Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 4
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 4
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 642
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type)  WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft') AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR 0 ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','acf-field-group','bwl_advanced_faq','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar' )  ) GROUP BY wp_posts.ID ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC LIMIT 30, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 20922
                    [post_author] => 16
                    [post_date] => 2020-06-17 15:12:46
                    [post_date_gmt] => 2020-06-17 13:12:46
                    [post_content] => 
Werkgeversaansprakelijkheid algemeen
De werkgeversaansprakelijkheid is geregeld in art 7:658 van het burgerlijk wetboek. Volgens dit artikel heb je als werkgever een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat de werkgever verplicht is maatregelen te nemen, die nodig zijn  om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt  in de uitoefening van zijn werk. Deze maatregelen zijn bedoeld voor het scheppen van een veilige en gezonde werkomgeving. De werkgever moet duidelijke en goede instructies geven aan zijn werknemers en toezien op naleving hiervan.
Werkgeversaansprakelijkheid  en Corona
Het Coronavirus heeft ervoor gezorgd dat een werkgever extra maatregelen moet treffen om te zorgen voor een veilige werkomgeving en zodoende te voldoen aan zijn zorgplicht. Invulling van deze  zorgplicht is wel afhankelijk van de bedrijfstak en dus enigszins ingekleurd. Het is voor te stellen dat maatregelen in de zorg anders zijn dan in de supermarkt of kantoren. De regels die in Nederland zijn ingevoerd moeten ook op de werkvloer gehandhaafd worden. Onder andere de 1 ½ m afstand en het treffen van hygiënemaatregelen, zoals bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van handalcohol. De werkgever zal haar werknemers hier duidelijke instructies over moeten geven. Maar ook controle moeten uitoefenen of deze instructies worden nageleefd, om te voldoen aan zijn zorgplicht. De werkgever zal de werknemer moeten aanspreken als de instructies niet worden nageleefd. Immers mensen zijn nu eenmaal niet altijd voorzichtig genoeg. Het is niet zo dat de zorgplicht van de werkgever zo ver gaat dat het risico nihil is, maar deze is wel gericht op verkleining van de kans op corona besmetting.
Aansprakelijk stellen werkgever bij besmetting
De werknemer hoeft alleen te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen bij de uitvoering van zijn werkzaamheden, waarna de werkgever schadeplichtig is. De schadeplicht van de werkgever vervalt alleen als de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Voor een werknemer is het echter lastig om aan te tonen dat hij het corona virus heeft gekregen op het werk. Immers dit kan hij overal opgedaan hebben zoals bijvoorbeeld  in de supermarkt. Hij kan de ziekte dus ook ergens anders hebben opgelopen. Aan het eerste vereiste voor werkgeversaansprakelijkheid zal niet snel  kunnen worden voldaan. Als echter zeer duidelijk is dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden door bijvoorbeeld de minimale maatregelen ter voorkoming van corona niet te treffen kan de rechter oordelen dat het voldoende waarschijnlijk is dat de werknemer het virus heeft opgelopen op het werk. De privé omstandigheden worden dan ook in ogenschouw genomen. De rechter kan bij schending van de zorgplicht ook de bewijslast omdraaien. De werkgever moet dan bewijzen dat de betreffende werknemer de ziekte op een andere plaats heeft opgelopen.
Conclusie
Alhoewel de bewijsrechtelijke drempel voor de werknemer moeilijk is, kan het dus zijn dat hij alsnog in zijn bewijspositie wordt tegemoet gekomen en met succes de werkgever kan aanspreken. Wilt u meer informatie over aansprakelijkheid neem dan contact met met Edith de Koning. Edith de Koning     [post_title] => Werknemer getroffen door Corona. Is werkgever aansprakelijk? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => werknemer-getroffen-door-corona-is-werkgever-aansprakelijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-17 15:17:51 [post_modified_gmt] => 2020-06-17 13:17:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20922 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 20917 [post_author] => 38 [post_date] => 2020-06-17 14:27:52 [post_date_gmt] => 2020-06-17 12:27:52 [post_content] => Het is een veelgestelde vraag: mag een fotograaf die in opdracht foto’s heeft gemaakt, ook zelf de foto’s gebruiken? Ja, in sommige gevallen mag dat. Met de nadruk op sommige, want het mag lang niet altijd. Om te beginnen moet er een onderscheid worden gemaakt tussen portretten en andere foto’s.
Portretfoto’s
Portretfoto’s zijn foto’s waarop een persoon is afgebeeld. Uitgangspunt is dat de fotograaf het portret niet zonder toestemming van de geportretteerde mag gebruiken. Dit staat in artikel 20 Auteurswet. Ook uit de AVG volgt dat toestemming nodig is. De fotograaf moet dus eerst toestemming vragen voor de foto op social media of in een portfolio mag worden geplaatst. Dit geldt ook als de geportretteerde onherkenbaar is. Uit een bepaalde lichaamshouding kan vaak toch worden afgeleid om wie het gaat. Ook uit andere aspecten kan volgens de rechter de identiteit van een persoon blijken. In principe is openbaring van een portret dus verboden. Maar zoals altijd is er een uitzondering op de regel. Je kunt namelijk afwijkende afspraken maken met de fotograaf. In sommige gevallen geeft de geportretteerde de fotograaf toestemming om de foto’s voor eigen doelen te gebruiken. Fotografen plaatsen foto’s bijvoorbeeld vaak op social media om te laten zien welke opdrachten zij eerder hebben uitgevoerd. Mijn advies is om steeds uitdrukkelijk aan te geven 1) voor welke foto’s toestemming wordt gegeven én 2) voor welk doel die foto’s mogen worden gebruikt. Mogen de portretten bijvoorbeeld op Instagram worden geplaatst, op LinkedIn of alleen in een portfolio? Mogen de foto’s aan anderen worden doorgegeven? Etc. Als er afspraken zijn gemaakt, dan geldt wat is afgesproken. Als portretten toch online worden geplaatst zonder toestemming, dan kan de geportretteerde een schadevergoeding van de fotograaf verlangen. Hoe hoog de schadevergoeding is hangt af van de aard van het portret. Recent werd een fotograaf bijvoorbeeld veroordeeld tot betaling van EUR 1.401,- voor het online plaatsen van verschillende pikante ‘boudoir’-foto’s. Kortom: voorzichtigheid is geboden.
Andere foto’s
Maar een fotograaf maakt ook andere foto’s, bijvoorbeeld van producten, de natuur of interieur. Dit zijn geen portretten. En dus gelden hiervoor andere regels. Als de foto’s voldoende creatief zijn, geldt namelijk de bescherming van het auteursrecht (niet het portretrecht). De wet kent de maker van de foto het auteursrecht toe. Dit betekent dat de fotograaf auteursrechten op de foto heeft. De fotograaf mag de foto’s gebruiken zoals hij of zij dat wil. Er is geen toestemming van de opdrachtgever nodig. De fotograaf heeft het recht de foto op social media te plaatsen. Vaak worden de foto’s van een fotograaf gekocht. Hoe zit het dan? Dan is het steeds de vraag wat er met de koop is beoogd. Zijn daarbij de auteursrechten van de fotograaf overgedragen aan de opdrachtgever? Zo ja, dan is de fotograaf geen rechthebbende meer. De opdrachtgever beschikt over de auteursrechten en is de enige persoon die de foto’s mag gebruiken. Stel, de fotograaf plaatst de foto’s toch op social media? Dan maakt de fotograaf inbreuk op de auteursrechten van de opdrachtgever. Maar foto’s kunnen ook worden gekocht zonder dat er een overdracht van auteursrechten is afgesproken. Bijvoorbeeld omdat de fotograaf in zijn algemene voorwaarden heeft staan dat hij of zij altijd de auteursrechthebbende blijft. De fotograaf is dan nog steeds auteursrechthebbende en mag op grond van de Auteurswet de foto’s voor eigen doelen gebruiken. Mijn advies is daarom om telkens na te denken over het gebruik dat je voor ogen hebt. En of je wil voorkomen dat een fotograaf de foto’s ook zelf (her)gebruikt.
