Blog van medewerkers

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [paged] => 70
            [news-type] => blog
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [paged] => 70
            [news-type] => blog
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [category_name] => 
            [tag] => 
            [cat] => 
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => all
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [search_columns] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [update_menu_item_cache] => 
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 10
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [taxonomy] => news-type
            [term] => blog
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => news-type
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => wp_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [news-type] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => blog
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => wp_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 56
            [name] => Blog van medewerkers
            [slug] => blog
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 56
            [taxonomy] => news-type
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 1453
            [filter] => raw
        )

    [queried_object_id] => 56
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  wp_posts.ID
					 FROM wp_posts  LEFT JOIN wp_term_relationships ON (wp_posts.ID = wp_term_relationships.object_id) LEFT  JOIN wp_icl_translations wpml_translations
							ON wp_posts.ID = wpml_translations.element_id
								AND wpml_translations.element_type = CONCAT('post_', wp_posts.post_type) 
					 WHERE 1=1  AND ( 
  wp_term_relationships.term_taxonomy_id IN (56)
) AND ((wp_posts.post_type = 'post' AND (wp_posts.post_status = 'publish' OR wp_posts.post_status = 'acf-disabled' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-success' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-failed' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-schedule' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-pending' OR wp_posts.post_status = 'tribe-ea-draft'))) AND ( ( ( wpml_translations.language_code = 'nl' OR (
					wpml_translations.language_code = 'nl'
					AND wp_posts.post_type IN ( 'attachment' )
					AND ( ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
			  FROM wp_icl_translations
			  WHERE trid = wpml_translations.trid
			  AND language_code = 'nl'
			) = 0
			 ) OR ( 
			( SELECT COUNT(element_id)
				FROM wp_icl_translations t2
				JOIN wp_posts p ON p.id = t2.element_id
				WHERE t2.trid = wpml_translations.trid
				AND t2.language_code = 'nl'
                AND (
                    p.post_status = 'publish' OR p.post_status = 'private' OR 
                    ( p.post_type='attachment' AND p.post_status = 'inherit' )
                )
			) = 0 ) ) 
				) ) AND wp_posts.post_type  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' )  ) OR wp_posts.post_type  NOT  IN ('post','page','attachment','wp_block','wp_template','wp_template_part','wp_navigation','our_sector','our_rechtsgebieden','acf-field-group','tribe_venue','tribe_organizer','tribe_events','mc4wp-form','slider-data','actualiteiten','accordion','failissementens','advocaten','blogs','seminar','juridisch-medewerker','backoffice','rechtsgebied-detail' )  )
					 GROUP BY wp_posts.ID
					 ORDER BY wp_posts.menu_order, wp_posts.post_date DESC
					 LIMIT 690, 10
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 25095
                    [post_author] => 6
                    [post_date] => 2021-04-21 16:49:58
                    [post_date_gmt] => 2021-04-21 14:49:58
                    [post_content] => Op 21 april 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd met nieuwe regels voor Artificial Intelligence (AI/kunstmatige intelligentie).

In dit eerste artikel worden de hoofdlijnen toegelicht.
Waarom nieuwe regels?
AI wordt al breed gebruikt, vaak zonder dat we het zelf in de gaten hebben. De meeste AI systemen vormen geen risico voor gebruikers. Maar dat geldt niet voor alle AI systemen. De bestaande regelgeving is onvoldoende om de veiligheid van gebruikers en de fundamentele rechten te waarborgen. Daardoor kan het vertrouwen in AI in gevaar komen.
Welke risico categorieën?
De Europese Commissie stelt een ‘risk-approach’ aanpak voor met vier risiconiveaus:
  1. onacceptabel risico
Een zeer beperkt aantal AI toepassingen worden aangemerkt als een onacceptabel risico. Deze gaan in tegen fundamentele rechten en worden om die reden verboden. Als voorbeeld noemt de commissie het sociaal labellen van burgers door overheden en op afstand biometrisch identificeren in de publieke ruimte. Op dit laatste zijn een paar uitzonderingen gemaakt.
  1. hoog risico
Een iets groter aantal AI toepassingen vormt een hoog risico. Deze worden beschreven in het voorstel. Zij vormen een hoog risico omdat zij een impact hebben op de fundamentele rechten. De opsomming van deze AI toepassingen kan periodiek worden aangepast. Deze AI toepassingen moeten aan een aantal verplichte voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden omvatten kwaliteitseisen aan de gebruikte dataset, technische documentatie, transparantie en informatieverstrekking aan gebruikers, menselijk toezicht, en robuustheid, accuratesse en cybersecurity. Nationale toezichthouders krijgen hier onderzoeksrechten.
  1. beperkt risico
Voor een grotere groep AI-toepassingen geldt een beperkt risico. Hier kan worden volstaan met transparantie. De commissie noemt hier als voorbeeld chatbots. Gebruikers moeten weten dat zij communiceren met een chatbot.
  1. minimaal risico
Voor alle andere AI toepassingen geldt dat de bestaande wet- en regelgeving afdoende is. Verreweg de meeste van de huidige AI toepassingen vallen in deze categorie.
Hoe classificeer je AI producten?
De commissie komt met een methodiek om AI toepassingen in te delen in een van de vier risico niveaus. Het doel daarvan is om zekerheid te bieden voor ondernemingen en anderen. Het risico wordt beoordeeld op basis van het beoogde gebruik. Dit betekent dat gekeken wordt naar: - het beoogde doel - het aantal potentieel geraakte personen - de afhankelijkheid van de uitkomst - de onomkeerbaarheid van de schade.
Wat zijn de gevolgen voor hoog risico AI systemen?
Voordat deze AI systemen gebruikt mogen worden moet een onderzoek worden uitgevoerd naar het voldoen aan de regelgeving. Uit dat onderzoek moet blijken dat het AI systeem compliant is ten aanzien van de vereisten op het gebied van data kwaliteit, documentatie en traceerbaarheid, transparantie, menselijk toezicht, accuratesse en robuustheid. Voor sommige AI systemen zal een ‘notified body’ ingeschakeld moeten worden. Voor deze AI systemen moet ook een risk management systeem worden opgezet door de leverancier.
Wie gaat handhaven?
De Lid-Staten zullen een autoriteit moeten aanwijzen die gaan toezien op de naleving.
Gedragscodes
Leveranciers van high-risk AI systemen kunnen een vrijwillige gedragscode maken voor de veilige toepassing van AI systemen. De commissie stimuleert de industrie om hiermee te komen.
Wie is aansprakelijk bij import van AI systemen?
De importeur in de EU van AI systemen is verantwoordelijk voor het ingevoerde AI systeem. Hij moet ervoor zorgen dat de producent voldoet aan EU regelgeving en een CE markering heeft.
Wat is de sanctie?
Het overtreden van deze regelgeving kan worden beboet met een geldboete van maximaal 6% van de jaaromzet in het voorafgaande kalenderjaar. Dit was een eerste analyse van het commissievoorstel. Later volgt een nadere analyse. Later volgt ook een analyse van de voorgestelde nieuwe regeling voor machines. Voor meer informatie over juridisch/ethische aspecten van AI ontwikkelen wij LegalAIR. Dit platform gaat praktische informatie en tools geven hoe om te gaan met AI en AI systemen. Voor meer vragen neemt u contact op met Jos van der Wijst (wijst@bg.legal). Jos van der Wijst [post_title] => Nieuwe Europese regels voor artificial intelligence [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nieuwe-europese-regels-voor-artificial-intelligence [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-21 16:49:58 [post_modified_gmt] => 2021-04-21 14:49:58 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=25095 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 25023 [post_author] => 43 [post_date] => 2021-04-16 15:26:44 [post_date_gmt] => 2021-04-16 13:26:44 [post_content] => Het voorbereiden en tot stand komen van een WHOA-akkoord neemt enige tijd in beslag. Deze voorbereiding van het onderhands akkoord vindt plaats terwijl de onderneming waarschijnlijk haar schulden niet kan blijven betalen. Verschillende bij de schuldenaar betrokken partijen (o.a. financiers en leveranciers) zullen in die situatie mogelijk (verhaals)maatregelen nemen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het leggen van beslag, het inroepen van een eigendomsvoorbehoud of het aanvragen van het faillissement. Dergelijke maatregelen maken het voor de schuldenaar moeilijk, of zelfs onmogelijk, om een WHOA-akkoord aan te bieden. Een afkoelingsperiode geeft de onderneming (of de herstructureringsdeskundige) de tijd en ruimte om een WHOA-akkoord voor te bereiden, zonder dat individuele (verhaals)acties van schuldeisers dit bemoeilijken. Dit voorkomt dat de meerwaarde van WHOA-akkoord ten opzichte van bijvoorbeeld een faillissement verloren gaat.
