Door meerdere ontwikkelaars is samen het software programma Nxt software ontwikkeld. Een aantal ontwikkelaars hebben hun rechten (auteursrecht) op de software overgedragen aan een speciaal daarvoor opgerichte vennootschap: Jelurida IP BV. (‘Jelurida’) Deze is de software gaan beheren en door ontwikkelen. Zij biedt derden de mogelijkheid om deze software te gebruiken, waaronder deze (geheel of gedeeltelijk) over te nemen in eigen software. Maar wel onder de voorwaarden die zijn opgenomen in de Jelurida Public License (‘JPL’). Onderdeel daarvan vormt de verplichting om de ‘copyright notice’ steeds te vermelden. Met de copyright notice wordt duidelijk aangegeven dat Jelurida auteursrechthebbende is en dat aan het gebruik van de Nxt software voorwaarden verbonden zijn.
Het bedrijf Apollo Fintech Ltd (‘Apollo’) heeft de Nxt software gebruikt als basis voor blockchain platform, waarop de cryptomunt Apollo Currency wordt aangeboden.
Apollo heeft de copyright notice echter niet vermeld. Zij heeft evenmin de JPL opgenomen in haar software, hetgeen wel had gemoeten.
In eerste aanleg heeft de kort geding rechter Apollo in het ongelijk gesteld en ge-/verboden op gelegd. Zij vond voldoende aannemelijk dat Jelurida tenminste mede-auteursrechthebbende was en dat zij gerechtigd was tot het exploiteren van de Nxt software onder toepassing van de JPL.
Partijen zijn in hoger beroep gekomen van dit vonnis.
Mede-auteursrecht
Beide partijen gaan ervan uit dat de Nxt software door meerdere personen is ontwikkeld. Zowel Jelurida als Apollo claimen dat een of meer van deze personen de auteursrechten aan hen hebben overgedragen. Het hof onderzoekt allereerst of sprake is van:
één gemeenschappelijk werk: hiervan is sprake wanneer de bijdragen van de verschillende makers niet scheidbaar zijn. In dat geval is sprake van één auteursrecht dat aan de makers gemeenschappelijk toekomt. Dit kan alleen gezamenlijk door hen worden geëxploiteerd. Maar in het geval van een inbreuk, kan ieder afzonderlijk ‘handhavend’ optreden; of
een combinatie van afzonderlijke werken: in dat geval is sprake van meerdere auteursrechten en gaat iedere auteur over de exploitatie/handhaving van zijn/haar eigen werk.
Het hof oordeelt dat hier sprake is van een gemeenschappelijk werk, tenminste voor het ‘centrale server gedeelte’ van de software. Het hof overweegt dat de Nxt software is ontwikkeld in een open source project, waarbij iedere geïnteresseerde aan de code kon bijdragen. Het overgrote deel van de code dat daarbij werd geschreven – ‘de Java-code’ – zag op de feitelijke werking van de software. Volgens het hof bestaat dit deel van de software niet uit scheidbare delen en dient het derhalve als een gemeenschappelijk werk te worden aangemerkt. Hieraan doet niets af dat Jelurida in een overzicht concreet had aangegeven welk deel van de Java-code door welke ontwikkelaar was geschreven. Het hof overweegt dat dit nog steeds geen ‘scheidbaar gedeelte’ oplevert en er dus sprake is van een gemeenschappelijk werk en niet van afzonderlijke werken.
Apollo heeft niet betwist dat een substantieel deel van de Nxt software in haar software is overgenomen.
Overdracht auteursrecht
Het auteursrecht op bepaalde delen van de Nxt software is door ontwikkelaars schriftelijk aan Jelurida en Apollo overgedragen. Apollo heeft gesteld dat de overdrachtsakte van Jelurida niet (voldoende) specifiek zou zijn ten aanzien van wat er wordt overgedragen en dat niet is vermeld dat slechts een deel van het auteursrecht wordt overgedragen en welk deel. Het hof passeert dit verweer. In de overdrachtsakte was een verwijzing opgenomen naar een release datum met als bijlage documenten met code. Het hof vond dit voldoende gespecificeerd. In het document was verder per ontwikkelaar aangegeven voor welk percentage hij had bijgedragen. Ook dat vond het hof voldoende gespecificeerd.
Apollo medegerechtigde?
Apollo stelt dat zij geen inbreuk kan maken omdat een van de ontwikkelaars het auteursrecht aan haar had overgedragen. Daardoor is Apollo medegerechtigde geworden en kan zij dus geen inbreuk maken. De betreffende auteur is ter zitting (online) gehoord. Hij gaf aan dat hij niet meegeschreven heeft aan het ‘Java-code gedeelte’. Wel heeft hij meegeschreven (in JavaScript) aan de user interface. Dit deel staat los – en is dus scheidbaar van – de Java-code. Het hof gaat er daarom vanuit dat Apollo geen medegerechtigde is geworden van de Java-code, wat het grootste deel van de broncode omvat van de Nxt software.
Maar zelfs al zou Apollo medegerechtigde zijn geworden, dan nog kan de vordering tegen haar worden ingesteld omdat:
De vordering is ingesteld tegen een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht
Het gebruik door Apollo geen gebruik is in de zin van artikel 3:169 BW maar in wezen een vorm van exploitatie is;
Exploitatie alleen met instemming van de deelgenoten tezamen kan plaatsvinden en Apollo toestond dat derden de Nxt software gebruikten zonder de JPL voorwaarden te respecteren.
Apollo niet heeft toegelicht waarom haar handelwijze met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.
En dus wordt het vonnis, in overwegende mate, bekrachtigd door het hof.
Grensoverschrijdendebevelen
Jelurida had in eerste aanleg al gevorderd dat de bevelen ook worden opgelegd in EU Lidstaten buiten Nederland. In eerste aanleg is dat afgewezen. In hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de vorderingen sub I (bevel tot nakoming van de JPL).
Deze vorderingen zullen in de andere EU lidstaten op eenzelfde manier worden beoordeeld als in Nederland. En dus kan dat bevel ook worden opgelegd voor de andere EU Lidstaten.
Ten aanzien van vordering sub III (bevel tot het verstrekken van gegevens) en sub IV (bevel tot het uitsturen van berichten aan afnemers) is het oordeel anders. Het hof overweegt dat onvoldoende duidelijk is geworden dat in andere EU Lidstaten deze vorderingen op eenzelfde manier worden beoordeeld als in Nederland. En dus worden bevelen niet opgelegd voor andere EU Lidstaten.