Conclusie
Of een fotograaf een foto mag gebruiken, hangt af van het soort foto. Voor het openbaren van portretten is altijd toestemming van de geportretteerde nodig. Dit is anders bij overige foto’s. Daarbij is steeds de fotograaf de rechthebbende partij die de foto’s naar eigen inzicht mag gebruiken. Dat verandert pas als de auteursrechten aan de opdrachtgever worden overgedragen. Meer weten over de rechten die op foto’s rusten? Neem dan contact op met Anique van de Kerkhof via kerkhof@bg.legal Anique van de Kerkhof         [post_title] => Mag fotograaf foto’s gebruiken voor eigen doel? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => mag-fotograaf-fotos-gebruiken-voor-eigen-doel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-17 14:29:26 [post_modified_gmt] => 2020-06-17 12:29:26 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20917 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 20908 [post_author] => 26 [post_date] => 2020-06-17 14:08:30 [post_date_gmt] => 2020-06-17 12:08:30 [post_content] => Een merk is het gezicht van de onderneming en daarom van grote waarde. Merkinbreuk komt helaas vaak voor in de praktijk. Het beoordelen van merkinbreuk kan erg lastig zijn. Er wordt naar verschillende elementen gekeken, zoals de visuele of auditieve aspecten. In deze blog wordt ingegaan op de volgende vraag: hoe wordt merkinbreuk beoordeeld? Deze vraag zal beantwoord worden aan de hand van een praktijkvoorbeeld.
Casus
In een recente uitspraak was het volgende aan de hand. Mediq is een onderneming actief in de medische industrie in Nederland en een aantal andere landen. Mediq is betrokken bij initiatieven op het gebied van zorgprocessen en zorgoplossingen die bij de patiënt thuis aangeboden kunnen worden. MedQ Consultants adviseert bedrijven die medische hulpmiddelen produceren en op de Europese markt willen brengen, op het gebied van kwaliteitsnormen en het voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Mediq is van mening dat de naam MedQ te veel lijkt op die van haar en daardoor verwarring veroorzaakt bij de consument. MedQ verweert zich hiertegen allereerst door te stellen dat zij de naam MedQ niet gebruiken ter onderscheiding van waren of diensten, maar slechts als handelsnaam. Volgens de rechtbank faalt dit verweer. Op de website van MedQ staan de verschillende diensten van MedQ uitgelegd, met daarbij de naam MedQ steeds prominent afgebeeld in opvallende kleuren. Hierdoor wordt er een duidelijk verband gezien tussen de naam en de diensten die worden aangeboden. Het gebruik van de handelsnaam MedQ dient daarmee niet alleen ter aanduiding van haar onderneming, maar ook ter onderscheiding van haar diensten. Het feit dat de volledige naam van MedQ eigenlijk MedQ Consultants B.V. is, maakt voor de beoordeling niet uit. De onderdelen ‘Consultants’ en ‘B.V.’ zijn volledig beschrijvend, waardoor het woord ‘MedQ’ het meest onderscheidende en dominerende bestanddeel is. Daarnaast springt dit deel ook het meest in het oog door de kleuren en de hoofdletter Q. Omdat het element MedQ en Mediq maar één letter van elkaar verschillen, is er in visueel opzicht, sprake van behoorlijke mate van overeenstemming. Echter, hier staat tegenover dat er op auditief gebied nauwelijks gelijkenis is. MedQ wordt op z’n Engels uitgesproken als Med-Kjoe. MedQ geeft ook aan dat, doordat de Q met hoofdletter wordt geschreven, het duidelijk is dat het teken bestaat uit twee losse onderdelen. Het merk Mediq wordt meer als Mee-diek uitgesproken. Daarnaast is er een groot verschil tussen het soort diensten die de merken aanbieden: beiden bieden adviezen, maar Mediq biedt advies aan patiënten en MedQ werkt vooral met organisaties. Hierdoor lijkt de kans op verwarring tussen de twee merken zeer klein. Dan de domeinnaam: medq.eu stemt veel overeen met mediq.nl, maar mede gelet op hetgeen bepaald omtrent de merknaam, zal hier geen verwarring optreden. Zeker omdat op de website het teken MedQ in woord en beeld prominent staat afgebeeld. Kortom: de rechtbank wijst de vorderingen af. Mediq en MedQ kunnen naast elkaar blijven bestaan.
Wat betekent dit voor de praktijk
Uit bovenstaande zaak blijkt dat het beoordelen van merkinbreuk in de praktijk erg lastig is. Het volgende is relevant voor de praktijk:
  • Om de mate van overeenstemming tussen merken te beoordelen, moet de mate van visuele, auditieve en begripsmatige gelijkenis worden beoordeeld.
  • Het gaat om de totaalindruk. Welk deel spring meteen in het oog? Dat is het dominerende deel van het merk.
  • Let ook op de soort waren of diensten die beide merken aanbieden. Zijn deze gelijk of stemmen deze erg overeen?
Meer weten over het merkenrecht? Neem dan vrijblijvend contact op met Moos Hovens via hovens@bg.legal. Moos Hovens, juridisch medewerker Moos Hovens   [post_title] => Wanneer is er sprake van merkinbreuk? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => wanneer-is-er-sprake-van-merkinbreuk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-17 14:13:26 [post_modified_gmt] => 2020-06-17 12:13:26 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20908 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 20878 [post_author] => 10 [post_date] => 2020-06-12 09:00:28 [post_date_gmt] => 2020-06-12 07:00:28 [post_content] => Er zijn inmiddels enkele uitspraken in kort geding gewezen waaruit blijkt dat de sluiting van het gehuurde als gevolg van een overheidsmaatregel zoals die in verband met het coronavirus een ‘gebrek’ kan opleveren in de zin van artikel 7:204 BW. Een gebrek is elke op het gehuurde betrekking hebbende omstandigheid die het genot ervan beperkt. Dit betekent dat een huurder op grond van artikel 7:207 BW in beginsel (met terugwerkende kracht) aanspraak kan maken op huurprijsvermindering. Corona huurprijs Of dit laatste ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden hangt af van het huurcontract en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Artikel 7:207 BW is van regelend recht en kan dus contractueel worden uitgesloten.
Huurovereenkomst
Zo’n contractuele uitsluiting van het recht op huurprijsvermindering kan op grond van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW), maar vooral op grond van onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW) opzij worden gezet en gewijzigd worden. Daarvoor is nodig dat ongewijzigde  instandhouding van de huurovereenkomst op dit punt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Of en op welke wijze de huurovereenkomst gewijzigd moet worden, zal aan de hand van alle omstandigheden van het geval worden beoordeeld.
Huurder
Daarnaast kan de vraag zijn of een door een overheidsmaatregel gedwongen sluiting van het gehuurde toch niet een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is. In dat geval heeft de huurder geen recht op huurvermindering. In een van de uitspraken is aangehaakt bij de in algemene voorwaarden vaak voorkomende bepaling dat de huurder moet zorgen voor de vergunningen die nodig zijn voor de uitoefening van het bedrijf. En dat intrekking van zo’n vergunning geen aanleiding geeft tot enige actie tegen de verhuurder. Contractueel gezien is daarmee het risico van de gedwongen sluiting bij de huurder gelegd, aldus de voorzieningenrechter in kwestie. Ook heeft deze rechter in de bewuste uitspraak aangegeven dat het verdedigbaar is dat de sluiting van overheidswege een omstandigheid is die ingevolge artikel 6:75 BW krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de huurder komt.