Hoe en wanneer
De onderneming of aangestelde herstructureringsdeskundige kan de rechtbank vragen een afkoelingsperiode af te kondigen. De rechtbank kondigt de afkoelingsperiode af wanneer:
  • de schuldenaar een startverklaring voor een WHOA-akkoord heeft gedeponeerd en hij dat akkoord heeft aangeboden of toezegt dat binnen 2 maanden aan te bieden, of een herstructureringsdeskundige is aangesteld; en
  • summierlijk blijkt dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding/onderhandelingen over een WHOA-akkoord te kunnen blijven voortzetten; en
  • aannemelijk is dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daarbij gediend zijn en de individuele schuldeisers waarop de afkoelingsperiode zal zien niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad.
Duur en reikwijdte
Een afkoelingsperiode in een WHOA-traject duurt in beginsel maximaal 4 maanden, maar kan worden verlengd tot 8 maanden. Daarvoor moet de onderneming of herstructureringsdeskundige aannemelijk maken dat er belangrijke voortgang is geboekt met het akkoord. Dit is in ieder geval zo wanneer de rechtbank gevraagd is het akkoord te homologeren. De specifieke reikwijdte kan per afkoelingsperiode verschillen. De WHOA biedt ook hier de mogelijkheid tot maatwerk. Zo kan de rechtbank een algemene afkoelingsperiode voor alle schuldeisers afkondigen. Een beperkte afkoelingsperiode voor een aantal schuldeisers, zoals toegepast in de vierde WHOA-uitspraak, behoort echter ook tot de mogelijkheden.
Gevolgen voor schuldeisers
De rechten van schuldeisers (voor wie de afkoelingsperiode geldt) worden gedurende de afkoelingsperiode beperkt. Tijdens de afkoelingsperiode mogen zij zich niet verhalen op de goederen van de onderneming, tenzij de rechter een machtiging afgeeft. Vereiste daarbij is dat de schuldeiser weet van de afkoelingsperiode of het feit dat er een akkoord wordt voorbereid. Houders van pandrechten op vorderingen op naam (of op het vruchtgebruik daarvan) mogen dit tijdens de afkoelingsperiode niet openbaar maken. Tevens mag er geen betaling worden ontvangen of verrekend worden met de vordering op de onderneming. In ruil daarvoor moet de onderneming wel vervangende zekerheid stellen, bijvoorbeeld door nieuw ontstane vorderingen aan de schuldeiser te verpanden. De onderneming of de herstructureringsdeskundige kan de rechtbank ook vragen om gelegde beslagen op te heffen. De behandeling van een verzoek tot surseance van betaling of faillissement wordt gedurende de afkoelingsperiode geschorst.
Gevolgen voor onderneming
Het kan zijn dat de onderneming voorafgaand aan de afkoelingsperiode de bevoegdheid had om goederen te gebruiken, verbruiken en vervreemden. Denk bijvoorbeeld aan goederen die onder eigendomsvoorbehoud aan de onderneming zijn geleverd en door haar worden (door)verkocht of gebruikt. Voor zover dit valt onder de normale voortzetting van de onderneming, mag zij daar gedurende de afkoelingsperiode mee doorgaan. De WHOA eist wel dat de belangen van derden in dat geval voldoende worden gewaarborgd. Is dat niet (langer) het geval, dan kan de rechtbank deze bevoegdheid tot gebruik, verbruik en vervreemding opheffen. Komt de onderneming voorafgaand aan de afkoelingsperiode haar verplichtingen niet na, dan is dat tijdens de afkoelingsperiode geen grond om verbintenissen of verplichtingen van schuldeisers te wijzigen. Ook is er in dat geval geen grond voor opschorting of ontbinding door de schuldeiser van de onderneming. De schuldeiser kan aldus verplicht worden om aan de onderneming te blijven leveren. Daarbij is opnieuw vereist dat de onderneming zekerheid heeft gesteld voor de nakoming van verplichtingen die ontstaan tijdens de afkoelingsperiode.
Bescherming van de schuldeiser
De afkoelingsperiode kan schuldeisers (zoals de pand- of hypotheekhouder, (handels)crediteuren met eigendomsvoorbehoud of beslagleggers) dus aanzienlijk beperken in hun rechten. Zekerheidsrechten worden gedurende de afkoelingsperiode eigenlijk buitenspel gezet. Een schuldeiser staat echter niet helemaal met lege handen, hij kan de rechtbank vragen:
  • hem een machtiging te verlenen, zodat hij toch verhaal mag nemen op de goederen van de schuldenaar;
  • de afkoelingsperiode op te heffen, indien hij van mening is dat er voor de afkoelingsperiode geen grond is of deze hem wezenlijk in zijn belangen schaadt; en
  • om voorzieningen te treffen ter bescherming van de belangen van de schuldeisers en aandeelhouders (de rechtbank kan dergelijke voorzieningen ook zelf treffen, bij of na de afkondiging van de afkoelingsperiode);
De positie van schuldeisers wordt daarnaast beschermd door de verplichting van de onderneming om vervangende zekerheid te stellen wanneer er sprake is van pandrechten op vorderingen. Dit geldt ook wanneer een schuldeiser verplicht moet blijven leveren. De rechtbank kan besluiten om bij de afkondiging van een algemene afkoelingsperiode een observator aan te stellen om de belangen van schuldeisers te beveiligen. Wanneer er een beslissing moet worden genomen over de verlenging of opheffing van een afkoelingsperiode, of over voorzieningen ter beveiliging van de belangen van schuldeisers, dan zullen de schuldeisers worden gehoord. Een en ander moet leiden tot een evenwichtige afweging van de belangen van schuldeiser en onderneming in een WHOA-traject. Vormt de WHOA wellicht ook een oplossing voor de schulden van uw onderneming? Of wordt u (bijvoorbeeld als pand- of hypotheekhouder) geconfronteerd met een partij die een WHOA-traject wil starten of gestart is? Neem dan eens vrijblijvend contact met ons op. Tom Oerlemans [post_title] => De afkoelingsperiode in de WHOA [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => de-afkoelingsperiode-in-de-whoa [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-16 15:26:44 [post_modified_gmt] => 2021-04-16 13:26:44 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=25023 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 25001 [post_author] => 43 [post_date] => 2021-04-16 09:08:18 [post_date_gmt] => 2021-04-16 07:08:18 [post_content] =>
Administratie en registratie
Hoewel het natuurlijk niet de bedoeling is dat zorgmedewerkers langer bezig zijn met administreren dan met het verlenen van zorg, moge duidelijk zijn. Dat administratie en registratie van verrichte handelingen in de zorg wel van groot belang is, werd onlangs weer duidelijk gemaakt door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Aan een zorgaanbieder uit Utrecht werd door de NZa een boete van € 270.000,= opgelegd vanwege een onvolledige administratie. Op basis van artikel 36 Wet markordening gezondheidszorg (Wmg) dienen zorgaanbieders (en ziektekostenverzekeraars) een administratie te voeren waaruit in ieder geval blijkt:
  1. de overeengekomen en geleverde prestaties, alsmede wanneer die prestaties zijn geleverd;
  2. aan welke patiënt onderscheidenlijk aan welke verzekerde die prestaties door een zorgaanbieder zijn geleverd;
  3. de daarvoor in rekening gebrachte tarieven; en
  4. de in verband daarmee ontvangen of verrichte betalingen of vergoedingen aan derde.