Wat betekent dit voor de praktijk:
Wanneer door meerdere personen/organisaties gezamenlijk software wordt geschreven, dan dient voor de (eventuele) overdracht van de IE-rechten aan een exploitatie vennootschap (‘IP BV’) de bijdrage van eenieder aan de software zorgvuldig te zijn vastgelegd.
Een extra complicerende factor daarbij is het gebruik van open source code en programmeurs die de software in verschillende landen ontwikkelen (per land moet dan worden beoordeeld of er auteursrecht ontstaat, of er een gemeenschappelijk auteursrecht kan ontstaan en hoe auteursrechten moeten worden overgedragen).
Bij een gemeenschappelijk auteursrecht kan iedere gerechtigde optreden bij inbreuken. Gezamenlijk beslissen de gerechtigden over de exploitatie van het gemeenschappelijk auteursrecht.
Voor vragen over (gemeenschappelijk) auteursrecht op software kunt u terecht bij leden van onze sectie IT-recht.
Jos van der Wijst[1] Gerechtshof Amsterdam, 12 juli 2022, zaaknummer: 200.285.607/01 (Apollo / Jelurida IP)
[caption id="attachment_29428" align="alignleft" width="200"] Jos van der Wijst[/caption]
[post_title] => Gemeenschappelijk auteursrecht op software, wie heeft aanspraak op welk deel?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => gemeenschappelijk-auteursrecht-op-software-wie-heeft-aanspraak-op-welk-deel
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-07-20 10:37:51
[post_modified_gmt] => 2022-07-20 08:37:51
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=31283
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[1] => WP_Post Object
(
[ID] => 31165
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-07-15 09:02:40
[post_date_gmt] => 2022-07-15 07:02:40
[post_content] => Procedures over de handelsnaam houden procederend Nederland goed bezig. Recent oordeelde de rechtbank Roermond over een conflict tussen de handelsnamen Mister Jobs en Mr. Jobs.
Mister Jobs is een arbeidsbemiddelingsbureau, gevestigd in Amsterdam en Arnhem. Dit bureau is opgericht in 2017. Mr. Jobs is ook een arbeidsbemiddelingsbureau, gevestigd in Echt. Dit bureau is later opgericht dan Mister Jobs. Je zou dan ook denken, de handelsnamen lijken wel erg veel op elkaar. Ook doen de bedrijven hetzelfde. Oftewel, dit mag niet. Toch?
Geen inbreuk
Niets is minder waar. De rechtbank oordeelde dat Mr. Jobs geen inbreuk maakte op de handelsnaam van Mister Jobs. Mr. Jobs mag de naam dus blijven gebruiken.
Dit mag omdat er volgens de rechter geen verwarringsgevaar is tussen de handelsnamen. Oftewel, het gevaar dat het publiek de bedrijven met elkaar verwart of denkt dat ze aan elkaar gelinkt zijn. Er is geen verwarringsgevaar omdat:
De websites van de bedrijven inhoudelijk van elkaar afwijken;
De term Mister en de afkorting Mr. zijn veelgebruikte termen van beschrijvende aard. Deze moeten voor iedereen vrij blijven om te gebruiken;
Mister Jobs legt de focus op hoger opgeleid ICT-personeel. Mr. Jobs richt zich op personeel op MBO-niveau in de sectoren bouw, techniek, commercie, administratie, productie en logistiek. Hierdoor zijn de soort diensten die de bureaus aanbieden anders, aldus de rechter;
Mister Jobs is gevestigd in Arnhem en Amsterdam. Mr. Jobs is gevestigd in Echt. Dat de websites van beide bedrijven in heel Nederland zijn te raadplegen is irrelevant. Het werkgebied waarin de bedrijven actief zijn is namelijk kleiner. Mister Jobs is actief in Midden-Nederland en de Randstad. Mr. Jobs is actief in Brabant en Limburg. Er zit geen overlap tussen de werkgebieden;
Omstandigheden van het geval
Zo zie je maar. Een procedure over een handelsnaam kan een gelopen race lijken, maar hoeft dit niet te zijn. Alles hangt af van de omstandigheden van het geval.
Alternatieve uitkomst
Naar mijn mening had deze zaak ook anders kunnen aflopen. Een andere rechter had kunnen oordelen dat de bedrijven wel dezelfde diensten aanbieden. Dit zou naar mijn mening goed verdedigbaar zijn, omdat beide bedrijven actief zijn in de arbeidsbemiddelingsmarkt. Ook zou een andere rechter kunnen oordelen dat het werkgebied van de bedrijven groter is. Er is dan wél sprake van overlap tussen de werkgebieden.
Om meer te weten over een handelsnaamrecht kun je ook onderstaande video bekijken:
Vragen?
Wil je een bedrijf oprichten en/of product op de markt brengen, maar weet je nog niet of je de naam die je bedacht hebt mag gebruiken? Of heb je een handelsnaamgeschil en wil je ons advies? Wij helpen je graag. Neem vrijblijvend contact op.
Heb je regelmatig korte juridische marketingvragen? Dan is onze marketinghulplijn mogelijk iets voor jou!
[post_title] => Maakt de handelsnaam Mr. Jobs inbreuk op de handelsnaam Mister Jobs?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => maakt-de-handelsnaam-mr-jobs-inbreuk-op-de-handelsnaam-mister-jobs
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-10-03 10:56:32
[post_modified_gmt] => 2022-10-03 08:56:32
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=31165
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[2] => WP_Post Object
(
[ID] => 30923
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-07-04 16:05:40
[post_date_gmt] => 2022-07-04 14:05:40
[post_content] => DUO heeft als uitvoerende organisatie op het gebied van onderwijs veel data. Van basisschoolleerlingen tot masterstudenten wordt er door DUO data verzameld. Omdat dit persoonsgegevens zijn, en vaak ook van kinderen, deelde DUO deze data niet op leerling niveau met onderzoekers. Er is uiteraard wel al data beschikbaar op school niveau, zoals de hoeveelheid leerlingen per onderwijsniveau. Daar komt nu verandering in. DUO geeft onderzoekers nu de mogelijkheid om een onderzoeksvraag op te sturen. Mocht de vraag passen bij de beschikbare data, dan krijgen de onderzoekers een synthetische dataset om hun onderzoek op te doen.