Impact corona-maatregelen
Een algemene voorwaarde die ziet op het als huurder moeten beschikken over een vergunning en dat de intrekking daarvan voor rekening van de huurder is, valt naar mijn mening niet zomaar op één lijn te stellen met een door de overheid verplichte sluiting van het gehuurde als gevolg van de Corona pandemie. Dit gezegd hebbende blijft er ook dan nog genoeg juridische stof voor discussie over waar het gaat om de impact van corona-maatregelen op de betaling van de huurprijs Voor de volledige uitspraken zie: ECLI:NL:RBNNE:2020:1979; ECLI:NL:RBOVE:2020:1906; ECLI:NL:RBGEL:2020:2768 Rik Wevers [post_title] => Corona en huurprijs: het blijft een lastige combinatie [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => corona-en-huurprijs-het-blijft-een-lastige-combinatie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-11 15:40:56 [post_modified_gmt] => 2020-06-11 13:40:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20878 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 20866 [post_author] => 43 [post_date] => 2020-06-11 10:35:11 [post_date_gmt] => 2020-06-11 08:35:11 [post_content] => Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is op 25 mei 2018 de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) ingevoerd. De ervaringen met de UAVG zijn, zoals afgesproken bij de invoering hiervan, geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie is er in oktober 2019 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Inmiddels is er een internetconsultatie van het wetsvoorstel gepubliceerd. We kunnen dus inzien welke nieuwe privacyregels momenteel worden voorbereid. Er is onder andere een interessante wijziging van artikel 30 UAVG op komst, dat ziet op de verwerking van bijzondere persoonsgegevens.
Verenigingen van cliëntbelangen
Uitgangspunt van de wet is dat het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is verboden. Dit geldt bijvoorbeeld voor gezondheidsgegevens. De AVG maakt het echter mogelijk voor de Nederlandse wetgever om hierop een uitzondering te maken, wanneer de verwerking van dergelijke gegevens noodzakelijk is in het kader van een zwaarwegend algemeen belang. De wetgever heeft de verwerkingen van bijzondere persoonsgegevens, die zij op basis van een zwaarwegend algemeen belang noodzakelijk acht, opgenomen in artikel 30 UAVG. Aan dit artikel wil zij nu een onderdeel toevoegen (art. 32 lid 2 sub d UAVG). Dit nieuwe onderdeel zorgt ervoor dat stichtingen, verenigingen of andere instanties zonder winstoogmerk, die actief zijn op het gebied van volksgezondheid, bijzondere persoonsgegevens van hun (voormalig) leden mogen verwerken. Deze uitzondering op de regel van artikel 9 AVG beoogt het voor verenigingen van cliëntenbelangen in zorg en welzijn [waarbij de wetgever onder andere patiëntenverenigingen maar ook verenigingen van gehandicaptensport als voorbeeld noemt] mogelijk te maken om gegevens over de gezondheid van hun (voormalig) leden te mogen verwerken. Hoewel er al wel een dergelijke uitzondering bestaat voor stichtingen, verenigingen of instanties die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied actief zijn ,is de verwerking van bijzondere persoonsgegevens door eenzelfde soort partijen actief op het gebied van volksgezondheid nu enkel mogelijk op basis van uitdrukkelijke toestemming van betrokkenen. Om onzekerheid en problemen in de praktijk te voorkomen en ervoor te zorgen dat deze instanties kunnen functioneren conform haar maatschappelijk gewichtige doelstellingen, wil de wetgever deze uitzondering toevoegen. In de praktijk van deze instanties zal deze uitzondering, met het daarmee wegvallen van de verplichting om uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene te verkrijgen, administratief wat verlichting brengen.
Wetsvoorstel
Met de voorgenomen wetswijzigingen wordt de praktische uitwerking van de AVG verder aangevuld en verduidelijkt. In een andere blog zal ik ingaan op de wijziging die de wetgever beoogt door te voeren in onder andere de Faillissementswet met betrekking tot de verwerking van (medische) persoonsgegevens door de curator. Het wetsvoorstel tot wijziging van de UAVG is tot 14 juli 2020 in consultatie, waarna er mogelijk nog wijzigingen zullen plaatsvinden alvorens hierover wordt gestemd. BG.Legal volgt de ontwikkelingen hierin op de voet. Meer weten over privacy of de verwerking van medische gegevens? Neem dan contact op met Tom Oerlemans via Oerlemans@bg.legal Tom Oerlemans [post_title] => Verwerking medische persoonsgegevens verduidelijkt in nieuwe UAVG [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verwerking-van-medische-persoonsgegevens-verder-verduidelijkt-in-nieuwe-uavg [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-11 10:57:04 [post_modified_gmt] => 2020-06-11 08:57:04 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20866 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 20845 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-06-10 16:17:57 [post_date_gmt] => 2020-06-10 14:17:57 [post_content] =>
Voor wiens rekening komt trage werking softwaresysteem; klant of leverancier?
Deze vraag stond centraal in een procedure over medische software. De conclusie is dat de rechtbank oordeelt dat de trage werking van de software , in dit geval, voor rekening van de klant komt. Maar, gelet op de bijzondere situatie ontbindt de rechtbank de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden.
Wat was aan de orde?
De softwareleverancier ontwikkelt en ondersteunt software voor de medische sector. De software bestaat uit een zorginformatiesysteem, elektronisch patiëntendossier en verschillende optionele modules. Een zelfstandige ICT adviseur heeft bij een klant een offerte uitgebracht voor de levering van het zorginformatiesysteem van de softwareleverancier. Het uitgangspunt daarbij was dat de software op de server van de klant zou worden geïnstalleerd. In de overeenkomst is vastgelegd dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de hardware en infrastructuur. Op advies van de ICT adviseur is de server uitgebreid. Na de live-gang klaagt de klant over de traagheid van de software. Bij onderzoek blijkt dat ook andere programma’s (zoals Windows) erg traag zijn. De softwareleverancier geeft aan dat het probleem opgelost moet worden met de hosting provider van de klant. Eerst moet dat probleem worden opgepakt voordat onderzocht kan worden of het zorginformatiesysteem zelf ook een probleem veroorzaakt. De software blijkt prima te draaien op een sterkere server. De klant zou een dergelijke server aan moeten schaffen. De klant weigert facturen voor de licentiekosten te betalen en stelt dat zij vooraf een onjuiste voorstelling heeft gekregen van de hoogte van de maandelijkse licentiefacturen. De standpunten verharden. De klant laat een onderzoek uitvoeren door een informaticadeskundige. Deze concludeert onder andere dat de beschikbare server voldoet aan de daaraan redelijkerwijze te stellen eisen. De facturen zouden niet in overeenstemming zijn met de overeenkomst. Partijen gaan procederen.
Goed werkende software
Daarbij staat centraal de vraag of de leverancier een goed werkend softwarepakket heeft geleverd en of de juiste bedragen zijn gefactureerd. De rechtbank overweegt in het vonnis van 22 april 2020:
  • Partijen zijn in de overeenkomst en de SLA overeengekomen dat de klant zelf verantwoordelijk is voor de hardware en infrastructuur.
  • Het verweer dat pas een beroep kan worden gedaan op de SLA na implementatie en acceptatie van de software, gaat niet op.
  • Klachten die te wijten zijn aan de hardware en infrastructuur komen dus voor rekening en risico van de klant.
