Achtste WHOA-uitspraak: Geen afkoelingsperiode

17 feb 2021

Op 17 februari 2021 verscheen de achtste WHOA-uitspraak. Onderaan dit artikel zijn de blogjes over de zeven voorgaande uitspraken te vinden. De achtste uitspraak is een vervolg op de zesde WHOA-uitspraak. In de zesde WHOA-uitspraak wees de rechtbank het verzoek tot benoeming van de voorgestelde herstructureringsdeskundige af, terwijl in deze achtste uitspraak de rechtbank oordeelt over de gevraagde afkoelingsperiode.

Het verzoek

Verzoekers exploiteren een onderneming in een vennootschap onder firma. Verzoekers huren hiertoe een pand bij verhuurder. Daarnaast heeft de verhuurder ook een lening aan Verzoekers verstrekt. De vordering van de verhuurder bedraagt € 492.366,60. De verhuurder wordt niet betaald, waarop hij conservatoir beslag heeft gelegd op de woningen en bankrekeningen van Verzoekers en een bodemprocedure is gestart. In het licht van een WHOA-traject wensen Verzoekers dat de rechtbank een afkoelingsperiode gelast. Op die manier hopen zij te voorkomen dat de Verhuurder na het verkregen vonnis tot executie overgaat en akkoord daarmee dwarsboomt.

De afkoelingsperiode

De rechtbank overweegt dat artikel 376 lid 1 Faillissementswet stelt dat de schuldenaar in drie gevallen een verzoek kan indienen voor het gelasten van een afkoelingsperiode. Dit betreft de volgende gevallen:

  1. Als er door de schuldenaar al een WHOA-akkoord is aangeboden;
  2. Als er door de schuldenaar is toegezegd dat binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een WHOA-akkoord zal worden aangeboden;
  3. Als er door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen.

De rechtbank stelt vast dat ten tijde van de behandeling van het verzoek geen van de drie gevallen zich voordoet. De rechtbank kan in dat geval niet anders dan de Verzoeker niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank overweegt ten slotte nog dat Verzoekers niet de noodzaak van het opheffen van de beslagen gedurende het WHOA-traject hebben aangetoond. Vervolgens hebben de Verzoekers ook nagelaten om uit te leggen dat de afkoelingsperiode de beslaglegger niet wezenlijk in zijn belangen schaadt. Zou er dus sprake zijn van één van de drie gevallen, dan zou de rechtbank het verzoek bij gebrek aan deze motivering alsnog afwijzen.

Koppeling met de zesde WHOA-uitspraak

Deze achtste WHOA-uitspraak dateert van 29 januari 2021. Op diezelfde dag vond ook de zesde WHOA-uitspraak in deze zelfde zaak plaats. In de zesde WHOA-uitspraak wees de rechtbank een verzoek tot benoeming van de voorgestelde herstructureringsdeskundige af. Met deze afwijzing was er op 29 januari 2021 geen grond meer voor toewijzing van een afkoelingsperiode, zoals uit deze achtste uitspraak valt te herleiden. Verzoekers hebben wel de mogelijkheid gekregen om het verzoekschrift aan te vullen met twee of drie offertes van mogelijke herstructureringsdeskundigen. Dit viel te lezen in de zesde WHOA-uitspraak.

Blogs over de eerdere WHOA-uitspraken

Vormt de WHOA wellicht ook een oplossing voor de schulden van uw onderneming? Of wordt u geconfronteerd met een partij die een WHOA-traject wil starten? Neem dan eens vrijblijvend contact met ons op.

BG.legal