Wat is synthetische data?
Synthetische data is data die is gemaakt op basis van de onderliggende eigenschappen van een dataset. Met behulp van statistiek en machine learning wordt er gekeken naar de essentiële kenmerken van de individuen in de originele dataset. Op basis van deze essentiële kenmerken worden er nieuwe, fictieve individuen gegenereerd. Hierdoor zijn de originele individuen niet meer te herkennen, waardoor de dataset geen persoonsgegevens meer bevat. Wel blijven de relaties tussen de verschillende kenmerken bewaard. Hierdoor kunnen onderzoekers de data nog steeds gebruiken voor hun onderzoek. DUO biedt zelfs aan om de aanpak van de onderzoekers nog te verifiëren op de echte data.
Welke data heeft DUO dan?
DUO is betrokken bij al het reguliere onderwijs in Nederland, van de kinderopvang tot aan de universiteit. Hierdoor heeft DUO veel verschillende soorten data. Een kort overzicht:
Achtergrond kenmerken van alle leerlingen;
Samenstelling van scholen;
Resultaten van eindtoetsen en examens;
Studierichtingen en duur van de studie op het MBO, HBO en de universiteit.
Daarnaast is DUO betrokken bij de studiefinanciering, inburgering en het bijhouden van alle verleende diploma’s.
Als onderzoekers deze data op leerling niveau kunnen onderzoeken dan biedt dit veel mogelijkheden. Er kan onderzoek worden gedaan naar het hele onderwijssysteem, het onderwijs binnen een instelling of juist naar de loopbaan van individuen.
Wat kan ik ermee?
De meeste lezers van dit artikel zullen geen onderwijswetenschappers zijn. Deze actie van DUO geeft voor alle organisaties die veel persoonsgegevens beheren waarop onderzoek kan worden gedaan een goed voorbeeld. Het is veel makkelijker en veiliger om synthetische data te delen en dan eventueel de resultaten te valideren. De AVG is niet van toepassing op de synthetische data en er is geen gevaar voor een datalek. Als private partij kan synthetische data ook nuttig zijn bij het delen van data.
Voor vragen over het toepassen van synthetische data kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst.
[post_title] => DUO lanceert synthetische dataset
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => duo-lanceert-synthetische-dataset
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-07-01 15:00:23
[post_modified_gmt] => 2024-07-01 13:00:23
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30923
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[3] => WP_Post Object
(
[ID] => 30756
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-27 10:32:58
[post_date_gmt] => 2022-06-27 08:32:58
[post_content] => Het kabinet is de afgelopen tijd bezig geweest met het ontwikkelen van instrumenten om overheden en bedrijven die AI-toepassingen gebruiken te ondersteunen. Een van deze instrumenten is de Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes (IAMA). De IAMA is een instrument bedoeld voor de discussie en besluitvorming over de inzet van AI-toepassingen bij de overheid en is gemaakt door onderzoekers van de Universiteit Utrecht. Op 29 maart 2022 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarmee ze de regering verzoekt om het verplicht te maken om nieuwe algoritmes te beoordelen met de IAMA.
Hoe is de IAMA ingericht?
De IAMA bestaat uit een grote hoeveelheid vragen, onderverdeeld in vier stappen. De vier stappen zijn Waarom, Wat, Hoe en Mensenrechten. Iedere stap bestaat uit meerdere onderdelen en is gebouwd op een aantal brondocumenten. Voor ieder vraag is er een toelichting opgenomen over het doel van de vraag en welke betrokken personen er nodig zijn om de specifieke vraag goed te beantwoorden.
Stap 1: Waarom?
In de eerste stap van de IAMA gaat het om de reden voor het gebruiken van een AI-toepassing. Waarom wordt er gekeken naar een AI-toepassing, welke redenen zitten daarachter en wat is het doel? Welke waarden worden er gediend door de inzet van het systeem en welke komen er door het gebruik in het gedrang? De antwoorden op deze vragen vormen de antwoorden in de latere stappen.
Stap 2: Wat?
Deze stap is onderverdeeld in twee delen: invoer en doorvoer. Bij invoer gaat het om de data die gebruikt gaat worden en de voorwaarden voor het gebruik van die data. Daarnaast wordt er ook gekeken naar de beveiliging en archivering van de data en de AI-toepassing. Bij doorvoer staat het onderliggende model van de AI-toepassing centraal. Wat voor een type model gaat er gebruikt worden, wie neemt er verantwoordelijkheid voor en wanneer zijn de resultaten goed genoeg? Daarnaast wordt er ook gekeken naar of de uitkomsten uitlegbaar moeten zijn en zo ja, aan wie dan?
Stap 3: Hoe?
In de derde stap van de IAMA gaat de focus van de effecten van de output van de AI-toepassing en de rol van de AI-toepassing in het beslissingsproces. Daarnaast worden hier ook vragen gesteld over de verantwoordelijkheden van de mensen die met de AI-toepassing moeten werken. Ook wordt er aandacht besteedt aan de communicatie over de toepassing. Als afsluiting wordt er gekeken naar toekomstige evaluaties en de archivering van de toepassing.
Stap 4: Mensenrechten
In de laatste stap van de IAMA gaat over mensenrechten. In deze stap worden er eerst grondrechten geïdentificeerd die mogelijk worden aangetast door de AI-toepassing. Vervolgens wordt er per grondrecht op een gestructureerde manier gekeken naar de ernst van de aantasting, de noodzakelijkheid ervan en uiteindelijk en belangenafweging tegenover andere belangen.
Conclusie
De Tweede Kamer ziet de beoordeling van algoritmes met de IAMA als een middel om misbruik van algoritmes tegen te gaan of zelfs te voorkomen. Daarom beoogt de motie ook om de beoordeling van algoritmes voor de hele overheid verplicht te maken als een toekomstig algoritme mensen evalueert of beslissingen over mensen maakt.
De IAMA biedt organisaties een gestructureerde manier om hun AI-toepassing te beoordelen en zo in een vroeg stadium risico’s te signaleren. Met een ingevulde en nauwkeurige IAMA in hand kunt u aan uw klanten laten zien dat u bewust bezig bent met de verantwoorde inzet van AI-toepassingen en tegenover de Autoriteit Persoonsgegevens laat het uw overwegingen zien en de stappen die u hebt genomen om de risico’s van uw systeem te minimaliseren.