  • De klant heeft onvoldoende feitelijk geconcretiseerd dat de trage werking van het softwaresysteem te wijten is aan een gebrekkige prestatie van de leverancier.
  • De klant is bij het kiezen van de software bijgestaan door haar ICT adviseur (tevens systeembeheerder van de klant). Dit betekent dat de leverancier niet als enige verantwoordelijk is voor de goede werking van de software.
  • Het argument dat de leverancier de klant onvoldoende heeft geïnformeerd over de benodigde hardware gaat niet op. Uit de correspondentie blijkt dat tussen de leverancier en de ICT adviseur is gecorrespondeerd over de vereisten waar de server aan moet voldoen.
  • De leverancier heeft voor te veel gebruikers een ‘concurrent user’ licentiebedrag gefactureerd. De leverancier stelt het aantal te hebben gebaseerd op het aantal daadwerkelijke gebruikers. De rechtbank overweegt dat slechts overeenstemming is bereikt over een lager aantal.
Ontbinding van de overeenkomst
De klant heeft ontbinding van de overeenkomst gevorderd op grond van artikel 6:267 lid 2 BW. Dit op basis van de gestelde toerekenbare tekortkoming (traag werkende software) van de leverancier. De rechtbank volgt dit niet. De klant heeft gesteld dat haar medewerkers inmiddels ruim twee jaar in hun dagelijkse werkzaamheden worden belemmerd vanwege een niet goed werkend softwaresysteem waardoor zij geen enkel vertrouwen meer in dit systeem hebben en daar niet meer mee willen werken. Verder heeft de klant aangevoerd dat zij vanwege het slecht werkende softwaresysteem veel extra kosten heeft moeten maken om de praktijk draaiende te houden. De rechtbank ‘beschouwt’ dit als een beroep op onvoorziene omstandigheden. Op grond van artikel 6:258 lid 1 BW kan de rechtbank ‘op verlangen van een partij’ de overeenkomst wijzigen of geheel of gedeeltelijk ontbinden. Zelfs met terugwerkende kracht. De rechtbank ontbindt de overeenkomst om de volgende redenen:
  • Gelet op de bijzondere omstandigheden wegen de belangen van de klant zwaarder dan die van de leverancier
  • De klant moet nu aanzienlijk meer kosten maken dan zij vooraf had voorzien
  • Het ontbreken van (enig) vertrouwen van de medewerkers van de klant in het softwaresysteem
  • Door dit alles is nakoming van de overeenkomst voor de klant uitermate bezwaarlijk geworden
  • Bij beide partijen is geen vertrouwen in een conflictloze voortzetting van overeenkomst
  • De leverancier heeft aangegeven dat de klant voor haar ‘slechts een kleine klant’ is terwijl de goede werking van de software voor de klant van essentieel belang is.
Kortom, de rechtbank ontbindt de overeenkomst per 1 januari 2020. De klant wordt daarnaast veroordeeld om de onbetaalde facturen, enigszins gecorrigeerd, te betalen. In de overeenkomst zijn partijen een volledige vergoeding van gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten overeengekomen. Omdat deze afspraak is gemaakt tussen twee professionele partijen, is dit dus het uitgangspunt. De leverancier heeft geen kostenoverzicht in het geding gebracht en om die reden wordt een reguliere kostenveroordeling uitgesproken.
Wat betekent dit voor de praktijk
  • Voor beide partijen is het van belang om in de overeenkomst goed vast te leggen wie verantwoordelijk is voor de hardware en infrastructuur;
  • De SLA is al relevant, zelfs wanneer de software nog niet is geïmplementeerd en geaccepteerd
  • Wanneer verhoudingen zodanig verstoord zijn dat een conflictloze voortzetting van de overeenkomst niet meer mogelijk is, dan kan dat aanleiding zijn voor ontbinding van de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden
  • Wanneer professionele partijen een volledige vergoeding van gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten overeenkomen, dan volgt de rechtbank dit ook. Het moet wel op een juiste wijze aan de rechter worden voorgelegd. Dit betekent op dit punt ongeveer een gelijkstelling met een arbitrageprocedure.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. Jos van der Wijst  
Zie ook: 
16 juni 2020 Webinar: een mislukt automatiseringsproject, en nu? [post_title] => Voor wiens rekening komt trage werking softwaresysteem; klant of leverancier? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => voor-wiens-rekening-komt-trage-werking-softwaresysteem-klant-of-leverancier [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-10 16:58:52 [post_modified_gmt] => 2020-06-10 14:58:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20845 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 20838 [post_author] => 39 [post_date] => 2020-06-10 13:51:29 [post_date_gmt] => 2020-06-10 11:51:29 [post_content] => De coronacrisis houdt huurder en verhuurder van bedrijfsruimten al sinds de uitbraak van het virus in Nederland bezig. Want voor wiens risico komt de coronacrisis nu? De gebrekenregeling, overmacht en onvoorziene omstandigheden zijn onderwerpen die veel de revue passeren. Tot voor kort was het nog onduidelijk hoe de rechter tegen de verschillende standpunten aankeek. Inmiddels zijn er drie uitspraken gepubliceerd. Welke lessen kunnen we uit deze uitspraken trekken?
Drie uitspraken
Van belang is om voorop te stellen dat de drie uitspraken kort geding uitspraken zijn, wat wil zeggen dat de rechter slechts een voorlopig oordeel geeft.
Eerste uitspraak
De eerste uitspraak is van de Rechtbank Noord-Nederland van 27 mei 2020 en ging tussen een kleine vastgoedbelegger en bierbrouwerij Inbev. Inbev verhuurt het horecapand onder aan een horeca exploitant. Het horecapand is uiteindelijk vanwege het de coronamaatregelen gedwongen gesloten. Inbev heeft vervolgens zelfstandig de huurprijs opgeschort met 1/3 en beroept zich in rechte op huurprijsvermindering. Inbev stelt dat het niet kunnen gebruiken van het gehuurde vanwege een gedwongen overheidsmaatregel is te zien als een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW en dat nu er sprake is van een gebrek haar een beroep op huurprijsvermindering toekomt. Inbev verwijst naar de parlementaire geschiedenis en de opvattingen van diverse juridische auteurs. De kantonrechter volgt het standpunt van Inbev. Bij de beoordeling of met succes huurprijsvermindering kan worden gevorderd is van belang dat het gebrek aan de verhuurder valt toe te rekenen, aldus artikel 7:204 lid 2 BW. De kantonrechter gaat hier niet op in, maar geeft wel aan dat hij het voorstel van Inbev om 2/3 van de huurprijs te betalen redelijk acht en wijst de vordering van de verhuurder af en de vordering van Inbev als huurder toe. Van belang is op te merken dat de gebrekenregeling uit Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van regelend recht voor de huur van bedrijfsruimten. Partijen kunnen hier dus afwijkende afspraken over maken, wat in de praktijk ook veelvuldig (onder meer in de ROZ-modellen) wordt toegepast. In de onderhavige zaak was het beroep op huurprijswijziging niet uitgesloten, waardoor de vordering van Inbev kon worden toegewezen.