Opleggen boete
Voldoet een zorgaanbieder of ziektekostenverzekeraar hier niet aan, dan kan de NZa daarop ingrijpen. Zo ontbraken er bij de Utrechtse zorgaanbieder gehele dossiers, maar ook het ontbreken van een planning en tijdsregistratie was voor de NZa afdoende om tot het opleggen van een boete over te gaan. Saillant detail is overigens dat de rechtspersoon waarin de activiteiten van de zorgaanbieder plaatsvonden, samen met de bovenliggende holding, ontbonden werd. Dit vond plaats twee dagen nadat de bestuurder en enig aandeelhouder bekend werd met het onaangekondigde onderzoek van de NZa naar eventuele overtredingen van de Wmg. De NZa vermoedt dat de ontbinding heeft plaatsgevonden met het oog op een (mogelijke) bestuurlijke sanctie. De NZa houdt daarom de voormalig bestuurder en enig aandeelhouder als feitelijk leidinggevende aansprakelijk voor de schending van de Wmg. De NZa legt de boete dan ook aan de bestuurder op. Meer over deze boete en het daaraan ten grondslag liggende besluit vindt u hier en in de eerdere blog die mijn collega Lisan Vermeer hier over schreef. Tom Oerlemans [post_title] => Administratie in de zorg, onverminderd belangrijk! [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => administratie-in-de-zorg-onverminderd-belangrijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-16 09:57:26 [post_modified_gmt] => 2021-04-16 07:57:26 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=25001 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 24979 [post_author] => 6 [post_date] => 2021-04-13 10:47:31 [post_date_gmt] => 2021-04-13 08:47:31 [post_content] => In de praktijk komt het veel voor dat partijen machine data willen delen. Een van de problemen waar zij tegenaan lopen, is de vertrouwelijkheid van deze data. Zij willen hun data beschermen en voorkomen dat concurrenten de machine data naar hen kunnen terug herleiden, aangezien deze data concurrentiegevoelig is. Hoe kan dit juridisch en technisch geregeld worden? Deze vraag zal beantwoord worden aan de hand van een casus.
Casus
In deze casus nemen wij drie industriële ondernemingen als voorbeeld: Jupiter BV, Mercurius BV en Pluto BV. Zij willen de data van hun machines met elkaar gaan delen. De reden hierachter is dat zij, door toegang te krijgen tot elkaars data, hun eigen processen kunnen verbeteren en hun machines efficiënter kunnen onderhouden. Ze willen echter niet dat de andere partijen weten dat de data van hen afkomstig is. De data moet dus geanonimiseerd worden. Er zijn een aantal manieren om dit doel te bereiken.
Mogelijkheden
Er zijn een aantal mogelijkheden voor het veilig en vertrouwelijk delen van data. Deze mogelijkheden zijn:
I. Het creëren van één grote dataset
Als alle bedrijven dezelfde (soort) machines gebruiken die vergelijkbare data genereren, dan kan een derde partij deze data combineren tot één grote dataset. Hierin zou het voor ieder bedrijf wellicht nog mogelijk zijn haar eigen data te identificeren, maar het wordt moeilijk de data van de andere bedrijven te herkennen. De derde partij die als vertrouwde tussenpersoon handelt, zal wel uitdrukkelijk moeten letten op het feit dat er geen identificerende informatie achterblijft in de dataset. Zo moet men de individuele machines waarschijnlijk nog wel van elkaar kunnen scheiden, maar wanneer alle machines van Jupiter BV worden gemarkeerd met de letter “J”, dan is de data afkomstig van deze machines niet anoniem. Een extra maatregel waarmee het moeilijker wordt om de eigen data terug te vinden is door op alle metingen een onzekerheidsmarge toe te voegen. Hierdoor kan ieder bedrijf niet direct haar eigen data weer isoleren.
II. Het scheiden van de verschillende machines binnen de dataset
Wanneer bedrijven verschillende soorten machines gebruiken, maar wel data willen delen, dan wordt het lastiger dit te doen zonder dat ieder bedrijf te identificeren is. Als het voor het gebruik van de data niet relevant is van welke machine bepaalde data komt, maar alleen dat de data afkomstig is van verschillende machines, dan kan een derde partij zorgen dat de data van de verschillende machines gescheiden blijven van elkaar. Ook hier kan deze derde partij een mate van onzekerheid aan de gegevens toevoegen om te voorkomen dat men exacte gegevens met concurrenten deelt.
III. Onderling afspraken maken
Wanneer geen sprake is van een van de twee bovenstaande scenario’s, dan is het voor ondernemingen mogelijk om gezamenlijk af te spreken welk deel van de data zij onderling delen. Dit kunnen zij afspreken in een Data Sharing Agreement. Hierdoor zal meestal een mate van nauwkeurigheid verloren gaan, zoals de informatie over de individuele machines. Hier staat echter tegenover dat de data moeilijker te herleiden is. Ook hier zal waarschijnlijk wel een derde partij nodig zijn die de data combineert. Omdat de bedrijven slechts een deel van hun data zullen delen, is het  belangrijk dat  de gecombineerde dataset duidelijk aangeeft welke data ontbreken. Als men bijvoorbeeld alle modelnummers van de verschillende machines weg heeft gehaald, dan is het niet direct duidelijk voor een nieuwe gebruiker van de gecombineerde dataset dat de data afkomstig is van verschillende machines. Als er bij de data een overzicht zit van de informatie die niet gedeeld wordt, dan kan men daar later rekening mee houden.
Conclusie
Het delen van machine data klinkt gemakkelijk, maar op het vlak van vertrouwelijkheid kunnen moeilijkheden bestaan. Om de vertrouwelijkheid van data te waarborgen is het belangrijk dat de data geanonimiseerd wordt. Hoe men dit het beste kan doen, is afhankelijk van de soort data die gedeeld zal worden. Wanneer de gedeelde data afkomstig is van vergelijkbare machines, zal het in de regel gemakkelijk zijn deze data in één grote dataset op anonieme wijze te delen.  In andere omstandigheden zal misschien niet alle data gedeeld kunnen worden. Voor iedere situatie is het wel van belang dat iedere onderneming die haar data deelt, dezelfde standaarden gebruikt bij het anonimiseren van de data. Ieder identificeerbaar verschil zou namelijk de bron van de data kunnen weggeven. Jos van der Wijst [post_title] => Het delen van data en vertrouwelijkheid [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => het-delen-van-data-en-vertrouwelijkheid [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2024-07-01 15:15:33 [post_modified_gmt] => 2024-07-01 13:15:33 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24979 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 24921 [post_author] => 6 [post_date] => 2021-04-07 14:39:56 [post_date_gmt] => 2021-04-07 12:39:56 [post_content] => Facebook: tussen de advertenties door zie je soms nog eens een persoonlijk bericht op je tijdlijn. Oké, wellicht wat overdreven maar ik denk dat de meesten weten wat ik bedoel. Het is één van de verdienmodellen van Facebook. Maar wat als die advertenties inbreuk maken op jouw intellectuele eigendomsrecht? Kun je Facebook dan aansprakelijk stellen? Of als je als ondernemer een advertentie plaatst via Facebook en daarmee inbreuk maakt op rechten van een ander, kan Facebook jouw contactgegevens dan afgeven? De rechtbank Den Haag oordeelde hier recent over.