Wij bieden begeleiding aan bij het uitvoeren van een IAMA. Hiervoor kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst.
[post_title] => Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmes
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => impact-assessment-mensenrechten-en-algoritmes
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-06-03 10:59:49
[post_modified_gmt] => 2024-06-03 08:59:49
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30756
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[4] => WP_Post Object
(
[ID] => 30759
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-24 16:59:07
[post_date_gmt] => 2022-06-24 14:59:07
[post_content] => Ben je distributeur of heb je distributeurs? Maak je onderdeel uit van een selectief distributie stelsel?
Dan is de kans groot dat je te maken gaat krijgen met de nieuwe Europese regels voor verticale overeenkomsten. In sommige gevallen betekent dit dat bestaande onderdelen van de distributieovereenkomst aangepast moeten worden omdat bepaalde afspraken niet langer zijn toegestaan. In andere gevallen wordt er meer mogelijk. Dat kan kansen bieden. In ieder geval zullen distributeurs en leveranciers tot een nieuwe distributieovereenkomst moeten komen.
1. Wat betekenen de nieuwe regels
In een distributieovereenkomst maakt een leverancier afspraken met zijn distributeurs. Hierdoor krijgt de leverancier grip op de wijze waarop zijn producten of diensten verder worden verhandeld. Vaak worden afspraken gemaakt over onderwerpen zoals exclusiviteit, toegewezen gebied of klantengroep, prijsvorming, non-concurrentie, merkgebruik en promotie. Door deze afspraken wordt de mededinging beperkt en daardoor zijn deze overeenkomsten in beginsel verboden (kartelverbod).
Om te voorkomen dat van iedere overeenkomst beoordeeld moet worden of deze mededingingsrechtelijk is toegestaan, heeft de Europese Commissie groepsvrijstellingsverordeningen gemaakt. Als een overeenkomst compliant is met datgeen wat bepaald is in een groepsvrijstellingsverordening, dan is de overeenkomst vrijgesteld van het kartelverbod.
Zo heeft de Europese commissie groepsvrijstellingsverordeningen gemaakt voor (onder meer) verticale overeenkomsten en horizontale overeenkomsten. Verticale overeenkomsten zien op ondernemingen in verschillende schakels van de distributieketen: te denken valt aan overeenkomsten tussen leveranciers en distributeurs. Horizontale overeenkomsten zien op ondernemingen in dezelfde schakel.
Per 31 mei 2022 is de groepsvrijstellingsverordening (EU) 330/210 komen te vervallen. Per 1 juni 2022 is de nieuwe groepsvrijstellingsverordening (EU) 2022/720 in werking getreden (‘VBER’).
Naast de VBER heeft de Europese commissie ook een toelichting bij de VBER gepubliceerd (‘richtsnoeren’). In deze richtsnoeren geeft de Europese commissie aan hoe de VBER moet worden toegepast en uitgelegd.
2. Voor wie zijn de nieuwe regels van belang
De VBER ziet op alle verticale overeenkomsten. Dus niet alleen distributieovereenkomsten, maar ook op agentuur- en franchiseovereenkomsten.
De VBER en de richtsnoeren hebben ook directe betekenis voor de toepassing en uitleg van de Nederlandse mededingingswet. Daarom zijn de VBER en de richtsnoeren ook van belang voor distributieovereenkomsten zonder internationaal karakter.
3. Wat zijn belangrijke veranderingen
Een paar in het oog springende wijzigingen zijn:
De leverancier kan verschillende verkoopprijzen hanteren voor goederen/diensten die offline (in een fysiek verkooppunt) of online (via een webshop) worden verkocht.
De VBER geeft nu een definitie van de begrippen selectief distributiestelsel en van een exclusief distributiestelsel. Deze definitie wijkt af van de definitie die tot voor kort gebruikelijk was.
Exclusieve en selectieve distributiestelsels kunnen beter worden beschermd tegen (parallel)import.
Een leverancier mag van zijn distributeur én diens directe klanten eisen dat zij zich onthouden van verkoopactiviteiten in de gebieden die exclusief aan een andere distributeur zijn toegewezen of aan de leverancier zijn voorbehouden. Voorheen kon deze verplichting enkel aan de distributeur worden opgelegd.
Overeenkomsten die betrekking hebben op het aanbieden van onlinetussenhandelsdiensten (e.g. online markplaatsen en app-stores) worden ook gezien als verticale overeenkomsten die (onder bepaalde voorwaarden) voor vrijstelling in aanmerking kunnen komen.
Afspraken waarin de distributeur wordt verhinderd om het internet te gebruiken voor de (weder)verkoop van de producten en/of diensten is (onder bepaalde omstandigheden) niet toegestaan.
4. Wat moet je doen
De VBER is in werking getreden op 1 juni 2022. Voor bestaande distributieovereenkomsten (die op 31 mei 2022 reeds van kracht zijn) geldt een overgangsperiode van 1 jaar. Bestaande distributieovereenkomsten dienen dus uiterlijk op 31 mei 2023 in overeenstemming te zijn met de nieuwe VBER. Alle distributieovereenkomsten die na 1 juni 2022 tot stand komen, moeten al compliant zijn met de VBER.
5. Wat is het gevolg wanneer bestaande overeenkomsten niet worden aangepast
Wanneer een bestaande distributieovereenkomst niet wordt aangepast, kunnen er bepalingen in zijn opgenomen die niet langer zijn toegestaan. Dat kan betekenen dat de bepaling nietig is (tussen partijen niet meer geldt). Wanneer het een kernbepaling betreft kan dat betekenen dat de hele overeenkomst nietig is. Bovendien zouden contractspartijen een boete kunnen krijgen voor het overtreden van de Mededingingswet.
6. Wat kunnen wij doen?
Wij kunnen:
Een bestaande distributieovereenkomst controleren en aangeven welke bepalingen niet langer in overeenstemming zijn met de VBER en hoe deze weer compliant kunnen worden gemaakt.
Een nieuwe distributieovereenkomst opstellen die geheel compliant is met de nieuwe VBER
Met u (leverancier of distributeur) inventariseren waar de nieuwe VBER kansen biedt om bepaalde aspecten (anders) te regelen dan voorheen mogelijk was onder de ‘oude’ VBER.