Tweede uitspraak
De tweede uitspraak is van de Rechtbank Gelderland van 29 mei 2020. In deze uitspraak vordert voetbalclub Vitesse in kort geding te terugbetaling van een deel van de betaalde huur en tijdelijke huurprijswijziging tot uiterlijk 1 september 2020. Ook in deze uitspraak volgt de kantonrechter het betoog dat er sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW. Ook Vitesse wordt getroffen door een gedwongen overheidsmaatregel verhindert in het gebruik van het gehuurde. Er mogen immers tot 1 september 2020 geen voetbalwedstrijden (met publiek) worden gespeeld. In tegenstelling tot de eerste uitspraak is in de huurovereenkomst een beroep op huurprijsvermindering uitgesloten. De kantonrechter oordeelt dat deze uitsluiting in de huurovereenkomst op grond van de redelijkheid en billijkheid of op grond van onvoorziene omstandigheden opzij gezet kan worden. Opvallend is dat de kantonrechter vrij snel aanneemt dat de coronacrisis als onvoorziene omstandigheid is aan te merken. De kantonrechter legt hieraan ten grondslag dat een dergelijke pandemie bij het sluiten van de huurovereenkomst voorzienbaar was. Het is nooit eerder voorgekomen dat overheidsmaatregelen op een nationaal en internationaal niveau het gebruik van vrijwel alle bedrijfsruimten voor een langere periode feitelijk en juridisch onmogelijk maken, dan wel ernstig belemmeren. Om deze reden wijkt de coronacrisis volgens de kantonrechter ook af van de economische crisis uit 2008. De enkele aanwezigheid van een onvoorziene omstandigheid is niet voldoende. De onvoorziene omstandigheid moet van dien aard zijn dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst onaanvaardbaar is. De kantonrechter oordeelt dat Vitesse het beroep op onvoorziene omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd, in het bijzonder de financiële consequenties.
Derde uitspraak
De derde uitspraak is van de Rechtbank Overijssel van 3 juni 2020. In deze zaak ging het tevens om een horecapand. Er speelde al een langlopend geschil over het onderhoud en de hoogte van de huurprijs. De huurder heeft per 1 maart 2020 haar huurbetalingen opgeschort. De rechter wijst alle argumenten van de huurder af, waaronder een beroep op de gebrekenregeling en overmacht vanwege de coronacrisis. De kantonrechter oordeelt dat de gedwongen sluiting van het horecapand geen gebrek oplevert nu dit de sluiting in de gegeven omstandigheden aan de huurder is toe te rekenen. De kantonrechter wijst op de toepasselijke algemene bepalingen. In deze algemene bepalingen (ROZ-model) is opgenomen dat de huurder verantwoordelijk is voor vergunningen en dat het intrekken van deze vergunningen geen gevolgen heeft. De kantonrechter stelt dit gelijk aan de gedwongen sluiting vanwege de coronacrisis. Het risico van de sluiting is om die reden toe te rekenen aan de huurder. Ook een beroep op overmacht slaagt in deze zaak niet. De kantonrechter oordeelt dat de enkele betalingsonmacht vanwege de gedwongen sluiting geen beroep op overmacht rechtvaardigt. Volgens de kantonrechter zijn er vele situaties denkbaar waarbij de huurder een terugval heeft in inkomsten (waaronder arbeidsongeschiktheid) en dat deze inkomensterugval voor rekening van de huurder komt. De coronacrisis maakt dit niet anders. De vergelijking met aangehaalde verantwoordelijkheid voor het aanvragen en behouden van vergunningen uit de toepasselijke algemene bepalingen komt mij vergezocht over. Het langlopende conflict over het onderhoud en de hoogte van de huurprijs is hier ongetwijfeld debet aan.
Lessen voor de praktijk:
- Een gedwongen sluiting vanwege een overheidsmaatregel is waarschijnlijk aan te merken als gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. Deze opvatting is eerder in de literatuur ontwikkeld en vindt steun in de parlementaire geschiedenis. In de uitspraken van 27 en 29 mei volgt de kantonrechter dit standpunt. - Een gedwongen sluiting vanwege een overheidsmaatregel kan onder omstandigheden toch geen gebrek opleveren indien dit gebrek onder de gegeven omstandigheden is toe te rekenen aan de huurder. In de uitspraak van 3 juni volgt de kantonrechter dit standpunt. - De gebrekenregeling is van regelend recht en partijen kunnen hier in de huurovereenkomst afwijkende afspraken over maken. Zo is het recht op huurprijsvermindering in het nieuwe ROZ model contractueel uitgesloten. Het is daarom van belang om altijd de huurovereenkomst door te nemen om te beoordelen wat daarin staat verwoord. - Met een beroep op de redelijkheid en billijkheid, in het bijzonder de onvoorziene omstandigheden, kunnen onder omstandigheden de afwijkende afspraken in huurovereenkomsten opzij worden gezet. - Bij de beoordeling van het voorgaande is onder meer van belang: de maatschappelijke positie, de onderlinge verhoudingen van partijen, de aard en de ernst van de belangen (zoals de omvang van het verlies), hoe de financiële situatie was vóór de corona crisis en in hoeverre de verhuurder afhankelijk is van de huuropbrengst. Michael de Marco [post_title] => Eerste corona uitspraken: welke lessen kunnen huurders en verhuurders trekken? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-eerste-corona-uitspraken-vergeleken-welke-lessen-kunnen-we-trekken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-10 14:11:36 [post_modified_gmt] => 2020-06-10 12:11:36 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20838 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 20829 [post_author] => 7 [post_date] => 2020-06-10 11:41:36 [post_date_gmt] => 2020-06-10 09:41:36 [post_content] =>
Eerste vraag is: wat is het verpandingsverbod en waarom wordt het afgeschaft?
In het Burgerlijk Wetboek staat dat eigendom kan worden overgedragen, ook een vorderingsrecht. Iedereen kan dus een vordering die hij op een ander heeft overdragen. In hetzelfde artikel staat ook dat partijen kunnen regelen dat een vordering niet overdraagbaar is. Dat heet contractsvrijheid. In het contractenrecht is dat de hoofdregel. Partijen kunnen dus afspraken maken over de overdraagbaarheid van hun vordering, die afwijkt van het wettelijk stelsel. Elders in de wet is geregeld dat alles wat geldt voor het overdragen van een vordering, ook geldt voor het vestigen van een pandrecht daarop. Partijen kunnen er dus ook voor kiezen om te regelen dat op een vordering geen pandrecht gevestigd kan worden. Dat is een verpandingsverbod. Wat is daar op tegen en waarom wordt het afgeschaft?
Pandrecht
Dat houdt verband met de financieringspraktijk in het MKB. Veel kopers kopen op krediet en zijn daardoor debiteur van hun leverancier. Zij zien liever niet dat een ander dan hun eigen leverancier de zeggenschap krijgt over de incasso van die vordering. Ook willen ze zeker weten dat als ze betalen, dat ze dan ook bevrijdend betalen en niet nog een keer op betaling aangesproken kunnen worden. Daarom kiezen veel bedrijven ervoor in hun algemene voorwaarden op te nemen dat vorderingen niet kunnen worden overgedragen en worden verpand. Als de leverancier dan toch een pandrecht vestigt op die vordering, dan is dat pandrecht niet rechtsgeldig. Banken financieren MKB bedrijven met rekening-courant kredieten en vestigen op grote schaal een pandrecht op alle debiteuren van hun klanten. Het is dan wel erg zuur dat die pandrechten niet rechtsgeldig blijken te zijn als de bank die zekerheden juist nodig heeft. In de meerderheid van de gevallen manifesteert zich dat in een faillissement. Als dat te vaak voorkomt, zijn banken niet meer bereid om te financieren op basis van debiteurendekking. Dat is funest voor de financiering van het MKB. Daarom is de gedachte opgekomen het verpandingsverbod bij wet te verbieden.
