wat is reclame?  Zoals gezegd komen gezondheidsclaims...
Lees meer
In tijden van crisis blijken processen ineens veel sneller doorlopen te kunnen worden dan onder normale omstandigheden. Uitzonderlijke omstandigheden als de corona-crisis vragen om uitzonderlijke beslissingen en besluitvormingsprocessen. De overheid heeft snel en slagvaardig gereageerd op de crisis door een aantal maatregelen af te kondigen om de verspreiding van het corona-virus in te dammen. De...
Lees meer
Dinsdagavond 7 april maakte minister Hugo de Jonge bekend dat de overheid de verspreiding van het Coronavirus wil monitoren via twee nieuw te bouwen apps. De ene app moet zorgen dat de patiënt contact kan houden met zijn huisarts. De tweede app, de zogenaamde Covid-app, moet mensen waarschuwen die in de buurt zijn geweest van...
Lees meer
De volgende situatie doet zich in de praktijk vaak voor: een onderneming koopt producten in van een fabrikant, verpakt de producten in een nieuwe verpakking en verkoopt deze vervolgens door. De nieuwe verpakking bevat een andere vormgeving en kleuren. Bovendien komt het voor dat er een andere handelsnaam op de verpakking wordt vermeld. Mag dit...
Lees meer
Iedereen kent de uitgesproken schoenen van Dr. Martens. Net als sneakers zijn ze niet meer weg te denken uit het huidige straatbeeld. Dr. Martens vliegen over de toonbank. Echter, het is ook mogelijk om een goedkopere variant op de kop te tikken bij de Primark. Zij bieden ook schoenen aan die veel op die van...
Lees meer
  • Gratis webinar: ‘Een mislukt automatiseringsproject, en nu?’

    Lees meer