Mocht u hier vragen over hebben, dan kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst. Jos is onder meer lid van het internationale netwerk International Distribution Initiative (IDI project).
[post_title] => Ingrijpende wijziging regels voor distributieovereenkomsten per 1 juni 2022
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => ingrijpende-wijziging-regels-voor-distributieovereenkomsten-per-1-juni-2022
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-06-24 16:59:28
[post_modified_gmt] => 2022-06-24 14:59:28
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30759
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[5] => WP_Post Object
(
[ID] => 30711
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-24 09:01:11
[post_date_gmt] => 2022-06-24 07:01:11
[post_content] => Het wil nog niet echt lukken met een grootschalige inzet van AI in de Nederlandse zorg. In de kamerbrief van 9 mei 2022[1] schetst de minister de structurele belemmeringen die er zijn. Hij noemt daar onder meer:
oplossingen worden met enige terughoudendheid bekeken door beoogde gebruikers of bestuurders en beleidsmakers;
onzekerheid over wat wel en niet mag door overlap en ruimte in het wettelijk kader. Dit leidt tot handelingsverlegenheid in het veld.
Vanuit het veld is in 2021 de ‘Leidraad kwaliteit AI in de zorg[2]’ ontwikkeld. Deze leidraad is een hulpmiddel om de kwaliteit van aangeboden AI toepassingen te beoordelen en het helpt ontwikkelaars van AI toepassingen om kwalitatieve, betrouwbare Ai te ontwikkelen.
Dit zou gebruikers/bestuurders in de zorg minder terughoudend moeten maken.
Juridisch kader
Nu nog meer duidelijkheid over het juridisch kader: wat mag wel en wat mag niet.
Er is een AI verordening in de maak. Deze regelt het juridisch kader voor betrouwbare, mensgerichte AI toepassingen. Deze verordening regelt aspecten zoals:
Menselijke controle en toezicht
Technische robuustheid en veiligheid
Privacy en datagovernance
Transparantie
Diversiteit, non-discriminatie en rechtvaardigheid
Maatschappelijk en milieubewustzijn
Aansprakelijkheid
Maar ook nu is er al wet- en regelgeving die van toepassing is op AI toepassingen in de zorg. Zoals:
(product) aansprakelijkheidsregeling in het Burgerlijk Wetboek
Medical Device regelgeving; een AI toepassing zal snel als een ‘medisch hulpmiddel’ kwalificeren.
IP: de AI toepassing zal beschermde intellectuele eigendomsrechten bevatten
Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst: de AI toepassing kan ingezet worden in het kader van een geneeskundige behandeling.
Kortom, ook nu weten we al waar we in een overeenkomst die ziet op het inzetten van een AI toepassing aandacht aan moeten besteden. Aspecten zoals aansprakelijkheid, IP, shared risk, etc. kunnen we daarin op een goede manier regelen.
Voor vragen over contracten voor de inzet van AI toepassingen in de zorg, kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst.
[1]https://open.overheid.nl/repository/ronl-ae65754d3c9e764a66bf1e843be8a6315441cad2/1/pdf/kamerbrief-over-waardevolle-ai-voor-gezondheid.pdf[2]https://www.datavoorgezondheid.nl/actueel/nieuws/2021/12/21/leidraad-kwaliteit-ai-in-de-zorg-opgeleverd-door-en-voor-het-veld
[post_title] => Zorg om inzet AI in de zorg
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => zorg-om-inzet-ai-in-de-zorg
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-06-24 09:08:36
[post_modified_gmt] => 2022-06-24 07:08:36
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30711
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[6] => WP_Post Object
(
[ID] => 30691
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-20 15:54:21
[post_date_gmt] => 2022-06-20 13:54:21
[post_content] => Beschrijvende handelsnamen zijn lastig te beschermen. Een beschrijvende handelsnaam is bijvoorbeeld de naam ‘trainingskamp’ voor een aanbieder van voetbalkampen. In principe moet die naam beschikbaar blijven voor iedereen die trainingskampen aanbiedt.
De vrijhoudingsbehoefte
Uit een recente uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat er rekening moet worden gehouden met een vrijhoudingsbehoefte van beschrijvende handelsnamen.
Beschrijvende namen zijn beter vindbaar via Google. Het publiek weet - door de komst van het internet - dat beschrijvende namen worden gebruikt voor betere vindbaarheid. Daardoor zal een beschrijvende handelsnaam minder snel worden gekoppeld aan één specifiek bedrijf. Er zal dan ook minder snel sprake zijn van verwarring met een andere partij die dezelfde naam gebruikt.
Kun je aantonen dat je een bekende handelsnaam hebt? Dan is jouw beschrijvende handelsnaam mogelijk wél beschermd.
Vragen?
Wil je een bedrijf oprichten en/of een product op de markt brengen? Maar weet je niet of je de naam die je bedacht hebt kunt gebruiken of beschermen? Wij adviseren je graag!
Ook als iemand anders jouw bedrijfsnaam of productnaam kopieert, helpen wij je graag.
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op.
Misschien is ook ons abonnement BG.legal Marketinghulplijn of het product Merkregistratie interessant.
[post_title] => Zijn beschrijvende handelsnamen beschermd?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => zijn-beschrijvende-handelsnamen-beschermd
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-10-03 10:59:02
[post_modified_gmt] => 2022-10-03 08:59:02
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30691
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[7] => WP_Post Object
(
[ID] => 30686
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-20 14:58:51
[post_date_gmt] => 2022-06-20 12:58:51
[post_content] => In sommige gevallen is jouw handelsnaam niet beschermd.
Een ander gebruikt dezelfde naam eerder
Als een andere partij dezelfde handelsnaam aantoonbaar eerder gebruikte (voor eenzelfde soort bedrijf), ontstaat er géén handelsnaamrecht. Mogelijk pleeg je dan zelf handelsnaaminbreuk of merkinbreuk. Het is daarom verstandig om een merkonderzoek te doen.
Dezelfde naam voor andere bedrijfsactiviteiten
Een handelsnaamrecht biedt in beginsel geen bescherming tegen het gebruik van dezelfde naam door een ander, als deze ander de naam voor een ander soort bedrijf gebruikt.