Verpandingsverbod
In het verleden is over deze materie regelmatig geprocedeerd. Er zijn twee arresten van de Hoge Raad die maatgevend zijn voor de uitwerking van een verpandingsverbod. Wat doet een verpandingsverbod eigenlijk? Werkt het ten opzichte van iedereen en is het in alle gevallen niet geldig? Dat heet goederenrechtelijke werking. Of is het pandrecht alleen ongeldig tussen de partijen die het verpandingsverbod zijn overeengekomen ? Dat heet verbintenisrechtelijke werking. In het eerste geval is het pandrecht ongeldig als een bank dat gevestigd heeft in weerwil van het verpandingsverbod en heeft de bank dus geen zekerheid. In het tweede geval heeft de schuldeiser zich niet gehouden aan de afspraak met zijn debiteur om niet te verpanden, maar de bank heeft wel een geldig pandrecht verkregen. Het maakt dus nogal wat uit of een verpandingsverbod goederenrechtelijke werking heeft of verbintenisrechtelijke werking. In 2003 oordeelde de Hoge Raad in het arrest Oryx/Van Eesteren dat een verpandingsverbod tussen debiteur en crediteur goederenrechtelijke werking had. Op die grond sneuvelde het pandrecht  van de bank. Omdat dit onbevredigend was, kwam de Hoge Raad hier in 2014 op terug in het arrest Coface/Intergamma. Vanaf dat moment geldt dat in beginsel een verpandingsverbod verbintenisrechtelijke werking heeft, tenzij uitdrukkelijk is bepaald dat het goederenrechtelijke werking heeft.
Wetsvoorstel
Met het laatste arrest waren banken weer even geholpen, want in vrijwel geen enkele algemene voorwaarden was uitdrukkelijk bepaald dat het verpandingsverbod goederenrechtelijke werking had. Later zijn bedrijven hun algemene voorwaarden daar op aan gaan passen en deed het verpandingsverbod zijn herintrede na Coface/Intergamma. Dat is opnieuw frustrerend voor de financieringspraktijk, reden waarom de overheid nu met een wettelijke regeling komt die het opnemen van verpandingsverboden op vorderingen op naam verbiedt. Daarnaast regelt de wet meteen dat de mededeling die een pandhouder moet doen om het pandrecht openbaar te maken aan de debiteur alleen nog maar schriftelijk mag en het gevolg is nietigheid. Daarmee zijn met name banken en andere financieringsinstellingen, die vooral debiteuren als zekerheid hebben, geholpen. Het wetsvoorstel is in 2018 in internetconsultatie gegaan. Vervolgens is het in 2019 door de ministerraad gegaan en voorzien van een advies van de Raad van State. Op 2 juni 2020 heeft minister Dekker het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Met deze wet volgt Nederland het voorbeeld van onder andere Duitsland en Oostenrijk, die al een wettelijk verbod kennen. Wanneer de Tweede Kamer de wet aanneemt is nog onzeker en ook wanneer de Eerste Kamer het voorstel heeft goedgekeurd. De inwerkingtreding wordt later bij Koninklijk Besluit bekend gemaakt. Marc Heuvelmans Marc Heuvelmans     [post_title] => Het verpandingsverbod wordt afgeschaft [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => het-verpandingsverbod-wordt-afgeschaft [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-10 12:21:44 [post_modified_gmt] => 2020-06-10 10:21:44 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20829 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 20810 [post_author] => 8 [post_date] => 2020-06-08 11:59:56 [post_date_gmt] => 2020-06-08 09:59:56 [post_content] => Al jaren is er een discussie tussen professionals of co-ouderschap bij jonge kinderen wel of niet verstandig is. Voor kleine kinderen is rust, regelmaat en reinheid het beste, was vroeger het devies. Aangezien het toen vaak de moeder was die voor de kinderen zorgde en de vader werkte, werd bij een echtscheiding de voogdij aan de moeder gegeven en de vader werd dan toeziend voogd. Daarnaast werd er een omgangsregeling afgesproken met de vader en de kinderen. Bij jonge kinderen werden er veelal korte omgangsmomenten afgesproken, soms zelfs van één dag per veertien dagen. De wet is afgelopen jaren al diverse malen verbeterd. Eerst werd het gezamenlijk ouderlijk gezag automatisch bij echtscheiding behouden door beide ouders. En moesten er door ouders nadere afspraken over de invulling na echtscheiding gemaakt worden middels een ouderschapsplan dat bij de rechtbank moet worden ingediend. Als er een discussie komt over de uitvoering van het gezag kan in de echtscheidingsprocedure de rechter zich daarover uitlaten. Ook na de echtscheiding kan inmiddels via een procedure ex 1:253a BW de rechter verzocht worden om een beslissing. Door de jaren heen zijn vaders steeds meer een opvoedende rol gaan nemen, hetgeen ook heeft uitgewerkt in de jurisprudentie van de rechtbanken. Ook werd co-ouderschap een veel vaker voorkomend fenomeen, terwijl het woord co-ouderschap niet eens in de wet voorkomt.
Wat is co-ouderschap:
Men verstaat in de volksmond onder het co-ouderschap dat de tijd die je met je kind doorbrengt zoveel mogelijk gelijk verdeeld wordt tussen ouders.  Beide ouders hebben dan een week de kinderen bij zich. Ieder zorgt in die tijd voor de kinderen en regelt zelf oppas, school, verjaardagsfeestjes. Het is bij co-ouderschap erg wenselijk dat beide ouders onderling goed samenwerken en overleggen. Zo ook over bijvoorbeeld de slaaptijden en opvoedingsstijlen voor de kinderen. Gebleken is dat co-ouderschap, mits goed uitgevoerd, goed is voor de kinderen en hun beide ouders.
Hoe staat het met  co-ouderschap met jonge kinderen?
Bij kleine kinderen onder de vier jaren geldt ook dat als het co-ouderschap goed verloopt, dit in het belang is van het kind. Voor de ontwikkeling van een positief zelfbeeld is een goede hechting van het kind met beide ouders van belang. Inmiddels is in diverse psychologische onderzoeken gebleken dat jonge kinderen juist goede hechting nodig hebben met beide ouders, omdat de kans op problemen later bij een slechte hechting met (één van de ) ouders veel groter zijn. Concreet houdt dit in dat zowel vader als moeder het jonge kind meerdere malen per week moet zien en moet worden verzorgd door de vader en de moeder. Het verzorgen houdt dan in eten geven,  wassen, knuffelen, troosten en samen spelen. Met een goede hechting in de jonge jaren van een kind kunnen problemen in de toekomst voorkomen worden. Het vroegere uitgangspunt van rust en regelmaat is ook nog steeds van belang. Dit kan echter ook in twee aparte huizen, mits er een goede communicatie tussen de ouders is. Wel zullen de opvoedstijlen goed besproken moeten worden. Het is echter belangrijk dat het jonge kind regelmatig ieder van de ouders ziet. Een week de andere ouder niet zien, wordt bij jonge kinderen als veel te lang ervaren. Maak daarom samen een goed ouderschapsplan, waarin ieder van de ouders de nog  jonge kinderen regelmatig ziet. De nieuwste vorm van co-ouderschap is birth-nesting. Daarbij blijven de kinderen in hetzelfde huis, maar de ouders vertrekken de ene week naar het ene huis en de andere week naar het andere huis. Financieel is dit natuurlijk niet voor iedereen op te brengen. Bij een echtscheiding met jonge kinderen zal een goed ouderschapsplan, dat na enige tijd geëvalueerd wordt of verandert als het kind vier is van groot belang zijn. Verder hebben de ouders wellicht nog niet lang samengeleefd, zodat ook de opvoedingsstijl extra besproken zal moeten worden. Een goede communicatie is daarvoor noodzakelijk. Liedeke Floris [post_title] => Co-ouderschap bij jonge kinderen? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => co-ouderschap-bij-jonge-kinderen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-08 12:02:06 [post_modified_gmt] => 2020-06-08 10:02:06 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20810 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 20795 [post_author] => 6 [post_date] => 2020-06-05 10:16:55 [post_date_gmt] => 2020-06-05 08:16:55 [post_content] => Max Verstappen treedt op in een tv commercial voor JUMBO. In zijn F1 bolide bezorgt hij boodschappen aan huis. Picnic heeft daar vervolgens een persiflage op gemaakt met een Max Verstappen Look-a-like die in een Picnic auto boodschappen bezorgt. JUMBO zag de humor ervan in en vond het prima. Max Verstappen niet. De exploitatiemaatschappij van Max Verstappen (‘Mavic Sarl’) en Max Verstappen startten vervolgens een procedure tegen Picnic en eisten een verbod en een schadevergoeding. In het vonnis van 25 april 2018 stelde de rechtbank Amsterdam Mavic en Max Verstappen in het gelijk. Er was sprake van inbreuk op het portretrecht van Max Verstappen. Picnic moest een boete van€ 150.000,= betalen. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld: Max Verstappen vond het bedrag aan schadevergoeding te laag en Picnic vond dat er geen sprake was van inbreuk op het portretrecht. Picnic heeft daarbij een beroep op haar vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). inbreuk portretrecht In het arrest van 2 juni 2020 heeft het gerechtshof Amsterdam dit vonnis vernietigd en anders beslist. Het hof oordeelde dat er (i) Mavic geen vordering kon baseren op portretrecht van Max Verstappen en (ii) dat er geen sprake was van inbreuk op het portretrecht omdat sprake was van een persiflage en (iii) dat Max Verstappen niet in zijn zakelijke belangen is geschaad. Wat is voor de praktijk relevant uit de uitspraak van het hof:
  • Een vordering gebaseerd op portretrecht kan alleen worden ingesteld door de geportretteerde zelf (of na zijn overlijden zijn erfgenamen).