Aansprakelijkheid tussenpersoon
Op 17 maart 2021 oordeelde de rechtbank Den Haag dat Facebook NAW-gegevens moet afgeven aan PVH Europe B.V. (eigenaar van het merk Tommy Hilfiger). Het betreft NAW-gegevens van partijen die via Facebook nep-advertenties plaatsen, waarin het merk en afbeeldingen van producten van Tommy Hilfiger werden (en worden) gebruikt. In deze procedure probeert PVH in eerste instantie niet de (nep)adverteerder, maar Facebook aansprakelijk te stellen. PVH gooit (ogenschijnlijk in het kader van ‘nooit geschoten is altijd mis’) een arsenaal aan (IE-inbreuk)vorderingen in de strijd tegen Facebook. Een interessante (30 pagina’s tellende) uitspraak, omdat vele aspecten van inbreuken op intellectuele eigendom (IE) en onrechtmatig handelen door een tussenpersoon aan de orde komen. Ook wordt het snijvlak tussen de bescherming van IE en het privacyrecht door de rechter beoordeeld.
Geen auteursrechtinbreuk
PVH stelt onder andere dat Facebook inbreuk zou maken op het auteursrecht van Tommy Hilfiger door het gebruik van afbeeldingen van Tommy Hilfiger in de nepadvertenties. De rechter is echter van mening dat hier geen sprake van kan zijn. Door het faciliteren van de advertentieruimte is nog geen sprake is van een “nieuwe mededeling” door Facebook. Het is niet Facebook die de inbreukmakende afbeeldingen plaatst, maar de adverteerder. Facebook is dan ook niet op de hoogte van de inhoud van de advertenties. Indien daar wel sprake van zou zijn geweest, zou Facebook mogelijk wel auteursrechtinbreuk plegen.
Geen merkinbreuk
Ook is er geen sprake van merkinbreuk door Facebook. Wederom omdat Facebook de merken niet zelf gebruikt voor haar eigen commerciële activiteiten. Juist de adverteerders gebruiken de merken zonder toestemming van PVH.
Geen onrechtmatig handelen door faciliteren advertentieruimte
Ook het faciliteren van de advertentieruimte is onvoldoende reden om Facebook aansprakelijk te kunnen houden voor de nepadvertenties. Omdat Facebook volgens de rechter een neutrale tussenpersoon is, ondanks dat zij advertenties actief screent voor het plaatsen daarvan, komt zij in aanmerking voor de uitsluiting van aansprakelijkheid in artikel 6:196c BW. De rechter oordeelt daarbij dat het feit dat Facebook preventieve maatregelen neemt tegen inbreukmakende content, dit haar niet tegen mag worden geworpen in de zin dat zij niet zou kwalificeren als neutrale tussenpersoon (hetgeen wel aansprakelijkheid tot gevolg zou kunnen hebben). Bovendien heeft de screening door Facebook geen invloed op de inhoud van de advertenties.
Geen verplichting tot treffen meer maatregelen
Ten slotte wijst de rechter de vordering, dat Facebook meer maatregelen zou moeten nemen om de IE-inbreuken te voorkomen, af. Naar het oordeel van de rechter doet Facebook, in tegenstelling tot het vonnis van de kort geding rechter te Amsterdam, al voldoende om IE-inbreuken te voorkomen. Dit onder andere door de screenings die Facebook uitvoert voorafgaand aan het plaatsen van een advertentie.
Afgifte NAW-gegevens
PVH stelt ook dat Facebook onrechtmatig gehandeld heeft door het niet afgeven van de NAW-gegevens van de nep-adverteerders nadat PVH hierom  heeft verzocht. Om te beoordelen of er sprake is van onrechtmatig handelen dient eerst beoordeeld te worden of de persoonsgegevens afgegeven dienden te worden. Dit toetst de rechter, ook in deze uitspraak, nog altijd aan de vereisten uit het Lycos/Pessers-arrest van de Hoge raad uit 2005. Dit zijn de volgende vereisten:
  • Het is voldoende aannemelijk dat de content (in dit geval de nep-advertenties) schadelijk is jegens de derde (in dit geval PVH);
  • De derde (PVH) heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAW-gegevens van de inbreukmaker;
  • Het is aannemelijk dat er geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW-gegevens te achterhalen; en
  • Een afweging van de betrokken belangen van de derde (PVH), de serviceprovider (Facebook) en de persoon die onrechtmatig handelt brengt mee dat het belang van de derde (PVH) behoort te prevaleren.
In de uitspraak gaat de rechter snel voorbij aan de eerste drie vereisten, aangezien zij het aannemelijk vindt dat hier aan is voldaan. Maar ook aan het vierde vereiste is volgens de rechter voldaan.
Overwegingen rechter verplichting afgifte NAW-gegevens
De rechter overweegt dat vaststaat dat de adverteerders inbreuk maken op de IE-rechten van PVH. Ook wordt er met de creditcardgegevens, die de adverteerders genereren doordat consumenten op de advertenties klikken en bestellingen plaatsen, creditcardfraude gepleegd. Het gaat hierbij niet om eenmalige inbreuken, maar inbreuken die herhaaldelijk plaatsvinden. Ten slotte heeft Facebook in haar algemene voorwaarden opgenomen dat inbreuk op rechten van derden niet is toegestaan en dat dit kan leiden tot afgifte van de NAW-gegevens. Bij het aanmaken van de advertentie(accounts) is de adverteerder akkoord gegaan met deze algemene voorwaarden van Facebook. Hier tegenover staat het evidente belang van PVH om de inbreukmakende praktijken een halt toe te roepen. Op basis van deze belangenafweging is Facebook dan ook verplicht de NAW-gegevens af te staan.
Lycos Pessers vs. AVG
Opvallend is dat er ook aandacht wordt besteed aan de vraag  of de Lycos/Pessers-leer (die dateert uit 2005) nog voldoende actueel is en tegemoetkomt aan de vereisten zoals vastgelegd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De rechter gaat bij deze beoordeling mee in de redenering van de PG Drijber in een recente conclusie bij de Hoge Raad. Op basis van de AVG moet de rechtmatigheid van het verstrekken van persoonsgegevens (in dit geval het verstrekken van de NAW-gegevens door Facebook aan PVH) worden gebaseerd op één van de zes in de AVG vastgelegde grondslagen (artikel 6 lid 1 AVG ). Een van deze grondslagen is een “nationale wettelijke verplichting” (artikel 6 lid 1 sub c AVG). De rechter overweegt in dezen dat een vordering die is gebaseerd op een onrechtmatige daad (wettelijke vastgelegd in artikel 6:162 BW) een dergelijke nationale wettelijke verplichting kan zijn en dus afgifte van NAW-gegevens rechtvaardigt. Bovendien wordt door de belangenafweging in het vierde vereiste in de Lycos/Pessers-leer de lat voldoende hoog gelegd om de privacybelangen van een inbreukmaker te beschermen.
Grondslag afgifte NAW-gegevens PVH vs. Facebook
Echter oordeelt de rechter vervolgens dat de NAW-gegevens mogen worden afgegeven op grond een ander grondslag, namelijk een gerechtvaardigd belang (artikel 6 lid 1 onder f), en niet op grond van de nationale wettelijke verplichting (artikel 6 lid 1 onder c) waar zij het eerder over heeft in deze uitspraak. Door het akkoord gaan met de algemene voorwaarden, is de adverteerder de namelijk geïnformeerd dat de gegevens die van hem of haar worden verzameld ook kunnen worden gebruikt ter bestrijding van IE-inbreuken en voor dat doel kunnen worden afgegeven. Volgens de rechter is de afgifte dan ook noodzakelijk en verenigbaar met het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld. In het kader van deze uitspraak is het mij niet volledig duidelijk waarom de redenering van de heer Drijber wordt aangehaald. Dit lijkt niet direct relevant te zijn aangezien de afgifte rechtmatig wordt geacht op basis van een andere grondslag. Te meer doordat de strijdigheid met de AVG geen verweer van Facebook lijkt te zijn tegen de afgifte van de NAW-gegevens. Desalniettemin een interessante passage.