Je gebruikt een beschrijvende handelsnaam
Je hebt een beschrijvende handelsnaam. Vanwege de beschrijvendheid van de naam, moet deze in beginsel vrij blijven voor iedereen. Toch kan er wel sprake zijn van bescherming als jouw bedrijfsnaam voldoende naamsbekendheid heeft gegenereerd.
Vragen?
Wil je een bedrijf oprichten en/of een product op de markt brengen? Maar weet je niet of je de naam die je bedacht hebt kunt gebruiken of beschermen? Wij adviseren je graag!
Ook als iemand anders jouw bedrijfsnaam of productnaam kopieert, helpen wij je graag.
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op.
Misschien is ook ons abonnement BG.legal Marketinghulplijn of het product Merkregistratie interessant.
[post_title] => Handelsnaam niet beschermd
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => handelsnaam-niet-beschermd
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-10-03 11:00:15
[post_modified_gmt] => 2022-10-03 09:00:15
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30686
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[8] => WP_Post Object
(
[ID] => 30598
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-17 08:52:59
[post_date_gmt] => 2022-06-17 06:52:59
[post_content] => Het Ministerie van VWS heeft onderzoek laten doen naar het effect van het voorstel van de AI Act (AI verordening) op medische apparaten. Dit onderzoek is begin dit jaar afgerond en geeft een kritische analyse van de knelpunten. In dit artikel geven we een overzicht van de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Hierbij kijken we alleen naar software en niet naar systemen die monsters analyseren.
De Medical Devices Regulation
De EU heeft al regels voor medische apparaten, de Medical Devices Regulation (MDR). Een AI-systeem valt onder de MDR als het systeem geclassificeerd kan worden als:
een medical device in de zin van Art. 2(1) van de MDR;
een onderdeel van een medical device; of
een product uit Annex XVI van de MDR.
Als het eenmaal duidelijk is dat er sprake is van een medical device, dan is de tweede vraag in welke risicoklasse het systeem dan terechtkomt. De klassen zijn I, IIa, IIb en III en hoe hoger, hoe meer eisen er aan een device worden gesteld. Daarvoor bevat Annex VIII van de MDR een aantal regels.
Regel 11 van Annex VIII van de MDR
Software die gebruikt wordt om beslissingen te nemen over diagnoses of behandelingen valt onder klasse IIa, behalve als die beslissingen:
Tot dood of onomkeerbare verslechtering van de gezondheid kunnen leiden. Dan valt de software in klasse III; of
Een serieuze verslechtering van de gezondheid kunnen leiden. Dan valt de software in klasse IIb.
Monitoringssoftware die fysieke processen meet valt onder klasse IIa, behalve als die processen vitaal zijn en een gebrek aan monitoring gevaarlijk is voor een patiënt. Dan valt de software in klasse IIb.
Alle andere software valt in klasse I.
Conflicten tussen de AI Act (AI verordening) en de MDR
Voor de MDR is AI gewoon een manier om digitale systemen te maken. Als de MDR wordt gecombineerd met de AI Act (AI verordening) ontstaan er echter een aantal problemen:
Ten eerste worden alle AI-systemen die onder de MDR vallen worden op basis van Artikel 6 van de AI Act (AI verordening) als hoog-risico aangemerkt. Hierdoor moet een ontwikkelaar dus voldoen aan zowel de eisen van een hoog-risico AI-systeem als aan de eisen van de MDR. Door de brede definitie van AI uit de AI Act (AI verordening) kan dit ervoor zorgen dan systemen die nu al gebruikt worden en goed werken, opeens aan de High Risk eisen van de AI Act (AI verordening) onderworpen gaan worden.
Ten tweede zijn de definities van kerntermen zoals User niet hetzelfde in de MDR en de AI Act (AI verordening). Dit kan tot onduidelijkheid leiden bij het implementeren van de eisen van beide wetten en ook tot dubbel werk.
Tot slot zijn de eisen aan het Quality Management System niet hetzelfde binnen de MDR en de AI Act (AI verordening). Hierdoor kan het zijn dat een systeem wat gemaakt is met de eisen van de MDR in het achterhoofd vervolgens opnieuw gemaakt moet worden voor de AI Act (AI verordening).
Conclusie van het rapport
De onderzoekers komen tot de conclusie dat er eigenlijk geen behoefte is aan nieuwe wetgeving voor het gebruik van AI in de gezondheidszorg in Nederland. De extra eisen kunnen ervoor zorgen dat AI voor de gezondheidszorg onaantrekkelijk wordt. De eisen kunnen er zelfs voor een beperkingen van de autonomie van patiënten en de discretie van de hulpverleners zorgen.
Daarnaast concluderen de onderzoekers dat het huidige voorstel van de AI Act (AI verordening) vooral tot meer juridische eisen en compliance last leidt. Alle medical device software met AI moet dan behandeld worden als een hoog-risico AI-toepassing.
Conclusie
De eisen van de MDR en de AI Act (AI verordening) sluiten niet soepel op elkaar aan. Het lijkt er op dat alle systemen met AI erin die onder de MDR vallen ook als hoog-risico AI systemen moeten worden geclassificeerd. Daarom is het van belang om nu al vooruit te kijken bij het ontwerpen van software die onder de MDR valt. Door nu al de eisen van de AI Act (AI verordening) mee te nemen bij het ontwikkelen van software kan dit in de toekomst tot makkelijke naleving leiden als de AI Act (AI verordening) in werking treedt.
Met vragen over de Medical Devices Regulation en het voorstel van de AI Act (AI verordening) kunt u contact opnemen met Jos van der Wijst.
[post_title] => De AI Act (AI verordening) en medische apparaten: een moeilijke relatie
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => de-ai-act-en-medische-apparaten-een-moeilijke-relatie
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2024-06-03 10:59:30
[post_modified_gmt] => 2024-06-03 08:59:30
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30598
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
[9] => WP_Post Object
(
[ID] => 30681
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-06-16 14:58:14
[post_date_gmt] => 2022-06-16 12:58:14
[post_content] => Vaak worden de termen ‘merken’ en ‘handelsnamen’ door elkaar gebruikt. Soms zie je ook de term ‘handelsmerk’ voorbij komen. Het lijkt dus één pot nat, maar dat is het niet. Merken en handelsnamen zijn niet hetzelfde. Er is een verschil tussen een merk en een handelsnaam.
Wat is een handelsnaam?