  • Voor het publiek was het duidelijk dat in de Picnic commercial een ‘Max Verstappen look-a-like’ te zien was. Max Verstappen zelf was niet te zien. Het portretrecht gaat niet zover dat iemand kan optreden wanneer een look-a-like wordt afgebeeld. Zelfs niet wanneer de associatie met opzet wordt gewekt. Voorwaarde is wel dat het buiten twijfel moet zijn dat het om een look-a-like gaat en niet het ‘origineel’ zelf.
  • Gebruik van een look-a-like kan onrechtmatig zijn wanneer het ‘origineel’ in zijn eer en goede naam wordt aangetast of zakelijke belangen worden door de openbaarmaking van het beeldmateriaal worden geschaad.
  • In dit geval oordeelde het hof dat Max Verstappen niet in zijn eer en goede naam was aangetast. De Picnic commercial maakte Max Verstappen niet belachelijk en hij blijft een aantrekkelijk voor sponsoren.
  • Het hof oordeelde verder dat Max Verstappen ook niet in zijn zakelijke belangen was geschaad. Jumbo zag de humor in van de Picnic commercial, heeft het contract met Max Verstappen verlengd kort na het uitkomen van de Picnic commercial en Max Verstappen had niet zelf in de Picnic commercial kunnen optreden (gelet op de sponsorrelatie met Jumbo).
Kortom, de vorderingen van Mavic en Max Verstappen werden geheel afgewezen. De betreffende Picnic commercial is hier te zien op YouTube.
Grenzen opzoeken
Bij het maken van commercials/reclame uitingen wordt soms met opzet een associatie met een concurrent of concurrerend product gemaakt. Daarbij zijn er dus wel degelijk mogelijkheden. Wij adviseren over deze grenzen en hoe te handelen wanneer grenzen (mogelijk) zijn overschreden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. Jos van der Wijst
Gerelateerd artikel:
- Kop van Cruyff is geen ton waard! [post_title] => Picnic maakt toch geen inbreuk op portretrecht Max Verstappen [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => picnic-maakt-toch-geen-inbreuk-op-het-portretrecht-van-max-verstappen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-05 10:20:16 [post_modified_gmt] => 2020-06-05 08:20:16 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20795 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 20922 [post_author] => 16 [post_date] => 2020-06-17 15:12:46 [post_date_gmt] => 2020-06-17 13:12:46 [post_content] =>
Werkgeversaansprakelijkheid algemeen
De werkgeversaansprakelijkheid is geregeld in art 7:658 van het burgerlijk wetboek. Volgens dit artikel heb je als werkgever een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat de werkgever verplicht is maatregelen te nemen, die nodig zijn  om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt  in de uitoefening van zijn werk. Deze maatregelen zijn bedoeld voor het scheppen van een veilige en gezonde werkomgeving. De werkgever moet duidelijke en goede instructies geven aan zijn werknemers en toezien op naleving hiervan.
Werkgeversaansprakelijkheid  en Corona
Het Coronavirus heeft ervoor gezorgd dat een werkgever extra maatregelen moet treffen om te zorgen voor een veilige werkomgeving en zodoende te voldoen aan zijn zorgplicht. Invulling van deze  zorgplicht is wel afhankelijk van de bedrijfstak en dus enigszins ingekleurd. Het is voor te stellen dat maatregelen in de zorg anders zijn dan in de supermarkt of kantoren. De regels die in Nederland zijn ingevoerd moeten ook op de werkvloer gehandhaafd worden. Onder andere de 1 ½ m afstand en het treffen van hygiënemaatregelen, zoals bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van handalcohol. De werkgever zal haar werknemers hier duidelijke instructies over moeten geven. Maar ook controle moeten uitoefenen of deze instructies worden nageleefd, om te voldoen aan zijn zorgplicht. De werkgever zal de werknemer moeten aanspreken als de instructies niet worden nageleefd. Immers mensen zijn nu eenmaal niet altijd voorzichtig genoeg. Het is niet zo dat de zorgplicht van de werkgever zo ver gaat dat het risico nihil is, maar deze is wel gericht op verkleining van de kans op corona besmetting.
Aansprakelijk stellen werkgever bij besmetting
De werknemer hoeft alleen te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen bij de uitvoering van zijn werkzaamheden, waarna de werkgever schadeplichtig is. De schadeplicht van de werkgever vervalt alleen als de werkgever kan aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Voor een werknemer is het echter lastig om aan te tonen dat hij het corona virus heeft gekregen op het werk. Immers dit kan hij overal opgedaan hebben zoals bijvoorbeeld  in de supermarkt. Hij kan de ziekte dus ook ergens anders hebben opgelopen. Aan het eerste vereiste voor werkgeversaansprakelijkheid zal niet snel  kunnen worden voldaan. Als echter zeer duidelijk is dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden door bijvoorbeeld de minimale maatregelen ter voorkoming van corona niet te treffen kan de rechter oordelen dat het voldoende waarschijnlijk is dat de werknemer het virus heeft opgelopen op het werk. De privé omstandigheden worden dan ook in ogenschouw genomen. De rechter kan bij schending van de zorgplicht ook de bewijslast omdraaien. De werkgever moet dan bewijzen dat de betreffende werknemer de ziekte op een andere plaats heeft opgelopen.