Meer weten?
Frédérique Kuiper is advocaat en gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht en privacyrecht. Zij houdt zich in de dagelijks praktijk bezig met vragen op het gebied van IE(-inbreuken). Ook ondersteunt zij ondernemingen bij het implementatie van de privacywetgeving (de AVG).   Heeft u vragen? Neem vrijblijvend contact op. [post_title] => Nooit geschoten is altijd mis: Tommy Hilfiger vs. Facebook uiteengezet [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nooit-geschoten-is-altijd-mis-tommy-hilfiger-vs-facebook-uiteengezet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-10-03 11:17:37 [post_modified_gmt] => 2022-10-03 09:17:37 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24921 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 24879 [post_author] => 26 [post_date] => 2021-04-07 09:24:27 [post_date_gmt] => 2021-04-07 07:24:27 [post_content] => Boete van € 270.000,- voor zorginstelling, feitelijk leidinggever ook aansprakelijk. Net als iedere organisatie moeten ook zorgaanbieders een deugdelijke administratie voeren. Als zij dat niet doen, kan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een boete opleggen. Dit heeft de NZA recent gedaan bij zorgaanbieder Zorg voor Elk B.V. uit Utrecht. Ook de feitelijk leidinggever van Zorg voor Elk B.V. is aansprakelijk voor de boete van € 270.000,-. Het boetebesluit is hier te vinden.
Administratieplicht
In de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) staat beschreven dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars informatie moeten verschaffen over hun aanbod, tarieven, kwaliteit en andere eigenschappen van aangeboden zorg. Op grond van artikel 36 van de Wmg moet een zorgaanbieder een administratie voeren waaruit blijkt dat welke prestaties bij welke cliënt wanneer zijn geleverd. Het is van groot belang dat zorgaanbieders een volledige en juiste administratie voeren. Zonder een deugdelijke administratie valt namelijk niet te controleren of zorggeld rechtmatig is besteed. Een onvolledige administratie werkt misbruik van zorggelden in de hand. Wanneer een administratie niet deugdelijk is, kan de NZa daarvoor een boete opleggen.
Boete aan zorginstelling
Na een informatieverzoek vanuit de NZa voor de administratie van Zorg voor Elk B.V. heeft de zorgaanbieder drie dozen met losliggende papieren aangeleverd. Op grond hiervan en na een toelichting van de bestuurder van Zorg voor Elk B.V. acht de NZa het aannemelijk dat Zorg voor Elk B.V. slechts huishoudelijke hulp geboden heeft, maar verpleging en verzorging heeft gedeclareerd. De NZa legt Zorg voor Elk B.V. daarvoor een boete op van € 270.000,-.
Feitelijk leidinggever aansprakelijk
Blijkens artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan indien een overtreding is gepleegd door een rechtspersoon, de bestuurlijke sanctie daarnaast of in plaats daarvan ook worden opgelegd aan degenen die tot de overtreding opdracht hebben gegeven of daaraan feitelijk leiding hebben gegeven (feitelijk leidinggever). Artikel 51, tweede lid en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing. Een persoon kan als feitelijk leidinggever worden beboet als hij: a) op de hoogte was van de verboden gedraging door de rechtspersoon of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze zich zou voordoen; b) bevoegd en redelijkerwijs gehouden was om de verboden gedraging te voorkomen of te beëindigen; c) maar maatregelen daartoe achterwege heeft gelaten. Kort gezegd gaat het hiermee om de gevallen dat iemand in het bijzonder een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van de overtreding door de onderneming. Ingevolge artikel 4.4. van de Beleidsregel Bestuurlijke boete Wmg zal de NZa waar mogelijk bestuurders, feitelijk leidinggevenden en andere natuurlijke personen aansprakelijk stellen die ingevolge artikel 5:1, derde lid, van de Awb (mede) verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor een overtreding ingevolge de Wmg. De bestuurder van Zorg voor Elk B.V. onderhield contacten met de verzekeraars en diende declaraties in bij de zorgverzekeraar. Hij heeft tevens verklaard dat hij verantwoordelijk was voor het indienen van de declaraties. Om declaraties te kunnen indienen moet de bestuurder inzicht hebben gehad in de administratie en dus op de hoogte zijn geweest dat uit deze administratie niet in alle gevallen de overeengekomen en geleverde prestaties bleken. Op grond van het voorgaande stelt de NZa de feitelijk leidinggevende van Zorg voor Elk B.V. aansprakelijk voor de boete die zij aan Zorg voor Elk B.V. heeft opgelegd.
Conclusie
Bestuurders en feitelijk leidinggevers zijn niet per definitie gevrijwaard voor aansprakelijkheid door te ondernemen met een B.V. Dit geldt ook voor bestuurders en feitelijk leidinggevers van zorginstellingen. Meer weten over (het voorkomen van) aansprakelijkheid van bestuurders en feitelijk leidinggevers? Neem dan contact op met BG.legal. [post_title] => Boete voor zorginstelling, feitelijk leidinggever ook aansprakelijk [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => boete-voor-zorginstelling-feitelijk-leidinggever-ook-aansprakelijk [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2023-10-02 09:54:43 [post_modified_gmt] => 2023-10-02 07:54:43 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24879 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 24883 [post_author] => 6 [post_date] => 2021-04-06 13:27:16 [post_date_gmt] => 2021-04-06 11:27:16 [post_content] => Intellectueel eigendomsrecht (IE) is voor veel ondernemers in de technologie van groot belang. Uitvindingen worden beschermd door octrooien, ontwerpen en een broncode door auteursrecht en de herkenbaarheid van jouw merk door handelsnamen en het merkenrecht. Waar moet je als ondernemer op letten om jouw bedrijf en jouw werk te beschermen? 1. Denk aan intellectuele eigendomsrechten Binnen het intellectuele eigendomsrecht kennen we verschillende vormen van bescherming. Ieder recht heeft een eigen toepassing. Waar een octrooi een technische uitvinding beschermd, dient het modelrecht juist voor het uiterlijk van een product. Op deze manier zijn er veel mogelijkheden tot bescherming binnen IE. Voor de technologische sector zijn de volgende IE-rechten van belang:
Octrooien
Octrooien, ook wel patenten genoemd, beschermen een uitvinding die vernieuwend is. Een octrooi moet geregistreerd worden om geldig te zijn en heeft een beperkt geldigheid van maximaal 20 jaar. Een uitvinding moet een technisch karakter hebben, nieuw zijn, inventief, niet vanzelfsprekend en industrieel toepasbaar. Een octrooi moet aangevraagd worden. Nadat een octrooi goedgekeurd is, wordt het gepubliceerd en heeft de aanvrager een alleenrecht op de uitvinding. Andere mogen de uitvinding dus niet gebruiken. Wel is het mogelijk licenties uit te geven aan derden.
Auteursrecht
Het auteursrecht beschermt de uitwerking van een idee in een letterkundig, wetenschappelijk of kunstzinnig werk. Het auteursrecht is het recht van de maker: het geeft de maker van het werk het exclusieve recht zijn of haar werk te exploiteren, te openbaren en te verveelvoudigen. Software valt ook onder het auteursrecht. Ten aanzien van software zijn er in de Auteurswet een aantal bijzondere regelingen  opgenomen. Zo mag een gebruiker van de software kijken naar de onderliggende broncode om ervoor te zorgen dat twee programma’s goed samenwerken. Deze informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Ook mag een gebruiker back-ups maken van software als dat nodig is en bijvoorbeeld versturen over een eigen netwerk. Het auteursrecht ontstaat vanzelf. Hier is géén registratie voor nodig en hier zijn dus ook geen kosten aan verbonden. Nadeel hiervan is dat men zelf moet aantonen dat hij of zij auteursrechthebbende is van het werk vanaf een bepaald moment. Het kan daarom verstandig zijn de datum waarop het werk is gecreëerd, vast te leggen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een i-depot.