Een handelsnaam is een naam die je gebruikt voor jouw onderneming of bedrijfsactiviteiten van jouw onderneming.
Je handelsnaam is beschermd zodra je deze gebruikt, tenzij:
Om je handelsnaam te kunnen beschermen is het gebruik daarvan essentieel. Gebruik je de handelsnaam niet? Dan is je handelsnaam niet beschermd.
Bewijslevering van het (eerdere) gebruik van een handelsnaam is de praktijk vaak lastig. Daarom adviseren wij vaak om je handelsnaam als merk in te schrijven.
Meer weten over het handelsnaamrecht? Kijk onderstaande video:
https://www.youtube.com/watch?v=uH_mIpqfJ8M
Wat is een merk?
Een merk is een naam (of logo, kleur of zelfs geluid) die je kunt gebruiken voor de diensten én producten die jouw onderneming aanbiedt.
Om je merk te kunnen beschermen moet je het merk registeren. Dit kan bijvoorbeeld bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BOIP) of bij het Bureau voor Intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO).
Een merk moet je binnen 5 jaar na de inschrijving gebruiken. Doe je dit niet? Dan kan de merkregistratie komen te vervallen.
De merkbescherming duurt 10 jaar en kan met steeds 10 jaar worden verlengd.
Overzicht verschillen handelsnamen en merken
In onderstaand overzicht vind je de verschillende kenmerken van handelsnamen en merken.
Vragen?
Wil je een bedrijf oprichten en/of een product op de markt brengen? Maar weet je niet of je de naam die je bedacht hebt kunt gebruiken of beschermen? Wij adviseren je graag!
Ook als iemand anders jouw bedrijfsnaam of productnaam kopieert, helpen wij je graag.
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op.
Misschien is ook ons abonnement BG.legal Marketinghulplijn of het product Merkregistratie interessant.
[post_title] => Wat is het verschil tussen een merk en een handelsnaam?
[post_excerpt] =>
[post_status] => publish
[comment_status] => open
[ping_status] => open
[post_password] =>
[post_name] => wat-is-het-verschil-tussen-een-merk-en-een-handelsnaam
[to_ping] =>
[pinged] =>
[post_modified] => 2022-10-03 11:03:44
[post_modified_gmt] => 2022-10-03 09:03:44
[post_content_filtered] =>
[post_parent] => 0
[guid] => https://bg.legal/?p=30681
[menu_order] => 0
[post_type] => post
[post_mime_type] =>
[comment_count] => 0
[filter] => raw
)
)
[post_count] => 10
[current_post] => -1
[before_loop] => 1
[in_the_loop] =>
[post] => WP_Post Object
(
[ID] => 31283
[post_author] => 6
[post_date] => 2022-07-20 10:06:04
[post_date_gmt] => 2022-07-20 08:06:04
[post_content] => Bij gemeenschappelijk auteursrecht kan iedere gerechtigde zelfstandig optreden tegen inbreuken. Over de exploitatie van het gemeenschappelijk werk beslissen de gerechtigden gezamenlijk.
Door meerdere ontwikkelaars is samen het software programma Nxt software ontwikkeld. Een aantal ontwikkelaars hebben hun rechten (auteursrecht) op de software overgedragen aan een speciaal daarvoor opgerichte vennootschap: Jelurida IP BV. (‘Jelurida’) Deze is de software gaan beheren en door ontwikkelen. Zij biedt derden de mogelijkheid om deze software te gebruiken, waaronder deze (geheel of gedeeltelijk) over te nemen in eigen software. Maar wel onder de voorwaarden die zijn opgenomen in de Jelurida Public License (‘JPL’). Onderdeel daarvan vormt de verplichting om de ‘copyright notice’ steeds te vermelden. Met de copyright notice wordt duidelijk aangegeven dat Jelurida auteursrechthebbende is en dat aan het gebruik van de Nxt software voorwaarden verbonden zijn.
Het bedrijf Apollo Fintech Ltd (‘Apollo’) heeft de Nxt software gebruikt als basis voor blockchain platform, waarop de cryptomunt Apollo Currency wordt aangeboden.
Apollo heeft de copyright notice echter niet vermeld. Zij heeft evenmin de JPL opgenomen in haar software, hetgeen wel had gemoeten.
In eerste aanleg heeft de kort geding rechter Apollo in het ongelijk gesteld en ge-/verboden op gelegd. Zij vond voldoende aannemelijk dat Jelurida tenminste mede-auteursrechthebbende was en dat zij gerechtigd was tot het exploiteren van de Nxt software onder toepassing van de JPL.
Partijen zijn in hoger beroep gekomen van dit vonnis.
Mede-auteursrecht
Beide partijen gaan ervan uit dat de Nxt software door meerdere personen is ontwikkeld. Zowel Jelurida als Apollo claimen dat een of meer van deze personen de auteursrechten aan hen hebben overgedragen. Het hof onderzoekt allereerst of sprake is van:
één gemeenschappelijk werk: hiervan is sprake wanneer de bijdragen van de verschillende makers niet scheidbaar zijn. In dat geval is sprake van één auteursrecht dat aan de makers gemeenschappelijk toekomt. Dit kan alleen gezamenlijk door hen worden geëxploiteerd. Maar in het geval van een inbreuk, kan ieder afzonderlijk ‘handhavend’ optreden; of
een combinatie van afzonderlijke werken: in dat geval is sprake van meerdere auteursrechten en gaat iedere auteur over de exploitatie/handhaving van zijn/haar eigen werk.
Het hof oordeelt dat hier sprake is van een gemeenschappelijk werk, tenminste voor het ‘centrale server gedeelte’ van de software. Het hof overweegt dat de Nxt software is ontwikkeld in een open source project, waarbij iedere geïnteresseerde aan de code kon bijdragen. Het overgrote deel van de code dat daarbij werd geschreven – ‘de Java-code’ – zag op de feitelijke werking van de software. Volgens het hof bestaat dit deel van de software niet uit scheidbare delen en dient het derhalve als een gemeenschappelijk werk te worden aangemerkt. Hieraan doet niets af dat Jelurida in een overzicht concreet had aangegeven welk deel van de Java-code door welke ontwikkelaar was geschreven. Het hof overweegt dat dit nog steeds geen ‘scheidbaar gedeelte’ oplevert en er dus sprake is van een gemeenschappelijk werk en niet van afzonderlijke werken.