Conclusie
Alhoewel de bewijsrechtelijke drempel voor de werknemer moeilijk is, kan het dus zijn dat hij alsnog in zijn bewijspositie wordt tegemoet gekomen en met succes de werkgever kan aanspreken. Wilt u meer informatie over aansprakelijkheid neem dan contact met met Edith de Koning. Edith de Koning     [post_title] => Werknemer getroffen door Corona. Is werkgever aansprakelijk? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => werknemer-getroffen-door-corona-is-werkgever-aansprakelijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2020-06-17 15:17:51 [post_modified_gmt] => 2020-06-17 13:17:51 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=20922 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 642 [max_num_pages] => 65 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 2d7640b022eb3916cb2dec38bc4fc933 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => )
Werkgeversaansprakelijkheid algemeen De werkgeversaansprakelijkheid is geregeld in art 7:658 van het burgerlijk wetboek. Volgens dit artikel heb je als werkgever een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat de werkgever verplicht is maatregelen te nemen, die nodig zijn  om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt  in de uitoefening van zijn werk. Deze maatregelen zijn bedoeld...
Lees meer
Het is een veelgestelde vraag: mag een fotograaf die in opdracht foto’s heeft gemaakt, ook zelf de foto’s gebruiken? Ja, in sommige gevallen mag dat. Met de nadruk op sommige, want het mag lang niet altijd. Om te beginnen moet er een onderscheid worden gemaakt tussen portretten en andere foto’s. Portretfoto’s Portretfoto’s zijn foto’s waarop...
Lees meer
Een merk is het gezicht van de onderneming en daarom van grote waarde. Merkinbreuk komt helaas vaak voor in de praktijk. Het beoordelen van merkinbreuk kan erg lastig zijn. Er wordt naar verschillende elementen gekeken, zoals de visuele of auditieve aspecten. In deze blog wordt ingegaan op de volgende vraag: hoe wordt merkinbreuk beoordeeld? Deze...
Lees meer
Er zijn inmiddels enkele uitspraken in kort geding gewezen waaruit blijkt dat de sluiting van het gehuurde als gevolg van een overheidsmaatregel zoals die in verband met het coronavirus een ‘gebrek’ kan opleveren in de zin van artikel 7:204 BW. Een gebrek is elke op het gehuurde betrekking hebbende omstandigheid die het genot ervan beperkt....
Lees meer
Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is op 25 mei 2018 de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) ingevoerd. De ervaringen met de UAVG zijn, zoals afgesproken bij de invoering hiervan, geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie is er in oktober 2019 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd. Inmiddels is er...
Lees meer
Voor wiens rekening komt trage werking softwaresysteem; klant of leverancier? Deze vraag stond centraal in een procedure over medische software. De conclusie is dat de rechtbank oordeelt dat de trage werking van de software , in dit geval, voor rekening van de klant komt. Maar, gelet op de bijzondere situatie ontbindt de rechtbank de overeenkomst...
Lees meer
De coronacrisis houdt huurder en verhuurder van bedrijfsruimten al sinds de uitbraak van het virus in Nederland bezig. Want voor wiens risico komt de coronacrisis nu? De gebrekenregeling, overmacht en onvoorziene omstandigheden zijn onderwerpen die veel de revue passeren. Tot voor kort was het nog onduidelijk hoe de rechter tegen de verschillende standpunten aankeek. Inmiddels...
Lees meer
Eerste vraag is: wat is het verpandingsverbod en waarom wordt het afgeschaft? In het Burgerlijk Wetboek staat dat eigendom kan worden overgedragen, ook een vorderingsrecht. Iedereen kan dus een vordering die hij op een ander heeft overdragen. In hetzelfde artikel staat ook dat partijen kunnen regelen dat een vordering niet overdraagbaar is. Dat heet contractsvrijheid....
Lees meer
Al jaren is er een discussie tussen professionals of co-ouderschap bij jonge kinderen wel of niet verstandig is. Voor kleine kinderen is rust, regelmaat en reinheid het beste, was vroeger het devies. Aangezien het toen vaak de moeder was die voor de kinderen zorgde en de vader werkte, werd bij een echtscheiding de voogdij aan...
Lees meer
Max Verstappen treedt op in een tv commercial voor JUMBO. In zijn F1 bolide bezorgt hij boodschappen aan huis. Picnic heeft daar vervolgens een persiflage op gemaakt met een Max Verstappen Look-a-like die in een Picnic auto boodschappen bezorgt. JUMBO zag de humor ervan in en vond het prima. Max Verstappen niet. De exploitatiemaatschappij van...
Lees meer
Agentuur- en bemiddelingsovereenkomst, wat is het verschil?
Lees meer
De 7 verschillen in auteursrecht is een mythe
Lees meer
RAINS vs. Zara: geen auteursrecht, wel slaafse nabootsing
Lees meer
Merkgebruik bij import producten en doorverkoop
Lees meer
Aansprakelijkheid bij affiliate marketing
Lees meer
Mag fotograaf foto’s gebruiken voor eigen doel?
Lees meer
Wanneer is er sprake van merkinbreuk?
Lees meer
Foto’s gebruiken op moodboards in Fashion
Lees meer
Inbreuk auteursrecht in documentaire Michael Moore
Lees meer
NVM is niet verplicht om VBO-leden toegang tot data te geven
Lees meer
Vernietiging van een ingeschreven merk: hoe dan?
Lees meer
Klinische evaluatie bij combinatiegebruik van medische hulpmiddelen
Lees meer
Kan ik de vorm van een product met een vormmerk (3D) beschermen?
Lees meer
Reclame voor geneesmiddelen, maar niet zelf verkopen: mag dat zomaar?
Lees meer
Dragons’ Den deel 2: de ondernemer die het snapt
Lees meer
De lessen uit Dragons’ Den
Lees meer
Waarom Rumag auteursrechtinbreuk maakt
Lees meer
Checklist verpakken van producten
Lees meer
Wanneer is verpakken/opnieuw inpakken van producten toegestaan?
Lees meer
Primark versus Dr. Martens
Lees meer
Intellectueel eigendomsrecht
Lees meer
Domeinnamen
Lees meer
Auteursrecht
Lees meer
Fashion & Design
Lees meer
Wie heeft recht op de domeinnaam?
Lees meer
De octrooigemachtigde en het faillissement (Deel 2)
Lees meer
Geslaagde bijeenkomst Blockchain & Food tijdens Den Bosch Data Week
Lees meer
Hoge boetes voor webwinkels die consumentenregelgeving overtreden
Lees meer
Identieke handelsnaam in de hotellerie: Bosch hotel mag naam blijven gebruiken
Lees meer
De octrooigemachtigde en het faillissement (deel 1)
Lees meer
Kartelverbod ook bij (Tech-)licenties en samenwerkingscontracten aanwezig
Lees meer
Productomschrijving op een website. Auteursrecht mogelijk?
Lees meer
Nieuw Intellectueel Eigendomsrecht/ IT recht advocatenkantoor in Eindhoven
Lees meer
Tips voor het verkrijgen van auteursrechten
Lees meer
Auteursrecht op website(teksten)
Lees meer
Bescherming winkelinterieur
Lees meer
Is het interieur van een winkel beschermd?
Lees meer
Het beëindigen van de onderneming bij een inbreuk op IE-rechten
Lees meer
Dezelfde handelsnaam maakt toch geen inbreuk. Hoe kan dat?
Lees meer
Is de vormgeving van een industrieel product beschermd?
Lees meer
Hoever mag je gaan bij het nabootsen van een stijl/concept?
Lees meer
Adidas merk onderuit door nieuwe uitspraak
Lees meer
Aanvraag Tommy Hilfiger bescherming auteursrechten afgewezen
Lees meer
Inbreuk op merken in de beauty branche
Lees meer
Domeinnamen en merken: het wil nog wel eens botsen
Lees meer
Hoe bescherm ik mijn intellectuele eigendom bij een faillissement?
Lees meer
Reclameregels voor geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en gezondheidsproducten
Lees meer
Farma, Health en Life Sciences
Lees meer
  • Seminar arbeidsrecht: Help, ik moet reorganiseren!

    Lees meer