Databankenrecht
Het databankenrecht beschermt tegen het opvragen of hergebruiken van een groot deel van de data in de databank. Deze vorm van intellectueel eigendomsrecht ontstaat wanneer er is voldaan aan drie voorwaarden:
  1. De data dient systematisch geordend te zijn.
  2. De gegevens in de databank dienen afzonderlijk van elkaar te raadplegen zijn.
  3. Men moet, bij de samenstelling van de databank, een substantiële investering hebben gedaan.
Wanneer er aan deze vereisten is voldaan, ontstaat het databankenrecht vanzelf. Hier is dus géén registratie voor nodig. Een belangrijk aandachtspunt bij het databankenrecht is het volgende: door middel van dit recht wordt de databank an sich beschermd, niét de data die hierin verwerkt is.
Merkenrecht
Het merkenrecht ziet op de bescherming van ‘onderscheidingstekens’ voor diensten en waren. Denk hierbij aan een merknaam of een logo van jouw onderneming of product. Het merkenrecht beschermt tegen identieke of soortgelijke merknamen van bijvoorbeeld concurrenten. Het merkenrecht ontstaat door registratie, waarbij gekozen dient te worden uit bepaalde klassen. Een merk kan bescherming geven in de Benelux, Europa of in landen buiten de EU.
Handelsnaamrecht
Het handelsnaamrecht beschermd de naam van de onderneming. Een goede en herkenbare handelsnaam is van groot belang voor het onderscheidend vermogen van jouw onderneming. Deze vorm van intellectuele eigendom ontstaat doordat de naam feitelijk in het economisch handelsverkeer wordt gebruikt. Er geldt dus geen registratieplicht. Waar moet de naam dan worden gebruikt? Denk hierbij aan een inschrijving bij de KvK, een social media account, een website, een brochure en advertenties.
Modelrecht
Het modelrecht beschermt het uiterlijk van een product. Denk hierbij aan de vorm, kleuren, textuur, etc. Voorwaarden voor het registeren van een modelrecht is dat de vormgeving van het product ‘nieuw’ moet zijn en een ‘eigen karakter’ moet hebben. Het modelrecht ontstaat door registratie. Ook hier kan gekozen worden uit verschillende beschermingsgebieden. Voor meer informatie over het beschermen van de vorm van een product verwijs ik jullie naar deze blog van Jos van der Wijst.
Bedrijfsgeheimen
Een bedrijfsgeheim is een aparte categorie van het intellectueel eigendomsrecht. Het bedrijfsgeheim wordt nergens geregistreerd. Dit is ook meteen de kracht van deze vorm van bescherming: de belangrijke knowhow wordt beschermd door geheimhouding daarvan. Om deze reden moet de houder van een bedrijfsgeheim ook maatregelen hebben genomen om de knowhow geheim te houden. Daarnaast dient de knowhow niet algemeen bekend te zijn en handelswaarde te bezitten. In de praktijk betekent dit concreet dat u moet denken aan geheimhoudingsovereenkomsten met samenwerkingspartijen en werknemers, maar ook aan het (digitaal) beveiligen van de knowhow. 2. Verdeling van rechten Voor de verdeling van auteursrechten zijn er een aantal standaardregels. De maker van een werk krijgt in principe het auteursrecht. Als er in een groep wordt gewerkt waarbij er één iemand is die de beslissingen neemt over hoe een werk gemaakt wordt en hoe het eruit komt te zien, dan verkrijgt de deze persoon het auteursrecht. Wordt er echter op gelijke voet samengewerkt, zoals bij een hackaton of bij het oprichten van een startup, dan komt het auteursrecht toe aan iedereen die meegewerkt heeft. In de praktijk kunnen er altijd onderling andere afspraken worden gemaakt. Voor werknemers geldt een andere standaardregel. Alles wat een werknemer in het kader van zijn of haar werk maakt, komt toe aan de werkgever en dus ook de auteursrechten op die werken. Als men een gezamenlijk auteursrecht heeft, dan is er unanieme toestemming vereist om het auteursrecht te kunnen gebruiken. Het is daarom zeer aan te raden aan de oprichters van startups om hun intellectueel eigendom over te dragen aan de startup, zodat het bestuur van de startup het laatste woord heeft over het gebruik ervan. 3. Naam van jouw onderneming en product De naam van jouw onderneming en product is van groot belang: het moet blijven hangen bij de consument en duidelijk weergeven wat jij te bieden hebt. Hier ligt ook direct een lastig probleem. Veel ondernemers willen een naam die in één oogopslag laat zien wat hun onderneming en product inhoudt. Vanuit marketingoogpunt een goed plan. Vanuit het intellectuele eigendomsrecht blijkt dit juist nadelig te zijn. Namen voor ondernemingen en producten mogen - in het kader van het merkenrecht - niet beschrijvend van aard zijn. Het woord “SHOELOVE” mag bijvoorbeeld niet voor het product “schoenen” worden ingeschreven. Maar wel voor software die bedoeld is voor de agrosector. In dit geval zou het namelijk niet beschrijvend zijn voor hetgeen waarvoor het merk zal worden gebruikt. Toch een beschrijvende naam in gedachten? Wellicht dat het handelsnaamrecht een oplossing biedt. De drempel voor handelsnamen ligt doorgaans lager dan voor merkenrechten. Meer informatie kan je hier vinden. 4. Betalen voor IE: is het dan ook van mij? In de praktijk komt het vaak voor dat ondernemers een ontwikkeling van een product uitbesteden aan een andere partij. Denk hierbij aan het ontwerp of de ontwikkeling ervan. In veel gevallen wordt gedacht dat het intellectueel eigendom dan bij hen ligt: zij hebben toch immers de opdracht gegeven? In de praktijk werkt het helaas niet zo. De intellectuele eigendomsrechten die ontstaan bij het ontwerp en ontwikkeling van een bepaald product, gaan altijd naar de “maker” ervan. Het is dus van groot belang om ervoor te zorgen dat het intellectueel eigendom wordt overgedragen door middel van een getekende overeenkomst. Belangrijk punt om op te letten dus. Veel ondernemers zullen hun intellectueel eigendom niet graag afstaan. Gelukkig biedt de wet hier ook mogelijkheden voor. Zij hebben de mogelijkheid om “kopers” een licentie te geven op hun recht: het recht om het intellectuele eigendom te gebruiken. Hierdoor behoudt een ondernemer controle over zijn intellectueel eigendom en kan de koper er ook gebruik van maken. Tegenwoordig wordt bijna alle software geleverd middels een licentieovereenkomst. 5. ‘Open Source’ is goedkoop, maar niet risicoloos Open Source software en andere vormen van Open Source Intellectueel Eigendom wordt openbaargemaakt voor iedereen onder bepaalde voorwaarden. Er is echter geen universele set voorwaarden. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om de software te verkopen, zelfs zonder iets te veranderen, terwijl je bij andere soorten software verplicht wordt om de bewerkte versie weer openbaar te maken. Kijk dus altijd naar de specifieke licentievoorwaarden die de maker aan zijn auteursrecht heeft verbonden.
Conclusie
Het is dus van groot belang om te letten op de volgende punten:
  • Er zijn verschillende soorten intellectuele eigendomsrechten. Ieder intellectueel eigendomsrecht beschermt andere aspecten van een product, naam of logo.
  • Let op de verdeling van de intellectuele eigendomsrechten binnen jouw onderneming
  • Denk goed na over de bescherming jouw merk en productnaam. Registreer jouw merk zo vroeg mogelijk!