Apollo heeft niet betwist dat een substantieel deel van de Nxt software in haar software is overgenomen.
Overdracht auteursrecht
Het auteursrecht op bepaalde delen van de Nxt software is door ontwikkelaars schriftelijk aan Jelurida en Apollo overgedragen. Apollo heeft gesteld dat de overdrachtsakte van Jelurida niet (voldoende) specifiek zou zijn ten aanzien van wat er wordt overgedragen en dat niet is vermeld dat slechts een deel van het auteursrecht wordt overgedragen en welk deel. Het hof passeert dit verweer. In de overdrachtsakte was een verwijzing opgenomen naar een release datum met als bijlage documenten met code. Het hof vond dit voldoende gespecificeerd. In het document was verder per ontwikkelaar aangegeven voor welk percentage hij had bijgedragen. Ook dat vond het hof voldoende gespecificeerd.
Apollo medegerechtigde?
Apollo stelt dat zij geen inbreuk kan maken omdat een van de ontwikkelaars het auteursrecht aan haar had overgedragen. Daardoor is Apollo medegerechtigde geworden en kan zij dus geen inbreuk maken. De betreffende auteur is ter zitting (online) gehoord. Hij gaf aan dat hij niet meegeschreven heeft aan het ‘Java-code gedeelte’. Wel heeft hij meegeschreven (in JavaScript) aan de user interface. Dit deel staat los – en is dus scheidbaar van – de Java-code. Het hof gaat er daarom vanuit dat Apollo geen medegerechtigde is geworden van de Java-code, wat het grootste deel van de broncode omvat van de Nxt software.
Maar zelfs al zou Apollo medegerechtigde zijn geworden, dan nog kan de vordering tegen haar worden ingesteld omdat:
De vordering is ingesteld tegen een inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht
Het gebruik door Apollo geen gebruik is in de zin van artikel 3:169 BW maar in wezen een vorm van exploitatie is;
Exploitatie alleen met instemming van de deelgenoten tezamen kan plaatsvinden en Apollo toestond dat derden de Nxt software gebruikten zonder de JPL voorwaarden te respecteren.
Apollo niet heeft toegelicht waarom haar handelwijze met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is.
En dus wordt het vonnis, in overwegende mate, bekrachtigd door het hof.
Grensoverschrijdendebevelen
Jelurida had in eerste aanleg al gevorderd dat de bevelen ook worden opgelegd in EU Lidstaten buiten Nederland. In eerste aanleg is dat afgewezen. In hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de vorderingen sub I (bevel tot nakoming van de JPL).
Deze vorderingen zullen in de andere EU lidstaten op eenzelfde manier worden beoordeeld als in Nederland. En dus kan dat bevel ook worden opgelegd voor de andere EU Lidstaten.
Ten aanzien van vordering sub III (bevel tot het verstrekken van gegevens) en sub IV (bevel tot het uitsturen van berichten aan afnemers) is het oordeel anders. Het hof overweegt dat onvoldoende duidelijk is geworden dat in andere EU Lidstaten deze vorderingen op eenzelfde manier worden beoordeeld als in Nederland. En dus worden bevelen niet opgelegd voor andere EU Lidstaten.
Wat betekent dit voor de praktijk:
Wanneer door meerdere personen/organisaties gezamenlijk software wordt geschreven, dan dient voor de (eventuele) overdracht van de IE-rechten aan een exploitatie vennootschap (‘IP BV’) de bijdrage van eenieder aan de software zorgvuldig te zijn vastgelegd.
Een extra complicerende factor daarbij is het gebruik van open source code en programmeurs die de software in verschillende landen ontwikkelen (per land moet dan worden beoordeeld of er auteursrecht ontstaat, of er een gemeenschappelijk auteursrecht kan ontstaan en hoe auteursrechten moeten worden overgedragen).
Bij een gemeenschappelijk auteursrecht kan iedere gerechtigde optreden bij inbreuken. Gezamenlijk beslissen de gerechtigden over de exploitatie van het gemeenschappelijk auteursrecht.
Bij gemeenschappelijk auteursrecht kan iedere gerechtigde zelfstandig optreden tegen inbreuken. Over de exploitatie van het gemeenschappelijk werk beslissen de gerechtigden gezamenlijk. Wat speelde er in deze zaak[1] Door meerdere ontwikkelaars...
Procedures over de handelsnaam houden procederend Nederland goed bezig. Recent oordeelde de rechtbank Roermond over een conflict tussen de handelsnamen Mister Jobs en Mr. Jobs. Mister Jobs is een arbeidsbemiddelingsbureau,...
DUO heeft als uitvoerende organisatie op het gebied van onderwijs veel data. Van basisschoolleerlingen tot masterstudenten wordt er door DUO data verzameld. Omdat dit persoonsgegevens zijn, en vaak ook van...
Het kabinet is de afgelopen tijd bezig geweest met het ontwikkelen van instrumenten om overheden en bedrijven die AI-toepassingen gebruiken te ondersteunen. Een van deze instrumenten is de Impact Assessment...
Ben je distributeur of heb je distributeurs? Maak je onderdeel uit van een selectief distributie stelsel? Dan is de kans groot dat je te maken gaat krijgen met de nieuwe...
Het wil nog niet echt lukken met een grootschalige inzet van AI in de Nederlandse zorg. In de kamerbrief van 9 mei 2022[1] schetst de minister de structurele belemmeringen die...
Beschrijvende handelsnamen zijn lastig te beschermen. Een beschrijvende handelsnaam is bijvoorbeeld de naam ‘trainingskamp’ voor een aanbieder van voetbalkampen. In principe moet die naam beschikbaar blijven voor iedereen die trainingskampen...
In sommige gevallen is jouw handelsnaam niet beschermd. Een ander gebruikt dezelfde naam eerder Als een andere partij dezelfde handelsnaam aantoonbaar eerder gebruikte (voor eenzelfde soort bedrijf), ontstaat er géén...
Het Ministerie van VWS heeft onderzoek laten doen naar het effect van het voorstel van de AI Act (AI verordening) op medische apparaten. Dit onderzoek is begin dit jaar afgerond...
Vaak worden de termen ‘merken’ en ‘handelsnamen’ door elkaar gebruikt. Soms zie je ook de term ‘handelsmerk’ voorbij komen. Het lijkt dus één pot nat, maar dat is het niet....