  • Als je betaalt voor intellectueel eigendom, betekent dat niet automatisch dat je ook het eigendom heb verkregen.
  • Let bij het gebruik van open source software goed op de licentievoorwaarden, want deze kunnen in de praktijk zeer uiteenlopen.
De sectie BG.tech is een team van advocaten en juristen die zich focussen op de juridische aspecten van technologie bedrijven. Denk hierbij aan IT-recht, Intellectueel Eigendomsrecht, Privacy, Contractenrecht, etc. Meer informatie kunt u vinden op onze website. Jos van der Wijst [post_title] => Intellectueel eigendom en Tech: waar moet je op letten? [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => intellectueel-eigendom-en-tech-waar-moet-je-op-letten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2024-07-01 15:15:34 [post_modified_gmt] => 2024-07-01 13:15:34 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24883 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 24870 [post_author] => 10 [post_date] => 2021-04-06 11:48:04 [post_date_gmt] => 2021-04-06 09:48:04 [post_content] => Verplichte taxatie tegen marktwaarde van zorgvastgoed. Vanaf 1 juli 2021 moeten zorginstellingen die gebruik maken van financiering van een bank de waarde van hun vastgoed iedere drie jaar door een onafhankelijke taxateur laten bepalen. Het gebruik van de WOZ-waarde als basis voor de taxatie is niet langer mogelijk. Deze verplichting vloeit voort uit richtlijnen van de Europese Bankenautoriteit (EBA). De driejaarlijkse hertaxatieverplichting geldt voor zorgvastgoed met een financiering vanaf drie miljoen euro met het vastgoed als onderpand. Voor kredietovereenkomsten onder de drie miljoen euro geldt de hertaxatieplicht niet, maar is een initiële taxatie alleen vereist bij een nieuwe kredietovereenkomst. Voor wijzigingen in kredietovereenkomsten geldt een overgangstermijn van één jaar en geldt de richtlijn vanaf 1 juli 2022. Voor meer informatie over dit onderwerp zie de factsheet van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Rik Wevers     [post_title] => Verplichte taxatie tegen marktwaarde van zorgvastgoed [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => verplichte-taxatie-tegen-marktwaarde-van-zorgvastgoed [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-06 11:48:04 [post_modified_gmt] => 2021-04-06 09:48:04 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24870 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 24837 [post_author] => 39 [post_date] => 2021-04-02 09:05:24 [post_date_gmt] => 2021-04-02 07:05:24 [post_content] => Sinds 1 april 2021 zijn er nieuwe geluidseisen gesteld aan airconditionings en warmtepompen die geplaatst worden bij woningen.  De geluidseisen zijn vastgelegd in de Regeling Bouwbesluit 2012, zoals hier te raadplegen. Geluidseisen FactFriday               Kort gezegd is geregeld dat warmtepompen en airco’s niet meer geluid mogen veroorzaken dan 40 dB in de avonduren en 45 dB overdag. Dit geldt niet voor de installaties zelf, maar voor het geluid dat zij – vrij vertaald – veroorzaken bij de buren. Er is een rekentool ontwikkeld om het geluidsniveau van tevoren in te schatten. De aangescherpte eisen gelden niet voor vergunningsaanvragen die gedaan zijn vóór 1 april 2021. Michael de Marco [post_title] => Geluidseisen voor warmtepompen en airco’s zijn aangescherpt [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => geluidseisen-voor-warmtepompen-en-aircos-zijn-aangescherpt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-02 09:05:24 [post_modified_gmt] => 2021-04-02 07:05:24 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24837 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 24741 [post_author] => 6 [post_date] => 2021-03-31 10:48:59 [post_date_gmt] => 2021-03-31 08:48:59 [post_content] => U bent van plan corona zelftesten te verkopen aan de consument. Uiteraard wilt u hier reclame voor maken. Maar welke regels zijn er verbonden aan het maken van reclame voor zelftesten? Waar moet u op letten?
Medisch hulpmiddel
Een zelftest is een medisch hulpmiddel voor in vitro diagnostiek, omdat het een instrument is dat bedoeld is voor de diagnose van een ziekte. Het is een instrument dat “aan de hand van menselijk lichaamsmateriaal wordt gebruikt voor uitvoeren van diagnostische tests”.
Verkoop van zelftesten
Vanaf 4 maart is het mogelijk voor fabrikanten en leveranciers van een sneltest een tijdelijke ontheffing aan te vragen zodat hun product als zelftest op de Nederlandse markt mag worden gebracht. Meer informatie hierover kunt u lezen in deze blog.
Reclame maken voor medische hulpmiddelen
De Wet op de medische hulpmiddelen bepaalt dat degene die een product als een medisch hulpmiddel aanprijst of verkoopt, verantwoordelijk is voor de geclaimde werking. Het is een misdrijf om een medisch hulpmiddel te verkopen of aan te prijzen wanneer je weet of redelijkerwijs moest vermoeden, dat de aangeprezen geschiktheid ontbreekt of de werkelijke geschiktheid in ernstige mate bij de aangeprezen achterblijft[1]. Op reclame voor medische hulpmiddelen is de Code voor de Publieksreclame voor Medische Hulpmiddelen (‘CPMH’) van toepassing. Zo bepaalt deze code onder meer ‘Reclame voor een medisch hulpmiddel moet waarheidsgetrouw zijn en mag de eigenschappen ervan niet overdrijven’[2]. Daarnaast hebben de bedrijven die medische hulpmiddelen ontwikkelen en in de handel brengen, in het kader van zelfregulering, een Gedragscode Medische Hulpmiddelen (‘GMH’) opgesteld. Wanneer er reclame wordt gemaakt voor medische hulpmiddelen, dan moet er, volgens deze code, zijn voldaan aan vier vereisten[3]:
  1. Uitingen mogen in geen enkel opzicht misleidend zijn;
  2. Uitingen dienen accuraat, actueel en waarheidsgetrouw te zijn;
  3. Uitingen dienen juist en controleerbaar te zijn;
  4. Uitingen mogen geen afbreuk doen aan de geldende normen voor goede smaak en fatsoen en aan de reputatie van de bedrijfstak, zorgprofessionals en medische hulpmiddelen.
Beweringen (claims) dienen te worden onderbouwd met wetenschappelijk gepubliceerde artikelen. Op deze manier kan de juistheid en controleerbaarheid worden gewaarborgd. Daarnaast gelden de basisregels voor misleidende reclame[4].
Conclusie
In alle gevallen neemt de fabrikant/importeur/distributeur/verkoper de verantwoordelijkheid op zich dat een zelftest ook de geclaimde eigenschappen heeft en de eigenschappen bezit die het publiek van het medisch hulpmiddel mag verwachten. Het is dus van groot belang om bij het maken van reclame voor een corona zelftest, de vier bovengenoemde vereisten in de gaten te houden. Heeft u hier vragen over? Of wilt u door ons laten beoordelen of uw reclame-uitingen geoorloofd zijn? Neem vrijblijvend contact met ons op via wijst@bg.legal.
Bronnen
[1] Artikel 13 Wet op de medische hulpmiddelen. [2] Artikel 7 CPMH [3] Artikel 4 GMH [4] Artikel 6:194 BW Jos van der Wijst [post_title] => Reclame maken voor corona zelftesten [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => reclame-maken-voor-corona-zelftesten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-03-31 11:02:09 [post_modified_gmt] => 2021-03-31 09:02:09 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=24741 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 10 [current_post] => -1 [before_loop] => 1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 25095 [post_author] => 6 [post_date] => 2021-04-21 16:49:58 [post_date_gmt] => 2021-04-21 14:49:58 [post_content] => Op 21 april 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd met nieuwe regels voor Artificial Intelligence (AI/kunstmatige intelligentie). In dit eerste artikel worden de hoofdlijnen toegelicht.
Waarom nieuwe regels?
AI wordt al breed gebruikt, vaak zonder dat we het zelf in de gaten hebben. De meeste AI systemen vormen geen risico voor gebruikers. Maar dat geldt niet voor alle AI systemen. De bestaande regelgeving is onvoldoende om de veiligheid van gebruikers en de fundamentele rechten te waarborgen. Daardoor kan het vertrouwen in AI in gevaar komen.
Welke risico categorieën?
De Europese Commissie stelt een ‘risk-approach’ aanpak voor met vier risiconiveaus:
  1. onacceptabel risico
Een zeer beperkt aantal AI toepassingen worden aangemerkt als een onacceptabel risico. Deze gaan in tegen fundamentele rechten en worden om die reden verboden. Als voorbeeld noemt de commissie het sociaal labellen van burgers door overheden en op afstand biometrisch identificeren in de publieke ruimte. Op dit laatste zijn een paar uitzonderingen gemaakt.
  1. hoog risico
Een iets groter aantal AI toepassingen vormt een hoog risico. Deze worden beschreven in het voorstel. Zij vormen een hoog risico omdat zij een impact hebben op de fundamentele rechten. De opsomming van deze AI toepassingen kan periodiek worden aangepast. Deze AI toepassingen moeten aan een aantal verplichte voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden omvatten kwaliteitseisen aan de gebruikte dataset, technische documentatie, transparantie en informatieverstrekking aan gebruikers, menselijk toezicht, en robuustheid, accuratesse en cybersecurity. Nationale toezichthouders krijgen hier onderzoeksrechten.
  1. beperkt risico
Voor een grotere groep AI-toepassingen geldt een beperkt risico. Hier kan worden volstaan met transparantie. De commissie noemt hier als voorbeeld chatbots. Gebruikers moeten weten dat zij communiceren met een chatbot.
  1. minimaal risico
Voor alle andere AI toepassingen geldt dat de bestaande wet- en regelgeving afdoende is. Verreweg de meeste van de huidige AI toepassingen vallen in deze categorie.
Hoe classificeer je AI producten?
De commissie komt met een methodiek om AI toepassingen in te delen in een van de vier risico niveaus. Het doel daarvan is om zekerheid te bieden voor ondernemingen en anderen. Het risico wordt beoordeeld op basis van het beoogde gebruik. Dit betekent dat gekeken wordt naar: - het beoogde doel - het aantal potentieel geraakte personen - de afhankelijkheid van de uitkomst - de onomkeerbaarheid van de schade.
Wat zijn de gevolgen voor hoog risico AI systemen?
Voordat deze AI systemen gebruikt mogen worden moet een onderzoek worden uitgevoerd naar het voldoen aan de regelgeving. Uit dat onderzoek moet blijken dat het AI systeem compliant is ten aanzien van de vereisten op het gebied van data kwaliteit, documentatie en traceerbaarheid, transparantie, menselijk toezicht, accuratesse en robuustheid. Voor sommige AI systemen zal een ‘notified body’ ingeschakeld moeten worden. Voor deze AI systemen moet ook een risk management systeem worden opgezet door de leverancier.
Wie gaat handhaven?
De Lid-Staten zullen een autoriteit moeten aanwijzen die gaan toezien op de naleving.
Gedragscodes
Leveranciers van high-risk AI systemen kunnen een vrijwillige gedragscode maken voor de veilige toepassing van AI systemen. De commissie stimuleert de industrie om hiermee te komen.
Wie is aansprakelijk bij import van AI systemen?
De importeur in de EU van AI systemen is verantwoordelijk voor het ingevoerde AI systeem. Hij moet ervoor zorgen dat de producent voldoet aan EU regelgeving en een CE markering heeft.
Wat is de sanctie?
Het overtreden van deze regelgeving kan worden beboet met een geldboete van maximaal 6% van de jaaromzet in het voorafgaande kalenderjaar. Dit was een eerste analyse van het commissievoorstel. Later volgt een nadere analyse. Later volgt ook een analyse van de voorgestelde nieuwe regeling voor machines. Voor meer informatie over juridisch/ethische aspecten van AI ontwikkelen wij LegalAIR. Dit platform gaat praktische informatie en tools geven hoe om te gaan met AI en AI systemen. Voor meer vragen neemt u contact op met Jos van der Wijst (wijst@bg.legal). Jos van der Wijst [post_title] => Nieuwe Europese regels voor artificial intelligence [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => open [post_password] => [post_name] => nieuwe-europese-regels-voor-artificial-intelligence [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-04-21 16:49:58 [post_modified_gmt] => 2021-04-21 14:49:58 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://bg.legal/?p=25095 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 1453 [max_num_pages] => 146 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => [is_tag] => [is_tax] => 1 [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => 1 [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_favicon] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 83ec439c2a037a72a3341ade822325e4 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [allow_query_attachment_by_filename:protected] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) [query_cache_key:WP_Query:private] => wp_query:ec3f4cb7ed27de7a3a2d2e28105eaa53:0.38237700 17482135760.74209100 1748213576 [tribe_is_event] => [tribe_is_multi_posttype] => [tribe_is_event_category] => [tribe_is_event_venue] => [tribe_is_event_organizer] => [tribe_is_event_query] => [tribe_is_past] => [tribe_controller] => Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller Object ( [filtering_query:Tribe\Events\Views\V2\Query\Event_Query_Controller:private] => WP_Query Object *RECURSION* ) )
Op 21 april 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd met nieuwe regels voor Artificial Intelligence (AI/kunstmatige intelligentie). In dit eerste artikel worden de hoofdlijnen toegelicht. Waarom nieuwe regels?...
Lees meer
Het voorbereiden en tot stand komen van een WHOA-akkoord neemt enige tijd in beslag. Deze voorbereiding van het onderhands akkoord vindt plaats terwijl de onderneming waarschijnlijk haar schulden niet kan...
Lees meer
Administratie en registratie Hoewel het natuurlijk niet de bedoeling is dat zorgmedewerkers langer bezig zijn met administreren dan met het verlenen van zorg, moge duidelijk zijn. Dat administratie en registratie...
Lees meer
In de praktijk komt het veel voor dat partijen machine data willen delen. Een van de problemen waar zij tegenaan lopen, is de vertrouwelijkheid van deze data. Zij willen hun...
Lees meer
Facebook: tussen de advertenties door zie je soms nog eens een persoonlijk bericht op je tijdlijn. Oké, wellicht wat overdreven maar ik denk dat de meesten weten wat ik bedoel....
Lees meer
Boete van € 270.000,- voor zorginstelling, feitelijk leidinggever ook aansprakelijk. Net als iedere organisatie moeten ook zorgaanbieders een deugdelijke administratie voeren. Als zij dat niet doen, kan de Nederlandse Zorgautoriteit...
Lees meer
Intellectueel eigendomsrecht (IE) is voor veel ondernemers in de technologie van groot belang. Uitvindingen worden beschermd door octrooien, ontwerpen en een broncode door auteursrecht en de herkenbaarheid van jouw merk...
Lees meer
Verplichte taxatie tegen marktwaarde van zorgvastgoed. Vanaf 1 juli 2021 moeten zorginstellingen die gebruik maken van financiering van een bank de waarde van hun vastgoed iedere drie jaar door een...
Lees meer
Sinds 1 april 2021 zijn er nieuwe geluidseisen gesteld aan airconditionings en warmtepompen die geplaatst worden bij woningen.  De geluidseisen zijn vastgelegd in de Regeling Bouwbesluit 2012, zoals hier te...
Lees meer
U bent van plan corona zelftesten te verkopen aan de consument. Uiteraard wilt u hier reclame voor maken. Maar welke regels zijn er verbonden aan het maken van reclame voor...
Lees meer